CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Geconsolideerd bestemmingsplan Toel&Reg

Raadsvergadering 4 april 2024, gemeente DelftBij agendapunt: Voorstel van het college aan de raad inzake Vaststellen herstelbesluit Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) (nr. 2409113)41.771 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” Dat betekent: eerst bepalen of een nieuwe ontwikkeling een nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft, vervolgens kijken of er vraag is naar een bepaalde nieuwe ontwikkeling, daarna analyseren of het bestaande stedelijk gebied of bestaande bebouwing kan worden hergebruikt en tot slot afwegen of de ontwikkeling negatieve ruimtelijke gevolgen tot gevolg kan hebben. De toetsing aan de Ladder is opgenomen in paragraaf 4.17.

3.2

Provincie

3.2.1

Omgevingsvisie Zuid-Holland

Per 1 april 2019 is de Zuid-Hollandse Omgevingsvisie in werking getreden. In de Omgevingsvisie is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. De provincie wil met haar Omgevingsvisie een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Er is daarom geen eindbeeld voor 2030 of 2050 opgenomen, maar de maatschappelijke opgaven zijn vertaald in ambities. Richtinggevende ambities In de Omgevingsvisie zijn de volgende zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving vastgesteld: 1. Naar een klimaatbestendige delta Het inrichten van de fysieke leefomgeving op een manier waarop deze klimaatbestendig blijft. Voorbeelden daarvan zijn: meer ruimte bieden aan water en het rekening houden met de impact van klimaatverandering bij nieuwe ruimtelijke projecten. 2. Naar een nieuwe economie: the next level De stap naar een circulaire economie in 2050, met grote gevolgen voor onder andere het haven-industrieel complex en de glastuinbouw. Er wordt ingezet op bijvoorbeeld digitalisering en een aantrekkelijke en gezonde woon- en werkomgeving. 3. Naar een levendige meerkernige metropool De stap naar een gezonde, sociale en duurzame samenleving. Er moet een fors aantal woningen worden gerealiseerd en de woonvoorraad dient te worden verduurzaamd.

Ook zullen steden met elkaar verbonden moeten worden tot één metropolitaan gebied. In dit gebied wordt ingezet op het versterken van het leef- en vestigingsklimaat. 4. Energievernieuwing Zuid-Holland wil de fossiele bronnen vervangen door hernieuwbare bronnen. Er worden maatregelen genomen om energie te besparen en het gebruik van aardgas drastisch te verminderen. Ook wordt ingezet op innovatie: nieuwe mogelijkheden voor energiegebruik uit wind, zon, biomassa, water en aardwarmte. 5. Best bereikbare provincie De provincie moet optimaal verbonden zijn en blijven met regionale, landelijke en internationale centra. Er worden verkeersknelpunten aangepakt en de mobiliteitssector kan schoner worden gemaakt en verduurzamen. Ook wordt ingezet op OV, gebruik van de fiets en vervoer over water. 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving Een groene leefomgeving draagt bij aan een gezonde leefstijl van de inwoners van de provincie, maar het landschap en de biodiversiteit staat ook onder druk door het groeiend aantal inwoners, economische ontwikkeling en klimaatverandering. De kwaliteit van de leefomgeving kan worden versterkt door natuur, water, recreatie, landbouw, cultureel erfgoed en economie in samenhang te bezien. Beleidsopgaven Voor het realiseren van maatschappelijke belangen wordt vanuit bovenstaande vernieuwingsambities gewerkt en vanuit opgaven in gebieden.

Daarnaast wordt vanuit twaalf samenhangende opgaven de zorg voor een goede omgevingskwaliteit ingevuld. Hieronder zijn de voor onderhavig project relevante bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT" (vastgesteld) 33

bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT beleidsopgaven nader toegelicht, te weten het behouden en versterking van de ruimtelijke kwaliteit, de energietransitie in de gebouwde omgeving en stedelijke ontwikkelingen binnen bestaand stads- en dorpsgebied. 1. Behouden en versterken van de ruimtelijke kwaliteit De inzet van de provincie is dat ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan het behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening ('handelingskader ruimtelijke kwaliteit'). De kwaliteitskaart en de richtpunten geven richting aan de interpretatie van ruimtelijke kwaliteit. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Daarbij hanteert de provincie met het oog op de wisselwerking tussen gebiedskwaliteiten en ontwikkelingen de volgende uitgangspunten: 1. De aard en schaal van een gebied bepalen of een ontwikkeling in meer of mindere mate passend is. In een agrarisch gebied passen stedelijke functies als woonwijken of bedrijventerreinen niet bij de aard en zijn daarmee gebiedsvreemd. De schaal van een gebied ('korrelgrootte') bepaalt of een ontwikkeling al dan niet past bij die schaal.

Het 'laadvermogen' van een coulisselandschap is immers anders dan dat van een open veenweidepolder. 2. Een ontwikkeling die past bij de schaal en aard van een gebied heeft in beginsel weinig ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten en vraagt daarom weinig tot geen provinciale betrokkenheid. 3. Hoe meer een ontwikkeling afwijkt van de aard en schaal van een gebied, des te groter is in beginsel de ruimtelijke impact van nieuwe ontwikkelingen en des te eerder raken ze provinciale doelen of belangen. Dit geldt eveneens naarmate de kwaliteit van een gebied bijzonderder of kwetsbaarder is. De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit bieden handvatten om te bepalen hoe groot de ruimtelijke impact in specifieke gevallen is. In dit licht wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkeling. Inpassing. Dit betreft een gebiedseigen ontwikkeling, passend bij de schaal en aard van het landschap. Een voorbeeld hiervan is de uitbreiding van een agrarisch bedrijf in het buitengebied of de herstructurering van een woonbuurt. Bij inpassing veranderen bestaande structuren en kwaliteiten niet tot nauwelijks. De rol van de provincie is hier in principe beperkt, behalve in gebieden met bijzondere kwaliteit. Uitgangspunt is dat bij inpassing een ontwikkeling volledig past binnen de richtpunten. Aanpassing.

Dit betreft een ontwikkeling die niet past bij de aard of de schaal van een gebied en daarmee niet geheel past binnen de richtpunten. Voorbeelden zijn een beperkt aantal nieuwe woningen in het buitengebied, een nieuw landgoed en de verbreding van een provinciale weg. De rol van de provincie zal zich, afhankelijk van het type gebied en het type ontwikkeling, vooral richten op het toewerken naar een kwalitatief optimaal resultaat, Ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen zijn nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren. Transformatie. Bij transformatie gaat het om een verandering van een gebied van dusdanige aard en omvang dat een nieuw landschap of stedelijk gebied ontstaat. De ontwikkeling past niet bij de aard en schaal van het gebied. Dit is bijvoorbeeld het geval bij uitleglocaties voor woningbouw en bedrijventerrein of de aanleg van grootschalige recreatiegebieden. Bij transformatieopgaven is bijna altijd een provinciaal doel of belang in het geding en zal de betrokkenheid van de provincie zich richten op een actieve behartiging van provinciale doelen en een kwalitatief optimaal resultaat. Gelet op de verandering van het gebied is het reëel om aan te nemen dat niet aan alle richtpunten kan worden voldaan, maar dat door middel van een nieuw integraal ontwerp er een nieuwe ruimtelijke kwaliteit ontstaat.

