CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid Bijlagen bij de Toelichting Deel 2

Raadsvergadering 11 juli 2024, gemeente DelftBij agendapunt: Voorstel van het college aan de raad inzake crisis- en herstelwet omgevingsplan TU Delft Campus Zuid (nr. 2424345)7.818 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

•

•

van nature in het wild levende vogelsoorten en planten en dieren en hun habitats van bijlagen II, IV en V bij de Habitatrichtlijn en habitattypen van bijlage I van de Habitatrichtlijn; het behoud of het herstel van een gunstige staat van instandhouding van de met uitroeiing bedreigde of speciaal gevaar lopende van nature in het wild voorkomende dier- en plantensoorten; de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd Natuurnetwerk Nederland.

Gedeputeerde staten kunnen gebieden buiten het Natuurnetwerk Nederland aanwijzen die van provinciaal belang zijn vanwege hun natuurwaarden of landschappelijke waarden, met inachtneming van hun cultuurhistorische kenmerken. Deze gebieden worden aangeduid als ‘bijzondere provinciale natuurgebieden’ en ‘bijzondere provinciale landschappen’.

1.3

Natura 2000-gebieden De Wnb heeft tot doel het beschermen en in stand houden van Natura 2000gebieden. Relevante wettelijke bepalingen De beoordeling van projecten en andere handelingen wordt geregeld in artikel 2.7 tot en met artikel 2.9. Aanwijzingsbesluiten geven de instandhoudingsdoelstellingen ten aanzien van de leefgebieden voor vogels van de Vogelrichtlijn, de natuurlijke habitats en de habitats van soorten van de Habitatrichtlijn. De instandhoudingsmaatregelen zijn voor elk gebied beschreven in het beheerplan. Tevens beschrijft het beheerplan welke handelingen en ontwikkelingen in het gebied en daarbuiten het bereiken van de instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen. Voor het uitvoeren van plannen of projecten kan GS de verplichting opleggen tot preventieve of herstelmaatregelen. Dit is niet van toepassing indien voor het plan of project een (omgevings)vergunning is verleend. Beoordeling van plannen en projecten Art. 2.7 Voor een plan dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, en dat afzonderlijk of in combinatie (in cumulatie) met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000gebied, is een passende beoordeling noodzakelijk.

Er is een vergunning nodig van GS voor projecten of andere handelingen die de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. De bevoegdheid ten aanzien van de vergunningverlening ligt bij GS van de provincie waarin het project wordt uitgevoerd. Er geldt een uitzondering op de vergunningprocedure op grond van de Wet natuurbescherming: als via een andere wettelijke bepaling een passende beoordeling

59

verplicht is (bijvoorbeeld op grond van de Tracéwet of de Spoedwet wegverbreding) voor de besluitvorming. Art. 2.9 Géén vergunning is nodig:

•

•

•

Als het project of de handeling is opgenomen in een Natura 2000-beheerplan of in een vastgesteld programma voor Natura 2000-gebieden (zoals de PAS). Voorwaarde is dat 1) ten aanzien van het plan of het programma een passende beoordeling van projecten is uitgevoerd waaruit de zekerheid is verkregen dat het project de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet zal aantasten, en 2) dat het bestuursorgaan dat het plan of programma heeft vastgesteld, tevens bevoegd gezag is voor vergunningverlening of dat dit bestuursorgaan heeft ingestemd heeft met het plan of programma. Als het project of de handeling al bestond of bekend was op de referentiedatum 31 maart 2010 of later als het gebied later is aangewezen (ook wel bekend als bestaand gebruik). Als het project of de handeling behoort tot door PS bij verordening aangewezen categorieën van gevallen.

Toelichting op begrippen Habitattoets De habitattoets is de verzamelnaam van toetsingen van effecten van plannen en projecten op de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000gebied. In beginsel worden de effecten van plannen en projecten op Natura 2000gebieden ‘passend beoordeeld’. Als er kans is op significant negatieve effecten en mitigerende maatregelen bij de beoordeling zijn betrokken wordt gesproken over een ‘passende beoordeling’. Om procedurele redenen kan er voor worden gekozen om een oriëntatiefase – soms ook wel ‘voortoets’ genoemd – te doorlopen. De inhoudelijke studie is in de oriëntatiefase in grote lijnen identiek aan een passen de beoordeling, echter mitigerende maatregelen zijn bij de oriëntatiefase niet bij de beoordeling betrokken. Als de conclusie is dat significante negatieve effecten niet op voorhand kunnen worden uitgesloten en maatregelen nodig zijn om significant negatieve effecten met zekerheid te voorkomen, zal alsnog een passende beoordeling nodig zijn.

Mitigerende maatregelen Mitigerende maatregelen zijn maatregelen ter voorkoming of beperking van het (mogelijke) effect van het project of andere handeling en deze maatregelen zijn onlosmakelijk verbonden zijn met een project / andere handelingen Cumulatieve effecten Voor de habitattoets geldt uitdrukkelijk dat voor elke activiteit onderzocht moet worden of er mogelijke significante effecten zijn als gevolg van de activiteit afzonderlijk en in combinatie met andere plannen en projecten. In het laatste geval moeten de gezamenlijke ofwel cumulatieve effecten beoordeeld worden in het licht van de

60

instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied. Het gaat daarbij om alle plannen en projecten die op bestuurlijk niveau zijn goedgekeurd en die nog niet (volledig) zijn gerealiseerd. Significantie Van significante effecten kan sprake zijn als ten gevolge van het plan of project realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen wordt bemoeilijkt of onmogelijk wordt gemaakt. In de Leidraad bepaling Significantie is het begrip ‘significante gevolgen’ 7 toegelicht. Externe werking Ook activiteiten buiten het Natura 2000-gebied kunnen vergunningplichtig zijn als die activiteiten negatieve effecten op het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen voor het gebied (kunnen) veroorzaken. Dit wordt de ‘externe werking’ van de bescherming genoemd. Programma Aanpak Stikstof Op 1 juli 2015 is de Programma Aanpak Stikstof (PAS) in werking getreden. Dit programma geeft met een gericht pakket van herstelmaatregelen enerzijds waarborgen voor behoud en herstel van stikstofgevoelige habitats en leefgebieden van soorten en biedt anderzijds ruimte voor nieuwe economische activiteiten. Voor projecten die vermeld zijn op een lijst met prioritaire projecten is op voorhand ruimte gereserveerd.

Voor nieuwe projecten (niet-prioritair) geldt bij een toename van stikstofdepositie op een stikstof gevoelig habitat met thans al een overschrijding het volgende: • Activiteiten met een stikstofdepositie vanaf 1 mol/ha/jaar zijn vergunningplichtig. • Activiteiten met een stikstofdepositie onder 0,05 mol/ha/jaar zijn niet vergunningplichtig. • Voor activiteiten met een stikstofdepositie tussen 0,05 mol/ha/jaar – 1 mol/ha/jaar moet voor het Natura 2000-gebied worden nagegaan wat de actuele geldende grenswaarde is. Bij 95% uitgegeven depositieruimte wordt de grenswaarde verlaagd naar 0,05 mol/ha/jaar; dan is dus een vergunning nodig bij een stikstofdepositie hoger dan 0,05 mol/ha/jaar (anders bij 1 mol/ha/jaar) De omvang van de stikstofdepositie als gevolg van een project moet worden vastgesteld aan de hand van het rekenmodel AERIUS Calculator.

