CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Handelingen raadsvergadering 13 juni 2024

Raadsvergadering 13 juni 2024, gemeente Delft41.715 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

In het voorstel staat alleen dat we gaan onderzoeken of dat inderdaad zo is. Dan kom je inderdaad misschien terug op een eerder besluit. Dat kan; volgens mij is dat bij een nieuw inzicht soms heel logisch. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Ik ben benieuwd wat de concrete aanleiding of argumenten zijn waarom we dit onderzoek nu zouden moeten starten. Is de situatie anders dan in 2021? De heer VAN DER STEEG (PvdA): Ja, misschien wel. Ik denk dus inderdaad dat het goed is om dit opnieuw te bekijken. 58

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Met "misschien wel" komt meneer Van der Steeg er wel heel makkelijk vanaf. Ik wil graag feiten horen: wat is er nou veranderd sinds 2021? We hebben toen een raadsbrede opdracht geformuleerd. Waarom zouden we die nu ineens willen wijzigen? Ik hoor geen argumenten. De heer VAN DER STEEG (PvdA): Misschien heel simpel dan: er staat "we gaan het onderzoeken". We weten het dus ook nog niet. Dus misschien wel; misschien blijkt ook wel dat het niet anders is dan de vorige keer. Er wordt voorgesteld om een onderzoek te doen. Dat lijkt me heel logisch. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Vindt de PvdA het dan niet vreselijk zonde van het geld om onderzoek te gaan doen naar misschien een resultaat dat we misschien kunnen verwachten? De heer VAN DER STEEG (PvdA): Volgens mij is dat heel vaak zo bij onderzoek. Ik weet niet hoe de VVD normaal gesproken onderzoek doet, maar volgens mij is het heel vaak zo dat je de uitkomst niet van tevoren weet. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): De VVD is de partij van financiële degelijkheid. Dit kan eigenlijk gewoon echt niet. Dit kan echt niet. Volgens mij was juist de heer Hombergen degene die zei dat publiek geld niet verkwist mag worden. Ik zou dat dus van harte willen ondersteunen. De heer VAN DER STEEG (PvdA): Ik hoorde geen vraag. Dan gaan we naar Eerlijk, draagkrachtig en solidair afvalbeleid. Volgens mij kunnen we die ook omarmen.

Ik heb al iets gezegd over afvalreductie. Wij zijn niet voor de motie Breng kosten van twee systemen in beeld. De heer TREFFERS (Volt): Voorzitter. Zou de wethouder nog kunnen ingaan op mijn vraag over de hoogbouw? Ik heb nog wat aarzelingen gehoord om voor participatie te kiezen. Dat heeft te maken met de kosten. Laat ik nog één poging doen. Participatie kan beleidsmaatregelen beter maken, maar kan ook leiden tot cocreatie om tot een gezamenlijk doel te komen. Bij dit afvalplan is volgens de participatieparagraaf alleen Avalex betrokken. Vanuit Volt vinden we het verbazingwekkend dat de stad overheidsparticipatie zo weinig inzet en dat er meteen wordt gezegd dat het duur is. Bewoners niet betrekken, dát leidt tot duur beleid, namelijk tot maatregelen die in de praktijk niet altijd blijken te werken. Dát is pas zonde van het geld op handhaving door middel van dienstverlening. We kunnen met participatie bewoners laten meedenken en hen bewust maken van de kosten van het huidige beleid. Het is tijd om inwoners serieus te nemen. De heer ANALIKWU (D66): Ik doe mijn best om het te begrijpen. We weten allemaal dat het eigenlijk vooral gaat om een burgerberaad, maar ik snap nog niet helemaal waarom er dan zo wordt ingezet op alleen die afvalpreventie.

Vindt Volt het niet logischer om het breder op te pakken en om integraal met de hele stad te kijken naar alle maatregelen die hier voorliggen? De heer TREFFERS (Volt): Nogmaals, dit hebben wij zo gedaan omdat wij de kans van slagen het hoogst hebben geacht, maar als D66 samen met Volt de wethouder wil oproepen om met een breder voorstel te komen en dat wil voorleggen aan de raad, wat sowieso al

59

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

moet gebeuren, kan ik dat alleen maar van harte ondersteunen. Ik moet heel kort zijn; tot zover. De heer CÜPPERS (STIP): Voorzitter. Dank aan de wethouder voor de reactie, die veel heeft verduidelijkt over de motie van onder andere de ChristenUnie. Naar aanleiding daarvan zullen we die motie steunen. Het amendement over betalen voor halen zullen we niet steunen, want we vinden dat dat vooruitloopt op de resultaten van het onderzoek. Alvast vooruitlopend op een eventuele interruptie geef ik een voorbeeld van wat er veranderd is ten opzichte van de vorige keer. Een van de kanttekeningen is dat mensen geen auto hebben om het zelf weg te brengen. Laat de wethouder de afgelopen commissievergadering nou hebben toegezegd te kijken naar andere brengmethodes. Dat zou dus goed kunnen aansluiten op dat onderzoek. Het amendement van het CDA lijkt volgens de reactie van de wethouder niks aan te passen aan de praktijk. Dan gaat het eigenlijk om de vraag of we de tekst logischer vinden passen bij de praktijk. Hoewel er misschien meer ingegaan wordt op wat we wel gaan doen, denken we dat het niet het goede beeld is om ermee te beginnen dat we geen onderzoek gaan uitvoeren. We denken dus dat dit minder goed representeert wat onze doelen zijn. We zullen dat amendement dus niet steunen. Tot slot over de toezegging.

Het gaat natuurlijk niet per se om die pilot, maar om het feit dat we in onze stukken lezen dat de invoering van omgekeerd inzamelen op rolletjes loopt. In de praktijk merken we dat het op sommige plekken slecht aansluit. Dan zijn die pilotresultaten misschien niet de manier waarop we dat moeten weten, maar als bijvoorbeeld een terugkoppeling over HNI in 2021 het niet noemt of als het afvalbeleidsplan het niet noemt, vragen we de wethouder nog hoe hij er dan wel op terug wil komen wanneer zaken niet lopen of nog extra stappen moeten krijgen. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. Ik wil eigenlijk gewoon van de wethouder horen of dit een verkapte bezuinigingsmaatregel is en waar het vandaan komt dat we ineens straks misschien toch weer mensen moeten gaan belasten voor het ophalen van hun grofvuil. Ik ben gewoon erg benieuwd, los van Rijswijk, want dat is echt een raar argument. Waar komt dit nou vandaan als het nu allemaal gaat zoals het gaat? Komen we geld tekort en moet het op deze manier worden goed gemaakt? U snapt mijn punt. Wethouder VAN VLIET: Voorzitter. Ik begin gelijk met die laatste vraag. In het debat dat we hebben gevoerd over het rapport van Royal Haskoning, bleek heel duidelijk dat een deel van de raad zei: voer alles door wat maar kan om te zorgen dat het goedkoper wordt of minder duurder.

De andere helft van de raad zei: zorg vooral dat je milieurendement stevig verdergaat. Dit is typisch zo'n maatregel die eigenlijk voor allebei iets doet. Je hebt dus een besparing die zich doorvertaalt, maar als mensen de spullen naar het afvalbrengstation brengen, wordt het ook veel beter gescheiden dan wanneer je alles in één vrachtauto gooit bij het ophalen. Dit doet dus iets voor allebei. Dat is de achtergrond daarvan. De afweging op basis van de stukken, waarin we alles netjes naast elkaar zetten, is straks uiteindelijk aan de raad. De oproep van STIP is duidelijk: niet zomaar over alles in detail informeren, maar laat het ons wel weten als dingen wel of niet lopen en wat voor dingen daar aan de hand zijn. Dat doen we in onze rapportages die we sowieso aan u doen. Point taken; dat gaan wij natuurlijk zo doen.

