CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept-handelingen raad 15 juli 2021

Raadsvergadering 15 juli 2021, gemeente Delft41.449 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

23 alinea's met “pvda”: 67 123 124 141 151 168 172 175 181 199 217 221 222 231 233 247 251 252 253 254 257 258 270

Maar nogmaals, er zijn ook veel andere prioriteiten. Corona is er daar zeker ook nog steeds één van. Die nuancering wil ik dus aanbrengen voor verwachtingen die er eventueel op dit punt zijn. Volgens mij heeft de wethouder de vragen allemaal keurig beantwoord. Er zijn drie moties. Ik begin met de motie Gooi geen oud hekwerk weg voordat er een nieuwe is. Ik meen begrepen te hebben dat mevrouw Van Cooten aangaf dat deze motie wat haar betreft voldoende door de wethouder is toegezegd. Klopt dat? Mevrouw VAN COOTEN (PvdA): Ik heb een toezegging gehoord van de wethouder. Dan is het een goed gebruik om de motie in te trekken. De VOORZITTER: Prima. Ik kijk even of de anderen het daarmee eens zijn. Ik zag mevrouw Kok van de SP al langskomen. Mevrouw De Koning, wilt u iets over deze motie zeggen of over die andere motie? Mevrouw DE KONING (Hart voor Delft): Over de andere motie. 53

De VOORZITTER: Dan kom ik straks bij u. Vindt u dat goed? Dan maak ik eerst dit punt af. Mevrouw DE KONING (Hart voor Delft): Ja hoor. De VOORZITTER: Ik heb de indruk dat iedereen ermee instemt. Wie zwijgt, stemt toe. Motie 8.5.1 verdwijnt dus van het toneel. Dan de motie Samen oplopen. Mevrouw Van Cooten, wilt u daar nog iets mee? Mevrouw VAN COOTEN (PvdA): Ik heb op dat punt een lichte toezegging gehoord. De VOORZITTER: Wat is uw oordeel daarover, mevrouw Van Cooten? Want dat kan u geven; dat kan ik niet voor u doen. Wat wordt het? Moet de wethouder nog één keer … Mevrouw VAN COOTEN (PvdA): Ik heb haar horen zeggen dat ik het kan opvatten als een lichte toezegging en dat ze dat eerste deel … De VOORZITTER: Een toezegging is een toezegging, zou ik zeggen. Mevrouw VAN COOTEN (PvdA): Ja, en dan is het wat ons betreft een goed gebruik om de motie niet meer in stemming te brengen. De VOORZITTER: Ik kijk even naar uw partners in crime. Is iedereen het daarmee eens? Ik zie allemaal knikkende hoofden. Uitstekend. Ook motie 8.5.2 verdwijnt dus. Dan de motie Balustrade Oude Langendijk, waarop ik in ieder geval al een kleine amendering heb gehoord van mevrouw De Koning. Klopt dat? Mevrouw DE KONING (Hart voor Delft): Dat klopt, maar ik ben even in de war door de opmerking van de heer Töns. Ik vraag me nu af of het hek helemaal blijft staan, ook als de kade vernieuwd is.

Of gaat het dan toch nog weg? Ik zit dus even met die onduidelijkheid en ook met de snelheid. Het liefst zou ik eigenlijk zien dat de Oude Langendijk op donderdag en zaterdag bij wijze van spreken afgesloten zou worden voor het verkeer, omdat daar dan heel veel snel verkeer is en omdat de mensen in de breedte gaan lopen. Dat is niet zo handig. Dat zie je ook in de Grote Marktstraat in Den Haag. Dat vind ik best wel een probleem. Als het hekwerk inderdaad blijft staan, wil ik de eerste bullet van de opdrachten in onze motie weghalen. Maar over de andere twee punten zou ik wel graag een stemming hebben. De heer HARINCK (STIP): Ik schrok van wat mevrouw De Koning zei over het mijden van verkeer op donderdag en zaterdag. Bedoelt zij daarmee ook fietsen of alleen auto's? Mevrouw DE KONING (Hart voor Delft): Daarmee bedoel ik die scooters en die elektrische fietsen die harder dan 25 km/u gaan. Want dat zie je bij de Jacob Gerritstraat: als voetganger moet je wegspringen. De VOORZITTER: Dat gaat niet meevallen. Dat wordt ingewikkeld voor de handhaving. Ik moet eerlijk zeggen dat ik dat nu al voel aankomen, maar ik kijk even naar mevrouw Huijsmans. Wethouder HUIJSMANS: Voorzitter. De discussie over wel of niet een voetgangersgebied aanwijzen, hebben we natuurlijk al eerder gehad. Toen hebben we ervoor gekozen om dat niet te gaan doen, zeker niet voor specifieke tijden. Dat is één.

Over het hekwerk heb ik gezegd dat we dat in ieder geval voor nu laten staan. Er kan altijd vanuit de evaluatie en vanuit de aanpassing van de kademuur blijken dat we het misschien toch op een andere manier moeten gaan doen, maar dat zal niet zomaar opeens gebeuren. Dat zal bij de dan zittende raadsleden zeker nog de nodige discussie gaan opleveren. 54

De VOORZITTER: Maar de kade blijft vooralsnog bestaan. Wethouder HUIJSMANS: Jazeker. De VOORZITTER: Dus de eerste bullet van deze motie verdwijnt en de motie wordt aldus aangepast. Voor de rest blijft de motie overeind. Ik constateer dat ik de beraadslaging kan sluiten. In stemming komt de gewijzigde motie 8.5.3 (Balustrade Oude Langendijk) van Hart voor Delft. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Voorzitter. De ChristenUnie gaat mee met deze motie, omdat wij over shared space dezelfde zorg hebben als Hart voor Delft. De gewijzigde motie wordt met een digitale stemming verworpen met 9 tegen 30 stemmen, waarbij de fracties van Hart voor Delft, Onafhankelijk Delft en de ChristenUnie ervoor hebben gestemd. XX. College van B en W - jaarrekening 2020 & meerjarenbegroting 2021-2024 Parkeren Delft B.V. (nr. 2115302). De VOORZITTER: Hier wordt geen motie over ingediend. De heer DE WIT (Hart voor Delft): Voorzitter. De jaarrekening laat zien dat het helemaal de verkeerde kant opgaat met Parkeren Delft. Jarenlang worden verliezen van miljoenen geleden. Dat kan je niet alleen aan corona toeschrijven. We hebben de parkeergarages verkocht aan Parkeren Delft. Nu wil de gemeente ze terugkopen omdat we belasting moeten gaan betalen over de winst, over het resultaat.

Het gevolg is dat het verlies dat we al maken, nog groter wordt. De oplossing van mevrouw Huijsmans is nu om het krediet te verhogen naar 25 miljoen. Dan kunnen ze dus nog meer rood staan. Uiteindelijk komt het volgens D66-mevrouw Huijsmans allemaal goed, maar wij hebben daar onze twijfels over. De gemeente Delft is zo arm dat we de parkeergarages in ieder geval niet meer terug kunnen kopen. Dat is ook een mooi statement. Wat de boetes en de bezwaren betreft: dat is een drama. Wij vinden principieel dat je bezwaren van burgers tegen iets wat de overheid doet, in dit geval een naheffing van belasting voor het straatparkeren, niet door een bedrijf moet laten afhandelen dat zelf het parkeren regelt. Wij vinden dus dat de rechtszekerheid van de burger het primaat heeft. Wij vinden gewoon dat de gemeente dit moet doen of in ieder geval een door de overheid of de gemeente geleid bedrijf. Dat doet het Rijk ook bij het CJIB. Nou gaan we weer het ene of andere vage bedrijf bezwaren van burgers laten behandelen. Dat kost dan weer € 40.000 meer. Dat is rechtsonzekerheid en dat is slecht voor het vertrouwen, uiteindelijk ook in de gemeenteraad, want wij zijn hier verantwoordelijk voor. Moet ik daar een motie voor indienen? Nee, want wethouder Huijsmans zegt dat het aan een nieuw computersysteem ligt, maar het zijn duizenden bezwaren, duizenden gegronde bezwaren.

