CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

CONCEPT- Raadsvoorstel inzake rekenkamerrapport Beleving en beleid, Rekenkameronderzoek over Delft-West

Commissie Sociaal Domein en Wonen 9 juli 2026, gemeente DelftBij agendapunt: 2622324 DRK - Brief Rapport Beleving en beleid rekenkameronderzoek over Delft West3.200 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Oplegger raad Concept Raadsvoorstel

Onderwerp

Beleving en beleid, Rekenkameronderzoek over Delft-West

Portefeuillehouder Voorstel ingediend door Registratienummer Datum

Commissie SDW A.I. de Boer Invullen documentnummer Djuma 10 juli 2026

Concept-besluit(en) A. De raad besluit de volgende aanbevelingen over te nemen: Aanbevelingen aan de alliantieraad 1. Richt de uitvoering specifieker op de verschillen tussen buurten binnen de wijken en doelgroepen. Maak concreet welke inzet in welke straten en buurten nodig is en leg daarbij de prioriteit waar de opgaven het grootst zijn. 2. Vergroot de zichtbaarheid van resultaten door nadrukkelijker te laten zien wat er wordt gerealiseerd. Werk met herkenbare oplevermomenten in de wijk. Investeer in concrete en realistische verwachtingen bij bewonersparticipatie en geef duidelijke terugkoppeling over wat er met bewonersinput gebeurd is. 3. Investeer in participatie door bewonersinitiatieven actief te ondersteunen, drempels te verlagen en waar nodig kleine vergoedingen mogelijk te maken. Betrek ondernemers structureel als partner, zodat ook hun rol in de wijk sterker wordt benut. 4. Maak de uitvoeringsstructuur en financiële stromen transparanter. Leg helder vast wie beslist, op basis van welke criteria, en hoe middelen worden ingezet. Maak dit overzicht voor iedereen toegankelijk, bijvoorbeeld door het op de projectwebsite te plaatsen. Aanbevelingen aan de gemeenteraad 5. Spreek je als gemeenteraad duidelijk uit over de rol en inzet van de gemeente op langere termijn binnen Wij West.

Onderschrijf als raad dat een gebiedsplan om goede redenen een doorlooptijd van 20 jaar heeft: een lange adem is noodzakelijk om de hardnekkige problematiek van Delft-West te doorbreken. 6. Maak als gemeenteraad beter gebruik van de vele informatie die er al is over de voortgang van projecten binnen het gebiedsplan en wees realistisch over hoe snel resultaten zijn te verwachten. 7. Aansluiten bij de leefwereld van bewoners en zicht houden op voortgang vraagt om een mix van kwalitatieve en kwantitatieve verantwoording. Denk als college aan een compact, terugkerend dashboard met kernindicatoren, cijfers over het bereik van activiteiten en inzicht in bestedingen voor fysiek en sociaal, naast verhalende inzichten uit de leefwereld van bewoners, met zichtbare en merkbare verbeteringen in de omgeving. En ga hier als gemeenteraad het gesprek over aan met college en (vooral) ook met betrokkenen in de wijken, om actief vinger aan de pols te houden over de voortgang. 8. De gemeenteraad vertegenwoordigt ook de inwoners van Delft-West. Heb aandacht voor een duidelijke uitleg naar de rest van de stad over waarom extra investeren in Delft-West tijdelijk noodzakelijk is en hoe dit past binnen een uitgebreidere stadsbrede aanpak. 9.

Om de vertegenwoordigende rol van de raad goed te kunnen uitvoeren, is het belangrijk om inwoners in hun eigen omgeving op te zoeken (scholen, sportverenigingen, buurthuizen). Daarbij kan actief

Pagina 1 van 8

samengewerkt worden met de uitvoeringsstructuur rondom het gebiedsplan Wij West, zoals de Alliantieraad. B. Het college te verzoeken de raad binnen een jaar, dus uiterlijk 16 juli 2027, te informeren over de Opvolging van de aanbevelingen, volgens artikel 8 van Verordening Delftse Rekenkamer 2023.

