CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept-handelingen van de gemeenteraadsvergadering van 25 september 2025

Raadsvergadering 6 november 2025, gemeente DelftBij agendapunt: Handelingen van de gemeenteraadsvergadering van 25 september 202544.250 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

We snappen dat dit nog een groeiproces is, een proces in ontwikkeling, maar we vinden dat je die kleinschalige straat- en buurtinitiatieven nu in het programma moet meenemen en daarvoor ook uitgangspunten moet formuleren. Daar roept de motie toe op.

91

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

De heer VALK (CDA): Ik luister met belangstelling. Het is een interessant voorstel. Delft is anders dan de genoemde gemeenten, want wij zijn een groot warmtenet aan het uitrollen. Ik ben er een beetje bang voor dat zo'n klein initiatief de toekomstige uitrol van het grote warmtenet in de weg kan gaan zitten, omdat er al een klein warmtenet ligt. Herkent GroenLinks dit risico en, zo ja, hoe wil GroenLinks daarmee omgaan? Stort de businesscase van het grote warmtenet dan op termijn niet in? De heer HERREMA (GroenLinks): Dat is een terechte vraag. Het is natuurlijk een experiment. We zijn allemaal nog een beetje zoekende hoe dit verder gaat verlopen, maar wij zien dit risico op dit moment niet. Ik denk dat u de vraag straks ook aan de wethouder moet stellen, want dan zal zij daar een antwoord op geven. De andere motie, die ertoe oproept om expliciet aandacht te besteden aan koeling, dient GroenLinks mee in, maar ik laat de inhoudelijke toelichting over aan het CDA, STIP of allebei. Door de fracties van GroenLinks, D66, STIP en de PvdA wordt motie 7.8.1 (Ruimte voor energie- en warmte-initiatieven) ingediend: "Deze motie wordt besproken door de gemeenteraad van Delft in de vergadering van 25 september 2025 bij de bespreking van Uitgangspuntennotitie Warmteprogramma 2026 (2528370). We stellen vast dat: -

Delft de ambitie heeft om in 2050 klimaatneutraal te zijn en dit in de routekaart klimaatneutraal heeft opgenomen; het opstellen van het Warmteprogramma 2026 een vervolg is op het Warmteplan 2021; in het Warmteplan 2021 en in de uitgangspuntennotitie wel wordt gesproken over ruimte voor initiatieven, maar er geen kaders zijn opgesteld wanneer en hoe er wordt samengewerkt met een initiatief; er in de afgelopen jaren verschillende gemeenten zijn waar ervaring is opgedaan in de samenwerking tussen gemeenten en bewonersinitiatieven, zoals Amsterdam, Zwolle en Zutphen.

We hebben nagedacht over en houden er rekening mee dat: -

-

de gemeente Delft niet in alle wijken tegelijk aan de slag kan gaan, maar er wel in de stad vele initiatiefrijke mensen zijn die samen bij willen dragen aan een gasloze oplossing voor hun straat, buurt of wijk, wat de kansen vergroot om de energietransitie te versnellen; het opnemen van een duidelijke rol voor bewonersinitiatieven die bij willen dragen aan de energie- en warmtetransitie, in het beleid de betaalbaarheid van en het gevoel van eigenaarschap over de energietransitie onder de inwoners kan verbeteren; 92

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

-

met de ingang van de nieuwe Warmtewet een nieuwe speler aan het spel is toegevoegd, namelijk de energiegemeenschap, en dat daarmee ook nieuwe spelregels opgesteld moeten worden.

