BP Teding van Berkhoutlaan (regels en toelichting)
Tekst van het document
Teding van Berkhoutlaan IMRO idn: NL.IMRO.0503.BP0081-2001
Datum vaststelling: [datum]
bestemmingsplan Teding van Berkhoutlaan
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel planvorming 1.2 Begrenzing plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Opbouw plan
6 6 6 7 8
Hoofdstuk2 Samenvatting 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie
9 9 9
Hoofdstuk3 Beleid en regelgeving 3.1 Rijk 3.2 Provincie 3.3 Regio 3.4 Gemeente 3.5 Hoogheemraadschap van Delfland
11 11 12 13 13 20
Hoofdstuk4 Omgevingsaspecten en onderzoek 4.1 Bezonning 4.2 Stikstof 4.3 Water 4.4 Flora en fauna 4.5 Bodem 4.6 Milieuzonering bedrijven 4.7 Geluid 4.8 Luchtkwaliteit 4.9 Externe veiligheid 4.10 Archeologie 4.11 Verkeer en Infrastructuur 4.12 Kabels en leidingen 4.13 Duurzaam- en natuurinclusief bouwen 4.14 Vormvrije m.e.r.-beoordeling
22 22 22 23 28 32 33 34 35 36 37 38 39 39 41
Hoofdstuk5 Juridische planbeschrijving 5.1 Systematiek bestemmingen
43 43
Hoofdstuk6
46
Handhaving
Hoofdstuk7 Maatschappelijke en financiële uitvoerbaarheid 7.1 Inspraak, overleg en zienswijzen 7.2 Financiële uitvoerbaarheid
47 47 48
Regels
49
Hoofdstuk1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
50 50 54
Hoofdstuk2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5
Bestemmingsregels Groen Verkeer Wonen
55 55 56 57
Hoofdstuk3 Artikel 6
Algemene regels Anti-dubbeltelregel
58 58
bestemmingsplan "Teding van Berkhoutlaan" (concept) 2
bestemmingsplan Teding van Berkhoutlaan Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11
Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene parkeerregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels
59 60 61 62 63
Hoofdstuk4 Artikel 12 Artikel 13
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
64 64 65
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1
Bezonning
Bijlage 2
onderbouwing Ladder voor duurzame verstedelijking
Bijlage 3
Milieurapport
Bijlage 4
Flora en fauna
Bijlage 5
Nader onderzoek vleermuizen
Bijlage 6
Bodemonderzoek
Bijlage 7
Saneringscertificaat
Bijlage 8
Asbestonderzoek
Bijlage 9
Archeologisch onderzoek
Bijlage 10
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Bijlage 11
Nota van overleg
Bijlagen bij de Regels Bijlage 1
Nota Natuurinclusief Bouwen en Ontwikkelen
bestemmingsplan "Teding van Berkhoutlaan" (concept) 3
bestemmingsplan Teding van Berkhoutlaan
bestemmingsplan "Teding van Berkhoutlaan" (concept) 4
bestemmingsplan Teding van Berkhoutlaan
Toelichting
bestemmingsplan "Teding van Berkhoutlaan" (concept) 5
bestemmingsplan Teding van Berkhoutlaan
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding en doel planvorming
Het perceel aan de Teding van Berkhoutlaan is met de sloop van de voormalige Gabriëlschool in 2016 braak komen te liggen. De gemeente ziet deze locatie als een kans voor inbreiding met woningbouw, vooral om een meer natuurlijke, geleidelijke mix van doelgroepen in de wijk te krijgen. Er zullen in totaal 32 appartementen, parkeerplaatsen en groen worden gerealiseerd. De realisatie van woningen op deze locatie past niet binnen de bestemming ' Maatschappelijk' zoals vastgelegd in het vigerende bestemmingsplan 'Noordwest deelgebied 3' vastgesteld op 21 april 2011. Om de voorgenomen ontwikkeling juridisch planologisch mogelijk te maken is voorliggend bestemmingsplan 'Teding van Berkhoutlaan' opgesteld.
1.2
Begrenzing plangebied
Het plangebied ligt aan de Teding van Berkhoutlaan. Dit is de meest westelijke straat van de Kuyperwijk en loopt helemaal door van noord naar zuid. Het betreffende plangebied ligt in het zuidwestelijk kwadrant, grenzend aan een speelweide en wordt aan de noordzijde begrensd door de Sasboutstraat. Aan de oostzijde ligt de Van Blommesteinstraat. De westelijke begrenzing is de Teding van Berkhoutlaan en de speelweide vormt de zuidelijke begrenzing.
