CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

DEF Memo terugkoppeling commissievergadering

Commissie Ruimte en Verkeer 14 maart 2024, gemeente DelftBij agendapunt: Voorstel van het college aan de raad inzake Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050 (nr. 2410127)2.545 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Programma's en Projecten

bezoekadres: Stationsplein 1 2611 BV Delft IBAN NL21 BNGH 0285 0017 87 t.n.v. gemeente Delft Behandeld door Arjen Rijsdijk Retouradres : Postbus 78, 2600 ME Delft arijsdijk@delft.nl

de gemeenteraad Delft

Internet www.delft.nl Telefoon 14015

Datum

Onderwerp

27-02-2024

Terugkoppeling commissievergadering ruimte en verkeer van 27 juni, 2023.

Ons kenmerk

5778444

Geachte leden van de gemeenteraad Dit memo dient als bijlage van de Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050. Op 27 juni 2023 heeft de wethouder het plan van aanpak van de routekaart en een inhoudsopgave met voorlopige invulling besproken in de vergadering van de commissie ruimte en verkeer. Wethouder Zwart heeft daarbij toegezegd de raad te informeren over hoe de opgehaalde input meegenomen is bij het opstellen van de routekaart. Dit memo geeft daar inzicht in. Hieronder staan de overwegingen geparafraseerd met de respectievelijke partij die deze naar voren bracht. Wanneer een vergelijkbaar idee onderschreven werd door meerdere partijen, staan deze erbij vermeld tussen haken. D66 en Volt: Op basis van een eerder CE Delft rapport lijkt een ambitieuzer reductiedoel mogelijk. Het verhogen van het reductiedoel naar 63,5% ten opzichte van 1990 is mogelijk. Het college onderkent de urgentie die ten grondslag lag aan het verzoek tot het verhogen van de ambitie. In de eerdere beantwoording van schriftelijke vragen route naar klimaatneutraal in 2050, gesteld door de fractie van D66 (kenmerk 5395029) heeft het college haar standpunt inzake het aanscherpen van het reductiedoel uiteengezet. De focus ligt op het realiseren van doelen uit vastgesteld beleid.

De doorrekening van CE Delft wijst op een reductie van 64% in 2030, op voorwaarde dat vastgestelde plannen worden vertaald in concrete projecten met mensen en middelen. Het college ziet een debat over het voldoen aan die randvoorwaarde liever dan een ambitieuzere doelstelling. D66 en CDA: Het toevoegen van een CO2 budget op CO2 uitstoot zou van toegevoegde waarde kunnen zijn. Het idee van een CO2 budget is een waardevolle alternatieve denkwijze voor de doelstelling en monitoring van uitstootreductie. Zo is binnen het uitvoeringsprogramma circulariteit een analyse gemaakt voor een CO2 budget in het kader van de woningbouw.

Datum

27-02-2024

Het college heeft om een aantal redenen afgezien van het toepassen van een CO2 budget bovenop de jaarlijkse CO2 uitstoot als doelindicator . Allereerst is het gebruik van de jaarlijkse CO2-uitstoot als indicator onvermijdelijk, niet alleen omdat deze alom gehanteerd wordt, maar ook omdat deze juridisch verankerd is. In dat licht stuit het in gebruik nemen van een tweede indicator in de context van de routekaart op een aantal obstakels: - Het inschatten van het CO2 budget vereist meer dan een (tweede) professionele externe doorrekening, welke overigens niet binnen het gereserveerde budget past. Het bepalen van een Delfts CO2-budget is namelijk een betwiste politieke exercitie, waar aanpakken zoals per capita toebedeling, historische emissies of gelijke verdelingen tot radicaal verschillende budgetten leiden. - Het leidt tot dubbel werk, aangezien de mogelijkheden voor een CO2 budget onderzocht worden in de context van circulariteit. - De kans is reëel dat twee verschillende aanpakken zowel politieke sturing als de begrijpelijkheid naar inwoners niet verbetert, maar hindert. CDA: De betaalbaarheid van energietransitie is belangrijk, onder andere in het borgen van maatschappelijk draagvlak. Het college ziet betaalbaarheid als noodzakelijke randvoorwaarde voor een succesvolle energietransitie. Betaalbaarheid is en blijft een speerpunt in de uitvoering van de energietransitie.

