CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Broeikasgasemissies in 1990 binnen gemeente Delft - kopie - kopie

Commissie Ruimte en Verkeer 8 december 2022, gemeente DelftBij agendapunt: College van B&W - Monitor CO2-uitstoot, energieverbruik en opwekking in Delft (nr. 2245563)2.460 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Broeikasgasemissies in 1990 binnen gemeente Delft

Broeikasgasemissies in 1990 binnen gemeente Delft

Dit rapport is geschreven door: Emma Koster, Florian Hesselink, Thijs Scholten en Sinan Senel Delft, CE Delft, mei 2022 Publicatienummer: 22.220167.072b Gemeenten / Kooldioxide / Emissies / Energieverbruik / Hernieuwbare energie / Wonen / Werken / Verkeer / Monitoring Opdrachtgever: Gemeente Delft Alle openbare publicaties van CE Delft zijn verkrijgbaar via www.ce.nl Meer informatie over de studie is te verkrijgen bij de projectleider Emma Koster (CE Delft) © copyright, CE Delft, Delft

CE Delft Committed to the Environment CE Delft draagt met onafhankelijk onderzoek en advies bij aan een duurzame samenleving. Wij zijn toonaangevend op het gebied van energie, transport en grondstoffen. Met onze kennis van techniek, beleid en economie helpen we overheden, NGO’s en bedrijven structurele veranderingen te realiseren. Al 40 jaar werken betrokken en kundige medewerkers bij CE Delft om dit waar te maken.

1

220167 - Broeikasgasemissies in 1990 binnen gemeente Delft – Mei 2022

Inhoud Samenvatting

3

1

Inleiding 1.1 Leeswijzer

4 4

2

Methode 2.1 Emissies van energiegebruik 2.2 Emissies van andere broeikasgassen 2.3 Gebruikte data

5 5 6 6

3

Resultaat

7

Literatuur

11

A

Methodes voor referentie

12

2

220167 - Broeikasgasemissies in 1990 binnen gemeente Delft – Mei 2022

Samenvatting In dit rapport berekenen we de emissies van de gemeente in 1990 en kijken we waar Delft staat ten opzichte van dit peiljaar.

Emissies waren in 2020 43% lager dan in 1990 In 1990 was de uitstoot van Delft 828 kton, in 2013 was dit 614 kton en in 2020 473 kton: een totaalreductie van 43%. Een groot deel van deze reductie, 156 kton, komt door het afschalen van afvalverwerking binnen de gemeentegrenzen. De verdeling van uitstoot over de sectoren is verder redelijk gelijk gebleven, maar de bron van uitstoot is veranderd. In 1990 werd er relatief veel minder uitgestoten voor het verbruiken van elektriciteit, en juist veel meer voor het gebruiken van aardgas en olie. De uitstoot van overige broeikasgassen zoals methaan, lachgas en fluorkoolwaterstoffen was in 2020 nog maar een kwart van wat het was in 1990. Figuur 1 – CO2-uitstoot Delft in 1990, 2013 en 2020

3

220167 - Broeikasgasemissies in 1990 binnen gemeente Delft – Mei 2022

1 Inleiding Hoofdvraag: Welke uitstoot had de gemeente Delft in 1990? Dit rapport geeft een inschatting van de uitstoot in 1990. De uitstoot in het jaar 1990 is een referentie voor besparingsdoelstellingen. Daarom is het belangrijk om inzicht te hebben in de uitstoot in dat jaar.

1.1

Leeswijzer Hoofdstuk 2 beschrijft de gehanteerde methode om tot een inschatting van de uitstoot in 1990 te komen. Hoofdstuk 3 geeft de resultaten van deze methode. Additioneel geeft Bijlage A een overzicht van drie methodes om de uitstoot van 1990 in te schatten.