bestemmingsplan "Teding van Berkhoutlaan" (concept) 6
bestemmingsplan Teding van Berkhoutlaan
Afbeelding 1.1 Luchtfoto huidige situatie
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
Het vigerende bestemmingsplan voor het plangebied betreft ' Noordwest deelgebied 3' vastgesteld op 21 april 2011. In dit bestemmingsplan heeft het plangebied de bestemming ' Maatschappelijk'. Bebouwing binnen deze bestemming heeft een maximale goothoogte van 8 meter waarbij een maximum bebouwingspercentage van 90% van het bouwvlak geldt. Daarnaast kent het plangebied de dubbelbestemming ' Waarde- Archeologie 2'.
bestemmingsplan "Teding van Berkhoutlaan" (concept) 7
bestemmingsplan Teding van Berkhoutlaan
Een deel van het plangebied ligt over de speelweide, grenzend aan de zuidkant. Dit gebied heeft de bestemming ' Groen' met de functieaanduiding ' waterberging'. Ook hier is de dubbelbestemming ' Waarde- Archeologie 2' van toepassing. Daarnaast geldt ter plaatse van de planloatie het Facetbestemmingsplan Parkeren (vastgesteld 31 mei 2018).
1.4
Opbouw plan
De toelichting bestaat uit 7 hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk beschrijft hoofdstuk 2 de huidige situatie en de ontwikkeling van het plangebied. In hoofdstuk 3 is het beleid beschreven. Hoofdstuk 4 beschrijft het voor het bestemmingsplan uitgevoerde onderzoeken en relevante omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 geeft een toelichting op de juridische regeling en hoofdstuk 6 gaat in op handhaving in dit plangebied. Tot slot beschrijft hoofdstuk 8 de maatschappelijke en financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
bestemmingsplan "Teding van Berkhoutlaan" (concept) 8
bestemmingsplan Teding van Berkhoutlaan
Hoofdstuk 2 2.1
Samenvatting
Bestaande situatie
De Teding van Berkhoutlaan is de meest westelijke straat van de Kuyperwijk en loopt helemaal van noord naar zuid. De Kuyperwijk is gebouwd in het noordwesten van Delft. Het plangebied ligt in het zuidwestelijke kwadrant en grenst aan een speelweide of trapveld. De bebouwing in de wijk bestaat hoofdzakelijk uit etagebouw in vier lagen die als stroken zijn gegroepeerd. Aan de noordzijde wordt het plangebied begrensd door de Sasboutstraat, met een blok dubbele maisonnettes in vier bouwlagen. Aan de oostzijde ligt de Van Blommesteinstraat waar zich eveneens bouwblokken met maisonnettes en appartementen in drie bouwlagen bevinden. In het plangebied zijn geen elementen te herkennen van het oorspronkelijke schoolgebouw. Met de sloop van het schoolgebouw is het plangebied braak komen te liggen.
Figuur 2.1 Huidige situatie van het plangebied
2.2
Toekomstige situatie
In de toekomstige situatie wordt een langgerekte appartementengebouw gerealiseerd met 32 appartementen. De richting van de bestaande bebouwing aan de Van Blommesteinstraat wordt hierbij als basis genomen. Dit is namelijk de dominante richting in de structuur van de wijk. Door het gebouw op ruime afstand te plaatsen van de bestaande bebouwing van de Van Blommesteinstraat kan het bestaande groene karakter worden behouden. Het park, grenzend aan het plangebied loopt in de nieuwe situatie door tot aan de Sasboutstaat. Het appartementengebouw wordt uitgevoerd in de vorm van 4 bouwlagen, hierbij is rekening gehouden met de hoogte van de bestaande bebouwing aan de Sasboutstraat en Van Blommesteinstraat; respectievelijk 4,5 en 3,5 bouwlagen. Het voorgenomen appartementengebouw gaat uit van een gebouw van 4 lagen, met een toevoeging van enkele appartementen op de 5e bouwlaag als accent aan de zuidzijde, ter plaatse van het bestaande groen. Op deze manier wordt zowel aangesloten bij de bestaande bebouwing in de omgeving en blijft de maximale hoogte onder de hoogte van de bestaande bomen langs de Teding van Berkhoutlaan (20-25 bestemmingsplan "Teding van Berkhoutlaan" (concept) 9
bestemmingsplan Teding van Berkhoutlaan meter). Daarmee blijft het groene decor van de locatie zichtbaar. Ook is rekening gehouden met de bezonning van de omliggende gebouwen (zie hiervoor Bijlage 1 Bezonning). Ten behoeve van de realisatie van deze ontwikkeling wordt de Wro-Coördinatieregeling toegepast. Hetgeen betekent dat het ontwerpbestemmingsplan en het ontwerp-omgevingsvergunning tegelijk tervisie zullen worden gelegd. De procedures lopen parallel aan elkaar.
bestemmingsplan "Teding van Berkhoutlaan" (concept) 10
bestemmingsplan Teding van Berkhoutlaan
Hoofdstuk 3
Beleid en regelgeving
3.1
Rijk
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft, in overeenstemming met de ministers van Infrastructuur en Waterstaat (IenW), Economische Zaken en Klimaat (EZK), Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), en de staatssecretarissen van IenW, VWS en Defensie, de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) op 11 september 2020 vastgesteld. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. Deze visie is ontwikkeld in nauwe samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen, maatschappelijke instellingen en burgers. De NOVI is vastgesteld op grond van de geldende regelgeving omdat de Omgevingswet nog niet in werking is.
