Concept Nota van beantwoording zienswijze Mobiliteitsvisie en Visie EV
Tekst van het document
Reactie algemeen bestuur We danken u hartelijk voor uw waardering van de Ontwerp Mobiliteitsvisie en Ontwerp Visie Economisch Vestigingsklimaat. We erkennen de keuze voor een gezamenlijke zienswijze, passend bij de integrale benadering in uw Omgevingsvisie 1.0, Mobiliteitsvisie 2040 en ontwerp Omgevingsvisie 2.0. Toezicht op samenhang en consistentie, met actieve facilitering en aanspreking van gemeenten, is essentieel. Inhoudelijke opmerkingen Visie Economisch Vestigingsklimaat en Mobiliteitsvisie Benoem de kritische succesfactoren voor de visies De Ontwerp Mobiliteitsvisie en de Ontwerp Visie Economisch Vestigingsklimaat schetsen ambitieuze en inspirerende droombeelden en ambities die wij allen onderschrijven. Ook binnen Lansingerland zijn wij van mening dat met een gezamenlijke inzet op (slimme) mobiliteit, economie en ruimtegebruik wij de slagkracht van de regio kunnen vergroten om toekomstbestendig te zijn. Tegelijkertijd vragen wij ons af hoe realistisch en maakbaar de geschetste droombeelden daadwerkelijk zijn. Zo wordt onvoldoende ingegaan op de spanning tussen de maakbaarheid van de samenleving en de autonomie van individuele keuzes. Mobiliteitsgedrag en economische patronen laten zich tenslotte niet eenvoudig sturen en de behoefte tot keuzevrijheid bij inwoners en ondernemers blijft onverminderd groot.
Juridische procedures, maatschappelijke acceptatie van de voorgestelde transities en arbeidsmarktkrapte zijn daarom vaak bepalende succesfactoren. De uitdaging ligt daarom in de vertaling van de visiebeelden naar haalbare systemen, concrete keuzes tot daadwerkelijke effecten in het dagelijks leven van inwoners en bedrijven. Een belangrijke pijler in de Mobiliteitsvisie is de ambitie om een sterk en robuust hoogwaardig OV-systeem te realiseren. Daarvoor zijn forse investeringen in infrastructuur (rail), personeel en materieel noodzakelijk. De praktijk laat echter zien dat het OV, zeker sinds de coronaperiode, financieel en organisatorisch zwaar onder druk staat. De visie biedt onvoldoende duidelijkheid over hoe dit fundament daadwerkelijk wordt versterkt en toekomstbestendig gemaakt. Wij vragen u in de definitieve Mobiliteitsvisie expliciet te benoemen welke investeringen en randvoorwaarden hiervoor nodig zijn.
29
Daarnaast geldt dat niet alle geschetste oplossingsrichtingen vanzelfsprekend haalbaar zijn. Voorbeelden zoals 24/7 distributie en volledig geautomatiseerde logistieke ketens. Deze zijn niet vanzelfsprekend haalbaar zijn in een samenleving die te maken heeft met vergrijzing, arbeidsmarktkrapte en maatschappelijke weerstand tegen bijvoorbeeld nachtelijk vrachtverkeer. Wij verzoeken u om in de definitieve visies kritische succesfactoren expliciet te benoemen met een doorkijk naar de uit te werken programma’s en nieuwe strategische agenda. Daarbij geven wij de voorkeur aan een vertaling van deze succesfactoren in kwantificeerbare doelstellingen, zodat de voortgang ook meetbaar wordt. Alleen door randvoorwaarden, succesfactoren en meetbare doelen expliciet te maken, worden de visies uitvoerbaar en geven zij richting aan de gezamenlijke transitie. Reactie algemeen bestuur We waarderen uw steun voor de droombeelden van de Ontwerp Mobiliteitsvisie en Ontwerp Visie Economisch Vestigingsklimaat. In het uitvoeringsprogramma kijken we samen welke meetbare doelen we gaan opnemen. Gebruik de visies als strategisch toetskader voor toekomstig beleid én inzet In de Visie Economisch Vestigingsklimaat schrijft u dat beide visies hét fundament zijn voor toekomstige ontwikkelingen van de MRDH. Dit is een omslag ten opzichte van het vorige document de Strategische agenda 2023-2026.
Hiermee werd gewerkt aan sectorale opgaven en kende een projectmatige benadering. Met de Visie Economisch Vestigingsklimaat kiest u voor een meer strategische en gebiedsgerichte benadering. We juichen het toe dat u kiest voor een meer strategische benadering. Wij beschouwen deze visie derhalve ook als hét strategische kader waaraan het toekomstige beleid en de inzet getoetst wordt. Valt het niet binnen het strategische kader, dan is inzet niet gewenst. Wij zijn positief over de focus die is aangebracht door het aantal strategische uitgangspunten te beperken en nadrukkelijk te kiezen voor vijf economische motoren. Voor Lansingerland is vooral de ‘Hightech Horticulture’ van groot belang, met ons Horti Science Park en de internationale positie van de Greenport West-Holland. Deze sector verdient blijvend prioriteit in regionale keuzes en investeringen. Wij vragen aandacht voor een slimme en effectieve inzet van middelen. De toegevoegde waarde van investeringen in het economisch vestigingsklimaat moet expliciet worden gemaakt, zodat zichtbaar is hoe keuzes bijdragen aan verdienvermogen en brede welvaart. De visies zijn een stap richting 2050. In deze lange periode zullen ook innovatieve nieuwe kansen mogelijk worden.
Om in te springen op deze nieuwe inzichten, zouden de visies periodiek bij het opstellen van de uitvoeringsprogramma’s geëvalueerd en geactualiseerd moeten worden op nieuwe mogelijkheden. Reactie algemeen bestuur Wij danken u voor uw reactie. Met meer focus op de 5 economische clusters zijn wij ook beter in staat gericht te investeren in versterking in het vestigingsklimaat. Het hierna op te stellen uitvoeringsprogramma is daarbij de volgende stap om de ambities verder te koppelen aan resultaten voor een verbonden en welvarende regio. Versterk de koppeling tussen mobiliteit en economische clusters Wij waarderen dat in de Visie Economisch Vestigingsklimaat nadrukkelijk de koppeling wordt gelegd met de Mobiliteitsvisie. U stelt terecht dat mobiliteit een sleutelvoorwaarde is voor werklocaties, dat deze goed bereikbaar moeten zijn via duurzame vervoersvormen, en dat OV-knooppunten schakels vormen tussen wonen, werken en leren. Echter missen wij deze koppeling tussen de twee thema’s in hoofdstuk 5 “Doen” van de Visie Economisch Vestigingsklimaat. Wat wordt de inzet rond de knooppunten? En welke kansen liggen daar voor het versterken van de vijf economische clusters? In de Mobiliteitsvisie staat bij hoofdstuk 5.3 de Corridoraanpak genoemd. Daarin missen we de clusters, de sterke economische motoren.
De koppeling tussen sterke economische werklocaties en arbeidspotentieel verdient expliciete aandacht. Wij verzoeken u in het opstellen van de uitvoeringsprogramma’s hier nadrukkelijk aandacht voor hebben. Reactie algemeen bestuur 30
In het uitvoeringsprogramma worden de clusters meegenomen in de corridoraanpak. Daarnaast nemen we de koppeling tussen sterke economische werklocaties en arbeidspotentieel hierin mee. Van strategie naar uitvoering, werk beide uitvoeringsprogramma’s gelijktijdig uit De visies vormen een belangrijke stap richting 2050, maar moeten worden gevolgd door concrete uitvoering. Mobiliteit is en blijft een randvoorwaarde voor een sterk economisch vestigingsklimaat. Het is dan ook logisch dat beide visies gelijktijdig zijn opgesteld. Wij spreken de verwachting uit dat ook de uitvoeringsprogramma’s parallel worden uitgewerkt en opgeleverd, met daarbij een duidelijke invulling van wat de gebiedsgerichte benadering in de praktijk betekent. Reactie algemeen bestuur De visies worden opgevolgd door een gezamenlijk uitvoeringsprogramma dat de samenhang tussen economie en mobiliteit waarborgt. Hierin wordt de gebiedsgerichte/corridoraanpak verder uitgewerkt. Meer evenwicht tussen stedelijk en landelijk gebied De Ontwerp Mobiliteitsvisie maakt onderscheid tussen gebiedstypologieën met ieder een eigen karakter. In de praktijk is dit onderscheid echter minder scherp. Bedrijven en inwoners hebben niet altijd de luxe om te kiezen waar zij zich vestigen, en gebieden kennen zelden één eenduidig profiel. Verschillende typologieën lopen door elkaar heen.