Wij vinden dat we in de wijken waar we nu niet actief zijn, niet alleen de individuele oplossing, maar juist ook de (kleine) collectieve oplossingen moeten aanmoedigen, omdat deze in duurzamere en socialere oplossingen kunnen resulteren. We geven het college opdracht om: -

-

-

bij het opstellen van het Warmteprogramma niet alleen naar grootschalige collectieve warmtenetten en individuele oplossingen te kijken, maar ook ruimte te maken voor mini-warmtenetten en kleinschalige straat- of buurtinitiatieven die gezamenlijk, inclusief en democratisch naar een gasloze oplossing zoeken; bewonersinitiatieven die bijdragen aan de energie- en/of warmtetransitie een duidelijke rol te geven in het Warmteprogramma en te leren van gemeenten met ervaring; aanvullend op het Warmteprogramma een helder afwegingskader op te stellen ten aanzien van samenwerking met energie- en warmte-initiatieven met ruimte om daarin te groeien en daarbij de volgende uitgangspunten mee te nemen: o inclusieve en representatieve samenstelling van deze initiatieven in de buurt of wijk; o democratische organisatievorm; o aansluiting op de uitgangspunten van het Warmteprogramma; o lopende collectieve trajecten of warmte of energie mogen niet worden doorkruist; o welke vorm van ondersteuning het initiatief kan verwachten; hierover bij de bespreking van het Warmteprogramma terug te koppelen,

en we gaan over tot de orde van de dag." De heer VALK (CDA): Voorzitter. Op 28 juni 2009 organiseerde de Britse natuurkundige Stephen Hawking een feest op de universiteit Cambridge. Hij had een hele mooie zaal feestelijk ingericht, had dure champagne laten aanrukken en had feestelijke hapjes laten komen. De uitnodiging voor het feest stuurde hij alleen pas een dag later, toen het feest al voorbij was. Hij wilde met dit experiment aantonen dat terugreizen in de tijd mogelijk was. Hij ging ervan uit dat de uitnodiging vroeger of later wel een keer gevonden zou worden en dat iemand nieuwsgierig terug zou reizen in de tijd om het feest bij te wonen. Maar er kwam niemand. Wat heeft dat met deze motie te maken? Gisteren schreef ik met mevrouw Fung Fen Chung en de heer Herrema een motie. We hadden de motie ingediend om twaalf uur en hebben haar naar de griffie gestuurd. Toen bleek ineens dat wethouder Van Vliet al bezig was met de uitvoering van het tweede dictum. Dat bracht me even in verwarring. Ik dacht: ik kan het tweede dictum natuurlijk laten staan en dan op deze vanwege uw debuut, 93

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

voorzitter, toch bijzondere avond in de geest van Stephen Hawking claimen dat de wethouder, die een motie al uitvoert voordat die geschreven is, hét bewijs levert dat tijdreizen mogelijk is. Dat had ons ongetwijfeld de Nobelprijs voor Natuurkunde opgeleverd. Met die gedachte was ik al bezig met de acceptance speech voor december, maar we hebben toch besloten om het tweede dictum weg te laten. We wachten het Actieplan Hitte met interesse af. Nu even serieus: de motie zoals die er nu ligt, met twee dictums, dienen we in omdat we vinden dat koeling een belangrijk onderdeel is van de hele energietransitie en warmtetransitie. Koeling gaat alleen maar belangrijker worden. We willen met deze motie vragen om koeling de aandacht te geven die zij verdient. Natuurlijk beseffen we dat de gemeente niet actief op grootschalige actieve koeling kan gaan sturen in de bestaande bebouwing. Dat kan het elektriciteitsnet ook niet aan, maar daar vraagt de motie ook niet om. De motie roept de wethouder gewoon op om expliciet aandacht te besteden aan het vraagstuk van koeling bij bestaande bebouwing.

In reactie op de andere motie heb ik de vraag die ik al aan GroenLinks gesteld heb: herkent de wethouder het risico dat die kleine warmtenetten de businesscase van het grote warmtenet op termijn kunnen frustreren? De tweede vraag: vallen die eigen initiatieven ook onder de Wet collectieve warmte en hoe zit het met de juridische bescherming van de bewoners die daar gebruik van maken? Aan de hand van de antwoorden bepalen we onze reactie op deze motie. Door de fracties van het CDA, STIP, GroenLinks en D66 wordt motie 7.8.2 (Koeling in het Warmteprogramma) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, bijeen op donderdag 25 september 2025 ter bespreking van de collegebrief Update en Uitgangspuntennotitie Warmteprogramma Delft 2026, constaterende dat:   