Ook hierbij kunnen ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig zijn om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren.

bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT" (vastgesteld) 34

bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT

Figuur 3.1 Soorten ruimtelijke ontwikkelingen De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit vormen een uitwerking van de kwaliteitskaart en de richtpunten op gebiedsniveau, en zijn opgesteld in samenwerking met regionale partijen. Ze bieden een gebiedsspecifieke handreiking voor het omgaan met ruimtelijke kwaliteit bij ruimtelijke ontwikkelingen. Naast het generieke kwaliteitsbeleid, dat geldt voor de gehele provincie, wordt een tweetal beschermingscategorieën onderscheiden, waar onder voorwaarden van ruimtelijke kwaliteit ook ontwikkelingen mogelijk zijn, maar waar vanwege de kwetsbaarheid of bijzonderheid extra voorwaarden van toepassing zijn. Ontwikkeling in het licht van de beleidsopgave behouden en versterken ruimtelijke kwaliteit: De bescherming van ruimtelijke kwaliteit is ook geborgd in de omgevingsverordening, hier wordt aan getoetst in paragraaf 3.2.3. Energietransitie in de gebouwde omgeving De provincie zet zich in voor energiebesparing en -opwekking in bestaand stedelijk gebied, zoals bij beheer en renovatie van woningen (verduurzaming voorraad), woningbouw en herstructurering van bedrijventerreinen, kantorenlocaties en glastuinbouw.

Middelen die hiervoor ingezet kunnen worden zijn: isoleren, aansluiten op een warmtenetwerk, cascaderen van lokale warmte, co-siting (bijeenbrengen en plannen van bedrijven met aansluitende warmtebehoeften) en efficiënter gebruik van energie. Nieuwbouwlocaties bieden de grootste kans om energie-efficiency te realiseren. In deze tijd is het ondenkbaar dat er niet energiezuinig of zelfs energieneutraal wordt gebouwd al dan niet in combinatie met een decentrale hernieuwbare energievoorziening. De provincie is een groot voorstander van aardgasloze wijken, zowel bij nieuwbouw als renovatie. Hoe we omgaan met de energietransitie staat beschreven in de duurzaamheidsvisie voor Schieoevers Noord. In de duurzaamheidsparagraaf 4.18 wordt nader ingegaan op de duurzaamheidsvisie. Stedelijke ontwikkelingen binnen bestaand stads- en dorpsgebied De provincie wil bestaand stads- en dorpsgebied (BSD), ofwel de bebouwde ruimte, beter benutten. De provincie verstaat daaronder: 'het bestaand stedenbouwkundig stelsel van bebouwing, met inbegrip van daartoe bouwrijp gemaakte terreinen, ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid (uitgezonderd glastuinbouw), detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.

Volgens de ladder voor duurzame verstedelijking moet de nieuwe stedelijke ontwikkeling primair plaatsvinden binnen het BSD. De ontwikkeling vindt plaats binnen het BSD. De ontwikkeling wordt in paragraaf 4.17 getoetst aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.

bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT" (vastgesteld) 35

bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT 3.2.2

Omgevingsprogramma provincie Zuid-Holland

Het Omgevingsprogramma Zuid-Holland bevat de maatregelen waarmee Gedeputeerde Staten invulling geven aan de ambities en beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie Zuid-Holland. In het Omgevingsprogramma zijn transformatielocaties aangewezen die een andere functie krijgen. Schieoevers Noord is één van de locaties en is in het Programma aangewezen als één van de 'belangrijke transformatiegebieden'.

Figuur 3.2: kaart transformatiegebied. Het Omgevingsprogramma Zuid-Holland bevat de maatregelen waarmee Gedeputeerde Staten invulling geven aan de ambities en beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie Zuid-Holland. In het Omgevingsprogramma zijn transformatielocaties aangewezen die een andere functie krijgen. Schieoevers Noord is één van de locaties en is in het Programma aangewezen als één van de 'belangrijke transformatiegebieden'. In het Omgevingsprogramma staat over Schieoevers Noord het volgende: “Bedrijventerrein Schieoevers Noord is een bedrijventerrein dat benut kan worden voor bedrijven in een hogere milieucategorie en waar enkele watergebonden bedrijven gevestigd zijn. Schieoevers Noord heeft grote potentie te transformeren naar gemengd stedelijk gebied waar naast gewerkt ook gewoond kan worden. Uitgangspunt is om dit gemengd stedelijk gebied te realiseren. Hierbij wordt rekening gehouden met de zittende bedrijven. Verder wordt nog onderzocht welke mengvorm tussen wonen en (type) werkmilieu er mogelijk is in dit gebied. Schieoevers Noord kan dan voorzien in de ruimtebehoefte van bedrijven die onder andere ontstaan zijn op de campus Delft. Het gebied ligt centraal in Delft, tussen de treinstations Delft en Delft Campus en de historische binnenstad. Ook de TU Delft Campus en TU Delft Campus Zuid grenzen aan Schieoevers.

Het gebied is via de Kruithuisweg (N470) verbonden met de A4 en A13. Er is een onderzoek (Transitie langs de Delftse Schie, door Stec-groep) verricht naar de behoefte van HMC- en watergebonden bedrijven in Delft en de regio. Hieruit blijkt dat Schieoevers een belangrijke locatie is voor Delft en regio. Het bedrijventerrein functioneert goed, genereert inclusief afgeleide effecten circa 15% van de werkgelegenheid in Delft en 5% van het bruto regionaal product van MRDH. Verhoudingsgewijs zijn er op Schieoevers een betrekkelijk klein aantal HMC- en/of watergebonden bedrijven gevestigd; Tegelijkertijd zitten er ook bedrijven die wellicht niet formeel een HMC-status hebben of gebruiken, maar wel op een andere manier gebaat zijn bij voldoende hinderruimte. Bijvoorbeeld doordat zij een hoge (vracht)verkeer aantrekkende werking hebben, of omdat deze planologische milieuruimte een bepaalde mate van zekerheid geeft voor een eventuele uitbreiding of groei van bedrijfsactiviteiten in de toekomst. Ook geeft het de locatie imago, waardoor 'hinderbedrijven' zich er thuis voelen en vertrouwen hebben in de plek. Specifiek voor Delft blijkt dat er een beperkte uitbreidingsbehoefte aan HMC en watergebonden bedrijven bestaat. In de regio is echter nog wel behoefte aan HMC- en watergebonden bedrijven. Deze behoefte hoeft echter niet per definitie op Schieoevers Noord een plek te krijgen.

Om de transformatie met Schieoevers Noord mogelijk te maken zijn afspraken gemaakt in het bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT" (vastgesteld) 36

bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT Woon-Werk Akkoord Haaglanden tussen onder meer de gemeente Delft en de provincie Zuid-Holland. In de notitie “Transformatie Schieoevers Noord, Stationsgebied, de Slimme Centrale en de Staal; Compensatie HMC bedrijvigheid opgave woon-werkakkoord 2021” (zie Bijlage 58) zijn voor onder meer Schieoevers Noord in samenspraak met de provincie afspraken gemaakt op welke wijze de gemeente aan het huidige en toekomstige provinciale beleid zal voldoen, onder meer door afspraken over de concrete invulling van het compensatiebeleid van de provincie. Er worden daarbij aansluitend concrete voorstellen ten aanzien van HMC bedrijvigheid gedaan. In de compensatieafspraken is per deelgebied een beschrijving gemaakt van de opgave. Voor Kabeldistrict is een compensatieopgave geformuleerd in m2 voor milieucategorie 3.1 of hoger van 8.792 m2 (3.757 m2 categorie 3.1 en 5.035 m2 categorie 3.2). Bij het formuleren van deze compensatieopgave is afgesproken dat in afwijking van de gebruikelijke planologische ruimte (artikel 6.12 Omgevingsverordening Zuid-Holland) gebruik gemaakt kan worden van de feitelijke situatie (op basis van artikel 6.34 Omgevingsverordening) voor zowel Kabeldistrict als voor Nieuwe Haven.