60

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

Volt zegt: wees creatief bij hoogbouw, met name als je op nieuwe plekken hoogbouw gaat realiseren. Het goede nieuws is dat we dat ook doen. We zijn ook echt met de ontwikkelaar in gesprek over dat soort zaken: hoe kun je op een efficiënte en betaalbare manier met een goed milieurendement inzamelen? Daarbij wordt ook steeds weer bekeken welke nieuwe technieken we mogelijk kunnen toepassen. D66 vraagt of je afvalpreventie niet vooral op landelijk niveau moet doen. Voor een deel is dat zeker waar, want het gaat om gedrag. Het zou natuurlijk heel erg helpen als daar op landelijk niveau ook campagne voor gevoerd wordt. Hier gaan we ook vooral weer leren van anderen. Een mooi voorbeeld is de gemeente Amersfoort, die dit als speerpunt heeft en het komende jaar allemaal zaken gaat doorvoeren om op lokaal niveau te werken aan reductie van afval. Daar gaan wij van leren. We houden dat goed in de gaten en we gaan na-apen wat goed werkt. Ten slotte GroenLinks, Leren van anderen met een resttarief: jazeker, we gaan dat dus betrekken op de lokale situatie. Hoe je het leest en interpreteert, laat ik aan u in de afweging. Ik heb een gebaar willen maken, ook naar het CDA, om te laten zien dat wat het CDA heeft opgeschreven, echt in grote mate overeenkomt met wat wij al van plan waren.

Ik laat het verder aan uw oordeel over of u vindt dat dat de goede uitstraling heeft of niet, maar ik heb geen bezwaar tegen de motie. De heer HERREMA (GroenLinks): De wethouder noemt het nu "een motie". Ik wil hem er toch op wijzen dat het geen motie is die vraagt om ook te kijken naar andere steden. Het is een amendement, waarin wordt gezegd dat Delft geen onderzoek doet naar een recycletarief. Ik ben het daar niet helemaal mee eens. Ik vind dat we dat wél moeten doen en dat we dan natuurlijk ook moeten kijken naar andere steden; dat is evident. De VOORZITTER: Ik maak het rondje af en dan kom ik weer bij de wethouder. Let op, het wordt natuurlijk geen derde termijn, maar kort en krachtig. De heer VALK (CDA): Misschien zou het GroenLinks en STIP helpen als we de woorden "zelf geen onderzoek" vervangen door "zelf geen experiment". Dan is volgens mij de onduidelijkheid over het woordje "onderzoek" verdwenen. Waar het ons om gaat, de strekking van het amendement, is dat we niet zelf aan de knoppen gaan draaien met een systeem dat nog nergens wordt toegepast, maar dat we kijken naar anderen, dit vervolgens vertalen naar de Delftse situatie, zoals ook letterlijk in de toelichting staat, en met een voorstel komen.

Dus als het die partijen helpt om te zeggen dat we zelf geen experimenten gaan doen naar een resttarief … Dan sluit ik volgens mij aan bij de strekking van de reactie van de wethouder en bij de partijen die nu misschien wat moeite hiermee hebben. De VOORZITTER: Ik zie de heer Van der Woerd als mede-indiener knikken en dus aangeven dat dit acceptabel zou zijn. De heer TREFFERS (Volt): Ik had gevraagd om een toezegging om ons ook op de hoogte te houden over de hoogbouw, want wij hebben het niet kunnen teruglezen in het beleidsstuk en we vinden het wel belangrijk. De heer ANALIKWU (D66): Ook met vervanging van het woord "onderzoek" door "experimenten" ben ik benieuwd wat het amendement verandert voor de wethouder. Wat verandert dit in wat we het komende jaar gaan doen en in de voorstellen die we over minder dan een jaar voor onze neus krijgen?

61

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

Wethouder VAN VLIET: Ik kan prima leven met deze wijziging. Die verandert voor mij helemaal niets aan wat wij gaan doen. De heer VALK (CDA): Het amendement wordt niet toegezegd, maar het maakt gewoon voor iedereen duidelijker wat de bedoeling is, ook voor de volgende generatie raadsleden. Het verandert dus niks aan het beleid van de wethouder. Dat is heel goed, maar het wordt wel duidelijker. De heer CÜPPERS (STIP): Met die aanpassingen denken we wel dat het een verduidelijking van het beleid kan zijn. Wij zullen het amendement dus steunen. De heer KOELEWIJN (Hart voor Delft): Wil de burgemeester besparen op de spreektijd van het college? Zou u, als u praat, de microfoon aan willen zetten? De VOORZITTER: O, had ik hem niet aangezet? Neemt u mij niet kwalijk; dank voor de attendering. Ik probeer inderdaad tijd te besparen. Dat is me nadrukkelijk op het hart gedrukt door de fractievoorzitters, maar dat moet natuurlijk wel op een legale manier gebeuren. Hartelijk dank. Ja, ik heb een bijzondere relatie met het microfoonknopje. Ik constateerde dat we het er allemaal over eens zijn dat de beraadslaging kan worden gesloten. Amendement 7.5.A is dus in die zin gewijzigd dat het woord "onderzoek" is gewijzigd in "experiment". In stemming komt het gewijzigde amendement 7.5.A (Leren van anderen met resttarief) van het CDA en de ChristenUnie.

De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen.

De heer HERREMA (GroenLinks): Voorzitter. Na de wijziging van het amendement komen we het CDA en de ChristenUnie graag tegemoet door ermee in te stemmen. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Voorzitter. Stiekem een beetje met de hoop dat die voorbeelden niet goed zijn en dat we met elkaar gaan concluderen dat werken met het resttarief eigenlijk een no-go is voor Delft, kunnen wij instemmen met dit gewijzigde amendement. De heer TREFFERS (Volt): Voorzitter. Wij zullen inclusief de wijziging met volle overtuiging voorstemmen. De heer ANALIKWU (D66): Voorzitter. Na de wijziging is er voor ons niks veranderd. Dit bureauonderzoek lazen wij al in de stukken, maar ik ben de slechtste niet. Wij stemmen dus toch voor. De VOORZITTER: Dat is weer heel soepel van de D66-fractie. Het gewijzigde amendement wordt met een digitale stemming aangenomen met algemene stemmen. In stemming komt amendement 7.5.B (Behoud Halen zonder te Betalen) van de VVD, Onafhankelijk Delft en het CDA.

62

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

Het amendement wordt met een digitale stemming verworpen met 17 tegen 19 stemmen, waarbij de fracties van het CDA, de ChristenUnie, Hart voor Delft, Onafhankelijk Delft, de SP, Volt en de VVD ervoor hebben gestemd. In stemming komt motie 7.5.1 (Breng kosten twee systemen in beeld) van het CDA en de VVD. De motie wordt met een digitale stemming verworpen met 13 tegen 23 stemmen, waarbij de fracties van het CDA, Hart voor Delft, Onafhankelijk Delft, de SP en de VVD ervoor hebben gestemd. In stemming komt motie 7.5.2 (Betrekken van burgers en bedrijven bij afvalreductie) van GroenLinks en Volt. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. De heer ANALIKWU (D66): Voorzitter. Wij stemmen voor deze motie, omdat we tevreden zijn met de interpretatie en de beantwoording van de wethouder. Na het compliment van de heer Treffers kunnen we ook niet anders. De heer VALK (CDA): Voorzitter. Het spreekwoord zegt "Als je alleen een hamer hebt, dan is elk probleem een spijker". Dat gevoel heb ik ook een beetje bij dit amendement. Er wordt in deze vergadering weer een burgerberaad bij gehaald. Dat lijkt ons een beetje overbodig. Er zijn ervaringen in andere gemeenten. Laten we daar eerst naar kijken. Wij zullen dus tegenstemmen.

De motie wordt met een digitale stemming aangenomen met 25 tegen 11 stemmen, waarbij de fracties van het CDA, Hart voor Delft en Onafhankelijk Delft, de heer Jaff van GroenLinks en mevrouw Van den Berg en mevrouw Voogt van de VVD ertegen hebben gestemd. De VOORZITTER: Wat heeft meneer Van Rijn gedaan? Ik heb ook de indruk dat er bij GroenLinks iemand tegen heeft gestemd die geacht wenst te worden hiervoor te hebben gestemd. Er ontstaat hier iets heel moois van de ene kant naar de andere kant; dat gaat helemaal goed komen. U heeft elkaar gewoon "gepaird"; laten we het zo maar zeggen. De heer Jaff wordt geacht te hebben voorgestemd en de heer Van Rijn wordt geacht te hebben tegengestemd. Uiteindelijk is het toch allemaal goed gekomen. De uitslag staat in de notulen. In stemming komt motie 7.5.3 (Eerlijk, draagkrachtig en solidair afvalbeleid) van de ChristenUnie, het CDA en D66. De motie wordt met een digitale stemming aangenomen met 28 tegen 8 stemmen, waarbij de fracties van Hart voor Delft en de VVD ertegen hebben gestemd. In stemming komt het geamendeerde voorstel. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. De heer VALK (CDA): Voorzitter. Het is jammer dat de wethouder niet op de procesopmerkingen is ingegaan. Maar los daarvan - want dat is niet doorslaggevend hebben we twee amendementen ingediend. Eén amendement heeft het niet gehaald.