in de uitgangspuntennotitie over koeling staat dat in het Warmteprogramma niet actief gestuurd wordt op koeling en dat voor bestaande bebouwde omgeving (enkel) ingezet wordt op passieve koeling; naast het passief en actief koelen bij warmtepompen er ook gekoeld kan worden via warmtewerende maatregelen aan gebouwen of de openbare ruimte; de gemeente Delft een beleidsregel klimaatadaptief bouwen heeft bij nieuwbouw, maar geen beleidskaders heeft voor klimaatadaptatie bij bestaande bouw;

overwegende dat:  

passieve koeling doorgaans energiezuiniger is dan actieve koeling, maar lang niet altijd voldoende koeling kan bieden voor gebouwen; door klimaatverandering de vraag naar koeling alleen maar zal stijgen; 94

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

 

bewoners en gebruikers van gebouwen zelf ook maatregelen kunnen nemen om hun woning of gebouw actief te koelen, maar dat deze vaak duur zijn en veel elektriciteit gebruiken; in Delft netcongestie is afgeroepen, waardoor we willen voorkomen dat de elektriciteitsvraag van bestaande gebouwen onnodig hard stijgt;

roept het college op:  

in het Warmteprogramma expliciet aandacht te besteden aan het vraagstuk koeling bij bestaande bebouwing; inzichtelijk te maken hoe koeling in bestaande bouw wordt meegenomen en wanneer dit niet binnen het Warmteprogramma wordt opgepakt, inzichtelijk te maken via welke andere beleidslijnen dit vorm krijgt,

en gaat over tot de orde van de dag." De VOORZITTER: Ik stel voor om reacties mee te nemen in de eerste termijn. Dat scheelt een hoop tijd. Mevrouw FUNG FEN CHUNG (STIP): Voorzitter. Ik zal proberen het kort te houden, want het CDA en GroenLinks hebben al veel verwoord. We zijn over het algemeen heel tevreden met de uitgangspunten van het Warmteprogramma, dat een goede richting geeft aan hoe we in Delft voor 2050 van het gas afgaan, maar we dienen deze twee moties in om nog wat aan te scherpen en accenten te leggen. Wat de motie voor meer ruimte voor kleine initiatiefnemers in de energie- en warmtetransitie betreft sluit ik me volledig aan bij de woorden van GroenLinks. Bij de motie van het CDA wil ik er nog één extra accentpunt uitlichten. Het CDA heeft vooral uitgelicht dat we het vraagstuk hebben van actieve koeling en passieve koeling. Het is belangrijk om voor die koeling breder te kijken dan het Warmteprogramma en dus ook om te kijken hoe we hiermee omgaan in onze woningen en in de openbare ruimte. Daarom hebben we het tweede dictum zo laten staan. Ook al bespreken we vanavond het Warmteprogramma, het is belangrijk om dat vraagstuk breed te bekijken over de verschillende beleidsvelden. Waarom is deze motie nu nodig? Koeling heeft wat deze partijen betreft nog niet de aandacht die zij verdient. De heer TREFFERS (Volt): Voorzitter. Wij zullen beide moties steunen.

Ik zal heel kort ingaan op de koeling. U kent ons natuurlijk als een partij die ook naar andere landen kijkt. Ook als bouwkundige weet ik dat het maar een paar graden hoeft te schelen voordat mensen al actief gaan koelen. Als je België binnenrijdt, zie je enorm veel airco's. Dat is niet goed voor het milieu. Daarom lijkt het mij heel goed om daar van tevoren over na te denken. De heer VAN DER STEEG (PvdA): Voorzitter. De twee moties die over dit mooie programma zijn ingediend, vinden wij mooie toevoegingen aan wat het college heeft uitgewerkt. Daarom hebben we de eerste motie over de energie- en warmteinitiatieven mede ingediend. Het CDA stelde overigens een goede vraag. Zo hadden wij er in ieder geval nog niet naar gekeken, maar ik denk dat het goed is om daar 95