De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze omgevingsvisie dan ook gelden als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet. Beoordeling en conclusie De NOVI heeft een dusdanig abstractieniveau dat er geen directe uitgangspunten of uitvoeringsprogramma's op het onderhavige bestemmingsplan van toepassing zijn. 3.1.2
AMvB Ruimte (Barro)
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) borgt nationale ruimtelijke belangen uit onder meer de SVIR in regelgeving. Het bestemmingsplan is met dit besluit in overeenstemming. 3.1.3
Besluit ruimtelijke ontwikkeling (Bro)
In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen. Op grond van deze bepaling moet in een bestemmingsplan worden beschreven op welke wijze, voor onder andere bedrijventerreinen, kantoren, detailhandel en woningbouwlocaties, rekening is gehouden met de Ladder. Het doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de ladder voor duurzame verstedelijking wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. Op 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. Volgens de nieuwe systematiek spelen de volgende twee vragen een belangrijke rol: 1. Ligt de stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? 2. Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, en de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur".
Indien bij een bestemmingsplan 'een nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk wordt gemaakt dient de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving van de behoefte te bevatten en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied mogelijk maakt, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het project waar dit bestemmingsplan aan ten grondslag ligt, behelst de bouw van maximaal 32 bestemmingsplan "Teding van Berkhoutlaan" (concept) 11
bestemmingsplan Teding van Berkhoutlaan appartementen op een braakliggend terrein waar enkele jaren geleden een voormalig schoolgebouw is gesloopt. De ladder dient doorlopen te worden al de stedelijke ontwikkeling nieuw is, en voor woningbouw geldt dat vanaf 12 woningen sprake kan zijn van een stedelijk ontwikkeling. In voorliggende situatie is in de huidige situatie ter plaatse van het plangebied sprake van braakliggende gronden, waarmee de realisatie van woningen op deze locatie als nieuwe stedelijke ontwikkeling moet worden gezien. Dit betekent dat de ' Ladder' doorlopen dient te worden. Hetgeen inhoudt dat de behoefte aan de beoogde ontwikkeling in beeld moet worden gebracht. Voor deze ontwikkeling is dan ook een onderbouwing van de Ladder voor duurzame verstedelijking opgesteld (zie hiervoor Bijlage 2 onderbouwing Ladder voor duurzame verstedelijking).
3.2
Provincie
3.2.1
Omgevingsvisie Zuid-Holland
Per 1 april 2019 is de Zuid-Hollandse Omgevingsvisie in werking getreden. In de Omgevingsvisie is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. De provincie wil met haar Omgevingsvisie een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Er is daarom geen eindbeeld voor 2030 of 2050 opgenomen, maar de maatschappelijke opgaven zijn vertaald in ambities. Richtinggevende ambities In de Omgevingsvisie zijn de volgende zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving vastgesteld: 1. Naar een klimaatbestendige delta Het inrichten van de fysieke leefomgeving op een manier waarop deze klimaatbestendig blijft. Voorbeelden daarvan zijn: meer ruimte bieden aan water en het rekening houden met de impact van klimaatverandering bij nieuwe ruimtelijke projecten. 2. Naar een nieuwe economie: the next level De stap naar een circulaire economie in 2050, met grote gevolgen voor onder andere het haven-industrieel complex en de glastuinbouw. Er wordt ingezet op bijvoorbeeld digitalisering en een aantrekkelijke en gezonde woon- en werkomgeving. 3. Naar een levendige meerkernige metropool De stap naar een gezonde, sociale en duurzame samenleving. Er moet een fors aantal woningen worden gerealiseerd en de woonvoorraad dient te worden verduurzaamd.