Waarom nu? Op 27 mei 2029 heeft de Delftse Rekenkamer het rapport Beleving en beleid, Rekenkameronderzoek over Delft-West aan de raad gezonden. In dit rapport worden een aantal conclusies en aanbevelingen gepresenteerd. De raad wordt voorgesteld deze aanbevelingen over te nemen. Het rapport is door de rekenkamer toegelicht op 4 juni 2026 en besproken in de commissievergadering van 9 juli 2026 Inhoud De Delftse Rekenkamer heeft onderzoek gedaan naar Delft-West. In het ‘Gebiedsplan Wij West’ zijn plannen en voornemens van het college opgenomen om de positie van de bewoners structureel te verbeteren. Het plan heeft een looptijd van 2023 tot en met 2043. De lange duur van dit programma is mede gekozen om serieus werk te maken van structurele verbeteringen. Het gaat om aanzienlijke maatschappelijke ambities, die gepaard zijn met forse investeringen. Het doel van dit onderzoek is om nadrukkelijk vanuit de optiek van de betrokkenen zelf –inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisatie in deze gebieden – de beleidsplannen te beoordelen. Onderzoeksvragen Het eerste deel van het onderzoek gaat over het perspectief van inwoners en hoe het beleid in het algemeen en het gebiedsplan in het bijzonder hierop aansluit. Daarbij horen deze deelvragen: 1. Welke uitdagingen ervaren inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties in deze gebieden? 2.

Welke opvattingen hebben deze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties over de bijdrage van de gemeente om deze uitdagingen succesvol aan te kunnen gaan? 3. Ervaren inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties dat de plannen van de gemeente hun voldoende ondersteunen in het versterken van de maatschappelijke veerkracht in deze gebieden? Het tweede deel van de onderzoeksvragen gaat over wat er geleerd kan worden van de manier van werken en de organisatie in andere NPLV-gebieden (Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid) en over de rol van de gemeenteraad in sturing en zicht op de voortgang voor de lange termijn. Daarbij horen deze deelvragen: 4. Welke lessen zijn er te trekken uit vergelijkbare projecten c.q. wijkgerichte aanpakken in andere gemeenten? 5. Welke risico’s en uitdagingen brengt de uitvoering van de plannen met zich mee voor het bewaken en bevorderen van de sociale en maatschappelijke situatie in andere wijken van Delft? 6. Welke aandachtspunten en suggesties voor de sturende en controlerende verantwoordelijkheden van de raad kunnen worden onderscheiden? Conclusies Op pagina 5-7 van het rapport heeft de Rekenkamer 5 conclusies geformuleerd: 1. Over het gevoerde beleid in relatie tot de ervaren uitdagingen In de wijken leven zorgen. Het is positief dat deze terugkeren in het beleid.

Er is zeker sprake van waardering voor, en tevredenheid over de verschillende initiatieven en het gebiedsplan. Verschillende initiatieven hebben direct impact en helpen in het succesvol aangaan van uitdagingen die ervaren worden. Vooral rondom kansrijk opgroeien wordt een positieve ontwikkeling gezien. Tegelijkertijd zijn de (ervaren) uitdagingen in Delft-West hardnekkig en niet snel en eenvoudig oplosbaar. Een lange adem is noodzakelijk. Bijna alle betrokkenen zijn zich hiervan bewust, maar spreken wel de behoefte uit aan zichtbare voortgang. Pagina 2 van 8