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

van het college een reactie op te krijgen. We kunnen het niet over warmte hebben zonder het ook over koeling te hebben, want de warme dagen herkennen we allemaal. Het is dus heel goed dat daar ook aandacht voor komt, want je kunt het wat ons betreft niet over warmte hebben zonder het ook over koelte te hebben. Wij zullen beide moties dus zeer waarschijnlijk steunen, tenzij er natuurlijk hele onoverkomelijke bezwaren zijn. Mevrouw VAN DER VLIST (ChristenUnie): Voorzitter. Er is bij ons nog twijfel over de motie die verzoekt om koeling op te nemen in het Warmteprogramma, niet omdat koeling door de klimaatverandering niet een steeds belangrijkere rol gaat spelen in de huizen in onze stad, maar omdat we ons warmtevraagstuk nu een beetje gaan mengen met ons koeltevraagstuk in het hitteplan. Wij zijn een beetje bang dat er daardoor verwarring in het beleid en in de uitrol kan komen. Mijn vraag aan het CDA maar ook aan de andere indienende partijen is dus wat zij precies bedoelen met het vraagstuk van koeling. Is dat alleen actieve koeling met de nieuwe technieken in de warmtepomp en de airco's of is het ook passieve koeling? Ook vraag ik de wethouder wat het precies betekent als we koeling meenemen in de warmteplannen.

Kijken we dan alleen naar actieve koeling? Als een burger straks zijn huis koeler wil hebben, moet hij dan naar een warmteplan gaan kijken of naar een hitteplan en kan dat hitteplan dan misschien "koelteplan" heten? Het is een beetje verwarrend. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Voorzitter. GroenLinks heeft het initiatief genomen voor een motie die vraagt om kaders voor kleinschalige initiatieven op het gebied van energie en warmte. In de basis zijn wij heel enthousiast over het daar leggen van verantwoordelijkheden waar ze horen. Daar horen vervolgens ook heldere kaders bij. Tegelijkertijd merken we dat we wat zorgen hebben. Misschien lopen ze een beetje op de troepen vooruit, maar denk aan zorgen zoals: maakt een lappendeken van kleine oplossingen het onderhoud en het beheer niet ontzettend lastig? Wat gebeurt er na een verhuizing? Moeten de bewoners van dat collectief het beheer dan zelf opnieuw vormgeven? En zijn ze eigenlijk niet te klein om genoeg druk te zetten bij een probleem? En natuurlijk ook de vraag hoe we ook voor die kleinschaligere initiatieven de kosten beheersbaar houden, want er is hier geen ACM die berekent of de kosten aannemelijk zijn. Als de oplossing in de praktijk tegenvalt en de kosten hoger uitvallen, kun je daar niet zo heel veel tegen doen.

Het concept waarin we bewoners het initiatief laten nemen en de verantwoordelijkheid laten pakken om die initiatieven te nemen vinden we echt een heel mooi gedachtegoed. In dat kader kunnen we ook prima met deze motie instemmen, maar richting de uitvoeringsplannen willen we heel graag met elkaar, met u als raad, die risico's gaan wegen om echt zeker te weten dat we hier met elkaar de goede keuzes maken en die ruimte blijven bieden, inclusief de randvoorwaarden daarbij. Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. Heel snel; ik sla een heel stuk over. Bij ons leven er in ieder geval drie belangrijke zorgen. Ten eerste: geluidsoverlast, want warmtepompen veroorzaken lawaai. Ten tweede: veiligheid en de risico's rondom de techniek. Ten derde: hittestress, want met dit project komt ook veel hitte vrij. Wij vragen het college om deze zorgen serieus te wegen. Wellicht zijn er nog betaalbare alternatieven. 96