Het computersysteem is niet de reden. De reden is dat het gewoon niet goed functioneert. Als iets niet goed functioneert en als de burger daar de dupe van is, kunnen wij dat niet accepteren. Dit is dus eigenlijk meer een statement. Wij vinden dat dit moet veranderen. De hele bezwaarprocedure moet weer bij de gemeente komen. Dat zal niet onder deze wethouder gebeuren. Dat begrijpen we ook, maar we hopen dat het in de volgende periode zal gebeuren. 55

De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): We hebben in de commissie uitvoerig hierbij stilgestaan. Toen heeft Hart voor Delft dit punt niet gemaakt. Waarom toen niet en nu wel? De heer DE WIT (Hart voor Delft): Dat is een kwestie van prioriteiten en indelen van wie wat zegt. Voor ons is de raadsvergadering leidend, meneer Van der Woerd, en niet de commissievergadering. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Dat deel ik als zodanig: de raadsvergadering is leidend, maar als de heer De Wit dit aan de orde had gesteld in de commissievergadering, hadden we nu misschien samen met een motie kunnen komen. Nu is die kans verkeken. Wethouder BRANDLIGT: Voorzitter. Ik hoorde vooral statements van de heer De Wit en niet zozeer vragen. De statements gingen over het terugkopen van de garages en over het punt dat we daar het geld niet voor zouden hebben. Laat ik heel kort zijn: de constructie die we met Parkeren Delft hebben, is al jaren zo. Er wordt ook elke keer door de accountant gekeken of die constructie goed is. De accountant heeft die tot nu toe altijd goedgekeurd. Corona verandert helemaal niks aan dat construct. Het is ook niet zo dat wij te arm zouden zijn om de garages terug te kopen. Het moet zin hebben om dat te doen. We hebben uitgezocht of het zin heeft om dat te doen. Dat blijkt uiteindelijk niet zo te zijn. Dat is de reden waarom wij daar nu van afzien.

Wethouder HUIJSMANS: Voorzitter. Ik heb niet echt een vraag gehoord van de heer De Wit, maar het bedrijf dat dit voor ons doet, doet dat natuurlijk niet op eigen houtje met het idee: hoe zal ik daar eens eventjes antwoord op geven? We hebben daar een heel duidelijke opdracht voor gegeven, ook voor waaraan dit moet voldoen. Daarnaast werken we met een protocol, bijvoorbeeld als je wil seponeren: hoe doe je dat? We hebben gezien dat daar inderdaad nog wel wat te leren viel. Naar aanleiding van het introduceren van de scanauto hebben we ook extra nagedacht over hoe we dat wat eerlijker kunnen doen. We hebben daar dus ook zeker met Parkeren Delft goed over nagedacht om te voorkomen dat mensen schrikken van een stapel naheffingen, terwijl er op dat moment gewoon sprake is van een menselijke fout. Daar zijn we dus heel actief over in gesprek. Maar als we daar nog verder over door willen praten … Ik heb al aangegeven: laten we daarover ook een keer een beeldvormende sessie met Parkeren Delft doen, zodat we goed kunnen bespreken wat er allemaal speelt en hoe we het hebben ingericht. De VOORZITTER: We zouden terughoudend zijn met beeldvormende sessies, wethouder. Maar goed … Wethouder HUIJSMANS: Ik doe slechts een suggestie. De raad gaat over zijn eigen agenda. De VOORZITTER: Dat is waar, maar het gaat ook over het niet uitlokken ervan.

Ik constateer dat er geen behoefte is aan een tweede termijn. Er is geen voorstel en er hoeft niets vastgesteld te worden door de raad. Het is ter kennisname. Dank u wel, griffier; heel fijn dat er een griffier is die scherp is. Voordat je het weet, stel je iets vast wat je niet mocht vaststellen. Ik vraag me af hoe we dan verder zouden moeten. XX. Voorgenomen besluit college kapitaalinjectie InnovationQuarter (nr. 2127563). De VOORZITTER: Er is hierover geen motie. De heer DE WIT (Hart voor Delft): Voorzitter. Ook hier komen we met een statement. De VOORZITTER: Dat mag, meneer De Wit. 56

De heer DE WIT (Hart voor Delft): De gemeente Delft gaat weer 1,5 miljoen bijdragen aan InnovationQuarter. Dat zijn risicovolle starters die onder andere door Delft maar ook door het Rijk en andere gemeenten geholpen worden. Wij hebben wensen en bedenkingen ingeleverd, omdat we kritiek hadden op het feit dat het eerst gewoon een collegevoorstel was. Dat noemen wij dan "bestuurlijk prutswerk", want uiteindelijk gaat de raad over het geld. Het college zag dat in en we mochten wensen en bedenkingen inleveren. Dat hebben we gedaan. Van onze wensen en bedenkingen is er uiteraard niet één overgenomen door het college, maar dat was te verwachten. Ik las een stuk van D66-lijsttrekker Van Roon, die het had over gelijke kansen voor iedereen in Delft. Maar dit is weer zo'n prachtig voorbeeld van het tegendeel: studenten en de TU krijgen weer een voorsprong, want ze richten risicovolle bedrijven op en het risico is voor de overheid. Dit is geen gelijkheid, maar ongelijkheid. Als een gewone burger een bedrijf wil starten, doet hij dat voor eigen risico. Dit is gewoon het pamperen van studenten. De VOORZITTER: Meneer Den Hollander en mevrouw Bel willen u iets vragen. De heer DEN HOLLANDER (PvdA): Vindt u dat we dat geld dat we van het Rijk krijgen, dan maar gewoon moeten laten schieten? Want dat is natuurlijk waar het hier om gaat.

Als we niet bijdragen, krijgen we het geld van het Rijk ook niet. En het is gebleken dat InnovationQuarter ontzettend veel investeert in Delft. We halen er relatief dus alleen maar winst uit. Bent u daar dan tegen? Mevrouw BEL (D66): Ik had me eigenlijk voorgenomen om niks te zeggen, omdat ik vond dat meneer De Wit dit met een stemverklaring had kunnen afdoen, maar omdat hij ons ook aansprak, ben ik benieuwd of de heer De Wit meer banen in Delft ook niet belangrijk vindt om vooral zo veel mogelijk kansen voor mensen te creëren. De heer DE WIT (Hart voor Delft): Ik begin bij de heer Den Hollander. Ook de provincie ZuidHolland heeft haar steun ingetrokken. De rest gaat gewoon door. Delft zit krap bij kas, in tegenstelling tot de provincie. Waarom zouden wij dan geen statement naar de overheid maken om aan te geven dat wij toch al niet meer rond kunnen komen en dat wij daarom dit keer even niet meedoen? Innovatie is natuurlijk algemene techniek. Die geldt voor heel Nederland en die gaat heel de wereld over. Het is dus meer in het belang van Nederland dan van Delft. Wat werkgelegenheid betreft, denk ik in het algemeen dat de gemeente dat over moet laten aan bedrijven. De gemeente creëert geen banen. Dat gebeurt door bedrijven, projectontwikkelaars en ondernemers. Het gaat mij meer om het punt dat er weer 1,5 miljoen wordt gestopt in TU-achtige en studentenachtige activiteiten.

Wij zien veel liever een buitenzwembad. De VOORZITTER: Meneer Weiler wil graag iets vragen en ook meneer Den Hollander wil graag nog iets zeggen. De heer WEILER (STIP): We hebben als gemeente natuurlijk de ambitie van 10.000 extra banen. Klopt het dat de heer De Wit zegt dat het creëren van werkgelegenheid voor Delft geen taak van de gemeente is? Heb ik dat goed verstaan? De heer DE WIT (Hart voor Delft): Ja, dat hebt u goed gehoord, meneer Weiler. De VOORZITTER: Meneer De Wit, ik wil de heer Den Hollander het woord geven en ik wil u erop wijzen dat u nog 45 seconden heeft. Uw tijd is dus zo'n beetje op. De heer DEN HOLLANDER (PvdA): Ik stelde een hele concrete vraag: vindt u dat we dat geld van het Rijk dan gewoon maar moeten laten liggen? Dat kan niet toegevoegd worden aan InnovationQuarter als wij niet meebetalen. Daar geeft de heer De Wit helemaal geen antwoord op. 57

De VOORZITTER: Oké, twee vragen. Meneer De Wit, kort en krachtig. De heer DE WIT (Hart voor Delft): Tegen de heer Weiler zeg ik dat vooral huisvesting een taak van de gemeente is. Vooral met de huidige woningkrapte is huisvesting, het bouwen van 15.000 woningen, tienduizend keer belangrijker dan het creëren van banen. Wat meneer Den Hollander betreft: het is niet onze taak. Dan kost dit het Rijk minder geld; jammer dan. Minder geld voor studenten, meer geld voor buitenzwembaden. De VOORZITTER: Is er vanuit het college behoefte om te reageren op wat naar voren gebracht is? Wethouder VOLLEBREGT: Voorzitter. Heel kort. Ik denk dat één ding belangrijk is. Net kwam even de afweging tegen een buitenzwembad aan de orde. Dat is natuurlijk niet helemaal een reële afweging. Dit is geen geld dat wij kwijt zijn. We hebben daar in de commissie uitgebreid over van gedachten gewisseld met elkaar. Verder heb ik niets toe te voegen aan alles wat in de commissie al is gezegd. De VOORZITTER: Daarmee hebben we dit onderwerp afgehandeld. Dit is een voorgenomen besluit waar u uw zienswijze op kon geven. Bij dezen heeft u dat gedaan, ook al in de commissie. XX. Burgerbrief: Een woonwijk is geen recreatiegebied! (nr. 2125508). De VOORZITTER: Ik geef het voorzitterschap van de raad bij dit agendapunt over aan onze vicevoorzitter van de raad, mevrouw Bel.