Ook in stedelijke woon-werkgebieden moet wat ons betreft de mogelijkheid om een auto te bezitten en gebruiken blijven, ondanks dat daar meer alternatieven beschikbaar zijn. Daarmee zijn de geschetste droombeelden niet altijd even haalbaar of realistisch. Wij willen voorkomen dat bij de vertaling van de visies naar programma’s of een strategische agenda perifere, suburbane en landelijker gelegen gebieden onderbelicht blijven. Dat zou ongelijkheid in bereikbaarheid, economische kansen en voorzieningen versterken. Lansingerland bevindt zich op het snijvlak van stedelijke dynamiek en landelijk gebied, midden in de Greenport. Enerzijds dragen wij bij aan de verstedelijkingsopgave van de Zuidelijke Randstad met grote woningbouw- en economische projecten. Anderzijds kennen onze kernen en buitengebieden mobiliteits- en economische vraagstukken die wezenlijk anders zijn. Voor een evenwichtige en inclusieve regionale ontwikkeling is het noodzakelijk dat álle gebiedstypen evenveel aandacht krijgen. Alleen dan ontstaat een arbeidsmarkt die werkelijk voor iedereen toegankelijk is en een vestigingsklimaat waarin stad en land elkaar aanvullen en versterken. Reactie algemeen bestuur Wij onderschrijven het belang van een evenwichtige benadering tussen stedelijke en landelijk gelegen gebieden.
Elk gebied wordt afzonderlijk bekeken en krijgt maatwerk, zodat de specifieke opgaven en kenmerken niet uit het oog worden verloren. Dit betekent dat in corridors waar verschillende gebiedstypen samenkomen, ieder type de nodige aandacht krijgt, mits daar relevante opgaven spelen. Alleen door alle gebiedstypen gelijkwaardig te betrekken voorkomen we ongelijkheid in bereikbaarheid, economische kansen en voorzieningen. Zo ontstaat een inclusieve regionale ontwikkeling waarin stad en land elkaar versterken en een arbeidsmarkt die voor iedereen toegankelijk is. Prioriteit voor ZoRo corridor, realisatie ZoRo rail, uitvoering geven aan MIRT-besluit De Ontwerp Mobiliteitsvisie zet terecht de corridorbenadering als leidend principe neer. Wat ons betreft vormen alle modaliteiten samen het raamwerk van regionale mobiliteit, waarbij nieuwe gebiedsontwikkelingen binnen corridors duurzaam via publieke en actieve mobiliteit worden ontsloten. Dat onderschrijven wij in het licht van het STOMP-principe. Tegelijkertijd willen wij benadrukken dat de auto óók in deze gebieden relevant blijft en de positie van de modaliteiten per gebied bepaald moeten worden. De mate waarin de auto wordt gebruikt, hangt samen met de kwaliteit van de geboden alternatieven en de aanwezigheid van voorzieningen. Wij constateren dat de visie alle corridors nu min of meer gelijk behandelt.
Er wordt geen onderscheid gemaakt naar prioriteit, potentie of urgentie. Dat achten wij een gemiste kans. Voor Lansingerland en de regio is de ZoRo-corridor van uitzonderlijk belang. In combinatie met Bleizo-West en het Entreegebied heeft deze corridor enorme potentie: » +30.000 extra arbeidsplaatsen bereikbaar binnen 30 minuten reistijd, » +10.000 studenten met betere toegang tot stage- en leerwerkplekken, » substantiële CO2-reductie door overstap van auto naar OV, 31
» minder verkeersdruk en congestie op A12, N209, N470 en N471 & gemeentelijk wegennet » sterkere economische verbindingen tussen bedrijven, kennisinstellingen, haven, IT en glastuinbouw, » betere toegang tot talent en arbeidspotentieel, » verbetering van de regionale samenhang binnen de MRDH, » en meer woningbouwmogelijkheden door hoogwaardige ontsluiting van groeikernen. De ontwikkeling van Bleizo-West is de belangrijkste motor die deze vervoerwaarde genereert. In het BO-MIRT 2020 is bovendien besloten dat de lightrailverbinding Zoetermeer-Rotterdam (ZoRo Rail) het eindbeeld vormt, met beoogde realisatie in 2040. Daarmee is dit geen beleidsoptie, maar een bestuurlijk vastgesteld besluit op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. De fase van onderzoek en initiatief, zoals over voorbeeldcorridors wordt genoemd, is dus al afgerond. Het zit in de fase van de MIRT-verkenning. Toch wordt de lijn in de huidige verbeeldingen nog aangeduid als “mogelijk nieuw te realiseren HOV”. Wat ons betreft moet dit worden gecorrigeerd naar ‘te realiseren HOV’. De urgentie is groot. Woningbouwlocaties als Bleizo-West en het Entreegebied zijn al in voorbereiding.
Zonder hoogwaardige railontsluiting, waar deze ontwikkelingen juist op zijn gebaseerd, verliezen zij een zeer groot deel van hun kracht, waardoor ook minder woningen gebouwd kunnen worden wegens bijvoorbeeld noodzakelijke hogere parkeernormen. Tegelijkertijd verbindt de corridor economische hotspots zoals het Dutch Innovation Park en de Horti Science Campus en de Wageningen University Research aldaar met de Rotterdamse haven en kennisinstellingen in de regio. ZoRo overstijgt daarmee de lokale schaal en levert directe meerwaarde voor de gehele Zuidelijke Randstad. De lijn vormt bovendien de ontbrekende schakel in de multimodale verknoping van dit deel van de regio met Rotterdam, Den Haag, Leiden (LeiZo), Gouda en Utrecht, en ontsluit duizenden potentiële werknemers. Wij verzoeken MRDH om in de definitieve visie duidelijk onderscheid te maken tussen potentiële corridors en de ZoRo-corridor als prioritaire corridor te benoemen. Ook zien wij een relatie met de in de visie opgenomen HOV (konings)corridor tussen Den Haag en Gouda via Zoetermeer en Lansingerland, al is deze niet verder toegelicht. Wij vragen van de MRDH een actieve rol te nemen in de regie, de verdere planuitwerking en de gesprekken richting provincie en Rijk (MIRT) en andere partners.
Dit dient te gebeuren op vergelijkbare wijze als de inzet van MRDH bij de Oude Lijn en de nieuwe Oeververbinding Rotterdam, inclusief een expliciete opname in de to-do-lijst bij keuzes 2 en 3. Alleen zo kunnen wij samen zorgen dat de reeds genomen besluiten worden uitgevoerd en de regio maximaal profiteert van de kansen die ZoRo biedt. Reactie algemeen bestuur Dank voor de toelichting op de ZoRo-corridor. Het is belangrijk om te benadrukken dat het document een visie betreft, waarin geen onderscheid in corridors is gemaakt. Dit wordt nader uitgewerkt in het uitvoeringsprogramma. Tegelijk erkennen we dat voor ZoRo Rail bestuurlijke besluitvorming heeft plaatsgevonden onder andere in het MIRT. Dat onderscheid wordt meegenomen in het vervolg. We blijven samenwerken om BleiZo te ontwikkelen samen met onder andere Zoetermeer. Neem verkeersveiligheid op als kernthema De Ontwerp Mobiliteitsvisie benoemt verkeersveiligheid als randvoorwaarde. Wij onderschrijven dit uitgangspunt, maar constateren dat het thema summier wordt behandeld en zonder concrete doelstellingen. Ook de risico gestuurde aanpak, zoals opgenomen in het Strategisch Plan Verkeersveiligheid van het Rijk, ontbreekt. Dit is opvallend, omdat het aantal ernstige verkeersongevallen in de regio niet afneemt en in sommige gevallen zelfs toeneemt. Voor Lansingerland is verkeersveiligheid een kernthema.
