CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Handelingen raadsvergadering 1 december 2022

Raadsvergadering 1 december 2022, gemeente Delft15.422 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2022

jaren ook beleidsregels gaan maken, zeggen wij dat wij over twee jaar gaan evalueren en kijken of het gewerkt heeft en dat we de regels mogelijk, als dat nodig is, gaan aanscherpen. We gaan wat dat betreft dus hard. Wat gaan we over twee jaar evalueren? Dan gaan we kijken wat er naar aanleiding van de regels is gedaan, maar we hebben ook gezegd dat het best ingewikkeld is of het lukt en of het realiseerbaar is om dit te halen. Mensen mogen dus een vrijstelling vragen bij het college. De vraag is dan: gebeurt dat, krijgen ze die vrijstelling dan ook en wat betekent dat uiteindelijk voor de klimaatadaptiviteit van een nieuw gebied? Wat wij ook willen doen voor de evaluatie, is goed tegen het licht houden of de scenario's over twee jaar zijn veranderd. Het KNMI doet in 2023 opnieuw een uitspraak over de scenario's. Als het scenario voor 2050 dan anders is, zullen wij ook onze beleidsregels daarop moeten aanpassen. Los van onze eigen beleidsregels is daarnaast het Deltaprogramma Ruimtelijke adaptatie hard bezig met stresstesten, waarbij bijvoorbeeld ook wordt bekeken waar je het beste kunt bouwen en waar niet. De heer VALK (CDA): U zegt heel nadrukkelijk: over twee jaar kijken we ook naar 2050. Als ik het goed begrijp, betekent dit dat u in de toekomst naar 2050 blijft kijken. Wethouder VAN VLIET: Dat is een goede vraag.

Dan zou je op z'n minst naar 2052 moeten kijken, als je het eerlijk opschrijft. Dat is een goede vraag; dat zouden we moeten bekijken. Ik wil hiermee zeggen dat zowel in de regio als landelijk vanuit het Deltaprogramma maar ook door onszelf de vinger dus heel goed aan de pols wordt gehouden. Wij vinden het heel belangrijk om de regels nu vast te stellen, zodat we er ook echt mee aan de slag gaan. Ik denk dat het heel goed is dat we over twee jaar eerst de evaluatie doen en die met de raad bespreken, waarbij op basis van de evaluatie en de nieuwe informatie die er dan is, wordt bekeken wat de raad wil meegeven aan mogelijke aanpassingen van het beleid. Daar voeren we dan dus eerst met elkaar het debat over, voordat we overgaan tot nieuw beleid. U stelt daarvoor de kaders. In de tussentijd zou het college heel dringend willen vragen om de inzet van onze mensen die bezig zijn met de klimaatadaptatie, echt te richten op het nemen van maatregelen in de bebouwde omgeving. Dat is het andere: de beleidsregels gaan over nieuwbouw, maar de huidige bebouwde omgeving vraagt van ons keiharde actie. Wij zouden de beperkte capaciteit heel graag daarop inzetten. Dus even de vinger aan de pols, niks doen aan de twee jaar en dan evalueren. Daarmee kom ik eigenlijk tegemoet aan het eerste en tweede dictum.

Wat het derde dictum betreft: flexibiliteit is heel moeilijk te toetsen, want we hebben daar nog helemaal geen regels voor. We zouden dus ook niet weten waaraan we zouden moeten toetsen. Laten we dat nou nog even niet doen, maar als we dat straks belangrijk vinden, geef dat dan op dat moment graag mee voor nieuw beleid. De VOORZITTER: Dat was volgens mij een helder verhaal van de wethouder. Mevrouw FUNG FEN CHUNG (STIP): Voorzitter. Ik ben blij om te horen dat de wethouder ook graag ziet dat we input kunnen leveren voor de volgende beleidsregel. Ik begrijp dat hij misschien wil wachten met het daarin laten landen van flexibiliteit, maar ik denk toch dat het superbelangrijk is om daar nu al mee te beginnen, omdat we ook rekening moeten houden met situaties na 2050. We moeten ons niet helemaal vastbouwen. We moeten ons kunnen