Als reactie krijgt deze boodschap aandacht in zowel de uitgangspunten aan het begin als de randvoorwaarden aan het einde van de routekaart. Verder krijgt deze overweging vervolg in het omgevingsprogramma warmte (toekomstig onderdeel van het omgevingsplan) en in de uitvoering van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie. In deze twee situaties is het nader uitwerken van betaalbaarheid een essentiële component van de wijkgerichte aanpak om van het gas af te gaan. CDA: Verplaatsen van de nadruk op beleid, naar nadruk op uitvoering. Het college heeft werk gemaakt van deze input, door in de Routekaart onderscheid te maken tussen plannen en projecten en voorziene beslismomenten op dit onderscheid te baseren. De kernboodschap van de routekaart onderschrijft de vraag van het commissielid: de complexiteit van de opgave schuilt in het vertalen van vastgesteld beleid (zoals het Warmteplan) naar uitvoering van concrete projecten. CDA: Verduidelijking van het publiek van de routekaart. Het beoogde publiek van de routekaart is allereerst de gemeenteraad, dan de inwoners en organisaties. Dit is tevens vermeld in de raadsoplegger. CDA: Opnemen van alternatieve scenario’s in de routekaart Het schetsen van alternatieve scenario's ligt buiten de scope van de routekaart. De routekaart dient als momentopname die een prognose geeft van de koers waarop de gemeente zich bevindt.

Bij volgende routekaarten kan bijsturing op de koers mogelijk zijn. Alternatieve scenario's kunnen die prognose robuuster maken of dilemma's van alternatieve handelingsrichtingen voorleggen. CDA: Meer nadruk op de boodschap 'schonere mobiliteit' en minder op 'minder' mobiliteit.

2/7

Datum

27-02-2024

In de routekaart is het transitiepad mobiliteit afgestemd op eerder vastgesteld mobiliteitsbeleid. De daarbij horende invalshoek neemt nu in acht dat verduurzaming onderdeel is van een bredere aanpak van het mobiliteitssysteem, waar het hoofdzaak is dat Delft gezond kan doorgroeien zonder daarbij druk te zetten op de leefbaarheid. In dat licht is een zekere mate van ‘minder mobiliteit’ onvermijdelijk, maar is in het stuk wel een betere balans gezocht tussen het verschonen van mobiliteit enerzijds en het veranderen en verminderen van mobiliteit anderzijds. CDA: De opwek van zonne-energie is niet beperkt tot daken, maar kan op alle oppervlakken (gevels, ramen en infrastructuur). Delft heeft zich gecommitteerd aan de regionale energie strategie (RES). Een van de concrete doelstellingen is de opwek van zonne-energie op 40% van het geschikte dakoppervlak in 2030 en 100% van het geschikte dakoppervlak in 2050. In de routekaart houdt het college vast aan deze vastgestelde doelstelling. Wel wordt de potentie van bijvoorbeeld infrastructuur genoemd. Ook bevat een voorzien beslismoment (blz. 46, Energie Infrastructuur) een mogelijke verbreding van de aanpak naar andere oppervlakken. CDA: De routekaart kan het effect onderzoeken van versnelling in Delft op versnelling elders. Deze overweging ligt buiten de scope van de routekaart.

Overigens heeft de warmtetransitie in Delft nu al effect op de warmtetransitie elders. Enkele voorbeelden: het aansluiten om de toekomst van het Westland en Oostland op WarmtelinQ gebeurt naar verwachting door aan te sluiten op de leiding in Delft. Hiermee maakt Delft de warmtetransitie van andere gemeenten mede mogelijk. De aanleg van de geothermie bron in de gebouwde omgeving is een voorbeeld voor andere gemeenten. En de aanleg van het warmtenet door een publieke partij – NetVerder als onderdeel van Stedin – maakt het mogelijk dat ook andere gemeenten met Stedin aan warmte gaan werken, passend binnen de kaders van de concept Wet collectieve warmte die stelt dat warmtenetten in publiek bezit moeten zijn. CDA: Voldoende aandacht aan netcongestie en netcapaciteit in de routekaart. De benodigde netverzwaring als gevolg van de energietransitie komt terug in de onderliggende rekenmodellen en in de Energie Strategie Delft (waar de ruimtelijke inpassing behandeld wordt). Als reactie op de overweging komt het onderwerp uitgebreid aan de orde in Pijler 5.2 (blz. 51) 'Bouwen aan elektriciteitsinfrastructuur'. PvdA: Onderscheid tussen eigen inzet en autonome ontwikkelingen, opdat er duidelijker gemonitord kan worden op de eigen bijdrage. In de routekaart is nadrukkelijk onderscheid gemaakt tussen de externe ontwikkelingen, gemeentelijke projecten en gemeentelijke plannen.

De eigen bijdrage van de gemeente is terug te zien in de projecten en plannen. Dit maakt monitoren op de eigen bijdrage mogelijk. Naar verwachting zal eenzelfde onderscheid weer gemaakt worden in de update van de doorrekening van de routekaart. Het college acht het hanteren van dit onderscheid minder wenselijk voor de jaarlijkse trendmonitor (zie blz. 59). Dat vraagt namelijk om een jaarlijks beroep op kostbare externe expertise om trends te ontwarren.