(Mevrouw Bel neemt het voorzitterschap van de vergadering over van de burgemeester.) De VOORZITTER: Dit gaat over een burgerbrief over het zwemmen in de Schie en de overlast die dat veroorzaakt. Mevrouw GOOIJER (ChristenUnie): Voorzitter. We hebben in de commissie gehoord hoe bewoners de afgelopen maanden geconfronteerd zijn met toenemende overlast van recreërende mensen langs de oevers van de Schie. We hebben eergisteren een brief gekregen van de burgemeester, waarvoor dank, over wat er mogelijk is maar ook wat de plannen zijn om deze overlast te beperken vanuit de rol die de gemeente heeft, ook in samenhang met de taak van de provincie. Ik ga in op een heel concreet punt dat daar niet in staat maar waar wij wel voor pleiten. In de brief staat dat voor een deel van de oevers al een alcoholverbod geldt, zoals we dat hebben geregeld in artikel 2.39 van de APV. We willen er eigenlijk voor pleiten om dit gebied uit te breiden tot plekken waar nu gerecreëerd wordt. Dat hebben we vervat in een motie, want als mensen veel alcohol op hebben, zie je dat mensen veel minder geneigd zijn om rekening te houden met de omgeving. Als voor dat hele gebied een alcoholverbod geldt, kan ook op die wijze gehandhaafd worden en kunnen we de overlast concreet ook beter aanpakken. Daarom dienen we deze motie graag in.

Mevrouw DE BOER (STIP): Wat vindt de ChristenUnie ervan als mensen in de middag gewoon een drankje drinken aan het water? Mevrouw GOOIJER (ChristenUnie): "Een drankje" klinkt fantastisch. Ik denk dat mevrouw De Boer doelt op een alcoholhoudend drankje. Ik vraag me af of dat in de middag echt nodig is en of je dat echt per se nodig hebt om te recreëren, maar daar gaat iedereen zelf over. Dat geldt natuurlijk voor meer gebieden die het college wel heeft aangewezen als alcoholvrij gebied. Mocht daar iemand een keer met een biertje in de hand zitten en verder helemaal geen overlast veroorzaken, dan gebeurt daar ook niks mee. Ik weet dat het daarover gaat: 58

moet je dan alles willen verbieden? Dat willen we helemaal niet. Het gaat erom dat je op deze manier een betere handhavingsgrond hebt. Als je bijvoorbeeld ziet dat een hele groep mensen met kratten bier zitten, kun je gewoon aangeven: dat is hier niet de bedoeling; ga dat thuis maar doen. De heer JAFF (GroenLinks): Ik sluit aan bij de vraag die hiervoor is gesteld. Ik begrijp de intentie van de motie van de ChristenUnie, die over overlast gaat. Maar heel concreet biedt artikel 2.39 van de APV, zoals we ook in de brief kunnen lezen, mogelijkheden om door alcoholmisbruik veroorzaakte overlast aan te pakken. Wat gaan we dan toevoegen met een algeheel verbod? Mevrouw GOOIJER (ChristenUnie): Ik ben geen APV-specialist, maar voor zover ik haar begrijp, kennen we niet voor niks de bepaling in de APV dat er gebieden aan te wijzen zijn waar überhaupt het nuttigen van alcohol ook een grond is om te kunnen handhaven. Je voorkomt dat je moet wachten totdat mensen daadwerkelijk overlast laten zien. Als je ziet dat groepen zich verzamelen met alcohol bij zich, kun je op dat moment al zeggen: dat is hier niet de bedoeling. Je voorkomt dus eigenlijk dat mensen eerst moeten gaan bellen met: er is nu overlast en er staan hier mensen lallend of pissend in mijn tuin, zeg maar. Daar gaat het mij vooral om. Volgens mij is het niet voor niks dat we die bepaling al kennen in de APV.

Die willen we gewoon een stukje uitbreiden voor een gebied waar dat volgens ons nu hard nodig is. Door de fractie van de ChristenUnie wordt motie 8.8.1 (Overlast recreanten langs de Schie) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in (digitale) vergadering bijeen op donderdag 15 juli 2021, constaterende dat: • • • •

•

er op warme dagen door bewoners van onder meer de Oostsingel overlast wordt ervaren van recreanten langs de Schie (geluid, afval, mensen die hun behoefte doen); de burgemeester in haar brief van 13 juli aangeeft intensiever te gaan handhaven; handhaving mogelijk is op basis van artikel 2.38 (overlast) en 2.39 (verboden drankgebruik); artikel 2.39, lid 3 stelt dat het op een openbare plaats, deel uitmakend van een door het college aangewezen gebied, verboden is om alcoholhoudende drank te nuttigen of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben; het door het college aangewezen gebied slechts geldt voor een deel van de oever van de Schie;

overwegende dat mensen onder invloed van alcohol geneigd zijn minder rekening met hun omgeving te houden dan zonder alcohol; draagt het college op de oevers van de Schie waar gerecreëerd wordt - namelijk tussen de Plantagebrug en de Koepoortbrug (Oostsingel) en aan het Proosdijpad richting de Abtswoudsebrug - aan te wijzen als gebied waar geen alcohol genuttigd mag worden en men geen aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich mag hebben, en gaat over tot de orde van de dag."

59

De heer DE WIT (Hart voor Delft): Voorzitter. Volgens Hart voor Delft is niet alcohol het probleem daar, maar is het gewoon een probleem dat mensen daar gezellig zitten, barbecueën en praten. Die gezelligheid is natuurlijk een coronabijwerking. Dat zie je overal in de stad. Wij willen de burgers een goede nachtrust bezorgen. Wij willen dus gewoon een harde maatregel. In tegenstelling tot burgemeester Van Bijsterveldt zijn wij misschien wel voor law and order: duidelijke regels. Je mag daar gewoon tussen 22.00 uur en 07.00 uur niet in groepen recreëren. Voor mijn part zit je daar alleen maar te kletsen. Dat willen mensen daar ook niet. We willen dus dat daar opgetreden gaat worden, want die burgers moeten ook weer naar hun werk. Het is een zeer geliefde plek om er te gaan recreëren en dat is niet de bedoeling. Tussen de Abtswoudsebrug en de Reineveldbrug willen we dat gewoon voorkomen. En de kans is heel groot dat het nog veel meer gebeurt, want we zien het overal. Het zijn ook buitenlandse studenten die dit doen. Het gebeurt dus overal dat groepen langs de waterkant gaan zitten, gefaciliteerd door de provincie, die mooie kades heeft gemaakt, zelfs met rekjes, maar dat is een heel ander verhaal. Wij vinden de motie van de ChristenUnie, die zich op alcohol richt, dus niet ver genoeg gaan. Wij willen duidelijke regels, burgemeester.