24

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2022

blijven aanpassen aan de klimaatadaptatie. Ik heb nog niet helemaal gehoord hoe de wethouder kijkt naar de dicta van de motie. Kunt u dat nog een keer verduidelijken? Wethouder VAN VLIET: Zeker. Nogmaals, het eerste en tweede dictum is volgens mij gedekt met wat ik zojuist heb gezegd. Met betrekking tot het derde dictum is het erg lastig om te toetsen aan flexibiliteit. Dan zouden we echt een onderzoek moeten doen naar wat we daaronder verstaan, wat de regels zijn en waar we aan toetsen. Het vraagt ambtelijke capaciteit om dat eerst te onderzoeken om daarna op dat punt te kunnen evalueren, maar we evalueren dan iets waar we zelf nog geen regels voor hebben gesteld. We gaan het dus eigenlijk aan iets nieuws toetsen. Dat kost veel capaciteit. Het is misschien heel nuttig om aan de universiteit, in de regio of landelijk dingen daarin te ontwikkelen en mee te nemen in een volgende stap in het beleid, maar nu wil ik echt dringend adviseren om onze capaciteit voor andere dingen in te zetten, namelijk voor doen. De heer VAN DER POST (PvdA): Voorzitter. Ik heb de wethouder goed gehoord. Hij heeft toezeggingen gedaan over hoe we met deze beleidsregels moeten omgaan in veranderende omstandigheden.

Wat het verhaal van de flexibiliteit betreft: het is natuurlijk niet zo dat je in een evaluatie geen elementen kunt meenemen waar je nog geen normen voor hebt, want doordat je het bekijkt, ga je juist bekijken waar we misschien wél normen voor moeten hebben. Tegenover dat argument om dat nu niet mee te willen nemen, wordt bovendien ook vanuit de bouwkunde gezegd dat dat heel belangrijk is. Dat snap ik, want als je nu dingen op een bepaalde manier bouwt die over een aantal jaren vanwege klimaatadaptatie op een andere manier moeten worden gebouwd, moet je natuurlijk niet vastzitten aan wat je net een paar jaar daarvoor hebt gebouwd. Ik kan me dus best voorstellen dat je flexibiliteit op de een of andere manier al moet meenemen in het bouwen, misschien zelfs al vanuit de circulariteit, want de circulaire economie speelt hier natuurlijk een belangrijke rol in. Ik kan me best voorstellen dat je in die evaluatie, hoewel je er geen normen voor hebt, iets kan zeggen over die flexibiliteit, met name over de noodzakelijkheid ervan. In die zin zou ik ook het derde punt van het dictum best kunnen blijven verdedigen. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Voorzitter. Ik heb nog een vraag aan de wethouder. Ik heb meegelezen op de website van de gemeente toen de wethouder aan het woord was en het hele verhaal klopt.

Er werd gesproken over "toezeggingen", maar ik lees gewoon dat wat u eventueel zou toezeggen, al gebeurt. Is het dan nog een toezegging? De VOORZITTER: In elk geval ontkent de wethouder het niet. Dat is ook belangrijk. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Ik hoor graag de wethouder zelf. Wethouder VAN VLIET: Wat u zegt, klopt: dat eerste en dat tweede gaan we sowieso doen. Daarmee zijn het eerste en tweede dictum eigenlijk overbodig, want we gaan het doen en het staat ook al in het stuk. De VOORZITTER: Wenst verder nog iemand in de tweede termijn het woord? Ik kijk ook even naar STIP. Mevrouw FUNG FEN CHUNG: Voorzitter. Ik zou heel graag een schorsing van twee minuten willen. De VOORZITTER: Prima, dan doen we dat.

25

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2022

De vergadering wordt enige tijd geschorst. Mevrouw FUNG FEN CHUNG (STIP): Voorzitter. Met deze beleidsregel willen we er echt aandacht voor vragen om ook voorbij 2050 te kijken. Als de wethouder kan toezeggen dat hij met deze evaluatie naar de raad komt, waarbij we hier ook op gaan evalueren en hiervoor input kunnen leveren, trek ik de motie bij dezen in. De VOORZITTER: De wethouder wil misschien nog een paar puntjes navragen. Wethouder VAN VLIET: Ja, om het scherp te krijgen. Vraagt u nu om iets toe te voegen aan de evaluatie? Want we gaan over twee jaar evalueren en op basis van die evaluatie gaat u dan als raad de kaders stellen voor het nieuwe beleid. Ik ben benieuwd of u verwacht dat wij daar nog iets aan toevoegen. Mevrouw FUNG FEN CHUNG (STIP): Ik vraag de toezegging dat wij ook input kunnen leveren voor de volgende beleidsregel. Wethouder VAN VLIET: Uiteraard, dat is precies de bedoeling van het debat dat we dan zullen voeren. De VOORZITTER: Mooi, dan is het eind goed, al goed aan het einde van dit mooie agendapunt. Ik neem aan dat de motie met deze toezegging wordt ingetrokken. Mevrouw FUNG FEN CHUNG (STIP): Ja, voorzitter. Omdat motie 8.1.1 is ingetrokken, maakt zij geen onderdeel van de beraadslaging meer uit. De VOORZITTER: Uitstekend. Dan hebben we een mooi debat gehad. Ik kan wel vertellen dat vele minuten spreektijd gebruikt zijn.