Het akkoord concludeert ook dat met de realisatie van het beschreven plan voor Kabeldistrict (34.000 – 44.000 m2 bedrijfsbebouwing) een aanzienlijke uitbreiding van de te compenseren m2 gemaakt wordt. Anders dan in een regulier bestemmingsplan worden geen milieucategorieën toegekend in het plan, maar de ruimte die geboden wordt in de milieuregels van het plan (Milieuzonering Nieuwe Stijl) biedt dezelfde ruimte als met de milieucategorieën 3.1 en 3.2 zou gelden. Voor het deelgebied Nieuwe Haven is in het akkoord beschreven dat compensatie niet noodzakelijk is in verband met het al langere tijd braak liggen (van een groot deel) van het terrein. De overige gebieden van Schieoevers Noord behouden de bedrijfsbestemmingen die nu gelden (slechts vertaling van de milieucategorieën naar de milieuzonering nieuwe stijl). Het bestemmingsplan sluit aan bij de gemaakte afspraken door de milieuruimte voor voldoende bedrijven in de “oude” milieucategorie 3.1 en 3.2 mogelijk te maken en te borgen. Dit wordt verder toegelicht in paragraaf 4.2 en Hoofdstuk 5. 3.2.3

Omgevingsverordening Zuid-Holland

Per 1 april 2019 is, naast de Omgevingsvisie en het Omgevingsprogramma, ook de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening in werking getreden. De inhoud van de Omgevingsvisie is voor een groot deel leidend voor de inhoud van de Omgevingsverordening. In de verordening van Provinciale Staten van Zuid-Holland zijn de regels opgenomen die worden gesteld aan gemeentelijke bestemmingsplannen, met als doel het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Ruimtelijke kwaliteit (Artikel 6.9) Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Hoe groot die ruimtelijke impact is wordt in specifieke gevallen bepaald aan de hand van gebiedsprofielen en door onderscheid te maken in drie soorten ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie. Gelet op het uitgangspunt dat de ruimtelijke kwaliteit als gevolg van ontwikkeling per saldo niet afneemt, dient de toetsing aan ruimtelijke kwaliteit een integraal onderdeel te vormen van de planvorming en afweging. In artikel 6.9 van de verordening is hierover het volgende bepaald: Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a.

de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b. als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: 1. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid van artikel 6.9 (aanvullende ruimtelijke maatregelen); c. als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT" (vastgesteld) 37

bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT door: 1. een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid. De onderhavige ontwikkeling omvat het transformeren van een bedrijventerrein naar een gemengd gebied met wonen en werken. In dit geval is het bepaalde in artikel 6.9 lid 2 van toepassing. Aan de eisen daaruit wordt voldaan. Voor de transformatie is het Ontwikkelplan Schieoevers Noord en het Ruimtelijk Kwaliteitskader opgesteld die voorzien in een integraal ontwerp en zorgvuldige inpassing in de omgeving, waarbij wordt aangesloten bij het bestaande industriële karakter en structuur van het gebied. De ontwikkeling is met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit in lijn met de omgevingsverordening en gaat uit van de transformatie die in het Omgevingsprogramma is voorzien. Artikel 6.10: Stedelijke ontwikkelingen 1. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a.

de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b. indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. 2. Gedeputeerde staten kunnen bij de aanvaarding van een regionale visie aangeven in hoeverre de ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting van het bestemmingsplan kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. 3. Gedeputeerde staten kunnen een regionale visie voor wonen of bedrijventerreinen vaststellen. Een bestemmingsplan bevat geen bestemmingen die in strijd zijn met de door gedeputeerde staten vastgestelde regionale visie. De ontwikkeling betreft een nieuwe stedelijke ontwikkeling binnen het bestaande stads- en dorpsgebied. Voor de ontwikkeling is een laddertoets uitgevoerd. Dit onderzoek wordt besproken in paragraaf 4.17.

Kantoren (Artikel 6.11) Artikel 6.11 bevat de voorwaarden de gelden voor het toestaan van kantoren in het bestemmingsplan. Daaraan wordt voldaan. Het bestemmingsplan staat in het deelgebied Kabeldistrict 6.000 m2 bvo aan kantoren toe. Per saldo neemt de plancapaciteit hierdoor binnen de gemeente niet toe. Met de Provincie is afgesproken dat de in Nieuw Delft onbenutte plancapaciteit voor kantoren wordt overgeheveld naar Schieoevers. Tegelijk met de vaststelling van dit bestemmingsplan worden de bestemmingsplannen voor Nieuw Delft hiervoor gewijzigd. De verschuiving van de plancapaciteit naar Schieoevers wordt opgenomen in de geactualiseerde regionale kantorenvisie van de MRDH. Deze visie wordt vervolgens voor aanvaarding voorgelegd aan gedeputeerde staten. Dat zal voorafgaand aan de vaststelling van dit bestemmingsplan plaatsvinden. Bedrijven (Artikel 6.12) In artikel 6.12 is bepaald dat bij een bestemmingsplan dat transformatie van een bestaand bedrijventerrein mogelijk maakt gemotiveerd moet worden hoe binnen de regio compensatie van bedrijventerrein zal plaatsvinden. Hieronder wordt dat toegelicht. Tussen de Provincie Zuid-Holland en de gemeenten Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg en Rijswijk zijn afspraken gemaakt over wonen en werken in de betrokken gemeenten. Die afspraken zijn vastgelegd in het Bestuurlijk Woon-werkakkoord dat in januari 2022 is ondertekend.

Het woon-werkakkoord heeft tot doel de noodzakelijke versnelling van de woningbouwproductie te realiseren en knelpunten op te lossen en tegelijkertijd te waarborgen dat voldoende ruimte in de regio beschikbaar blijft voor passende bedrijvigheid op de korte en lange termijn. bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT" (vastgesteld) 38

bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT Met het vastgestelde woon-werkakkoord is op basis van een compensatieplan vastgelegd hoe op basis van feitelijk gebruik bedrijfsruimte met activiteiten uit milieucategorie 3.1 of hoger worden gecompenseerd. Voor Schieoevers Noord betekent dit het volgende: Het bestemmingsplan maakt de transformatie van twee locaties mogelijk: Kabeldistrict en Nieuwe Haven. Voor de locatie Nieuwe Haven is geen compensatie nodig omdat het terrein op 1 januari 2021 niet in gebruik was. Kabeldistrict (de Schiehallen) is in gebruik als bedrijfsverzamelgebouw. Het op 1 januari 2021 feitelijk bestaande gebruik van bedrijfsruimtes in de Schiehallen met activiteiten uit milieucategorie 3.1 en hoger is zeer beperkt en wordt ruimschoots gecompenseerd binnen de bedrijfsbebouwing die het nieuwe bestemmingsplan toestaat (34.000 - 44.000 m2 bvo). Detailhandel (Artikel 6.13) Op grond van artikel 6.13 kan een bestemmingsplan detailhandel toestaan binnen een nieuwe wijkgebonden winkelconcentratie in een nieuwe woonwijk mits de ontwikkeling in is overeenstemming met het in het Programma ruimte (nu het Omgevingsprogramma) en de Omgevingsvisie beschreven ontwikkelingsperspectief en aangetoond is dat als gevolg van de ontwikkeling het woon- en leefklimaat niet onevenredig wordt aangetast en geen onaanvaardbare leegstand ontstaat.