Ook zullen steden met elkaar verbonden moeten worden tot één metropolitaan gebied. In dit gebied wordt ingezet op het versterken van het leef- en vestigingsklimaat. 4. Energievernieuwing Zuid-Holland wil de fossiele bronnen vervangen door hernieuwbare bronnen. Er worden maatregelen genomen om energie te besparen en het gebruik van aardgas drastisch te verminderen. Ook wordt ingezet op innovatie: nieuwe mogelijkheden voor energiegebruik uit wind, zon, biomassa, water en aardwarmte. 5. Best bereikbare provincie De provincie moet optimaal verbonden zijn en blijven met regionale, landelijke en internationale centra. Er worden verkeersknelpunten aangepakt en de mobiliteitssector kan schoner worden gemaakt en verduurzamen. Ook wordt ingezet op OV, gebruik van de fiets en vervoer over water.
bestemmingsplan "Teding van Berkhoutlaan" (concept) 12
bestemmingsplan Teding van Berkhoutlaan 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving Een groene leefomgeving draagt bij aan een gezonde leefstijl van de inwoners van de provincie, maar het landschap en de biodiversiteit staat ook onder druk door het groeiend aantal inwoners, economische ontwikkeling en klimaatverandering. De kwaliteit van de leefomgeving kan worden versterkt door natuur, water, recreatie, landbouw, cultureel erfgoed en economie in samenhang te bezien.
3.2.2
Omgevingsverordening Zuid-Holland
Per 1 april 2019 is, naast de Omgevingsvisie, ook de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening in werking getreden. De inhoud van de Omgevingsvisie is voor een groot deel leidend voor de inhoud van de Omgevingsverordening. In de verordening van provinciale staten van Zuid-Holland zijn de regels opgenomen voor het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Hoe groot die ruimtelijke impact is wordt in specifieke gevallen bepaald aan de hand van gebiedsprofielen en door onderscheid te maken in drie soorten ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie. Gelet op het uitgangspunt dat de ruimtelijke kwaliteit als gevolg van ontwikkeling per saldo niet afneemt, dient de toetsing aan ruimtelijke kwaliteit een integraal onderdeel te vormen van de planvorming en afweging. De realisatie van het onderhavige plan is aan te merken als een ontwikkeling die valt in de categorie 'inpassing'. Het betreft een beoogd woongebied waaraan invulling wordt gegeven met dit plan. Voor wat betreft de ruimtelijke kwaliteit is onder andere in paragraaf 2.2 verantwoord dat de ontwikkeling past binnen de te behouden en te versterken ruimtelijke kwaliteit. Het voorliggende plan is in lijn met de Omgevingsverordening, aangezien de ruimtelijke kwaliteit per saldo verbetert.
3.3
Regio
3.3.1
Regionaal Structuurplan Haaglanden
Het Regionaal Structuurplan Haaglanden is een integraal plan voor de ruimtelijke ontwikkeling van Haaglanden tot 2020 (en soms 2030) en het kader voor het regionale beleid op het gebied van milieu, groen, mobiliteit, wonen en economie en voor lokale plannen, zoals de bestemmingsplannen. In het RSP staan de grote lijnen voor de ambities en de ontwikkelingen van verkeer, wonen, werken, water en groen. Het RSP is samengevat in tien projecten, de top 10 van het RSP. Hieruit blijkt de ambitie van de Haaglanden-gemeenten om door te groeien als een internationaal concurrerende regio, met een goed functionerend stedelijk netwerk en een hoge kwaliteit van leven. De tien prioriteiten werken door in beleid en investeringen van het Stadsgewest en de betrokken gemeenten. Het Stadsgewest streeft ernaar om de prioriteiten ook door te laten werken in beleids- en investeringsprogramma’s op grotere schaal, zoals die van de zuidvleugel, de provincie en het Rijk (het Meerjaren investeringsprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport). Het plangebied is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied. De bouw van 32 appartementen op deze binnenstedelijke locatie sluit aan op de doelstelling zoals beschreven in het RSP.
3.4
Gemeente
3.4.1
Omgevingsvisie Delft 2040
In de Omgevingsvisie Delft 2040 wordt op hoofdlijnen de gewenste ontwikkeling weergegeven op het gebied van wonen, werken en vrije tijd. De kwaliteiten die van Delft een aantrekkelijke stad maken worden behouden door ze verder te verrijken en te versterken. De Delftse kernwaarden zijn: historie, technologie, innovatie, creativiteit en de verbonden stad. Het Delftse erfgoed (oud en nieuw) speelt een grote rol in de aantrekkelijkheid, identiteit en het vestigingsklimaat van de stad. Deze Delftse Koers ziet op de volgende punten. Delft als stad van innovatie en technologie. bestemmingsplan "Teding van Berkhoutlaan" (concept) 13
bestemmingsplan Teding van Berkhoutlaan Delft voorziet tot 2040 in een groei van 10.000 banen. Delft maakt gebruik van de substantiële kansen van kennisintensieve bedrijven en van een kennisgedreven en ambachtelijke 'maakindustrie'. Deze nieuwe maakindustrie biedt arbeidskansen voor een brede doelgroep in Delft en de regio. Het feit dat in Delft technisch onderwijs op mbo, hbo en academisch niveau aanwezig is maakt Delft uniek en versterkt de kansen van het Delftse bedrijfsleven. Delft koestert de huidige bedrijven, kleinschalige economie en biedt waar mogelijk groeiruimte aan bestaande bedrijvigheid. De TU is en blijft een belangrijke partner en is in 2040 zowel sociaal als fysiek beter met de stad verbonden. Historie, innovatie en creativiteit kleurt cultuur en toerisme in Delft. Om de positie van de historische en culturele stad te versterken, investeert Delft in kwalitatieve cultuurvoorzieningen, attracties, evenementen, een verantwoorde ontwikkeling van toerisme en in het verbeteren van de kwaliteit van de openbare ruimte. Delft koestert zijn erfgoed en zet ook bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen in op het doorvertalen van de rijke historie van Delft. Erfgoed in Delft is bekend en 'beleefbaar', waar je ook bent in de stad. Delft, waar het goed en gezond leven is; sterke en leefbare wijken. Delft zet tot 2040 in op het toevoegen van 15.000 woningen.