Bij STIP zijn ze echt helemaal op. De maidenspeech is dus ruim geweest; dat is helemaal goed. Er hoeft niet gestemd te worden over de beleidsregel, want we nemen er geen besluit over. Dat is dan toch weer een beetje een treurige afloop van een mooi debat, maar de wethouder gaat er wel mee aan de slag. Daar kunt u op rekenen; dat heeft u van hem gehoord. 188. College van B en W - Beleidsregel Tijdelijke individuele bijzondere bijstand energiekosten 2022 gemeente Delft (nr.2244553). De VOORZITTER: Wethouder Gooijer was grieperig, maar is present. Dat is heel fijn. De fracties van de PvdA en de ChristenUnie overwegen een motie over zzp'ers. Ook STIP overwoog iets, maar zal het daar niet over kunnen hebben. Mevrouw JANSSEN (PvdA): Voorzitter. Vanavond bespreken we de toegang tot de tijdelijke individuele bijzondere bijstand voor verschillende Delftenaren. Ten eerste zijn wij erg blij dat de gemeente inwoners die het financieel lastiger hebben door de gestegen energiekosten, financieel ondersteunt. Het snel opstellen van de beleidsregel die dit mogelijk maakt, waardeert mijn fractie zeer. Hierdoor komen nieuwe groepen in aanmerking voor een tegemoetkoming, waaronder studenten tussen de 18 en 20, mensen zonder eigen energiecontract en inwoners die onvoldoende geholpen zijn met het reguliere bedrag.

Ook aan zelfstandigen zonder personeel is gedacht, kijkend naar artikel 2.9 in de beleidsregel. Zij mogen de extra financiële ondersteuning aanvragen als zij met het jaarinkomen van het voorgaande jaar, dus in dit geval 2021, hiervoor in aanmerking komen. Mijn fractie vraagt 26

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2022

zich af of dat de beste oplossing is. Inkomens van zzp'ers zijn zeer variabel en wisselen sterk. Ook in tijden van economische achteruitgang is deze groep zeer kwetsbaar, zoals al eerder is gebleken, aangezien zij zelf verantwoordelijk zijn voor de financiële risico's. Het lijkt ons daarom belangrijk om te inventariseren hoe we de groep zzp'ers die op dit specifieke moment het meest last hebben van de economische situatie, het beste kunnen ondersteunen. Hiervoor hebben we ook gekeken naar andere steden. Zo ontdekten we dat daar soms gebruik wordt gemaakt van meer actuele cijfers. Er wordt bijvoorbeeld gekeken naar de winst-verliesrekening van het voorgaande kwartaal of van een kwartaal eerder in dit specifieke kalenderjaar. Het lijkt mijn fractie en ook de mede-indieners de ChristenUnie, STIP en de VVD wenselijk om te onderzoeken of we middels een andere formulering van de beleidsregels zzp'ers zouden kunnen helpen die veel hinder ondervinden van de gestegen energieprijzen maar die middels de huidige formulering niet in aanmerking komen hiervoor. Hiervoor hebben wij deze motie opgesteld. We zijn benieuwd naar de reactie van de wethouder en we hopen dat we op deze manier een regeling kunnen vinden die nog beter de mensen identificeert die het meest last hebben van de gestegen energiekosten.

Door de fracties van de PvdA, de ChristenUnie, STIP en de VVD wordt motie 8.2.1 (Inkomenseis zzp'ers voor toegang bijzondere bijstand) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op 1 december 2022 ter bespreking van de beleidsregel Tijdelijke individuele bijzondere bijstand energiekosten, constaterende dat: -