4

220167 - Broeikasgasemissies in 1990 binnen gemeente Delft – Mei 2022

2 Methode De energiedragers zijn elektriciteit, gas, warmte en brandstoffen voor vervoer en verkeer. Met warmte bedoelen we collectieve warmte voor het verwarmen van woningen en bedrijfspanden. Deze warmte komt uit een warmtebron, zoals geothermieput of bedrijf met een warmteoverschot (restwarmte) en wordt via ondergrondse warmwaterleidingen naar de afnemers gebracht. De splitsing naar categorie gebruiker doen we op werken, wonen en verkeer.

2.1

Emissies van energiegebruik De meest directe vorm van energiegebruik is het verbranden van fossiele brandstoffen en de directe toepassing van de energie. Dit gebeurt bijvoorbeeld in woningen die verwarmen met een cv-ketel op aardgas, of in het verkeer bij voertuigen met een verbrandingsmotor. Ook industrie heeft directe emissies. Deze directe emissies heten Scope 1-emissies. Deze monitor neemt deze emissies volledig mee. Het gebruik van elektriciteit door woningen, bedrijven en het laden van elektrisch vervoer van het landelijke elektriciteitsnetwerk resulteert in indirecte emissies. Het elektriciteitsnetwerk levert een mix van elektriciteit van verschillende bronnen, zowel duurzaam als fossiel. De fossiele bronnen stoten broeikasgassen uit bij de productie van de elektriciteit. Deze uitstoot hoeft niet binnen de gemeentegrenzen plaats te vinden, maar is wel het gevolg van elektriciteitsgebruik binnen de gemeente. Dit zijn Scope 2-emissies. De CO2-monitor hanteert voor Scope 2-emissies de ‘verbruiksbenadering’. Hierbij wordt voor elektriciteit niet gekeken naar lokaal aanwezige centrales (bronbenadering), maar naar het elektriciteitsverbruik van alle sectoren vermenigvuldigd met de landelijke emissiefactor. De landelijke emissiefactor geeft aan hoeveel uitstoot in Nederland gemiddeld gepaard gaat met 1 kWh aan verbruik.

Deze methode is conform de regels van de IPCC Guidelines en het GHG Protocol for Cities. Andere verschillen tussen de bronbenadering en verbruiksbenadering liggen in warmtenetten (analoog aan elektriciteit wordt in de verbruiksbenadering gerekend met een emissiefactor van warmte geleverd aan Delftse eindgebruikers) en in luchtvaart (die telt niet mee in de verbruiksbenadering). Ten slotte zijn er Scope 3-emissies. Dit zijn de emissies van het gebruik van producten. De emissies die vrijkomen bij de productie van de producten kunnen ver buiten de gemeente- of landsgrenzen plaatsvinden. Scope 3-emissies zijn in deze monitor buiten beschouwing gelaten. De emissies van Delftse industrie of landbouw tellen uiteraard wel mee, onder Scope 1, ook als de producten niet binnen Delft gebruikt worden.

5

220167 - Broeikasgasemissies in 1990 binnen gemeente Delft – Mei 2022

2.2

Emissies van andere broeikasgassen Anders dan in de vorige monitor, geeft dit rapport ook de uitstoten van andere broeikasgassen weer. Overige broeikasgassen (in het kort BKG) bevatten methaan (CH4), lachgas (N2O) en de gefluoreerde broeikasgassen (HFK’s, PFK’s en SF 6). Verschillende sectoren stoten deze gassen uit, waaronder de afvalsector, de industrie en de landbouw. De data zijn beschikbaar in de Klimaatmonitor voor de periode na 2015 onder de categorie overige broeikasgassen. De uitstoot van Overige BKG is gepubliceerd in CO2-equivalenten. Een CO2-equivalent, afgekort als CO2-eq., is een metrische maatstaf die wordt gebruikt om de uitstoot van verschillende broeikasgassen te vergelijken op basis van hun aardopwarmingspotentieel (Global Warming Potential, GWP). Hoeveelheden van andere gassen worden omgerekend naar de equivalente hoeveelheid van koolstofdioxide met hetzelfde aardopwarmingspotentieel. De CO2-equivalenten zijn berekend op basis van factoren die gepubliceerd zijn door IPCC in het vijfde beoordelingsrapport, in het kort AR5.