Het bestemmingsplan staat bij Kabeldistrict maximaal 2.000 m2 bvo detailhandel toe (waaronder één supermarkt) en is in overeenstemming met de voorwaarden uit de verordening en hierover zijn afspraken gemaakt met de provincie. Het ladderonderzoek wordt elders in deze toelichting besproken. Natuurnetwerk Nederland (NNN) De bescherming van het NNN is opgenomen in de verordening. Er liggen geen gronden in het plangebied die behoren tot het NNN. Er wordt voldaan aan de verordening. Provinciale vaarwegen en regionale waterkeringen De Schie is opgenomen in de Omgevingsverordening als Provinciale vaarweg. Rondom de vaarweg liggen diverse regionale waterkeringen. De gevolgen voor de ontwikkeling van deze wateraspecten worden behandeld in de Waterparagraaf (zie paragraaf 4.13). Vrijwaringszone provinciale vaarwegen (Artikel 6.19) Op grond van artikel 6.19 dient bij een Provinciale vaarweg rekening te worden gehouden met belemmeringen voor de scheepvaart. De bouwmogelijkheden waarin het bestemmingsplan voorziet leiden niet tot dergelijke belemmeringen. Voor de vrijwaringszone is in de regels opgenomen dat er geen belemmering mag zijn voor de veiligheid van het vaarverkeer en het onderhoud van de vaarweg. De belemmering wordt voorkomen door vrij zicht en het mogelijk zijn van contact met begeleidings- en navigatieapparatuur. Tevens moeten hulpdiensten bij de vaarweg kunnen komen.

Een en ander is in de regels van dit bestemmingsplan geborgd. Conclusie Gelet op het bovenstaande is het bestemmingsplan in overeenstemming met de Omgevingsverordening.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Regionaal Structuurplan Haaglanden (2008)

Het Regionaal Structuurplan Haaglanden is een integraal plan voor de ruimtelijke ontwikkeling van Haaglanden tot 2020 (en soms 2030) en het kader voor het regionale beleid op het gebied van milieu, groen, mobiliteit, wonen en economie en voor lokale plannen, zoals de bestemmingsplannen. De negen gemeenten van Haaglanden spreken hiermee de ambitie uit om door te groeien als internationaal concurrerende regio, als goed functionerend stedelijk netwerk en als regio die kwaliteit van leven biedt. Het bestuur van het Stadsgewest Haaglanden heeft het RSP samengevat in tien regionale investeringsprioriteiten. In economische zin kiest het RSP voor het uitbouwen van de vier sterke peilers van de regio te weten recht, vrede en veiligheid, kennis, innovatie en technologie, Greenport Westland-Oostland en toerisme. bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT" (vastgesteld) 39

bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT De doorgroei van het Technologisch Innovatief Complex Delft speelt daarin voor de Delftse economie een belangrijke rol. Het bieden van voldoende (kwalitatieve) ruimte, het verbeteren van de bereikbaarheid, beschikbaar hebben van voldoende geschikte woningen, een gevarieerd aanbod culturele- en vrijetijdsvoorzieningen en het investeren in samenwerking tussen overheden, onderwijs en bedrijven zijn randvoorwaarden waaronder de ambities vervuld kunnen worden. Daarnaast zet het RSP in op behoud, versterking en verbetering van de kwaliteit van toeristische trekkers (kust, historische binnensteden, cultuurhistorie, parken en landgoederen, waterwegen, leisurevoorzieningen). Het plangebied is in de RSP aangeduid als 'vitaal en intensief benut stedelijk gebied / verdichten vooral rond OV' en '(historisch) centrum en winkelcentrum'. Het realiseren van een gemengd gebied met zowel wonen als werken versterkt het regionale aanbod aan woningen en voorzieningen. Het onderhavige bestemmingsplan is in lijn met het Structuurplan. 3.3.2

Agenda detailhandel MRDH 2015 - 2021

De Metropoolregio Rotterdam Den Haag heeft zich als doelstelling opgelegd om meer werkgelegenheid, hogere economische groei en behoud van de internationale concurrentiepositie te bewerkstelligen. De MRDH streeft naar het realiseren van een aantrekkelijk vestigingsklimaat, met focus op het voorzieningenniveau, binnen en buiten het stedelijk gebied. De MRDH vindt het daarom essentieel om zich in te zetten voor een aantrekkelijke winkelstructuur met vitale winkelgebieden. Om dit te bereiken is, ten aanzien van de detailhandelsontwikkeling in de regio, het in stand houden van de bestaande detailhandelsstructuur en het streven naar een optimale verzorging voor de inwoners en bezoekers van de regio een belangrijke beleidsrichtlijn van de MRDH. Dit betekent onder andere specifieke aandacht voor de bovenlokale detailhandelsontwikkelingen en de consequenties en wisselwerking die dit op lokaal niveau heeft voor kernwinkelgebieden in de dorpen en steden. Nieuwe ontwikkelingen in de bestaande winkelgebieden en nieuwe vestigingslocaties voor detailhandel (die niet reeds in bestaande bestemmingsplannen worden mogelijk gemaakt) mogen niet leiden tot ongewenste leegstand. Bundeling van detailhandel in centra vormt een daarbij een belangrijk element van het detailhandelsbeleid om verspreide bewinkeling terug te dringen.

De regionale behoefte aan de opgenomen detailhandel in het onderhavige bestemmingplan wordt getoetst in 4.17. 3.3.3

Agenda kantoren MRDH 2015-2025

Bij de vorming van de MRDH is het voorzien in de ruimtebehoefte van (potentiële) kantoorgebruikers op de schaal van de MRDH als geheel, door het realiseren van de juiste hoeveelheid en kwaliteit op de juiste plaats als strategische opdracht geformuleerd. De eind 2015 vastgestelde agenda kantoren MRDH 2015 - 2025 geeft nadere invulling aan deze opdracht. Belangrijke elementen die hiertoe in de agenda worden aangeduid zijn: het identificeren van de belangrijkste bestaande en toekomstige interactie milieus; het terugdringen van de leegstand; inzet op transformatie; mogelijkheden bieden voor (ver)nieuwbouw om het vestigingsmilieu concurrerende te houden. De regionale behoefte aan de opgenomen ruimte voor kantoren in het onderhavige bestemmingplan wordt getoetst in 4.17. 3.3.4

Woondeal - Verstedelijkingsalliantie

In 2019 heeft de regio Zuidelijke Randstad (waar Delft, Haaglanden en de metropoolregio Rotterdam – Den Haag onderdeel van is) een Woondeal met het Rijk gesloten. Vervolgens is in het Verstedelijkingsakkoord Zuidelijke Randstad tussen Rijk en regio de afspraak gemaakt te werken aan investeringsvoorstellen in verband met (woon-/werk)ontwikkelingen op knooppuntlocaties. De verstedelijkingsalliantie heeft dit vervolgens verder uitgewerkt in vier pijlers (wonen, werken, leren en innoveren). De Verstedelijkingsalliantie is een samenwerking tussen de gemeenten Leiden, Zoetermeer, Den Haag, Rijswijk, Delft, Schiedam, Rotterdam en Dordrecht, de MRDH, Provincie én het Rijk. Het doel is om een bijdrage te leveren aan de oplossing van het woningtekort en versterking van de economie. 1. Wonen bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT" (vastgesteld) 40

bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT Op 13 binnenstedelijke locaties in Dordrecht, Rotterdam, Schiedam, Delft, Den Haag, Rijswijk, Leiden en Zoetermeer worden 170.000 woningen gebouwd tot 2030. Hiermee wordt een substantiële bijdrage geleverd aan het verkleinen van het woningtekort van circa 250.000 woningen die in Zuid-Holland nodig zijn. 2. Werken Er komen 80.000 nieuwe banen in de directe nabijheid van woongebieden en openbaar vervoer. Dit versterkt de Nederlandse economie. Het doel is het woon-werkverkeer te beperken en te verduurzamen door de aanwezigheid van nieuwe (duurzame) vormen van openbaar vervoer. Banen worden goed en beter bereikbaar met voet, fiets en openbaar vervoer. 3. Leren & Innoveren Een breed aanbod aan universitair- en beroepsonderwijs en veel economische toplocaties en innovatiecentra worden door het openbaar vervoer met elkaar verbonden. Dit versterkt de agglomeratie- en innovatiekracht in de regio.

