CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Handelingen raadsvergadering 13 juni 2024

Raadsvergadering 11 juli 2024, gemeente DelftBij agendapunt: Handelingen van de gemeenteraadsvergadering van 13 juni 202441.715 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Daar komt bij dat nascheiding van PMD en resttarief twee verschillende systemen zijn die hetzelfde beogen, maar lastig met elkaar samengaan, zeker wanneer nascheiding slechts in een deel van de stad wordt ingevoerd zoals nu het plan is. Wanneer huishoudens een bedrag per kg of per vuilniszak restafval moeten gaan betalen, moeten huishoudens met nascheiding meer betalen dan huishoudens met bronscheiding om de simpele reden dat de huishoudens met nascheiding meer restafval aanbieden. Dit kan natuurlijk weer gecompenseerd worden met een lager tarief per kilo of per vuilniszak, of een vast bedrag, 40

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

maar dit maakt het allemaal nodeloos ingewikkeld in de uitvoering en ook moeilijk om uit te leggen in de stad wat rechtvaardig en solidair is. Onderzoeken kosten tijd en geld, en een positieve uitkomst (minder restafval en lagere afvalstoffenheffing) is onzeker. In plaats van zelf te gaan experimenteren en onderzoeken, zien de indieners van dit amendement liever dat Delft meekijkt naar andere vergelijkbare gemeenten die gaan experimenteren met resttarief in combinatie met (gedeeltelijke) nascheiding. Als in vergelijkbare gemeenten blijkt dat dit prima werkbaar is, kan het college deze ervaringen meenemen in een raadsvoorstel. We hoeven het dan niet zelf meer te onderzoeken maar kunnen direct een politiek oordeel vellen over de wenselijkheid van een combinatie van resttarief en (gedeeltelijke) nascheiding in Delft. Als geen enkele andere vergelijkbare gemeente dit doet of als er vooral negatieve ervaringen zijn, zegt dat genoeg en kunnen we ons de kosten van het onderzoek besparen." Door de fracties van het CDA en de VVD wordt motie 7.5.1 (Breng kosten twee systemen in beeld) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op donderdag 13 juni 2024 ter bespreking van het agendapunt Voorstel van het college aan de raad inzake afvalbeleidsplan Grip op Delfts Afval 2025-2030, constaterende dat: -

-

-

Delft een aantal jaren geleden 'Het Nieuwe Inzamelen' heeft ingevoerd, waarbij Plastic, Metaal en Drankverpakkingen (PMD)-afval door mensen thuis gescheiden moest worden en in aparte containers aangeboden; een paar jaar later voor een groot deel van de binnenstad voor PMD is overgegaan naar een systeem van nascheiding, waarbij het PMD-afval door huishoudens juist samen met het restafval wordt aangeboden en in de fabriek nagescheiden; het college nu voorstelt om ook in de hoogbouwwijken over te gaan naar nascheiding van PMD-afval; Delft hierdoor twee systemen van inzameling van PMD houdt, één voor bronscheiding van PMD en één voor nascheiding van PMD;

overwegende dat: -

-

-

-

andere steden met een hoge bevolkingsdichtheid steeds meer overgaan naar een volledig systeem van nascheiding (Amsterdam, Rotterdam, Groningen, Vlaardingen, Eindhoven, …), onder meer vanwege de kosten van het in stand houden van een dubbel inzamelsysteem voor PMD; in Delft inzicht ontbreekt in wat de kosten van twee systemen van PMDafvalinzameling zijn in verhouding tot de kosten zouden zijn wanneer al het PMDafval met het restafval zou worden ingezameld; het college in de beantwoording van de schriftelijke vragen van het CDA hierover antwoordde dat het al voornemens was dit te onderzoeken, maar dit onderzoek niet expliciet in Grip op Afval staat; het voor een goede afweging tussen het beleid van bronscheiding bij laagbouw en nascheiding van PMD bij hoogbouw versus volledig overgaan op nascheiding van PMD essentieel is om te weten wat de financiële effecten zijn;

roept het college op:

41

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

-

-

bij de optimalisatie van Het Nieuwe Inzamelen ook de kosten in kaart te brengen van het in stand houden van twee systemen voor inzameling van PMD-afval en de kosten wanneer Delft in z'n geheel zou overgaan op nascheiding van PMD; de raad hierover uiterlijk juni 2025 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag." Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Voorzitter. Als Delftse VVD stellen we eigenlijk altijd weer opnieuw dat we voor een betaalbaar, makkelijk en effectief afvalbeleid staan. Dat is helaas nog niet het geval met de huidige manier waarop we in Delft afval inzamelen en verwerken. De kosten zijn hoog, er is nog steeds veel restafval en er is ook echt nog regelmatig ergernis over de vele losse afvalbakken in de tuinen. Het nieuwe afvalbeleidsplan van dit college zet daar wat verbeterstapjes in, maar tot aan de nieuwe versie van het raadsbesluit leken dit vooral onderzoeksstapjes te zijn, met misschien zelfs een vrijbrief voor het college om vervolgens eigen conclusies te verbinden aan al die onderzoeken. Inmiddels is het raadsbesluit aangepast, toen nog een keer aangepast en toen nog een keer aangepast. Maar vandaag kregen we het definitieve raadsbesluit dan eindelijk. Blijkbaar kostte het heel wat tijd om het netjes op papier te zetten. Dat maakt ook de discussie in de commissie eigenlijk niet goed, want we konden met elkaar niet goed de inhoud in. Maar inmiddels hebben we het afvalbeleidsplan nog eens helemaal doorgelopen. Wat de inhoud van de maatregelen betreft kunnen we zeker niet op alles enthousiast reageren. Zo wil het college een onderzoek naar de mogelijkheden van een restafvaltarief doen.

Dat komt in onze woorden gewoon neer op betalen per afvalzak. Dat komt in onze woorden weer neer op een verkapte belastingverhoging. Geen enkele vergelijkbare gemeente doet dit. Waarom dan wel in Delft? Het amendement van het CDA op dit punt ondersteunen wij daarom van harte. Een ander slecht idee van dit college is om Delftenaren te laten betalen voor het laten ophalen van grofvuil. In onze ogen en in de ogen van deze hele raad is dat funest voor mensen die zelf geen mogelijkheden hebben om hun grofvuil weg te brengen. Ze zullen dat ook illegaal gaan dumpen. Ik zeg dit niet voor het eerst. Al in 2021 hebben we als volledige raad gezegd dat we dit niet willen. We waren er zelfs akkoord mee dat de afvalstoffenheffing daardoor destijds zou stijgen. Wij hebben geen argumenten gezien op basis waarvan de situatie nu anders is of zou zijn. Wat ons betreft houden we dus gewoon vast aan halen zonder te betalen. Positief aan het voorstel is dat het voor inwoners in hoogbouw mogelijk blijft om hun PMDafval samen met het restafval in één container te gooien. Nascheiding is in onze ogen veel effectiever en klantvriendelijker. Dat is ook op veel andere plekken aangetoond. Hier staat echter tegenover dat er straks in Delft verschillende systemen naast elkaar bestaan. Dat is totaal efficiënt. Daarom hebben we daar samen met het CDA een motie over ingediend.