Wij koppelen mobiliteit nadrukkelijk aan een gezonde en veilige leefomgeving. Dat vraagt om meer dan gedragsmaatregelen alleen; er zijn fysieke investeringen nodig in veilige fietsroutes, schoolzones en verkeersveilige wegen. Wij verzoeken MRDH om verkeersveiligheid expliciet en ambitieus in de visie op te nemen, met concrete doelstellingen en een regionale aanpak die aansluit bij het rijksbeleid. Reactie algemeen bestuur Verkeersveiligheid en duurzaamheid zijn randvoorwaardelijk in de Mobiliteitsvisie. Om dit explicieter te maken zullen we dit in de teksten benadrukken. Heb meer oog voor autobereikbaarheid en logistiek
32
De Ontwerp Mobiliteitsvisie legt de nadruk op duurzame mobiliteit door OV en actieve modaliteiten. Wij constateren dat de rol van de auto en van logistiek daarbij onderbelicht blijft. Daarmee wordt een beeld geschetst dat autobereikbaarheid vooral een probleem is, terwijl dit voor grote delen van de regio en voor veel economische functies juist een noodzakelijke voorwaarde blijft, met name juist ook in het kader van kansengelijkheid. Onze gemeente ligt op het kruispunt van de A12- en A13M16-corridors, waar logistiek en personenverkeer intensief samenkomen. Bedrijventerreinen en de glastuinbouw zijn voor hun functioneren afhankelijk van goede autobereikbaarheid. Tegelijkertijd vormen knelpunten zoals de N209 en de gevolgen van de openstelling van de A16 een direct risico voor woningbouw, bedrijventerreinen en economische groei. Wij verzoeken MRDH om in de definitieve visie een afzonderlijk hoofdstuk of paragraaf te wijden aan autobereikbaarheid en stedelijke logistiek. Hierin moet worden erkend dat de auto blijvend onderdeel is van het mobiliteitssysteem, zeker in minder hoogstedelijke gebieden zoals Lansingerland en meerdere andere regiogemeenten. Dit vergt investeringen in bereikbaarheid en doorstroming, in samenhang met OV en actieve mobiliteit. Met deze aanscherping willen wij ook dat de MRDH middels subsidies kan bijdragen aan projecten t.b.v.
bereikbaarheid en doorstroming, niet alleen t.a.v. verkeersveiligheid en openbaar vervoer. Aanvullend dient in de visie te worden opgenomen dat het vestigen van een logistieke HUB-functie met directe verkeersontsluiting op een A of N-weg een hoge prioriteit heeft. Deze HUB zal zwaar transport verkeer primair opvangen en middels overslag naar kleinere voertuigen en afhaalfaciliteiten voor inwoners/bedrijven zorgdragen voor verbetering van de doorstroming en de verkeersveiligheid binnen de woonomgeving. Reactie algemeen bestuur Wij begrijpen het belang van autobereikbaarheid en logistiek, vooral in gebieden met economische functies. De auto blijft een rol spelen in het mobiliteitssysteem en wordt in de visie in samenhang met publieke en actieve mobiliteit geplaatst. In gebieden waar autobereikbaarheid noodzakelijk is, wordt dit meegenomen in de uitwerking. Ook voor logistiek blijft de weginfrastructuur cruciaal. Door het autogebruik te verminderen ontstaat juist ruimte voor logistieke stromen. De visie biedt bovendien ruimte voor investeringen in het wegennet wanneer dit het mobiliteitssysteem als geheel versterkt. Concretiseer publieke mobiliteit De Ontwerp Mobiliteitsvisie stelt dat publieke mobiliteit - de integratie van OV, doelgroepenvervoer en deelmobiliteit - een antwoord is op trends zoals vergrijzing, arbeidsmarktkrapte en de noodzaak om iedereen bereikbaar te houden.
Daarbij wordt gewezen op stijgende vraag naar doelgroepenvervoer, lage bezetting van bussen in buitengebieden en een veranderende reizigersbehoefte. Wij constateren echter dat deze aannames onvoldoende zijn onderbouwd. De visie bevat weinig harde cijfers die aantonen dat er sprake is van een breed maatschappelijk probleem. De urgentie lijkt vooral beleidsmatig ingegeven (inclusiviteit, duurzaamheid, kostenbeheersing) en minder gebaseerd op actuele knelpunten. Hoewel wij de beleidsdoelen ondersteunen, zijn wij kritisch op de uitvoering. Wij willen voorkomen dat bestaande, functionerende systemen worden opengebroken zonder zekerheid over het resultaat. Het risico op verslechtering van de bereikbaarheid is te groot. Het belang van bereikbaarheid voor alle doelgroepen weegt voor ons zwaarder dan louter financieeleconomische overwegingen. Een OV-lijn of collectief georganiseerde verbinding mag niet uitsluitend worden beoordeeld op kosteneffectiviteit. Het in stand houden van verbindingen, zeker in buitengebieden, moet mogelijk blijven en minimaal op het huidige niveau worden gegarandeerd. Dit geldt ook voor het openbaar vervoer in de nacht. Lokale initiatieven verdienen daarbij een duidelijke plek in de uitwerking, terwijl ook de sociale functie van het openbaar vervoer nadrukkelijk moet worden erkend en meegewogen in toekomstige keuzes.
Wij zien zeker kansen in het koppelen van vervoerstromen, zoals leerlingenvervoer, ouderenvervoer, buurtbussen en maatwerkvervoer, maar maken ons zorgen over de uitvoering. Publieke mobiliteit mag niet worden gereduceerd tot een bezuinigingsinstrument of efficiëntieslag. Het moet bijdragen aan inclusiviteit en mobiliteit voor iedereen, ook in de randen van het stedelijk gebied. Daarbij horen stabiliteit en betrouwbaarheid, bijvoorbeeld in het leerlingenvervoer, waar vaste chauffeurs, begeleiders en voorspelbare patronen van groot belang zijn. Publieke mobiliteit heeft een collectief karakter, maar bij kwetsbare doelgroepen moet ruimte blijven voor individueel maatwerk.
33
Een belangrijk ingrediënt van de publieke mobiliteit is het product deelmobiliteit. De wens vanuit de MRDH om ook hier een proactieve rol te gaan spelen wordt dan ook omarmd. Een belangrijke voorwaarde voor het realiseren en duurzaam beheren van een gedegen deelmobiliteitsproduct is het faciliteren van diverse vervoersmiddelen, meer dan alleen E-fietsen, zoals ook E-scooters en in de toekomst wellicht meerdere E-vervoersmiddelen. Daarnaast is het van belang dat de MRDH tezamen met de gemeenten van het werkgebied en de (commerciële) aanbieders komt met handhaafbare/haalbare afspraken t.a.v. stallingsfaciliteiten in het openbaar gebied op diverse belangrijke knooppunten en andere locaties zoals winkelcentra en sportparken om zo (stalling)overlast te voorkomen. Wij verzoeken MRDH om publieke mobiliteit concreter te definiëren en de maatschappelijke meerwaarde steviger te onderbouwen. Dit hoeft niet direct in de visie zelf, maar kan ook via een apart programma. Wel moet in de visie worden benoemd welke succesfactoren bepalend zijn. Tegelijkertijd streven wij voortgang na. Wij willen voorkomen dat publieke mobiliteit verzandt in langdurige onderzoeksfasen waarbij vooraf alle risico’s worden afgedekt. Een meer kansrijke aanpak is om publieke mobiliteit stap voor stap op te bouwen via pilots en marktgerichte oplossingen, die náást het bestaande OV en doelgroepenvervoer lopen.
Op die manier kan ervaring worden opgedaan zonder de continuïteit van het huidige systeem in gevaar te brengen. Reactie algemeen bestuur Wij willen benadrukken dat bestaande systemen, zoals regulier OV en doelgroepenvervoer, niet worden opengebroken zonder zorgvuldige afweging. Continuïteit en betrouwbaarheid, zeker voor kwetsbare doelgroepen, blijven leidend. Publieke mobiliteit is geen bezuinigingsinstrument, maar een manier om mobiliteit voor iedereen toegankelijk te maken en aanbod en kwaliteit te vergroten. Het onderzoek naar (on)mogelijkheden van een koppeling tussen openbaar vervoer, doelgroepenvervoer, kleinschalig vervoer, gedeeld vervoer en bedrijfsvervoer voor publieke mobiliteit start met een gedeelde probleemanalyse om de beschreven trends te bevestigen en op feiten gebaseerde oplossingsrichtingen voor te stellen. Voor deelmobiliteit onderschrijven wij het belang van een breed aanbod en goede afspraken over stallingsfaciliteiten. MRDH neemt hierin een proactieve rol en werkt samen met gemeenten en aanbieders om haalbare afspraken te maken die te handhaven zijn. Conclusie De gemeenteraad van Lansingerland onderschrijft de ambities die in de Ontwerp Mobiliteitsvisie en de Ontwerp Visie Economisch Vestigingsklimaat zijn neergelegd.