2.3

Gebruikte data Voor het jaar 1990 hebben we, in tegenstelling tot de periode 2013-2020, geen gemeentelijke uitstootcijfers volgens de verbruiksbenadering. Wel heeft Emissieregistratie gegevens volgens de bronbenadering (Rijksoverheid, lopend). Deze data is dus exclusief elektriciteitsverbruik, maar inclusief elektriciteitsopwek. Om aan te sluiten bij de verbruiksbenadering halen we de emissies voor het opwekken van elektriciteit eruit, net als enkele andere, kleinere emissies voor productgebruik (Scope 1). Denk daarbij aan bijvoorbeeld de uitstoot door het roken van sigaren en sigaretten. Vervolgens banderen we de emissies voor elektriciteitsverbruik met de volgende methode: we berekenen het Delftse aandeel in de uitstoot van Nederland in 1990, wederom op basis van de Emissieregistratie. Het aandeel van Delft in de totale uitstoot, exclusief uitstoot door elektriciteitsopwekking, in 1990 was circa 0,37%. Dit aandeel vermenigvuldigen we met de totale uitstoot door elektriciteitsopwekking van Nederland in 1990 (39,6 Mton) (PBL, 2021). Zo becijferen we dat Delft in 1990 147 kton CO 2-equivalenten uitstootte voor het verbruik van elektriciteit. Er zijn meerdere manieren waarop we de uitstoot voor elektriciteitsverbruik kunnen schatten. Zonder precies te weten hoeveel TJ elektriciteit in 1990 in Delft verbruikt werd, zal geen van deze methoden perfect zijn.

Het voordeel van de gekozen aanpak boven een extrapolatie of backcasting is dat er impliciet rekening wordt gehouden met de bevolkingsgrootte en economische activiteiten van Delft, zoals die vroeger waren. De aanname die we daarvoor doen, is dat de verhouding tussen uitstoot door elektriciteit en uitstoot door overige activiteiten tussen Nederland en Delft gelijk zijn.

6

220167 - Broeikasgasemissies in 1990 binnen gemeente Delft – Mei 2022

3 Resultaat We becijferen de CO2-uitstootcijfers van Delft in 1990 zoals gerapporteerd in Tabel 1. De historische ontwikkeling van de uitstoot staat ook weergegeven in Figuur 2, waar we 1990 vergelijken met het startjaar van monitoring, dus 2013, en het meest recente jaar met data, dus 2020. Over die periode is de uitstoot in alle sectoren afgenomen. De grootste relatieve afname is die van overige broeikasgassen. Deze reductie is in lijn met de nationale trend. Verder is er ook in de sector werken een grote reductie geweest. Van deze reductie komt een zeer groot deel, 156 kton, door het stoppen met afvalverbranding in Delft. Ten opzichte van 1990 was de reductie van CO2-uitstoot in 2020 43%. Figuur 2 – Ontwikkeling CO2-uitstoot naar sector, Delft, 1990, 2013 en 2020

Tabel 1 – Ontwikkeling CO2-uitstoot naar sector, Delft, 1990, 2013 en 2020 Sector

1990

2013

2020

Wonen

149

150

126

Werken

480

301

226

Verkeer

130

144

105

Overige broeikasgassen

69

19

16

Totaal incl. overige broeikasgassen

828

614

473

Verandering t.o.v. 1990 (%)

0%

-26%

-43%

Wanneer we de uitstoot in 1990 uitsplitsen naar energiedrager (Figuur 3), zien we dat er in 2013 ten opzichte van 1990 veel meer uitstoot is door het gebruik van elektriciteit. Deze verandering komt doordat het elektriciteitsverbruik in deze periode grofweg is verdubbeld. We zien de tegenovergestelde trend voor aardgas. De uitstoot hiervan is sterk gedaald. Dit kan komen doordat industrie is verplaatst of efficiënter is geworden. Dat moderne woningen beter geïsoleerd zijn zal hier ook aan bijdragen.