De motie van GroenLinks en Volt, die nog niet is genoemd, is sympathiek; zo zeggen we dat hier als raad altijd graag. Maar liever zien wij dat het college samen met de VNG werk maakt van de verantwoordelijkheden waar ze écht horen, namelijk bij de verpakkingsindustrie. Door de fracties van de VVD, Onafhankelijk Delft en het CDA wordt amendement 7.5.B (Behoud Halen zonder te Betalen) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op donderdag 13 juni 2024 ter bespreking van het agendapunt Voorstel van het college aan de raad inzake afvalbeleidsplan Grip op Delfts Afval 2025-2030;

42

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

Besluit Het voorliggende raadsbesluit als volgt te wijzigen: was: 'In te stemmen met een onderzoek naar Betalen voor Halen, resulterend in een voorstel aan de raad'; wordt: 'vast te houden aan het uitgangspunt 'Halen zonder te Betalen'. Pas wanneer blijkt dat door deze gratis dienstverlening de afvalstoffenheffing in Delft verder moet stijgen, kan de raad aan het college opdracht geven onderzoek te doen naar 'Betalen voor Halen', resulterend in een voorstel aan de raad. Dit moet verwerkt worden in onderliggend Afvalbeleidsplan 20252030.' Toelichting Al in de raadsvergadering van 4 maart 2021 heeft een meerderheid van de raad ingestemd met het gratis houden van het ophalen van grof huishoudelijk afval, matrassen en snoeiafval in Delft. De raad heeft daar toen twee duidelijke argumenten voor gegeven: - de kosten van het ophalen van het grofvuil komen onevenredig bij een bepaalde groep Delftenaren terecht, namelijk bij de Delftenaren die geen auto tot hun beschikking hebben om het zelf weg te brengen; - er is een groot risico dat de kosten Delftenaren ervan zullen weerhouden om hun afval netjes door Avalex te laten ophalen, met als gevolg meer illegale stortingen en dumpingen. Nu wil het college opnieuw onderzoeken of het een tarief voor het ophalen van grofvuil kan invoeren. Het college geeft daar echter geen enkele inhoudelijk of financiële argumentatie voor.

Ons inziens kan het standpunt van de raad uit 2021 dan nu gewoon gehandhaafd worden. Pas als blijkt dat door deze gratis dienstverlening de afvalstoffenheffing voor Delftenaren verder moet stijgen, gaan we hierover graag opnieuw met het college in gesprek en kan de raad opdracht geven alsnog onderzoek te doen naar 'Betalen voor Halen', resulterend in een voorstel aan de raad." De heer HERREMA (GroenLinks): Voorzitter. GroenLinks oordeelt na alle aanpassingen positief over het afvalbeleid van Delft. We stemmen in met het voorstel van het college en daarmee dus ook met de maatregelen die daarin worden voorgesteld en ook met de stappen die moeten leiden tot een beter inzicht in het toepassen van het recycletarief en het betalen voor halen. Toch zijn we niet helemaal tevreden. In het beleid ontbreekt wat ons betreft de focus op afvalreductie, het produceren van minder afval. Daarom dient GroenLinks samen met Volt een motie in met de opdracht aan het college om in het afvalbeleid meer aandacht te hebben voor het verminderen van afval. GroenLinks wil dat het college zich samen met burgers en bedrijven inspant voor minder afval in Delft. We denken dat de meest efficiënte maatregelen bedacht worden door het bij dit soort beleidsvorming betrekken van de stad.

Met de motie vragen we het college dus om na te denken over een geschikte participatieaanpak en daarbij ook te kijken hoe dit in andere steden is georganiseerd. Uiteindelijk zijn we natuurlijk het meest benieuwd naar de maatregelen die moeten leiden tot minder afval in Delft. Misschien ga ik in de tweede termijn even in op de andere moties.

43

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Ik heb een vraag over die participatie, want daar is waarschijnlijk ook het een en ander aan geld mee gemoeid. Ik ben benieuwd of GroenLinks een idee heeft van hoeveel dat is. Tegelijkertijd zou ik willen vragen of we dat geld niet beter kunnen aanwenden voor handhaving oftewel wetstoepassing, waarbij handhavers zich niet richten op de boete of de waarschuwing, maar juist op ondersteuning en dienstverlening, zodat het in dit opzicht beter gaat. De heer HERREMA (GroenLinks): Met dat laatste ben ik het helemaal eens. Dat zou een van de uitkomsten kunnen zijn van de participatie met de stad en de bedrijven die daarbij betrokken worden. Het eerste wat u zegt, is dat het misschien geld zal kosten, maar we vragen het college om eerst maar eens met een aanpak te komen en daarbij ook te kijken wat de eventuele kosten zijn. Door de fracties van GroenLinks en Volt wordt motie 7.5.2 (Betrekken van burgers en bedrijven bij afvalreductie) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op donderdag 13 juni 2024. We stellen vast dat: • • • • •

in het Delftse afvalbeleid nog onvoldoende aandacht is voor het voorkomen van afval; het produceren van minder afval essentieel is voor een duurzame toekomst; samenwerking met burgers en bedrijven cruciaal is voor het succes van afvalreductiemaatregelen; het betrekken van de gemeenschap bij beleidsvorming leidt tot meer draagvlak en effectievere implementatie; in Zoetermeer, Arnhem en Amsterdam ervaringen zijn/worden opgedaan om grote groepen burgers actief te betrekken bij afvalbeleid;

We hebben nagedacht over en houden er rekening mee dat: • •

er behoefte is aan innovatieve en gezamenlijke inspanningen om afvalproductie in Delft te verminderen; stevige participatie de betrokkenheid van inwoners vergroot en constructieve oplossingen genereert;

We geven het college opdracht om: • • • •

in het afvalbeleid de focus veel meer te leggen op het voorkomen van afval; actief burgers en bedrijven te betrekken bij de ontwikkeling en uitvoering van maatregelen gericht op het verminderen van afvalproductie; de raad in het 3e kwartaal van 2025 te informeren over de voorgenomen participatie methode, waarbij serieus gekeken wordt naar betrokkenheidsinitiatieven in andere steden; de gemeenteraad na het participatietraject te informeren over het verloop en de resultaten van de participatie en de te nemen afvalreductiemaatregelen'

en we gaan verder met de onderwerpen van de vergadering."

44

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Voorzitter. Ik wil gewoon de amendementen en de moties langsgaan. De motie van GroenLinks ben ik zojuist langsgegaan; die zult u dus niet meer tegenkomen. Het amendement van het CDA en de ChristenUnie, Leren van anderen met resultaat: de ChristenUnie is vooral voor rust op het gebied van het beleidsterrein afval. Daarom moeten we niet van alles willen onderzoeken waarvan het vooruitzicht in de lucht hangt. We gaan het doen; dat noemde ik in de commissie al "het invoeringsscenario". En laten we vooral kijken wat goed of niet goed werkt in gemeenten die op Delft lijken. Wat dat betreft sluit de ChristenUnie zich helemaal aan bij het betoog van de heer Valk. Het amendement van de VVD, Onafhankelijk Delft en het CDA, Behoud Halen zonder te Betalen, vinden we ook passen bij rust brengen in het afvalbeleid. Pas als blijkt dat de opbrengst van de afvalstoffenheffing verder moet stijgen, kan betalen voor halen aan de orde komen. Overigens wil de ChristenUnie het ophalen nu niet "gratis" noemen, zoals in het dictum staat, want dat is het gewoon niet. Het is gewoon een onderdeel van de dienstverlening van de gemeente. Als je dat nu al "gratis" noemt, denk je: misschien kan ik daar separaat iets voor heffen. Zo zit de ChristenUnie er dus niet in: we moeten niet willen dat elk onderdeel van een heffing of leges apart wordt geheven.

Dan de motie van de ChristenUnie, het CDA en D66. Wij willen in de afvalvisie vooral aandacht geven aan waar de rekening van inzameling van afval uiteindelijk terechtkomt, maar niet heel specifiek met allerlei data. We zien in het voorstel van het college, dat op zich een mooi voorstel is, dat het vooral technische oplossingen op het oog heeft. Wij willen vooral de sociale dimensie inbrengen. Met deze motie wordt het college uitgedaagd om breder te kijken hoe we bij dit onderwerp het debat voeren over de principes van eerlijkheid, draagkracht en solidariteit in afvalbeleid. De heer VAN DER STEEG (PvdA): In de commissie was ik al gecharmeerd van het sociale aspect dat de heer Van der Woerd noemt. Het is natuurlijk een heel technisch onderwerp. Daarom vind ik het moeilijk om zelf te bedenken waaraan gedacht kan worden. Misschien kan de heer Van der Woerd aangeven aan welke concrete zaken hij denkt. Ik ben heel nieuwsgierig. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Tijdens de commissievergadering zat ik in deze zaal tegenover de heer Van der Woerd. Ik was helemaal gefascineerd door de passie die van zijn betoog spatte, vooral ten aanzien van diftar of het resttarief. Ik had eigenlijk het idee dat de ChristenUnie daar een ontzettend fel tegenstander van was, juist ook weer vanuit het oogpunt van solidariteit.