1.4

Soorten Verbodsbepalingen De Wnb onderscheid bij de bescherming van soorten drie beschermingsregimes: Art. 3.1 Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn

7

Leidraad bepaling significantie. Nadere uitleg van het begrip ‘significante gevolgen’ uit de Natuurbeschermingswet. Publicatie Steunpunt Natura 2000, versie 27 mei 2010.

61

1.

Het is verboden opzettelijk in het wild levende vogels (VR artikel 1) te doden of te vangen.

2.

Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld onder 1

3.

Het is verboden eieren van vogels als bedoeld onder 1 te rapen en deze onder zich te

te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. hebben. 4. 5.

Het is verboden vogels als bedoeld onder 1 opzettelijk te storen. Het verbod, opzettelijk storen, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Het ministerie heeft een lijst gemaakt van soorten vogels die hun nest doorgaans het 8 hele jaar door of telkens opnieuw gebruiken. Deze nesten zijn jaarrond beschermd . Voor andere soorten geldt dat de nesten alleen beschermd zijn wanneer zij (in het broedseizoen) in gebruik zijn. Art. 3.5 Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn 1.

Het is verboden in het wild levende dieren (HR bijlage IV, VvBern Bijlage II, VvBonn Bijlage I) opzettelijk te doden of te vangen.

2.

Het is verboden dieren als bedoeld onder 1 opzettelijk te verstoren.

3.

Het is verboden eieren van dieren als bedoeld onder 1 in de natuur opzettelijk te vernielen

4.

Het is verboden voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld onder 1 te

5.

Het is verboden planten (HR bijlage IV, VvBern Bijlage I) in hun natuurlijke

of te rapen. beschadigen of te vernielen. verspreidingsgebied opzettelijk te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Art. 3.10 Beschermingsregime andere soorten 1.

Het is verboden in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage bij de Wet, onderdeel A, natuurbescherming opzettelijk te doden of te vangen.

2.

Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld

3.

Het is verboden vaatplanten genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij de Wet

onder 1 opzettelijk te beschadigen of te vernielen. natuurbescherming, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Ontheffingen en vrijstellingen Gedeputeerde staten kunnen een ontheffing verlenen van verboden die gelden voor Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (Art 3.3), Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (Art 3.8) en Beschermingsregime andere soorten (Art 3.10 lid 2). Provinciale staten en de Minister kunnen bij verordening vrijstelling verlenen van deze verboden (Art 3.3, Art 3.8) Een ontheffing of een vrijstelling wordt uitsluitend verleend als aan de volgende 8

Zie de Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingrepen, ministerie van LNV, augustus 2009.

62

voorwaarden is voldaan: • er bestaat geen andere bevredigende oplossing, • er is voldaan aan een in Art 3.3 dan wel Art 3.8 genoemd belang, • er is geen sprake van een verslechtering van de (gunstige) staat van instandhouding van de desbetreffende soort. Aan een ontheffing kunnen voorwaarden worden gesteld om schade te beperken of te compenseren zodat er geen afbreuk wordt gedaan aan de SvI. Art 3.3, Art 3.8 De verboden voor zijn niet van toepassing op handelingen ten behoeve

van instandhoudingsmaatregelen en handelingen in het kader van een Natura 2000beheerplan of een vastgesteld programma (zoals bijvoorbeeld de PAS). Art. 3.10 Voor soorten vallend onder ‘Beschermingsregime andere soorten’ kan de

provincie een vrijstelling verlenen voor handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden en bestendig beheer of onderhoud. Art. 3.31 De hierboven genoemde verboden onder de drie beschermingsregimes zijn

niet van toepassing op handelingen die zijn beschreven in en aantoonbaar worden uitgevoerd overeenkomstig een door Onze Minister goedgekeurde gedragscode en die plaatsvinden in het kader van bestendig beheer of onderhoud en ruimtelijke ontwikkeling en inrichting.

63

Bijlage 2 Toelichting eDNA onderzoek Voor de grote modderkruiper en waterspitsmuis zijn in sloten met geschikt habitat watermonsters verzameld voor eDNA analyse. Door deze gerichte bemonsteringsstrategie wordt de trefkans van de doelsoort in het eDNA onderzoek sterk vergroot. Er zijn in het gebied in totaal vijf watermonsters verzameld. Elk watermonster bestaat uit 30 subsamples van 40 ml waarbij de locaties voor de subsamples evenredig zijn verdeeld over het te onderzoeken deel van de oeverlijn. Het DNA in het watermonster van maximaal 1200 ml is in het veld op een filter van polyethersulfone met een porie grootte van 0,22 μm geconcentreerd en geconserveerd in een epje met CTAB buffer. In het laboratorium is het eDNA van het filter geëxtraheerd. Met de qPCR (quantitative polymerase chain reaction) methode en gebruik van soortspecifieke primers is het eventueel aanwezig DNA van de doelsoort(en) in het watermonster vermeerderd. Alleen als DNA van de doelsoort aanwezig is vindt deze vermeerdering plaats. Om vals positieve en negatieve resultaten te voorkomen zijn beide methoden gedurende het proces uitgebreid gevalideerd. Meer informatie over het moleculair onderzoek is te vinden in het rapport van Datura (van Bochove & Rook, 2017).

64

Bijlage 3 Kaart gebied waarvoor ontheffing Tijdelijke natuur wordt aangevraagd Kaart: formaat A3

65

1

2

3

4

Legenda Terrein waarvoor ontheffing tijdelijke natuur wordt aangevraagd, exclusief: A

A

Bebouwd gebied Civiele werken

B

B

N 0

100

200

300 m

Naam tekening

kaart bij aanvraag ontheffing tijdelijke natuur C

C Tekenaar

Opdrachtgever

J.W. Röell

TU Delft

Datum

31-10-2017 Project

Naam controleur

Paraaf

16-809 Schaal Onderdeel

1

2

3

4

Tekeneenheid

1:5000

meter

Formaat

Versienr.

A3

0-B

Bureau Waardenburg bv Onderzoek en advies voor ecologie en landschap Postbus 365, 4100 AJ Culemborg Telefoon 0345-512710, Fax 0345-519849 E-mail info@buwa.nl, www.buwa.nl

bestemmingsplan Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid

Bijlage 7 Natuurwaardenonderzoek Thijsseweg

bestemmingsplan "Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid" (vastgesteld) 313

Natuurwaardenonderzoek Thijsseweg te Delft

G. Bakker bSR-rapport 447 2021

Colofon rapportnummer

447

projectnummer

2417

titel

Natuurwaardenonderzoek Thijsseweg Delft

auteur(s)

G. Bakker

opdrachtgever

D. Tubbing, P. Adriaanse, G. van Zomeren Gemeente Delft

status

DEFINITIEF

afbeeldingen

Bureau Stadsnatuur, alle rechten voorbehouden

kaartmateriaal

Bureau Stadsnatuur; auteursrecht voorbehouden.

Deze uitgave kan geciteerd worden als: Bakker, G. 2021. Natuurwaardenonderzoek Thijsseweg Delft. Rapportnr. 447. Bureau Stadsnatuur, Rotterdam. © Bureau Stadsnatuur, november 2021 Bureau Stadsnatuur, Westzeedijk 345, 3015 AA, Rotterdam www.bureaustadsnatuur.nl | info@bureaustadsnatuur.nl Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. bSR kan door opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage.