De nieuwe woningen dragen bij aan een kwaliteitsverbetering in de wijken. Waar mogelijk wordt in hogere dichtheden gebouwd. De fysieke leefomgeving moet bijdragen aan de gezondheid van iedere Delftenaar. Negatieve milieueffecten worden teruggedrongen en Delft richt zich op een gezond ingerichte leefomgeving. Het buitengebied is altijd goed bereikbaar. In 2040 is de buitenruimte in en om de stad voor mens, plant en dier op minimaal hetzelfde kwaliteitsniveau als nu. De biodiversiteit wordt bevorderd, door buitenruimten en nieuwe bebouwing natuurvriendelijk in te richten en te realiseren. In 2040 bestaat het begrip 'afval' niet meer. Delft functioneert dan als een circulair systeem voor grondstoffen. In 2040 is Delft een stad waar iedereen ertoe doet, meedoet, elkaar kan ontmoeten en de kans krijgt zich te ontwikkelen. De openbare ruimte en voorzieningen die worden gerealiseerd, dragen hier aan bij. Er wordt meervoudig gebruik gemaakt van de beschikbare openbare ruimte en deze is doelmatig onderhouden en sociaal veilig ontworpen. Duurzaam Delft is klaar voor de toekomst. Delft is in 2040 hard op weg om in 2050 energieneutraal en klimaatbestendig te kunnen zijn. Om daar te komen, zet Delft in op energiebesparing, een warmtenet en zonne-energie. Delft met voorzieningen voor iedereen.
Delft heeft in 2040 hoogwaardige, passende en toegankelijke voorzieningen die nodig zijn voor zorg, welzijn, cultuur, onderwijs en sport. Delft streeft naar een goede spreiding van voorzieningen en clustert waar mogelijk. Delft bereikbaar. Delft zet in op een mobiliteitstransitie. Het mobiliteitssysteem gaat veranderen, zodat Delft de komende decennia bereikbaar, leefbaar en verkeersveilig blijft. De ruimte voor de infrastructuur in de stad wordt beter benut door voorrang te geven aan ruimte-efficiënte, schone, slimme en veilige mobiliteit. In Delft moeten nieuwe ontwikkelingen en initiatieven in de fysieke leefomgeving in beginsel altijd bijdragen aan de Delftse kernwaarden historie, technologie, innovatie, creativiteit en de verbonden stad. De zes opgaven in de Delftse koers werken samen om deze kernwaarden te beschermen en waar mogelijk te versterken en te verrijken. De lokale initiatieven dragen op hun beurt weer bij aan ten minste twee of meer verschillende Delftse opgaven. Initiatiefnemers wordt gevraagd al in een vroeg stadium na te denken over de samenhang in opgaven en welke meerwaarde dit voor de stad Delft kan creëren.