7

220167 - Broeikasgasemissies in 1990 binnen gemeente Delft – Mei 2022

Figuur 3 – Ontwikkeling CO2-uitstoot naar energiedrager, Delft, 1990, 2013 en 2020

Tabel 2 – Ontwikkeling CO2-uitstoot naar energiedrager, Delft, 1990, 2013 en 2020 Energiedrager

1990

2013

2020

Elektriciteit (net)

147

241

154

Aardgas

548

225

202

Warmte

0

0

8

Verkeer en vervoer

134

148

109

Totaal

828

614

473

We kunnen voor de sector werken een verdere uitsplitsing doen naar de deelsectoren waarin de uitstoot plaatsvond, zoals weergegeven in Figuur 4. Het val op dat de uitstoot van de industrie bijna is gehalveerd. Een groot deel van de uitstoot voor dienstverlening in 1990 was afvalverbranding. Beschouwd zonder deze uitstootpost zijn de emissies van de publieke- en commerciële dienstverlening flink toegenomen.

8

220167 - Broeikasgasemissies in 1990 binnen gemeente Delft – Mei 2022

Figuur 4 – Ontwikkeling CO2-uitstoot sector werken, Delft, 1990, 2013 en 2020

Tabel 3 - Ontwikkeling CO2-uitstoot sector werken, Delft, 1990, 2013 en 2020 Deelsector Commerciële dienstverlening (SBI G-N)

1990

2013

2020

218

76

51

Publieke dienstverlening (SBI O-S, U)

96

65

208

124

106

Bouwnijverheid (SBI F)

2

1

2

Landbouw (SBI A)

1

1

0

Overig (SBI B, E)

0

3

2

429

301

226

Industrie (SBI C)

Totaal

Ook voor de sector verkeer kunnen we een uitsplitsing doen naar modaliteit (Figuur 5). De uitstoot voor mobiele werktuigen is vrijwel gelijk gebleven, en ook voor wegverkeer is de ordergrootte vergelijkbaar. In de periode 1990-2020 nam de efficiëntie van verbrandingsmotoren toe, maar is ook het aantal vervoersbewegingen gestegen. Daarbij is 2020 een coronajaar met structureel minder vervoersbewegingen dan 2013.

9

220167 - Broeikasgasemissies in 1990 binnen gemeente Delft – Mei 2022

Figuur 5 – Ontwikkeling CO2-uitstoot sector verkeer, Delft, 1990, 2013 en 2020

Tabel 4 - Ontwikkeling CO2-uitstoot sector verkeer, Delft, 1990, 2013 en 2020 Deelsector

1990

2013

2020

Railverkeer (alleen diesel)

0

0

0

Scheepvaart en visserij

0

0

0

Binnen- en recreatievaart

1

1

1

Mobiele werktuigen

12

12

13

Wegverkeer excl. snelwegen

121

47

44

Wegverkeer snelwegen Totaal

134

85

48

144

105

Voor de sector wonen kunnen we geen verdere uitsplitsing doen van uitstoten omdat hier geen data voor beschikbaar zijn.

10

220167 - Broeikasgasemissies in 1990 binnen gemeente Delft – Mei 2022

Literatuur CE Delft, 2019. Monitoring CO2-uitstoot en energie gemeente Delft : 2013-2018, Delft: CE Delft PBL, 2021. Klimaat- en energieverkenning ( KEV) 2021, Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)