Wij willen dat u in gesprek gaat met burgers, maar wij willen de politie ook een handvat geven, want als daar tientallen mensen zitten - aan het Proosdijpad zitten misschien wel 100, 200 mensen - krijg je die heus niet weg met één politieautootje. Die krijg je echt niet weg, mevrouw Van Bijsterveldt. De VOORZITTER: Meneer De Wit, ik meen mij te herinneren dat u de laatste keer dat de burgemeester u erop wees, nog 45 seconden had. Ik vermoed dat die nu wel voorbij zijn. En volgens mij is helder wat u wenst te bereiken. Door de fractie van Hart van Delft wordt motie 8.8.2 (Recreatie langs de Delftse Schie) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in (digitale) vergadering bijeen op 15 juli 2021, constaterende dat het recreëren aan de Delftse Schie veel geluidsoverlast voor bewoners, waaronder ook kinderen, met zich meebrengt en de natuur voorziet van vuilnis en menselijke uitwerpselen; overwegende dat het gebrek aan nachtrust voor bewoners, waaronder kinderen, en de vervuiling van het groengebied rond de Delftse Schie onaanvaardbaar zijn; verzoekt het college: • •

zo snel mogelijk een voorstel aan de raad te doen om in de APV het groepsrecreëren aan de Delftse Schie (vanaf de Abtswoudsebrug tot en met de Reineveldbrug) van 's avonds 22.00 uur tot 's morgens 07.00 te verbieden; eind september of begin oktober een evaluatiemoment te agenderen met de briefschrijvers om te zien of de genoemde maatregelen voldoende gewerkt hebben,

en gaat over tot de orde van de dag." De heer AL JABERI (SP): Voorzitter. De SP heeft twee overwegingen. We snappen dat er ontzettend veel problematiek is voor de inwoners en dat daar echt iets aan gedaan moet worden. Wij hebben vertrouwen in de toezegging van de wethouder dat we de excessen weg kunnen nemen door handhaving via het aanscherpen van de toepassing van de ruimte die er op dit moment is. Wij denken ook dat dit tijdelijke maatregelen zijn. Zoals de wethouder heeft gezegd, is het water in de Delftse Hout dit jaar bijvoorbeeld al stukken verbeterd, waardoor er wel gezwommen kan worden. Zodra de Delftse Hout weer beschikbaar komt, verwachten wij dat de overlast in deze strook daarmee automatisch wordt 60

voorkomen. Daarom zien wij eigenlijk geen aanleiding om beide moties te steunen, temeer omdat wij problemen verwachten met de handhaving, omdat er gewoon weinig capaciteit is. De VOORZITTER: U bent tevreden met de aanpak van de burgemeester, begrijp ik. De heer AL JABERI (SP): Zeker. Mevrouw VAN GEENEN (CDA): Voorzitter. Wij willen ons voor een deel aansluiten bij de heer Al Jaberi. We snappen heel goed de overlast die burgers ervaren langs de Schie, vooral als dat gebeurt met harde muziek. Wij voelen wel enige sympathie voor het handhaven op alcoholgebruik, maar wij begrijpen ook wat de burgemeester zegt. Ik zou inderdaad zeggen: laten we proberen de Delftse Hout zo klaar te maken dat mensen weer vooral daarnaartoe gaan. We beraden ons nog op de twee moties, maar we hebben sympathie voor het argument van de burgemeester. De heer DEN HOLLANDER (PvdA): Voorzitter. We vinden dit eigenlijk best een lastige kwestie. De titel van de burgerbrief was: "Een woonwijk is geen gebied voor recreëren of geen recreatiegebied". Maar je kunt natuurlijk wel naast een gebied wonen waar mensen heel graag in de middag of de avond naartoe lopen om met elkaar te gaan zitten, bootjes te kijken of eventueel te zwemmen. Maar dat blijkt ook best veel overlast te geven. Ik heb vanochtend nog even gebeld met een van de schrijfsters van de brief.

Het gaat er eigenlijk om dat het een soort stapeling is van voortdurende activiteit op dezelfde plek van verschillende groepen. Het is niet zo dat daar duidelijk één groep zit met tien kratjes die ze wegwerken. Zo'n groep stuur je weg, maar het zijn steeds kleine groepjes die daar gewoon min of meer in hun onschuld zijn maar dan ook de hele avond door. Ik voel dus eigenlijk wel wat voor de motie van meneer De Wit: vanaf een uur of 10 zou dat eigenlijk afgelopen moeten zijn. Ik begrijp dat er nu op zich al wat meer BOA's langs fietsen, maar de berichten die ik daarover hoor, zijn: die BOA's fietsen langs en zien hier en daar een groepje zitten, maar daar gebeurt verder niet zoveel mee, want er wordt niet gevochten, niet gescholden en niet geschreeuwd en er is geen harde muziek. Toch zou het natuurlijk mooi zijn als de burgemeester er misschien voor zou kunnen zorgen dat die BOA's wat meer geïnstrueerd worden om er vanaf een uur of 10 voor te zorgen dat mensen gewoon een berichtje krijgen: lieve mensen, het is nu genoeg geweest; gaat u alstublieft naar huis. Als mensen daar met een beatbox of andere muziekvormen staan, zou je hen natuurlijk sowieso kunnen laten aanspreken door de BOA's, want je hebt niet per se muziek nodig om het leuk te hebben. De motie van de ChristenUnie begrijp ik ook.

Die geeft een extra handvat om inderdaad in te grijpen, maar tegelijkertijd begrijp ik best dat er ook mensen met een flesje rosé zitten die daar op een dekentje gewoon kijken naar de boten en een glaasje drinken. Dat wil je eigenlijk ook niet verbieden. Er is nog een kwestie die ik ook ingewikkeld vind, namelijk het zwemmen. De briefschrijfster geeft aan dat de bewoners voortdurend hele gevaarlijke situaties zien: mensen die zwemmen en grote boten die eraan komen. De burgemeester heeft aangegeven dat dat mag en dat we dat niet mogen verbieden, omdat dat alleen op bepaalde plekken verboden is, namelijk bij bruggen en in de vaargeul. Rijkswaterstaat lijkt toch aan te geven dat het gewoon niet mag, want dat stuk is gewoon heel gevaarlijk. Ik zou het dus heel belangrijk vinden dat daar duidelijkheid over ontstaat en dat in ieder geval voorkomen wordt dat mensen onder zo'n boot terechtkomen, want dat willen we met z'n allen echt niet meemaken. Verder wacht ik de reactie van de burgemeester af voor hoe we om moeten gaan met de moties, maar ik wil wel dat er echt iets meer gebeurt, want anders neigen we toch naar bijvoorbeeld de motie van meneer De Wit. De heer MARUF (D66): Ik volg het betoog van meneer Den Hollander best wel een eind. Als hij zegt dat hij neigt naar het steunen van de motie van de heer De Wit, vraag ik me tegelijkertijd iets af.

Wat voor sanctie zou er moeten staan op alle voorbeelden die u zelf 61

noemde, zoals mensen op een plaidje die bij elkaar komen op de oever? Want daar stuur je dan op. Is dat uw bedoeling? De heer DEN HOLLANDER (PvdA): Een stevige boete natuurlijk, gewoon vanaf 22.00 uur, hop! Nee, wat ik gewoon wil, is dat … De heer MARUF (D66): Dat is genotuleerd. De heer DEN HOLLANDER (PvdA): Nee, ik wil gewoon dat mensen ook van hun nachtrust kunnen genieten. Er wonen daar ook gezinnen en kinderen gaan naar bed. Ik zou het dus heel normaal vinden dat je vanaf een uur of 10 zegt: jongens, het is nu leuk geweest; ga naar je eigen huis, je eigen plek, of zoek bijvoorbeeld een plek in de Delftse Hout, waar je niemand overlast bezorgt. Dat is eigenlijk wat ik wil bereiken. Hoe we dat precies doen, weet ik ook nog niet helemaal. De VOORZITTER: Meneer Maruf is nog niet tevreden. De heer DEN HOLLANDER (PvdA): Dit geeft allemaal reacties, zie ik. De heer MARUF (D66): Uw betoog is helder, maar daar wil ik ook bij zeggen dat u, als u zou instemmen met de motie van de heer De Wit, ook voor een sanctie zou stemmen. Moet je dat willen? Wij denken van niet. De heer JAFF (GroenLinks): Ik heb een verhelderende vraag. Ik hoor het verhaal van de heer Den Hollander en op zich kan ik het wel volgen, zoals de heer Maruf ook zegt. Maar ik vraag me wel af waar het dan stopt.

