Concept Centrumregeling archeologische monumentenzorg
Tekst van het document
Centrumregeling Archeologische Monumentenzorg Delft en omstreken De Colleges van burgemeester en wethouders van de Gemeenten Delft, Lansingerland, MiddenDelfland, Pijnacker-Nootdorp, Westland en Zoetermeer Overwegende dat: -de Gemeente Delft met haar afdeling Erfgoed, team Archeologie over deskundigheid, faciliteiten en capaciteiten beschikt voor het duurzaam beschermen en behouden van archeologische waarden; - de Gemeenten Lansingerland, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Westland en Zoetermeer niet over dezelfde deskundigheid, faciliteiten en capaciteiten beschikken voor het duurzaam beschermen en behouden van de archeologische waarden van hun eigen Gemeente; -de Gemeenten Lansingerland, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Westland en Zoetermeer ter uitvoering van de wettelijke taken met betrekking tot duurzaam beschermen en behouden van archeologische waarden gebruik wensen te maken van de faciliteiten en capaciteiten van de Gemeente Delft; -gelet op de aard van de uit te voeren taken, de gemeenten ervoor hebben gekozen om deze samenwerking in de vorm van een centrumregeling te formaliseren.
Gelet op de Wet gemeenschappelijke regeling en de Gemeentewet; de toestemming die de raden van de aan de regeling deelnemende colleges, verder de gastgemeenten genoemd, hebben verleend voor het treffen van deze gemeenschappelijke regeling, overeenkomstig artikel 1, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen; Besluiten te treffen de
Centrumregeling Archeologische Monumentenzorg Delft en omstreken HOOFDSTUK 1: INLEIDENDE BEPALINGEN Artikel 1 Begripsbepaling In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a. Archeologische Monumentenzorg (AMZ): De keten van Archeologische monumentenzorg conform de Erfgoedwet; b. Archeologische werkzaamheden; taken die uit de Omgevingswet en hoofdstuk 5 en 9 van de Erfgoedwet voortkomen; c. Archeoloog: medewerker die archeologisch (advies)werk verricht;
d. Centrumgemeente: de Gemeente Delft, overeenkomstig artikel 3 van de regeling; e. College: het College van burgemeester en wethouders van de Gemeente Delft; f. De Dienstverleningsovereenkomst Archeologische Monumentenzorg: de overeenkomst tussen de Centrumgemeente en elke individuele gastgemeente(n), waarin afspraken zijn vastgelegd over de te leveren diensten en producten; g. Gastgemeente: de Gemeenten Lansingerland, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Westland en Zoetermeer; h. Gemeente: een Gastgemeente of de Centrumgemeente; i. Gemeenten: de Gastgemeenten en de Centrumgemeente j. Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA); de meest recente versie van het kwaliteitsstelsel voor de AMZ;
Artikel 2 Belang Deze regeling wordt getroffen om de afspraken vast te leggen die de Gemeenten hebben gemaakt met het oog op het uitvoeren van de wettelijke taken op het gebied van Archeologische Monumentenzorg. Het betreft met name de faciliteiten en capaciteiten die de Centrumgemeente beschikbaar stelt aan de Gastgemeenten ten behoeve van het behoud en de bescherming van het archeologische erfgoed van de Gastgemeenten.
Artikel 3 Centrumgemeente De Gemeente Delft wordt aangewezen als Centrumgemeente als bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
HOOFDSTUK 2: TAKEN EN BEVOEGDHEDEN CENTRUMGEMEENTE
Artikel 4 Taken van de Centrumgemeente 1. Het College van de Centrumgemeente voert voor de gemeenten de beleid-adviserende en beleid-uitvoerende gemeentelijke taken uit op het terrein van Archeologische monumentenzorg die voortvloeien uit hoofdstuk 5 en 9 uit de Erfgoedwet. 2. In de jaarlijks af te sluiten Dienstverleningsovereenkomst per gastgemeente zijn de taken nader uitgewerkt. Artikel 5 Verplichtingen van de Centrumgemeente 1. De Centrumgemeente rapporteert en evalueert ten minste eenmaal per jaar schriftelijk aan een vastgesteld contactpersoon per gastgemeente. 2. De Centrumgemeente brengt jaarlijks in januari een jaarverslag over het voorgaande jaar uit. De financiële verantwoording is hierin separaat opgenomen.