3/7

Datum

27-02-2024

STIP Betrokkenheid van inwoners gaat niet alleen over 'bewustwording', maar ook over 'activeren'. Het uitgangspunt van de uitvoering is om verder te gaan dan bewustwording. In het samenspel met inwoners omvat het ook motiveren, stimuleren, faciliteren en helpen. In de routekaart is extra aandacht gegaan naar een juiste framing van deze boodschap, waaronder op blz. 57. Volt: Belang van biodiversiteit voor de routekaart. Dit onderwerp ligt buiten de scope van de routekaart. Volt en SP: Aandacht voor de definitie van "klimaatneutraal". Als voorbeeld stelt het commissielid van Volt dat het gooien van plastic in het water niet klimaatneutraal is en het commissielid van de SP dat er altijd uitstoot zal zijn. Eerder vastgesteld beleid heeft houvast geboden voor het eindbeeld van 2050, maar nog niet tot een eenduidige interpretatie van de definitie geleid. Gebruikelijk was de term ‘energieneutraal’. Volgens de ‘Nota Delft energieneutraal 2050 – Uitvoeringsprogramma Delft 2013-2016’ (kenmerk 1277006, vastgesteld door de gemeenteraad op 25 april, 2013) houdt de definitie ‘energieneutraal’ in dat er “in 2050 alleen energie van hernieuwbare bronnen (zon, wind, biomassa en aardwarmte) wordt gebruikt […] op het grondgebied van Delft” (blz. 6).

In het daaropvolgende uitvoeringsprogramma van 2017-2020 (met kenmerk 3016204, vastgesteld door de gemeenteraad op 29 juni, 2017), houdt ‘energieneutraal’ in dat “hoeveelheid gebruikte energie minimaal gelijk is aan de hoeveel duurzaam opgewekte energie” (blz. 3). Sindsdien is de term ‘klimaatneutraal’ in zwang geraakt. “Als je klimaatneutraal bent, dan draagt wat je doet [netto] niet bij aan de opwarming van de aarde”, volgens het KNMI. De specifieke term en duiding schuift met voortschrijdend inzicht. Met oog op het tegengaan van klimaatverandering, is de keuze van klimaatneutraal een poging om in dezelfde geest als voorheen de lading beter te dekken. CO2-neutraal doet dat niet, want er zijn ook andere broeikasgassen. Energieneutraal doet dat niet, want broeikasgassen kunnen voortkomen uit andere doeleinden dan energievoorziening, zoals chemische processen. Bovendien moet een definitie de realiteit reflecteren dat vrijwel alle IPCC klimaatscenario’s rekenen op het onttrekken van broeikasgassen uit de atmosfeer om de doelen te behalen. Dat neemt niet weg dat uitstoot moet worden verminderd naar nul en betekent niet dat het college voornemens is actief in te zetten op het onttrekken van broeikasgassen als verduurzamingsstrategie.

De definitie leest in de routekaart (blz.14) als volgt: “de gemeente is klimaatneutraal wanneer zij netto niet bijdraagt aan de opwarming van de aarde. In theorie kan dat door helemaal géén broeikasgassen uit te stoten, maar bijna alle klimaatmodellen gaan ervan uit dat we een kleine restuitstoot zullen moeten compenseren door deze bijvoorbeeld op te slaan” Volt: Up-to-date houden van de routekaart. Als reactie op deze input is het college voornemens om iedere raadsperiode de routekaart, zie bladzijde 59 van de routekaart. een update te geven. 4/7

Datum

27-02-2024

HvD: Benadrukken van “plaatselijke” handhaving in de inhoudsopgave. De kop van Pijler 2.3 is veranderd naar 'Handhaving van (regionale en landelijke) regelgeving' en in de pijler wordt de uitvoeringslast voor de gemeente aangestipt. HvD: Verduidelijking over hoe de routekaart omgaat met CO2-uitstoot van buiten Delft komt. Zie de achtergrondrapportage van CE Delft. De doorrekening is gebaseerd op de 'verbruiksbenadering'. Dat wil zeggen dat de uitstoot van alle actoren in het gebied Delft zo nauwkeurig mogelijk berekend wordt. De routekaart benoemt dus slechts uitstoot waar partijen in Delft direct voor verantwoordelijk zijn. Uitstoot die komt overwaaien wordt daarin niet meegenomen. Op die manier tellen de inspanningen alle gemeenten in NL, en alle landen in de EU, op tot een klimaatneutraal continent. HvD Meenemen van participatie in alle onderdelen van de routekaart Wethouder Zwart heeft ten tijde van de commissievergadering niet toegezegd om participatie bij elk inhoudelijk onderdeel van de aanpak te benoemen. In plaats daarvan komt het terug waar participatie het meest van toepassing is: 1. De uitgangspunten (blz. 12), 2. Het transitiepad wonen (blz. 17-25) 3. De randvoorwaarden (blz. 57) CU: Belang van bomen zijn belangrijk voor scope 1, 2 en 3 en het reductiepotentieel van het bomenareaal. Bomen kennen positieve waarde.