3.4.2
Coalitieakkoord Delft 2022 - 2026
Het doel van het Coalitieakkoord is een stad waar het goed wonen, werken en verblijven is, en een stad waarin voor iedereen een plek is die goed en betaalbaar is. In het akkoord wordt ingezet op het realiseren van de ambities uit de Woonvisie, het realiseren van 15.000 woningen (waarvan 8.000 al is gepland) en het versterken van de economische positie met nieuwe werklocaties die moeten leiden tot 10.000 extra banen in 2040. Delft heeft ook behoefte aan meer betaalbare huur- en koopwoningen. Die zijn nodig om de doorstroming uit de sociale huurvoorraad te stimuleren, medewerkers van Delftse bedrijven huisvesting te bieden, studenten na hun studie vast te houden en promovendi te binden. bestemmingsplan "Teding van Berkhoutlaan" (concept) 14
bestemmingsplan Teding van Berkhoutlaan Het onderhavige bestemmingsplan maakt de bouw van middeldure en dure koopwoningen mogelijk en sluit hiermee aan op de doelen van het coalitieakkoord. 3.4.3
Woonvisie 2016 - 2023 & Agenda 2040 Delft
Het gemeentelijke woonbeleid is vastgelegd in de Woonvisie Delft 2016 - 2023. De visie beschrijft het belang van een aantrekkelijk woonklimaat dat past bij de sociale, economische en ruimtelijke ontwikkeling van Delft en ook van de regio. Het huidige aanbod van woningen in Delft sluit onvoldoende aan op de vraag. Meer woningen en een grotere verscheidenheid aan woonconcepten en woonmilieus in de stad zijn gewenst. Gemeente Delft heeft de ambitie om tot 2040 15.000 nieuwe woningen toe te voegen aan de bestaande voorraad. De nieuwe woningen zorgen ervoor dat Delft een aantrekkelijke woonstad is voor zittende en nieuwe bewoners. Op deze manier draagt onze stad bij aan de regionale opgave om het vestigingsklimaat te versterken. Die ambitie is regionaal vastgelegd in het regionale programma en de Roadmap Next Economy van de MRDH. Dit is tevens vastgelegd in de Agenda 2040 Delft. Op deze manier wordt bijgedragen aan de woningbouwopgave voor de Zuidelijke Randstad zoals vermeld in de Verstedelijkingsalliantie. De stad Delft is grotendeels tot de grenzen van de gemeente volgebouwd. De woningbouwopgave dient daarom voor een groot deel binnenstedelijk te worden opgelost. Delft biedt een grote variëteit aan binnenstedelijke transformatiekansen voor leegstaand vastgoed en kantoor- en bedrijfsgebieden. De gemeente hanteert hierbij een gebiedsgerichte aanpak.
Wat betreft de woningbehoefte kent de Delftse woningmarkt tekorten in het midden en dure segment. Vraag en aanbod zijn hiermee niet in balans. Voor een betere balans is een stevige verschuiving naar middelduur en duur nodig. Het onderhavige bestemmingsplan voorziet in deze behoefte.
3.4.4
Nota groen 2012 - 2020
Het uitgangspunt van het gemeentelijk groenbeleid zoals vastgelegd in de Nota Groen is dat aantasting van groene en ecologische waarden zoveel mogelijk wordt voorkomen en dat een evenwichtige verhouding tussen groen en bebouwing blijft bestaan. In de Nota Groen is de Stedelijke ecologische structuur van Delft (SES) vastgelegd. De SES bestaat uit kerngebieden en bestaande en gewenste ecologische verbindingen. Het beleid streeft onder meer naar het opheffen van knelpunten in het ecologische netwerk en de versterking van de verbindingszones. De ligging van de verbindingszones ten opzichte van het plangebied wordt op onderstaande kaart inzichtelijk gemaakt.
bestemmingsplan "Teding van Berkhoutlaan" (concept) 15
bestemmingsplan Teding van Berkhoutlaan
Binnen het plangebied zijn geen waardevolle groenstructuren aanwezig. Daarnaast zal bij de ontwikkeling het plangebied aandacht worden besteed aan het vergroenen van de buurt.
bestemmingsplan "Teding van Berkhoutlaan" (concept) 16
bestemmingsplan Teding van Berkhoutlaan 3.4.5
Mobiliteitsprogramma Delft 2040
Het gemeentelijke mobiliteitsbeleid is vastgelegd in het Mobiliteitsprogramma Delft 2040 (MPD). In dit beleid wordt ingezet op een mobiliteitstransitie om een gezonde doorgroei van de stad mogelijk te maken met een goede bereikbaarheid. Hiervoor is een nieuwe balans nodig tussen de toenemende mobiliteitsvraag en de schaarse openbare ruimte in de stad. Door een verandering van het mobiliteitssysteem en aansturen op aanpassing van mobiliteitskeuzes kan Delft de komende decennia bereikbaar, leefbaar en verkeersveilig blijven. De belangrijkste pijlers van het mobiliteitsbeleid zijn: Ruimte geven door ruimte te maken en de kwaliteit van de openbare ruimte te verbeteren 1. Meer verblijfsruimte (zoals pleinen en groen) en minder ruimte voor verplaatsen; 2. Meer ruimte voor de voetganger en de fiets; 3. Ruimte maken door minder autoritten; 4. Ruimte maken door minder autoparkeren. Meer schone en actieve/gezonde verplaatsingen in de vorm van lopen of fietsen. Verkeersnetwerken en hun onderlinge samenhang aanpassen, zodat lopen aantrekkelijker wordt en de fiets en het openbaar vervoer in snelheid, gemak en veiligheid een meer aantrekkelijk alternatief worden voor de auto. Innovatieve vormen van vervoer stimuleren die bijdragen aan de doelstellingen van het mobiliteitsprogramma, zoals deelmobiliteit en nieuwe vervoermiddelen. Tegengaan van 'vervoersarmoede'.