-

de lasten voor veel Delftse inwoners significant gestegen zijn; energiekosten hier voor veel inwoners sterk aan bijdragen; de gemeente groepen inwoners die niet in aanmerking komen voor de generieke energietoeslag van het Rijk of zij die daar niet voldoende aan hebben, wil ondersteunen middels extra bijzondere bijstand; getracht wordt om zelfstandigen zonder personeel (zzp'ers) mee te nemen in de regeling middels artikel 2.9 in de beleidsregel Tijdelijke individuele bijzondere bijstand energiekosten 2022;

overwegende dat: -

inkomens van zzp'ers aan grote schommelingen onderhevig zijn; zzp'ers extra kwetsbaar zijn voor economische malaise, aangezien zij zelf verantwoordelijk zijn voor alle (financiële) risico's; in de huidige beleidsregel wordt gekeken naar het belastbaar inkomen van het volledig voorgaande kalenderjaar voor zzp'ers; bij toekenning van de bijzondere bijstand altijd sprake is van individuele toetsing;

verzoekt het college: -

-

te inventariseren of er zzp'ers zijn die op dit moment belangrijke hinder ondervinden van de gestegen energiekosten en bij de huidige inkomenseis niet in aanmerking komen voor de bijzondere bijstand; te onderzoeken of het mogelijk is om voor de toegang van zzp'ers tot deze regeling gebruik te maken van actuelere cijfers over het inkomen dan enkel het complete voorafgaande boekjaar;

27

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2022

-

-

bijvoorbeeld te kijken naar alternatieve toegangsmethoden naar voorbeeld van Venlo of Nijmegen, waarbij winst-verliesrekeningen van het huidige boekjaar worden gebruikt; de raad hierover zo snel mogelijk, maar uiterlijk maart 2023, te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag." De VOORZITTER: Gefeliciteerd, mevrouw Janssen: binnen de tijd! Heel knap gedaan. Nog elf seconden. Mevrouw KOELEWIJN (ChristenUnie): Voorzitter. Allereerst ook vanuit de ChristenUnie dank aan de wethouder en het hele ambtenarenteam voor het zo snel opstellen van zo'n goede regeling. Dat was vast veel werk en best ingewikkeld. We hadden in de commissie nog een aantal vragen over de communicatie, want zo'n mooie beleidsregel staat of valt met de vraag of mensen weten dat ze dit kunnen aanvragen. Maar wij zijn in de commissie helemaal gerustgesteld door de wethouder. Dat was dus heel fijn. De Partij van de Arbeid is nog heel scherp op het punt van de zzp'ers. Dat vinden wij goed, want de situatie van zzp'ers is echt anders dan die van mensen in loondienst. Het is dus goed om echt goed te kijken of we voor hen doen wat we moeten doen. Dat vraagt de motie. Ik denk dat mevrouw Janssen dat heel mooi heeft toegelicht. Mevrouw VOOGT (VVD): Voorzitter. Zoals in de commissie al aangegeven, is het zeer knap dat er op korte termijn al een regeling is opgesteld waarmee maatwerk kan worden geboden aan Delftenaren tot 120% van het minimuminkomen. Toch hadden wij liever gezien dat elke Delftenaar, als dat financieel nodig zou zijn, na individuele toetsing in aanmerking zou kunnen komen. Het trekken van een grens blijft arbitrair.

Verder blijft dit voor de VVD een thema waar wij vanuit ideologie wat ongemak bij voelen. Met een dergelijke stapeling van voorzieningen en toelagen wordt een steeds grotere groep Delftenaren vanuit de overheid van extra inkomen voorzien en worden zij daarmee voor hun bestaan afhankelijk gemaakt van dezelfde overheid. Wij zien liever dat mensen economisch zelfstandig en onafhankelijk van diezelfde overheid zijn. We zijn dan ook benieuwd hoelang de wethouder deze tijdelijke maatregel wil inzetten. Wanneer is het moment waarop deze tijdelijke individuele bijzondere bijstand wordt opgeheven? De heer VAN DER SLUIS (SP): Is de VVD het gewoon met me eens dat het minimumloon omhoog moet? Want dat is natuurlijk het belangrijkste wat we moeten doen om van al die toeslagen af te kunnen komen. Mevrouw VOOGT (VVD): Dat is een exercitie, een rekensom, die ik nu niet een-twee-drie zou willen maken. Dat ligt hier nu ook niet ter bespreking voor. We hebben het hier over deze Delftse situatie, maar alles wat bijdraagt aan economische zelfstandigheid van mensen, zullen we gewoon moeten doen. Daar besluit "landelijk" over en daar hoeven we het hier gelukkig niet over te hebben. Wij hebben de motie mede-ingediend, omdat wij het belangrijk vinden dat de zzp'ers, ondanks hun soms wisselende inkomsten, ook aanspraak kunnen maken op deze tijdelijke regeling. De heer VAN DER SLUIS (SP): Voorzitter.