Daarom zullen wij al met al tegen het voorstel stemmen. 63

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

Het geamendeerde voorstel wordt met een digitale stemming aangenomen met 25 tegen 11 stemmen, waarbij de fracties van het CDA, Hart voor Delft, Onafhankelijk Delft en de VVD ertegen hebben gestemd. De VOORZITTER: We gaan moedig door. We dachten dat we dit allemaal heel vlot zouden doen, maar we hebben nog een paar agendapunten te gaan. We gaan er dus nog even fris tegenaan. Ik zie dat er behoefte is aan een kleine pauze. Hoelang zullen we schorsen? Vijf minuten. De vergadering wordt enige tijd geschorst. 88. College van B en W - GGD rapport Luchtkwaliteit Haaglanden - Voortgang Uitvoeringsprogramma Schone Lucht (nr. 2409106). De VOORZITTER: Er is een motie aangekondigd. De eerste indiener van deze motie is mevrouw Gerritsen. Mevrouw GERRITSEN (D66): Voorzitter. D66 heeft dit punt niet alleen op de agenda gezet voor de luchtkwaliteit als doel op zich. We willen ons echt focussen op de gezondheid van onze inwoners. Daarom hebben we met STIP en de ChristenUnie een motie opgesteld. Er zijn gelukkig nog meer mede-indieners; dat is heel fijn. De motie gaat over snel aan de slag gaan met schonere lucht voor de Delftenaren, want dat is echt hard nodig. Het GGD-rapport was namelijk best wel pittig. De luchtverontreiniging in de regio staat namelijk gelijk aan het meeroken van vijf sigaretten per dag.

Een op de vijf hartinfarcten is hier te wijten aan luchtvervuiling en mensen leven in onze regio gemiddeld een maand korter door fijnstof. Dat is reden tot zorg en vooral tot Delftse actie, want in Delft schijnt de lucht gemiddeld zelfs nog ongezonder te zijn dan in de rest van de regio. We misten in de stukken eerlijk gezegd een eigen visie van dit college op schone lucht, want het rapport wordt doorgestuurd naar de raad. We kregen wel te horen wat het beleid al was, maar ik had eigenlijk gehoopt op wat meer richting, versnelling en visie. Het volgende rapport zou ook naar de raad gestuurd worden. Ik zou toch wat meer verwachten vanuit het college. Vandaar deze motie, want we willen liever niet van rapport naar rapport leven. We moeten daar met elkaar natuurlijk ook iets van vinden. Dat hebben we bijvoorbeeld ook in Den Haag gezien. Die wethouder heeft echt een aantal voorstellen naar de raad gestuurd, waarover gesproken werd. Het werd dus niet opgelegd. Nee, er werd echt even met de raad gediscussieerd over wat het college voorstelt. Dat vind ik heel mooi en ik kijk daar ook naar uit vanuit dit college. Ik heb daar ook alle vertrouwen in. In Delft denk ik bijvoorbeeld aan de milieuzone die ingevoerd gaat worden, maar pas in 2040.

Kunnen we daarvan niet zeggen dat we dat sneller gaan doen? Ik noem ook de vervuilende tweetaktscooters: kunnen we die niet eerder uit de binnenstad weren? De opgestelde motie geldt enerzijds als aansporing om dit soort voorstellen te doen en anderzijds om meer rekening te houden met de luchtkwaliteit in verwante beleidsstukken, bijvoorbeeld over verkeer of over industrie. Dat gebeurt nu niet of nauwelijks. We hopen natuurlijk op steun van de rest van de raad. Door de fracties van D66, STIP, de ChristenUnie, het CDA, GroenLinks, de SP en de PvdA wordt motie 7.6.1 (Meer schone lucht voor betere gezondheid) ingediend: "Deze motie wordt besproken door de gemeenteraad van Delft op de vergadering van donderdag 13 juni 2024 ter bespreking van het agendapunt over het GGD-rapport Luchtverontreiniging in de regio Haaglanden.

64

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

Als gemeenteraad van Delft stellen we vast dat: • • • • • • •

de gezondheidsschade door luchtvervuiling in de regio Haaglanden vergelijkbaar is met het meeroken van vijf sigaretten per dag; luchtvervuiling in Delft aanzienlijke gezondheidsschade veroorzaakt; 20% van de hartinfarcten is te wijten aan luchtvervuiling; fijnstof de levensduur in de regio gemiddeld met een maand verkort; de GGD deze zomer handelingsperspectieven voor gemeenten presenteert; Delft het Schone Lucht Akkoord (SLA) in 2020 heeft ondertekend om de luchtkwaliteit te verbeteren en de gezondheidswinst in 2030 met 50% te verhogen ten opzichte van 2016; de GGD vaststelt dat het SLA nog te weinig effect heeft in Delft.

We vinden dat: • • •

het noodzakelijk is om politiek/bestuurlijke keuzes te maken voor Delft die de rapporten overstijgen, om de luchtkwaliteit in Delft te verbeteren; verbetering van de luchtkwaliteit nog onvoldoende van de grond komt met lokaal beleid; betere luchtkwaliteit belangrijk is voor een goede gezondheid en daarom duidelijker als doel meegenomen moet worden in verwante beleidsstukken.

We vragen het college om op grond van het bovenstaande: • •

direct bij de handelingsperspectieven van de GGD aan te geven welke voorgenomen acties versneld kunnen worden en welke aanbevelingen van de GGD het college voornemens is over te nemen; in de komende beleidsstukken over verkeer, industrie, energie, stadsplanning en bouw concrete maatregelen en doelstellingen voor betere luchtkwaliteit op te nemen,

en gaat over tot de orde van de dag." De heer CÜPPERS (STIP): Voorzitter. Wij zullen het kort houden, want wij kunnen ons in grote lijnen aansluiten bij de woorden van D66. Regionaal beleid op schone lucht is goed, maar gaat wat ons betreft hand in hand met lokale stappen in plaats van dat we op elkaar gaan wachten. Dit vergt op veel plekken nog aandacht, want in een hoop beleid waar dit wel veel mee te maken heeft, komt het nu niet of nauwelijks terug. Daarom vragen we hier in deze motie om aanscherping van die aandacht en om dit breder te betrekken bij die andere beleidsstukken. De heer KOELEWIJN (Hart voor Delft): Voorzitter. Ik zal het kort houden. Ik wil eerst aangeven dat Hart voor Delft het ook erg belangrijk vindt dat Delft een schone luchtkwaliteit krijgt, maar dat kun je op lokaal niveau niet zomaar aanpakken of oplossen. Zeker met twee snelwegen om Delft heen los je het niet lokaal op. We hebben de motie doorgenomen en we vinden haar helaas wat te abstract. Er staan geen concrete voorbeelden in die je wilt aanpakken, bijvoorbeeld het uit de binnenstad weren van vervuilende scooters, zoals onze collega van STIP al aangaf. Mevrouw GERRITSEN (D66): Je kunt het inderdaad niet in je eentje oplossen door de luchtvervuiling aan te pakken. Toch staat heel duidelijk in het rapport dat juist de lokale bronnen de oorzaak zijn van luchtvervuiling, ook in Delft.

Ik vraag me dus af of Hart voor 65

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

Delft helemaal niet naar de aanpak van lokale bronnen kijkt. Ik ben daar benieuwd naar, want anders gaan we er helemaal niet komen voor de gezondheid van onze Delftenaren. De heer VAN DER STEEG (PvdA): Eigenlijk heb ik exact dezelfde vraag. Op de luchtverontreinigingskaart zie je bijvoorbeeld heel mooi de Van Miereveltlaan, om maar één heel lokale straat te noemen. Daar is nu overigens al een milieuzone. Waarom vindt u dit dan te abstract en waarom wilt u hier niet aan meewerken? De heer KOELEWIJN (Hart voor Delft): Het antwoord zit in het laatste stukje van mijn betoog. We vinden de motie te abstract. Onze angst is dat de focus dan te veel komt te liggen op het de stad uit jagen van de auto, waarvan veel Delftenaren afhankelijk zijn, bijvoorbeeld voor werk of omdat ze slecht ter been zijn. Dat was voor ons een te smalle bandbreedte. Daarom kunnen we deze motie helaas niet steunen, maar als ik de fracties van de indieners goed bij elkaar heb opgeteld, krijgt deze motie de steun van 27 zetels. Onze steun is in dit geval dus niet nodig. Mevrouw GERRITSEN (D66): Ik hoor dat Hart voor Delft er wel wil zijn voor de gezondheid van de Delftenaren. In het rapport staat dat je ook echt moet kijken naar lokale bronnen om die luchtkwaliteit te verbeteren.