Ze bieden verkoeling tegen hittestress, een onderkomen aan dieren en insecten en voor velen een toevoeging aan het straatbeeld. De toegevoegde waarde voor klimaatverandering is in Delft echter beperkt. Een grove berekening illustreert de orde grootte van het besparingspotentieel. Om de jaarlijkse uitstoot van Delft t.o.v. 1990 met 1% te verlagen, zouden bomen consistent jaarlijks 8230 ton CO2 op moeten nemen. Volgens Staatsbosbeheer neemt een vrijstaande boom in 30 jaar ongeveer 1 ton CO2 op. Ofwel, Delft zou elk jaar 8230 bomen moeten aanplanten gedurende een periode van 30 jaar. In een optimistische schatting heeft een boom ongeveer 17 vierkante meter aan ruimte nodig. De jaarlijkse beplantingsopgave komt dan neer op 28 voetbalvelden. Dit besparingspotentieel staat niet redelijkerwijs in verhouding met de inzet die het vergt. Het college zet daarom in op uitstootvermindering in plaats van opname. CU: Verhouding tussen routekaart en andere (beleids)documenten. De routekaart beschrijft de overkoepelende opgave om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Langs de vijf transitiepaden wordt aan deze opgave gewerkt en per transitiepad wordt benoemt welke documenten daarbij van belang zijn en de inhoud van de routekaart gevoed hebben. De belangrijkste staan tevens vermeld in de ‘Samenvatting’. In de bijlage in de routekaart staan alle beleidsdocumenten op een rijtje.

GroenLinks: De gemeente Haarlem monitort op onderwerpen zoals meedoen, betaalbaarheid en energiearmoede. 5/7

Datum

27-02-2024

De routekaart is een onderdeel van de monitoringssystematiek van de opgave energietransitie. Onder die monitorssystematiek valt ook een trendmonitor die, op basis van de Regionale Klimaatmonitor, jaarlijks terugkijkt naar de ontwikkelingen van een set sleutelindicatoren, zoals CO2uitstoot en het isolatieniveau van de woningvoorraad. Het college zal onderzoeken welke indicatoren kunnen worden meegenomen op basis van beschikbare data. Daarbij is aandacht voor de sociale dimensie van de energietransitie, zoals energiearmoede. GroenLinks: aandacht voor verduurzaming van bijvoorbeeld DSM en de TU Delft. Het is niet het doel van de routekaart om individuele ondernemingen uit te zonderen of onder de loep te nemen. Verduurzaming is een aandachtspunt voor elk bedrijf. Grootgrondbezitters zoals de TU Delft en DSM kunnen een aanzienlijke bijdrage leveren met hun verduurzaming, maar de sturingsbevoegdheid ligt dikwijls op hoger bestuursniveau. Via het DEN2050 bedrijvennetwerk is de mogelijkheid geboden aan dergelijke organisaties om te reageren op de routekaart. Een unieke rol is weggelegd voor de TU Delft als hub van het Delftse innovatie ecosysteem, samenwerkingspartner in het Geothermie Delft project en onderwijsinstelling voor ongeveer 25.000 studenten. De TU Delft heeft eerder een eigen routekaart gepubliceerd en de concrete uitwerking daarvan is meegenomen.

VVD Haalbaarheid toetsen door experts. Voor het opstellen van de routekaart is CE Delft gecontracteerd om de doorrekening van gemeentelijke plannen en projecten uit te voeren. In de samenwerking tussen CE Delft en de gemeente is, naar aanleiding van de commissievergadering, extra aandacht besteed aan de onderverdeling van uitstoot (bovengemeentelijke ontwikkelingen, plannen, projecten, restemissies), de randvoorwaarden die nodig zijn voor het behalen van de effecten en de voorziene beslismomenten die daaraan te pas komen (zie memo voorziene beslismomenten). Tot slot zijn verschillende organisaties tijdens de consultatieronde gevraagd om vanuit hun eigen expertise opmerkingen en aanvullingen mee te geven. Hoe dit heeft geleid tot een beter resultaat is te lezen in de memo terugkoppeling consultatieronde. VVD: Toepassing van de raadschecklist bij de definitieve routekaart Zie de bijlage

6/7

Datum

27-02-2024

Het college vertrouwt erop u met dit memo voldoende te hebben geïnformeerd over de verwerking van de input van de raadscommissievergadering. Hoogachtend, het college van burgemeester en wethouders van Delft,

Maria Berger Loco-secretaris

Martina Huijsmans Loco-Burgemeester

7/7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13895817/1