Dit is weer zo'n geval waarin mensen in de knel komen door landelijk beleid, door regels die we in Nederland bedacht hebben, en waarin we 28

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2022

hier weer een pleister moeten plakken; volgens mij hebben we het daar vorige maand ook al over gehad. Bij zelfstandigen zonder personeel, zelfstandigen, denk ik aan mensen die verantwoordelijkheid kunnen nemen, goed rond kunnen komen en, als zij een jaar een hogere energierekening hebben, dat gewoon kunnen betalen en zelf dat risico kunnen nemen. Maar de praktijk is heel anders. Er zijn heel veel mensen die in een zelfstandige constructie gedwongen worden, die proberen om naast hun bijstandsuitkering nog iets te doen of wat dan ook en die echt in de knel zitten. Ze zijn dan in naam zelfstandig, maar in de praktijk is dat natuurlijk helemaal niet zo. Ik vind het dus heel belangrijk dat we ook voor die mensen met een regeling komen. Ik ben het ermee eens dat het inkomen heel snel kan wisselen, zeker van deze groep, want de ene dag ben je nog werknemer en de andere dag word je gedwongen zelfstandig. Ik ben er dus alleen maar voor dat we zo'n maatregel als deze treffen, maar wel met de kanttekening die de VVD eigenlijk al maakte: eigenlijk zouden we dit beter moeten regelen en moeten we gewoon een hoger minimumloon regelen en ervoor zorgen dat werken voldoende loont. Dan kunnen we een dikke streep door al die gekke toeslagen en regelingen zetten. Dan krijg je volgens mij een veel beter systeem, maar voor nu, voor wat wij hier kunnen doen, vind ik dit een prima voorstel.

De heer TREFFERS (Volt): Voorzitter. Ter bespreking liggen voor ons de beleidsregels voor de individuele bijzondere bijstand voor energiekosten. Volt pleitte al eerder voor verruiming van de generieke energietoeslag en dus voor een goedkopere regeling, maar in de debatten hoorden wij vanuit de raad de brede wens om vooral ook iets te doen met maatwerk door middel van individuele bijstand. Die wens begrijpen wij. Daarom dachten wij samen met anderen in deze raad na over voorstellen die ook deze regeling toegankelijker maken voor meer mensen. Maar het is dan wel belangrijk om de afweging te blijven maken: is dit maatwerk het wel waard? Zijn de extra kosten die wij maken om maatwerk te kunnen bieden, niet groter dan de kosten van het openstellen voor iedereen die een regeling aanvraagt? Het lijkt ons een goed idee om zo veel mogelijk mensen te helpen om niet in de schulden te komen, maar zoals al eerder in deze raad is besproken, is het lastig in te schatten hoeveel mensen recht hebben op individuele bijzondere bijstand en dus hoeveel deze gaat kosten. Toch maken wij als gemeente op dit moment een keuze over welke groep we gaan helpen. Dit doen we op basis van wat het Rijk adviseert.

Deze overweging is in de commissie al uitvoerig besproken, maar toch kunnen wij het gevoel niet van ons afzetten dat wij niet genoeg weten over hoe deze regeling in de praktijk uitpakt om een goede beslissing te nemen. Dat is ook de reden waarom wij uiteindelijk geen motie indienen, hoe graag we ook meer mensen zouden helpen die dat nodig hebben. Daarom zouden wij willen voorstellen om de vinger aan de pols te houden. We willen de wethouder vragen of ze een tussentijdse evaluatie van de beleidsregel wil uitvoeren waarin de effectiviteit, de mensen die buiten de regeling vallen en de daadwerkelijke kosten worden meegenomen en die aangeeft welke ruimte daarin zit. Hoeveel mensen melden zich terwijl ze buiten de voorwaarden vallen maar toch hulpbehoevend zijn? En hoeveel mensen doen wel een aanvraag maar worden afgewezen en op welke gronden dan? Met andere woorden: we willen graag tussentijds weten of we de regeling moeten bijsturen als we meer zicht hebben op hoe deze in de praktijk uitpakt. Want stel nou dat de regeling tien keer goedkoper uitvalt dan waar we ruimte voor hebben, dan zouden we haar misschien toch kunnen openstellen voor veel meer mensen, misschien wel voor iedereen die haar nodig heeft, zoals de VVD en natuurlijk ook wij zo graag zouden willen.