Dus wat wil Hart voor Delft dan wél doen aan de luchtkwaliteit in Delft? De heer KOELEWIJN (Hart voor Delft): Ik vind dit een hele mooie samenvatting van mevrouw Gerritsen. Die wil ik van harte ondersteunen. Mevrouw GERRITSEN (D66): Sorry, maar ik vind dit gewoon een hele rare reactie. Ik stel gewoon een vraag: wat wil Hart voor Delft doen aan de luchtkwaliteit in Delft voor de Delftenaren? Welke maatregel ziet Hart voor Delft voor zich? De heer KOELEWIJN (Hart voor Delft): Daar kun je van alles bij bedenken, maar dat had ik dan wel heel graag in concrete voorbeelden in die motie terug willen zien. Mevrouw GERRITSEN (D66): Ik snap dat u het in de motie wil zien, maar ik vraag nu aan de partij Hart voor Delft: wat doet Hart voor Delft voor de Delftenaren om die luchtkwaliteit te verbeteren? Welk lokaal voorstel komt er? De heer KOELEWIJN (Hart voor Delft): Ik zal dan binnen de fractie het voorstel doen om dit eens uitgebreid in de fractie te bespreken. De heer VAN DER STEEG (PvdA): Ik vind dit een beetje flauw van de heer Koelewijn; dat zijn we ook wel een beetje gewend van Hart voor Delft. Maar wat maatregelen ten aanzien van lokale bronnen betreft: u heeft het over "auto's wegpesten". Het zou het vaker in de stad toepassen van 30 km/u kunnen zijn. Het zou ook kunnen gaan om het meer stimuleren van fietsinfrastructuur; ik noem maar wat.

Ik noem ook het handhaven van de huidige milieuzone. Wees eens creatief! Kunt u zelf niks bedenken en vindt u het zo abstract? Ik kan deze voorbeelden immers zo oplepelen. De VOORZITTER: Dit wordt heel lang. Interrupties moeten kort en krachtig zijn. De heer KOELEWIJN (Hart voor Delft): Zoals ik net al tegen mevrouw Gerritsen zei, zullen we dit eens uitgebreid bespreken in de fractie.

66

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

Mevrouw VAN DER VLIST (ChristenUnie): Voorzitter. Ik ben blij dat ik nog wat tijd van mijn fractiegenoot heb gekregen om het over de luchtkwaliteit te hebben, want rechtvaardigheid, solidariteit en een stukje rentmeesterschap komen ook aan bod als we het over luchtkwaliteit hebben: wordt er recht gedaan aan het realiseren van een gezond milieu voor de inwoners in Delft, zeker voor degenen met een zwakke gezondheid? En doet het college in de raad bij het afwegen van beleid dat invloed op deze luchtkwaliteit heeft, recht aan de gezondheidsproblemen die veroorzaakt worden door slechte luchtkwaliteit? Met de motie van onder andere D66, die we mede hebben ingediend, willen we hiermee aan de slag, ten eerste door het college aan te moedigen om meer en sneller actie te ondernemen na het uitkomen van het Handelingskader van de GGD. Ten tweede willen we door het indienen van deze motie uitspreken dat luchtkwaliteit een onderdeel van de bespreking kan en soms ook moet zijn bij beleidsstukken waarbij de luchtkwaliteit relevant is. Zo kunnen we als raad een betere afweging maken voor een gezonde Delftse leefomgeving. De heer VAN DER STEEG (PvdA): Voorzitter. Ook wij zijn blij met de motie omdat die echt oproept tot actie. Dat is hoognodig, want de situatie is inderdaad zorgelijk. Daarover wil ik twee dingen zeggen in aanvulling op wat we in de commissie hebben gezegd.

Ten eerste is er al een zone ten aanzien van schonere diesels, de huidige milieuzone. Daar is echter geen handhaving. Wij hopen dat het college dit bij het uitbreiden van de zero-emissiezone meeneemt, als er toch aan het systeem van controle wordt gewerkt. Ik kan me voorstellen dat vooral de VVD heel blij wordt van het tweede punt: volgens CE Delft is er een flinke gezondheidsschade. CE Delft heeft berekend dat die in 2009 minimaal € 4 miljard per jaar tot maximaal € 40 miljard per jaar bedroeg. Met de huidige inflatie kom je op € 5,6 miljard. Ik denk dat ik niet hoef uit te rekenen hoeveel miljoenen per jaar dit kost met 100.000 Delftse inwoners. Ik denk dus dat dit ook een hele goede kostenbesparende motie is. Mevrouw WESSELS (GroenLinks): Voorzitter. Luchtkwaliteit is een onderwerp waar we ook vanuit GroenLinks al lange tijd aandacht voor vragen. We zijn dan ook blij met de stappen die het college en de samenwerkingspartners zetten. Dank aan mevrouw Gerritsen voor het opstellen van de motie. Met deze motie helpen we echt om het nog verder te verstevigen. Dat maakt het heel erg concreet, naast de geweldige suggestie van mevrouw Van der Vlist in de commissie om dit onderwerp ook echt zichtbaar te maken in het beleid. Dus wij steunen de motie. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Voorzitter.

Ik wil de raad erop wijzen dat in 2016 - om precies te zijn: op 28 april - Onafhankelijk Delft een motie ingediend heeft om in de binnenstad vervuilende scooters en brommers te weren. Ik denk dat dat toen nog iets te ambitieus was voor deze raad. Ik ben blij dat nu door een andere partij daarop terug wordt gekomen. Ik denk dat we absoluut iets moeten doen met de luchtkwaliteit. Wij zullen deze motie dus steunen, maar ik wil ook zeggen dat Onafhankelijk Delft vindt dat hier vooral ook landelijk naar gekeken moet worden, dat wij hier de oplossingen waarschijnlijk niet allemaal gaan vinden en dat we met z'n allen moeten bedenken dat de lucht niet stil hangt boven Delft. Ik vind het dus mooi dat er in het beleid naar wordt gekeken, maar het moet absoluut geen doel op zich zijn. Zo hebben we de motie geïnterpreteerd en daar houden we ons dan maar aan. Dat wilde ik even meegeven. Dus nogmaals dank. Wethouder SCHREDERHOF: Voorzitter. De beantwoording start bij mij als wethouder Gezondheid. Ik kan u zeggen dat wij in het kader van het gezondheidsbeleid in combinatie met mobiliteit, ruimtelijke ordening en al die onderwerpen al heel veel vaker aan tafel zitten dan toen mijn collega Huijsmans en ik wethouder werden. Je ziet dus dat dat gezondheidsbeleid steeds belangrijker wordt. Ik ben heel blij met dat onderzoek van de GGD, hoewel het echt alarmerend is.

Het geeft een aantal heel concrete getallen, maar je 67

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

leeft ook echt minder prettig; daar hebben we het ook in de commissie over gehad. Mensen hebben heel vaak ook ademhalingsproblemen. Ook al leef je dan nog en ga je niet zomaar maanden eerder dood, je leeft dan gewoon minder prettig. Daar zullen we dus echt iets mee moeten doen. Ik ben coördinerend wethouder en ik ga met mijn collega's daarover in overleg. De GGD komt nu met een concreet handelingsperspectief op basis van het onderzoek. Ik heb de eerste stukken al gezien. Het komt volgens mij rond 27 juni in het algemeen bestuur. We krijgen dat altijd ruim van tevoren. Niks belemmert ons dus om daar als collega's al met elkaar mee aan de slag te gaan. Daarmee hoef ik niet te wachten op de AB-vergadering. Wat de GGD gaat aanbieden, is eigenlijk een handelingsperspectief op dat wat je collectief zou moeten doen. Dat is eigenlijk precies wat door OD gezegd wordt: een aantal situaties houden echt niet op bij de grens. Dat zal je dus veel meer collectief moeten doen, maar er is voor een deel ook een individueel handelingsperspectief bij gemeenten. Ik suggereer ook niet dat wij het in het AB allemaal eens zullen worden. Het is dus mooi dat dat handelingsperspectief heel breed wordt ingezet. Dat bespreken wij met elkaar. Daarin gaan wij ook de vragen langslopen die in de motie worden gesteld.