Maar toen ik de motie zag, vond ik het eigenlijk allemaal weer een beetje zacht, lief en aardig. Ik ben dus benieuwd waar die passie tegen dat resttarief is gebleven. De heer TREFFERS (Volt): Ik heb de ChristenUnie heel kort gehoord over de motie van GroenLinks en Volt over burgerparticipatie. We kennen de ChristenUnie als een partij die ook staat voor rentmeesterschap. Een onderdeel van rentmeesterschap is ook zelf zorgdragen voor de planeet. Denkt de ChristenUnie niet dat er dan heel veel waarde zit in met bewoners en bedrijven samen nadenken over wat we kunnen doen om samen tot minder afval te komen zonder dat meteen af te dwingen? De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): De passie met betrekking tot solidariteit, eerlijkheid, draagkracht en billijkheid heeft inderdaad te maken met het debat over diftar en het recycle- of resttarief. Volgens de ChristenUnie dreigt er, zoals de heer Valk al aangaf, een onevenwichtigheid te komen in wie de rekening betaalt. Met die vraag sloot ik ook af. 45

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

Daarom wil ik graag dat dit in de uitvoeringsplannen - want we komen hier nog meer over te spreken - aan de orde komt. Dan hebben we hier gewoon weer het mooie debat over, met passie. De vraag over burgerparticipatie en rentmeesterschap is een hele mooie vraag. Daar kunnen we nog lang over doorspreken met diverse partijen in deze raad. Daar kan burgerparticipatie zeker aan bijdragen. Het punt dat ik bij de motie wil maken, is niet zozeer dat ik in dezen niet voor participatie zou zijn, maar dat zij geld kost en dat je nu al kunt beginnen met wetstoepassing, waarbij dus niet de waarschuwing of de boete maar juist de dienstverlening wordt benadrukt en uitgelegd. Dat kan je nu gewoon doen. Daar heb je op dit moment geen participatie voor nodig. De heer TREFFERS (Volt): We hebben bewust niet een hoog budget in de motie gezet. Sterker nog: we vragen het college om uit te werken hoe dit op de beste manier kan. En niet alleen dat: we vragen het college ook om bij de raad terug te komen voordat het dit daadwerkelijk gaat doen en voordat je daadwerkelijk misschien, zoals de ChristenUnie denkt, veel te veel geld gaat uitgeven. Kom eerst bij ons terug en laten we dan met z'n allen nadenken of dit inderdaad de beste methode is. Kan de ChristenUnie met dat inzicht toch voor onze motie stemmen? De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): De vraag was eigenlijk een gesloten vraag.

Het antwoord is nee. Ik werd er door mijn buurvrouw op gewezen dat ik op mijn tijd moet letten. Ik ga dus geen antwoorden meer geven op de interrupties, vanwege de passie voor dit onderwerp. De VOORZITTER: Prima. Wel passie, maar straks geen tijd; dat zou natuurlijk jammer zijn, een slechte combinatie. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Mag ik toch nog interrumperen? De VOORZITTER: U krijgt geen antwoord meer van de heer Van der Woerd. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Ik wil alleen maar ja of nee horen. De VOORZITTER: Dat zou misschien nog net kunnen. Het is aan de heer Van der Woerd om dat te bepalen. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Stel nou dat de motie van de ChristenUnie niet wordt aangenomen; gaat de ChristenUnie dan tegen het voorstel stemmen? De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Nee. Door de fracties van de ChristenUnie, het CDA en D66 wordt motie 7.5.3 (Eerlijk, draagkrachtig en solidair afvalbeleid) ingediend: "Deze motie wordt besproken door de gemeenteraad van Delft op de vergadering van donderdag 13 juni bij de bespreking van agendapunt Afvalbeleidsplan Grip op Delfts Afval 2025-2030. We stellen vast dat:

46

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

• • •

het college voor afvalverzameling let op het gemak voor bewoners, de kosten en de duurzaamheidsdoelen; bewoners een onmisbare schakel zijn in de keten van afvalinzameling en afvalverwerking; het beperken van restafval goed is voor het milieu en de kosten;

We hebben nagedacht over en houden rekening met: • • •

het uitgangspunt van het eerlijkheidsprincipe dat de vervuiler betaalt; het uitgangspunt van het draagkrachtprincipe dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen; het uitgangspunt van het solidariteitsprincipe dat de afvalinzameling een gemeenschappelijke infrastructuur is.

Wij zijn van mening dat: • • • •

bovenstaande principes meegewogen moeten worden in de visie op afvalinzameling; de omvang van een woning niet mag bepalen wat de hoogte van het te betalen resttarief wordt; de omvang van meerpersoonshuishoudens niet mag bepalen wat de hoogte van het te betalen resttarief wordt; de levensfase niet mag bepalen wat de hoogte van het te betalen resttarief wordt.

We geven het college opdracht om de principes van eerlijkheid, draagkracht en solidariteit bij de uitwerking van het afvalbeleid expliciet te laten terugkomen, opdat de uitvoering goed doordacht wordt en de rekening billijk wordt verdeeld over inwoners, ongeacht woonlocatie, woonsituatie en omvang van een meerpersoonshuishouden en levensfase, en gaan over tot de orde van de dag." De heer ANALIKWU (D66): Voorzitter. In de aanloop naar deze vergadering moest ik vaak denken aan Alexander de Grote en zijn Gordiaanse knoop, een symbool voor schijnbaar onoplosbare problemen. Dit oude verhaal herinnert ons eraan dat soms gedurfde acties nodig zijn om ingewikkelde vraagstukken te ontwarren. Maar voordat we het zwaard pakken, moeten we alle opties hebben overwogen. Wat D66 betreft is het beleidsvoorstel in zijn huidige vorm onvoldoende. Het is geen beleidsstuk maar eerder een onderzoeksvoorstel. We geven een ruim kader mee, terwijl er nog weinig bekend is. D66 had daarom het liefst gezien dat er nu een integrale afweging tussen alle maatregelen kon worden gemaakt. Basale vragen zoals hoe nascheiding en het recycletarief, resttarief of diftar samengaan, hadden al beantwoord moeten zijn. Aan uitstel van de goede punten in het voorstel hebben we echter ook niks.

Gedwongen om te kiezen tussen diftar en nascheiding kiezen we nu voor nascheiding, maar de wethouder stelt dat die twee elkaar niet hoeven uit te sluiten. Toch vormt dit idee een nieuwe complexe Gordiaanse knoop, complexe overlappende systemen - de heer Valk had het er al over - die mogelijk meer vragen oproepen dan antwoorden bieden. Creëren we hiermee niet meer ongelijkheid? Wordt ons beleid niet een lappendeken van verschillende tarieven per flat of per straat? Hoe zorgen we ervoor dat eerlijkheid en solidariteit in het systeem blijven zitten? Deze vragen worden nog niet beantwoord, maar ons wordt wel gevraagd om hierop nu al een voorschot te nemen, terwijl de combinatie van nascheiding en diftar niet in de rapporten van Avalex terug te vinden is. We slaan een pad in waarvan we niet weten waar dat heen gaat, maar we weten wel hoe

47

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

het begint, namelijk met meer gerecycled plastic, lagere kosten en meer gemak voor de bewoners. Zoals de collega's weten heeft D66 een amendement overwogen om de voorliggende keuze uit te stellen. Daarmee kiezen we voor een goed, goedkoop en duurzaam afvalbeleid, althans op korte termijn. In de motie die we hebben ingediend met de ChristenUnie en het CDA, leggen we alvast enkele fundamenten om de vragen over eerlijkheid van het recycletarief te beantwoorden. Met deze garanties kunnen we het volgende voorstel over diftar afwachten, maar ik wil de wethouder wel zeggen: denk, terwijl u dit beleid vormgeeft, aan die Gordiaanse knoop. We hebben behoefte aan heldere, simpele oplossingen, niet aan meer complexiteit. De heer KOELEWIJN (Hart voor Delft): Voorzitter. Ik wil de heer Analikwu in ieder geval danken voor de geschiedenis en de wetenschappelijke les. Dat waren we in het verleden altijd gewend van de heer Maruf, maar ik mag nu constateren dat de heer Analikwu dat heeft overgenomen. Heel goed! Ik sluit mij graag aan bij het verhaal van het CDA en de VVD, maar ik wil namens Hart voor Delft praktisch inzoomen op het recycletarief, een andere term voor "diftar", dat staat voor "gedifferentieerd tarief", waarbij je betaalt per kilo restafval. Dat is wat Hart voor Delft betreft geen goed plan.