Gaan we op iedere plek in de hele stad waar eventueel overlast kan ontstaan omdat mensen daar recreëren, een gebiedsverbod uitvaardigen na 22.00 uur? Hoe gaan we dat dan uitvoeren? Hoe ziet u dat voor zich? Gaan we een soort permanente avondklok organiseren? De heer DEN HOLLANDER (PvdA): Nee. Ik woon tegenover een heel groot grasveld, waar ook weleens gerecreëerd wordt, maar eigenlijk nooit 's avonds. Uit de brief en ook uit het gesprek van vanochtend maak ik op dat het toch wel vaak een hele nacht doorgaat. Ik denk dat je dan een moment hebt waarop je toch moet denken: in hoeverre laten we dit doorlopen of gaan we toch handhaven, omdat het dan te veel kantelt naar overlast voor de mensen die er wonen ten opzichte van het plezier dat de mensen daar hebben? Ik ben natuurlijk ook niet voor een permanente avondklok. Nogmaals, ik hoop dat de burgemeester met suggesties of ideeën komt waarmee we dit probleem kunnen aanpakken zonder zo'n verbod, maar misschien is dat uiteindelijk een middel dat je tijdelijk in zou moeten stellen of zoiets. De VOORZITTER: Ik denk dat we dat zo van de burgemeester gaan horen. Mevrouw DE BOER (STIP): Ik begrijp meneer Den Hollander heel goed. Eigenlijk zegt hij dat we die overlast niet willen hebben, maar dat het middel om daarop te handhaven, een tijdstip is of datgene wat er wordt gedronken, terwijl we eigenlijk de overlast willen voorkomen.

Volgens mij doet de brief van de portefeuillehouder daar juist recht aan. Meneer Den Hollander zegt dat het echt moet worden aangepakt, maar als twee mensen 's avonds om 23.00 uur daar nog een drankje drinken maar geen overlast veroorzaken, moet dat wat mij betreft kunnen. Wat vindt meneer Den Hollander daarvan? De heer DEN HOLLANDER (PvdA): Zoals de briefschrijfster ook zegt, is het probleem: die twee mensen gaan vervolgens weer weg, maar direct daarna is er weer een groepje van vier mensen die misschien twintig meter verderop zitten. Voor de bewoners is het een stapeling van steeds weer andere mensen die dit in hun onschuld doen. Ik geloof ook niet dat mensen bewust overlast willen veroorzaken. Ook als mensen gewoon rustig zitten te praten - ik praat 62

ook vaak hard; dat zegt mijn vrouw altijd als ik aan de telefoon ben - kan dat toch vervelend zijn voor mensen die in de buurt wonen. De stapeling van problemen maakt dit dus een lastig issue. De VOORZITTER: Misschien kan de burgemeester in haar reactie nog het standje één, twee en drie van de kleuterschool meenemen. Mevrouw DE BOER (STIP): Als ik het goed begrijp, ziet meneer Den Hollander meer in het bekijken van de situatie en wil hij misschien handhaven als iemand eens een drankje heeft op dat tijdstip in plaats van op de excessen. De heer DEN HOLLANDER (PvdA): Een definitie van "excessen" is ontzettend lastig. Dan zeg je: de BOA's grijpen bijvoorbeeld alleen in als er gevochten of geschreeuwd wordt of als mensen kratten in het water gooien. Dat zijn excessen, maar de bewoners hebben gewoon last van het voortdurend aanlopen en weer verdwijnen van groepjes mensen. Ik zou er dus best iets voor voelen als BOA's bijvoorbeeld geïnstrueerd worden om vanaf 22.00 uur toch te proberen om mensen daar naar huis te sturen. Als dat zonder verbod kan, zou ik dat het liefste hebben, maar er moet wel iets gebeuren, want nu fietsen ze langs, zien ze die groepjes zitten en denken ze: goed, geen overlast. Maar voor de mensen is dit één van de zoveel overlastgevende groepjes mensen die in de buurt zijn. Mevrouw DE BOER (STIP): Voorzitter.

Ten eerste dank aan de portefeuillehouder voor de heldere brief. Op korte termijn is er gekeken naar de probleemstelling en is er met een oplossing gekomen die volgens mij recht doet aan beide kanten van het verhaal. In de zomermaanden meer handhaven lijkt ook ons voor de korte termijn een prima oplossing. De in de brief genoemde problemen kunnen op langere termijn echter beter structureel voorkomen worden dan via handhaven. Zo zou het overmatige afval kunnen worden opgelost met extra afvalbakken, zou het wildplassen ophouden door bijvoorbeeld een openbaar toilet en zouden extra fietsenstallingen het hinderlijk plaatsen van fietsen op het trottoir tegen kunnen gaan. We zijn dan ook erg benieuwd wat de portefeuillehouder van deze oplossingen vindt. Als raad hebben we vaak uitgesproken dat we de openbare ruimte als ontmoetingsruimte willen faciliteren. Voor sommige mensen houdt dat in dat ze na een lange dag een drankje als verkoeling willen drinken. We vinden een alcoholverbod dan ook te ver gaan. De VOORZITTER: De handjes springen als paddenstoelen de lucht in. Ik ga eerst naar de heer Al Jaberi van de SP. De heer AL JABERI (SP): Ik ben - volgens mij net als anderen - gewoon met stomheid geslagen door het voorstel van mevrouw De Boer om openbare toiletten te installeren.

Waar moet dat volgens haar gebeuren? Aan de kades, zodat de mensen lekker tegen een toilet aan kunnen kijken? Of wilt u daar dixi's installeren? Of moeten dat toiletten zijn in de tuinen van mensen? Of misschien moeten de mensen hun voordeur open laten zodat mensen bij hen binnen kunnen toiletteren? Dat kan toch helemaal niet? Dit is toch gewoon een tijdelijke situatie? Iedereen erkent dat. Waarom moet dat nu zo hard verkocht worden? Omdat wij allemaal weten dat het meestal studenten zijn die daar zitten. Het is toch gewoon onredelijk? Wat vindt u daarvan, mevrouw De Boer? Mevrouw DE BOER (STIP): Ik kan me voorstellen dat dit uit de lucht komt vallen. We hadden het er in de fractie over. Aan de ene kant kan je handhaven op de situatie, maar aan de andere kant is het zo dat dit gebeurt en dat je ervoor kunt zorgen dat er niet wildgeplast wordt. De heer AL JABERI (SP): Waar wilt u die toiletten dan installeren? 63

Mevrouw DE BOER (STIP): Wij zaten hier ook zelf over na te denken. Misschien zou je dat bij de brug daar kunnen doen, maar dit is een uitwerkingspunt. Wij zaten gewoon te denken: hoe kan je zo'n ontmoetingsplek, een plek waar mensen dus willen recreëren, faciliteren en hoe kan je de problemen tegengaan die in de brief worden geschetst en die er dus wel zijn? De heer DEN HOLLANDER (PvdA): Begrijp ik het goed dat uw fractie van dit gebied een officieel recreatiegebied wil maken? Want dat is wat u dan gaat doen: u wilt er op deze manier meer mensen naartoe lokken. Mevrouw DE BOER (STIP): Je ziet dat deze situatie ontstaat. Dan zouden we het inderdaad niet gek vinden om dat te faciliteren. De VOORZITTER: Een helder antwoord, lijkt me. Mevrouw GOOIJER (ChristenUnie): Dit is inderdaad verbazingwekkend. Ik onderstreep het pleidooi van meneer Den Hollander: als je deze kant op beweegt, gaan we het officieel tot recreatiegebied verklaren. Ik zou niet weten waar zo'n toilet geplaatst moet worden zonder an sich al tot overlast te leiden. Ik vind dit dus een zeer frappant en niet te steunen idee. De heer VAN RIJN (VVD): Ik ben een echte liberaal, maar de voorstellen van STIP slaan door naar anarchie.

Mevrouw De Boer, vindt u niet dat u met uw voorstellen gewoon overlast faciliteert? Mevrouw DE BOER (STIP): Als de probleemstelling wordt geschetst dat dit de dingen zijn waar overlast van komt, denk ik dat je die dingen moet aanpakken. Dus nee, dat vind ik niet. De VOORZITTER: Mevrouw De Boer, was u al aan het einde van uw betoog of was u ergens halverwege en weet u nog waar u was? Mevrouw DE BOER (STIP): Ik was ergens halverwege. Ik ben een beetje in de war, maar ik denk dat ik met mijn interrupties ook al helder heb aangegeven wat onze mening is over de moties. Ik laat het dus hierbij. De heer DEN HOLLANDER (PvdA): Dat vind ik wel heel bizar, mevrouw De Boer, want u begon uw betoog met de opmerking dat u mijn verhaal kon volgen, maar ik stel hier toch echt vast dat we echt heel erg ver uit elkaar lopen qua begrip van de situatie en wat we hieraan moeten doen. U volgt mijn verhaal dus helemaal niet. De VOORZITTER: Ik denk dat dat meer een statement dan een vraag was. Mevrouw DE BOER (STIP): Als zo'n toilet echt tot meer overlast zou leiden, kan ik me voorstellen dat dit niet een juist idee is, maar ik hoor ook de oproep van de bewoners, die zeggen dat zij gewoon niet willen dat er wordt wildgeplast en gepoept. Dan kun je daar óf niks tegen doen óf er wel iets tegen doen. Ik denk dat we daarin allemaal een andere afweging maken.