Figuur 3.3: plancapaciteit woningbouw top 13 - alliantiegebieden in samenhang met openbaar vervoer (bron: Verstedelijkingsalliantie pamflet 2021)

Schieoevers Noord is één van deze 13 locaties en draagt bij aan de doelstellingen achter de vier pijlers. Regionale woonvisie De gemeenten in Haaglanden werken al jaren samen op woningbouwgebied. Vanuit de provincie Zuid-Holland wordt een regionale woonvisie en bijbehorend programma aangemoedigd. Gemeenten bepalen in zo'n regionale woonvisie de gewenste gezamenlijke ontwikkelrichting voor woningbouw en de woonkwaliteiten. De regio’s geven in hun regionale woonvisies onder andere inzicht in de wijze waarop zij omgaan met de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouw in relatie tot de marktopname, de wijze bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT" (vastgesteld) 41

bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT waarop vraag en aanbod van woonmilieus in balans wordt gebracht, de aanpak van het beheer van de sociale voorraad in relatie tot de doelgroep en de prioritering van plannen rond halten van hoogwaardig openbaar vervoer (HOV). In Haaglanden wordt conform provinciale ramingen verwacht dat er zo'n 65.000 tot 80.000 woningen nodig zijn tot 2030 (WBR2019 resp. WBR2021). De regio heeft als ambitie er circa 80.000 toe te voegen. Delft wil er daar circa 15.000 van realiseren. Met de invulling van dit bod wil de gemeente de balans in de Delftse woningvoorraad verbeteren (zie paragraaf 3.5.4).

3.4

Hoogheemraadschap Delfland

3.4.1

Waterbeheersplan 2016-2021

Het Hoogheemraadschap van Delfland heeft haar beleid vastgelegd in het Waterbeheersplan 2016-2021. Dit beleid is formeel vastgelegd in de Keur, de legger en de beleidsregels. Het verbeteren van de waterkwaliteit en het vergroten van de bergingscapaciteit zijn belangrijke pijlers binnen dit beleid. Voor sommige activiteiten is een watervergunning van het Hoogheemraadschap van Delfland nodig, bijvoorbeeld: graven of dempen van oppervlaktewater; bouwen binnen de beschermingszone van een waterkering; aanleg van ondergrondse leidingen. Daarnaast zijn algemene regels opgenomen voor bijvoorbeeld het verrichten van handelingen in waterstaatswerken, het water brengen in of onttrekken aan oppervlaktelichamen, het onttrekken van grondwater en natuurvriendelijke oevers. Op het moment dat aan de van toepassing zijn regels wordt voldaan hoeft geen vergunning te worden aangevraagd, maar kan worden volstaan met een melding. Daarnaast beschikt het hoogheemraadschap over beleidsregels die het hoogheemraadschap Delftland als toetsingskader voor het wel of niet verlenen van een vergunning. Watertoets Delfland hanteert een Handreiking watertoets voor gemeenten. De handreiking biedt gemeenten, adviesbureaus en projectontwikkelaars handvatten voor de invulling van proces en inhoud van de watertoets voor ruimtelijke plannen op gemeentelijk niveau.

De handreiking is gebaseerd op bestaand beleid van Delfland en sluit aan op de Wet ruimtelijke ordening, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Crisis- en herstelwet en de Waterwet. In het kader van de watertoets vindt overleg plaats tussen de gemeente Delft en het hoogheemraadschap van Delfland. 3.4.2

Beleidsnota beperken en voorkomen wateroverlast (2014)

De beleidsnota 'Beperken en voorkomen wateroverlast' bevat het Delflandse beleid op hoofdlijnen voor het op orde brengen en houden van het watersysteem ten aanzien van wateroverlast. Het gaat daarbij zowel om het oplossen van bestaande knelpunten als om het voorkomen van nieuwe knelpunten. 3.4.3

Watervergunning

Voor sommige activiteiten is een watervergunning van het Hoogheemraadschap van Delfland nodig, bijvoorbeeld: graven of dempen van oppervlaktewater; bouwen binnen de beschermingszone van een waterkering; aanleg van ondergrondse leidingen. 3.4.4

Handreiking watertoets

Delfland hanteert een Handreiking watertoets voor gemeenten. De handreiking biedt gemeenten, adviesbureaus en projectontwikkelaars handvatten voor de invulling van proces en inhoud van de watertoets voor ruimtelijke plannen op gemeentelijk niveau. De handreiking is gebaseerd op bestaand beleid van Delfland en sluit aan op de Wet ruimtelijke ordening, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Crisis- en herstelwet en de Waterwet. De toets berust op twee uitgangspunten: 1. standstillbeginsel - negatieve effecten van ruimtelijke ontwikkelingen op het watersysteem worden voorkomen; 2. verbetering - in ruimtelijke ontwikkelingen worden de kansen die zich voordoen om bestaande knelpunten in het watersysteem te helpen oplossen, benut. bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT" (vastgesteld) 42

bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT In het kader van de watertoets heeft overleg plaatsgevonden tussen de gemeente Delft en het Hoogheemraadschap van Delfland. Dit komt aan de orde in paragraaf 4.13.

3.5

Gemeente

3.5.1

Omgevingsvisie Delft 2040

Op 15 juli 2021 heeft de raad de Omgevingsvisie Delft 2040 vastgesteld. In deze visie staat wat voor stad Delft in de toekomst wil zijn. De gemeente geeft in deze visie de gewenste ontwikkeling weer van de leefomgeving binnen de gemeente. Dit is de omgeving waarin de Delftenaar woont, werkt en zijn/haar vrije tijd doorbrengt. De Omgevingsvisie is de eerste stap van de invoering van de Omgevingswet in Delft. De Omgevingsvisie Delft 2040 vervangt de Stadsvisie en de Ruimtelijke Structuurvisie Delft 2030. Belangrijke speerpunten tot 2040 van de Omgevingsvisie zijn het toevoegen van 15.000 woningen en 10.000 banen. De ruimte hiervoor moet binnenstedelijk worden gevonden. De Omgevingsvisie gaat daarom uit van stedelijke verdichting en functiemenging in stedelijke dynamische gebieden. Schieoevers Noord is een van de locaties waar de ambities gerealiseerd kunnen worden. In de visie is het gebied aangewezen als transformatiegebied en een van de 'grote ruimtelijke opgaven'. Voor Schieoevers Noord gaat de visie uit van ca. 6500 woningen en het toevoegen van 2000 arbeidsplaatsen. In gebieden zoals Schieoevers Noord is nog voldoende ruimte voor het toevoegen van woningen. In deze gebieden kan in hogere dichtheden en met multifunctioneel ruimtegebruik worden gebouwd. Een middel om hogere dichtheden te kunnen realiseren is hoogbouw.

Hoogbouw kan kwaliteit aan Delft toevoegen als dit goed wordt ingepast in de omgeving, rekening houdt met de beschermde stadsgezichten en passende functies in de onderste bouwlaag worden gerealiseerd. Schieoevers Noord is een van de gebieden waar volgens de visie hoogbouw wenselijk is. In de Omgevingsvisie staat het volgende over Schieoevers Noord: “De transformatie van het noordelijke deel van Schieoevers zal leiden tot een uniek gebied met een gemengd (hoog)stedelijk milieu en ruimte voor de (innovatieve) maakindustrie. Het gebied biedt kansen voor starters op zowel de woon- als arbeidsmarkt. Een andere doelstelling van Schieoevers is het verbeteren van de verbinding van het gebied met andere delen van de stad. Schieoevers maakt onderdeel uit van het landschapspark Schie.” Tabel 3.1: Ambities uit de Omgevingsvisie (p.114).