Het werkt illegaal dumpen van restafval in de hand, wat in stedelijk gebied al meer voorkomt en is voorgekomen. Dat is de reden waarom diftar in datzelfde stedelijke gebied, waar Delft zeker toe behoort, geen voorkeur geniet en in veel steden zelfs is teruggedraaid. Dat is bijvoorbeeld in Bunschoten en Arnhem het geval. Kortom, het werkt voornamelijk in plattelandsgebieden, zoals de kaart in het afvalbeleidsplan ook aangeeft. Er moeten allerlei dure technische aanpassingen worden gedaan. Dat is zonde als er een verhoogd risico is dat het ook in Delft niet gaat werken als je het invoert. Ik heb op dit punt twee vragen aan de wethouder. Wat zou de totale investering zijn voor invoering van diftar in Delft? En wat doet de mogelijke invoering van diftar met de hoogte van de afvalstoffenheffing? De heer VAN DER SLUIS (SP): Voorzitter. Ik vond die Gordiaanse knoop van de heer Analikwu wel mooi, maar we zijn in die knoop terechtgekomen - of daar dreigen we in terecht te komen - omdat we onszelf heel hoge eisen hebben opgelegd aan de hand van: het afval moet omlaag en we moeten meer gescheiden doen. Dat maakt het gewoon heel complex. Om dat voor elkaar te krijgen, wat eigenlijk niet mogelijk is, zoekt de wethouder in het stuk bijna wanhopig naar allemaal maatregelen om het toch voor elkaar te kunnen krijgen. Het is gewoon een heel moeilijke opgave.

Ik kan me voorstellen dat de wethouder dit doet en dat we zoeken naar die mogelijkheden. Ik vind het ook prima, maar we moeten er echt voor waken dat we niet een stad krijgen waarin een deel van de stad er mooi uitziet en netjes aangeharkt is omdat de mensen die daar wonen in staat zijn en tijd hebben om netjes voor hun wijk te zorgen en waarin andere gebieden in de stad eruitzien als één grote vuilnisbelt. Heel veel maatregelen leiden daar wel toe. Die tweedeling wil ik niet in de stad hebben. Met dit in het achterhoofd ga ik alle voorstellen beoordelen. Eigenlijk betekent dit dat ik voor alle ingediende voorstellen ben, want heel veel andere partijen hebben op min of meer andere manieren precies dezelfde insteek. Iedereen brengt het wat anders, maar volgens mij komt het op hetzelfde neer. Ik zeg dat ik bang ben dat die tweedeling gaat ontstaan, maar eigenlijk is die er al, want er zijn gebieden in Delft waar afval echt overal op straat ligt en gedumpt wordt. Dat waait dan weer weg en geeft allerlei overlast. Het speelt nu dus al. Laten we alsjeblieft niet allerlei maatregelen nemen waardoor dit erger wordt. Dat vind ik eigenlijk belangrijker dan terugdringen van de afvalstroom en beter scheiden. Ik vind 48

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

dat we er eerst naartoe moeten dat we het afval inzamelen en dat het niet op straat blijft hangen. De heer CÜPPERS (STIP): Dit is weer een totaal ander verhaal van de SP over dit onderwerp dan in de commissie. In de vorige raadsvergadering betrapte ik de SP daar bij de Routekaart klimaatneutraal ook op. Het lijkt me niet dat het allemaal eenmansfracties zijn die hun eigen verhaal houden. Dus waar is de switch ten opzichte van de commissievergadering vandaan gekomen? De heer VAN DER SLUIS (SP): Het verschil is best dubbel. Het voorstel van GroenLinks en Volt over het betrekken van burgers en bedrijven bij afvalreductie steunen we ook. Dat is ook besproken in de commissievergadering; ik denk dat u daar nu op doelt. We zijn wel degelijk voor het reduceren van afval en ook voor het splitsen van afval, maar het is heel belangrijk hoe je dat doet. Doe dat inderdaad door overleg, opleiding, begeleiding enzovoort, maar doe het niet dwingend met tarieven, waardoor mensen het gaan dumpen. Neem dus iedereen in de hele stad mee. Je zal inderdaad meer tijd moeten besteden aan sommige delen van de stad, waar gewoon meer werk te doen is om mensen ertoe te krijgen om hun afval daadwerkelijk weg te gooien en te scheiden. In andere delen van de stad is dat wat minder nodig.

Dat is de weg die we in moeten gaan, want ik denk dat we uiteindelijk hetzelfde doel hebben, maar het gaat te ver om hele harde deadlines te gaan stellen in de zin van "we moeten zoveel beperken en zoveel dit en zoveel dat" en om er dan achter te komen dat er heel veel gedumpt wordt. De heer CÜPPERS (STIP): Dit is niet helemaal waar ik op doelde ten aanzien van de commissievergadering. Het is inderdaad belangrijk om hierover het goede gesprek te voeren, want het is best een complex onderwerp om goede stappen op te kunnen zetten. Maar er komen in deze raadsvergadering allemaal kanttekeningen naar voren die de SP niet in de commissievergadering heeft ingebracht. Hoe denkt de SP dat we hier ook als raad goede gesprekken over kunnen voeren als zij pas op het laatste moment met haar kanttekeningen komt? De heer VAN DER SLUIS (SP): In de commissievergadering vonden we het belangrijker om te benadrukken dat we burgers en bedrijven moeten betrekken en vooral naar de opleidende kant moeten kijken om tot een betere afvalscheiding te komen. Nu is de afweging iets anders, maar het is niet zo dat we op een hele andere lijn zitten of dat ik nu opeens met een voorstel kom. Zo groot is dat verschil niet. De heer CÜPPERS (STIP): Voorzitter. STIP dient over het afvalbeleidsplan geen moties in. We hebben in de commissie al gezegd dat wij positief staan tegenover het voorliggende voorstel.

We werken toe naar een VANG-doelstelling die ingewikkeld te realiseren is, zoals in de praktijk blijkt, maar we zien daar wel stappen in. De heer VALK (CDA): Het klopt dat u dat in de commissie al gezegd heeft, maar sindsdien is het voorstel vier keer veranderd. Bent u echt positief over elke versie die van het voorstel is ingediend? De heer CÜPPERS (STIP): We zijn er positief over dat er heel veel is verduidelijkt ten opzichte van wat in de commissievergadering voor ons lag, want we merkten inderdaad dat daar verwarring heerste; dat zal ik het CDA toegeven. Maar het realiseren van deze doelstellingen gaat niet zonder horten of stoten. We moeten rekening houden met zorgen en kanttekeningen. Dat heeft onder andere STIP een jaar 49

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

geleden, toen we over dit beleid spraken, al ingebracht. Ook in de commissievergadering kwam dit helder naar voren in het debat, maar STIP denkt wel dat we daar met de voorgenomen maatregelen en onderzoeken op een zorgvuldige manier naar kijken. In dat kader kijken we ook naar de moties die zijn ingediend door andere partijen. Waar we denken dat die een goede aanvulling kunnen zijn op de zorgvuldigheid of een goede stap richting onze doelstellingen, zullen we die steunen. We denken bijvoorbeeld dat de motie van GroenLinks en Volt, hoewel we die misschien iets te veel vinden voorsorteren op bepaalde participatievormen, een goede aanvulling kan zijn op wat in het beleid staat. Daarnaast draagt de motie bij aan onze circulaire doelstellingen. Over de motie van onder andere de ChristenUnie hebben wij nog wat vragen. De strekking vinden we mooi, maar we zien nog niet helemaal in wat de motie in de praktijk gaat toevoegen aan wat we gaan doen. Het lijkt ons iets wat, als we terugkijken naar de debatten, bij uitstek al op het vizier zou moeten staan. Kan de wethouder toelichten of de motie in de praktijk van toegevoegde waarde zal zijn? Los van de moties is er nog een laatste punt waar wij een beetje over struikelden. In de commissie benoemden wij al kort het afvalbeleid op en rondom de campus.