Wij herkennen ons grotendeels in de koers naar duurzame bereikbaarheid, een concurrerend economisch klimaat en een regio die brede welvaart centraal stelt, maar niet ten koste van het afbreken van bestaande waarden zoals autobereikbaarheid of bestaande OV lijnen. Tegelijkertijd vragen wij om meer scherpte, realisme en concrete keuzes. Zonder expliciete aandacht voor haalbaarheid, succesfactoren dreigt de visie te blijven hangen in wensbeelden. Wij vragen u daarom nadrukkelijk om: » in beide visies duidelijk en uniform aan te geven dat mobiliteit een randvoorwaarde is voor een goed vestigingsklimaat en de inzet met name te richten op het versterken van de vijf economische clusters, rondom OV knooppunten, het verbinden van gebieden waar economische uitdagingen en potentie samenkomen, » onderscheid te maken in corridors en de ZoRo-corridor als prioritaire verbinding te benoemen, » verkeersveiligheid concreet en ambitieus te verankeren, » autobereikbaarheid en stedelijke logistiek steviger in de visie op te nemen, » publieke mobiliteit concreter te definiëren en stapsgewijs te ontwikkelen naast het bestaande OV en doelgroepenvervoer, » en kritisch de randvoorwaarden en succesfactoren te benoemen die uitvoering mogelijk maken. Wij nemen onze verantwoordelijkheid in de regionale samenwerking en zijn bereid bij te dragen aan de gezamenlijke opgaven.
Alleen in gezamenlijkheid kunnen we zorgen voor een metropoolregio die bereikbaar, veilig, inclusief en concurrerend is. De kracht van beide visies ligt daarbij in hun gezamenlijke vertaling naar uitvoeringsprogramma’s waarin economie en mobiliteit onlosmakelijk verbonden zijn. Reactie algemeen bestuur Wij zien uit naar de voortzetting van de samenwerking om gezamenlijk te werken aan een metropoolregio die bereikbaar, veilig, inclusief en economisch sterk is. Leidschendam-Voorburg Algemeen 34
Op 31 juli 2025 ontvingen wij van u de Ontwerp Visie Economisch Vestigingsklimaat (hierna: Ontwerp VEV) en de Ontwerp Mobiliteitsvisie (hierna: Ontwerp Mobiliteitsvisie) van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (hierna MRDH). Met deze zienswijzebrief brengt Gemeente Leidschendam-Voorburg haar standpunten naar voren. Daarbij verwijzen wij ook naar de zienswijze die door ons in april dit jaar is ingediend naar aanleiding van de 10-jaarsevaluatie van de MRDH (kenmerk 4161). De gemeenteraad van Leidschendam-Voorburg waardeert de inspanningen van de MRDH om te komen tot duidelijke en goed afgestemde ontwerpvisies op het gebied van mobiliteit en economie. In de gemeente Leidschendam-Voorburg is het raakvlak mobiliteit en economie tastbaar, bijvoorbeeld in de vorm van de Westfield Mall of the Netherlands als economische hotspot en mobiliteitsknooppunt. Ook in andere delen van de gemeente gaan mobiliteit en economie hand in hand. Vanuit overkoepelend perspectief benoemen wij vijf aandachtspunten. Daarnaast geven wij per Ontwerp Visie een meer gedetailleerde zienswijze. Reactie algemeen bestuur We danken u hartelijk voor uw reactie van de gemeenteraad van Leidschendam-Voorburg op de Ontwerp Visie Economisch Vestigingsklimaat en Ontwerp Mobiliteitsvisie.
We nemen kennis van uw verwijzing naar de eerdere zienswijze van april 2025 (kenmerk 4161) en waarderen de erkenning van onze inspanningen voor afgestemde visies op mobiliteit en economie. Inhoudelijke opmerkingen Visie Economisch Vestigingsklimaat en Mobiliteitsvisie Ruimtelijk kader als basis, nog verder uit te werken Met de opname van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en de zogenaamde NOVEX-gebieden is een ruimtelijke basis gelegd in beide Ontwerp Visies. Daarnaast werkt de Leidschendam-Voorburg zelf aan een lokale Omgevingsvisie. Momenteel wordt daartoe een zienswijzeprocedure doorlopen. Bij uitwerking van de Mobiliteitsvisie en Economische visie, bijvoorbeeld in een nieuwe Strategische Agenda, adviseren wij u om integrale scenario’s te ontwikkelen. Daarbij kunnen ruimte, economie en mobiliteit in samenhang worden geanalyseerd. Reactie algemeen bestuur Bij de uitwerking, zoals in het uitvoeringsprogramma, ontwikkelen we integrale scenario’s waarin ruimte, economie en mobiliteit samenhangen. Westfield Mall of The Netherlands als hotspot The Westfield Mall of the Netherlands (de Mall) is inmiddels een publiekstrekker van landelijk formaat. Met ruim 15 miljoen bezoekers per jaar is het een belangrijke regionale economische hotspot die bijdraagt aan een aantrekkelijke woon-werk regio.
Daarnaast speelt de Mall met ruim 200 winkels en 50 horecavoorzieningen een duidelijke rol in de werkgelegenheid van de regio. Ook op het gebied van mobiliteit vraagt deze hotspot om aandacht. De gunstige ligging aan de N14, diverse openbaar vervoerverbindingen en fietsroutes draagt bij aan de regionale bereikbaarheid van de Mall. De afgelopen jaren is de verkeersdrukte toegenomen, mede door een stijging van het aantal bezoekers van de Mall. Ook voor de komende jaren is een stijging van de verkeersdrukte te verwachten. Wij vragen daarom niet alleen aandacht voor de nu gepauzeerde ongelijkvloerse kruisingen als onderdeel MIRT A4/N14 maar ook een bijdrage aan de verbetering van de doorstroming van het verkeer in het algemeen rond de Mall. Daarnaast willen wij, gezien de regionale functie van de Mall als leisure centrum, vanuit de MRDH ook meer aandacht voor een alternatieve innovatieve duurzame bereikbaarheid van deze hotspot. Graag zetten wij de komende jaren gezamenlijk verdere stappen richting duurzame mobiliteit en bereikbaarheid, zodat de Mall en omgeving een beter werkend knooppunt wordt. De Mall hoort daarom absoluut in beide visies thuis. In de huidige Ontwerpversies ontbreekt de publiektrekker. Wij verzoeken u de Mall in beide visies op te nemen. Reactie algemeen bestuur We begrijpen dat u aandacht vraagt voor de effecten van deze publiekstrekker.
We blijven met u in gesprek over de bereikbaarheid hiervan en we stellen voor dit gezamenlijk nader uit te werken met een corridoraanpak. Evenwicht (sub)urbaan en landelijk gebied
35
Zowel de Ontwerp VEV als de Ontwerp Mobiliteitsvisie hebben sterke focus op stedelijk gebied. De gemeente Leidschendam-Voorburg begrijpt de noodzaak voor het aanbrengen van focus en het maken van keuzes. Met de keuze voor hotspots en focus op stedelijk gebied bestaat het risico onbedoeld de ongelijkheid in bereikbaarheid en economische kansen van inwoners buiten deze gebieden te vergroten. Wij zien aandacht hiervoor, zowel op het gebied van economie als mobiliteit, als voorwaarde voor een inclusieve regionale arbeidsmarkt. Reactie algemeen bestuur Dank voor het onderstrepen van het belang van een evenwichtige benadering tussen stedelijke, suburbane en landelijk gelegen gebieden. Wij begrijpen de zorg dat een sterke focus op stedelijke hotspots niet mag leiden tot ongelijkheid in bereikbaarheid en economische kansen buiten deze gebieden. Daarbij blijft het uitgangspunt dat alle gebiedstypen worden betrokken en dat maatwerk wordt toegepast waar specifieke opgaven spelen. Dit is essentieel voor een inclusieve regionale arbeidsmarkt en een metropoolregio waarin stad en land elkaar versterken. De planning als punt van aandacht Het tijdspad naar de definitieve vaststelling is en blijft krap. In november wordt gewerkt aan de Nota van Antwoord en de Definitieve Visie Economisch Vestigingsklimaat en Mobiliteitsvisie.
De maanden erna volgt bestuurlijke vaststelling door de MRDH, kort voor de Gemeenteraadsverkiezingen van maart 2026. Graag zien wij een planning hiervoor tegemoet. Reactie algemeen bestuur In de bijbehorende agendapost vindt u de planning voor de vaststelling van de visies. Uitwerking en uitvoering Beide Ontwerp Visies moeten in een volgende fase verder worden uitgewerkt en moeten leiden tot uitvoeringsprogramma’s. Uiteindelijk is de gezamenlijke investeringskracht van gemeenten, regio, Rijk en de EU waar het om draait. Daarbij is fasering belangrijk: er zijn verschillende tijdlijnen nodig voor verschillende uitwerkingen. Nieuw beleid en nieuwe projecten die na vaststelling voortkomen uit de Visies vereisen nauwe afstemming tussen de MRDH-regio, gemeenten en vaak ook het Rijk. Wij vragen u het opstellen van een uitvoeringsplan zorgvuldig, samen met de 21 gemeenten, op te pakken. Wij verzoeken u bij een Uitvoeringsprogramma het aspect fasering mee te nemen. In het Uitvoeringsprogramma zélf of juist daarna voorafgaand, met een Plan van Aanpak, meteen aansluitend op de Visies. Reactie algemeen bestuur We waarderen de focus van Leidschendam-Voorburg op de uitwerking en uitvoering van beide visies. Wij erkennen dat gezamenlijke investeringskracht van gemeenten, regio, Rijk en EU cruciaal is om de ambities te realiseren.