In de visie staat verder dat de uitwerking van de ambities uit de Omgevingsvisie plaatsvindt in gebiedsvisies en dat die voor Schieoevers Noord al is vastgesteld. In de Omgevingsvisie wordt voor de uitgangspunten van de herontwikkeling van Schieoevers Noord verwezen naar deze gebiedsvisie (het bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT" (vastgesteld) 43

bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT Ontwikkelplan Schieoevers Noord). Dit bestemmingsplan sluit aan bij de uitgangspunten uit de Omgevingsvisie. 3.5.2

Kadernota 2017 (aangepast, vastgesteld 2021)

In de Kadernota zijn zeven ambities ('opgaven') voor de stad geformuleerd. Delft zet onder meer in op het verbeteren van het vestigingsklimaat voor bedrijven en kennisinstellingen, het voorzieningenniveau en de woningvoorraad. Voor een goed en aantrekkelijk economisch ecosysteem is een blijvende stimulerende omgeving nodig: van een passend aanbod van bedrijfsvastgoed, excellente dienstverlening van de gemeente, goede verbindingen voor OV, auto en fiets, tot een aanbod van verschillende typen woningen voor werknemers. Verder heeft Delft in 2040 hoogwaardige en moderne voorzieningen voor alle inwoners van de stad. Het gaat hierbij om toekomstvaste en bij de tijd behorende voorzieningen die inwoners van alle leeftijden en met alle levensstijlen kunnen bedienen. Delft heeft verder de ambitie om tot 2040 15.000 nieuwe woningen toe te voegen aan de bestaande voorraad. De nieuwe woningen zorgen ervoor dat Delft een aantrekkelijke woonstad is voor zittende en nieuwe bewoners. Op deze manier draagt de stad bij aan de regionale opgave om het vestigingsklimaat te versterken. Die ambitie is regionaal vastgelegd in het regionale investeringsprogramma en de Roadmap Next Economy van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag.

Bovendien zorgen passende woningen ervoor dat bedrijven zich makkelijker kunnen vestigen, omdat er een goed woningaanbod met voldoende keuzemogelijkheid is voor werknemers, en studenten die na hun studie in Delft willen blijven wonen. Het realiseren van een gemengd gebied met een divers aanbod aan woningen en voorzieningen is in lijn met de Kadernota. 3.5.3

Coalitieakkoord Delft 2018-2022

Het doel van het Coalitieakkoord is een stad waar het goed wonen, werken en verblijven is, en een stad waarin voor iedereen een plek is die goed en betaalbaar is. In het akkoord wordt ingezet op het realiseren van de ambities uit de Woonvisie, het realiseren van 15.000 woningen en het versterken van de economische positie met nieuwe werklocaties die moeten leiden tot 10.000 extra banen. Delft heeft ook behoefte aan meer (middel)dure huur- en koopwoningen. Die zijn nodig om de doorstroming uit de sociale huurvoorraad te stimuleren, medewerkers van Delftse bedrijven huisvesting te bieden, studenten na hun studie vast te houden en promovendi te binden. Om te zorgen dat er in het middeldure huursegment voldoende aanbod komt, worden nieuwe woonvormen mogelijk gemaakt voor starters op de woningmarkt. Bijvoorbeeld varianten waar mensen zelf moeten klussen aan hun huurwoning of waarin woningen door meerdere personen worden gehuurd (zoals ‘friendscontracten’). Het realiseren van een gemengd gebied met woningen en nieuwe arbeidsplaatsen als gevolg van de voorzieningen is in lijn met het Coalitieakkoord. 3.5.4

Woonvisie Delft 2016-2023

Het aantal inwoners en ook het aantal huishoudens in Delft groeit, nu maar ook in de komende jaren. De druk op de Delftse woningmarkt is groot. Steeds meer mensen willen in de nabijheid van goede voorzieningen, openbaar vervoer en een baan wonen. Daarnaast is er een toename van het aantal 1- en 2- persoons huishoudens, blijven ouderen steeds langer thuis wonen en wonen meer kwetsbare mensen zelfstandig in de wijken. Zoals vastgelegd in de Woonvisie 2016 – 2023 is de Delftse woningmarkt niet in balans. Vooral het aandeel woningen in het middeldure en hogere segment is ondervertegenwoordigd. De Woonvisie beschrijft het belang van een aantrekkelijk woonklimaat met vitale stedelijke woonmilieus dat past bij de sociale, economische en ruimtelijke ontwikkeling van Delft en de regio. Voor een betere balans is een stevige verschuiving noodzakelijk naar woningaanbod dat bijdraagt aan meer diversiteit en een aantrekkelijk levendig karakter van de stad en aan een evenwichtige opbouw van de wijken met een passende voorzieningenstructuur en een aantrekkelijke openbare ruimte. Studentenwoningen dienen vooral gerealiseerd te worden in de nabijheid van de TU en de hogescholen op de campus en in de randen daarvan. Eénzijdige gebieden met grote clusters studentenwoningen elders in de stad zijn niet gewenst.

bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT" (vastgesteld) 44

bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT Op korte, middellange en lange termijn (tot 2040) dienen in het kader van de regionale verstedelijkingsafspraken circa 15.000 woningen te worden toegevoegd en dient de bestaande voorraad toekomstbestendig en duurzaam te worden gemaakt. De uitvoering van het woonbeleid is vastgelegd in de Woonagenda 2019 – 2022. De pijlers voor de uitvoering zijn: sterke wijken, een toekomstbestendige en duurzame woningvoorraad, voldoende kansen op doorstroming, geschikte woningen voor ouderen (minimaal rollator toe- en doorgankelijk) en kwetsbare groepen en studentenhuisvesting in goede banen. Om de kansen op een woning te vergroten voor starters, doorstromers en mensen die in Delft werken en hier willen wonen en die niet in aanmerking komen voor een sociale huurwoning en niet kunnen of willen kopen is in het verlengde van de Woonagenda het Aktieplan middenhuur opgesteld en zijn afspraken gemaakt met beleggers, ontwikkelaars en woningcorporaties over nieuwbouw van middeldure huurwoningen, de wijze van samenwerking en afstemming, huurbeleid, monitoring van de toewijzing aan de doelgroep en de voortgang en ontwikkeling van dit segment. Regio Afstemming over woningbouwprogramma’s staat centraal in het regionale en provinciale woonbeleid. Gemeenten stellen in regionaal verband woonvisies vast.

Hierin bepalen gemeenten de gewenste gezamenlijke ontwikkelrichting voor woningbouw en de woonkwaliteiten. Door af te stemmen over het kwalitatieve en kwantitatieve regionale woningbouwprogramma wordt de vraag en het aanbod naar woningen in balans gebracht. De regio is belangrijk voor de economische ontwikkeling van Delft en geldt dit ook andersom. Naast werkgelegenheid en bereikbaarheid, zijn aantrekkelijke woonmilieus en één woningmarkt die faciliterend is aan de groei van de regio van belang. Provincie, het Rijk en de gemeenten trekken samen op om de woningbouwproductie te versnellen, de leefbaarheid in zwakkere wijken te verbeteren en excessen aan te pakken. Zie ook paragraaf 3.3.4. Het onderhavige bestemmingsplan draagt bij aan de woningbouwopgave in Delft en is daarmee in lijn met de Woonvisie. De behoefte aan de voorzieningen in dit bestemmingplan wordt getoetst in 4.17. 3.5.5