INHOUD

Samenvatting ............................................................................................. 2 1

Inleiding ........................................................................................... 3

1.1

Mollusken ......................................................................................................... 4

1.2

Vissen en amfibieën ........................................................................................... 4

1.3

Vogels .............................................................................................................. 4

1.4

Vleermuizen ...................................................................................................... 4

1.5

Landzoogdieren ................................................................................................ 5

2

Methodiek ........................................................................................ 6

2.1

Materiaal en methoden ...................................................................................... 6 2.1.1 2.1.2 2.1.3 2.1.4 2.1.5

Mollusken ................................................................................................................... 6 Vissen en amfibieën ..................................................................................................... 6 Vogels ....................................................................................................................... 6 Vleermuizen ................................................................................................................ 6 Landzoogdieren........................................................................................................... 7

2.2

Inventarisatieperiode.......................................................................................... 7

3

Resultaten ......................................................................................... 8

3.1

Gebiedsbeschrijving .......................................................................................... 8

3.2

Mollusken ....................................................................................................... 12

3.3

Vissen en amfibieën ......................................................................................... 14 3.3.1 3.3.2

Vissen ...................................................................................................................... 14 Amfibieën ................................................................................................................. 14

3.4

Vogels ............................................................................................................ 14

3.5

Vleermuizen .................................................................................................... 16

3.6

Landzoogdieren .............................................................................................. 16

4

Conclusie & aanbevelingen .............................................................. 20

4.1

Thijsseweg-westzijde (‘Bluebirds’) ...................................................................... 20

4.2

Thijsseweg-oostzijde (‘studentenwoningen’) ........................................................ 20

Literatuur ................................................................................................. 22 Inhoud bijlagen ........................................................................................ 23

bSR-rapport 447 – Natuurwaardenonderzoek Thijsseweg Delft

1

SAMENVATTING

Dit rapport doet verslag van een veldinventarisatie van enkele soortgroepen in braakliggende percelen rond de Thijsseweg, gemeente Delft. Aandachtspunt vormen soorten die bij voorziene ontwikkelingen in het gebied tot conflicten kunnen leiden in relatie tot de Wet natuurbescherming. In de Thijssevaart, de watergang aan de noord- en oostkant van de Thijsseweg, is de Platte schijfhoren Anisus vorticulus aangetroffen. Dit is een Habitatrichtlijnsoort waarvan aantasting van het leefgebied verboden is. Een onderzoek naar de vis- en amfibieënfauna leverde diverse algemene soorten op waarvan het voorkomen in dit gebied al werd verondersteld. Leefgebied voor populaties van strikt beschermde soorten, zoals Grote modderkruiper Misgurnus fossilis en Rugstreeppad Epidalea calamita, is niet aanwezig en op basis van de actuele arealen van deze soorten is hun voorkomen uitgesloten. Een broedvogelinventarisatie leverde 236 territoria op van in totaal 40 soorten. De meest talrijke soorten waren Tjiftjaf Phylloscopus collybita, Winterkoning Troglodytes troglodytes en Zwartkop Sylvia atricapilla, wat inherent is aan het voor deze soorten optimale stadium van successie waarin de begroeide terreindelen zich ten tijde van het onderzoek bevonden. Vermeldenswaard zijn verder een grondbroedend paar Scholekster Haematopus ostralegus en vijf territoria van Cetti’s Zanger Cettia cettia.

Nesten van soorten met een jaarrond beschermde status zijn niet gevonden. Vanwege de hoge aantallen broedende vogels in de ruige begroeiing is het van belang deze in de wintermaanden (i.e. september tot en met februari) te verwijderen, in de periode voorafgaande aan de start van werkzaamheden. Onderzoek naar het voorkomen van vleermuizen heeft de presentie van vier soorten aangetoond, te weten Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus, Ruige dwergvleermuis P. nathusii, Laatvlieger Eptesicus serotinus en Rosse vleermuis Nytalus noctula. Het gebied herbergt geen essentiële foerageerplaatsen of vliegroutes. Nader onderzoek naar verblijfplaatsen in bomen is niet uitgevoerd vanwege de lage potentie; aan de westzijde van de Thijsseweg zijn alle bomen nog te jong om te voorzien in een verblijfplaats; aan de oostzijde worden potentieel geschikte bomen, bijvoorbeeld met spechtengaten of loslatende schors, niet gekapt. Met behulp van vier wildcamera’s is getracht een beeld te krijgen van de in het gebied aanwezige grotere zoogdieren. Meest belangrijke bevinding is dat Vos Vulpes vulpes zich voortplant en talrijk en gebiedsbreed aanwezig is. Bij de ontwikkeling van terreindelen is het vooraf opsporen van in gebruik zijnde burchten een aanbevelingen. Zoogdiersoorten met een vanuit de Wnb beschermde status zijn niet op beeld vastgelegd.

2

bSR-rapport 447 - Natuurwaardenonderzoek Thijsseweg Delft

1

INLEIDING Gemeente Delft ontwikkelt een gebied aan de zuidrand van de stad, op de TU-campus. Rondom de Thijsseweg staan enkele ontwikkelingen in het vooruitzicht: het verplaatsen van een sportcomplex met honkbalvelden en de ontwikkeling van studentenwoningen. Deze ontwikkelingen vinden plaats op twee terreinen aan weerszijden van de Thijsseweg (Figuur 1). Het toekomstige sportterrein (deelgebied West) is een voormalig gronddepot en ligt al jaren braak. De studentenwoningen zijn gepland in een stuk grasland dat nu in gebruik is als begrazingsgebied voor schapen (deelgebied Oost). Bureau Stadsnatuur is gevraagd om in 2021 een breed georiënteerd natuurwaardenonderzoek uit te voeren op de twee planlocaties. In overleg met de opdrachtgevers is besloten om een aantal soorten en soortgroepen te onderzoeken die van belang zijn vanwege een wettelijk beschermde status (Wet natuurbescherming), bedreigd zijn (Rode Lijst) of een indicator kunnen zijn van waardevolle ecologische functies van een gebied.

Figuur 1. Onderzoeksgebied Thijsseweg, Delft.

De onderzochte soorten en soortgroepen worden in de hiernavolgende paragrafen besproken. Met de uitgevoerde onderzoeken is niet alleen het voorkomen van beschermde diersoorten in beeld gebracht, maar is ook een beeld ontstaan van de ecologische waarde van deze twee terreinen. Ook kan de opgedane informatie worden gezien als een indicator van de ecologische waarde van vergelijkbare terreinen in de buurt; een omgeving waar natuurlijke gebieden onder druk staan door ruimtelijke ontwikkelingen.

bSR-rapport 447 – Natuurwaardenonderzoek Thijsseweg Delft

3

Er is in het kader van voorliggend rapport géén gericht onderzoek gedaan naar de flora van het gebied (voor een indicatie van mogelijk voorkomende beschermde soorten, zie Stichting Floron 2011).

1.1

Mollusken Op beide terreinen zijn watergangen aanwezig, waarvan er enkele gedempt gaan worden. De watergangen in de plangebieden, evenals rond de plangebieden (de Thijssevaart) zijn onderzocht op aanwezigheid van de Platte Schijfhoren Anisus vorticulus, een waterslak beschermd onder de Habitatrichtlijn (cf. Janssen & Schaminée 2008).

1.2

Vissen en amfibieën De watergangen in en rond de plangebieden zijn bemonsterd op aanwezige vissoorten en amfibieën. Het vissenonderzoek was erop gericht om een indicatie te krijgen van de kwaliteit van de waterhabitat. Tijdens dit onderzoek zijn ook waarnemingen van amfibieën genoteerd, zowel netvangsten van verschillende soorten, als geluidswaarnemingen van kikkers.