Verbeteren van de verkeersveiligheid. Bij de verdere uitwerking van het mobiliteitsbeleid is het niet mogelijk of nodig om overal in de stad dezelfde maatregelen te nemen. Het is daarom van belang om voor maatwerkoplossingen te kiezen: de plek in de stad bepaalt de mobiliteitsaanpak. De voorgenomen planontwikkeling past binnen dit beleid. 3.4.6
Nota Parkeernormen 2018
Het parkeernormenbeleid van de gemeente Delft is erop gericht om bij bouwontwikkelingen in voldoende parkeercapaciteit voor zowel de auto als de fiets te voorzien. Parkeernormen zijn er niet voor om bestaande tekorten aan parkeerplaatsen op te lossen. De gemeente Delft kiest als basis voor haar autoparkeernormen de parkeerkencijfers uit CROW publicatie 317: kencijfers parkeren en verkeersgeneratie. De parkeerkencijfers van het CROW hebben tevens de input gevormd voor de oude Nota Parkeernormen 2013. Bij het toepassen van de parkeerkencijfers van het CROW zijn de onderstaande uitgangspunten gehanteerd: ln de gebieden binnenstad en schil binnenstad geldt het minimale parkeerkencijfer als referentiepunt. ln alle overige gebieden wordt het gemiddelde parkeerkencijfer als referentiepunt gehanteerd. Een uitzondering op deze toedeling is het Delftse autoluwplusgebied. ln dit voornamelijk voetgangersgebied is een geslotenverklaring van kracht, gereguleerd met behuIp van kentekenherkenning. Extra autoverkeer is in dit gebied ongewenst, daarom is in dit gebied de parkeernorm nul en is de Autoluwplusregeling van kracht. ln het autoluwplusgebied worden geen nieuwe parkeerplaatsen aangelegd. Dit betekent ook geen parkeerplaatsen op eigen terrein. Binnen de parkeerkencijfers van het CROW wordt onderscheid gemaakt naar mate van stedelijkheid en ligging in de stedelijke zone.
De mate van stedelijkheid is voor de gemeente Delft vastgesteld op de hoogste categorie: zeer sterk stedelijk (dit betekent dat er in de gemeente Delft per vierkante kilometer gemiddeld meer dan 2.500 adressen gevestigd zijn). De ligging in de stedelijke zone kan per bouwontwikkeling verschillen Bij het bepalen van de stedelijke zone wordt de ligging van de voordeur als uitgangspunt gehanteerd. Er kan voor één of meerdere functies binnen een bouwontwikkeling sprake zijn van bijzondere omstandigheden op basis waarvan een alternatieve toepassing van parkeernormen wenselijk is. Voor deze alternatieve toepassing is in de Facetherziening Parkeren (artikel 5.3 onder a) een afwijkingsbevoegdheid opgenomen. Via bijzondere omstandigheden kan worden afgeweken van de normatieve parkeerbehoefte. Wanneer verwacht wordt dat een bouwontwikkeling vergezeld zal gaan met een relatief hoog bestemmingsplan "Teding van Berkhoutlaan" (concept) 17
bestemmingsplan Teding van Berkhoutlaan fietsgebruik, en er derhalve meer fietsparkeerplaatsen gerealiseerd worden dan de norm voorschrijft, kan een reductie op de parkeernorm voor de auto toegepast worden. De hoogte van deze reductie is locatieafhankelijk en verschilt per situatie. In paragraaf 4.11 wordt hier nader op ingegaan. 3.4.7
Waterplan Delft, een blauw netwerk (2000)
Het Waterplan is gericht op het realiseren van duurzaam stedelijk waterbeheer. Vanuit een integrale visie op duurzaam stedelijk waterbeheer en rekening houdend met de specifieke situatie in Delft (kansen en knelpunten) beschrijft het Waterplan de ambities en doelstellingen voor de Delftse wateren op de lange termijn. Duurzaam waterbeheer richt zich op het realiseren van gezonde en veerkrachtige watersystemen. Gezond wil zeggen: een watersysteem met een waterkwaliteit en een ecologische kwaliteit die past bij de (natuurlijke) situatie ter plaatse. Veerkrachtig betekent dat verstoringen door bijvoorbeeld extreme regenval of incidentele verontreiniging relatief gemakkelijk kunnen worden opgevangen en dat systemen zich relatief gemakkelijk kunnen herstellen van ecologische verstoringen, zoals achteruitgang of (lokaal) zelfs volledig verdwijnen van soorten. Binnen de mogelijkheden die gezonde en veerkrachtige watersystemen bieden wordt een duurzaam gebruik van watersystemen (onder meer recreatie en scheepvaart) zoveel mogelijk bevorderd. Bij duurzaam waterbeheer worden water, ecologie en ruimtelijke ordening in samenhang bezien, gebruikmakend van de ‘natuurlijke’ karakteristieken en de ligging van de watersystemen in het omringende landschap.