Ruimtelijk economische visie Delft 2030

De ruimtelijk economische visie Delft 2030 biedt een ontwikkelperspectief voor de Delftse economie, schetst de ruimtelijke impact daarvan in de stad en de beleidskeuzes die hieruit voortvloeien. De gemeente Delft zet in op het realiseren van 10.000 extra banen in de periode 2018-2040. Hiervoor is onder meer circa 100.000 m2 aan extra bedrijfsruimte nodig, met name voor de innovatieve maakindustrie. Met de ontwikkeling van een mix van commerciële en maatschappelijke functies wordt een bijdrage geleverd aan de doelstellingen uit de visie. Met name de ruime mogelijkheden voor bedrijfsruimten dragen bij aan de innovatieve maakindustrie. De behoefte aan de opgenomen functies in het onderhavige bestemmingplan wordt verder uitgebreid getoetst in 4.17. 3.5.6

Nota detailhandel Delft 2012-2020

Deze nota is in 2012 door het college van B&W vastgesteld. Sindsdien is er sprake van een veranderende samenleving (denk aan aankoopgedrag, demografische ontwikkelingen, behoeften van consumenten en andere trends) en spelen er daarnaast meerdere ontwikkelingen op het gebied van woningbouwplannen, veranderingen in de detailhandel en inzichten ten aanzien van de rol van wijkcentra. Sinds medio 2021 is bovendien sprake van een nieuwe Beleidslijn Wijkcentra Delft. Deze bestaat uit zes nieuwe uitgangspunten. Relevant is in dit verband het uitgangspunt dat (gegeven de substantiële stedelijke ontwikkeling die Delft doormaakt) versterking dan wel planologisch mogelijk maken van de realisatie van een nieuw wijkcentrum op Schieoevers Noord wenselijk lijkt. Als onderdeel van de nieuwe beleidslijn is een toetsingskader vastgesteld voor (nieuwe) initiatieven in wijkcentra en nieuw te creëren wijkcentra. Er is sprake van een onderzoeksplicht. Daarin moet niet alleen de behoefte worden aangetoond, maar dient ook inzichtelijk te worden gemaakt dat het initiatief geen afbreuk doet aan het perspectief van de overige waardevol geachte onderdelen van de ondersteunende structuur. Het ondersteunend cluster mag niet bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT" (vastgesteld) 45

bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT meer dan ca. 2.500 m2 wvo omvatten. 3.5.7

Beleidsnota bouwhoogten Delft

Deze nota bevat een analyse en onderbouwing van de maximaal toelaatbare bouwhoogten in Delft. Daarbij is rekening gehouden met onder andere het stadsbeeld van Delft en het zicht op de kerktorens in de historische binnenstad. De nota is niet bedoeld als absolute norm voor hoogbouw, maar als leidraad bij het ontwikkelen van hoogbouw in Delft. Voor Schieoevers Noord is de beleidsnota vervangen door het RKK waar ook richtlijnen voor hoogbouw zijn opgenomen. Het gedachtegoed van de nota is meegenomen in het RKK. De ruimtelijke effecten als gevolg van de voorgenomen hoogbouw worden behandeld in paragraaf 4.1. 3.5.8

Nota Groen

In 2013 heeft het college van burgemeester en wethouders de Nota Groen Delft 2012-2020 en het daarbij horende Uitvoeringsprogramma nota Groen Delft 2012-2020 vastgesteld. Het beleid is niet bedoeld als bindend kader maar moet ervoor zorgen dat het groenbelang voldoende wordt betrokken bij ruimtelijke ontwikkelingen. Er wordt beschreven welke groene kwaliteiten in de gemeente bestaan, verloren gaan of worden toegevoegd. Het beleid is onder meer gericht op het versterken van biodiversiteit, goed openbaar groen en het handhaven van een evenwichtige verhouding tussen groen, bebouwing en verharding, gebaseerd op de zowel de ruimtelijke, sociale, ecologische, economische en fysische waarden van groen. Het beleid streeft naar een samenhangend, verbonden en fijnmazig groen netwerk. Uit de beleidsnota blijkt verder dat gestreefd wordt naar het omvormen van harde oevers naar een natuurvriendelijke inrichting, tenzij dat om stedenbouwkundige, technische of financiële redenen niet wenselijk is. Voor bomen geldt dat gestreefd wordt naar behoud. Mocht behoud of verplanten van bomen niet mogelijk zijn, dan geldt een (financiële) herplantplicht. Ook wordt ingezet op het versterken van de stad-land verbinding langs de Schie in combinatie met de realisatie van een park langs de Schie. Er wordt een integraal stedenbouwkundig plan opgesteld waarin groen en bebouwing worden afgewisseld.

In het RKK zijn groenstructuren geborgd. Het onderhavige bestemmingsplan is in lijn met de Nota. 3.5.9

Mobiliteitsprogramma Delft 2040

De gemeenteraad heeft op 28 januari 2021 definitief ingestemd met het Mobiliteitsprogramma Delft 2040. De stad wil de komende jaren groeien in aantal inwoners en arbeidsplaatsen wat leidt tot meer mobiliteit en extra drukte op de beschikbare ruimte. Om een gezonde doorgroei van de stad mogelijk te maken met een goede bereikbaarheid, is een nieuwe balans nodig tussen de toenemende mobiliteitsvraag en de schaarse openbare ruimte in de stad. Het mobiliteitsprogramma toont de visie voor de komende 20 jaar, tot 2040, om de stad bereikbaar en leefbaar te houden. Om dit mogelijk te maken wordt ingezet op een mobiliteitstransitie waarbij de infrastructuur in de stad beter benut wordt door voorrang te geven aan ruimte efficiënte, schone, slimme en veilige mobiliteit. Het openbaar vervoer en de fiets moeten in snelheid, gemak en veiligheid een meer aantrekkelijk alternatief worden voor de auto. Ook de deelauto kan als alternatief voor de particuliere auto bijdragen aan efficiënter autogebruik. Concreet zijn de belangrijkste pijlers van het beleid: Ruimte geven door ruimte te maken voor: 1. meer verblijfsruimte en minder ruimte voor verplaatsen. 2. ruimte maken door minder autoritten. 3. ruimte maken door minder autoparkeren. Meer schone en actieve/ gezonde verplaatsingen in de vorm van lopen of fietsen. Verkeersnetwerken en hun onderlinge samenhang aanpassen. Openbare ruimte verbeteren.

Innovatieve vormen van vervoer stimuleren die bijdragen aan de doelstellingen van het mobiliteitsprogramma. Tegengaan van 'vervoersarmoede'. Verbeteren van de verkeersveiligheid. Bij bouwontwikkelingen is het verplicht een Mobiliteitsplan op te stellen. De verkeersaspecten die bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT" (vastgesteld) 46

bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT samenhangen met de voorgenomen ontwikkeling worden behandeld in paragraaf 4.3. 3.5.10 Nota Parkeernormen 2018 (update 2021) en Parkeervisie Schieoevers Noord 2021 Het parkeernormenbeleid van de gemeente Delft is erop gericht om bij bouwontwikkelingen in voldoende parkeercapaciteit voor zowel de auto als de fiets te voorzien. Voor de transformatie van Schieoevers Noord is een separate Parkeervisie opgesteld. In deze parkeervisie is een gebiedsgerichte afwijking op het vigerende parkeerbeleid van de gemeente Delft opgenomen. De ontwikkelingen in het onderhavige bestemmingsplan dienen getoetst te worden aan de Parkeervisie Schieoevers Noord 2021. Daarnaast dienst een Mobiliteitsplan opgesteld te worden. De mobiliteitsplannen voor Kabeldistrict en Nieuwe Haven zijn als Bijlage 35 en Bijlage 42 bij dit bestemmingsplan gevoegd. In paragraaf 4.3 zijn de conclusies hieruit nader toegelicht. 3.5.11 Waterplan Delft, een blauw netwerk (2000) Het Waterplan is gericht op het realiseren van duurzaam stedelijk waterbeheer. Vanuit een integrale visie op duurzaam stedelijk waterbeheer en rekening houdend met de specifieke situatie in Delft (kansen en knelpunten) beschrijft het Waterplan de ambities en doelstellingen voor de Delftse wateren op de lange termijn.