Want is dat niet het doel waar we eigenlijk allemaal naar streven? We willen graag nu al om deze evaluatie vragen, omdat we uit de beantwoording door de wethouder weten dat dit soort gegevens niet altijd makkelijk in een Excelletje staan. Daarom noem ik nog even wat wij vragen: een evaluatie van deze beleidsregel over een aantal 29

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2022

maanden - zeg: aan het begin van het tweede kwartaal - met daarin in ieder geval de effectiviteit, dus hoeveel van het geld dat we aan deze regeling uitgeven, echt bij de mensen terechtkomt en hoeveel er naar randzaken gaat, hoeveel mensen zich melden voor deze regeling terwijl ze buiten de voorwaarden vallen en toch hulpbehoevend zijn en hoeveel mensen wél een aanvraag doen maar worden afgewezen en op welke grond. Eventueel zou het ook interessant zijn om de energietoeslag en de afweging tussen categoriaal en individueel toeslag geven in zo'n evaluatie mee te nemen. Mevrouw VAN VELZEN (D66): Voorzitter. De inzet van de motie is natuurlijk duidelijk: we moeten zo veel mogelijk mensen helpen en we moeten kijken hoe de voorwaarden zijn. Ik wil wel graag een kanttekening bij de motie plaatsen, want de in de voetnoten genoemde voorbeelden hebben betrekking op de categoriale uitkering van de energietoeslag en niet op de bijzondere bijstand. Het lijkt mij niet helemaal de bedoeling dat we in de ene regeling andere voorwaarden stellen dan bij de andere regeling, want dat doen we ook niet voor nietzzp'ers. De VOORZITTER: Er zitten er drie te zwaaien. Er is een enorm enthousiasme, mevrouw Van Velzen. Ik hing aan uw lippen. Wie was er het eerst? Mevrouw Janssen, u heeft nog elf seconden. Mevrouw JANSSEN (PvdA): Volgens mij zwaaide iedereen voor mij.

Is mevrouw Van Velzen ervan op de hoogte dat de categoriale standaardenergietoeslag ook een vorm van bijzondere bijstand is? Mevrouw VAN VELZEN (D66): Volgens mij hebben we het in deze motie over de beleidsregel Individuele bijzondere bijstand energiekosten en niet over de energietoeslag die categoriaal is. Wellicht vergis ik me, maar het gaat mij er meer om dat er twee zijn en dat we volgens mij moeten kijken wat de beste manier is om de meeste mensen te helpen, ook in die categoriale regeling, want dan kom je ook tegemoet aan wat zojuist werd gezegd door meneer Treffers: het maatwerk moet het waard zijn. Ik wil alleen verzoeken om te kijken naar beide regelingen en niet alleen naar de individuele bijzondere bijstand, want volgens mij is dat zonde. Dat is wat ik wilde zeggen. De VOORZITTER: Nog twee zinnetjes, mevrouw Janssen. Mevrouw JANSSEN (PvdA): Mee eens; twee woorden. De VOORZITTER: Heel goed. Mevrouw ROMEIJNDERS (GroenLinks): Voorzitter. In deze zware tijden is de energierekening voor heel veel mensen niet meer te betalen en is de toekomst heel onzeker. De armste mensen wonen over het algemeen in de slechtst geïsoleerde huizen, waardoor de rekening van deze crisis bij hen komt te liggen. Het is heel mooi dat via de bijzondere individuele bijstand maatwerk geleverd kan worden voor deze groep.

Het is ontzettend fijn dat de gemeente Delft iets voor deze mensen kan betekenen. GroenLinks heeft ontzettend veel waardering voor de wethouder en de ambtenaren die dit voorstel hebben opgesteld. Complimenten daarvoor. GroenLinks twijfelt nog over de motie Inkomenseis zzp'ers voor toegang bijzondere bijstand. Is het uitzoeken van eerlijker beleid voor zzp'ers de capaciteit en het geld waard? En daarnaast: waarom zouden we voor één groep een uitzondering maken? Want we hebben 30

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2022

gezien dat voor studenten de uitzondering door het Rijk juist averechts werkt. Dat zijn de vragen die ik aan de wethouder wil stellen. Wethouder GOOIJER: Voorzitter. Het is inderdaad fijn dat er nu een regeling ligt waarmee mensen die niet in aanmerking kwamen voor de categoriale bijzondere bijstand of die daar ruimschoots nog niet genoeg aan hadden, de gestegen energierekening via individuele toetsing kunnen betalen als zij een laag inkomen hebben en ook weinig vermogen. Ik ben blij met het werk dat daarvoor is verricht en ik heb daar vanuit de raad ook veel dank en support voor gehoord. We hopen daar dus snel mee aan de slag te gaan. Natuurlijk proberen we verschillende mensen in onze stad zo goed mogelijk te helpen, ook zzp'ers. Door de SP leek even de suggestie gewekt te worden dat we pas na deze motie eventueel wat voor zzp'ers doen. Dat is niet het geval. Het enige wat de motie vraagt, is om niet te toetsen op het inkomen van 2021, zoals in de beleidsregels staat, maar om een recenter inkomen als peilmoment te nemen. Het inkomen van zzp'ers fluctueert inderdaad sterker dan dat van werknemers.