De opgaven in Delft-West verschillen sterk tussen buurten en doelgroepen. Wat in de ene buurt of voor de ene doelgroep werkt, sluit elders minder goed aan. In dit verband wordt vooral gewezen op Tanthof-West. Over het algemeen waren inwoners daar meer tevreden over de wijk dan inwoners van de andere wijken. Verder ervaren sommige vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties dat er vooral veel geïnvesteerd wordt in enkele grote projecten, die het gevolg zijn van de (vereiste) gemeentelijke cofinanciering binnen de Regiodeal. Het is volgens hen niet altijd duidelijk of deze aansluiten bij de behoeften van de inwoners in Delft-West. 2. Over de bewonersparticipatie en het draagvlak Bewoners zien nog niet altijd vooruitgang, zij hebben beperkt beeld bij wat er gebeurt en herkennen hun eigen inbreng soms niet terug. Er is weinig terugkoppeling over wat er met de input uit bewonersparticipatie gedaan wordt. Dat belemmert de opbouw van vertrouwen en het gevoel van gezamenlijke beweging. Dat terugkoppeling bij participatie beter kan, was ook een conclusie van het eerdere Delftse Rekenkameronderzoek naar duurzame participatie. De uitvoering leunt vooral op professionals en maatschappelijke organisaties binnen de Alliantie, aangevuld met een kleine groep betrokken bewoners.

Hoewel er goede initiatieven van inwoners zijn, is er nog meer te halen aan energie uit de wijk zelf en worden ondernemers nog niet vanzelfsprekend betrokken. Daardoor blijft het risico bestaan dat participatie vooral door een kleine groep wordt gedragen. 3. Over de aansluiting tussen de beleving door de inwoners en het beleid Het gebiedsplan Wij West sluit goed aan op de zorgen in Delft-West en levert zichtbare resultaten op, vooral bij kansrijk opgroeien en samenwerking tussen partijen. Tegelijkertijd blijft de opgave hardnekkig en zijn meer maatwerk, transparantie en betrokkenheid van bewoners, organisaties en ondernemers nodig. De gemeentelijke rol is niet voor iedereen duidelijk. Dat kan ten koste gaan van draagvlak voor deze gebiedsaanpak. De gemeenteraad krijgt voortgangsinformatie, maar beter inzicht in middelen, bestedingen en resultaten, samen met scherpere monitoring, is essentieel voor effectieve sturing voor de korte en de lange termijn. 4. Over de uitvoeringsstructuur en besluitvorming binnen het gebiedsplan Door de uitvoeringsstructuur van het gebiedsplan weten betrokken partijen elkaar steeds beter te vinden. Daardoor wordt er in Delft-West, maar ook op andere plekken, beter samengewerkt. Het programmabureau wordt gezien als een cruciale schakel voor de netwerksamenwerking.

Kanttekening hierbij is dat de huidige uitvoeringsstructuur van Wij West onvoldoende transparant is. Zo is niet duidelijk hoe leden van de Alliantieraad geselecteerd en benoemd worden. Daarnaast willen partners, bewoners en gemeenteraad meer zicht op: a) hoe de besluitvorming voor programma’s en regelingen in het verleden plaatsvond en plaats gaat vinden, b) hoe besluitvorming over de uitvoering, initiatieven en projecten in het plaatsvond en plaats gaat vinden en c) wanneer en op welke wijze de verschillende betrokkenen (Alliantieraad, programmabureau, gemeente) in de tussentijd beoordelen of projecten succesvol zijn en door moeten gaan. Tweede kanttekening is dat de gemeentelijke rol nog niet scherp is gepositioneerd. De uitvoering steunt nu sterk op rijksmiddelen en netwerkafspraken. Zonder uitgesproken commitment van de gemeente over haar rol en inzet op lange termijn blijft de aanpak kwetsbaar. 5. Over de sturende en controlerende rol van de gemeenteraad De in het Gebiedsplan opgenomen ambities en middelen leiden er toe dat de ontwikkelingen in dit gebied veel aandacht krijgen van de raad. Dit is in de ogen van raadsleden gerechtvaardigd vanwege de stapeling van opgaven die om langdurige inzet vragen. Wel is het van belang om richting de rest van de stad goed uit te leggen waarom Delft-West extra aandacht krijgt, om het bredere draagvlak niet onder druk te zetten.

