CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Handelingen raad 28 januari 2021

Raadsvergadering 28 januari 2021, gemeente Delft42.410 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

4 alinea's met “deur”: 112 219 256 331

Kan de heer De Wit uitleggen hoe hij na zoveel jaren nog niet weet hoe het werkt? De heer DE WIT (Groep Stoelinga): Ja, dat heb ik dus gedaan, maar GroenLinks heeft onze begroting gebruikt om een politiek statement te maken. Dat is er gebeurd. Oké, er is een politiek statement gemaakt naar de minister, maar op het moment dat blijkt dat dat op ons terugslaat, had de wethouder ons moeten informeren: hoor eens even, nou komen we onder preventief toezicht. Zelfs mevrouw Bel van D66 wist niet dat het zo'n vaart zou lopen, omdat ook de provincie nogal kritisch is naar het Rijk toe omdat we te weinig geld krijgen. Met andere woorden: hij had ons moeten informeren. Dan hadden we erover kunnen nadenken. Zoetermeer heeft € 9,1 miljoen uit de Eneco-gelden ingezet. € 6,5 miljoen had dus sowieso gekund of € 5 miljoen. Die keuze was aan ons. Wij gaan daarover, maar u heeft ons daar niet over laten gaan. Nu zitten we op de blaren. Meneer Van Vliet, ik snap dat u voor uw wethouder opkomt, maar u kunt ook zeggen dat wethouder Brandligt de raad tegemoet kan

35

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2021

komen. Dat doet hij met geen enkele methode. Hij komt ons totaal niet tegemoet. Daarom zie ik me genoodzaakt een corrigerende tik uit te delen. Door de fracties van Groep Stoelinga en Stadsbelangen Delft wordt motie 8.7-1 (motie van afkeuring) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in (digitale) vergadering bijeen op donderdag 28 januari 2021, constaterende dat: • • • • •

het college van B en W geen sluitende begroting 2021 aan de gemeenteraad van Delft heeft gepresenteerd; dit niet acceptabel is; van het college van B en W verwacht mag worden dat de financiële huishouding van Delft op orde is en een sluitende begroting aan de gemeenteraad wordt gepresenteerd; uit een brief blijkt dat wethouder Brandligt al op 18 november 2020 hierover in gesprek is gegaan met de provincie Zuid-Holland; het college pas vlak voor het kerstreces naar buiten bracht dat de gemeente Delft onder preventief toezicht van de provincie was gezet;

spreekt zijn afkeuring uit richting wethouder Stephan Brandligt, omdat hij de gemeenteraad niet direct heeft geïnformeerd over de aankondiging van de provincie Zuid-Holland dat Delft onder preventief toezicht gezet zou worden, en de gemeenteraad ook geen gelegenheid heeft gegeven om nog aanvullende besluiten te nemen om alsnog onder het reguliere toezicht te vallen, en gaat over tot de orde van de dag." De heer VAN WOUDENBERG (CDA): Voorzitter. Het is jammer dat de wethouder in de eerste termijn een beetje onduidelijk heeft gecommuniceerd, moet ik zeggen. Dat heeft wat verwarring opgeroepen, want ik moet zeggen dat ik toen wel een beetje op het vinkentouw zat. Want ik wil hier gewoon als raad zelf over gaan, maar als die keus niet is voorgelegd door de provincie, heeft hij ons niet onjuist geïnformeerd. Ik moet zeggen dat ik na de eerste termijn op het vinkentouw zat en echt dacht: mocht er een motie van afkeuring komen, dan gaan we die steunen. Maar als de wethouder de raad niet onjuist heeft geïnformeerd - en onjuist informeren is in dit geval zeker niet aan de orde - zullen we de motie niet steunen. Toch wil ik hem oproepen om duidelijker en helderder te communiceren, niet alleen in zijn eerste termijn maar ook eerder richting de raad, ook al is de brief van 10 december na 18 november misschien goed, maar er zijn genoeg momenten geweest om ons eerder te betrekken.

Mijn oproep is dus wel: wethouder, informeer uw raad tijdig. Mevrouw BEL (D66): Voorzitter. Ik zou vooral willen constateren dat het me goed doet om raadsbrede steun te zien voor het structureel sluiten van de begroting. Laten we dus onze verantwoordelijkheid als raad nemen, daar met z'n allen de schouders onder zetten en daar vanaf volgende week een plan voor bedenken. De heer VAN RIJN (VVD): Voorzitter. De wethouder zette ook mij in eerste instantie een beetje op het verkeerde been, maar hij corrigeerde dat ook. Dus dank daarvoor. Hij heeft ook helder antwoord gegeven op mijn vraag. Ook dank daarvoor. Ik onderstreep en ondersteun de oproep van mevrouw Bel: laten we met elkaar komen tot een raadsbreed gedragen herstelplan. Daar laat ik het bij. 36

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2021

De VOORZITTER: Mooi zo. Ik denk dat het college daar ook alles aan zal doen. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Voorzitter. Ik doe het nog korter: ik volg de oproep van het CDA helemaal en steun ook het idee van mevrouw Bel. De VOORZITTER: Mooi, dat is goed om te horen. De motie staat inmiddels op het RIS. Ik constateer dat niemand behoefte heeft om nog iets te zeggen, ook de wethouder niet. Ik sluit dus de beraadslaging. In stemming komt motie 8.7-1 (motie van afkeuring). De VOORZITTER: Ik kan me voorstellen dat ook mevrouw Van Cooten graag haar stem uitbrengt, maar ik zie haar nee schudden. Het gaat niet lukken. Het klinkt een beetje vervelend, maar ik denk dat de wethouder ook zonder u het wel gaat redden. De motie wordt met een digitale stemming verworpen met 8 stemmen tegen 30 stemmen, waarbij de voorzitter constateert dat de fracties van Groep Stoelinga, Stadsbelangen Delft en de SP ervoor hebben gestemd. De VOORZITTER: U krijgt allemaal door hoeveel minuten u nog heeft. Een aantal mensen is er aardig doorheen aan het raken. Nogmaals de oproep om te proberen u te houden aan de spreektijd die we in eerste instantie hadden afgesproken. 10. Voorstel van het presidium aan de raad inzake Referendumverordening 2020 (nr. 2049931). De VOORZITTER: Ik mag de heer Duijff als eerste het woord geven. O nee, hij heeft geen spreektijd meer. Ik was te soepel, meneer Duijff.

De beantwoording zal overigens in handen zijn van mevrouw Bel. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. Het referendum is een goed dat we moeten beschermen. Omdat er maar één keer in de vier jaar gekozen kan worden welke partijen de stad vertegenwoordigen, is het in het belang van de democratie dat inwoners van Delft een middel hebben dat ingezet kan worden om tussentijds raad te geven aan de vertegenwoordigers. Ik zal er snel doorheen gaan. We vinden 25% te hoog. We dienen daarom een amendement mede in om te zakken naar 20%. Onafhankelijk Delft zou eigenlijk een nog lager percentage willen zien, maar we kunnen ons vinden in elke afzwakking van wat er nu ligt. Door de fracties van de SP, Onafhankelijk Delft, GroenLinks en D66 wordt amendement 8.2A (Realistische geldigheidsdrempel in referendumverordening) ingediend: "De gemeenteraad van Delft; in vergadering bijeen op donderdag 28 januari 2021 ter bespreking van 2049931, Voorstel van het presidium aan de raad inzake Referendumverordening Delft 2020, Besluit: De Referendumverordening Delft 2020 als volgt te wijzigen: Artikel 23 lid 2 was: 37

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2021

Voor een geldige uitslag is nodig dat het aantal stemmen op de antwoordcategorie die de meerderheid heeft gekregen, ten minste 25% omvat van alle stemmen die bij het referendum konden worden uitgebracht. Artikel 23 lid 2 wordt: Voor een geldige uitslag is nodig dat het aantal stemmen op de antwoordcategorie die de meerderheid heeft gekregen, ten minste 20% omvat van alle stemmen die bij het referendum konden worden uitgebracht. Toelichting In de Referendumverordening van 2009 was een opkomstdrempel opgenomen van 25% voor de geldigheid van een referendum. In de verordening van 2018 is dit vervangen door een drempel waarbij de met meerderheid gekozen uitslag minstens 25% van de stemmen heeft gehad. Dit leidt in de praktijk tot een opkomstdrempel van tussen de 25% en 50%, zoals ook door de Referendumkamer is toegelicht. Omdat over het algemeen de opkomst bij referenda vaak lager is dan bij bijvoorbeeld de gemeenteraadsverkiezingen, is een drempel die tot 50% kan oplopen niet realistisch. Met de wijziging uit dit amendement zal de opkomstdrempel liggen tussen de 20% - wanneer alle stemmers hetzelfde stemmen - en de 40% - wanneer de stemmers 50-50 verdeeld zijn. Dit past beter bij een realistisch scenario van een referendum." De heer VAN VLIET (GroenLinks): Voorzitter.