De motie suggereert een beetje dat we het in Delft niet zo goed of slechter doen door 2021 als peiljaar te nemen, maar wij denken juist dat het daarmee sneller kan, dus dat we mensen sneller kunnen helpen en dat we meer zzp'ers kunnen helpen, omdat 2021 voor veel zzp'ers een slecht jaar was. Die cijfers van 2021 zijn ook makkelijk en snel aan te leveren. Die kunnen we dus ook makkelijk en snel toetsen. Dat maakt het voor de uitvoering ook eenvoudiger. Voor alle helderheid voor mensen die denken dat je het, als het voor mensen negatief uitpakt, na zo'n motie eventueel anders zou kunnen toetsen: we kunnen één van beide doen. Je kan niet én 2021 als peiljaar nemen in de beleidsregels én voor mensen voor wie dat slecht uitpakt 2022. Dat houdt juridisch geen stand. Je moet een keuze maken. Wij leggen deze keuze voor. De raad zegt: moet dat niet anders? Maar de zorgen gehoord hebbende kan ik toezeggen dat we in het eerste kwartaal gaan inventariseren wie een aanvraag doet als zzp'er en in hoeverre daar afwijzingen uit voortkomen. Op basis daarvan kunnen we na dit kwartaal kijken of het nodig lijkt om de beleidsregel hierop aan te passen. Maar in alle concreetheid: het vierde dictum is echt te snel, want dat valt nog in het eerste kwartaal. We kunnen daarbij niet in kaart brengen wie geen aanvraag doen; dat moet ook helder zijn.

Het inventariseren in brede zin, zoals in het eerste dictum staat, gaat me echt te ver, want dat vraagt ambtelijke capaciteit die ik daar niet voor wil inzetten. Maar als de raad signalen krijgt uit de stad - want dat is ook een manier van inventariseren - mogen die natuurlijk gemeld worden. Dan kunnen we die meenemen. Wat wij zelf kunnen doen, is dus kijken wie een aanvraag doen, welke afwijzingen daaruit voortkomen en of dat tot een eventuele aanpassing van de beleidsregels noopt. Daar kunnen we na het eerste kwartaal bij de raad op terugkomen. De VVD vraagt hoelang deze regeling in stand gehouden wordt, omdat het jammer is dat zoiets nodig is. Deze regeling gaat over het jaar 2022; dat staat ook in het stuk. Mensen kunnen hier in heel 2023 een aanvraag voor doen, omdat je niet weet wanneer mensen de eindafrekening krijgen en wanneer ze eventuele gegevens aanleveren. De regeling geldt dus voor het hele volgende jaar, maar gaat over 2022. D66 suggereert dat je misschien ook zou moeten kijken hoe we het hebben gedaan in de categoriale bijzondere bijstand. Dat ligt vanavond niet ter tafel en ik heb net gezegd wat we kunnen gaan doen voor de mensen die individuele bijzondere bijstand gaan aanvragen.

31

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2022

Volt heeft de overwegingen gedeeld waarom ze de generieke regeling eigenlijk zou willen uitbreiden, terwijl de raad vooral naar deze regeling wilde kijken. Ook in analogie met de aangenomen motie van Volt om in de categoriale bijzondere bijstand ook iets te doen voor de groep tussen 120% en 130%, denk ik dat het heel goed is dat we nu ook in deze individuele regeling geen harde grens neerleggen bij die 120%. Daarboven is dus ook wat mogelijk. Ik denk dat dat geheel in lijn is met wat de raad daarover vorige maand of iets langer geleden heeft gezegd en uitgesproken. Volt vraagt vervolgens eigenlijk om de vinger goed aan de pols te houden en vraagt om een tussentijdse evaluatie van de effectiviteit voor mensen die buiten de regeling vallen. Ik hoorde zelfs een onderscheid tussen mensen die zich wel melden maar die geen aanvraag doen. Dat mag de heer Treffers nog even toelichten, want ik ken dat onderscheid niet. We krijgen een vraag binnen of niet. Daar zit volgens mij geen melding tussen die we registreren. Dat wordt dus vrij lastig. De vraag is ook om te kijken naar de daadwerkelijke kosten die duidelijk maken welke ruimte daar eventueel nog zit en, als ik het goed heb gehoord, om te reflecteren op wat we nu individueel aan het doen zijn versus categoriaal. Ik snap die behoefte, maar ik vind dit ook lastig.