In dit verband noemen raadsleden als risico dat andere wijken elders in Delft minder aandacht ervaren. De raad mist inzicht in de verdeling van middelen en aandacht over de hele stad, en een stevige verantwoording over de (relatieve) opbrengst van de bijzondere inzet in Delft-West. Raadsleden willen de voortgang aandachtig (kunnen) volgen en hebben daarvoor behoefte aan duidelijkheid over rolverdeling, financieringsstromen en een mix van kwantitatieve en kwalitatieve monitoring. Door de lange looptijd van het gebiedsplan bestaat risico dat kennis en rond Delft-West en het gebiedsplan verloren gaan bij raadswisselingen. Aanbevelingen rekenkamer en bestuurlijke reactie van het college op de aanbevelingen Pagina 3 van 8

Aan de hand van deze conclusies heeft de rekenkamer 9 aanbevelingen geformuleerd; vier voor de Alliantieraad en vijf voor de gemeenteraad. Op pagina 9 van het rekenkamerrapport is de bestuurlijke reactie van het college op de conclusies en aanbevelingen opgenomen. Deze reactie begint met een meer algemene reactie over de start en de doorontwikkeling van het programma. Aangegeven wordt dat de aanbevelingen van de Delftse Rekenkamer daarbij waardevolle aanknopingspunten bieden om deze beweging verder te versterken. Vervolgens wordt er per aanbeveling een reactie gegeven. Aanbevelingen aan de alliantieraad Het gevoerde beleid binnen het gebiedsplan in relatie tot de ervaren uitdagingen 1. Richt de uitvoering specifieker op de verschillen tussen buurten binnen de wijken en doelgroepen. Maak concreet welke inzet in welke straten en buurten nodig is en leg daarbij de prioriteit waar de opgaven het grootst zijn. Bestuurlijke reactie: Het college herkent deze aanbeveling niet. Er is reeds een beweging ingezet naar wijkgerichter werken. Bewonersparticipatie en draagvlak 2. Vergroot de zichtbaarheid van resultaten door nadrukkelijker te laten zien wat er wordt gerealiseerd. Werk met herkenbare oplevermomenten in de wijk. Investeer in concrete en realistische verwachtingen bij bewonersparticipatie en geef duidelijke terugkoppeling over wat er met bewonersinput gebeurd is. 3.

Investeer in participatie door bewonersinitiatieven actief te ondersteunen, drempels te verlagen en waar nodig kleine vergoedingen mogelijk te maken. Betrek ondernemers structureel als partner, zodat ook hun rol in de wijk sterker wordt benut. Bestuurlijke reactie: Het college herkent dat de zichtbaarheid van programma en resultaten beter kan en beschrijft een aantal ingezette ontwikkelingen om dit te verbeteren Uitvoeringsstructuur en besluitvorming binnen het gebiedsplan 4. Maak de uitvoeringsstructuur en financiële stromen transparanter. Leg helder vast wie beslist, op basis van welke criteria, en hoe middelen worden ingezet. Maak dit overzicht voor iedereen toegankelijk, bijvoorbeeld door het op de projectwebsite te plaatsen. Bestuurlijke reactie: Met betrekking tot de uitvoeringsstructuur heeft de programmadirecteur nu de opdracht van de Alliantieraad de uitvoeringsstructuur aan te scherpen. De uitkomsten zullen worden gedeeld en ook inzichtelijk worden gemaakt via de website voor bewoners en partners Aanbevelingen aan de gemeenteraad De sturende en controlerende rol van de gemeenteraad 5. Spreek je als gemeenteraad duidelijk uit over de rol en inzet van de gemeente op langere termijn binnen Wij West.