We ronden nu een proces af van een werkgroep die in de afgelopen raadsperiode heeft gewerkt aan het verbeteren van het referendum in Delft. Dit was het laatste wat nog geregeld en bevestigd moest worden in de raad. We zijn blij dat we dat hiermee doen, waarmee een referendum een nog krachtiger instrument is geworden voor de Delftse democratie. Wij volgen het advies van de Referendumkamer om het percentage voor een geldig referendum enigszins te verlagen, niet helemaal zover als de Referendumkamer adviseerde, maar 20% vinden wij een mooie opkomstdrempel voor een referendum. De heer DEN HOLLANDER (PvdA): U zegt dat u de Referendumkamer wil volgen, maar juist op het zo belangrijke punt van dat percentage niet. Dat roept bij mij vragen op. Die 25% betekent dat het echt maar om een handjevol stemmen gaat als het heel erg close wordt, dus als bijna 50% voor en 50% tegen is. Ik zag dat het dan bijvoorbeeld om maar zes of zeven stemmen gaat. Dan wil je eigenlijk dat de hele stad of de helft van de stad, de helft van de kiesgerechtigden, meedoet met zo'n referendum. Als je daarbij gaat zakken, krijg je de situatie dat, als je snel iets door wil duwen, dat gemakkelijker gaat. Ik vraag me af waarom u hierin niet de wijsheid van de Referendumkamer volgt. De heer VAN VLIET (GroenLinks): Die vraag kan ik beantwoorden.

Dit geldt als het heel erg close is, maar als het iets minder close is, zakt dat aantal gelijk al behoorlijk. Dan is het een afweging. In de toelichting heeft de Referendumkamer aangegeven dat dat arbitrair is en wij trekken hier een grens. De heer DEN HOLLANDER (PvdA): U zegt in uw motie dat het niet realistisch is om uit te gaan van 50%, maar het gaat dan om een verschil van 10.000. Dan wordt het toch ook heel arbitrair dat u het op 20% zet? Graag een reactie. De heer VAN VLIET (GroenLinks): Helaas is het geen exacte wetenschap en is er geen exact aantal. GroenLinks zegt: hier hebben we een mooie grens. Dit is een mooi getal en wij vinden dat wij als raad een percentage van 20% ook echt kunnen beschouwen als een opkomstdrempel. 38

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2021

De VOORZITTER: De volgende spreker is meneer Van Overbeeke van D66, de referendumpartij. De heer VAN OVERBEEKE (D66): Voorzitter. Top dat er nu een Referendumverordening ligt die klopt met wat de gemeenteraad hierover in 2018 heeft besloten. Dank en complimenten aan iedereen die daaraan heeft bijgedragen. Het referendum is belangrijk voor D66, niet omdat het op zichzelf een helemaal perfect instrument is, maar omdat het betrokkenheid mogelijk maakt van mensen in de stad en hun ook de mogelijkheid geeft om betrokken te zijn en zich eigenlijk te bemoeien met de beslissingen die over hen en over hun stad gemaakt worden. Ik beperk me verder tot het amendement dat wij mede-indienen. Dat gaat over het omlaagbrengen van de geldigheidsdrempel. Wij zijn voor die geldigheidsdrempel, omdat het goed is om toch iets van een drempel te hebben om het referendum gewicht te geven. Het goede van deze oplossing is dat dit eigenlijk een dilemma weghaalt bij een kiezer die niet wil bijdragen aan het halen van de kiesdrempel en dan dus met de vraag zit of hij moet gaan stemmen of niet. Die geldigheidsdrempel lost dat best goed op. Het is inderdaad zoeken naar waar je de grens dan precies legt. Als je de grens te laag legt, boet de grens daarmee in aan kracht. Als je de grens te hoog legt, wordt de grens nooit gehaald.

De redenering van de Referendumkamer dat 25% dan erg hoog is, kunnen we goed volgen. Daarom hebben we het amendement om de drempel te verlagen naar 20% mede-ingediend. Ik heb in de commissie aangekondigd dat wij met een initiatief willen komen om mensen in de stad nog een ander instrument te geven, een recht op amendement. Dat loopt nog en is nog niet helemaal uitgewerkt. Daar komen wij dus later op terug. De heer VAN RIJN (VVD): Ik kan het natuurlijk niet laten. Ik hoorde de heer Van Overbeeke zeggen dat het een goed instrument is om de stad te betrekken, maar ik ben erg benieuwd: wat nu als de meerderheid van de stad een bepaalde invulling van het Sinterklaasfeest wil? Wat gaat D66 dan doen met die uitslag? Gaat D66 die dan volgen of legt D66 dat advies van de stad naast zich neer? De heer VAN OVERBEEKE (D66): Omwille van de tijd denk ik dat ik nu niet een heel uitgebreid debat wil aangaan over wel of geen referendum. Dat is nu ook niet echt aan de orde. Als de VVD zo kritisch is over het referendum, moet zij daarover een motie of een amendement indienen. Anders zijn deze kritische vragen een beetje voor de bühne. Ik spaar mijn tijd dus voor de fractiegenoten die na mij nog een aantal agendapunten hebben te behandelen. De VOORZITTER: Dat is heel solidair. Mevrouw DE KONING (Stadsbelangen Delft): Voorzitter. Het referendum is eigenlijk al heel erg uitgekleed.

In plaats van een ja/nee-beslissing is het referendum nu een advies geworden. De geldigheidsdrempel vonden wij veel te hoog. We willen die naar 15% brengen. Dat vinden we een eerlijkere verdeling om het voor de burgers in Delft toch nog als een serieus middel te zien om hun stem uit te brengen op het advies dat dan van hen gevraagd wordt. Door de fracties van Stadsbelangen Delft en Groep Stoelinga wordt amendement 8.2-B (Referendumverordening verlagen percentage geldigheidsdrempel van de uitslag van 25% naar 15%) ingediend: 39

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2021

"De gemeenteraad van Delft, bijeen op 28 januari 2021 in een digitale raadsvergadering, gehoord de beraadslagingen over de voorgestelde geldigheidsdrempel van de uitslag van een raadgevend referendum, overwegende dat: -

-

de suggestie versterkt wordt dat de gemeenteraad bij het niet halen van de geldigheidsdrempel de uitslag naast zich neer kan leggen; de voorgestelde geldigheidsdrempel van de uitslag van 25% erop neerkomt dat de opkomst moet oplopen tot bijna 50% en dat is bijna net zoveel als de opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen (56%); de ervaring bij referenda in Nederland leert dat de opkomst aanzienlijk lager is dan bij reguliere verkiezingen en dan geeft 30% een betrouwbare indicatie van stem van de burger;

Besluit: * in artikel 23, lid 2 in de zin 'Voor een geldige uitslag is nodig dat het aantal stemmen op de antwoordcategorie die de meerderheid heeft gekregen, ten minste 25% omvat van alle stemmen die bij het referendum konden worden uitgebracht' de zinsnede 'ten minste 25%' te wijzigen in 'ten minste 15%'; * in de toelichting op artikel 23, lid 2 in de zin 'Dit betekent dat er niet alleen een meerderheid nodig is van het totaal uitgebrachte stemmen, maar dat die meerderheid ook een bepaald percentage moet zijn van diegenen die stemgerechtigd zijn (te weten 25%)' de zinsnede '(te weten 25%)' te wijzigen in '(te weten 15%)', en gaat over tot de orde van de dag." De VOORZITTER: Ik moet vaststellen, meneer De Wit, dat u nog drie seconden heeft. Doet u het in één zin, met op een bepaald moment echt een punt. Dan kunt u nog even uw punt kwijt, maar daarmee is het klaar. Een korte zin. De heer DE WIT (Groep Stoelinga): Voorzitter. Ja, één punt. Het belangrijkste van de wijziging van de Referendumverordening is dat het referendum kan worden ondersteund via DigiD, zodat mensen het thuis kunnen doen. DigiD raakt steeds meer ingeburgerd. Het komt zelfs op onze identiteitskaart. DigiD heeft dus de toekomst. Misschien blaast dat het referendum weer nieuw leven in. De VOORZITTER: Daarmee is ook Groep Stoelinga door de tijd heen. Mevrouw GOOIJER (ChristenUnie): Voorzitter.