Welk beleid hebben we al, welk beleid zou je kunnen versnellen en welk beleid moet je eigenlijk toevoegen om aan de slag te gaan met wat de GGD aangeeft? Ik kan me twee varianten voorstellen. Ik kan mijn collega's vragen om daar ook nog op te reageren, maar dat is dan uit de losse pols, terwijl we volgens mij keurig aan het voorbereiden zijn dat u een integraal stuk zal krijgen dat wij met elkaar voorbereid hebben en waarin ook heel helder staat wat wij over gaan nemen het is uiteindelijk aan u om te bepalen of dat klopt - en welke maatregelen we daarop nemen. Ik denk dat we dat procesmatig wellicht nog voor de zomer af zouden kunnen hebben. Anders krijgt u het net na de zomer. Mevrouw GERRITSEN (D66): Wordt het dan dus één pakketje van zowel … Ja, oké. Dank u wel. Ik weet genoeg. De VOORZITTER: Heel fijn. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Is op basis van het antwoord van de wethouder het eerste dictum eigenlijk overbodig? Wethouder SCHREDERHOF: Het benadrukt wat voor mij in ieder geval al de intentie is van hoe we naar de raad zouden komen. Ik ben wethouder Gezondheid, maar ik ben niet de wethouder die verantwoordelijk is voor mobiliteit en ook niet voor schone lucht. Ik heb mijn collega's dus heel hard nodig. Dat overleg hebben we al met elkaar. Ik kan dat onderzoek dus heel makkelijk intern, in de infrastructuur die we hebben, verder gaan bespreken.

Het enthousiasmeert om dat ook stevig te verankeren en met een collectief advies te komen. De VOORZITTER: Ik constateer dat ik de beraadslaging kan sluiten. In stemming komt motie 7.6.1 (Meer schone lucht voor betere gezondheid) van D66, STIP, de ChristenUnie, het CDA, GroenLinks, de SP en de PvdA. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. De heer TREFFERS (Volt): Voorzitter. Volt vindt dit een goede motie. Wij zullen dus voorstemmen.

68

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

De VOORZITTER: Dat is een hele korte stemverklaring. Zo horen ze te zijn. Dank u wel voor dit mooie voorbeeld. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Voorzitter. Twee korte opmerkingen. Omdat de VVD eigenlijk vooral gelooft in een collectieve aanpak van luchtkwaliteit en ook omdat de wethouder eigenlijk net heeft aangegeven dat zij met deze dicta al prima zelf uit de voeten kan, waarmee het dictum eigenlijk als overbodig kan worden ervaren, zullen wij tegenstemmen. De motie wordt met een digitale stemming aangenomen met 27 tegen 8 stemmen, waarbij de fracties van Hart voor Delft en de VVD ertegen hebben gestemd. De VOORZITTER: Meneer Van der Sluis was niet bij de stemming aanwezig. 89. College van B en W - Convenant gemeente Delft en woningcorporaties inzake ter beschikking stellen van persoonsgegevens uit de Basisregistratie Personen (nr. 2421303). De VOORZITTER: Er zijn twee moties aangekondigd, allebei van STIP. De heer CÜPPERS (STIP): Voorzitter. Zou ik mijn spreektijd mogen zien? Daar moet ik volgens mij wel rekening mee gaan houden. De VOORZITTER: U heeft nog een minuut en twintig seconden. De heer CÜPPERS (STIP): Wij dienen twee moties in over het convenant tussen de gemeente en de woningcorporaties, om twee vrij verschillende redenen. We hebben deze punten in de commissie al een beetje kunnen inleiden in het Delfts Kwartier.

In het convenant maken we met woningcorporaties een aantal scherpe afspraken over het gebruik van persoonsgegevens. Die afspraken zijn goed, maar niet per se genoeg. Net zo belangrijk is dat we kunnen bevestigen dat ze in de praktijk goed gevolgd worden en kunnen worden. Onze motie Goede afspraken maken goede uitvoering vraagt om hierover met de corporaties werkafspraken te maken en deze belangen daarin goed terug te laten komen. Dan borgen we bij dit gebruik van persoonsgegevens ook de zorgvuldigheid die we van Delft gewend zijn. Een deel van dat gebruik is voor het aanvechten van woonfraude, maar die term is soms een mismatch met de werkelijkheid, want heel veel woonfraude is onbewust, niet problematisch en een direct gevolg van bijvoorbeeld de woningtekorten die we hebben in Delft. Iemand die noodgedwongen in deze groep valt, moet niet worden aangepakt als een fraudeur. De heer VISSER (CDA): Ik heb een vraag over de eerste motie. Het is meer een verhelderende vraag, want waarom is de DPIA-analyse die wordt voorgesteld, niet voldoende om dit goed te waarborgen? Mevrouw BRUSSAARD (STIP): Ik heb een vraag over de andere motie, waarin staat dat er onderscheid moet worden gemaakt tussen verschillende typen woonfraude: bij de ene vorm gebeurt iets anders dan wonen en bij de andere vorm gaat het om wonen.

Daar ben ik het voor 80% mee eens, maar je hebt natuurlijk ook gewoon rotte appels, die zelf helemaal niet meer op dat adres wonen en eigenlijk zeggen: ga jij er dan maar wonen. Moet daar nog verder onderscheid in gemaakt worden? Hoe moeten we de motie lezen?

69

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

Mevrouw VOOGT (VVD): Een vergelijkbare vraag, ook over de tweede motie: is de heer Cüppers voornemens om nu met deze motie de landelijke definitie van "woonfraude" op lokaal niveau te gaan veranderen? Daar ben ik benieuwd naar. De VOORZITTER: Meneer Cüppers, gebruik uw tijd voorzichtig, want u heeft nog 23 seconden. De heer CÜPPERS (STIP): Een DPIA is heel goed om de processen te weten, maar niet per se de uitvoering van het proces. Dat is de aanvulling. We moeten onderscheid kunnen maken op basis van de rotte appels. Daarom hebben we de dicta vrij vaag gelaten. Wij vinden het ook vrij ingewikkeld hoe dat precies moet, maar we hopen dat daar in de uitvoering invulling aan gegeven kan worden. De landelijke definitie gaan we niet aanpassen; dat kan ook niet, maar in de aanpak kun je natuurlijk wel onderscheid maken, bijvoorbeeld als mensen geen ander huis kunnen vinden. Voor de rest heb ik volgens mij alles gezegd. De VOORZITTER: Dat waren mooie laatste woorden, want uw tijd is om. C'est la vie, c'est la guerre. Door de fracties van STIP, Onafhankelijk Delft, de PvdA en Volt wordt motie 7.7.1 (Goede afspraken maken goede uitvoering) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, samengekomen in een vergadering op 13 juni 2024 om het convenant gemeente Delft en woningcorporaties inzake ter beschikking stellen van persoonsgegevens uit de Basisregistratie” te bespreken.

We stellen vast dat: -

we persoonsgegevens gaan verstrekken aan woningcorporaties voor bepaalde taken die ze mede namens de gemeente uitvoeren; om er zorg voor te dragen dat de processen hiervoor goed en zorgvuldig zijn ingericht, er driejaarlijks een DPIA voor wordt uitgevoerd; er nog werkafspraken met de woningcorporaties zullen worden gemaakt, waarin onder andere zal moeten terugkomen: o op welke manier er controle wordt gehouden op de procedure en uitvoering van het convenant; o op welke momenten of termijnen deze controle wordt uitgevoerd.

We hebben nagedacht over en houden er rekening mee dat: -

-

het belangrijk is dat we zorgvuldig omgaan met privacygegevens, en dus ook met onder welke voorwaarden we ze delen; we de woningcorporaties moeten kunnen houden aan deze voorwaarden; een goed uitgedacht proces geen garantie is voor een zorgvuldige praktijk, waarbij aan voorbeelden kan worden gedacht als: o inconsistentie in gegevensverwerking door fouten; o onvoldoende gegevensbeveiliging bij woningcorporaties; o onvoldoende bewustzijn bij werknemers om zorgvuldig om te gaan met de gegevens; de voornoemde DPIA belangrijk is, maar niet voldoende om deze risico's te voorkomen;

70

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

-

het daarom belangrijk is de afspraken en voorwaarden op een aanvullende manier na te lopen.