1.3

Vogels Beide terreinen bieden een in hoge mate geschikte broedbiotoop voor enkele tientallen soorten broedvogels. Op 6 april 2021 zijn de terreinen onderzocht op potenties voor het voorkomen van vogels met een jaarrond beschermd nest (cf. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. 2009). Er werden geen nesten aangetroffen die mogelijk eerder werden gebruikt door roofvogels of Ransuil Asio otus. Het vogelonderzoek is daarom gericht op het verkrijgen van een algemeen beeld van de aanwezige broedvogelsoorten en de ruimtelijke verdeling van hun territoria. Er zijn geen soortspecifieke onderzoeken uitgevoerd.

1.4

Vleermuizen Op het terrein ten westen van de Thijsseweg staan veel jonge bomen, het betreft vrijwel uitsluitend natuurlijk opschot van veelal Wilg Salix alba en Zwarte els Alnus glutinosa. De leeftijd van de bomen is zodanig jong dat er geen sprake is van mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen in de bomen op dit terrein. Ten oosten van de Thijsseweg, en tevens als bomenlaan aan weerszijden van de weg, staan ook bomen. Soorten die hier voorkomen zijn, onder andere, Plataan Platanus sp, en Canadese populier Populus canadensis. Ook zijn oudere knotwilgen aanwezig. In enkele bomen zijn spechtengaten en andere holtes aangetroffen die mogelijk verblijfplaatsen bieden voor boombewonende vleermuizen. Omdat kap van deze bomen niet aan de orde is, zijn deze functionaliteiten niet nader onderzocht. Wat vleermuizen betreft is onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van vleermuissoorten en essentieel leefgebied van vleermuizen bestaande uit foerageergebied en vliegroutes

4

bSR-rapport 447 - Natuurwaardenonderzoek Thijsseweg Delft

1.5

Landzoogdieren Op de terreinen zijn geen potentiële verblijfplaatsen van beschermde landzoogdieren aangetroffen, zoals marterachtigen. Daarom is middels cameravalonderzoek een verkenning gemaakt van aanwezige landzoogdieren in de plangebieden. Uit eerder onderzoek is gebleken dat enkele watergangen in en rond het gebied leefgebied van de Waterspitsmuis Neomys fodiens omvatten. Het voorkomen is aangetoond op basis van eDNA (pers. med. D. Tubbing, gemeente Delft). Er is daarom geen aanvullend onderzoek gedaan naar deze soort.

bSR-rapport 447 – Natuurwaardenonderzoek Thijsseweg Delft

5

2

METHODIEK

2.1

Materiaal en methoden

2.1.1 Mollusken Mollusken zijn bemonsterd met behulp van een groot fijnmazig RAVON-schepnet waarbij zowel bodemmateriaal als waterplanten zijn verzameld op tientallen plaatsen langs oevers verspreid door het plangebied. Alleen kansrijk ogende plaatsen zijn bemonsterd; locaties met een baggerachterstand of een anderszins op het oog ongeschikt milieu voor de Platte schijfhoren (cf. Boesveld & Gmelig Meyling. 2011) zijn niet bemonsterd. Schelpen van schijfhorensoorten werden uit het net gehaald en ter plekke gedetermineerd. Enkele exemplaren werden ter documentatie meegenomen voor een controle en fotografie onder een binoculair.

2.1.2 Vissen en amfibieën Met een fijnmazig RAVON-schepnet zijn tijdens een bezoek overdag steekproefgewijs trekken over de slootbodem en onder de oever verricht, met als doel op basis van met name jonge vis een beeld te krijgen van de visfauna en aanwezigheid van specifieke soorten die indicatief zijn voor kwalitatief goede poldersloten in dit deel van Zuid-Holland, met name Bittervoorn Rhodeus amarus, Kleine modderkruiper Cobitis taenia en Kroeskarper Carassius carassius (cf. Kranenbarg et al. 2015).

2.1.3 Vogels Het terrein is op broedvogels onderzocht gebaseerd op de telmethode BMP-A van Sovon (Vergeer et al. 2016). Daarbij worden territoriumindicerende waarnemingen genoteerd (met name zingende vogels, maar ook nestindicerende waarnemingen en vogels met jongen). Op basis van clustering worden waarnemingen gedaan tijdens verschillende bezoeken op basis van de datum en de aard van de waarneming samengevoegd tot territoria, waarbij gebruik gemaakt is van de criteria in de BMP-handleing van Sovon. Ten aanzien van soorten met een jaarrond beschermd nest, is het gebied waar mogelijk onderzocht op bezette nesten van Buizerd Buteo buteo, Havik Accipiter gentilis, Sperwer A. nisus, Boomvalk Falco subbuteo en Ransuil Asio otus. Overige soorten met een jaarrond beschermde status kunnen op basis van de kwaliteit van de aanwezige habitats op voorhand worden uitgesloten. Er zijn vijf veldbezoeken gebracht in de periode april-juli waarbij het eerste bezoek verkennend van aard was. Zo is gelet op aanwezigheid van nesten van soorten met een jaarrond beschermde status en de potentie als broedgebied voor dergelijke soorten. Gezien de beperkte omvang en geringe diversiteit van het terrein waren meer bezoeken niet nodig om een volledig beeld te krijgen van de aanwezige broedvogels.

2.1.4 Vleermuizen Op basis van een kwaliteitsbeoordeling van de aanwezige bomen en de conclusie dat alle te kappen bomen nog te jong zijn om te functioneren als vleermuisverblijfplaats, heeft het vleermuisonderzoek zich beperkt tot het vaststellen van de aanwezige foeragerende soorten en van eventuele vliegroutes. Dit onderzoek is verricht volgens het Vleermuisprotocol 2021

6

bSR-rapport 447 - Natuurwaardenonderzoek Thijsseweg Delft

(Vleermuisvakberaad et al. 2020) waarbij twee keer ten minste twee uren is geïnventariseerd, in voorjaar/zomer (in de kraamperiode) en zomer/najaar, met een periode van ten minste acht weken tussen de bezoeken. De inventarisatie is uitgevoerd door middel van batdetectors (Batlogger M en Pettersson D240x) en is telkens uitgevoerd door twee onderzoekers.

2.1.5 Landzoogdieren Het voorkomen van marterachtigen (meer specifiek Steenmarter Martes foina en Boommarter M. martes vanwege hun strikt beschermde status, maar ook met het oog op Bunzing Mustela putorius, Wezel M. nivalis en Hermelijn M. erminea) is onderzocht middels een cameravalonderzoek. Aan de westkant van de Thijsseweg zijn van 7 t/m 28 mei 2021 (22 dagen) twee camera’s geplaatst op twee strategische plekken langs potentiële wildwissels midden in het gebied. Aan de oostkant is hetzelfde gedaan van 12 augustus t/m 6 september (26 dagen). Gebruikte twee wildcamera’s waren van het merk Bushnell, respectievelijk van de typen Tropycam Aggressor en Core DS. Deze verschillen qua functionaliteit niet wezenlijk, alleen levert de Core DS een iets hogere beeldkwaliteit. Het voorkomen van de strikt beschermde Waterspitsmuis in het gebied is reeds aangetoond (op basis van eDNA); hier is geen nader onderzoek naar gedaan omdat de ligging van potentieel geschikte oevers voldoende inzichtelijk is. Langs de Thijssevaart bevindt zich een voor deze soort geschikt oevermilieu. Populaties van overige strikt beschermde Nederlandse landzoogdieren kunnen op grond van hun areaal en habitvoorkeur op voorhand worden uitgesloten.