We hebben in de commissie gezegd wat wij wilden zeggen. Dat ga ik dus niet herhalen. Het is prima hoe het nu geland is in het voorstel. De discussie ging nog over het percentage voor de geldigheidsdrempel. We hebben in de fractie besloten dat die 20% voor ons acceptabel is en die 15% te laag. Dan weet u meteen hoe we straks gaan stemmen over de amendementen.

40

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2021

De heer VAN RIJN (VVD): Voorzitter. Ik heb de SP er weleens van beschuldigd een grijs gedraaide grammofoonplaat te zijn. Ik realiseer me dat we dat als VVD ook dreigen te worden ten aanzien van dit onderwerp. Ik stap dus even over onze eigen schaduw heen en houd het kort. Wij waren en blijven tegen referenda. Ze voegen niets toe en leiden tot hoge kosten en teleurstellingen. Ook het noodremargument dat sommige partijen gebruiken, is echt niet geloofwaardig. Wij wilden een motie indienen die het presidium verzoekt een raadsvoorstel op te stellen ter intrekking van de Referendumverordening, maar als realistische partij weten we dat die motie het nooit zou halen. Wij wachten dus op een beter moment. Dat is na de gemeenteraadsverkiezingen van 2022, als wij de grootste partij worden. Dan komen wij met een motie. Nu is dat niet realistisch. We stemmen tegen ieder amendement dat leidt tot een versterking van dit instrument. De heer DEN HOLLANDER (PvdA): Voorzitter. Ik denk dat ook wij in de commissie voldoende hierover hebben uitgewisseld. We vinden een referendum een aanvullend instrument, maar we zijn er niet heel erg enthousiast over. Meneer Van Vliet zei dat het geen exacte wetenschap is. Ik vond het dan wel weer heel leuk dat er hele mooie tabelletjes in zaten waarin je precies kon zien hoeveel mensen wel of niet voor of tegen zouden stemmen en wat dan de uitslag zou zijn.

Maar het klopt: het is geen exacte wetenschap. Toch hebben wij een soort principegevoel: als het heel, heel close wordt, gaat het echt om een handjevol stemmen dat dan het verschil maakt tussen iets aannemen of niet. Wij vinden dat minimaal de helft, liefst plus 1, van de stad dan moet hebben meegedaan met het referendum. Wij houden het dus op die 25% en wij zullen beide amendementen niet steunen. De VOORZITTER: Meneer Van Woudenberg, u heeft nog maar heel weinig tijd. O, nog vier minuten. Daar kunt u dus nog aardig mee vooruit. De heer VAN WOUDENBERG (CDA): Voorzitter. Ik houd het heel kort. Ik sluit me aan bij de bijdrage van meneer Van Rijn. Wij zullen tegen beide amendementen stemmen, omdat wij tegen elke versterking van deze verordening zijn. De heer HARINCK (STIP): Voorzitter. Wat STIP betreft is de voorliggende verordening nu goed. In de commissie hebben we een discussie gehad over de geldigheidsdrempel: moeten we die handhaven, wellicht verlagen of helemaal schrappen? Voor ons liggen nu twee moties die vragen om het verlagen van die geldigheidsdrempel. STIP denkt dat het goed is dat die verlaagd wordt, want we hebben in het voorbeeld van de Referendumkamer kunnen zien dat het soms heel close kan worden. Dan is het referendum misschien niet geldig. Ik denk dat dat onwenselijk is.

We maken hiermee als het ware een afspraak met elkaar over zo'n geldigheidsdrempel: deze drempel zegt ons echt iets als die wordt gehaald. We denken dus dat die wel wat lager kan en we gaan mee met het amendement van de SP, Onafhankelijk Delft, GroenLinks en D66 om de drempel op 20% te zetten. Naast aanpassingen van de Referendumverordening wil STIP samen met D66 kijken naar andere instrumenten waarmee burgers concrete voorstellen kunnen doen aan de gemeenteraad. Wellicht komen we later dit jaar daarop terug met een initiatief. De VOORZITTER: Er is verder niemand die in deze termijn nog het woord wil voeren. Dan kijk ik naar mevrouw Bel voor de beantwoording. Mevrouw BEL (D66): Voorzitter. Zoals de heer Van Vliet al aangaf, stammen de meeste wijzigingen en voorstellen in deze nieuwe Referendumverordening uit de vorige collegeperiode, waarin een werkgroep zich uitgebreid over dit onderwerp heeft gebogen. Als

41

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2021

de nieuwe raad daar aanscherpingen in wil en daar een meerderheid voor heeft, dan kan dat. Dat is ook democratie. De VOORZITTER: Kort en krachtig. Zo ken ik u: zakelijk. Heel fijn. Ik constateer dat er geen behoefte is aan een tweede termijn en ik sluit dus de beraadslaging. In stemming komt amendement 8.2-A (Realistische geldigheidsdrempel in referendumverordening) van de SP, Onafhankelijk Delft, GroenLinks en D66. Het amendement wordt met een digitale stemming aangenomen met 25 stemmen tegen 14 stemmen, waarbij de voorzitter constateert dat de fracties van de VVD, het CDA, de PvdA, Stadsbelangen Delft en Groep Stoelinga ertegen hebben gestemd. In stemming komt amendement 8.2-B (Referendumverordening verlagen percentage geldigheidsdrempel van de uitslag van 25% naar 15%) van Stadsbelangen Delft en Groep Stoelinga. Het amendement wordt met een digitale stemming verworpen met 10 stemmen tegen 29 stemmen, waarbij de voorzitter constateert dat de fracties van Onafhankelijk Delft, de SP, Stadsbelangen Delft en Groep Stoelinga ervoor hebben gestemd. De VOORZITTER: De aanmelding van mevrouw Timmermans voor een stemverklaring kwam later door. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. Omdat het om een lager percentage gaat, had ik eigenlijk verwacht dat eerst over dit amendement zou worden gestemd, maar ik denk dat dat een beetje onhandig is gegaan.

Hoewel wij zelf een door de SP opgesteld amendement mede hebben ingediend, waren we eigenlijk voor een nog lager percentage, zoals ik ook in mijn termijn heb aangegeven. Daarom hebben we ook voor dit amendement gestemd. In stemming komt het geamendeerde voorstel. Het geamendeerde voorstel wordt met een digitale stemming aangenomen met 32 stemmen tegen 7 stemmen, waarbij de voorzitter constateert dat de fracties van Onafhankelijk Delft en de VVD ertegen hebben gestemd. De VOORZITTER: Ik zie bij het stemmen ook de heer Martin Stoelinga. Ik ben blij u te zien, meneer Stoelinga. Ik wens u sterkte, ook even via deze weg, maar we zijn blij dat u in staat bent om nog aan te sluiten. Heel fijn. 11. 12 De VOORZITTER: Ik begin bij de heer Töns en de heer Van Vliet van GroenLinks. Blijkbaar gaan beiden het woord voeren. De heer TÖNS (GroenLinks): Voorzitter. We bespreken het MPD 2040. Wat GroenLinks betreft is dat een prachtig plan, dat ons mobiliteitsnetwerk klaarmaakt voor de toekomst, een sterke visie die ons de komende decennia gaat helpen om Delft de problemen of uitdagingen die gaan ontstaan rondom de mobiliteit, op een toekomstgerichte manier op te lossen. Maar wij willen het plan toch aanscherpen. Ik zal dat, gelet op het tijdstip, kort toelichten. Eerst wil ik melden dat wij samen met STIP nog een amendement indienen over 42