We geven het college opdracht om: -

bovengenoemde doelen en overwegingen mee te nemen in de nog te maken werkafspraken met de woningcorporaties; daarmee in de werkafspraken zorg te dragen dat een goede controle geborgd is; over deze werkafspraken en procedures terug te koppelen aan de raad,

en we gaan verder met de rest van de onderwerpen van de vergadering." Door de fracties van STIP en de PvdA wordt motie 7.7.2 (Een heldere focus in de aanpak van woonfraude) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, samengekomen in een vergadering op 13 juni 2024 om het Convenant gemeente Delft en woningcorporaties inzake ter beschikking stellen van persoonsgegevens uit de Basisregistratie” te bespreken. We stellen vast dat: -

met dit convenant handvatten worden gegeven aan woningcorporaties, om effectiever woonfraude te kunnen bestrijden; hierdoor het aantal aangepakte gevallen van woonfraude zal gaan stijgen; in de Woonvisie staat benoemd dat er situaties van woonfraude zijn (specifiek woningdelen) die het directe gevolg zijn van tekorten in huisvesting.

We hebben nagedacht over en houden er rekening mee dat: -

-

er duidelijk onderscheid gemaakt kan worden tussen twee vormen van woonfraude: o woonfraude waarbij een woning voor iets anders wordt ingezet dan bewoning, bijvoorbeeld voor opslag of kwekerijen; o mensen een woning bewonen terwijl die niet toegestaan is, bijvoorbeeld samenwonen in een eenpersoonswoning of niet-toegestane onderhuur; de tweede vorm van woonfraude niet alleen voortkomt uit opzettelijke misbruik, maar ook wordt veroorzaakt door noodzaak, vanwege de woningtekorten in Delft; het onverstandig is om deze vorm van woonfraude actiever te gaan bestrijden, in het kader van die woningtekorten; het daarnaast oneerlijk is tegenover de mensen die geen andere keuze hebben om een dak boven hun hoofd te kunnen hebben.

We geven het college opdracht om: -

afspraken te maken met woningcorporaties over welke vormen van woningfraude zij prioriteren en welke niet; hierin een aanpak af te spreken per type woonfraude, of signaal voor woonfraude; in deze aanpak zorg te dragen dat situaties zoals nette vormen van woningdelen of vormen van woningdelen die het gevolg zijn van het woningtekort, niet onterecht worden benadeeld,

en we gaan verder met de rest van de onderwerpen van de vergadering."

71

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. Onafhankelijk Delft wil graag weten of en, zo ja, hoe er wordt toegezien op woningcorporaties die door dit convenant straks mogen putten uit de Basisregistratie. Even voor de beeldvorming: persoon F wordt verdacht van fraude en gegevens worden uit de Basisregistratie ingezien, maar wie zegt dat er dan niet ook naar persoon H en persoon J wordt gekeken? De beantwoording van mijn technische vragen geeft aan dat op dit moment nog niet in dit toezicht is voorzien en dat de gemeente nog niet beschikt over een module die zij wil aanschaffen en op basis waarvan inzichtelijk wordt gemaakt wie wanneer geraadpleegd heeft. Het huidige gemeentepersoneel heeft een dergelijk logboek. Daar worden wél controles op uitgeoefend, maar het zit dus nog niet aan de kant van de woningcorporaties. Even voor de raad: er loopt dus een ontwikkelproces voor deze module om erop toe te gaan zien of er wel correct wordt nageleefd door werknemers van woningcorporaties. Daarom heeft Onafhankelijk Delft er voor nu voor gekozen om deze module eerst af te wachten en daar nu geen motie over in te dienen. Wel wil Onafhankelijk Delft weten per wanneer we een dergelijk toezichthoudend systeem kunnen verwachten en per wanneer het convenant precies van kracht wordt, want dat is natuurlijk wel belangrijk, wethouder.

Onafhankelijk Delft heeft de motie van STIP mede ingediend om werkafspraken te maken om een goede controle te waarborgen. Wat de motie van STIP met betrekking tot de woonfraude betreft verschilt Onafhankelijk Delft van mening over het dictum, omdat Onafhankelijk Delft vindt dat het aan woningcorporaties zelf is om invulling aan de prioritering te geven met betrekking tot het fraudebeleid en dat we als raad niet op die stoel moeten plaatsnemen. Mevrouw JANSSEN (PvdA): Voorzitter. Veel dank aan STIP voor het opstellen van de moties. We sluiten ons daar grotendeels bij aan. Het is belangrijk om persoonsgegevens te beschermen. Zeker in de huidige tijden, waarin veel met persoonsgegevens kan worden gedaan als zij in verkeerde handen vallen, is het goed dat we ze zo goed mogelijk beschermen als wij ze gaan verstrekken. Dat ondersteunen we. Dan de vraag van de VVD over de tweede motie, omdat ik net iets meer tijd heb. Natuurlijk is het belangrijk om naar rotte appels te kijken, maar je hebt verschillende soorten rotte appels. Je hebt een rotte appel die een heel klein bruin plekje heeft en je hebt een rotte appel waar de wormen uit kruipen. Ik denk dat het goed is om met de menselijke maat te kijken wat de intentie van iemand is met de woonfraude die optreedt.

Daar hoeven we niet een landelijke definitie voor te vervangen, maar we kunnen wel met de menselijke maat kijken hoe we dat uitvoeren. Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Voorzitter. Wij hebben in de commissie al aangegeven dat wij blij zijn dat er goede afspraken worden gemaakt, maar we zijn er niet gerust op dat er voldoende afspraken worden gemaakt. Ik denk dat het feit dat meerdere fracties dezelfde soort vragen hebben gesteld - worden er wel voldoende afspraken gemaakt en is de controle op de naleving wel goed vastgelegd in het convenant? - dit bevestigt. Daarom hebben wij deze motie mede ingediend, omdat dit te belangrijk is om in het proces alleen daarop te vertrouwen. Mevrouw DE LEEUW (SP): Voorzitter. Wij hebben geen probleem met de moties. Sterker nog, zij laten zien dat wij als raad gegevenswisselingsconvenanten serieus nemen. Wel heb ik nog een vraag over de uitvoering van motie 7.7.2, om te beginnen over de prioritering waar in de motie over wordt gesproken. Hoe gaan wij ervoor zorgen dat, als de motie wordt aangenomen, de gegeven prioritering daadwerkelijk wordt gehandhaafd? Ten tweede, in het

72

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

verlengde daarvan: hoe gaan we ervoor zorgen dat er geen willekeur zal plaatsvinden bij de handhaving door de organisatie? Graag een reactie van de wethouder. Mevrouw GROBBEN (Hart voor Delft): Voorzitter. Mijn betoog is enigszins een herhaling van wat iedereen zo'n beetje zegt, maar wij willen dit toch gezegd hebben. Hoewel het doel om woningcorporaties beter te ondersteunen, begrijpelijk is, vindt Hart voor Delft dat we uiterst voorzichtig moeten zijn met het delen van persoonlijke gegevens. De beveiliging en het potentiële risico van misbruik wegen zwaar. Hart voor Delft vindt dat eerst verder onderzocht moet worden of minder ingrijpende maatregelen mogelijk zijn om de woningcorporaties te helpen hun taken te vervullen zonder dat de privacy van inwoners in het geding komt. Het risico van datalekken of misbruik is groot als toegang gegeven wordt aan meerdere externe partijen, wat in dit geval gaat gebeuren. Hart voor Delft twijfelt over de noodzaak en proportionaliteit van het verstrekken van meer gegevens en stemt daarom tegen het convenant. Wethouder SCHREDERHOF: Voorzitter. De corporaties gebruiken ons BRP nu al, omdat zij een heel concrete taak van de gemeente uitvoeren, het verstrekken van urgenties aan mensen die die aanvragen. Dat gaat via de DAV, via de commissie; dat regelt zij.