Hoewel we in de stukken lezen dat het omgekeerd inzamelen volledig is ingevoerd, blijkt dat we in dat gebied nog moeten beginnen met pilots voor het inzamelen van gft. Het is helemaal goed dat dat gebeurt, maar we merken dat we niet veel worden meegenomen in dit proces. Een pilot is een eerste stap, maar betekent niet dat alle stappen daarmee gezet zijn of dat we daarmee onze doelen daar gaan halen. Daarom de vraag aan de wethouder of hij kan toezeggen om ons op de hoogte te houden van de resultaten van deze pilot en, als deze niet slaagt, om met alternatieve mogelijkheden voor deze plek naar de raad te komen. De heer TREFFERS (Volt): Voorzitter. Voor de mensen thuis: excuses dat het volgende deel misschien wat onnavolgbaar zal zijn, maar ik ga het toch even over het proces hebben. In de commissie hebben we een uitgebreid en inhoudelijk debat gehad over een raadsvoorstel dat we nu niet meer voor ons hebben. Een deel van de vergadering ging over de inhoud van het toenmalige raadsvoorstel. Dat heeft ertoe geleid dat het college een wijziging van het raadsvoorstel naar het presidium heeft gestuurd voor goedkeuring. Dat is het voorstel dat we nu bespreken. Laat ik eerlijk zijn: dat frustreert me.

Ik snap eerlijk gezegd niet waarom dit nodig was, omdat er al een amendement klaarlag van een zeer kundig raadslid van D66, dat ongeveer neerkwam op het huidige raadsvoorstel, met de treffende titel Afvalbeleid opgeschoond. Kan de wethouder uitleggen waarom hij het eerste raadsvoorstel toch niet goed genoeg vond, waardoor het college nu een gewijzigd raadsvoorstel in stemming brengt, en waarom hij niet gewoon het debat in de raad heeft afgewacht? Dan over de inhoud. Er liggen een aantal moties en amendementen, allereerst de motie van GroenLinks en Volt over het betrekken van bewoners en bedrijven bij het afvalbeleid. In de steden Zoetermeer, Amsterdam en Arnhem worden in 2024 burgerberaden gehouden over afval, juist omdat afval een thema is waar mensen iets van vinden en omdat er veel goede ideeën zijn in de stad die vaak lokaal toepasbaar zijn en die niet zomaar over te nemen zijn van andere steden. Daarom klonk het voorstel van GroenLinks in de commissie om in Delft ook eens een burgerberaad over afval te doen, ons als muziek in de oren. De heer VALK (CDA): Ik ben benieuwd: wat zijn nou voorbeelden van dingen die in Zoetermeer, Arnhem of Amsterdam uit de participatie van burgers gekomen zijn als concrete ideeën die daar toegepast worden maar die niet toepasbaar zijn in Delft?

50

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

De heer TREFFERS (Volt): Ik moet heel eerlijk zeggen dat ik niet alle resultaten van alle participaties heb gekregen. Sterker nog, ze zijn nog niet af. Dat kan dus ook niet, maar ik hoor net bijvoorbeeld dat in Arnhem diftar weer is afgeschaft. Ik had dat niet gehoord, maar ik kan me heel goed voorstellen dat dat zo'n resultaat is van zo'n burgerberaad. Daar kan het CDA toch niet tegen zijn? De heer VALK (CDA): We kunnen ook gewoon de overleggen in die steden afwachten, kijken wat daaruit komt en kijken of dat meteen toepasbaar is in plaats van het gesprek hier in Delft over te gaan doen. De heer TREFFERS (Volt): Ik geloof echt dat de input die bewoners hebben over hun lokale situatie, wel degelijk waardevoller is dan kijken naar de input van mensen in Arnhem over de situatie in Arnhem. Ik ben het er ontzettend mee eens dat we naar andere steden kunnen kijken om daar inspiratie uit te halen, maar ik geloof in dit geval dat participatie hier juist een hele mooie optie is. We zijn uiteindelijk dus uitgekomen op de ingediende motie. Daarin doen we een suggestie voor een methode, maar verder laten we dit aan het college. We vragen ook of het college, voordat het participatietraject begint, de raad wil informeren, zodat wij als raad eventueel nog bij kunnen sturen. Dat zou er dan toe kunnen leiden dat wij als Volt zeggen: dit vinden wij wel heel karig.

Dan zou het CDA of een andere partij tegelijk kunnen zeggen: wij vinden dit allemaal wel heel duur. Dan kunnen we uiteindelijk iets doen wat gedragen is door de raad. De heer ANALIKWU (D66): De burgerberaden die in die andere steden plaatsvinden, gaan echt over integrale afwegingen, niet alleen over preventie, waar de motie van GroenLinks en Volt juist wél over gaat. Ik vind het eigenlijk dus nogal smal. Bent u niet met een oplossing op zoek naar het probleem? De heer TREFFERS (Volt): Absoluut. Als ik had verwacht dat een burgerberaad over het hele thema het had gehaald, had ik dat gedaan, maar ik heb al een paar keer een poging gedaan en deze raad is niet heel happig. Ik dacht dus: dan ga ik een motie schrijven waar partijen zoals D66, dat in zijn verkiezingsprogramma heeft gezet dat Delft luistert en Delftenaren uitnodigt om mee te denken, ook achter kunnen staan. Ik ben bang dat dat bij een volledig burgerberaad niet was gebeurd. De heer ANALIKWU (D66): We hebben uit eerdere voorstellen begrepen dat het gaat om tonnen, terwijl u het hier alleen wil hebben over de preventie van afvalverwerking. We hoorden bij de VVD ook al de vraag of dit niet beter kan met de verpakkingsindustrie. Waarom houdt u op dit punt zo erg vast aan dat burgerberaad? Zijn andere vormen van participatie niet logischer? De heer TREFFERS (Volt): Nee, wij houden dus niet vast aan het burgerberaad.

Daarom staat die als optie in de motie, maar er zijn ook andere opties. We geven het college dat ook mee. Een burgerberaad kan over tonnen gaan. In Zoetermeer hebben ze het gedaan en heeft het iets minder dan 2 ton gekost. Dat ging over het hele proces. Ik kan me ook voorstellen dat we een eerste variant kunnen doen, maar precies dit gesprek zou ik heel graag willen houden vóórdat die participatie ingaat. Ik ga naar de amendementen. Wij twijfelen eigenlijk over beide. We hebben namelijk twijfels over de effectiviteit van Betalen voor Halen én van het resttarief. We hebben vooral twijfels over de effecten van deze regelingen op huishoudens met weinig ruimte of een kleine 51

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

portemonnee. Tegelijk willen we graag overwogen keuzes maken. Een onderzoek kan natuurlijk daaraan bijdragen. Kan de wethouder nog één keer uitleggen waarom hij denkt dat deze maatregelen het onderzoeken waard zijn? De motie van het CDA en de ChristenUnie zullen wij niet steunen, want voor ons is de goedkoopste optie niet altijd de beste, zeker als die niet leidt tot het halen van de doelstellingen. De motie van de ChristenUnie, het CDA en D66 zullen wij steunen, omdat die ingaat op de zorgen die ook wij hebben bij het voorstel van het college. De heer VALK (CDA): De heer Treffers zei "de motie van het CDA en de ChristenUnie". Ik denk dat hij het amendement bedoelt, maar dat lijkt mij nou typisch een Volt-amendement: leren van andere gemeenten. Gaat u dat niet steunen? De heer TREFFERS (Volt): Wij twijfelen dus. Dit is inderdaad een onderdeel daarvan. Aan de andere kant is het natuurlijk ook niet de Volt-methode om alleen maar naar andere steden te kijken en te wachten totdat iemand het wiel al heeft uitgevonden; zo kent u ons ook niet. Wij willen daar ook graag aan bijdragen. Ik ga snel door. Ten slotte heb ik in de commissievergadering aandacht gevraagd voor de kansen die nieuw te bouwen hoogbouw biedt op het gebied van innovatie en afvalverwerking. Ik heb sindsdien contact gehad met de wethouder en ik heb hem een aantal stukken toegestuurd.