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2021

de uitbreiding van het fietsnetwerk. Dat is het amendement Toevoegingen aan het hoofdfietsnetwerk. Als het goed is, wordt dat amendement straks gepubliceerd op het RIS. Dit is een uitbreiding op het fijnmazige netwerk dat al in het MPD genoemd wordt. Een fijnmazig netwerk is heel erg belangrijk. Daarmee kunnen fietsers hun gang gaan en kunnen zij goede routes vinden, zodat de druk op de fietspaden verdeeld wordt. Daarom stellen wij voor om twee routes toe te voegen, eentje in het verlengde van het Poptapark naar de Buitenhofdreef en de tweede door de Kerkpolder. Er wordt ook nog een alternatief voor de kwaliteitsfietsroute door de Buitenhof opgenomen in het stuk. Dat hebben wij ook in samenspraak met de ambtenarij gedaan, want dit kaartje moest er wat ons betreft gewoon goed in staan. Daarom stellen wij dit amendement graag voor. Het amendement 30 in recreatiegebieden ligt er al wat langer. Ik had dat ook al aangekondigd in de commissie. In de Kerkpolder en de Delftse Hout lopen autowegen waarvan in het oorspronkelijke plan staat dat daar duurzaam veilig 60 gereden zou mogen worden. Dat is wat ons betreft niet een snelheid die past bij het karakter van de weg, het soort verkeer dat daar rijdt of het wegbeeld dat daar aanwezig is. Daarom vragen wij om dit te veranderen, zodat de inrichting van de weg en de snelheid één geheel vormen.

We vragen dan ook om daar fietsstraten van te maken met een maximumsnelheid van 30 km/u, want wat ons betreft is dat de beste manier om ons in die gebieden te begeven. Er is nog een onderwerp dat ik extra wil aanstippen en dat ik niet als zodanig heb benoemd in een amendement. In het hoofdstuk over het ov-netwerk … De VOORZITTER: Meneer Töns, mevrouw Van den Berg wil graag interrumperen. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Yes, het is 23.00 uur en wij mogen aan de bak. Ik heb een vraag voor de heer Töns. Ik begrijp vanuit zijn amendement - en hij licht dat ook toe dat een aantal straten in recreatiegebieden omgebouwd zouden moeten worden naar fietsstraten. Ik ben benieuwd wat voor kosten dat met zich meebrengt en hoe dat zich verhoudt tot onze toch wat krappe begroting in Delft. De heer TÖNS (GroenLinks): Dank voor de vraag. Het is inderdaad een wat laat tijdstip om zo'n belangrijk plan te bespreken. Dat ben ik ten eerste met mevrouw Van den Berg eens. Wat ons betreft hoeven daar niet per se heel veel kosten bij te komen kijken. In mijn amendement ziet u ook dat daar een bepaald wegbeeld is dat eigenlijk heel erg lijkt op het wegbeeld op de andere wegen. Wat dat betreft gaat het meer om een verlaging van de snelheid. Het is ook meer de visie die we tot 2040 hebben. Laten we ons nu dus niet vastbijten in het ombouwen van twee wegen. Ik ga terug naar het ov-netwerk.

Er wordt gezegd dat de people movers … De VOORZITTER: Mevrouw Van den Berg neemt er geen genoegen mee. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): U geeft aan dat het allemaal wel meevalt en dat het lijkt op een wegbeeld dat we al kennen. Ik ben benieuwd om hoeveel wegen het precies gaat waar het nu nog gaat over die 60 km/u en waarvan u voorstelt om die om te bouwen naar fietsstraten. De heer TÖNS (GroenLinks): Het gaat om twee wegen, die ook in het amendement worden benoemd: de Kerkpolderweg en de Tweemolentjeskade en de Noordeindseweg, die feitelijk het verlengde is van de Tweemolentjeskade.

43

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2021

Dan ga ik door naar de people movers. Er wordt gezegd dat zij mensen voor de deur zouden kunnen ophalen. De VOORZITTER: Mevrouw Van den Berg is nog niet tevreden, meneer Töns. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Dank voor de explicitering, maar dat zijn wegen waar wel degelijk het een en ander aan moet wijzigen als we die willen ombouwen naar fietsstraten, wat dus veel kosten met zich meebrengt. En nogmaals: er is voor de gemeente Delft weinig ruimte om daaraan tegemoet te komen. De heer TÖNS (GroenLinks): Dan wil ik nogmaals zeggen dat nu ook in het MPD, dat een visie is, wordt geschetst dat die wegen ingericht moeten worden als een "duurzaam 60"weg. Dat is nu ook niet het geval. Er staat dus sowieso al dat we dit zouden ombouwen. Ik stel voor om dat naar een ander ideaal om te bouwen, iets wat beter bij die plek en bij de huidige dimensie van die weg past. De VOORZITTER: De heer Töns vervolgt zijn betoog. De heer TÖNS (GroenLinks): Ja, ik ga nu wel echt door naar de people movers. Er wordt gezegd dat zij mensen voor de deur gaan ophalen, maar het lijkt me juist uitermate geschikt voor gebieden zoals de Schieoevers, waar niet per se hoofdnetwerken van het ov aanwezig zijn, om daar mensen voor de deur af te zetten. Is de wethouder dat met me eens? Dat vraag ik me af.

En bedoelt ze dat ook met zoals dit geschetst is? Ik wil het woord geven aan de heer Van Vliet, die zijn amendement zal toelichten. De VOORZITTER: Uitstekend. Dat zal ik voor u doen. De heer VAN VLIET (GroenLinks): Voorzitter. De voetganger staat op 1 in deze visie. Dat vraagt om een netwerkkaart waarop die voetganger ook goed tot zijn recht komt. Nu staan er mooie lijnen in naar het centrum, de campus en het station, maar niet naar de gebieden in het groen. Daar willen de mensen natuurlijk naartoe. Die mensen willen door het groen, wandelen naar het groen in en om de stad. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Meneer Van Vliet geeft aan dat in dit MPD de voetganger op 1 staat, maar is het niet zo dat we in de visie juist benadrukken dat dat per wijk ook nog eens verschilt? In de ene wijk moet de voetganger misschien op 1 staan, maar in de andere wijk helemaal niet. Hadden we niet juist afgesproken dat maatwerk vooropstaat? De heer VAN VLIET (GroenLinks): Nee hoor, in deze visie wordt heel duidelijk dat we de voetganger goed moeten faciliteren in wat de voetganger kan doen, want dat maakt een leefbare stad. Je moet niet willen dat mensen met de auto de kinderen naar school brengen. Daar is deze visie heel duidelijk in. Daarom moeten we ook een goed voetgangersnetwerk maken. Met dit amendement komt dat voetgangersnetwerk in de visie.

Heel in het bijzonder is er, zoals het CDA ook al aangaf, een stukje netwerk, namelijk een mooie groene route rond de binnenstad. Die willen mensen heel graag. Al tientallen jaren - dat heeft de stadsbouwmeester mij verzekerd - willen mensen dit en wordt daaraan getekend. Bij dezen voegen we die toe aan de netwerkkaart, zodat we daar ook in de uitvoeringsagenda stapje voor stapje uitvoering aan kunnen geven. Dit amendement dienen wij in met het CDA, de ChristenUnie, de Partij van de Arbeid en ook STIP.

44

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2021

Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Een charmant voorstel, maar hoe groen is groen in dezen? Die vraag is misschien een beetje flauwe, maar ik stel de vraag toch, omdat dat wellicht heel bepalend is voor hoe haalbaar en betaalbaar dit initiatief is. Dan kunnen wij beter beoordelen wat we willen met dit amendement. De heer VAN VLIET (GroenLinks): Een hele terechte vraag van de VVD. Wij hebben aansluiting gezocht bij de Omgevingsvisie, het conceptkaartje met groene verbindingen. Dat zijn ook dikwijls verbindingen die nog helemaal niet zo groen zijn. Op de ene plek is dat makkelijk en op de andere plek moeten we genoegen nemen met wat minder groen. Dat zal dus verschillen per situatie, maar voor de ambtenaren die dit uitwerken, moet de ambitie zijn om het zo groen mogelijk te maken. Door de fracties van GroenLinks, Onafhankelijk Delft, STIP en de PvdA wordt amendement 8.3-A (30 in recreatiegebieden) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op 28 januari 2021 ter bespreking van het Mobiliteitsplan Delft 2040, Besluit: Het Mobiliteitsplan Delft 2040 als volgt te wijzigen: 3.5 Autonetwerk: 'In de Delftse Hout en richting Midden-Delfland kent Delft een aantal wegen buiten de bebouwde kom.