Als het echt tot meer overlast zou leiden, is dit ook niet iets wat wij willen. Laat ik daar helder over zijn, maar ik kijk gewoon wat het probleem is en aan welke dingen we iets kunnen doen. De heer VAN RIJN (VVD): Voorzitter. We willen onze waardering uitspreken voor de wijze waarop de portefeuillehouder naar aanleiding van de burgerbrief heeft doorgepakt en is nagegaan in welke mate door de buurt overlast wordt ervaren. Regels zijn er om gehandhaafd te worden. Anders kun je ze net zo goed afschaffen. Handhaven is precies wat de portefeuillehouder, politie en provincie nog beter gaan doen. Wij hebben er alle vertrouwen in dat de portefeuillehouder in afstemming en samenwerking met deze partijen 64

de balans tussen levendigheid en leefbaarheid op deze plekken gaat herstellen en daar waar nodig strak gaat handhaven op basis van onder meer de artikelen 2.38, 2.39, 4.1 en 4.2 van de APV. Wij stemmen tegen de moties van de ChristenUnie en Hart voor Delft. Als liberalen zijn we niet van alles verbieden. Daarnaast is er wat ons betreft genoeg handelingsperspectief om in te grijpen. De voorstellen van STIP vinden wij ongelukkig gekozen en slaan door. Daarmee wordt overlast gefaciliteerd. Daar zijn we dus ook niet voor. We hebben nog wel een vraag aan de portefeuillehouder. Kan de portefeuillehouder in het najaar aan de raad terugkoppelen hoe succesvol ze deze zomer is geweest in haar aanpak? Graag een reactie. De heer JAFF (GroenLinks): Voorzitter. In mijn interrupties heb ik al laten doorschemeren hoe wij in dit verhaal zitten. De huidige wet is afdoende om de overlast aan te pakken, zoals de heer Van Rijn al zei; de artikelen hebben we ook aangehaald in de interrupties. We zijn blij dat de portefeuillehouder heeft doorgepakt, waarvoor dank. De inzet van de verschillende betrokken partijen wordt op elkaar afgestemd om nog efficiënter en effectiever te zijn. Laten we kijken hoe dat uitpakt en daarop terugkomen als er nog aanvullende maatregelen nodig zijn.

Wat de moties betreft: wij zijn van mening dat de goeden niet moeten lijden onder een aantal mensen die zich niet kunnen gedragen. Wij gaan dus tegen beide moties stemmen. De voorgestelde maatregelen om de overlast te voorkomen, zijn misschien in een iets andere vorm mogelijk, maar laten we eens met elkaar bekijken wat we hieraan kunnen doen. De heer MARUF (D66): Voorzitter. Eigenlijk is het best wel helder. Overlast is slecht voor de sfeer in de stad, voor omwonenden, voor voorbijgangers, voor mensen en ganzen. Zoals ook collega's vanavond hebben uitgesproken, hebben mensen in deze tijden gewoon de behoefte om bij elkaar te komen. Zoals mijn collega Van Overbeeke vaak aangeeft, heeft niet iedereen een tuin of zelfs een balkon om te recreëren. In lijn met wat collega's ook vanavond weer hebben uitgesproken, wil D66 prettig verblijf in de openbare ruimte faciliteren, maar laat ik duidelijk zijn over dat zwemmen: dat is verboden. Het is heel belangrijk dat steeds meer mensen daarvan op de hoogte zijn. Tegelijkertijd staat bijeenkomen aan die Delftse oevers niet gelijk aan overlast. In de brief van de burgemeester staat dat er vaker wordt gehandhaafd en dat er meer communicatie is tussen de gemeente en bewoners. Wij denken dat we daarmee de juiste weg inslaan. Nog kort over de moties, bijvoorbeeld de motie van de heer De Wit.

Als twee senioren of een koppel daar nog even rondlopen en besluiten om op een bankje te gaan zitten, zou je die ook een boete moeten geven. Of je moet niet met zo'n motie komen. Je moet als gemeente dus heel duidelijk zijn. Met de brief van de burgemeester zijn wij tevreden. Burgemeester VAN BIJSTERVELDT-VLIEGENTHART: Voorzitter. Er is eigenlijk al veel verstandigs gezegd door een aantal sprekers. Met deze aanpak intensiveren we het toezicht en de handhaving en verscherpen we de communicatie. Wij hebben als bestuur, behoudens misschien een incidentele klacht, tot dit moment nooit echt goed scherp gehad in welke breedte dit aan de orde was. Het blijft qua omvang en aantal klachten nog steeds vrij bescheiden. In dit jaar is dat echt niet heel erg veel. Het gaat dan dus ook over proportionaliteit en evenredigheid van je maatregelen. Als je dan nog gewoon een aantal APV-artikelen tot je beschikking hebt om bij overlast in te grijpen en op te treden, zoals door de heer Jaff en de heer Maruf is aangegeven, denk ik dat je daarmee dat doet wat je moet doen. Ik zou dan terughoudend willen zijn met ingrijpen op het punt van de aanwezigheid op plekken die een belangrijk onderdeel van de buitenruimte in Delft zijn. Ik denk dat het goed is dat we nu eerst gewoon die twee aspecten doen: meer toezicht en handhaving.

Nogmaals, ik moet ook hier gewoon de kanttekening plaatsen dat we met schaarse 65

middelen veel moeten doen in de stad, maar we gaan er frequenter kijken. Dat helpt je niet bij meer regels. Het is alleen maar gewoon zo goed mogelijk opletten. Ten aanzien van de communicatie gaan we gewoon heel goed aangeven en ertoe oproepen dat je je zo goed mogelijk gedraagt als je daar bent. Mevrouw GOOIJER (ChristenUnie): De burgemeester geeft aan dat we een aantal APVartikelen tot onze beschikking hebben om op te treden en dat we het daar dus eigenlijk bij kunnen laten met wat intensivering ondanks de beperkte capaciteit. Het college is middels de APV ook bevoegd om gebieden aan te wijzen waar het alcoholverbod wel geldt. Wat is een doorslaggevende reden om dat in te voeren? Ik hoor impliciet een beetje zeggen dat het aantal klachten niet hoog genoeg is. Dan zou ik zeggen dat we het, als we gewoon dat middel hebben, daar dan ook niet zodanig uit de hand moeten laten lopen dat eerst de hele buurt op stelten staat, want de signalen waren duidelijk genoeg dat we dit niet die kant op willen laten marcheren. Mijn vraag is dus wanneer het college wel zou besluiten tot een alcoholverbod in zo'n gebied en waarom dat is gedaan in andere gebieden. Burgemeester VAN BIJSTERVELDT-VLIEGENTHART: Wij hebben dit in het centrum gedaan en bijvoorbeeld in de Poptahof. Daar was echt sprake van structurele overlast, gerelateerd aan alcohol. Dat kan je hier niet zeggen.

Het is recreatie die geluid voortbrengt. Dat is overigens niet alleen in de avond, want ook overdag heeft een aantal mensen - niet iedereen - daar last van. Dat is de reden waarom we zeggen dat we met de ons ter beschikking staande APV-artikelen proberen wat scherper op de bal te zitten. Dat doen we met de politie, onze eigen mensen van het watertoezicht, de BOA's die daarlangs fietsen en lopen en waar mogelijk ook de provincie. Dat is wat we doen. Daar is ook afstemming over. Ik denk dat dit proportioneel is, gelet op de klachten die er zijn. De motie van mevrouw Gooijer en de motie van de heer De Wit vragen naar mijn idee allebei, even los van de handhaving, om een te stevige aanpak ten opzichte van waar we nu mee starten, namelijk gewoon versterking van de handhaving en de communicatie. De communicatie zal overigens ook van de provincie komen. De provincie heeft aanstaande zaterdag bijvoorbeeld een actie ten aanzien van het zwemmen, het duiken vanaf bruggen et cetera. Een correctie van een beeld dat we eerder hebben neergezet, is aan ons doorgegeven door de provincie, die eerst een ander geluid had laten horen. In de echte vaargeul - dat wil dus zeggen: eigenlijk het grootste deel van de Schie - mag niet gezwommen worden.