3. De Centrumgemeente stelt elk jaar in het laatste kwartaal een jaarplan voor het komende jaar met begroting en tarifering op. Artikel 6: Evaluatie dienstverlening 1. De Gastgemeenten en de Centrumgemeente stellen vaste vertegenwoordigers aan voor de evaluatie van de geboden dienstverlening. 2. Ten minste eenmaal per jaar wordt iedere Gastgemeente uitgenodigd door de Centrumgemeente voor een evaluatie van de uitgevoerde werkzaamheden, de aankomende werkvoorraad en eventuele bijzonderheden.
Artikel 7. Dienstverleningsovereenkomst 1. De werkzaamheden die de Centrumgemeente uitvoert zijn per Gastgemeente nader omschreven en vastgelegd in de Dienstverleningsovereenkomst die de Centrumgemeente met elk van de Gastgemeenten in onderling overleg overeenkomt. In de Dienstverleningsovereenkomst staan afspraken over de omvang van de dienstverlening. 2. De Dienstverleningsovereenkomst wordt jaarlijks geëvalueerd en zo nodig geactualiseerd, zoals hierboven beschreven in hoofdstuk 2, artikel 6. HOOFDSTUK 3: FINANCIELE BEPALINGEN Artikel 8 Kosten 1.De Centrumgemeente berekent de door haar gemaakte kosten horend bij de afgesproken omvang van het dienstverleningspakket. 2.De Centrumgemeente berekent de kosten die voor haar voortvloeien uit de dienstverlening op grond van deze regeling door aan de gastgemeenten. De kosten voor de dienstverlening bestaan uit de directe en de indirecte kosten voor de taakuitvoering. 3.Gastgemeenten betalen per kwartaal 1/4 deel van de jaarlijks door hen verschuldigde kosten voor de uitvoering. De Centrumgemeente stuurt hiervoor kort na het verstrijken van de 15e van iedere derde maand een factuur. De Gastgemeente draagt zorg voor het verstrekken van alle informatie en contactgegevens die nodig is om deze factuur volgens de eisen van de gastgemeente te kunnen versturen.
4.Voor zover over de dienstverlening BTW is verschuldigd, berekent de Centrumgemeente deze door aan Gastgemeenten. 5. Bij ieder evaluatiemoment zoals beschreven in Hoofdstuk 2 Artikel 6 wordt besproken of de omvang van het aangeboden dienstverleningspakket nog voldoet. De Centrumgemeente levert hiervoor de urenverantwoording aan. Bij een aantoonbare toename van het aantal te behandelen advieszaken (vergunningaanvragen en ruimtelijke projecten waarbij archeologie een rol speelt) wordt besproken of aanpassing van de omvang van het dienstverleningspakket nodig is.
HOOFDSTUK 4: EVALUATIE CENTRUMREGELING Artikel 9 Evaluatie 1.Evaluatie van de gemeenschappelijke regeling vindt minimaal 1 keer per 4 jaar plaats. 2.De Centrumgemeente zorgt er voor dat 1 jaar vóór het tijdstip waarop een evaluatie zal plaatsvinden een signaal uit gaat naar de gastgemeenten. 3.De uitvoering van de evaluatie begint met een procesbeschrijving met daarin een beschrijving van het onderwerp, de manier waarop de evaluatie wordt uitgevoerd en binnen welke termijn. 4.Als de evaluatie conclusies en aanbevelingen bevat, dan verwerkt de Centrumgemeente deze in een voorstel hoe hieraan gevolg wordt gegeven. 5.De gevolgen als bedoeld in het vorige lid, kunnen aanleiding zijn om te betrekken in de daaropvolgende evaluatieperiode. HOOFDSTUK 5: WIJZIGING, TOETREDING, UITTREDING EN OPHEFFING Artikel 10 Wijziging van de regeling 1.Deze regeling kan door de colleges worden gewijzigd, nadat zij hiertoe onderling overeenstemming hebben bereikt. 2.De colleges besluiten omtrent de voorgestelde wijziging niet dan nadat zij daartoe toestemming hebben verkregen van hun raden, overeenkomstig artikel 1, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 3.Een wijziging van deze regeling is tot stand gekomen wanneer de colleges op de wijze, bedoeld in het tweede lid, hiermee unaniem hebben ingestemd.