Duurzaam waterbeheer richt zich op het realiseren van gezonde en veerkrachtige watersystemen. Gezond wil zeggen: een watersysteem met een waterkwaliteit en een ecologische kwaliteit die past bij de (natuurlijke) situatie ter plaatse. Veerkrachtig betekent dat verstoringen door bijvoorbeeld extreme regenval of incidentele verontreiniging relatief gemakkelijk kunnen worden opgevangen en dat systemen zich relatief gemakkelijk kunnen herstellen van ecologische verstoringen, zoals achteruitgang of (lokaal) zelfs volledig verdwijnen van soorten. Binnen de mogelijkheden die gezonde en veerkrachtige watersystemen bieden wordt een duurzaam gebruik van watersystemen (onder meer recreatie en scheepvaart) zoveel mogelijk bevorderd. Bij duurzaam waterbeheer worden water, ecologie en ruimtelijke ordening in samenhang bezien, gebruikmakend van de 'natuurlijke' karakteristieken en de ligging van de watersystemen in het omringende landschap. Het betekent dat wordt aangesloten bij natuurlijke processen (water als ordenend principe) en bestaande ecologische structuren, en dat hiermee rekening wordt gehouden bij de ruimtelijke ordening, bijvoorbeeld bij herinrichting van woonwijken en bij nieuwbouw. De voorgenomen ontwikkeling wordt getoetst aan het vigerende waterbeleid in paragraaf 4.13.

3.5.12 Waterstructuurvisie (2006) Om de wateropgave op een goede wijze in Delft vorm te geven, is de Waterstructuurvisie opgesteld. De Waterstructuurvisie geeft aan waar de benodigde waterberging kan worden gerealiseerd zodat de algehele waterhuishouding verbeterd. Dat betekent dat niet bij alle ontwikkelingen in de praktijk oppervlaktewater moet worden gerealiseerd, en dat bij sommige ontwikkelingen meer oppervlaktewater moet worden gerealiseerd dan theoretisch bepaald. In de visie worden kansen gesignaleerd voor nieuwe verbindingen en ecologische zones ter plaatse van het kabeldistrict en de gebieden direct ten noorden en zuiden hiervan. De voorgenomen ontwikkeling wordt getoetst aan het vigerende waterbeleid in paragraaf 4.13. 3.5.13 Energie en duurzaam bouwen Delft Energieneutraal 2050 Bij nieuwbouw of herontwikkelingen gelden de doelstellingen uit het Delftse klimaatbeleid. De basis hiervoor is de nota Delft Energieneutraal 2050. Uitgangspunt is dat voor een nieuwe woon- of bedrijfsbestemming de ambitie voorligt om een scherpere energieprestatie te realiseren dan de landelijke normen. Hiervoor hanteert Delft de Trias energetica: 1. het verminderen van de vraag door energiebesparing bij eindgebruikers; 2. het toepassen van duurzame bronnen; 3. het (verder) optimaliseren van de toepassing van fossiele bronnen naar energie-efficiency en betrouwbaarheid.

Beleid duurzaam bouwen bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT" (vastgesteld) 47

bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT Het gemeentelijk duurzaam bouwen beleid geeft op gebouwniveau ambities voor verantwoord materiaalgebruik, waterbesparing, gezondheid en flexibel ruimtegebruik. Voor het thema energie zijn de ambities in de nota Delft energieneutraal 2050 vastgelegd. De duurzaamheidsambitie van een gebouw worden volgens de GPR (Gemeentelijke Praktijk Richtlijn) methodiek uitgedrukt. Dit is een prestatiegerichte werkwijze, waarmee de markt wordt vrijgelaten om zelf invulling te geven aan duurzaamheid van een gebouw zolang maar aan de doelstellingen wordt voldaan. De gemeentelijke GPR ambities worden periodiek aangescherpt als gevolg van landelijke ontwikkelingen en aanscherping van wet- en regelgeving en de doelstellingen per ruimtelijke ontwikkeling zijn in een anterieure overeenkomst vastgelegd. Besluit bodemenergiesystemen De toepassing van bodemenergie, een techniek om woningen en gebouwen energiezuinig te maken, levert een bijdrage aan de realisatie van de gemeentelijke klimaatdoelstellingen. Door de snelle groei kunnen belangen tussen diverse bodemenergiesystemen onderling en andere belangen met elkaar in conflict komen. Bij de aanleg van een open bodemenergiesysteem dient te worden voldaan aan de Waterwet.

Bij de aanleg van een gesloten systeem moet worden voldaan aan het Wijzigingsbesluit bodemenergiesystemen en de Verordening en Beleidsregel gesloten bodemenergiesystemen gemeente Delft 2015. Tevens is de gemeente Delft voornemens een bodemenergieplan op te stellen voor de ontwikkeling van Schieoevers. Dit bodemenergieplan zal te zijner tijd in een aparte procedure vastgesteld worden. De ambities voor duurzaamheid bij Kabeldistrict en Nieuwe Haven worden uitgewerkt in paragraaf 4.18. 3.5.14 Monumentenbeleid 2007-2017 Een belangrijk onderdeel in het gemeentelijke monumentenbeleid zoals opgenomen in de beleidsnota Monumentenbeleid 2007-2017 is het in de ruimtelijke planvorming benoemen en waar mogelijk beschermen van cultuurhistorische waarden: van gebouwen, objecten en (deel)structuren. Het beleid voor de periode vanaf 2017 moet nog opgesteld worden, maar zal wat betreft ruimtelijke ordeningsaspecten zoveel mogelijk het huidige beleid voortzetten. Wel is er in 2020 een Erfgoednota 2020-2030 vastgesteld (zie Bijlage 13). Hierin staan vier programmalijnen centraal: (1) De Delftse collectie: basis op orde Programma, (2) Delfts erfgoed van en voor iedereen Programma (3) Erfgoed als pijler bij gebiedsontwikkeling en (4) Monumenten duurzaam ontwikkeld.

Hiervoor stelt de gemeente onder andere gebiedsvisies op waarin inzichtelijk is welke cultuurhistorische waarden op een plek leidend zijn. De toetsing met betrekking tot cultuurhistorie wordt gedaan in paragraaf 4.16. 3.5.15 Klimaatadaptatiestrategie In 2018 heeft Delft het convenant klimaatadaptatie getekend. Partners in het convenant zijn onder andere de provincie Zuid-Holland, het Hoogheemraadschap Delfland, diverse gemeenten, maatschappelijk organisaties en projectontwikkelaars. Bij dit convenant hoort een programma van eisen voor toekomstige ontwikkelingen (zie onderstaande tabel). Deze eisen zijn aan de ene kant voorzichtig geformuleerd om onnodige investeringen te voorkomen. Aan de andere kant zijn de eisen stevig genoeg om klimaatschade in de toekomst te voorkomen. Binnen de eisen is er ruimte voor de gemeente Delft om af te wijken binnen haar beleid, mits dit gefundeerd kan. Naarmate er meer ervaring en kennis over klimaatadaptatie komt, zal de Delftse uitwerking van het PvE aan deze nieuwe inzichten aangepast worden. In principe passen we in dat geval ook de ambities in deze visie aan. Bij de ontwikkelingen in Schieoevers is maatwerk mogelijk, gefundeerd kan afgeweken worden van het programma van eisen. Daarom blijft de gemeente graag betrokken bij de ontwikkelingen. De toetsing aan het convenant met betrekking tot het watersysteem vindt plaats in paragraaf 4.13.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13864446/1