Alleen daar waar het breder is - dat is bij de Kolk; daar heb je echt de hoek naar de Huszár toe zou gezwommen mogen worden, maar daar liggen meestal boten. Op de andere route, daar waar de echt grote boten varen, mag niet gezwommen worden. Dat is ook heel terecht, want dat is gevaarlijk. Wij gaan de communicatie de komende dagen dus echt heel goed bekijken. We streven ernaar om vanaf maandag drie boodschappen helder te communiceren. Ten eerste: gedraag je langs het water en hou rekening met de omgeving. Ten tweede het zwemmen en het gevaar ervan in algemene zin in open water. Ten derde, met een kaartje erbij: in dit gebied mag niet gezwommen worden. Dat is een provinciale verantwoordelijkheid, maar dit communiceren wij samen met de provincie. Volgens mij doen wij dan gewoon proportioneel wat op dit moment reëel is, kijkend naar de verschillende belangen: het belang van de mensen die daar wonen, waarvan een deel inderdaad klaagt daarom intensiveren wij - maar ook de belangen van de mensen die inderdaad, zoals de SP en andere fracties aangaven, ruimte zoeken om een beetje te genieten van lekker weer. Maar nogmaals, dat moet met mate gebeuren, ook qua overlast. De heer Den Hollander stelde een specifieke vraag. De BOA's zijn doorgaans na tienen niet meer op die plek. Dan moeten we het echt van de politie hebben.

Als de politie langskomt en constateert dat er overlast is, zal de politie zeker zeggen: stop daarmee. Als we mensen zomaar wegsturen omdat ze er zitten, terwijl ze er mogen zitten, slaan we een aparte weg in. Ik denk dat dat gewoon niet reëel is. Daarvoor zie ik veel meer in een communicatieaanpak in de zin van: mensen, let op en ga ook niet te laat weg. Dat is meer 66

gewoon in de zin van: zullen we samen met elkaar de stad een beetje leefbaar houden? Dat puntje kan ik dus meenemen: blijf niet te laat hangen. Dat zal ik zeker meenemen in de communicatie; dat zeg ik u bij dezen toe. Op de vraag van mevrouw De Boer over prullenbakken, fietsenrekken en openbare toiletten is al behoorlijk geantwoord. Ik dacht ook even: waar gaan we die neerzetten? Ik vind het best wel creatief. Soms kan je creatief nadenken. Aan de andere kant faciliteer je het daarmee nog meer en dan maak je er echt een recreatiegebied van. Los van de ruimte die we niet hebben, zou ik dus zeggen dat de mensen toch gewoon naar huis moeten gaan als ze naar de wc moeten. Dat kan dan ook weer een oplossing zijn voor het gebruik van die ruimte. Ik zou dus niet te veel willen stimuleren om vooral te blijven. Op die manier kan je een mooi evenwicht bewerkstelligen. Bij de enkeling die dit dan toch doet, moeten de politie of de BOA's optreden als ze dat zien. Meneer Van Rijn, zal ik, in plaats van dat ik een ambtenaar een rapportage hierover laat schrijven - ik weet dat u ook wil dat de ambtelijke uren goed ingezet worden - gewoon met u afspreken dat ik in de vergadering van de commissie EFB in oktober op een goed moment mondeling mijn beeld deel van hoe het verlopen is? De heer VAN RIJN (VVD): Ja, een zware evaluatie hoeft niet. Dit is dus een prima toezegging.

Zo mag die ook genoteerd worden. Burgemeester VAN BIJSTERVELDT-VLIEGENTHART: Prima. De VOORZITTER: U wordt op uw wenken bediend, meneer Van Rijn. Er is behoefte aan een tweede termijn. Mevrouw GOOIJER (ChristenUnie): Voorzitter. Ik hoor de burgemeester goed. Ik snap ook best haar pleidooi voor proportionaliteit. Anderzijds denk ik: als jij als bewoner na 22.00 uur denkt dat het echt te druk is en de politie belt en als de politie dan langskomt en niks anders ziet dan dat mensen daar zitten te praten maar wel hard zitten te praten, dan kan de politie niks. De politie moet echt wachten op een overtreding waarop zij kan handhaven. Ik wil het niet helemaal vergelijken, maar ik moet echt een beetje terugdenken aan de discussie die we hebben gehad over lachgas. Daarvan hebben we uiteindelijk toch ook gezegd dat de politie grond moet hebben om op te kunnen treden in zo'n situatie. Je moet niet wachten totdat mensen vechtend over straat rollen. Je wil op dat moment, na tienen, gewoon kunnen zeggen: er zijn hier nu mensen en er is alcohol aanwezig. Dan weet je dat mensen niet meer goed naar elkaar omzien en dat ze niet meer goed denken over wat ze de buren aandoen. Ik denk dus nog steeds dat het een goed idee is om dit te doen. Ik zal de motie in stemming laten brengen. Ik snap ook wel hoe de uitslag gaat zijn, maar we doen dit om het punt te maken.

De heer DEN HOLLANDER (PvdA): Voorzitter. Ik wil de portefeuillehouder bedanken voor de toelichting. Zoals we de burgemeester kennen, heeft zij volgens mij altijd een goed gevoel voor de door haar benoemde proportionaliteit: aan de ene kant niet te stringent en aan de andere kant de belangen van de bewoners, die van hun rust willen genieten. Voorlopig willen we dus gewoon graag kijken wat de uitkomst is. Ik sluit me in die zin dus helemaal aan bij wat de heer Van Rijn vroeg: een korte mondelinge toelichting in september en even kijken hoe het beeld dan is. Dan kunnen we even verdergaan, maar op dit moment zullen we niet meegaan met de moties, omdat we die inderdaad iets te zwaar vinden. De VOORZITTER: Dat lijkt me een mooi compliment voor de burgemeester. Ik kijk naar de heer De Wit, die even mag knikken als hij de motie handhaaft. Dat doet hij.

67

Mevrouw VAN GEENEN (CDA): Voorzitter. Ik sluit me aan bij de heer Den Hollander. We zijn zeer tevreden met de evenwichtige aanpak van de burgemeester. Daarom zullen we tegen beide moties stemmen. De VOORZITTER: Dat is een vooruitgeschoven stemverklaring; heel goed. Ik sluit de beraadslaging. In stemming komt motie 8.8.1 (Overlast recreanten langs de Schie) van de ChristenUnie. De motie wordt met een digitale stemming verworpen met 2 tegen 37 stemmen, waarbij de fractie van de ChristenUnie ervoor heeft gestemd. In stemming komt motie 8.8.2 (Recreatie langs de Delftse Schie) van Hart voor Delft. De motie wordt met een digitale stemming verworpen met 4 tegen 35 stemmen, waarbij de fractie van Hart voor Delft ervoor heeft gestemd. De VOORZITTER: We gaan het dus met de aanpak van de burgemeester doen. Burgemeester VAN BIJSTERVELDT-VLIEGENTHART: Dat klinkt niet zo vrolijk. De VOORZITTER: Jazeker. Er is juist een breed vertrouwen in de aanpak van de burgemeester. Die geef ik hierbij het voorzitterschap terug. (De burgemeester neemt het voorzitterschap van de vergadering over van mevrouw Bel.) De VOORZITTER: Hartelijk dank, mevrouw Bel, voor het tijdelijk waarnemen van het voorzitterschap. Dank aan de raad voor het vertrouwen. We zullen proberen dat niet te beschamen en dit zo goed mogelijk uit te werken.

Als we anders evalueren, zullen we voor volgend jaar moeten bekijken welke mogelijkheden we hebben, maar step by step. XX. Gemeenteraad - brief aan Tweede Kamer inzake Raden in Verzet (nr. 2127576). De VOORZITTER: Ik denk dat de brief op zich scherp genoeg is. Omdat ik meneer Stoop nog helemaal niet gehoord heb, krijgt hij als eerste het woord. Heel kort, want hoeveel tellen heeft Onafhankelijk Delft nog? O, het is Hart voor Delft. Sorry, meneer Stoop, uw tijd is op. Dat is echt heel vervelend. Dat is de harde werkelijkheid. De heer STOOP (Hart voor Delft): Ja, voorzitter, dat is heel vervelend, maar ik wil ook maar heel kort het woord. Maar als u zegt dat de tijd om is, accepteer ik dat. De VOORZITTER: Ja, ik moet het helaas … De heer STOOP (Hart voor Delft): Dan conformeer ik mij daaraan, maar ik wil in de laatste vergadering eigenlijk wat dingetjes zeggen. Maar als dat niet kan, gaan we dat ook niet doen. Voor onze fractie is dit wel een belangrijk punt. Maar goed, als het niet kan, dan kan het niet. De VOORZITTER: Nee, helaas, want dan weet ik … De heer STOOP (Hart voor Delft): Nee, dat maakt niet uit, voorzitter. De VOORZITTER: Dank u wel, meneer Stoop.