Fasering is daarbij een sleutelbegrip, zoals ook benoemd in hoofdstuk 5.1 van de Mobiliteitsvisie, omdat verschillende projecten en beleidslijnen uiteenlopende tijdspaden kennen. Het opstellen van het uitvoeringsprogramma pakken we zorgvuldig en in nauwe afstemming met alle 21 gemeenten en onder meer het Rijk aan. Gedetailleerde zienswijze op de Ontwerp Visie Economisch Vestigingsklimaat Waardering voor het doorlopen proces Eind 2024 besloten de commissieleden van de Bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat de MRDH de opdracht te geven tot het opstellen van een Visie Economisch Vestigingsklimaat. De MRDH heeft daarop met een zeer strakke tijdsplanning hieraan gevolg gegeven, door te werken in 3 fasen: Verdiepende analyse, Droombeeld 2050, en Economisch profiel en strategie. In fase 1 heeft Birch hiertoe een rapport opgeleverd dat als inhoudelijke onderlegger is gebruikt voor de Ontwerp VEV. Daarna is er de afgelopen maanden door uw medewerkers ontzettend hard gewerkt om de Ontwerp VEV op te stellen en af te stemmen met de 21 gemeenten van de MRDH. Hiervoor is onder andere een ambtelijk kernteam in het leven geroepen, wat de afstemming zeker bevorderde. Onze complimenten voor de inzet en samenwerking! Reactie algemeen bestuur Wij danken u voor de uitgesproken waardering.
Stadsverzorgende en lokale economie beter belicht Er is wat ons betreft in de Ontwerp VEV een te sterke focus op topsectoren en grootstedelijke aspecten en te weinig focus op stadsverzorgende en lokale economie. Centraal in de Ontwerp VEV staan vijf economische motoren – Duurzaam Maritiem & Haven, Hightech Horticulture, Innovatieve en Hoogwaardige Maakindustrie, Digitale Technologie & Veiligheid en Overheid / Vrede / Recht. Om als regio aantrekkelijk te zijn voor deze economische motoren, is een gezond 36
vestigingsklimaat een randvoorwaarde. Hiervoor is stadsverzorgende economie onmisbaar: de MKB en werknemers die de regio dagelijks draaiende houden. De gemeente LeidschendamVoorburg is een van de gemeenten in de regio die niet of nauwelijks arbeidsplaatsen heeft die vallen onder de hierboven genoemde vijf economische motoren. Het is ons inziens belangrijk dat alle gemeenten, niet alleen de grootstedelijke gemeenten of de gemeenten die de topsectoren huisvesten, zich herkennen in de Ontwerp VEV. Wij hopen daarom ook dat de MRDH aandacht houdt voor de stadsverzorgende en lokale economie. Reactie algemeen bestuur Naast de regionale clusters zetten we ook in op leefbare steden en dorpen voor de lokale economie. Investeringen in de regio komen zo niet alleen effectief bij innovatieve koplopers terecht, maar ook bij het reguliere mkb. Op een vruchtbare bodem groeit het goed. Kortom: de 5 regionale clusters en de stadsverzorgende economie versterken elkaar. Verbinding met regionale topsectoren De gemeente Leidschendam-Voorburg wil nadrukkelijk ook bijdragen aan en profiteren van de kracht van de regionale topsectoren. Vanuit het glastuinbouwgebied in Stompwijk sluiten wij graag aan bij de topsector Hightech Horticulture, waar innovatie, duurzaamheid en voedselproductie samenkomen.
Daarnaast zien wij kansen in de topsector Overheid / Vrede / Recht, waarin onze gemeente door haar ligging, bereikbaarheid en leefkwaliteit een aantrekkelijke woon- en werkomgeving vormt voor mensen die werken in en rond deze Haagse kennis- en bestuurssector. Leidschendam-Voorburg wil zich zo verder ontwikkelen als goede én groene woonplaats voor deze ‘stad van Overheid, Vrede en Recht’, en tegelijkertijd economisch meer betekenis krijgen door versterking van bedrijvigheid, kennis en voorzieningen die bij deze topsectoren aansluiten. Reactie algemeen bestuur Wij zijn het met u eens dat Leidschendam-Voorburg bijdraagt aan de kracht van de regio en een belangrijke bijdrage levert aan de regionale clusters, waaronder Overheid/Vrede/Recht. Mall of the Netherlands als economische hotspot Zoals ook al benoemd in het de algemene zienswijze, vragen wij aandacht voor de Mall of the Netherlands. De Mall is het grootste winkelcentrum van Nederland en heeft een uitgesproken bovenlokale – in ieder geval regionale, maar wij spreken ook wel van een nationale – aantrekkingskracht en functie. Wij vinden dat de Mall of the Netherlands in de metropoolregio ook een duidelijke rol speelt in het vestigingsklimaat. In paragraaf 2.3 van de Ontwerp VEV staat een aantal kaarten met de economische clusters daarop weergegeven.
Wij vragen u om een hotspot-speld toe te voegen bij de Mall of the Netherlands. Reactie algemeen bestuur We begrijpen dat u aandacht vraagt voor de effecten van deze publiekstrekker. We blijven met u in gesprek over de bereikbaarheid hiervan. De hotspots zijn bedoeld als belangrijke plekken in relatie tot de 5 regionale clusters. Gedetailleerde zienswijze op de Ontwerp Mobiliteitsvisie Waardering voor het doorlopen proces De MRDH is samen met de 21 gemeenten al vanaf 2024 bezig met het opstellen van de Mobiliteitsvisie. In een tijd van torenhoge opgaven: woningbouw, toenemende vergrijzing, stikstofproblematiek, budgettaire- en personele krapte en openbaar vervoer dat nog maar kort geleden is hersteld van Corona. Kortom: Een uiterst complex geheel. De MRDH heeft in het voorjaar 2025 een Bestuurlijke Verkenner voor de Mobiliteitsvisie, de heer Luteijn, gevraagd om de ambities van de 21 gemeenten scherp te krijgen. Met zijn inzet en die van u en uw medewerkers van de ambtelijke organisatie zijn flinke stappen gezet voor de totstandkoming van de Ontwerp Mobiliteitsvisie die nu voorligt. Een waardevolle bijdrage, waarvoor onze dank! Reactie algemeen bestuur Wij zijn blij met uw waardering en danken u voor de inzet en samenwerking bij het tot stand komen van de Mobiliteitsvisie.
Dankzij de gezamenlijke inspanningen van alle gemeenten en betrokkenen hebben we belangrijke stappen gezet richting een toekomstbestendig mobiliteitssysteem. Rol van de MRDH bij wijken in ontwikkeling Het is van belang dat vraagstukken rondom mobiliteit niet pas ná de planvorming aan de orde komen, maar vanaf het begin onderdeel uitmaken van de gebiedsontwikkeling. Door mobiliteit in een vroeg stadium mee te nemen, kunnen keuzes over bereikbaarheid, infrastructuur en duurzame vervoersoplossingen 37
beter worden afgestemd op de ruimtelijke plannen. Wij zien voor de MRDH hierbij een waardevolle regierol in de zin van afstemming, kennisdeling en advisering tussen de verschillende gemeenten in de regio. De MRDH kan in een vroeg stadium meedenken over regionale samenhang, het stimuleren van duurzame mobiliteitskeuzes en het bewaken van de aansluiting op het bredere netwerk. Tegelijk blijft de besluitvorming over ruimtelijke plannen en de uiteindelijke inrichting van de wijk nadrukkelijk de bevoegdheid van de gemeente zelf. De gewenste rol van de MRDH is dus niet besluitvormend, maar juist ondersteunend en coördinerend, gericht op het vroegtijdig signaleren van kansen en knelpunten en het bevorderen van integrale, toekomstbestendige mobiliteitsoplossingen. Op deze manier kunnen gemeenten en de MRDH gezamenlijk zorgen voor een betere afstemming tussen ruimtelijke ontwikkeling en mobiliteit, wat bijdraagt aan een duurzame en goed bereikbare regio Reactie algemeen bestuur Wij zijn het eens met de rol die u schetst. Mobiliteit vroegtijdig meenemen in gebiedsontwikkeling is essentieel om integrale, toekomstbestendige oplossingen te realiseren. De MRDH ziet hierin inderdaad een ondersteunende en coördinerende rol, gericht op afstemming, kennisdeling en het bewaken van regionale samenhang.