Ondanks de misschien wat kritische toon van dit betoog was deze samenwerking zeer prettig. Als conclusie van deze samenwerking zou ik graag willen vragen of de wethouder kan toezeggen dat hij nogmaals samen met de ambtenarij de kansen voor nieuw te bouwen hoogbouw wil bekijken en dat hij de raad hiervan op de hoogte wil houden. De heer VAN DER STEEG (PvdA): Voorzitter. Afvalbeleid is een actueel topic, niet alleen hier maar kennelijk ook in mijn geboortegemeente Texel, waar ze hier ook echt keihard mee bezig zijn. Ook daar komen de voor- en tegenargumenten die hier veelvuldig ter tafel kwamen terug. Waarom wij dit doen lijkt ons helder: het reduceren van het restafval is belangrijk, omdat het niet mogelijk is om oneindig spullen te maken en om die vervolgens simpelweg te verbranden. Die situatie is gewoon niet houdbaar. Dat betekent dat het stimuleren van alternatieven heel belangrijk is, in de eerste plaats natuurlijk door producenten hierop aan te spreken. Het twee weken geleden aangehaalde voorbeeld van het plastic over de broccoli is echt een heel goed voorbeeld van hoe het niet zou moeten. Wat ons betreft zou anders omgaan met het aanbieden van restafval best kunnen helpen. Ik houd het iets eenvoudiger dan de metafoor van D66: er is helaas geen ei van Columbus. Anders hadden we dat natuurlijk al gedaan. Dat blijkt ook uit de discussie over Het Nieuwe Inzamelen.

Het lijkt ons een goed idee om meer per plek te kijken naar hoe je afval inzamelt - dat zit nu ook echt in dit voorstel - en ook om bijvoorbeeld de ja/ja-sticker in te voeren en luiers apart in te zamelen. Wat die luiers betreft: het lijkt mij goed om mijn restafval niet mee te nemen, zoals de heer Cüppers de afgelopen keer deed. Wat ons betreft zijn dit goede ideeën die gelijk geïmplementeerd moeten worden. Daar staat ook een termijn bij; dat is dus heel fijn. Zoals wij het voorstel lezen, wordt er onderzoek gedaan naar twee ingewikkelde onderwerpen: het recycletarief en Betalen voor Halen. Daarmee leggen we ons nog niet vast op een definitieve beslissing over wat we gaan doen. We zijn het dus niet helemaal eens met wat de ChristenUnie daaruit concludeert. Wel vinden wij dat er bij een uiteindelijke oplossing oog moet zijn voor de sociale aspecten van inzameling van afval. Het is zoeken naar evenwicht tussen aan de ene kant efficiëntie en aan de andere kant een wijkgerechte 52

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

aanpak, waarbij voor ons ook de betaalbaarheid echt van heel groot belang is. We zijn ook gecharmeerd van het betoog van de heer Van der Woerd hierover in de commissie en vanavond. We zijn benieuwd naar de reactie van het college op die motie en ook op de andere stukken die zijn ingediend. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. Onafhankelijk Delft is, zoals de raad weet, voor nascheiding. Onafhankelijk Delft snapt niet wat de meerwaarde is van het in één stad voeren van een versnipperd beleid. Hoe kan het dat in de ene wijk iedereen met extra plastic zakken in de weer moet om het afval voor te scheiden en dat in de andere wijk afval nog steeds in alle vormen kan worden aangeboden voor nascheiding? Ook wordt er onderscheid gemaakt tussen hoog- en laagbouw. Bij hoogbouw wordt wél aan nascheiding gedaan. Nu Delft steeds hoger gaat bouwen, snapt Onafhankelijk Delft helemaal niets meer van het versnipperde beleid. Ook is daardoor totaal niet inzichtelijk of dit versnipperde beleid uiteindelijk goedkoper, beter voor het milieu of efficiënter is. Moeten we niet gewoon weer één vorm van afvalverwerking aanhouden, namelijk nascheiding? Daar krijg ik graag een reactie van de wethouder op. Het zal de raad dus niet verbazen dat Onafhankelijk Delft de motie van het CDA (Breng kosten twee systemen in beeld) steunt.

Daarnaast heeft Onafhankelijk Delft het amendement mede-ingediend dat ziet op de eerdergenoemde argumentatie om de inwoner niet extra te belasten voor het laten ophalen van grofvuil, waarvoor dank aan de VVD. Onafhankelijk Delft ziet dat dumping van grofvuil nu aan de orde van de dag is, laat staan als we de inwoner hiervoor ook nog eens extra gaan belasten. Is dit een bezuiniging die het schamele financiële huishoudpotje van de inwoner nog meer uitknijpt? We houden hieraan in elk geval een vieze nasmaak over. Verder vraagt Onafhankelijk Delft de wethouder wat de uitvoering van de motie Betrekken van burgers en bedrijven bij afvalreductie Delft gaat kosten, nu de gemeente actief burgers en bedrijven zou moeten betrekken bij de ontwikkeling en uitvoering van maatregelen die gericht zijn op vermindering van de afvalproductie. Het amendement Leren van anderen met resttarief en de motie Eerlijk, daadkrachtig en solidair afvalbeleid zal Onafhankelijk Delft steunen. Wethouder VAN VLIET: Voorzitter. Zoals gezegd verdient het indienen van een gewijzigd raadsvoorstel geen schoonheidsprijs. De vraag is waarom wij dat hebben gedaan. Dat was eigenlijk volledig bedoeld als service aan u, omdat wij merkten dat er in het debat onduidelijkheid was. Sommige dingen waarvan werd gezegd dat die ter besluitvorming waren, waren voor het college en andere voor de raad. Het was gewoon niet duidelijk.

Als service hebben wij gedacht dat het goed was om dat uit te schrijven. Zo is het bedoeld. Het in de commissie gevoerde debat moeten we natuurlijk in nauwe samenhang zien met het debat dat eerder is gevoerd in de commissie over het rapport van Royal Haskoning. Die rapportage van Royal Haskoning, met heel veel feiten, cijfers en vergelijkingen, geeft gekoppeld aan dit stuk uiteindelijk de input voor wat we gaan doen. Ja, het liefst hadden we alles al helemaal uitgezocht, maar tegelijkertijd was het niet goed om te wachten, want er zijn dingen die we nu kunnen doen en die financieel of voor het milieu rendement opleveren waar we niet mee willen wachten. Dat brengt mij gelijk op de motie van de ChristenUnie. Tot nu toe ging het heel erg over het milieurendement en over financiën. De ChristenUnie voegt daar een aantal zaken aan toe: eerlijkheid, draagkracht en solidariteit. De ChristenUnie wil daarover kunnen debatteren met de raad en daarop kunnen toetsen. Ik vind dat heel erg mooi, want daarmee geeft u een handvat. Wij zijn het zodanig aan het uitwerken dat u dat 53

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

debat kunt voeren. Laat ik het zo zeggen: wij doen dat graag en wij laten het graag aan de raad of u dat zo wilt bekrachtigen. Tegelijkertijd hoorde ik allemaal andere zaken tijdens het debat. Daar zitten soms dingen bij die niet elders zijn aangetoond of juist wel, maar ze laten wel zien waar uw zorg ligt. U maakt zich zorgen over afval op straat en over allerhande zaken die mogelijk een bijeffect kunnen zijn. Dat betekent dat we, als we met voorstellen naar de raad komen, dat soort dingen ook zullen beschrijven, want dat zijn waarden die u hoog in het vaandel hebt. Ik ga naar de VVD. Ik ken de VVD als een partij die financiële degelijkheid hoog in het vaandel heeft staan. Daarom willen wij heel graag komen met een voorstel voor Betalen voor Halen. De heer VAN DER SLUIS (SP): Ik vraag me af welke partij dat nou kan zijn. Ik heb geen idee. Wethouder VAN VLIET: Goed zo. De reden om straks met een voorstel te komen voor Betalen voor Halen is dat wij leren van andere gemeenten. Dat is wat het CDA en wij allemaal zo belangrijk vinden. Ik kan u zeggen dat in de afvalsector heel veel onderling wordt geleerd. Ook als wethouders zien we elkaar heel vaak, maar ook de specialisten zien elkaar heel veel. Er wordt veel uitgewisseld. Hier kunnen wij ook leren van onze buurgemeenten in Avalex.

Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Wat leren van andere gemeenten betreft: toevallig hoorde ik vandaag op mijn werk dat de gemeente Amsterdam er juist weer voor heeft gekozen om het halen gratis te maken. "Gratis" is geen goede term; daar heeft meneer Van der Woerd helemaal gelijk in, maar het is in ieder geval zonder kosten, omdat de gevolgen daar echt funest zijn voor het aantal dumpingen in de stad. In termen van leren van andere gemeenten kunnen we dus misschien van de gemeente Amsterdam leren dat dit inderdaad niet effectief is. Wethouder VAN VLIET: Dit zullen wij betrekken bij de voorbereiding van het voorstel, want u wilt een voorstel dat ook gestoeld is op ervaringen van elders. Wij zien bijvoorbeeld binnen Avalex dat het in Rijswijk heel goed werkt en dat het ook een stevige besparing oplevert van 3 ton. Dat vertaalt zich natuurlijk door in de heffing die ook de VVD heel graag laag wil houden, maar we hebben natuurlijk ook het debat van een paar jaar geleden gehoord. De heer VAN DER SLUIS (SP): Nou noemt u ook wel een voorbeeld: Rijswijk is een gemeente met hoogopgeleide, gemiddeld rijke autobezitters. Dat is een heel ander publiek dan we in Delft hebben. Wethouder VAN VLIET: Nadat u een wandeling heeft gemaakt door de Buytenhout, zou ik zeggen: ga een wandeling maken door Rijswijk.

Dan ziet u dat dat een vergelijkbare stedelijkheid heeft als Delft, met hoogbouw, portiekflats en noem maar op. Ik zou zeggen: ga er eens kijken. In het debat dat wij twee jaar of een aantal jaren geleden hebben gevoerd in deze raad, heeft u meer zorgen uitgesproken, ook over goede afstemming van de corporaties, die daar toen ook hebben ingesproken. Wij doen dat voorstel alleen als we er echt van overtuigd zijn dat het werkt en dat we de toen uitgesproken zorgen kunnen wegnemen. Zo moet u dit voorstel dus zien.

54

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Ik heb er in het stuk toch niks over gelezen dat deze risico's nu ineens helemaal weg zijn, zoals we die toen ook met elkaar hebben benoemd? Of heb ik daaroverheen gelezen? Wethouder VAN VLIET: Wat wij zien - nu bijvoorbeeld binnen Rijswijk, omdat wij dat goed kennen vanuit Avalex en daarmee ook heel intensief feiten en cijfers delen - is dat veel bezwaren waar wij bang voor waren, zoals bijplaatsing en dat soort dingen, helemaal niet extra plaatsvinden. Daar willen wij u graag over informeren in een overzicht, zodat u dat ook kunt vergelijken voordat u tot een dergelijk besluit komt. Dan gaan we naar GroenLinks en Volt. Het is prachtig om juist in te zetten op reductie van afval. Daar moeten we echt mee aan de slag. In het eerste dictum zegt u dat we dat meer moeten doen in het afvalbeleid. We gaan het stuk niet aanpassen; u heeft ook geen amendement ingediend, maar ik voel of ervaar dit als een aansporing om meer te doen aan reductie. Wij zijn natuurlijk volop bezig met een circulair ambachtsnetwerk; collega Zwart heeft daar met u al een mooi debat over gevoerd. Daar willen wij eerst mee aan de slag en dat willen wij uitrollen. Vervolgens willen we kijken of participatie iets kan toevoegen. Maar voordat we dat doen, komen we toch met een voorstel aan de raad, want bij het voorstel zit nog geen budget.

Wij kunnen dus bekijken of dat mogelijk is als de raad ons daarom vraagt in deze motie, maar de motie is goed uitvoerbaar. STIP vraagt ons heel specifiek over de campus en hoe het daar gaat. Ik heb onderling voorafgaand al volop contact gehad over waarom het ophalen van gft in de campus best een vraagstuk is, waar we nu met een pilot bezig zijn voor hoe het wel kan. Uiteraard houden wij de raad heel graag van alles op de hoogte. Ik maak mij wel enigszins zorgen over het detailniveau waarin u geïnformeerd wilt worden over pilots en of zij slagen. Dit gaat over een middel om geurtjes weg te nemen van gft-containers. Ik vraag mij wel af wat u allemaal van ons wilt weten. Het is geen geheim; ik stuur het u graag toe, maar ik geef u dit wel in overweging. Ik heb nog niet alle moties en amendementen genoemd. Het amendement Leren van anderen met resttarief vinden wij heel erg goed. Wij zien de manier waarop u dit beschrijft, als een uitschrijven van wat wij ook van plan waren op deze manier. Wij zien dit dus als een ondersteuning daarvan. Daarmee is het oordeel aan de raad. De heer ANALIKWU (D66): Ik vraag me af of de wethouder hetzelfde amendement voor zich heeft, want waar een onderzoek uitgevoerd zou gaan worden, is nu de eerste zin van het amendement: "zelf geen onderzoek naar het resttarief uit te voeren".

Dat is volgens mij het tegenovergestelde van wat het college van plan was. De heer HERREMA (GroenLinks): Mijn vraag ligt in het verlengde daarvan: moeten we niet ook kijken naar zaken die specifiek voor Delft gelden? Daar spreekt dit amendement niet over. Wethouder VAN VLIET: Hoe interpreteer ik het amendement? Daarbij is het maar de vraag wat je "een onderzoek" noemt. Ik interpreteer het amendement zo dat we heel goed en diepgaand gaan kijken naar alles wat er op andere plekken gebeurd is. Dat gaan we in relatie brengen met de hele specifieke omstandigheden van Delft, met z'n diversiteit in wijken, met z'n hoogbouw, met z'n laagbouw en noem maar op. Dat is wat wij hebben bedoeld met "onderzoek", dus het relateren van de Delftse situatie aan de situatie op andere plekken.

55

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

De heer VALK (CDA): Dank aan de wethouder voor deze interpretatie. Om het heel scherp te krijgen: dit betekent dus dat we niet zelf in Delft gaan experimenteren met een combinatie van diftar, nascheiding en bronscheiding zonder dat we in andere gemeenten hebben gekeken wat werkt. Klopt dat? Wethouder VAN VLIET: Dat klopt, want wij kunnen u informeren over gemeenten die dit doen. Daar gaan we u over informeren. De heer ANALIKWU (D66): U ziet mij "puzzelend" kijken, want ik kan geen voorbeelden vinden van gemeenten waar nascheiding en diftar naast elkaar bestaan. Ik ben dus benieuwd welke voorbeelden er dan komen en, heel concreet, of de wethouder nog van plan is om in het eerste kwartaal van volgend jaar naar de raad te komen met besluitvorming over diftar. Wethouder VAN VLIET: Ja, de planning staat. Het is belangrijk om hierin voortgang te houden. Wij komen op dat moment dus met een voorstel, een uitwerking en inzichten naar u toe. Dan de motie Breng kosten van twee systemen in beeld. We hebben uitvoerig uitgezocht hoe het zit met het citaat uit Eindhoven, maar dat citaat is van toepassing op een andere situatie, namelijk op gebieden waar ze beide systemen in hetzelfde gebied toepassen. Het is inderdaad niet mogelijk om daarvoor betaald te worden, maar dan gaan we heel erg de techniek in. Bij deze motie gaat het om het volgende.