Onderschrijf als raad dat een gebiedsplan om goede redenen een doorlooptijd van 20 jaar heeft: een lange adem is noodzakelijk om de hardnekkige problematiek van Delft-West te doorbreken. 6. Maak als gemeenteraad beter gebruik van de vele informatie die er al is over de voortgang van projecten binnen het gebiedsplan en wees realistisch over hoe snel resultaten zijn te verwachten. 7. Aansluiten bij de leefwereld van bewoners en zicht houden op voortgang vraagt om een mix van kwalitatieve en kwantitatieve verantwoording. Denk als college aan een compact, terugkerend dashboard met kernindicatoren, cijfers over het bereik van activiteiten en inzicht in bestedingen voor fysiek en sociaal, naast verhalende inzichten uit de leefwereld van bewoners, met zichtbare en merkbare verbeteringen in de omgeving. En ga hier als gemeenteraad het gesprek over aan met college en (vooral) ook met betrokkenen in de wijken, om actief vinger aan de pols te houden over de voortgang. Pagina 4 van 8

Bestuurlijke reactie: Het college ondersteunt de aanbeveling richting de gemeenteraad om de lange adem van het gebiedsplan expliciet te onderschrijven. De problematiek in Delft-West vraagt om een consistente inzet over een langere periode. De constatering dat veel informatie beschikbaar is, wordt gedeeld. Het college neemt de aanbeveling over om te komen tot een compacte en samenhangende monitoringssystematiek. De jaarlijkse voortgangsrapportage zal voorzien worden van een duidelijke managementsamenvatting De vertegenwoordigende rol van de gemeenteraad 8. De gemeenteraad vertegenwoordigt ook de inwoners van Delft-West. Heb aandacht voor een duidelijke uitleg naar de rest van de stad over waarom extra investeren in Delft-West tijdelijk noodzakelijk is en hoe dit past binnen een uitgebreidere stadsbrede aanpak. 9. Om de vertegenwoordigende rol van de raad goed te kunnen uitvoeren, is het belangrijk om inwoners in hun eigen omgeving op te zoeken (scholen, sportverenigingen, buurthuizen). Daarbij kan actief samengewerkt worden met de uitvoeringsstructuur rondom het gebiedsplan Wij West, zoals de Alliantieraad. Bestuurlijke reactie: Het college onderschrijft het belang van heldere communicatie naar de gehele stad over de inzet in Delft West. Dit draagt bij aan draagvlak en begrip.

Het college verwijst hierbij ook naar de nieuwe voortgangsrapportage 2025 zal ook een hoofdstuk voorkomen met geleerde lessen die van toepassing kunnen zijn voor de rest van de stad. Commissiebehandeling Het Rekenkamerrapport en de bijbehorende aanbevelingen zijn door de commissie Sociaal domein en wonen besproken in de commissievergadering van 9 juli 2026.

Wat verandert er? Het is aan zowel de raad alsook het college om op basis van dit rapport uitvoering te geven aan de aanbevelingen (als deze worden overgenomen) en het Rapport als geheel. Als de aanbevelingen uit het rapport door de raad worden overgenomen is het aan de raad en het college (via de alliantieraad) om opvolging te geven aan de aanbevelingen. Beleidskaders Verordening Delftse Rekenkamer 2023 Gemeentewet (Hoofdstuk IVa). Financiën n.v.t. Vervolg Als de aanbevelingen uit het rapport door de raad worden overgenomen is het aan de raad en het college (via de alliantieraad) om opvolging te geven aan de aanbevelingen. Het college koppelt uiterlijk 16 juli 2027 terug over de aanbevelingen die gericht aan de alliantieraad. Participatie De Rekenkamer heeft diverse partijen betrokken bij de totstandkoming van het rapport. Er zijn interviews afgenomen met betrokken ambtenaren en bestuurders. Ook hebben er gesprekken plaatsgevonden met externe samenwerkingspartners en inwoners. Ook is er gesproken met een afvaardiging van de gemeenteraad. Communicatie

Pagina 5 van 8

N.v.t. Bijlage(n) -

Concept raadsbesluit

Het besluit moet gepubliceerd worden in het Gemeenteblad ☐ Ja Motie / toezegging Heeft het voorstel betrekking op een motie en/of toezegging?