Besluitvorming over ruimtelijke plannen blijft uiteraard bij de gemeenten, maar door samen vroegtijdig kansen en knelpunten te signaleren versterken we gezamenlijk de kwaliteit en bereikbaarheid van nieuwe wijken. Betere samenhang met de Visie Economisch Vestigingsklimaat (afgekort de VEV) en opname van hotspot de Westfield Mall of The Netherlands Naast de Mobiliteitsvisie werkt de MRDH inmiddels ook aan de VEV. Beide stukken doorlopen tegelijkertijd de zienswijzeprocedure. Wij vragen u beide visies beter op elkaar af te stemmen. Ook op de Ontwerp VEV dient Leidschendam-Voorburg een zienswijze in (kernmerk 4385). Een belangrijke economische hotspot en ook onderdeel van een mobiliteitsknooppunt is de Westfield Mall of The Netherlands (hierna: de Mall). Deze heeft zich na meerdere jaren van harde groei inmiddels doorontwikkeld tot een publiekstrekker van landelijk formaat. De Mall ontbreekt nu in zowel de Visie Economisch Vestigingsklimaat als de Mobiliteitsvisie, maar hoort absoluut in beide visies thuis. Wij vragen u ook de Mall op te nemen en ook toe te voegen aan het kaartje met hotspots. De gemeente Leidschendam-Voorburg zal zich de komende jaren, zolang de ongelijkvloerse kruispunten op de N14 nog niet zijn gerealiseerd, richten op het Operationeel Mobiliteitscentrum (het OMC), parkeerregulering in de woonwijken in de omgeving van de Mall en verder op Duurzame Mobiliteit.
Voor dat laatste zijn frequente, hoogwaardige ov-verbindingen onmisbaar, net als een stevig netwerk voor actieve mobiliteit: Leidschendam-Voorburg zet in op fietsers en voetgangers. De gemeente is met de MRDH en via de MRDH met het Rijk in gesprek over verbeteringen verduurzaming van bereikbaarheid van de Mall. Graag zetten wij de komende jaren gezamenlijk verdere stappen richting duurzame mobiliteit en bereikbaarheid, zodat de Mall en omgeving in een goed werkend knooppunt veranderen. Reactie algemeen bestuur De hotspots, die in de Visie op het Economisch Vestigingsklimaat worden genoemd, zijn locaties waar bedrijven binnen de 5 focussectoren sterk zijn geclusterd. Hoewel de MRDH de Mall of The Netherlands als een zeer belangrijke werklocatie (winkelgebied met bovenregionale functie) ziet, past dit in dit geval niet binnen een van deze clusters. Verkeersveiligheid Ten aanzien van verkeersveiligheid zet u in op de basis op orde: we besteden extra aandacht aan verkeersveiligheid. We zetten samen met alle partners in op het blijvend reduceren van zowel de ongevallen als de ervaren verkeers(on)veiligheid. Met zowel fysieke maatregelen als gedragsmaatregelen. Cijfers laten zien dat verkeersveiligheid stagneert of, qua letselongevallen, verslechtert. De doelstelling zou volgens ons ambitieuzer moeten zijn: ‘Maak van nul een punt’.
Wij willen ons samen met u juist op verbetering inzetten. Dit vergt grootschalige investeringen. In wegen, schoolzones en veilige fietsroutes. Middelen vanuit de BDU van/ via de MRDH zouden daarbij ook het verschil kunnen maken. Leidschendam-Voorburg heeft kort geleden een Actieplan Verkeersveiligheid vastgesteld. Reactie algemeen bestuur Wij delen uw ambitie om verkeersveiligheid verder te verbeteren en onderschrijven het principe ‘Maak van nul een punt’, dat ook in de Mobiliteitsvisie is benoemd. Verkeersveiligheid is randvoorwaardelijk in de visie. Om dit explicieter te maken zullen we dit in de teksten benadrukken. Werk actieve mobiliteit, waaronder fietsbeleid, verder uit. 38
Wij vragen u meer aandacht te schenken aan fietsbeleid en verdere verbetering van het fietsnetwerk. De Ontwerp MOVI benoemt weliswaar verbetering van publieke en actieve mobiliteit in algemene zin, maar een verdere uitwerking van actieve mobiliteit blijft nu beperkt tot aandacht voor veilige fietsroutes. Fietsroutes moeten naast veilig ook snel en comfortabel zijn. Reactie algemeen bestuur Wij onderschrijven het belang van actieve mobiliteit en verbetering van het fietsnetwerk. In de Mobiliteitsvisie is dit benoemd als een belangrijk thema, waarbij veilige, snelle en comfortabele fietsroutes centraal staan. Het bestaande beleid op fiets en actieve mobiliteit wordt onverminderd voortgezet en vormt de basis voor verdere uitwerking in het uitvoeringsprogramma. Daarmee blijven we inzetten op een aantrekkelijk en toekomstbestendig fietsnetwerk als onderdeel van een duurzaam mobiliteitssysteem. Technologie en Innovatie Wij zijn van mening dat de delen van de MOVI over technologie en innovatie kunnen worden aangescherpt. En wel als volgt: • Hoe gaan we om met inclusiviteit als we weten dat de bevolking steeds verder vergrijst? • Drones, voor vervoer van mensen of logistiek ontbreken nu nog volledig.
• Technologie verandert snel: o Hoe zorgen we dat we als organisatie daarop voorbereidt? o Wat is de invloed van technologie (AI en robotica) op hoe we werken en dus op het forensenverkeer? o Wat is de invloed op zaken als vrijetijdsbesteding en daarmee gepaard gaande mobiliteitsbehoefte? o Autonoom vervoer. Waar gaan we op inzetten en wat zijn de risico’s van keuzes? • Hoe gaan we om met individualisering en daarmee de veranderende mobiliteitsbehoefte? Of hoe gaan we om met nieuwe vervoermiddelen? • Hoe bereiken we mensen eerder in hun beslisproces waar het gaat over mobiliteitskeuzes? Nog te vaak hangt iemands (dag)planning af van een enkele activiteit waarvoor een auto nodig is. Denk aan zware boodschappen of het ophalen van vriendjes van de kinderen. Hoe bieden we voldoende comfort én flexibiliteit, zodat mensen op tijd kunnen kiezen, maar toch alternatieven achter de hand hebben? Een belangrijke component naast technologie is innovatie: het vernieuwen van producten, diensten, ideeën of processen. Dit houdt in dat we met elkaar moeten samenwerken. Bereid zijn tijd en geld te investeren ook daar waar resultaten nog niet zeker zijn, bijvoorbeeld in de vorm van pilots. Graag zien wij innovatie nadrukkelijker in de MOVI terugkomen.
Zodra zich geschikte pilots voordoen, is de gemeente Leidschendam-Voorburg graag bereid er samen met de MRDH en omliggende gemeenten aan mee te werken. Reactie algemeen bestuur Dank voor uw suggestie. In het hoofdstuk van keuze 4 van de Mobiliteitsvisie, ‘Volle inzet op technologie’, is de toepassing van technologie nadrukkelijk meegenomen als een belangrijke pijler voor het realiseren van onze ambities. Zodra zich geschikte pilots voordoen, werken wij graag met de gemeente samen om deze te realiseren. Onderzoek naar publieke mobiliteit: betere afstemming tussen Openbaar Vervoer en Doelgroepenvervoer In de Mobiliteitsvisie introduceert u de term ‘publieke mobiliteit’ en geeft u aan dat mogelijkheden tot een betere afstemming tussen regulier openbaar vervoer en het doelgroepenvervoer eerst nader moeten worden onderzocht. Daar is de gemeente Leidschendam-Voorburg het helemaal mee eens. Daarbij wordt dan gekeken naar een integraal en meer inclusief mobiliteitssysteem. Op zijn minst worden openbaar vervoer en doelgroepenvervoer nauwer op elkaar afgestemd. Uiteindelijk zouden beide soorten vervoer samen kunnen opgaan in publiek vervoer. Wij vragen u ook om goede lokale initiatieven bij dit onderzoek te betrekken. In ons geval is dat bijvoorbeeld vervoer zoals verzorgd door Stichting WOEJ.