11

220167 - Broeikasgasemissies in 1990 binnen gemeente Delft – Mei 2022

A Methodes voor referentie In deze bijlage beschrijven we de overwegingen en voor-en nadelen van drie voorstellen om de elektriciteitsemissies van Delft in 1990 vast te stellen: Methode 1. Klimaatmonitordata terugrekenen vanaf 2010, op basis van bevolkingsgroei. Methode 2. Emissieregistratie Delft 1990, verminderd met uitstoot elektriciteitsopwek, aanvullen met teruggerekende elektriciteitsverbruiksemissies vanaf 2010, op basis van bevolkingsgroei. Methode 3. Emissieregistratie Delft 1990, verminderd met uitstoot elektriciteitsopwek, aanvullen met een elektriciteitsverbruik o.b.v. landelijke verhouding in 1990. In alle drie de methoden doen we, waar nodig, correcties van bijvoorbeeld de emissiefactoren, bevolkingsgroei en verbruiksintensiteit per hoofd van de bevolking. We hanteren bevolkingsgroei als indicator voor de groei in CO2-emissies.

Overweging Methode 1 Het voordeel van Methode 1 is dat we als databron alleen de Klimaatmonitor nemen. We rapporteren de correcties in het rapport, waardoor de cijfers makkelijk te reconstrueren zullen zijn. Het nadeel is dat we voor de ontwikkelingen tussen 1990 en 2010 alleen kunnen kijken naar de bevolkingsgroei. Hoewel bevolking een redelijke indicator is voor de uitstoot van een regio, kan dit leiden tot een inschattingsfout. Veranderingen in de lokale economie (zoals het komen en gaan in industriële bedrijven of glastuinbouw) worden hiermee namelijk niet meegenomen in het uitstootgetal.

Emissieregistratie Delft 1990 In Methoden 2 en 3 maken we gebruik van de Emissieregistratiedata van 1990. Deze data volgt de bronbenadering, en is dus exclusief elektriciteitsverbruik, maar inclusief elektriciteitsopwek. In beide gevallen passen we de getallen aan zodat ze aansluiten bij de uit, net als enkele andere, kleinere, emissies voor productgebruik (Scope 1). Denk daarbij aan bijvoorbeeld de uitstoot door het roken van sigaren en sigaretten, die ook in de Emissieregistratie staan. Daarnaast berekenen we apart de emissies voor elektriciteitsverbruik.

Overweging Methode 2 Het voordeel van Methode 2, ten opzichte van Methode 1, is dat we voor een groot deel gebruik maken van daadwerkelijke cijfers voor Delft, van het jaar 1990. Omdat de Emissieregistratie een andere boekhouding (bronbenadering) gebruikt dan de Klimaatmonitor (verbruiksbenadering), moeten de cijfers eerst bewerkt worden voordat we ze kunnen gebruiken. Alleen dan kunnen we de berekende emissies van 1990 en de huidige emissies uit de Klimaatmonitor goed vergelijken. Deze bewerking kent een groter aantal berekeningsstappen, die we op hoofdlijnen beschrijven in het rapport.

12

220167 - Broeikasgasemissies in 1990 binnen gemeente Delft – Mei 2022

Voor het elektriciteitsverbruik doen we, net als bij Methode 1, een inschatting van het elektriciteitsverbruik op basis van de ontwikkeling in het aantal inwoners. We doen een correctie op de emissiefactoren van elektriciteitsproductie en het landelijke verschil in elektriciteitsverbruik per inwoner in 1990 en 2010.

Overweging Methode 3 Ook hier gaan we uit van de Emissieregistratiedata, maar gebruiken we een andere methode om het elektriciteitsverbruik te bepalen. In plaats van dat we de vroegstbekende data die we hebben extrapoleren naar 1990 en zo mogelijk aan een aantal lokale ontwikkelingen voorbijgaan, kijken we alleen naar de uitstoot in 1990 zelf. Ook dit doen we weer op basis van de Emissieregistratie. We kijken wat het uitstootaandeel van Delft in 1990 was op alle Nederlandse gemeenten (circa 0,37% van de uitstoot van heel Nederland). We weten uit de Klimaat- en Energieverkenning 2021 van het Planbureau voor de Leefomgeving hoeveel broeikasgassen.

13

220167 - Broeikasgasemissies in 1990 binnen gemeente Delft – Mei 2022

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12038022/1