Zoals ik net ook tegen de VVD zei, gaan we die regeling een heel jaar lang openstellen. Bij tussentijds toetsen weet je dus echt nog niet wie er al een aanvraag doet en wat er nog aan komt. Je weet dan dus echt in ieder geval nog niet welke financiële ruimte je hebt. Je kan wel zien of het storm loopt of niet en je kan de vinger wel aan de pols houden. Dat willen we ook zeker doen, maar een volledige evaluatie waarmee je echt kunt bijsturen, is heel lastig, omdat de regeling gewoon het hele jaar zal openstaan tot en met 31 december en over 2022 gaat. Het wordt volgens mij dus een beetje lastig om de regels dan nog aan te passen. Maar ik kan wel toezeggen dat we gaan monitoren op afwijzingsredenen en dat we die tussentijds met u delen. Of we dat in dezelfde periode kunnen doen als dat eerste kwartaal … Ja, ik denk dat we dat wel kunnen doen, zodat we op één moment even laten zien op welke gronden mensen een afwijzing krijgen en daarbij specifiek ingaan op de positie van zzp'ers. Daarmee komen we naar de raad. Als dat wel echt tot aanpassing van regels noopt, dan kan dat eventueel, maar weet dat de regeling in principe gewoon doorloopt en dat je op dat moment dus echt nog niet alle gegevens hebt. De VOORZITTER: Ik kijk rond. Wat vindt u van de beantwoording door de wethouder? Mevrouw Janssen, ik vind het moeilijk, want u bent echt door de spreektijd heen.

Ik geef u net als STIP een klein uitloopje naar -14, omdat u de indiener bent, maar dan is het klaar. Mevrouw JANSSEN (PvdA): Dank u wel. Alle vier de partijen zijn akkoord met de toezegging en we trekken de motie in. De VOORZITTER: Geweldig! Daar geef je graag een paar seconden voor weg. Omdat motie 8.2.1 is ingetrokken, maakt zij geen onderdeel van de beraadslaging meer uit. De heer TREFFERS (Volt): Voorzitter. Ik kreeg nog een vraag van de wethouder over mensen die geen aanvraag doen. Op de site staat bijvoorbeeld: "Hulp nodig? Twijfelt u of u bijzondere bijstand mag? Bel dan naar 14015 en dan krijg je de Formulierenbrigade aan de lijn." Ik denk dat er wel degelijk andere manieren zijn waarop de gemeente te weten kan komen dat er een groep is die hulp nodig heeft, zonder dat die een aanvraag doet voor een toeslag die ze wellicht niet kan krijgen.

32

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2022

Wethouder GOOIJER: Voorzitter. Fijn dat de fracties tevreden zijn met de toezegging. We zullen gaan kijken wat daaruit komt. Ik kan me voorstellen dat de heer Treffers zegt dat er andere wegen zijn voor het binnenkomen van signalen dan alleen het binnenkomen van kneiterharde aanvragen, maar dat is natuurlijk iets anders dan dat je dat monitort en dat je naast elkaar kunt leggen welke mensen hebben gebeld met 14015 en te woord zijn gestaan en of zij wel of niet een aanvraag hebben gedaan. Eerlijk gezegd ga ik niet toezeggen dat we dat echt naast elkaar gaan leggen en gaan bijhouden, want dat wordt echt een circus. We kunnen natuurlijk wel vragen of er veel wordt gebeld en of men daarin trends ziet, maar ik wil waken voor het echt meten en bijhouden hiervan. De VOORZITTER: Dat lijkt me een heldere beantwoording. Nee, meneer Treffers, u heeft geen tijd meer. Uw tijd is echt helemaal op. Het is klaar; het was helder. Nee, u bent al verder dan de rest. Het is dus welletjes. 189. Sluiting. De VOORZITTER: We nemen vanavond verder geen besluiten, maar we hebben toch hele mooie dingen gedaan met mooie besprekingen en mooie interactie tussen raad en college. We hebben ook mooie beëdigingen gedaan en we hebben afscheid genomen. Het was al met al dus toch nog best een pittige vergadering. Ik wens u allen een goede avond.

Dank voor de inzet en we zien elkaar over een week of drie voor de laatste raadsvergadering van het jaar. De vergadering wordt om 22.10 uur gesloten.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 22 december 2022.

,voorzitter. J.M. van Bijsterveldt-Vliegenthart

,griffier a.i. G.A. van Egmond

33

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12400163/1