☒ Nee

☐ Ja,

☒ Niet van toepassing

het college verzoekt de raad om motie ….. / toezegging … als afgedaan te beschouwen

☒ Nee

Hoogachtend, Commissie Sociaal Domein en Wonen D.Jaff, voorzitter

A.I. de Boer griffier

Pagina 6 van 8

Raadsbesluit

Datum Stuk

: 16 juli 2026 : #*Wordt ingevuld door Griffie*#

Onderwerp West

: Raadsbesluit Rekenkamerrapport Beleving en beleid, Rekenkameronderzoek over Delft-

De raad van de gemeente Delft; Gelezen het voorstel van de commissie Ruimte en Verkeer van 10 juli 2026; BESLUIT: A. De raad besluit de volgende aanbevelingen over te nemen: Aanbevelingen aan de alliantieraad 1. Richt de uitvoering specifieker op de verschillen tussen buurten binnen de wijken en doelgroepen. Maak concreet welke inzet in welke straten en buurten nodig is en leg daarbij de prioriteit waar de opgaven het grootst zijn. 2. Vergroot de zichtbaarheid van resultaten door nadrukkelijker te laten zien wat er wordt gerealiseerd. Werk met herkenbare oplevermomenten in de wijk. Investeer in concrete en realistische verwachtingen bij bewonersparticipatie en geef duidelijke terugkoppeling over wat er met bewonersinput gebeurd is. 3. Investeer in participatie door bewonersinitiatieven actief te ondersteunen, drempels te verlagen en waar nodig kleine vergoedingen mogelijk te maken. Betrek ondernemers structureel als partner, zodat ook hun rol in de wijk sterker wordt benut. 4. Maak de uitvoeringsstructuur en financiële stromen transparanter. Leg helder vast wie beslist, op basis van welke criteria, en hoe middelen worden ingezet. Maak dit overzicht voor iedereen toegankelijk, bijvoorbeeld door het op de projectwebsite te plaatsen. Aanbevelingen aan de gemeenteraad 5.

Spreek je als gemeenteraad duidelijk uit over de rol en inzet van de gemeente op langere termijn binnen Wij West. Onderschrijf als raad dat een gebiedsplan om goede redenen een doorlooptijd van 20 jaar heeft: een lange adem is noodzakelijk om de hardnekkige problematiek van Delft-West te doorbreken. 6. Maak als gemeenteraad beter gebruik van de vele informatie die er al is over de voortgang van projecten binnen het gebiedsplan en wees realistisch over hoe snel resultaten zijn te verwachten. 7. Aansluiten bij de leefwereld van bewoners en zicht houden op voortgang vraagt om een mix van kwalitatieve en kwantitatieve verantwoording. Denk als college aan een compact, terugkerend dashboard met kernindicatoren, cijfers over het bereik van activiteiten en inzicht in bestedingen voor fysiek en sociaal, naast verhalende inzichten uit de leefwereld van bewoners, met zichtbare en merkbare verbeteringen in de omgeving. En ga hier als gemeenteraad het gesprek over aan met college en (vooral) ook met betrokkenen in de wijken, om actief vinger aan de pols te houden over de voortgang. 8. De gemeenteraad vertegenwoordigt ook de inwoners van Delft-West. Heb aandacht voor een duidelijke uitleg naar de rest van de stad over waarom extra investeren in Delft-West tijdelijk noodzakelijk is en hoe dit past binnen een uitgebreidere stadsbrede aanpak. 9.

Om de vertegenwoordigende rol van de raad goed te kunnen uitvoeren, is het belangrijk om inwoners in hun eigen omgeving op te zoeken (scholen, sportverenigingen, buurthuizen). Daarbij kan actief samengewerkt worden met de uitvoeringsstructuur rondom het gebiedsplan Wij West, zoals de Alliantieraad. B. Het college te verzoeken de raad binnen een jaar, dus uiterlijk 16 juli 2027, te informeren over de Opvolging van de aanbevelingen, volgens artikel 8 van Verordening Delftse Rekenkamer 2023. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 16 juli 2026.

Pagina 7 van 8

,voorzitter

,griffier.

Pagina 8 van 8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17185916/1