In het verhuurproces, waarvoor u netjes de afspraken maakt over hoe wij dat doen, is de uitvoering daarvan al bij de corporaties verankerd en gebruiken zij daarvoor op functieniveau ons BRP. Dat is niet alleen bij ons zo; eerlijk gezegd denk ik dat dit in heel Nederland zo is. Dat is dus eigenlijk zo geregeld, tenzij er nog handmatig matchings worden gemaakt, maar dat komt niet veel voor. Wat wij nu doen, is daaraan een extra taak toevoegen, namelijk de woonfraudekant. Ik denk dat de burgemeester daar heel veel over kan vertellen, maar het is wel degelijk belangrijk dat we die toets laten plaatsvinden, want woonfraude gaat niet alleen over situaties waarin iemand op een adres woont en zich niet netjes heeft ingeschreven. Dat gebeurt wel en dat moet je dan gewoon corrigeren, want soms vergeten mensen dat. Of iemand woont een tijdje bij iemand anders; ook dat is helemaal prima. Maar je wilt niet een situatie waarin iemand in een woning woont die eigenlijk door een ander gehuurd is voor een lager huurtarief en waarvoor exorbitante tarieven worden gevraagd of een situatie waarin een woning keurig gehuurd is maar waarin nooit iemand gewoond heeft en waar uiteindelijk een hennepkwekerij achter zit of een handel die je niet wil. Dat wil je uiteindelijk bij de corporatie onderbrengen als extra taak. Daarover hebben wij met elkaar in ieder geval afspraken gemaakt.

U heeft in het convenant kunnen lezen wat dit in de onderlinge samenwerking betekent. Het is goed dat STIP in de motie aangeeft dat een DPIA echt een procesverhaal is dat je met elkaar afgesproken hebt, maar dat het op andere niveaus in die werkafspraken echt over het persoonlijk handelen gaat. Daar zal je met elkaar concrete afspraken over moeten maken. Een belangrijke is hoe je dat toetst, waar je de module op aanschaft. Maar ook: wanneer handel je wel bij woonfraude en wanneer niet? Dat moeten we in werkafspraken heel goed met de corporaties neerleggen. Het is ook goed dat we met z'n allen weten wat daar neergelegd is, maar dat dit ook een proces is dat we elke keer moeten herzien, omdat we steeds in de organisatie kijken wat er gebeurt en of we goede afspraken hebben gemaakt. Het zal dus nooit af zijn. Het is een ontwikkelafspraak die we met elkaar ingaan. Ik wil alleen nogmaals aangeven dat het systeem nu al door de corporaties gebruikt wordt. Ons hele verhuurproces zou echt stilliggen als we dat niet meer deden. Wat we hiermee doen, ook met beide moties die er liggen, is het met elkaar nog veel meer verdiepen daarvan in werkafspraken, juist op dat persoonlijk handelen, en daarop ook de controle houden. Mevrouw GROBBEN (Hart voor Delft): Ik schrik hier een beetje van.

Ik heb twintig jaar toegang gehad tot het BRP, in heel Nederland en eigenlijk ook in het buitenland, van Nederlanders en ik weet wat voor informatie daaruit te halen is. Daar staan mensen 73

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

waarschijnlijk niet bij stil, maar dat weet ik. Ik schrik er dus een beetje van dat er geen controle op het gebruik is, zoals mevrouw Timmermans aangeeft. Ik hoop dat dit zal veranderen. Ik zal overleggen met mevrouw Timmermans over wat dit precies inhoudt, want ik ken dit niet, maar ik schrik hiervan, wethouder. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Ik heb eigenlijk een interruptie op de wethouder, maar ik kan het ook in de tweede termijn doen. Ik heb uitgelegd dat ik technische vragen heb gesteld, wat het precies behelst en dat er nu een ontwikkelproces loopt om een soort module in te richten, zodat de mensen die bij de woningcorporatie kunnen inzien, gecheckt kunnen worden, zodat niet naar persoon E, F, X of wie dan ook gekeken kan worden bij een verdenking van fraude van alleen persoon E. Maar mijn vraag was wanneer een dergelijk toezichthoudend systeem van kracht wordt, want als dat driekwart jaar later is dan wanneer dit convenant ingaat, heb ik daar een probleem mee. Dan kom ik daar zeker nog op terug; gelukkig voor jullie allemaal niet nu, hoewel ik nog aardig wat spreektijd heb. Maar ik wil wel graag een antwoord van de wethouder op de vraag hoe dit zich tot elkaar verhoudt. Mevrouw DE LEEUW (SP): Ik hoor de wethouder zeggen: we gaan alles in afspraken gieten, maar ik ben nog steeds een beetje op zoek.

In de motie van STIP wordt bijvoorbeeld ingegaan op de prioritering. Als we dat zouden gaan doen, hoe zorgen we er dan niet alleen door middel van afspraken maar bijvoorbeeld ook door auditing voor dat het ook daadwerkelijk wordt gehandhaafd en hoe voorkomen we hier willekeur? Want je hebt als bestuursorgaan nog steeds het verbod op willekeur, détournement de pouvoir, als mijn Frans me niet in de steek laat. Ik ben dus benieuwd hoe we zouden kunnen voorkomen dat we daarmee in problemen komen. Mevrouw JANSSEN (PvdA): Is dit een termijn? Ik wil de SP eigenlijk interrumperen. We dienen hier zo vaak moties in waarbij we vertrouwen hebben in de uitvoering door het ambtelijk apparaat. Waarom moeten we bij deze motie nou direct weer kijken hoe we voorkomen dat er willekeur ontstaat en hoe we ervoor zorgen dat de uitvoering goed is? Wij hebben gewoon vertrouwen in het ambtelijk apparaat als wij een opdracht geven. Mevrouw DE LEEUW (SP): Ik reageer graag op deze interruptie. Het gaat hier om gegevenswisselingsconvenanten. Vanuit mijn achtergrond met privacyrecht weet ik dat daarmee het een en ander fout kan gaan. Persoonsgegevens zijn eigenlijk informatie over een persoon. Mevrouw JANSSEN (PvdA): Ik snap wat de SP zegt, maar het gaat mij met name om die andere opmerking over het voorkomen van willekeur bij het handhaven op wat voor soort woonfraude er is.

Ik denk dat dat iets is waarbij je gewoon vertrouwen moet hebben in de ambtenarij en het beleid. Mevrouw DE LEEUW (SP): Ik zou zeggen: ik mag daar toch naar vragen? Ja, er is vertrouwen, maar ik wil wel zeker weten dat het goed zit, mede omdat ik een beetje inzicht heb in wat er mis kan gaan bij zulke gegevenswisselingsconvenanten, voornamelijk in de prioritering. Daar zit ik op. Mevrouw VAN DER VLIST (ChristenUnie): Voorzitter. De indieners van de motie en het antwoord van de wethouder gehoord hebbende, hebben we nog een vraag over de eerste motie. Een aantal punten die genoemd worden, worden volgens mij al geborgd in het stukje privacywetgeving dat er is. Kan de wethouder aangeven wat de inhoud van de motie voor

74

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

haar en voor de woningcorporaties toevoegt om zich aan de wet te houden? Of zijn dit nog extra maatregelen in de uitvoering? Ik vind het lastig om dat verschil te duiden. Wethouder SCHREDERHOF: Voorzitter. Ik heb afgesproken dat mijn collega vanuit de gemeentekant reageert. Ik ga daarna in op de aanvullende vragen. Wethouder HUIJSMANS: Voorzitter. Volgens mij doen we nu een discussie over die we al een tijd geleden met elkaar hebben gevoerd. Toen ging het over de wijze waarop de gemeente bepaalde gegevens beschikbaar stelt om bepaalde activiteiten mogelijk te houden voor partijen die zaken voor ons uitvoeren. Volgens mij is dat hier aan de orde. We hebben toen ook een heleboel moties in discussie gehad over hoe we dat eigenlijk doen, of we daar streng genoeg in zijn en of we niet te gemakkelijk zijn met het beschikbaar stellen van deze informatie, zoals vanuit Hart voor Delft wordt gesuggereerd. Daar is de wet ondertussen behoorlijk strikt in geworden. Er zijn natuurlijk ook een heleboel redenen waarom we dat doen; die zijn nu ook langsgekomen. Die redenen maken dat we heel strikt zijn in hoe we dit uiteindelijk beschikbaar stellen aan de corporaties om deze taak voor ons te gaan doen. Volgens mij is dat de achtergrond. We hebben daarbij ook al heel veel aanscherpingen gehad op basis waarvan we dit als Delft mogen gaan doen. Dat is de context waarin dit speelt.