2.2

Inventarisatieperiode In de hiernavolgende tabel zijn de verschillende inventarisaties op een rij gezet. Tabel 1. Bezoekdata, onderzochte soortgroepen, uitgevoerde activiteit en inventariseerders. datum

soortgroep

activiteit

Inventariseerder(s)

06-04-2021 15-04-2021 07-05-2021

vogels vogels vogels

broedvogelinventarisatie broedvogelinventarisatie broedvogelinventarisatie

R. de Boer G. Bakker G. Bakker

07-05-2021 18-05-2021

landzoogdieren vleermuizen

G. Bakker J. van der Beek, R. de Boer

28 05-2021 28-05-2021

vogels landzoogdieren

plaatsing 2 cameravallen inventarisatie foerageerders en vliegroutes broedvogelinventarisatie verwijdering 2 cameravallen

G. Bakker G. Bakker

22-06-02021 Mollusken 22-06-2021 vissen en amfibieën 07-07-2021 vogels

Inventarisatie Platte schijfhoren Inventarisatie watergangen broedvogelinventarisatie

G. Bakker, R. de Boer G. Bakker, R. de Boer G. Bakker

12-08-2021 25-08-2021 06-09-2021

plaatsing 2 cameravallen G. Bakker Inventarisatie foerageerders en vliegroutes J. van der Beek, K. van den Berg verwijdering 2 cameravallen G. Bakker

landzoogdieren vleermuizen landzoogdieren

bSR-rapport 447 – Natuurwaardenonderzoek Thijsseweg Delft

7

3

RESULTATEN

3.1

Gebiedsbeschrijving Het onderzochte gebied aan de westkant van de Thijsseweg bestaat uit een vrijwel ondoordringbare ruigte gedomineerd door Wilgen en Braamstruweel, met een onderbegroeiing die over grote oppervlakten wordt gedomineerd door Reuzenberenklauw, een snelgroeiende invasief-exotische plantensoorten. Om toegang te krijgen ten behoeve van het onderzoek zijn op 6 april 2021 met behulp van een bosmaaier twee paden dwars door het gebied gemaakt. In september 2021 waren deze paden alweer dichtgegroeid met Reuzenberenklauw en daardoor vrijwel niet meer te betreden. Sowieso wordt het terrein, getuige de weinige sporen, weinig betreden door mensen, al zijn er wel sporen van betreding van één terreindeel gevonden. Aan de zuidkant ligt een open veld dat is dichtgegroeid met diverse grassen. Het terrein is aan vier zijden omringd door sloten en wordt centraal doorkruist door oost-west en noord-zuid georiërenteerde ondiepe sloten. De oevers van deze sloten zijn overgroeid met Braam en Wilg, aan de westzijde en zuidzijde zijn stukken Riet langs de oever aanwezig. De oostkant van de Thijsseweg bestaat voor het grootste deel uit open en intensief beweide schapenweide, omringd door sloten, met de Thijssevaart aan de noord- en oostzijde als prominente hoofdwatergang. Langs de hoofdwatergang is aan de noordkant een smalle rietstrook aanwezig.

De oever is op de meeste plaatsen beschoeid, maar die beschoeiing is op veel plaatsen in verval. In het gebied staat een groot hoog gebouw van het Nederlands Meetinstituut met eromheen enkele ondergelopen bosvakken, die vooral bestaan uit opschot van Wilg en wat aanplant van Gewone es en Populier. Langs de Thijsseweg, die het plangebied doorkruist, zijn eveneens laanbomen aangeplant, onder meer abelen. Het gebied als geheel is buiten de Thijsseweg slecht toegankelijk en kent geen actieve recreatieve functie. Ter impressie zijn hierna de nodige foto’s weergegeven Figuur 2 t/m 6).

8

bSR-rapport 447 - Natuurwaardenonderzoek Thijsseweg Delft

Figuur 2. Bosopschot van Wilg met een snelgroeiende vegetatie van Reuzenberenklauw, kenmerkend voor grote delen van het braakliggende terrein ten westen van de Thijsseweg. Delft, 7 mei 2021.

Figuur 3. Grassige ruigte in het zuidelijk deel van het terrein ten westen van de Thijsseweg. Links het gebouw van Deltares. Op de achtergrond het wilgenopschot op de braakliggende grond. Delft, 28 mei 2021.

bSR-rapport 447 – Natuurwaardenonderzoek Thijsseweg Delft

9

Figuur 4. Knotwilg langs de oostkant van de Thijsseweg (waarin een paar Pimpelmezen Cyanistes cyaneus nestelde). Op de achtergrond het gebouw van het Nederlands Meetinstituut. Delft, 7 mei 2021.

Figuur 5. Braamstruwelen en sloot in ruig bosvak naast Nederlands Meetinstituut, oostzijde Thijsseweg, Delft, 15 april 2021.

10

bSR-rapport 447 - Natuurwaardenonderzoek Thijsseweg Delft

Figuur 6. Kortgegraasde weide met gaasafrastering en beschoeiing langs Thijssevaart, Delft, 15 april 2021.

Figuur 7. De ecologisch meest waardevolle bomen zijn de wilgen, voorzien van diverse spechtenholen, aan de oostkant van de Thijsseweg. Ook hier weer de onvermijdelijke Reuzenberenklauw op de voorgrond. Delft, 28 mei 2021.

bSR-rapport 447 – Natuurwaardenonderzoek Thijsseweg Delft

11

3.2

Mollusken Er zijn exemplaren van de Platte schijfhoren Anisus vorticulus vastgesteld in de Thijssevaart. Er werd slechts een handvol schijfhorenslakken gevangen, waarvan het merendeel, zoals verwacht, de doorgaans algemeen voorkomende Draaikolkschijfhoren A. vortex betrof. Hiertussen werden twee Platte schijfhorens gevonden. De watervegetatie in de Thijssevaart was overal ‘dun’, zodat er weinig substraat was dat leidde tot hoge aantallen gevangen waterslakken in het algemeen. In overige watergangen in het gebied is de soort niet aangetroffen en werden in het geheel geen slakken van het genus Anisus aangetroffen. De vindplaats kenmerkt zich door zeer helder water met een goede doorstroming, een schone waterbodem en een weelderige vegetatie van Gele plomp. De perceelsloten elders in het gebied werden gekenmerkt door een geringe doorstroming, veel ophoping van organisch materiaal en daardoor een veel matiger kwaliteit van het waterbodemmilieu. Het voorkomen van de soort is hier zo goed als uitgesloten.

12

bSR-rapport 447 - Natuurwaardenonderzoek Thijsseweg Delft

Figuur 8. Leefgebied Platte schijfhoren: de Thijssevaart. Delft, 22 juni 2021.

Figuur 9. Platte schijfhoren, zijaanzicht met kernmerkende symmetrisch gelegen kiel.

Figuur 10. Platte schijfhoren in perspectief. Kenmerkend zijn de vijf windingen. Delft, 22 juni 2021.

bSR-rapport 447 – Natuurwaardenonderzoek Thijsseweg Delft

13

3.3

Vissen en amfibieën

3.3.1 Vissen Tijdens de schepnetbemonstering zijn tientallen juveniele exemplaren van Tiendoornige stekelbaars Pungitius pungitius, Blankvoorn Rutilus rutilus en Brasem Abramis brama gevangen. Daarnaast zijn enkele juveniele Baarzen Perca fluviatilis gevangen, alsmede een Kleine modderkruiper Cobitis taenia. Dit zijn soorten die algemeen voorkomen en mochten worden verwacht in slootmilieus in dit deel van westelijk Zuid-Holland (cf. Kranenbarg et al. 2015). Overige soorten zijn niet gevangen.