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

De heer GROENEVELD (D66): Voorzitter. Wij hebben beide moties mede ingediend, omdat we het belang hiervan onderschrijven, zoals we ook in het commissiedebat hebben aangegeven. We zien dan ook graag dat kleinschalige initiatieven vanuit de buurt via buurtcoöperaties of anderszins ruimte krijgen in het Warmteprogramma. Vandaar dat we de motie hierover mede hebben ingediend. We zijn het met het college eens dat dit niet de businesscase van de grootschalige aanpak moet ondermijnen. Met de motie Ruimte voor energie- en warmteinitiatieven, die we dus mede hebben ondertekend, willen we de aanvullende waarde van kleinschalige initiatieven dan ook een plaats geven in het Warmteprogramma. In het commissiedebat stipten we ook de samenhang van warmte en koeling aan en gaven we aan dat de aandacht daarvoor in het Warmteprogramma aan de summiere kant is. We vinden het wenselijk dat deze twee zaken een integralere plaats krijgen, alsmede een directe relatie met het hitteactieplan, daar waar de technieken dit relevant maken. Vandaar dat we ook die motie mede hebben ingediend. De heer VAN DER SLUIS (SP): Voorzitter. Ik ben heel blij dat de wethouder in het stuk de keuze heeft gemaakt om koeling niet mee te nemen. Ik denk dat dat verstandig is.

Je kan wel zeggen dat we alles gaan doen op dit gebied, want alles is leuk en mensen vinden alles leuk en aardig, maar het kost natuurlijk ook allemaal geld. Ik ben heel blij dat we iets doen aan woningen, aan het verbeteren van woningen, klimaatadaptatie en al dat soort dingen, maar je moet ergens een grens trekken. Ik denk dat koeling op dit moment niet die hoge prioriteit moet krijgen en dat het verstandig is om dat nu niet mee te nemen in de plannen, zoals het college ook voorstelt, en om al onze aandacht te besteden aan die andere dingen, die echt veel belangrijker zijn. Vandaar dat wij de tweede motie niet gaan steunen. Wethouder ZWART: Voorzitter. Er liggen twee moties en er zijn een aantal vragen gesteld. Beide moties zijn wat het college betreft oordeel raad. Het is dus aan u om te bepalen of u datgene wat in de moties staat, wilt meegeven als aandachtspunten in het Warmteprogramma. Daarmee zeggen we dus ook dat beide moties in principe uitvoerbaar zijn, maar het is echt aan u als raad om daar een oordeel over te geven en aan te geven wat u daarvan vindt. De eerste motie is de motie Ruimte voor energie- en warmte-initiatieven. Daarover hebben we het in de commissie natuurlijk gehad. Het is echt heel belangrijk dat die initiatieven een groter warmtenet niet ondermijnen, want dat is wel een risico.

Ik ben daarom blij met een van de onderdelen van de motie, namelijk "lopende collectieve trajecten of warmte of energie mogen niet worden doorkruist". Dat interpreteer ik als: staande, grote warmtenetten mogen niet in de spaken worden gereden door dit soort kleine initiatieven. Ik zie deze motie ook als richtinggevend en ik hoop dat u het goedvindt dat wij dit in het Warmteprogramma verder doordenken en uitwerken naar wat werkbaar zou zijn voor collectieve trajecten. Dat is de roep die ik zie en dat zijn ook de uitgangspunten die u meegeeft, maar we willen daar echt nog even een slag verder over nadenken: wat zou werken in Delft en waar zou dat werken in Delft? 97

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

De tweede motie is de motie Koeling in het Warmteprogramma. De VOORZITTER: Zullen we de wethouder eerst het verhaal laten afmaken? Wethouder ZWART: Dank u wel, voorzitter. Koeling gaat eigenlijk over drie onderdelen. Bij actieve koeling heb je het echt over mechanismen, dus over airco's of warmtepompen. Dat gaat over dingen aan het huis, dus bijvoorbeeld een zonnescherm, en over klimaatadaptatie. Op het eerstgenoemde punt zal ik ingaan; wethouder Van Vliet zal ingaan op de andere onderdelen. Uw vraag is wat het betekent als de motie wordt aangenomen, dus wat het betekent als we actieve koeling meenemen in het Warmteprogramma. Ik wil heel helder zijn in het verwachtingsmanagement. Je krijgt hele gekke dingen in het Warmteprogramma en hele dure oplossingen op onlogische plekken als wij actieve koeling als primaire reden nemen om warmteoplossingen te kiezen. Wij stellen dus voor om deze motie zo te interpreteren dat we inzicht geven in de hitte-eilanden in Delft, in de warmtetechniek die we daar voorstellen en welke risico's dat met zich meebrengt. We kijken dus vanuit het oogpunt van koeling en warmtetechniek, maar we laten de warmtetechniek niet per se aansluiten op de logica van koeling. Waarom doen we dat? Omdat de koeltevraag nu 10% is van de warmtevraag. Dat staat nu dus nog niet in verhouding tot elkaar en dat zien we in de nabije toekomst ook niet veranderen.