Deze straten voeren we uit conform de eisen aan duurzaam veilig voor 60 km/u-wegen.' wordt gewijzigd in: 'In de Delftse Hout en richting Midden-Delfland kent Delft een aantal wegen buiten de bebouwde kom. Deze straten worden uitgevoerd als fietsstraten waar autoverkeer te gast is met een maximale snelheid van 30km/u.' Toelichting De verkeersstructuur in de Delftse recreatiegebieden richt zich zoals het Mobiliteitsplan op de fietser en voetganger. De wegen in de recreatiegebieden worden ingericht zodat fietsers zich veilig en prettig op deze wegen kunnen begeven. De inrichting van de Korftlaan zien wij als een blauwdruk die ook ingevoerd kan worden op wegen zoals bijvoorbeeld de Kerkpolderweg en Tweemolentjeskade." Door de fracties van GroenLinks, het CDA, de ChristenUnie en de PvdA wordt amendement 8.3-E (Een groen voetgangersnetwerk voor Delft) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op donderdag 28 januari 2021 ter bespreking van het agendapunt Mobiliteitsprogramma Delft 2040 (nr. 2046878), Besluit: Het Mobiliteitsprogramma Delft 2040 (nr. 2046878) als volgt te wijzigen: 3.3 Voetgangersnetwerk, Lange looproutes (p.19) was:

45

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2021

'Niet alleen in de binnenstad, maar juist ook van en naar belangrijke bestemmingen moeten looproutes beter op orde komen. Zo zijn er nu nog veel klachten over de looproutes van het station naar de binnenstad en de TU. Het hoofdnet voor de voetganger bestaat uit belangrijke routes van en naar het station en belangrijke verbindingen tussen stations, binnenstad en campus. Op deze voetpaden moet je geen obstakels tegenkomen en heb je voldoende ruimte als voetganger (minimale doorgang 2,00 meter). Ook moeten deze routes vlak zijn, voldoende beschutting bieden en rustpunten (bankjes) hebben.' 3.3 Voetgangersnetwerk, Lange looproutes (p.19) wordt: Niet alleen in de binnenstad, maar juist ook van en naar belangrijke bestemmingen en naar het groen in en om de stad moeten looproutes beter op orde komen. Het hoofdnet voor de voetganger bestaat uit groene routes die verbindingen maken met het station, de binnenstad, de campus en het groen in en om de stad. Op deze voetpaden moet je geen obstakels tegenkomen en heb je voldoende ruimte als voetganger (minimale doorgang 2,00 meter). Ook moeten deze routes vlak zijn, groen zijn ingericht en rustpunten (bankjes) hebben. De “groene verbindingen met het landschap” uit de omgevingsvisie vormen mede een basis voor dit netwerk.

Met het toevoegen van een groene verbinding over Westvest en Phoenixstraat ontstaat een groene wandelroute rond de binnenstad. 3.3 Voetgangersnetwerk, kaartje voetgangersnetwerk (p.17) was:

3.3 Voetgangersnetwerk, kaartje voetgangersnetwerk (p.19) wordt

46

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2021

3.3 Voetgangersnetwerk, Conclusies en opgaven voetganger (p.19) toevoegen: 'Een netwerk van groene routes maakt de verbinding naar het groen in en om de stad.', en gaat over tot de orde van de dag. Toelichting: -

-

-

Inwoners willen graag langs groene routes wandelen naar het groen in en om de stad. Met de voetganger op één is het van belang dat deze wens wordt vertaald naar een netwerkkaart, als basis voor toekomstige realisatie. In de conceptomgevingsvisie staat een kaart met groene verbindingen. Enigszins pragmatisch kan deze kaart als onderlegger worden gebruikt voor de netwerkkaart van groene wandelroutes. Een groene route rond de binnenstad is een langgekoesterde wens van velen. Het Singelpark in Leiden is een inspirerend voorbeeld. Daarom wordt deze route als ambitie opgenomen. In de kaart 'Groene verbindingen met het landschap' uit de conceptomgevingsvisie is een deel van deze route al opgenomen. Om de route rond te maken zijn de Westvest en de Phoenixstraat toegevoegd als groene verbinding. Dit past goed bij de noodzaak om juist in deze straten de hittestress te beperken."

Door de fracties van GroenLinks en STIP wordt amendement 8.3-F (Toevoegingen aan het hoofdfietsnet) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op 28 januari 2021 ter bespreking van het Mobiliteitsplan Delft 2040, Besluit: Het Mobiliteitsplan Delft 2040 als volgt te wijzigen: Kaart in 3.3 Fietsersnetwerk was:

Wordt gewijzigd in:

47

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2021

Toelichting: - Om de fijnmazigheid van het Hoofdfietsnetwerk te vergroten, zodat fietsers meer opties hebben en zo de meest geschikte route kunnen kiezen en de druk op de routes verlagen door zich te spreiden over het netwerk, worden twee routes toegevoegd: o het verlengde van het Poptapark richting de Buitenhofdreef; o de Kerkpolderweg aan het hoofdfietsnetwerk; - Daarnaast wordt er een alternatieve route door de Buitenhof van de Beatrixlaan naar de Kerkpolder toegevoegd voor het kwaliteitsnetwerk. In de uiteindelijke uitvoeringsplannen zou één van de twee opties afgeschaald kunnen worden tot hoofdfietsnetwerk." De heer VALK (CDA): Voorzitter. Omwille van de tijd licht ik alleen de motie en het amendement toe waarvan het CDA de eerste indiener is, al moet ik zeggen dat het een beetje vreemd voelt om een kader voor twintig jaar te bespreken in minder dan een minuut. Bij de uitbreiding van het autoluwplusgebied hecht het CDA sterk aan de belangen van de huidige bewoners die in het verleden een woning hebben gekocht of gehuurd in de verwachting dat zij in de nabije omgeving van hun woning een auto kunnen parkeren. Voor veel mensen is een auto geen luxe maar een noodzaak om aan de samenleving deel te kunnen nemen. Parkeren in een garage ver weg is voor veel mensen in de binnenstad geen realistisch alternatief.

Daarom komt het CDA met de ChristenUnie en Onafhankelijk Delft met een motie voor een royale overgangsregeling voor de huidige bewoners met een parkeervergunning. Dan het amendement. Op één punt is het Mobiliteitsplan heel concreet. Er staat een keihard kader in dat de maximumsnelheid op de Prinses Beatrixlaan wordt verlaagd naar 50 km/u. De wethouder wil hier niet wachten op onderzoeken, visies, plannen voor herinrichting, zoals bij alle andere voorstellen. Nee, koste wat kost moet en zal de snelheid omlaag. Het CDA vindt dit voorbarig. De Beatrixlaan is nu een ideale weg voor interlokaal verkeer. Dat zien we 48

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2021

veel liever daar dan bijvoorbeeld op de Reinier de Graafweg, waar mensen praktisch in de achtertuin rijden. En 70 km/u is ook schoner dan 50 km/u. Daarom komen wij samen met Onafhankelijk Delft met een amendement dat dit keiharde kader schrapt. Daarmee is niets gezegd over wat we in de toekomst gaan besluiten, maar we willen geen bindend kader opleggen. Voor de andere moties en amendementen waar mijn handtekening onder staat, wacht ik de bijdragen van de eerste indieners af. De VOORZITTER: Kort en krachtig, maar helder. De heer TÖNS (GroenLinks): Ik vraag me af waar de heer Valk vandaan haalt dat 70 km/u per definitie schoner is dan 50 km/u. Daarnaast brengt het nog meer voordelen met zich mee, zoals minder geluidsoverlast door rolweerstand et cetera. Zijn er niet veel meer dingen die meewegen dan alleen de genoemde doorstroming? De heer VALK (CDA): Wat uw eerste vraag betreft: verbrandingsmotoren zijn het schoonst als er ongeveer 80 km/u à 90 km/u wordt gereden, en 70 km/u zit daar dichterbij dan 50 km/u. Wat uw tweede vraag betreft: er spelen heel veel factoren mee en daarom willen wij dit juist in samenhang bekijken. De Beatrixlaan ligt verder van bebouwing af dan bijvoorbeeld de Reinier de Graafweg. Geluid speelt daar dus wat anders. Het heeft ook te maken met auto's die te hard rijden, harder dan 70 km/u.