3.3.2 Amfibieën Tijdens de schepnetbemonsteringen ten behoeve van Platte schijfhoren werden veelvuldig larven van Kleine watersalamander Lissotriton vulgaris, Bastaardkikker Pelophylax Klepton esculenta en/of Meerkikker P. ridibunda gevangen. Deze soorten kunnen als algemeen en breed verspreid in het gebied worden beschouwd. Op diverse oevers werden juveniele exemplaren van Bruine kikker Rana temporaria opgemerkt. Gewone pad is niet aangetroffen maar mag gezien de habitat verondersteld worden voor te komen in het gebied. Overige soorten amfibieën zijn op basis van hun areaal en de aanwezige habitats uitgesloten (cf. Creemers & van Delft 2009).

3.4

Vogels Van 40 soorten vogels zijn territoria in het geïnventariseerde gebied vastgesteld. De resultaten per soort zijn in kaartvorm te vinden in Bijlage 1. Daaronder bevinden zich drie geïntroduceerde exoten met lokale populaties: Grote Canadese gans Branta canadensis, Nijlgans Alopochen aegyptiaca en Halsbandparkiet Psitacula krameri. Er zijn geen nesten aangetroffen van soorten met een jaarrond beschermde status. In totaal zijn (na clustering, zie Methodiek) 236 territtoria genoteerd, waarvan 157 aan de westzijde en 79 aan de oostzijde van de Thijsseweg. Er zijn geen vogelsoorten van de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels vastgesteld. De soortensamenstelling en het aantal territoria van die soorten, passen binnen de verwachting voor een braakliggend terrein op kleigrond met jong bosopschot en ruigte van enkele jaren oud. De dominante top drie van broedvogelsoorten wordt ingenomen door Tjiftjaf Phylloscopus collybita, Zwartkop Sylvia atricapilla en Winterkoning Troglodytes troglodytes. Dit zijn talrijke soorten in overeenkomstige habitats in grote delen van Zuid-Holland (cf. Sovon Vogelonderzoek Nederland 2018). Het gebied wordt gedomineerd door soorten die hun nest op of niet ver boven de grond maken in de kruid- en struiklaag van dichte struwelen, gedomineerd door Braam en brandnetels.

Boombroedende vogelsoorten waren relatief schaars en vanwege de aanwezigheid van oudere bomen hoofdzakelijk vertegenwoordigd aan de oostkant van de Thijsseweg. Het gaat dan bijvoorbeeld om Koolmees en Pimpelmees. Opvallende afwezige in de soortenlijst is Zwarte kraai, alhoewel deze soort in de omgeving een talrijke broedvogel is. Er werden enkele opmerkelijke waarnemingen gedaan. Zo werd een grondbroedend paar Scholeksters Haematopus ostralegus aangetroffen op een kiezelrand pal tegen het genoemde gebouw van het Nederlands Meetintituut aan (gelet op de presentie van Vossen opmerkelijk dat niet op het dak werd gebroed). Vijf territoria Cetti’s Zanger Cettia cetti bevonden zich in het ruigbegroeide perceel ten westen van de Thijsseweg. Het feit dat deze soort al in dit soort dichtheden dergelijke jonge terreinen weet te koloniseren, onderschrijft de enorme opmars die deze soort de afgelopen jaren heeft laten zien. Het nagenoeg ontbreken van échte moerasvogels was evenzeer opvallend, met bijvoorbeeld geen enkele Rietgors Emberiza schoeniclus, Blauwborst Luscinia svecica of Waterral Rallus aquaticus. Soorten die in vochtig struweel broeden zijn

14

bSR-rapport 447 - Natuurwaardenonderzoek Thijsseweg Delft

weliswaar oververtegenwoordigd, maar waar het aan ontbreekt is dicht riet gewenst door soorten die hun nest boven water willen maken. Twee zingende Kleine karekieten en één zingende Rietzanger ten westen van de Thijsseweg vormden de spaarzame moerasvogels in dit deel. Tabel 2. Vastgestelde broedvogelsoorten en aantallen territoria in 2021. soort aantal territoria totaal Thijsseweg westzijde Thijsseweg oostzijde Grauwe gans Anser anser 1 1 Grote Canadese gans Branta 3 canadensis Nijlgans Alopochen aegyptiaca 2 Wilde Eend Anas platyrhynchos 1 1 Krakeend Anas strepera 1 1 Kuifeend Aythya fuligula 1 Fazant Phasianus colchicus 5 1 Fuut Podiceps cristatus 2 Waterhoen Gallinula chloropus 3 2 Meerkoet Fulica atra 11 3 Scholekster Haematopus ostralegus 1 Holenduif Columba oenas 1 Houtduif Columba palumbus 4 4 Halsbandparkiet Psitacula krameri 1 Grote bonte specht Dendrocopos major 3 2 Groene specht Picus viridis 1 1 Heggenmus Prunella modularis 11 9 Roodborst Erithacus rubecula 6 4 Zanglijster Turdus philomelos 5 3 Merel Turdus merula 18 13 Tuinfluiter Sylvia borin 6 6 Zwartkop Sylvia atricapilla 28 21 Braamsluiper Sylvia curruca 1 Grasmus Sylvia communis 2 1 Cetti’s Zanger Cettia cetti 5 5 Rietzanger Acrocephalus 1 1 schoenobaenus Kleine karekiet Acrocephalus scirpaceus 3 2 Bosrietzanger Acrocephalus palustris 5 4 Spotvogel Hippolais icterina 3 2 Fitis Phylloscopus trochilus 15 13

Tjiftjaf Phylloscopus collybita 33 25 Winterkoning Troglodytes troglodytes 25 18 Koolmees Parus major 4 2 Pimpelmees Cyanistes caeruleus 6 1 Staartmees Aegithalos caudatus 2 1 Boomkruiper Certhia brachydactyla 1 Ekster Pica pica 1 Gaai Garrulus glandarius 1 Vink Fringilla coelebs 1 Groenling Chloris chloris 12 10 totaal 236 157

bSR-rapport 447 – Natuurwaardenonderzoek Thijsseweg Delft

3 2 1 4 2 1 8 1 1 1 1 ? 2 2 2 5 7 1 1 1 1 1 2 8 7 2 5 1 1 1 1 1 2 79

15

3.5

Vleermuizen Twee bezoeken met batdetectors hebben waarnemingen opgeleverd van Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus, Ruige dwergvleermuis P. nathusii, Laatvlieger Eptesicus serotinus en Rosse vleermuis Nyctalus noctula. De resultaten per soort zijn in kaartvorm te vinden in Bijlage 2. Dit zijn de vleermuissoorten waarvan op voorhand waarnemingen waren te verwachten in dit gebied, op basis van hun habitatvoorkeur en een algemeen voorkomen in de regio (cf. Mostert & Willemsen 2011, Broekhuizen et al. 2016). Overige vleermuissoorten zijn niet waargenomen. Er is geen aanwijzing gevonden voor een functie als essentieel foerageergebied, dat wil zeggen, een grote concentratie vleermuizen foeragerend in een klein gebied, of een essentiële vliegroute, dat wil zeggen een relatief hoog aantal exemplaren van een soort dat in een kort tijdsbestek het gebied doorkruist en daar mogelijk van afhankelijk is om tussen verblijfplaats en foerageergebied te trekken.