Dat is echt heel belangrijk, want anders krijg je hele dure warmtetechnieken op plekken die daar niet om vragen. Er is nog een openstaande vraag van het CDA: vallen kleine netten onder de Wet collectieve warmte? Dat is een hele technische vraag, want dat ligt echt aan de grootte van de netten. Er zijn een aantal specificaties die dat bepalen. Dat kunnen we verder uitwerken in het Warmteprogramma, maar dat kan ik nu niet doen. Dan moet ik echt een heel werkstuk aan u gaan overleggen. De VOORZITTER: Nee, nee. En niet alleen omdat ik een totale alfa ben. Wethouder ZWART: Er was nog een vraag van Onafhankelijk Delft: of wij de zorgen die met verschillende technieken meekomen serieus nemen. Ja, uiteraard. De VOORZITTER: Dat is een heel mooi, kort antwoord. Ik had de heer Valk beloofd dat hij deze wethouder nog mag interrumperen. De heer VALK (CDA): De wethouder interpreteert de motie van de heer Herrema zo dat alle lopende of zelfs geplande warmte-initiatieven niet doorkruist mogen worden. Dat is wat ruimer dan in de tekst van de motie, maar er zijn natuurlijk ook wijken waar we nog niks gepland hebben, maar waar we in de toekomst wellicht een warmtenet gaan aanleggen omdat ze op de warmtekaart van Delft zo zijn aangemerkt dat het warmtenet een optimale oplossing is.

Valt dat ook onder de definitie van de wethouder of kunnen die toch doorkruist worden door deze motie? Wethouder ZWART: Ik interpreteer de motie op de laatstgenoemde wijze. Zo lees ik die zin ook: lopende collectieve trajecten of warmte of energie mogen niet worden 98

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

doorkruist. Ik lees dat dus als aparte onderdelen. Als wij zeggen dat een wijk qua publieke kosten echt verreweg het beste af is met een collectief net, moeten we dus echt heel goed kijken of die kleinere initiatieven in die wijk logisch zijn of niet. Wethouder VAN VLIET: Voorzitter. Aandacht voor hitte is belangrijk. Zoals gezegd zijn wij daar al heel druk mee bezig. Dus wie weet; ik kom graag op het feestje. Waar het gaat om de plek in de stad waar dit het belangrijkste is: daarvoor doen wij nieuwe stresstesten. Die hebben wij jaren geleden gedaan; we gaan nu nieuwe stresstesten doen waarmee we zien op welke plekken het het belangrijkst is om maatregelen te nemen tegen hitte. Dat doen wij op twee manieren. Ten eerste: zorgen dat mensen zelf zo veel mogelijk maatregelen nemen aan hun huis, dus bijvoorbeeld met zonneschermen. Wij zijn daarover nu al in gesprek met woningcorporaties, maar als we straks weten waar de nood het hoogst is en bijvoorbeeld ook waar veel ouderen wonen die kwetsbaar zijn, gaan we daar nog een extra slag in maken. U gaat dat lezen in ons hitteactieplan. Daarnaast weet u dat een boom net zoveel doet als heel veel airco's. Daarom moeten we vooral zorgen dat er daar waar het nodig is veel groen komt. Dat nemen wij mee in de uitrol van ons groenbeleid. Daarmee heb ik misschien eigenlijk al het inzicht gegeven dat u vraagt.