Maar wij willen af van dat harde kader dat we nu al het besluit nemen dat het 50 km/u wordt zonder dat we naar het grote geheel kijken. De VOORZITTER: Meneer Töns kan ermee leven; althans, hij vindt het blijkbaar een goed antwoord. Door de fracties van het CDA en Onafhankelijk Delft wordt amendement 8.3-B (Schrappen snelheidsverlaging gebiedsontsluitingswegen) ingediend: "De gemeenteraad van Delft in digitale vergadering bijeen op 28 januari 2021 ter bespreking van het Mobiliteitsprogramma Delft 2040, Besluit: Het mobiliteitsprogramma Delft 2040 (nr. 2046878) als volgt te wijzigen: -

-

op pagina 25 worden de zinnen 'Op dit moment zijn er delen van dit netwerk waar een maximumsnelheid geldt die hoger is dan 50 km/u. Deze snelheid brengen we terug naar 50 km/u' geschrapt; op pagina 26 wordt de zin 'Voor de gebiedsontsluitingswegen geldt dat we de snelheid gaan terugbrengen naar 50 km/u op de delen waar dat nu nog 70 km/u is' geschrapt.

Toelichting Er vinden continu onderzoeken plaats naar het aanbod en de afhandeling van verkeer binnen Delft in de toekomst, waarbij rekening gehouden wordt met ontwikkelingen als toekomstige bouwprojecten in Delft en omliggende gemeentes, de (mogelijke) verbreding van de A4, mobiliteitsbehoeftes van onze inwoners en ondernemers etc. De conclusie in het MPD dat de snelheid op de gebiedsontsluitingswegen waar nu nog 70 km/u gereden mag worden (dit betreft overigens alleen de Prinses Beatrixlaan) verlaagd gaat worden naar 50 km/u, geeft een hard kader dat bestuurlijk en politiek vooruitloopt op de onderzoeken die nog (gaan) plaatsvinden en op toekomstige besluiten van de gemeenteraad over herinrichting 49

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2021

van (de omgeving van) de Prinses Beatrixlaan en van andere belangrijke straten in Delft. Door dit amendement wordt een besluit over de maximumsnelheid op de Prinses Beatrixlaan uitgesteld tot dit in samenhang met toekomstige plannen voor (herinrichting van) de weg en de omgeving kan worden genomen. Hiermee wordt voor deze weg een vergelijkbaar proces doorlopen als voor mogelijke toekomstige snelheidsverlagingen op wijkontsluitingswegen, zoals één alinea verder beschreven." Door de fracties van het CDA, de ChristenUnie en Onafhankelijk Delft wordt motie 8.3-2 (Overgangsregeling bestaande woningen in uitgebreid autoluwplus) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in digitale bespreking bijeen op donderdag 28 januari 2021 ter bespreking van het agendapunt Mobiliteitsprogramma Delft 2040 (MPD), constaterende dat: -

-

een deel van het historisch stadscentrum als autoluwplusgebied is aangewezen, wat onder meer inhoud dat, uitgezonderd parkeerplekken voor mindervaliden, niet meer op straat geparkeerd mag worden; in het MPD wordt gesproken van uitbreiding van het autoluwplusgebied de komende jaren verder uit te breiden met het zuidwestelijk deel van de binnenstad;

overwegende dat: -

-

het zuidwestelijk deel van de binnenstad vooral een woongebied is; er onder de bewoners mensen zijn voor wie de mogelijkheid om in de directe omgeving van de woning op straat te kunnen parkeren, meegewogen heeft bij het besluit om in deze buurt een woning te kopen of te huren; er maar beperkt capaciteit is in de Zuidpoortgarage, waardoor veel bewoners worden geacht straks te parkeren in de verder weg gelegen Prinsenhof-garage;

draagt het college op bij toekomstige uitbreidingen van het autoluwplusgebied rekening te houden met huidige bewoners (eigenaren of huurders) die in het bezit zijn van een straatparkeervergunning, door deze bewoners een (niet-overdraagbare) mogelijkheid te blijven bieden tegen redelijke tarieven op straat te parkeren zolang zij in het nieuwe autoluwplusgebied woonachtig zijn of tot het moment dat zij aangeven de vergunning niet meer te willen verlengen, en gaat over tot de orde van de dag." De heer WEILER (STIP): Voorzitter. Een prachtig plan. Wij hebben nog ietsje meer spreektijd. Mijn verhaal zal dus misschien ietsje langer zijn. We stellen vanavond ons beleid op het gebied van mobiliteit vast tot 2040. Dat is een breed thema, van oranje deelfietsen tot de stoep bij iedereen voor de deur. Voor ons ligt een ambitieus toekomstgericht plan, dat keuzes durft te maken die nodig zijn om Delft een prettige stad voor wonen, werken en leven te laten blijven. Een van deze ambities is om de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom omlaag te brengen in navolging van internationale afspraken en landelijke besluiten. We vertrouwen de wethouder en gaan ervan uit dat we in de komende uitvoeringsplannen het resultaat van deze ambities zullen zien in de vorm van concrete plannen. Met veel betrokkenheid uit de stad en de raad liggen veel moties en amendementen voor.

Ik begin met de onze om vervolgens kort in te gaan op die van andere partijen. In de commissie noemde ik al het belang van een continu gesprek met de stad over mobiliteit. De 50

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2021

mobiliteitstransitie moeten we samen doen. Initiatieven die passen in ons nieuwe beleid, moeten we belonen, ook buiten de binnenstad. In alle woonwijken willen we het straatbeeld verbeteren: meer groen, meer ruimte voor langzaam verkeer, zodat we allemaal veilig buiten kunnen spelen. De Belangenvereniging Olofsbuurt/Westerkwartier noemde dit vanmiddag ook nog in een brief. Er zijn enthousiaste groepen bewoners die hier al plannen voor hebben. Onze motie Samen met bewoners naar de Straat van de Toekomst vraagt de gemeente om samen met hen te kijken hoe de openbare ruimte verbeterd kan worden en om in de komende paar jaar in ten minste drie straten deze verbeteringen ook door te gaan voeren. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Ik wilde al bijna "laat maar" tikken in de chat, want het ging om het terugbrengen van de maximale snelheid naar 30 km/u en dat was al helemaal aan het begin van het betoog van de heer Weiler. Dat laat ik voor nu heel even gaan. Ik wil wel meteen een mooi bruggetje slaan naar het laatste punt van zijn betoog van zojuist, want daarbij had hij het over de motie over de Straat van de Toekomst. Ik begin misschien in herhaling te vervallen, maar ook hierbij hebben wij echt onze vraag wat de kosten zijn die met een initiatief zoals dit gemoeid zijn.

Als we drie straten willen aanwijzen tot experimentele plekken om te kijken hoe we die anders kunnen inrichten, hebben we dan al enigszins zicht op de kosten die dat met zich meebrengt? En als we dat al hebben, willen we dat dan inderdaad nog steeds, gezien - nogmaals - die toch wat krappe begroting van de gemeente Delft? De VOORZITTER: Ten aanzien van de reactie van mij op aanvragen: wij gaan even kijken hoe we het scherper en sneller kunnen regelen. We moeten in het vervolg even kijken naar de verbinding, want anders gaat dit het debat toch een beetje in de weg zitten. Dat is geen goede zaak. Daar gaan we dus naar kijken, maar dat hebben we misschien niet een-tweedrie opgelost. De heer WEILER (STIP): De vraag van mevrouw Van den Berg is hoeveel het kost en of we die kosten hieraan willen uitgeven. De vraag hoeveel het kost, kan ik niet precies beantwoorden. Het is natuurlijk aan de gemeente en de ambtenaren om dat uit te zoeken en daar in het uitvoeringsplan op terug te komen. En of het wat mag kosten: ja, wat ons betreft mag dit wat kosten. Het kan als een voorbeeld dienen voor een heleboel andere straten. Als het aan ons ligt, gaat het over straten buiten de binnenstad, waar ook veel behoefte is aan een veiligere en groenere straat. Dan mag dat inderdaad wat kosten. Daar is ook genoeg steun in de raad voor.

Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Een helder antwoord van de heer Weiler en ook begrip daarvoor. Tegelijkertijd vraag ik me, ook in relatie tot de vele amendementen en moties bij dit agendapunt - dit is er daar slechts één van - toch af of we in het kader van het uitvoeringsplan niet veel integraler moeten gaan kijken naar al dit soort initiatieven. Want het groene voetgangersnetwerk, het ombouwen van de straten in de recreatiegebieden, de Straat van de Toekomst … Als ik dat allemaal ga optellen … Nogmaals, het rekensommetje kunt u volgens mij ook wel maken. Het gaat echt op een flinke investering uitkomen. Zouden we niet veel meer een integrale afweging moeten gaan maken in het uitvoeringsplan? De heer WEILER (STIP): Ik denk dat de integrale afweging dit Mobiliteitsplan, dit programma, is en dat het uitvoeringsplan vervolgens bedoeld is voor losse projecten, zoals we dat ook al hebben gezien met het uitvoeringsplan voor afgelopen jaar en dit jaar. Daar ga je toe naar concrete projecten. Dan zal je het toch meer sec moeten bekijken. Dan zijn er verschillende projecten die dan lopen. Het integrale is volgens mij het Mobiliteitsplan zelf.

51

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2021

Het amendement Experimenten in de openbare ruimte is het andere voorstel dat mijn collega de heer Van den Brink samen met een aantal andere partijen indient. Een kleine technische mededeling daarbij is dat Groep Stoelinga en Stadsbelangen Delft dit amendement graag mede-indienen, maar dat was op NotuBiz nog niet doorgekomen. Met dit amendement creëren we ruimte voor het college om vooruitlopend op definitieve aanpassingen te experimenteren met tijdelijke herinrichtingen. Dit draagt niet alleen bij aan het draagvlak voor definitieve aanpassingen, maar biedt ook de mogelijkheid om ervaring op te doen voordat veel geld aan iets permanents wordt besteed. Al met al is dit dus een mooie aanvulling op het onderzoek dat we doen. Dank voor de steun van de mede-indieners voor onze voorstellen. De amendementen van GroenLinks over het voetgangersnetwerk, het fietsnetwerk en de rijsnelheid in recreatiegebieden hebben wij graag mede-ingediend. Ik sluit me daarbij ook aan bij de uitleg van de heer Töns en de heer Van Vliet. In het amendement over het voetgangersnetwerk zag ik ons logo nog niet staan. Misschien kan dat nog aangepast worden; dat zou fijn zijn. Dan een korte reactie op de voorstellen van andere partijen. De motie van het CDA over het autoluwplusgebied steunt STIP niet.

Wij staan achter de door het college opgestelde getroffen regelingen en zien geen reden om nu daarvan af te wijken. De motie zou het project Ruimte in de binnenstad bovendien alleen maar vertragen. Wat het amendement van het CDA over de snelheidsverlagingen in gebiedsontsluitingswegen betreft: wij omarmen de ambitie van het college en trouwens ook het Rijk om de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom omlaag te gaan brengen. Daarom steunen we dit amendement niet. Over de motie van de SP over regensensoren zijn we zeer positief. De vervanging van stoplichten lijkt ons een logisch moment om deze sensoren te installeren. Het uitvoeringsplan is volgens mij een goede plek om hierop terug te komen. Graag horen we ook hoe de wethouder hiertegen aankijkt. Door de fracties van STIP, de ChristenUnie, de PvdA en GroenLinks wordt amendement 8.3-C (Experimenten in de openbare ruimte) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in digitale vergadering bijeen op donderdag 28 januari 2021 ter bespreking van het agendapunt Mobiliteitsprogramma Delft 2040 (nr. 2046878), Besluit: Het mobiliteitsprogramma Delft 2040 (nr. 2046878) als volgt te wijzigen: 8.4 Delft kennisstad (p 46-47) was: '… Ook experimenten zijn nodig om verbeteringen mogelijk te maken.

De corridor Campus Zuid - station Delft Campus wijzen we aan als gebied voor innovatieve mobiliteitsoplossingen, vergelijkbaar met The Green Village.' 8.4 Delft kennisstad (p 46-47) wordt: '… Ook experimenten zijn nodig om verbeteringen mogelijk te maken. De corridor Campus Zuid - station Delft Campus wijzen we aan als gebied voor innovatieve mobiliteitsoplossingen, vergelijkbaar met The Green Village. Daarnaast kan in heel de stad vooruitlopend op een definitieve aanpassing aan de openbare ruimte gebruik worden 52

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2021

gemaakt van tijdelijke inrichtingen door middel van goedkope, eenvoudige middelen om draagvlak te creëren en ervaring op te doen.' 8 Ruimte voor innovatie, conclusies en opgaven innovatie (p. 47) was: 'We werken mee aan experimenten in de openbare ruimte, zoals bijvoorbeeld een ALVM tussen Campus Zuid en station Delft Campus.' 8 Ruimte voor innovatie, conclusies en opgaven innovatie (p. 47) wordt: 'We werken mee aan en initiëren experimenten in de openbare ruimte, zoals bijvoorbeeld een ALVM tussen Campus Zuid en station Delft Campus', en gaat over tot de orde van de dag." Door de fracties van STIP, de PvdA, de ChristenUnie, GroenLinks, D66 en het CDA wordt motie 8.3-3 (Samen met bewoners naar de 'Straat van de Toekomst') ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in digitale vergadering bijeen op donderdag 28 januari 2021 ter bespreking van het agendapunt Mobiliteitsprogramma Delft 2040 (nr. 2046878), constaterende dat: • • •

in het Mobiliteitsprogramma de ambitie staat om in te zetten op 'Straten van de Toekomst', die ruimte geven aan voetgangers, fietsers en groen; er verschillende straten in Delft zijn waar bewoners diezelfde visie hebben en hier graag het initiatief in nemen; er de komende jaren op verschillende plekken in Delft rioleringswerkzaamheden of ander straatonderhoud gepland staat, zoals in de wijken Hof van Delft en het Westerkwartier;

overwegende dat: • •

•

het concept 'Straat van de Toekomst' meerdere uitdagingen tegelijk aanpakt, zoals verkeersveiligheid, klimaatadaptatie, geluidsoverlast en emissies en het ruimte geeft aan voetgangers en fietsers: een hoofdlijn in het Mobiliteitsprogramma; het concept 'Straat van de Toekomst' wel benoemd staat in het Mobiliteitsprogramma, maar het goed is deze ook in het nog op te stellen uitvoeringsplan een plek te geven om zo op korte termijn concreet met deze uitdagingen aan de slag te gaan; het belangrijk is dat de gemeente deze projecten in samenwerking met de bewoners tot stand brengt om zo tot een gedragen, toekomstbestendige oplossing te komen;

draagt het college op: •

•

in de periode 2021-2023 op ten minste drie locaties met het concept 'Straat van de Toekomst' aan de slag gaan: o dit indien mogelijk te combineren met geplande rioleringswerkzaamheden of ander straatonderhoud; o hier de bewoners van deze straten uitgebreid bij te betrekken en in cocreatie tot een aangepaste straatindeling te komen; dit op te nemen in het uitvoeringsplan 2021-2023 en bij herijking de raad op de hoogte te brengen met een evaluatie en vervolg, 53

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2021

en gaat over tot de orde van de dag." De VOORZITTER: Het is goed om aan te geven dat zowel GroenLinks als het CDA zo'n beetje door hun tijd aan het raken zijn. De heer MARUF (D66): Voorzitter. In de commissievergadering heb ik uitgebreid stilgestaan bij onze visie op het Mobiliteitsplan. D66 vindt het Mobiliteitsplan een sterk fundament om op door te kunnen bouwen. Kortom, goed werk. Gelet op de tijd beperk ook ik mij tot de motie en het amendement die wij als eersten indienen. Ik begin met ons amendement Toegankelijke openbare ruimte, dat wij samen met het CDA, de ChristenUnie en GroenLinks indienen. Met dit amendement willen wij onder hoofdstuk 6.3 Risicogroepen een extra alinea wijden aan mensen met een beperking en ouderen. Het ministerie van VWS heeft het VNprogramma "Onbeperkt meedoen! Implementatie VN-verdrag inzake de rechten van mensen met een handicap" opgesteld. Dat is echt een ijzersterk programma met zeven actielijnen voor verschillende sectoren, die ervoor moeten zorgen dat zowel het fysieke als het sociale domein toegankelijker wordt voor mensen met een handicap en mensen die minder mobiel zijn. Het is een prachtig programma met zeven actielijnen, maar u begrijpt al dat de openbare ruimte niet tot de actielijnen behoort.