3.6

Landzoogdieren Met behulp van wildcamera’s zijn acht soorten zoogdieren vastgesteld in het gebied (Tabel 3). De resultaten per soort zijn in kaartvorm te vinden in Bijlage 3. Hoewel sommige soorten niet aan beide zijden van de Thijsseweg zijn vastgelegd, mag worden verondersteld dat alle soorten gebiedsbreed voorkomen. Benadrukt moet worden dat het cameravallenonderzoek gericht was op grotere zoogdieren, dan nog vielen de resultaten tegen. Voor onderzoek naar muizen en spitsmuizen zal een onderzoek met inloopvallen een representatiever beeld geven (met te verwachten aanvullende soorten als bijvoorbeeld Veldmuis Microtus arvalis). Opmerkelijk is dat geen enkele Huiskat Felis silvestris catus is vastgelegd. Het gebied is ver van de dichstbijzijnde woonwijk, dus kennelijk zijn deze hier dungezaaid. Er werden bovendien geen marterachtigen vastgelegd en zelfs geen Egel Erinaceus europaeus. Over het algemeen is sprake van terrein met óf een hoge bos- of ruigtevegetatie, of een extreem kortgegraasde vegetatie. Daardoor is het gebied mogelijk minder aantrekkelijk voor soorten van open landschappen met een lage vegetatie. Zoogdieren die niet op camera zijn vastgelegd maar wel in het gebied zijn waargenomen, zijn Konijn Oryctolagus cuniculus en Mol Talpa europaea. Tabel 3. Vastgestelde zoogdiersoorten op beelden wildcamera’s en aantal kalenderdagen met beelden per soort.

soort Camera 1 (west) Camera 2 (west) Vos Vulpes vulpes 21 Bosmuis Apodemus sylvatica Rosse woelmuis Myodes glareolus Bruine rat Rattus norvegicus Huisspitsmuis Crocidura russula Haas Lepus europaeus Hond Canis lupus familiaris Mens Homo sapiens -

Camera 3 (oost) 3 1 -

Camera 4 (oost) 5 1

-

13 5 1 3 1 1

Op basis van een groot aantal sporen in de vorm van wissels, prooiresten in de vorm van kadavers van vogels en zoogdieren (waaronder een volledig kadaver van een jonge geit, afkomstig uit een naastgelegen wei), was al snel duidelijk dat er Vossen Vulpes vulpes resideren in het onderzochte gebied (Figuur 12 t/m 16). Op basis van de camerabeelden kon dit worden bevestigd; op alle locaties werden herhaaldelijk exemplaren vastgelegd, zowel overdag als ’s nachts. Bovendien werden aan de westkant van de Thijsseweg drie welpen vastgelegd, waarmee is bevestigd dat de soort zich ook voortplant in het gebied (Figuur 11). Op 12 camerabeelden van camera 1 (westzijde Thijsseweg) is een passerende Vos te zien met een prooi in de bek. Eenmaal betreft dit een Wilde eend Anas platyrhynchos, in drie overige gevallen betreft het een vogelprooi, vermoedelijk Fazant Phasianus colchicus, Waterhoen Gallinula

16

bSR-rapport 447 - Natuurwaardenonderzoek Thijsseweg Delft

chloropus en Merel Turdus merula; eenmaal betreft het een ei, mogelijk van Grauwe gans Anser anser en in zeven gevallen is de prooi onherkenbaar.

Figuur 11. Enkele van de talrijke beelden van Vossen Vulpes vulpes gemaakt in het gebied.

Figuur 12. Bruine rat Rattus norvegicus, Haas Lepus europaeus, Gewone bosmuis Apodemus sylvatica en Huisspitsmuis Crocidura russula. Delft, augustus 2021.

bSR-rapport 447 – Natuurwaardenonderzoek Thijsseweg Delft

17

Figuur 13. Eetplek van Vos Vulpes vulpes vol prooiresten.

Figuur 14. Door Vos Vulpes vulpes afgekloven resten van Fazant Phasianus colchicus. Een van de talrijke in het terrein aangetroffen prooiresten. Delft, 15 april 2021.

18

bSR-rapport 447 - Natuurwaardenonderzoek Thijsseweg Delft

Figuur 15. Grauwe gans Anser anser, prooirest van Vos Vulpes vulpes. Delft, 15 april 2021.

Figuur 16. Mol Talpa europaea, vermoedelijk aangevoerd als prooi door Vos Vulpes vulpes. Delft, 15 april 2021

Figuur 17. Vleugel van Wintertaling Anas crecca. Delft, 28 mei 2021. Gelet op de verbleekte veren en de datum al lang voor het maken van de foto in het terrein aanwezig.

bSR-rapport 447 – Natuurwaardenonderzoek Thijsseweg Delft

19

4

CONCLUSIE & AANBEVELINGEN Het gebied rond de Thijsseweg wordt gekenmerkt door soorten die men kan verwachten in een braakliggend gebied op vlakke kleigrond in het westelijk deel van Zuid-Holland. De soortenrijkdom is relatief hoog, maar die wordt gedomineerd door opportunistische soorten die gedurende een korte tijd profiteren van het heersende jonge successiestadium. Vanuit het oogpunt van de voorgenomen gebiedsontwikkeling zijn de hiernavolgende aanbevelingen te geven voor de twee gebiedsdelen.

4.1

Thijsseweg-westzijde (‘Bluebirds’) Eerder onderzoek heeft op basis van eDNA het voorkomen van de Waterspitsmuis in dit deelgebied uitgewezen. Dat betekent dat op basis van de waarnemingslocatie en actuele terreingesteldheid een soortspecifiek mitigatieplan moet worden gemaakt voor behoud van het leefgebied. Wanneer dit niet mogelijk is, moet een ontheffing in het kader van de Wnb worden aangevraagd. Er is hier geen leefgebied vastgesteld van andere soorten met een jaarronde beschermingsstatus waarvoor men in het kader van de ontwikkeling van het gebied een ontheffing van verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming nodig heeft. Vanwege de hoge dichtheid aan broedende vogels in de periode maart t/m augustus, dient men begroeiing buiten deze periode te verwijderen alvorens men start met werkzaamheden in het terrein in de periode maart t/m augustus. Bezette nesten van vogels zijn altijd beschermd. Veel nesten van vogels bevinden zich verstopt in de begroeiing en zijn überhaupt niet waar te nemen zonder deze te verstoren. De aanwezigheid van Vossen in het gebied is een aandachtspunt. Vossenburchten wisselen van jaar tot jaar. In geval van werkzaamheden heeft men een zorgplicht ten aanzien van Vossen in de voortplantingsperiode. Een bezette burcht met jongen mag niet worden verstoord.

Het verdient aanbeveling de exacte locatie van een burcht op te sporen voordat het terrein met zwaar materieel wordt betreden. De alomtegenwoordige terreinbrede aanwezigheid van Reuzenberenklauw is een aandachtspunt, mocht men van plan zijn grond af te voeren naar elders. Deze soort laat ook hier weer zien in staat te zijn in korte tijd een terrein grotendeels te overwoekeren. Reuzenberenklauw kan bij mensen na aanraking brandwonden opleveren op de nadien aan zonlicht blootgestelde huid.

4.2

Thijsseweg-oostzijde (‘studentenwoningen’) Er is hier leefgebied vastgesteld van twee soorten met een jaarronde beschermingsstatus waarvoor men bij aantasting daarvan een ontheffing dient aan te vragen indien men kan motiveren dat er voor deze ontwikkeling geen alternatief is. Het gaat om populaties Platte schijfhoren en Waterspitsmuis in en rond de Thijssevaart. Het is voor deze soorten van belang dat bestaande water- en oevermilieus van deze vaart niet worden aangetast. Indien dat niet mogelijk is, dient een soortspecifiek mitigatieplan te worden opgesteld en/of een ontheffing te worden aangevraagd. Watergangen elders in het gebied, waaronder sloten in de schapenweide en langs de Thijsseweg zelf, maken geen deel uit van het kwetsbare leefgebied van deze soorten.