68

De heer STOOP (Hart voor Delft): Ik zal het ook via social media verspreiden, want ik doe dat meestal hier. De VOORZITTER: Dank u wel, meneer Stoop. Ik ben altijd bereikbaar. Dan nemen we het mee voor de volgende ronde. Mevrouw BEL (D66): Voorzitter. Het doet mij genoegen om te zien dat de raad hier tamelijk eensgezind over is en in de feedback op de brief heel veel concrete voorbeelden wilde meegeven om het Rijk toch vooral duidelijk te maken hoe hoog de nood is, maar ook hoe de tekorten de Delftse burgers ook direct raken. Ik denk dus dat we heel eensgezind een signaal aan het Rijk kunnen en ook moeten afgeven. De heer VAN RIJN (VVD): Voorzitter, ik gok zomaar dat u zegt: "De heer Van Rijn krijgt het woord." Maar dan moet ik liplezen. De VOORZITTER: Sorry, meneer Van Rijn. Ik zei eerst "mevrouw Van Rijn", maar dat had u niet gehoord. Gaat uw gang, meneer Van Rijn. De heer VAN RIJN (VVD): Wat goed dat de microfoon uit stond, voorzitter. De VOORZITTER: Ja, maar het is toch nog gezegd. Jammer! De heer VAN RIJN (VVD): Het is duidelijk dat de ambities en de beschikbare financiële middelen niet in de pas lopen. Dat is een understatement. We moeten onze eigen verantwoordelijkheid nemen. Dat hebben we gedaan met het herstelplan en de vandaag besproken Kadernota. Natuurlijk is het ook terecht dat we kijken naar het Rijk voor een financiële tegemoetkoming.

Wij ondersteunen derhalve de raadsbrief aan de Tweede Kamer. Uiteraard zullen we ook onze fractiegenoten in de Tweede Kamer blijvend aanspreken. De heer VAN VLIET (GroenLinks): Voorzitter. Het is mooi dat de raden in Nederland zich echt gezamenlijk uitspreken over deze situatie, die zo niet langer kan blijven. De manier waarop we deze brief eigenlijk met de complete raad samen hebben opgesteld, waarbij ieder zijn bijdrage heeft gegeven aan de inbreng voor de brief, vond ik heel mooi. Daarmee is dit een mooie gedragen brief geworden. De VOORZITTER: Mooi. Dank, meneer Van Vliet. Zijn er nog meer sprekers of sluit u zich hier gewoon bij aan? Dat mag. Ik denk dat er mooie woorden zijn gezegd. Alle handjes verdwijnen. Dan stel ik vast dat we dit voldoende behandeld hebben. Dit is een cri de coeur. Er gaat geen dag voorbij zonder dat ik tegen mensen in het Haagse, op allerlei niveaus, zeg dat het zo gewoon niet langer kan. Er zal iets gedaan moeten worden, want ik denk echt dat de boel inderdaad in verzet gaat. Dat is dan heel terecht. Wij komen op voor de goede zaak waarvoor wij staan, namelijk een volledig democratische bestuurslaag, dicht bij mensen, die gewoon probeert de taken goed te doen en ook daarvoor toegerust moet worden. Eigenlijk is de huidige situatie in het lokale bestuur schaamteloos.

Ik sta hier dus zeer achter en het college en de raad blijven hierin samen optrekken. Dat is een goede zaak. Dank u wel. XX. Sluiting. De VOORZITTER: Daarmee zijn we volgens mij gekomen aan het eind van de vergadering. Ja hoor, de griffier knikt en dan is het zo. Ik wil graag nog een paar woorden tegen u zeggen, want we hebben een heel bijzonder jaar achter de rug. U gaat allemaal van een welverdiende vakantie genieten. We hebben een ongelofelijk druk halfjaar achter de rug. Dat was echt ongekend druk - ik kan het niet anders 69

zeggen - in een ongekende tijd van corona, waarvan niemand had kunnen voorspellen dat we er nu nog steeds mee bezig zouden zijn. We dachten dat het weg zou zakken, maar het is weer dichtbij gekomen. Maar ik heb er vertrouwen in dat deze zomer beter is dan de vorige. We hebben allerlei maatregelen moeten nemen om de crisis onder controle te krijgen. Ik heb weliswaar die verantwoordelijkheid gehad, maar ik heb altijd gevoeld dat we dat gezamenlijk hebben gedaan. Veel dank en waardering daarvoor. Daarnaast hebben we de financiële situatie sterk onder de loep moeten nemen. U heeft in maart het herstelplan vastgesteld en de boel daarmee weer enigszins in balans gebracht. Vanavond stelde u de Kadernota vast, waarmee u scherp hebt bepaald binnen welke lijnen het herstel verder ontwikkeld moet worden. Dat gaan we na het zomerreces in de begroting terugzien. U hebt belangrijke besluiten voor de stad genomen. Ik noem er een paar, maar dat zijn echt de grote: het Mobiliteitsprogramma Delft 2040, de Regionale Energiestrategie 1.0 en de vanavond vastgestelde Omgevingsvisie. Vorige week stemde u unaniem in met het voorstel Van visie naar ontwerp Prinsenhof Delft; daar ben ik nog steeds dankbaar voor. Zonder de bijzonder genereuze schenking van 10 miljoen euro van de familie Vlek zou dat nooit gelukt zijn; die wil ik hier aan het eind van dit seizoen toch ook even genoemd hebben.

Dat is geweldig en het is ook mooi om te zien hoe betrokken Delftenaren kunnen zijn bij hun stad. Die betrokkenheid bleek in maart, toen er ontzettend veel aanmeldingen waren voor de cursus Politiek Actief, die volgde op de campagne Ja, ik wil in de gemeenteraad. Maar liefst 120 Delftenaren zeiden: ja, ik wil deelnemen aan die cursus en me actief inzetten voor de stad. Van hen volgden er inmiddels 60 de cursus; digitaal, maar niet minder gedreven. Vanaf september wordt de cursus opnieuw gegeven voor de mensen die nu op de wachtlijst staan. Geweldig! Hun betrokkenheid en enthousiasme heeft deze stad hard nodig. Dat is winst voor de stad. Dat geldt ook voor mensen die de lastige functie van een wethouder willen overnemen die in de Tweede Kamer gekozen wordt. Hatte van der Woude vertrok en daar kwam onze Lennart Harpe weer om de hoek kijken. Daar zijn we natuurlijk ook enorm blij mee. Er was ook verlies, een groot verlies. Ik vind het eigenlijk nog altijd onwerkelijk als ik het zeg: op 25 maart overleed Martin Stoelinga, Delvenaar in hart en nieren en een kleurrijk politicus. We waren er allemaal stil van. Stil waren we niet van het afscheid van Boris Duijff. Zijn afscheidsbrief zorgde niet alleen voor gespreksstof maar ook voor een debat in de raad. En dat allemaal digitaal; nog steeds, maar zonder Whatsapp, want daarmee besloot u in mei te stoppen.

Wie had dat gedacht? In één raadsvergadering, hup, de deur uit met dat ding. We leven ermee, om het maar zo te zeggen. 27 commissievergaderingen, 19 beeldvormende bijeenkomsten - vandaar mijn oproep aan u en aan ons als college om ons op dit punt in te houden - 2 sessies over het herstelplan, 6 presidiumvergaderingen, 2 fractievoorzittersoverleggen, 8 raadsvergaderingen en vele, vele fractieoverleggen verder rest mij nog om u een heel fijn reces toe te wensen. Rust goed uit. U hebt het verdiend. Echt zeer veel dank voor uw inzet voor onze mooie stad. U levert een grote bijdrage aan de lokale democratie, waar ons Gebouw van Thorbecke echt op steunt, maar u levert vooral ook een hele grote bijdrage voor de vele Delftenaren die vertrouwen op uw goede inzet. Dat doen ze niet onterecht. We zien elkaar weer op donderdag 30 september. Ja, dat klinkt ver weg en gelukkig ís het ook ver weg. Ik sluit de vergadering en ik wens u alle goeds. Dank voor alle inzet. Slaap lekker! De vergadering wordt om 23.43 uur gesloten. 70

Aldus vastgesteld in de openbare digitale raadsvergadering van 30 september 2021.

, voorzitter.

, griffier.

71

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10516445/1