Het ministerie schrijft hierover: "De verantwoordelijkheid voor een toegankelijke openbare ruimte ligt vooral op het lokale en regionale niveau." Dit is ook terug te lezen in onze toelichting. Om daarop te anticiperen en alleen al omdat wij allemaal voor alle Delftenaren een veilig verblijf in de openbare ruimte wensen, verdient toegankelijkheid in de openbare ruimte wat ons betreft een eigen alinea. Dan onze motie Iedereen in de openbare ruimte doet mee. Ook die motie is na een fijne samenwerking met dezelfde indieners tot stand gekomen. Er is een Lokale Inclusieagenda in voorbereiding. Credit where credit's due: in 2016 heeft mevrouw Gooijer van de ChristenUnie een motie ingediend waarin het college werd verzocht om een Lokale Inclusieagenda op te stellen. Het VN-verdrag over de invoering van een Lokale Inclusieagenda heeft als doel toegankelijkheid voor iedereen. Onze samenleving moet ervoor zorgen dat de achterstanden die mensen met een beperking ervaren om volwaardig mee te kunnen doen, zo veel mogelijk worden weggenomen. Daarom dienen wij deze motie in, met nog eens drie argumenten. Allereerst richt de motie zich op de uitvoering. Er ligt een goede kans om de Lokale Inclusieagenda te koppelen aan het Mobiliteitsplan door onder meer obstakels die regelmatig worden gemeld, te verhelpen. Een ander doel van ons is om te reflecteren op de openbareruimteprojecten.

In de motie staat: gebruik de CROWrichtlijnen. Hier is over en weer veel over gezegd, maar als er een ander advies of andere handleiding wordt gebruikt om keuzes toe te lichten, dan mag dat natuurlijk ook. Het plan is immers tot 2040 en de CROW-richtlijnen zijn wat ons betreft niet in beton gegoten. Afsluitend: ik zou hier heel veel meer over willen zeggen, maar gelet op de tijd hopen wij natuurlijk op steun van de andere fracties. Door de fracties van D66, het CDA, de ChristenUnie en GroenLinks en Onafhankelijk Delft wordt amendement 8.3-D (Toegankelijke openbare ruimte) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in digitale vergadering bijeen op donderdag 28 januari 2021 ter bespreking van het agendapunt Mobiliteitsprogramma Delft 2040 (nr. 2046878), Besluit: Het mobiliteitsprogramma Delft 2040 (nr. 2046878) als volgt te wijzigen: 54

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2021

Aan hoofdstuk 5.3 'Risicogroepen' de volgende extra alinea 'Risicogroepen Inclusieve openbare ruimte' en extra bullitpoints 'Risicogroepen conclusies en opgaven verkeersveiligheid' toe te voegen: Extra alinea onder hoofdstuk 5.3 Risicogroepen Inclusieve openbare ruimte: Uit cijfers van het RIVM blijkt dat 10% van de Delftenaren een mobiliteitsbeperking kent. De mate van mobiliteit; toegankelijkheid van de openbare ruimte en het openbaar vervoer maken een fysieke omgeving inclusief (of niet). Voor sommigen - denk aan mensen met een beperking en/of ouderen - is een passende fysieke leefomgeving een voorwaarde om mee te kunnen doen. De verbinding tussen de fysieke en sociale omgeving is daarbij een integrale opgave, die niet altijd meer geld vereist, maar wel tot andere oplossingen leidt. Extra bullitpoints onder hoofdstuk 5.3 Risicogroepen conclusies en opgaven verkeersveiligheid: • • •

We voeren periodiek een schouw uit waarbij we de openbare ruimte testen op toegankelijkheid voor verschillende soorten beperkingen; Mensen met een beperking maken dagelijks gebruik van de openbare ruimte en moeten op een voor hun toegankelijke manier hun ervaringen kunnen delen met de gemeente; Projecten in de openbare ruimte richten we zo veel mogelijk in conform de CROWrichtlijnen.

• Toelichting Uit het programma 'VN-verdrag Onbeperkt meedoen! Implementatie VN-verdrag inzake de rechten van mensen met een handicap' van VWS blijkt dat er zeven actielijnen (Bouwen en Wonen, Werk, Onderwijs, Vervoer, Participatie & Toegankelijkheid, Zorg en Ondersteuning, Rijk als organisatie) zijn opgezet om concrete stappen te kunnen zetten. Dit doet VWS samen met gemeenten, sectoren, maatschappelijke organisaties en natuurlijk mensen met een beperking zelf. Echter behoort de openbare ruimte niet tot de actielijnen. In het programma staat hierover: 'De verantwoordelijkheid voor een toegankelijke openbare ruimte ligt vooral op het lokale en regionale niveau. Behalve gemeenten kunnen ook ondernemers in de goederen- en dienstensector hierbij een belangrijke rol vervullen, net zoals de gebruikers zelf. Niet altijd is duidelijk wie waarvoor verantwoordelijk is en vaak zijn betrokkenen zich niet bewust van de ontoegankelijkheid en de gevolgen daarvan voor mensen met een beperking. Het kabinet zal daarom in samenwerking met de VNG overleg organiseren met betrokken partijen, met uiteraard ook een belangrijke rol voor mensen met een beperking zelf.

Doel van het overleg is om beter in kaart te brengen welke problemen er zijn rondom toegankelijkheid van de openbare ruimte en te verkennen welke oplossingen daarvoor mogelijk zijn.' Daarom vinden de indieners (D66, CDA, CU en GL) het van belang om in het Mobiliteitsprogramma, dat geldt tot en met 2040, toegankelijkheid in de openbare ruimte zo veel mogelijk te verankeren." Door de fracties van D66, het CDA, de ChristenUnie en GroenLinks wordt motie 8.3-5 (Iedereen in de openbare ruimte doet mee) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in digitale vergadering bijeen op donderdag 28 januari 2021 ter bespreking van het agendapunt Mobiliteitsprogramma Delft 2040 (nr. 2046878), constaterende dat: 55

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2021

• • •

VWS zeven actielijnen (Bouwen en Wonen, Werk, Onderwijs, Vervoer, Participatie & Toegankelijkheid, Zorg en Ondersteuning, Rijk als organisatie) heeft opgezet om concrete stappen te kunnen zetten op het gebied van toegankelijkheid; 10% van de Delftenaren een mobiliteitsbeperking kent; het Mobiliteitsprogramma Delft 2040 een bouwsteen is van de openbare ruimte;

overwegende dat: • • •

de openbare ruimte niet tot de actielijnen behoort; de verantwoordelijkheid voor een toegankelijke openbare ruimte vooral op het lokale en regionale niveau ligt; het niet of onvoldoende mobiel zijn kan leiden tot isolement en verslechtering van de fysieke en/of mentale gezondheid;

draagt het college op: 1. ontwikkeling en herinrichting van de openbare ruimte conform de CROW-richtlijnen uit te voeren en indien hiervan afgeweken wordt de motivering te rapporteren aan de raad; 2. in lijn met de Lokale Inclusieagenda buiten grote projecten om obstakels die regelmatig aan de gemeente worden gemeld of geïnventariseerd zijn, op reguliere wijze aan te pakken, en gaat over tot de orde van de dag." De VOORZITTER: Ik zal de resterende spreektijden nog even preciseren. Het CDA heeft nog twee minuten, GroenLinks heeft ook nog twee minuten, de VVD heeft nog drie minuten. Dan hebben degenen die dicht bij het einde van de spreektijd zijn, ongeveer een inschatting. De SP heeft geen tijd meer, zoals ik al had gezegd. Mevrouw Kok krijgt dus niet meer het woord. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Voorzitter. Ik had ook nog een interruptie op de heer Maruf, maar die melding kwam weer wat laat binnen. Ik zal kijken of ik mijn vraag kan verwerken in mijn bijdrage. Ook mevrouw Van Cooten heeft overigens een interruptie aangevraagd, maar het gaat vanavond allemaal wat trager. We bespreken vanavond het MPD en gaan daar, als het goed is, dit keer ook echt over besluiten met, wat ons betreft, mooie kaders voor hoe we de komende jaren in Delft aan de slag willen met mobiliteit. Het is gewoon goed dat deze kaders worden vastgelegd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10516302/1