De gemeente Leidschendam-Voorburg zet naast een goede verbinding tussen Leidschendam Noord en – Zuid ook in een verbinding met Stompwijk. Hiertoe is de gemeente met de Adviesraad Stompwijk, Stichting WOEJ, vervoerders de MRDH en de Provincie in gesprek. Eventuele kostenbesparingen mogen niet ten koste gaan van de kwaliteit. 39
Ten aanzien van het doelgroepenvervoer merken wij verder nog op : • Vergrijzing is niet de enige reden dat er meer vraag is naar doelgroepenvervoer. Er is ook meer vraag naar leerlingenvervoer. • Ten aanzien van leerlingenvervoer is, zoals u nu opmerkt, een vaste chauffeur of begeleider erg belangrijk. Vervolgens is het ook van belang toe te werken naar meer zelfstandig kunnen reizen. Kinderen kunnen dan zelf activiteiten ondernemen (bijvoorbeeld met behulp van een OV-coach). Verder moet de publieke mobiliteit zich richten op de randen van stedelijk gebied (zoals Leidschendam-Zuid en -Noord), landelijk gebied en de kern Stompwijk. Stichting WOEJ is jaren geleden al ingesprongen waar reguliere buslijnen werden opgeheven. Wij zijn de kansen die publieke mobiliteit biedt nu ook voor Stompwijk aan het onderzoeken. Naast Stompwijk zullen wij ook naar de bereikbaarheid van het buitengebied kijken waar het gaat om recreatie. Hierbij noemen wij Vlietvoorde, de Nieuwe Driemanspolder en Vlietland. Reactie algemeen bestuur Wij zijn het eens met uw visie op publieke mobiliteit en de noodzaak om regulier OV en doelgroepenvervoer beter op elkaar af te stemmen. Dit sluit aan bij de Mobiliteitsvisie, waarin publieke mobiliteit als richtinggevend concept is benoemd.
Het doel is een inclusiever mobiliteitssysteem waarin verschillende vervoersvormen elkaar versterken, met behoud van kwaliteit en betrouwbaarheid. De verdere uitwerking wordt beschreven in het uitvoeringsprogramma. Een eerste stap is het onderzoek naar de integratie van systemen. Ook aandacht voor randen van stedelijk gebied en landelijk gebied, zoals Stompwijk, maakt deel uit van deze aanpak. Daarbij geldt dat eventuele efficiëntieverbeteringen niet ten koste mogen gaan van de kwaliteit van vervoer, zeker voor kwetsbare doelgroepen. Wij nemen uw suggesties mee, waaronder het belang van vaste chauffeurs, OV-coaches en het gefaseerd opbouwen van publieke mobiliteit via pilots. Woonmilieus Hoewel delen van de gemeente Leidschendam-Voorburg stedelijk zijn, zijn andere delen de randen van het stedelijke gebied, of zoals eerder aangegeven, een dorpskern of buitengebied (in de MOVI ‘Ruimtelijk Wonen en Recreëren genoemd). De stadsranden, het landelijk gebied en Stompwijk hebben op het vlak van mobiliteit een eigen dynamiek. Automobiliteit speelt er een belangrijke rol. Nu, maar ook in de toekomst. Wij vragen u dit blijvende belang te erkennen. Wij missen de corridor van de A4 Haaglanden N14. Het snelwegproject is door het Ministerie van IenW langdurig op pauze gezet. Tegelijkertijd bevinden zich in deze corridor veel ontwikkelingen.
Landelijk, omdat de A4 voor een belangrijk deel tussen Amsterdam en Rotterdam inligt. Omdat rond die twee steden op extra capaciteit is ingezet, maar ook omdat de Rijnlandroute inmiddels in gebruik is genomen, riskeert de A4 ter hoogte van Den Haag een ‘flessenhals’ te worden, een bron van files. Ook voor Leidschendam-Voorburg is het project belangrijk. Denk alleen al aan de ontwikkelingen van Overgoo en Klein Plaspoelpolder (samen ruim 1100 nieuwe woningen). Samen met betrokken gemeenten zoekt u naar alternatieve, mitigerende maatregelen. Dit waarderen wij zeer. Stilstaan en afwachten is gelet de toenemende verkeersdruk geen optie. In dit verband wijzen wij op het belang van RandstadRailhalte Leidschendam-Voorburg. Behalve als alternatief voor de N14 is deze halte ook essentieel voor de bereikbaarheid van Overgoo en Leidschendam-Zuid. Leidschendam-Voorburg onderzoekt mogelijke oplossingsrichtingen voor de RandstadRailhalte, samen met de gemeente Den Haag, de MRDH en vervoerders. De raad verzoekt vriendelijk doch dringend, aan de MRDH om samen met gemeente Den Haag doorgaand verkeer actiever aan te sporen om de Rotterdamsebaan te gebruiken. Dit ook op te laten nemen in de mobiliteitsvisie MRDH 2050.
Reactie algemeen bestuur Wij erkennen het belang van de verschillende woonmilieus en de specifieke mobiliteitsdynamiek in stadsranden, landelijk gebied en dorpskernen zoals Stompwijk. Automobiliteit speelt daar nu én in de toekomst een rol, en dit blijvende belang is ook benoemd in de Mobiliteitsvisie. De visie kiest voor een integrale benadering waarin alle modaliteiten – inclusief de auto – worden meegenomen, afhankelijk van de gebiedsopgaven. Daarnaast is de corridorkaart indicatief. Dit betekent dat we na de vaststelling in de uitwerking van het uitvoeringsprogramma, inclusief de corridoraanpak, met elkaar in gesprek gaan over de corridors. 40
Corridors In de Ontwerp MOVI worden een aantal corridors vermeld. Waaronder ook de Koningscorridor (Den Haag Centraal – Voorburg – Zoetermeer/ Delft) en de Zuidwestlandcorridor (volgt tussen Den Haag, Leidschendam-Voorburg en Zoetermeer het tracé van RandstadRaillijnen 3 en 4). Ten aanzien van de Koningscorridor voert de gemeente Leidschendam-Voorburg samen met de gemeente Zoetermeer en Den Haag en het Ministerie van IenW een studie uit naar ruimtegebruik van, op en rondom de A12- en spoorzone (waarvan een deel bekend staat als de ‘Huygenstunnel’). Wij zijn van mening dat uw betrokkenheid in dit kader wenselijk is. Daarnaast hoort Leidschendam-Voorburg samen met de MRDH en andere overheden bij de initiatiefnemers van de Planning – en Studiefase van de Vlietlijn. Eventuele doortrekking van de Vlietlijn vanaf station Voorburg richting Zoetermeer kan alleen ondergronds plaatsvinden. Voor de Oude Lijn-corridor wordt momenteel een MIRT-Verkenning doorlopen. De gemeente Leidschendam-Voorburg is actief betrokken bij het onderdeel ‘Station Laan van NOI’. Hierbij wordt gewerkt aan een Voorkeursalternatief (VKA) voor Knooppunt Laan van NOI.
Zowel voor Laan van NOI als het verderop gelegen Den Haag Mariahoeve (geen onderdeel van de MIRT-Verkenning) geldt dat het belangrijke knooppunten zijn met goede verbindingen naar de Mall en wijken in Leidschendam Noord die lager scoren op brede welvaart (Den Heuvel en Prinsenhof). In algemene zin willen wij u aandacht vragen voor P+R locaties die gerelateerd zijn aan corridors. In algemene zin merken wij op dat in het noordelijke deel van de MRDH (het voormalige Haaglanden) P+R voorzieningen bij Openbaar Vervoer achterblijven ten opzichte van Rotterdam en omgeving. Over het algemeen is er ook een gebrek aan grootschalige parkeervoorzieningen. De gemeente Leidschendam-Voorburg is graag bereid samen met andere gemeenten en de MRDH P+R-beleid te ontwikkelen. Daarnaast vragen wij de MRDH om bij de uitwerking van de Mobiliteitsvisie samen met de gemeenten aandacht te schenken aan de verschillende gebiedstypen die door de verschillende corridors worden doorkruist. Dit kan er bijvoorbeeld toe leiden dat knooppunten die in eenzelfde corridor liggen, maar in verschillende gebiedstypes, op verschillende manieren worden ontworpen. Vanzelfsprekend gaan wij voor de corridors die door Leidschendam-Voorburg graag het gesprek met u en andere gemeenten aan. Daarbij zal uit de praktijk moeten blijken of evaluatie om de 2 jaar het best werkbaar is.