4.De wijziging van de regeling treedt, tenzij anders bepaald, in werking op de dag volgend op die waarop de wijziging door de Centrumgemeente is bekendgemaakt. Artikel 11 Toe- en uittreding 1.Tot deze regeling kan worden toegetreden, dan wel uitgetreden, door middel van besluiten van het betreffende college na toestemming van de betreffende gemeenteraad de daartoe bevoegde bestuursorganen van een deelnemende gemeente, respectievelijk een toetredende gemeente. 2.Uittreding is toegestaan na twee kalenderjaren. Op 1 januari, twee jaar voorafgaand aan de uittreding, dient dit schriftelijk aan de Centrumgemeente kenbaar te worden gemaakt. 3.Bij het vaststellen van de hoogte van de uittreedsom is het uitgangspunt dat de uittredende Gastgemeente de reële schade van de Centrumgemeente dient te vergoeden, die rechtstreeks gevolg is van het (gedeeltelijk) uittreden uit de gemeenschappelijke regeling. 4.De uittreedsom bestaat uit de zakelijke gerechtvaardigde kosten, te weten de kosten die rechtstreeks ontstaan uit de uittreding (frictiekosten) en de bijdragen aan de overtollige kosten (desintegratiekosten).
5.De kosten als bedoeld in lid 3 en lid 4 worden door de accountant van de Centrumgemeente bepaald aan de hand van de jaarrekeningen over de afgelopen 3 jaar voorafgaand aan de datum van uittreding. De beoordeling van de kosten van uittreden wordt gebaseerd op de feiten en omstandigheden die bekend zijn op het moment van de daadwerkelijke uittreding. 6.Met het oog op het vaststellen van de hoogte van de uittreedsom, als bedoeld in het derde t/m vijfde lid, vragen de uittredende Gastgemeente en de Centrumgemeente desgewenst gezamenlijk om een bindend advies aan een onafhankelijke externe deskundige. De kosten voor het inschakelen van de externe deskundige zijn, als onderdeel van de frictiekosten, voor rekening van de uittredende Gastgemeente. 7.De Centrumgemeente stelt de concept-uittredingsregeling vast en stuurt deze aan de deelnemende bestuursorganen van de Gastgemeenten ter besluitvorming. 8.Gedurende de periode tussen het besluit tot uittreding en effectuering daarvan is de uittredende Gastgemeente gehouden al haar verplichtingen na te komen. 9.De uittreedsom dient binnen een termijn van 6 maanden na vaststelling als bedoeld in het zevende lid door de uittredende deelnemer aan de Centrumgemeente en gastgemeenten te zijn voldaan, tenzij in de uittredingsregeling een andere afspraak is gemaakt. Lopende kosten en aangegane verplichtingen worden hierbij verrekend.
HOOFDSTUK 6: OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN Artikel 12 Duur van de regeling Deze regeling wordt getroffen voor onbepaalde tijd. Artikel 13 Toezending en publicatie Het College van de Centrumgemeente draagt zorg voor de bekendmaking van de regeling en zendt de regeling aan gedeputeerde staten van de provincie Zuid-Holland. Besluiten tot wijziging, opheffing, toetreding en uittreding worden ook door de Centrumgemeente bekend gemaakt. Artikel 14 Inwerkingtreding 1. Deze regeling treedt in werking met ingang van xxxxxxx;
Artikel 15 Citeerwijze Deze regeling kan worden aangehaald als “Centrumregeling Archeologische Monumentenzorg Delft en omstreken”.
Aldus besloten door het Het College van Delft
d.d.
Het College van Lansingerland
d.d.
Het College van Midden-Delfland
d.d.
Het College van Pijnacker-Nootdorp
d.d.
Het College van Westland
d.d.
Het College van Zoetermeer
d.d.