In het Delftse systeem hebben wij met veel succes het systeem in de laagbouw, waar de efficiëntie echt heel hoog is en waar een heel goed percentage is van goedkeuring; dat is echt heel hoog. In de hoogbouw is het andersom. Dat nodigt uit tot twee systemen. Het mooie is dat wij in Avalex werken met allemaal verschillende gemeenten, die ook "verschillendsoortig" zijn en waar je ook verschillende soorten ophaal hebt. Daar maken wij gebruik van. Het is wat dat betreft niet aan de orde dat we daarvoor twee systemen zouden moeten toepassen. Daarnaast geldt voor Delft dat we, omdat we ons hebben ingekocht bij HVC en aandeelhouder zijn geworden, nu gelukkig wel de mogelijkheid hebben om nascheiding te doen. Maar als we dat voor de hele gemeente zouden willen doen, ontbreekt daar eenvoudigweg de capaciteit voor. Daarom ontraden wij deze motie. De heer VALK (CDA): Het antwoord verbaast mij een beetje, want in de antwoorden op de schriftelijke vragen antwoordde het college nog dat het voornemens was om het onderzoek uit te gaan voeren. Dat is een heel ander antwoord dan het antwoord dat nu gegeven wordt. Wethouder VAN VLIET: Er zijn nu überhaupt geen mogelijkheden om het toe te passen én wij zien binnen Avalex dat we met de betrokken gemeenten sowieso over de verschillende systemen moeten beschikken, want wij zitten ook met Midden-Delfland in een systeem.

Dat is ook fijn, want daarmee hebben we de systemen ook beschikbaar. Het is voor Delft dus eenvoudigweg niet aan de orde en het heeft daarmee geen toegevoegde waarde. Ik denk dat ik nu door alle moties en amendementen heen ben. De heer KOELEWIJN (Hart voor Delft): Ik hoorde de wethouder zojuist zeggen dat hij niet al te diep wil ingaan op de techniek, maar daar waren mijn twee vragen waarop ik nog geen antwoord heb gekregen, wel op gestoeld. Ik heb gevraagd wat de totale investering zou zijn om diftar in Delft in te voeren en wat de invoering van diftar mogelijk doet met de hoogte van de afvalstoffenheffing.

56

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

Wethouder VAN VLIET: Om met dat laatste te beginnen: je maakt hiermee een grote besparing. Dat zien we in alle andere gemeenten waar dit is ingevoerd. Dat vertaalt zich naar de afvalstoffenheffing. Wat het zou kosten voor Delft is nog niet uitgezocht. De VOORZITTER: Er is behoefte aan een tweede termijn. De heer VALK (CDA): Voorzitter. Allereerst vind ik het een beetje teleurstellend dat de wethouder het vier keer wijzigen van een voorstel "een service aan de raad" noemt, alsof wij het verkeerd begrepen hebben en een beetje geholpen worden. Ik had gehoopt dat hij zou zeggen dat het gewoon geen goed stuk was, dat hij zijn excuses zou aanbieden en dat het bij dezen goed zou worden gedaan. Dat mag in de tweede termijn. Het is fijn dat de wethouder zegt dat we in Delft in ieder geval niet gaan experimenteren met een combinatie van diftar, nascheiding en bronscheiding. Dan lijkt het mij goed om het raadsvoorstel te wijzigen, zodat dat ook duidelijk is. Tot slot mijn motie. Mijn conclusie over de twee systemen is toch dat er een verkeerd antwoord is gegeven op de schriftelijke vragen, want daarin stond letterlijk: "We zijn voornemens dit onderzoek uit te voeren". Nu zegt de wethouder dat dat niet nodig is en dat dat ook niet kan.

Het is vervelend dat op schriftelijke vragen, die we niets voor niets stellen, gewoon een verkeerd antwoord gegeven wordt dat twee maanden later al niet meer blijkt te kloppen. Dus twee keer mijn teleurstelling. De heer HERREMA (GroenLinks): Voorzitter. Ik zal nog op de amendementen en de moties ingaan. Ik begin met het amendement Leren van anderen met restafval van het CDA en de ChristenUnie. Ik hoorde de wethouder dit omarmen door te zeggen dat andere steden inderdaad zullen worden vergeleken met Delft, maar ik vind toch ook dat zaken die specifiek in Delft spelen, in het onderzoek in Delft moeten worden meegenomen. Het amendement roept echt op om onderzoek in of door Delft uit te sluiten. Daar wil ik in de tweede termijn van de wethouder dus nog helderheid over. De heer VALK (CDA): Waar in het amendement leest de heer Herrema dat er uitgesloten wordt dat er naar Delft gekeken mag worden? Er staat alleen: kijk naar andere gemeenten en vertaal dat in een voorstel naar Delft. De heer HERREMA (GroenLinks): U schrapt iets in het amendement, in het eerste deel, waarin u zegt dat u geen onderzoek door Delft zelf wil laten doen. Daar zou je dus wel die specifiek voor Delft geldende zaken in mee kunnen nemen in plaats van alleen naar andere gemeenten te kijken.

De heer VALK (CDA): In de commissie werd de indruk gewekt dat het een onderzoek was waarin we zelf zouden gaan experimenteren met tarieven om te kijken wat de ervaringen zijn. Vandaar dit amendement, maar er staat nergens dat het verboden is om ervaringen uit andere gemeenten naar Delft te vertalen. Het zou ook heel gek zijn om dat te verbieden. Kijk naar die andere gemeenten en ga niet zelf aan de knoppen draaien; dat is de strekking van dit amendement. De heer HERREMA (GroenLinks): Ik stelde net nog een vraag aan de wethouder. Daar wil ik toch nog duidelijkheid over. Dan het amendement Behoud Halen zonder te Betalen van de VVD, Onafhankelijk Delft en het CDA. Ik denk dat de vragen, bedenkingen en de daarin genoemde bezwaren echt heel 57

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

relevant zijn en moeten worden meegenomen in het door het college voorgestelde onderzoek. Wij gaan er niet in mee om nu al te zeggen dat we sowieso niet gaan betalen voor halen. Dan Breng kosten twee systemen in beeld. Dat blijkt heel ingewikkeld te zijn en daar gaan we ook niet in mee. Eerlijk, draagkrachtig en solidair afvalbeleid: ik denk dat het goed is om dat te doen, ook met de oproep die de heer Analikwu deed voor minder complexiteit, want dat is wel iets waar we voor moeten zorgen. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Een verhelderende vraag aan de heer Herrema ten aanzien van het amendement over Halen zonder te Betalen. Hij geeft aan dat hij alle overwegingen eigenlijk heel goed begrijpt, maar dat GroenLinks toch niet instemt met het amendement. Ik zie de oorzaak-gevolgrelatie niet helemaal. Waarom dan niet voor het amendement stemmen? De heer HERREMA (GroenLinks): Wij stemmen daar niet voor, omdat het amendement nu al uitgaat van niet betalen voor halen. Dat zou een uitkomst van dat onderzoek kunnen zijn, maar ik wil daar niet nu al op ingaan. Ik wil eerst onderzocht hebben of dat de beste uitkomst is. De heer ANALIKWU (D66): Voorzitter. Ik sluit me bij de laatste woorden van de heer Herrema aan. Vooralsnog steunen wij het idee. We zien dat er nog weinig veranderd is, maar precies daarom willen we het voorstel van de wethouder afwachten.

Er zijn wellicht nieuwe feiten die we nog niet hebben gezien. Dat wachten we dus graag af. Nog een vraag aan de wethouder over de motie van GroenLinks en Volt. Afvalpreventie is eigenlijk maar in beperkte mate een lokaal punt om op te sturen. Daarom ben ik benieuwd of de wethouder bereid is om de motie af te doen door die bijvoorbeeld in VNG-verband aan te kaarten, zoals de VVD al heeft benoemd. Wellicht is het logischer om de participatie op landelijk niveau te organiseren. Ik ben dus nog benieuwd naar de antwoorden op die punten. De heer VAN DER STEEG (PvdA): Voorzitter. Net als de heer Herrema ga ik in op de verschillende amendementen en moties. Wij lazen de motie van de heer Valk eigenlijk ook een beetje als: we gaan geen onderzoek doen. Maar ik zag de heer Valk knikken bij de toelichting van de wethouder: we gaan niet zelf onderzoek doen, maar we gaan vergelijken en gaan kijken in hoeverre dat vergelijkbaar zou zijn met Delft: waar zitten de verschillen en waar zitten de overeenkomsten? Als wij de motie zo opvatten - volgens mij is dat dus ook zo - denk ik dat wij daarvoor kunnen zijn. Dan het amendement van onder andere de VVD, Behoud Halen zonder Betalen. Wij zijn in principe voor een systeem dat sociaal en eerlijk is, maar eigenlijk ben ik het ermee eens dat dit amendement een voorschot neemt op de uitkomst van het onderzoek.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14400908/1