Reactie algemeen bestuur Dank voor uw aandacht voor de verschillende gebiedstypen binnen corridors. Wij onderschrijven dat deze diversiteit vraagt om maatwerk in ontwerp en inrichting van knooppunten. Dit uitgangspunt is ook opgenomen in de Mobiliteitsvisie en wordt verder uitgewerkt in het uitvoeringsprogramma. Daarbij betrekken we gemeenten actief om per corridor en gebiedstype passende oplossingen te realiseren. Maassluis Algemeen In uw brief van 12 september 2025 nodigt u ons uit onze zienswijze(n) kenbaar te maken op zowel de Mobiliteitsvisie, als de visie op Economisch vestigingsklimaat. Wij hebben met belangstelling kennis genomen van beide visies. Wij kunnen op hoofdlijnen instemmen met beide visie. De visies kunnen op enkele punten beter. Op die punten gaan wij hieronder in. Wij verzoeken u deze punten mee te nemen bij de vaststelling van beide visies. Reactie algemeen bestuur Wij danken u hartelijk voor uw zienswijzen en kijken ernaar uit om samen met u en de andere gemeenten verder te werken aan de uitwerking van de Visie Economisch Vestigingsklimaat en de Mobiliteitsvisie. Inhoudelijke opmerkingen Visie Economisch Vestigingsklimaat Erkenning van Maassluis als economische bron In Maassluis is een wereldmarktleider in agrarische technologie gevestigd. Dit is een toonaangevend voorbeeld van innovatieve maakindustrie voor agritech en robotica.
Wij stellen u voor deze onderneming (en enkele andere bedrijven uit het Maritieme cluster, zie bijlage) op te nemen in de lijst van regionale economische hotspots.
41
- Lely Industries - Hightech Horticulture / Innovatieve maakindustrie - De Haas Shipyards - Duurzaam Maritiem & Haven - Sima Charters - Duurzaam Maritiem & Haven - MacArtney Benelux BV - Duurzaam Maritiem & Haven - HDM - Holland Diesel Maassluis BV - Duurzaam Maritiem & Haven - Saphire-CTC - Overheid / Vrede / Recht - Loods M - Duurzaam Maritiem & Haven Reactie algemeen bestuur Wij onderschrijven het belang van de door u genoemde bedrijven voor de regionale economie. Op de hotspotkaart worden plekken geduid. Het opnemen van individuele bedrijven – hoe relevant ook voor de economie – is niet de bedoeling. Wel zullen wij de kleurstelling in 7.2 (indicatieve kaart) voor wat betreft Innovatieve maakindustrie (blauw) en Hightech horticulture (groen) aanpassen voor wat betreft Maassluis. Loods M zullen wij toevoegen aan de hotspot-lijst. OV-knooppunten Benoemen van de woonbehoefte en gebiedsgerichte ontwikkeling die inherent verbonden zijn aan het thema werkgelegenheid en groei van de regio. De drie metrostations in Maassluis langs de Hoekse Lijn zijn OV-knooppunten die een belangrijke rol spelen in het woon-werk akkoord, de regionale economische structuur en stedelijke verdichting. Deze verdienen vermelding in de visie. Reactie algemeen bestuur Wij onderschrijven het belang van OV-knooppunten. In de uitwerking (gebiedsgerichte aanpak) zal hier aandacht voor zijn.
Stads- en dorpsverzorgende economie opnemen als cluster/pijler Maassluis hecht grote waarde aan een vitale detailhandel, horeca, zorgeconomie en toerisme. Op pagina 28 +29 staat de stads- en dorp verzorgende economie nog benoemd als 6e regionale cluster, op andere plekken in de visie niet. Dat is verwarrend. Wij vragen u om ook deze stadsverzorgende sectoren expliciet te benoemen als fundamentele pijlers van het vestigingsklimaat en de brede welvaart in de regio. Reactie algemeen bestuur De stads- en dorpsverzorgende economie is belangrijk voor de regio en heeft ook een relatie met de 5 regionale clusters. In hoofdstuk 7 van de visie is dit verder uitgewerkt. Financiële aspecten en programmatische aanpak voor kleinere gemeenten Wij vragen aandacht voor de positie van kleinere gemeenten, zoals Maassluis, in het kader van de bijdrageregeling. Cofinancieringseisen en ravijnjaren mogen geen belemmering vormen voor noodzakelijke investeringen. Reactie algemeen bestuur Wij onderschrijven dat er ook bij kleinere gemeenten een investeringsopgave ligt. Daarom is daar ook in het kader van de (aan te passen) bijdrageregeling expliciet opgenomen dat hier ruimte voor blijft. Wel geldt dat de grootste focus ligt op het versterken van het vestigingsklimaat voor de 5 regionale clusters. Ontegenzeggelijk ligt hier wel een relatie met een sterke stads- en dorpsverzorgende economie.
Inhoudelijke opmerkingen Mobiliteitsvisie HOV Maassluis - Den Haag via het Westland past binnen Zuidwestlandcorridor Goed openbaar vervoer in alle richtingen is belangrijk voor Maassluis. In de huidige situatie heeft Maassluis alleen goed openbaar vervoer richting Rotterdam. Samen met Westland en Den Haag zijn wij voor de lange termijn voorstander van een HOV verbinding (bij voorkeur een Iightrailverbinding) vanaf de Hoekselijn in Maassluis via Naaldwijk naar Den Haag. Samen met onder andere deze twee gemeenten is in 2021 de studie van Strand naar Stad uitgevoerd. Deze studie schetst de mogelijkheden voor Hoogwaardig openbaar vervoer en ruimtelijke ontwikkelingen. De HOV verbinding vanaf Maassluis (de Hoekse Lijn) - Naaldwijk - Den Haag hebben wij dan ook opgenomen in onze omgevingsvisie.
42
In de voorliggende Mobiliteitsvisie is een mogelijk nieuw te realiseren HOV verbinding ten noorden van de Hoekse Lijn getekend (parallel aan de A20) met een aantakking op de Hoekse Lijn ten oosten van Maassluis (nabij de Blankenburgverbinding). Daarbij wordt opgemerkt dat het om een indicatief netwerk gaat. Mede op basis van de vastgestelde Omgevingsvisie Den Haag vragen wij u nadrukkelijk uw keuze preciezer te maken door deze aantakking in Maassluis te positioneren. Reactie algemeen bestuur Het netwerk in de Mobiliteitsvisie is indicatief van aard. Binnen de verdere uitwerking van de corridoraanpak wordt onderzocht wat ruimtelijk, technisch en maatschappelijk haalbaar is in en rond Maassluis. In de uitwerking van corridors bekijken we de precieze aantakking. Combineren van openbaar vervoer + doelgroepenvervoer: waarborgen kwaliteit en zeggenschap Voor de inwoners van Maassluis is goed en goed toegankelijk openbaar vervoer belangrijk: als alternatief voor de auto in het kader van de mobiliteitstransitie, voor ouderen en voor mensen met een beperking. De combinatie van openbaar en doelgroepenvervoer is mogelijk interessant omdat het kansen biedt voor een fijnmazig en goed toegankelijk openbaar vervoer. Voorwaarde voor het combineren van openbaar vervoer en doelgroepenvervoer is het waarborgen van de kwaliteit en voldoende zeggenschap bij de gemeenten.
Wij vragen u hiermee rekening te houden. Voor het doelgroepen vervoer werken wij reeds naar tevredenheid samen met de gemeenten Vlaardingen en Schiedam. Rog Plus verzorgt de uitvoering. Reactie algemeen bestuur We erkennen het belang van toegankelijk OV en doelgroepenvervoer. Combinatie van openbaar vervoer en doelgroepenvervoer biedt kansen voor fijnmazig OV en wij onderschrijven uw oproep voor kwaliteit en gemeentelijke zeggenschap. In het onderzoek naar de (on)mogelijkheden van een koppeling tussen openbaar vervoer, doelgroepenvervoer, kleinschalig vervoer, gedeeld vervoer en bedrijfsvervoer voor publieke mobiliteit nemen we deze onderwerpen mee. Regionale steun nodig voor aanpassing autonetwerk Samen met buurgemeente Midden-Delfland onderzoeken wij voor de lange termijn een oplossing voor de verbinding Maassluiseweg - Oude Veiling. Vanwege het regionale karakter en de omvang van de oplossing hebben wij hier steun van de MRDH voor nodig. Reactie algemeen bestuur Indien verbetering van het genoemde knelpunt bijdraagt aan de regionale doelstellingen van de Mobiliteitsvisie past het in het gezamenlijk onderzoek van de corridoraanpak. Nachtmetro eerste stap in publieke mobiliteit 24/7 Wij vragen u ervoor te zorgen dat de metro in de avond/ nacht langer rijdt, zodat de metro ook in de avonduren een goed alternatief voor de auto wordt.