20

bSR-rapport 447 - Natuurwaardenonderzoek Thijsseweg Delft

Ook voor dit gebiedsdeel geldt dat men in de periode maart t/m augustus rekening dient te houden met in het terrein aanwezige broedvogels, waarbij de kwetsbare plaatsen zich met name bevinden in de bos- en struweelbegroeiing. In de schapenweide zijn geen nesten aangetroffen; weidevogels als Scholekster en Kievit broedden hier niet.

bSR-rapport 447 – Natuurwaardenonderzoek Thijsseweg Delft

21

LITERATUUR

Boesveld, A. & A. Gmelig Meyling. 2011. Biotoopvoorkeuren van de Platte schijfhoren Anisus vorticulus. Zoekbeeld 2011(1): 10-14. Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys. 2016. Atlas van de Nederlandse Zoogdieren. Naturalis, Leiden. Creemers, R. & Delft, J. van. (redactie). 2009. De Amfibieën en Reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna deel 9. KNNV Uitgeverij, Zeist. Janssen, J. & Schaminée, J. 2008. Europese natuur in Nederland. Soorten van de Habitatrichtlijn. KNNV Uitgeverij, Zeist. Kranenbarg, J., R. Struijk, M. Schiphouwer, J. Bergsma, K. Didderen & J. Herder. 2015. De vissen van Zuid-Holland. Stichting RAVON, Nijmegen. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. 2009. Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep (Dienst Regelingen, brief 26 augustus 2009, kenmerk ffw2009.corr.046) te downloaden van de website van het Ministerie van EL&I. Mostert, K. & J. Willemsen. 2011. Voorlopige werkatlas verspreiding zoogdieren in Zuid-Holland 20002011. Stichting Zoogdierenwerkgroep Zuid-Holland, Delft. Sovon Vogelonderzoek Nederland. 2018. Vogelatlas van Nederland. Broedvogels, wintervogels en 40 jaar verandering. Kosmos Uitgevers, Utrecht/Antwerpen. Stichting Floron. 2011. Nieuwe Atlas van de Nederlandse Flora. Stichting Floron, Nijmegen. Vergeer, J.-W., A. van Dijk, A. Boele, J.

van Bruggen J. & F. Hustings. 2016. Handleiding Sovon Broedvogelonderzoek. Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen.

http://www.libellennet.nl http://www.ravon.nl http://www.verspreidingsatlas.nl http://www.vlindernet.nl http://www.vogelatlas.nl http://www.waarneming.nl

22

bSR-rapport 447 - Natuurwaardenonderzoek Thijsseweg Delft

INHOUD BIJLAGEN

Bijlage 1 – Soortkaarten territoria broedvogels ......................................... 24 Bijlage 2 – Soortkaarten waarnemingen vleermuizen ................................ 26 Bijlage 3 – Soortkaarten waarnemingen landzoogdieren ........................... 28

bSR-rapport 447 – Natuurwaardenonderzoek Thijsseweg Delft

23

BIJLAGE 1 – SOORTKAARTEN TERRITORIA BROEDVOGELS

24

bSR-rapport 447 - Natuurwaardenonderzoek Thijsseweg Delft

bSR-rapport 447 – Natuurwaardenonderzoek Thijsseweg Delft

25

BIJLAGE 2 – SOORTKAARTEN WAARNEMINGEN VLEERMUIZEN

26

bSR-rapport 447 - Natuurwaardenonderzoek Thijsseweg Delft

bSR-rapport 447 – Natuurwaardenonderzoek Thijsseweg Delft

27

BIJLAGE 3 – SOORTKAARTEN WAARNEMINGEN LANDZOOGDIEREN

28

bSR-rapport 447 - Natuurwaardenonderzoek Thijsseweg Delft

bSR-rapport 447 – Natuurwaardenonderzoek Thijsseweg Delft

29

bestemmingsplan Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid

Bijlage 8 Wnb onderzoek

bestemmingsplan "Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid" (vastgesteld) 396

RAPPORT Uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan Campus TU Zuid in relatie tot de Wet natuurbescherming TU Delft Zuid, 2023 Klant:

TU Delft

Referentie: BI9793-RHD-ON-E-XX-RP-E-000003 Status:

S0/P01.01

Datum:

1 november 2023

Vertrouwelijk

HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.

Larixplein 1 5616 VB EINDHOVEN Water Trade register number: 56515154 +31 88 348 42 50 T info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W

Titel document: Uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan Campus TU Zuid in relatie tot de Wet

natuurbescherming

Ondertitel: Bestemmingsplan en de Wet natuurbescherming Referentie: BI9793-RHD-ON-E-XX-RP-E-000003 Status: P01.01/S0 Datum: 1 november 2023 Projectnaam: Kluyvergebied K&L Projectnummer: BI9793 Auteur(s): Arend de Wilde Opgesteld door: Arend de Wilde Getoetst door: Mark van Houte d.d. 1 november 2023 Vrijgave door: Linda Molenaar d.d. 1 november 2023

Classificatie Vertrouwelijk

Disclaimer

Niets uit deze specificaties/drukwerk mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van HaskoningDHV Nederland B.V.; noch mogen zij zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor andere doeleinden dan waarvoor zij zijn vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor deze specificaties/drukwerk ten opzichte van anderen dan de personen door wie zij in opdracht is gegeven en zoals deze zijn vastgesteld in het kader van deze Opdracht. Het geïntegreerde QHSE-managementsysteem van HaskoningDHV Nederland B.V. is gecertificeerd volgens ISO 9001:2015, ISO 14001:2015 en ISO 45001:2018. 1 november 2023

BESTEMMINGSPLAN EN DE WET NATUURBESCHERMING

BI9793-RHD-ON-E-XX-RP-E-000003

i

Vertrouwelijk

Inhoud 1

Aanleiding

1

2

Het plangebied

2

2.1

Ontwikkeling en huidige inrichting

2

2.2

Huidig beheer en onderhoud

4

3

Ontwikkelingen door het bestemmingsplan mogelijk gemaakt

5

4

Aanwezige van beschermde natuurwaarden

7

4.1

Uitgevoerde onderzoeken

7

4.2

Ontheffing tijdelijke natuur

8

4.3

Beschermde gebieden

8

4.3.1 4.3.2

Natura 2000 Natuurnetwerk Nederland

8 9

4.4

Beschermde soorten

9

4.4.1 4.4.2 4.4.3 4.4.4 4.4.5 4.4.6 4.4.7

Vaatplanten Vissen Vogels Amfibieën Reptielen Grondgebonden zoogdieren Vleermuizen

10 10 11 12 12 12 15

5

Uitvoerbaarheid bestemmingsplan in relatie tot beschermde natuur

17

5.1

Beschermde gebieden

17

5.1.1 5.1.2

Natura 2000 NNN en belangrijke weidevogelgebieden

17 18

5.2

Beschermde soorten

18

5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.2.4 5.2.5

Vogels met jaarrond beschermde nesten Overige broedvogels Grondgebonden zoogdieren Vleermuizen Overige soorten

18 19 19 20 22

6

Conclusies en advies

23

6.1

Conclusies: beschermde gebieden

23

6.2

Conclusies beschermde soorten

23

6.3

Eindconclusie

25

1 november 2023

BESTEMMINGSPLAN EN DE WET NATUURBESCHERMING

BI9793-RHD-ON-E-XX-RP-E-000003

ii

Vertrouwelijk

7

Bronnen

1 november 2023

BESTEMMINGSPLAN EN DE WET NATUURBESCHERMING

26

BI9793-RHD-ON-E-XX-RP-E-000003

iii

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14277546/1