Het is vooral ook interessant hoe wij nu samen met onze partner zorgen dat zijn taak goed kan worden uitgevoerd, maar daarvoor geef ik het woord via de voorzitter graag terug aan de andere wethouder. De VOORZITTER: Ik zou dit van harte willen onderstrepen, want dit is gewoon zo. Er speelt veel en er moet op een bepaald moment ook gehandeld kunnen worden. Ik onderschrijf vanuit mijn verantwoordelijkheid voor veiligheid en de zaken daaromheen dus de opmerking die mevrouw Schrederhof zojuist al maakte. Wethouder SCHREDERHOF: Om het heel concreet te maken: nogmaals, de corporaties gebruiken ons systeem al. Precies daarover hebben we de afspraken gemaakt, zoals mijn collega al zei. Daarvan zegt de motie eigenlijk: probeer daar nog een stapje verder in te gaan en probeer in je werkafspraken heel goed in beeld te brengen wie dat binnen de corporatie doet en waarvoor je een taak uitvoert. Degene die het doet voor de urgentie en de verhuur, is echt iemand anders dan degene die het doet voor het woonfraudeonderzoek. Dat moeten ook gescheiden functies zijn. Daar kan je goede afspraken over maken. Dat is de lijn, de werkafspraaklijn, die we verder uitzetten. De andere oproep is om met elkaar wel goed te kijken wat je onder "woonfraude" verstaat. Daar ben je nooit sluitend in.

Hou dus ook een tijd bij of we wederzijds - vanuit de gemeente, vanuit de corporatie en vanuit de resultaten die je daaruit gehaald hebt - een noodzaak voelt om dat bij te sturen. Dat is het proces dat je permanent ingaat. Ik moet het antwoord schuldig blijven op de vraag van OD wanneer het toezichtsysteem er is. Dat weet ik niet uit mijn hoofd, maar dat kan ik u doorgeven. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Ik weet niet goed wat ik hiermee aan moet, want eigenlijk wil je natuurlijk weten … Misschien kan er wel antwoord worden gegeven op de vraag wanneer het convenant in werking treedt. Ik ben natuurlijk ook enorm benieuwd wanneer er een soort toezichthoudend systeem op losgelaten kan worden. Ik weet dat daar achter de schermen aan wordt gewerkt, maar ik wil ook gewoon dat we ons allemaal goed realiseren dat dit niet scheef kan gaan lopen. Ik heb nu geen motie voorbereid. Ik zit dus even te denken. Misschien kom ik hier toch met schriftelijke vragen op terug. Ik denk dat ik dit vervolgens misschien weer zal agenderen, mocht dat nodig zijn. Dan doen we het maar even zo. 75

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

Mevrouw VAN DER VLIST (ChristenUnie): Ik heb nog niet concreet gehoord wat ten aanzien van de uitvoering van de bestaande regelgeving rondom privacy en persoonsgegevens precies de toevoeging van de eerste motie is bovenop de persoonswetgeving die er al is. Wethouder SCHREDERHOF: Volgens mij heb ik geprobeerd dat te zeggen. Het DPIA is de proceskant. Dat kan je keurig verankerd hebben. De motie roept eigenlijk tot twee dingen op. Dat betreft ten eerste de reguliere uitvoering: om met elkaar echt heel specifiek te zijn over welke persoon het uitvoert en of je daar ook een toets op kan hebben. Dat is het menselijk handelen, want daar kan je ook fouten in maken; dat is dus de aanvulling. Daar waar het over woonfraude gaat, gaat het om afspreken met elkaar waarover je het dan hebt: van welke dingen zeg je dat je die corrigeert als je ze tegenkomt? Als iemand zich niet ingeschreven heeft, is dat niet iets waar we vervolgacties op gaan zetten. De VOORZITTER: Ik constateer dat de beraadslaging kan worden gesloten. In stemming komt motie 7.7.1 (Goede afspraken maken goede uitvoering) van STIP, Onafhankelijk Delft, de PvdA en Volt. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. Mevrouw WESSELS (GroenLinks): Voorzitter. Ik doe meteen voor beide moties een stemverklaring.

Het debat en de antwoorden van de wethouder gehoord hebbend zullen wij beide moties steunen, zeker omdat menselijk handelen verder wordt verstevigd. Mevrouw GROBBEN (Hart voor Delft): Voorzitter. Ik kan me volledig aansluiten bij mijn collega van GroenLinks. Wij zullen voor deze twee moties stemmen, omdat wij het nodig vinden dat er extra maatregelen toegevoegd worden. Mevrouw VAN DER VLIST (ChristenUnie): Voorzitter. Ik kan me ook volledig aansluiten bij de woorden van mevrouw Wessels. Daarom stemmen wij ook voor beide moties. Mevrouw VOOGT (VVD): Voorzitter. Wij zullen tegen deze moties stemmen. Wij vinden dat de aanpak van het college voldoende ruimte biedt om hier uitvoering aan te geven. Ook zijn wij geen voorstander van het anders handhaven op lokaal niveau van woonfraude. De motie wordt met een digitale stemming aangenomen met 33 tegen 3 stemmen, waarbij de fractie van de VVD ertegen heeft gestemd. In stemming komt motie 7.7.2 (Een heldere focus in de aanpak van woonfraude) van STIP en de PvdA. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. Zoals ik ook in mijn betoog zei: eigenlijk ligt het bij de corporaties zelf hoe dit wordt ingekaderd. Daar kunnen we als gemeente op toezien. Ik zie de noodzaak van de motie dus niet. Wij zullen dus tegenstemmen.

De motie wordt met een digitale stemming aangenomen met 26 tegen 10 stemmen, waarbij de fracties van D66, Onafhankelijk Delft en de VVD ertegen hebben gestemd.

76

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

90. College van B en W - handelingsperspectief gemeentelijke financiële ondersteuning opstallen sportverenigingen (nr. 2415211). De VOORZITTER: Er is een motie aangekondigd, met de VVD als eerste indiener. Mevrouw VOOGT (VVD): Voorzitter. Het is al laat op de avond. Desalniettemin staat er nog een belangrijk onderwerp op de agenda, namelijk sporten. Sporten is natuurlijk belangrijk; daar hebben we in de commissie al uitgebreid bij stilgestaan. We hebben eerst ingezet op het verbeteren van de sportvelden. Wat de VVD betreft zijn nu de kantines en de kleedkamers aan de beurt. We spraken ook over een duidelijk handelingsperspectief dat er ligt, waarvoor dank. Het is een mooie handreiking om samen met de verenigingen maatwerk toe te passen en uiteindelijk bij de Kadernota daar ook budget voor vrij te maken. In de commissie spraken we ook over de subsidieregeling. Na die vergadering ben ik daar nog even ingedoken, sprak ik met wat verenigingen en kwam ik eigenlijk tot de conclusie dat de subsidieregeling zoals die nu op de gemeentelijke website gepubliceerd staat, niet helemaal passend is voor de situatie en het proces waar we volgens ons nu in zitten. De regeling is erg ingewikkeld, geeft geen garantie op een financiële bijdrage en vraagt om het indienen van heel veel documenten en een strak tijdpad. Tussen oktober en december moet het worden ingediend.

Om te voorkomen dat de sportverenigingen de hele zomer werk moeten steken in het indienen van subsidieverzoeken, dien ik samen met een aantal andere fracties een motie in die oproept om eerst het handelingsperspectief met de Sportraad en de sportverenigingen te bespreken, zodat de verenigingen duidelijk weten wat er wel of niet mogelijk is, zodat zij op een later moment, wanneer zij voldoende tijd hebben, samen met de gemeente kunnen kijken wat er mogelijk is en om gedurende dat proces de subsidieregelingen offline te halen. Ik hoop hiermee de samenwerking tussen de gemeente en de verenigingen op gang te brengen, zodat in het verbeteren van de sportkantines en de kleedkamer sneller stappen gezet kunnen worden. Door de fracties van de VVD, het CDA, Hart voor Delft, D66, de PvdA en de SP wordt motie 7.8.1 (In samenspraak werken aan verbeterde sportkantines en -kleedkamers (opstallen)) ingediend: "Deze motie wordt besproken door de gemeenteraad van Delft in de vergadering van donderdag 13 juni 2024 bij de bespreking van agendapunt 7.8. College van B en W handelingsperspectief gemeentelijke financiële ondersteuning opstallen sportverenigingen (nr. 2415211). Wij stellen vast dat: • • • •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14400914/1