De VOORZITTER: We gaan naar de tweede termijn. Ik neem aan dat ook eventuele vragen daarin kunnen worden meegenomen. De heer HERREMA (GroenLinks): Voorzitter. Wethouder Zwart zegt dat ze de motie ziet als een soort handreiking. Hoe formuleerde zij het ook alweer? Richtinggevend. Laat ik daar wel bij zeggen dat het niet vrijblijvend is, want we geven een duidelijke opdracht mee om ook in de bespreking van het Warmteprogramma hierop terug te komen en om dan wat ons betreft ook echt met iets te komen. De VVD heeft volgens mij terechte zorgen, maar ik denk dat we die in moeten vullen per project en dat we per project moeten kijken wat de risico's en de kansen zijn en daar iets mee moeten doen. Dat lijkt me terecht. De motie stuurt echt duidelijk aan op plekken waar die grootschalige oplossingen eigenlijk geen juiste oplossingen zijn; dat zeg ik in de richting van het CDA. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Ik ben nog een beetje aan het kauwen op de formulering, want de wethouder geeft aan dat ze dit beschouwt als een richtinggevend kader. Tegelijkertijd gaat het heel erg om de formulering van de uitgangspunten, nu een stuk of vijf. Ik zou daar dan eigenlijk heel graag betaalbaarheid of beheersbare kosten aan willen toevoegen, maar als ik van de wethouder hoor dat dit slechts een richtinggevend kader is, voel ik een soort ruimte om dat straks in de uitwerking wellicht ook zo te zien.

Maar hoe houden we elkaar in die particuliere en kleinere initiatieven ook op het punt van de kosten scherp? 99

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025

De VOORZITTER: Dat neemt de wethouder straks mee. De heer HERREMA (GroenLinks): Dat was toch een vraag aan mij? De VOORZITTER: Ik geloof dat dit meer een vraag aan de wethouder was. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Aan allebei. De VOORZITTER: Nee. Vrienden, het is na twaalven, maar ik hou het tempo erin. De heer VALK (CDA): Voorzitter. Een heel korte reactie op de reactie van wethouder Zwart op de motie Koeling in het Warmteprogramma. Zij zegt heel terecht dat het niet de bedoeling is om hele dure oplossingen te promoten. Dat is ook zeker niet de intentie van de initiatiefnemers van deze motie, maar tegelijkertijd moeten we ons realiseren dat als we helemaal niks aan koeling doen mensen zelf airco's en andere oplossingen gaan kopen. Dat is ook duur en heel slecht voor het elektriciteitsnet. Niets doen is wat dat betreft ook geen optie. Daarom deze motie. De andere motie wordt heel breed en heel ruim geïnterpreteerd: de miniwarmtenetten zouden mogen in alle wijken waar het warmtenet niet de optimale oplossing is en waar dus bijvoorbeeld all-electric beter is. Ik weet dat de vraag over de Wet collectieve warmte heel technisch is, maar ik kreeg de motie niet eerder en ik moet de vraag dus nu stellen. Ik vind het een beetje lastig om te zeggen waar ik ja tegen zou zeggen.

Aan de ene kant vind ik het idee heel sympathiek, maar tegelijkertijd heb ik het gevoel dat er een addertje onder het gras zit waarvan we later denken "dat hebben we toen niet zo benoemd" en waarvan we spijt gaan krijgen. Ik worstel dus nog even met deze motie. De VOORZITTER: U houdt het nog even spannend. Mevrouw FUNG FEN CHUNG (STIP): Voorzitter. Wethouder Van Vliet geeft aan dat in het hitteactieplan heel veel dingen inzichtelijk gemaakt zullen worden. Zou hij het tweede dictum dan kunnen toezeggen? Dat betekent dus dat hij inzichtelijk kan maken hoe die koeling in de bestaande bouw wordt aangepakt. Mevrouw VAN DER VLIST (ChristenUnie): Voorzitter. De beantwoording van de wethouder over koeling en de interpretatie van de motie over het Warmteprogramma hebben onze verwarring grotendeels weggenomen. Wij kunnen dus voor die motie stemmen. Wat de motie van GroenLinks over de energie- en warmte-initiatieven betreft: de ChristenUnie juicht bewonersinitiatieven toe, zeker ook dit soort bewonersinitiatieven. Ook gelet op de beantwoording over het bestaande warmtenet kunnen wij deze motie zeker steunen. Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. Ik wil de wethouder alleen iets meegeven, namelijk om te proberen om de bomen die gerooid worden, sneller terug 100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16142284/2