Het betekent dat wordt aangesloten bij natuurlijke processen (water als ordenend principe) en bestaande ecologische structuren, en dat hiermee rekening wordt gehouden bij de ruimtelijke ordening, bijvoorbeeld bij herinrichting van woonwijken en bij nieuwbouw. 3.4.8
Beheervisie Openbare Ruimte 2019
Het beleid voor het beheren en onderhouden van de stad is vastgesteld in het gemeentelijke beleidsstuk 'Beheervisie Openbare Ruimte' uit 2019. De visie ziet de openbare ruimte als een belangrijk kapitaalgoed. Daarnaast faciliteert het de bewoners en bezoekers van Delft: het moet een prettig verblijfsgebied zijn. Als beheerder heeft de gemeente haar visie op de openbare ruimte vastgelegd in dit document. De beheervisie is het verbindende document tussen de Visie Openbare Ruimte Delft (VORD), de nog op te stellen Omgevingsvisie, de omgevingsplannen en diverse organisatiedoelen. De uiteindelijke doelstelling voor het bovengenoemde beleid is een kwalitatief hoogwaardig openbare ruimte. Binnen het plangebied wordt openbare ruimte gerealiseerd. Deze openbare ruimte voldoet aan de beheervisie. 3.4.9
Energie en duurzaam bouwen
3.4.9.1 Visie op weg naar een circulair Delft in 2050 Met een groeiende wereldbevolking en consumptie per persoon groeit ook het belang om grip te krijgen op alle producten en grondstoffen die we gebruiken. Er moet minder of anders gebruik gemaakt worden van de voorraden en natuurlijke hulpbronnen die we tot onze beschikking hebben. Daarom is het van belang dat ook in Delft wordt toegewerkt naar een circulaire economie. Een circulaire economie is een economisch systeem van gesloten kringlopen, waarin grondstoffen, onderdelen en producten hun waarde zo min mogelijk verliezen en hernieuwbare energiebronnen worden gebruikt. De belangrijkste ambitie is een 100% circulaire economie in 2050, gelijk aan de landelijke ambitie uit het Rijksbreed programma Circulaire Economie. In deze visie is de ambitie uiteengezet in ambities per 'prioritaire keten'. Dit gaat om Bouw, Biomassa & voedsel, Kunststoffen, Maakindustrie en Consumptiegoederen. Voor de uitvoering van de Visie op weg naar een circulair Delft in 2050, wordt nog een Uitvoeringsplan Circulaire Economie opgesteld.
bestemmingsplan "Teding van Berkhoutlaan" (concept) 18
bestemmingsplan Teding van Berkhoutlaan 3.4.9.2 Delft Energieneutraal 2050 Bij nieuwbouw of herontwikkelingen gelden de doelstellingen uit het Delftse klimaatbeleid. De basis hiervoor is de nota Delft Energieneutraal 2050. Uitgangspunt is dat voor een nieuwe woon- of bedrijfsbestemming de ambitie voorligt om een scherpere energieprestatie te realiseren dan de landelijke normen. Hiervoor hanteert Delft de Trias energetica: 1. het verminderen van de vraag door energiebesparing bij eindgebruikers; 2. het toepassen van duurzame bronnen; 3. het (verder) optimaliseren van de toepassing van fossiele bronnen naar energie-efficiency en betrouwbaarheid. Op deze punten wordt in de hierna volgende paragrafen ingegaan. 3.4.9.3 Beleid duurzaam bouwen Het gemeentelijk duurzaam bouwen beleid geeft op gebouwniveau ambities voor verantwoord materiaalgebruik, waterbesparing, gezondheid en flexibel ruimtegebruik. Voor het thema energie zijn de ambities in de nota Delft energieneutraal 2050 vastgelegd. De duurzaamheidsambitie van een gebouw worden volgens de GPR (Gemeentelijke Praktijk Richtlijn) methodiek uitgedrukt. Dit is een prestatiegerichte werkwijze, waarmee de markt wordt vrijgelaten om zelf invulling te geven aan duurzaamheid van een gebouw zolang maar aan de doelstellingen wordt voldaan.
De gemeentelijke GPR ambities worden periodiek aangescherpt als gevolg van landelijke ontwikkelingen en aanscherping van wet- en regelgeving en de doelstellingen per ruimtelijke ontwikkeling zijn in een anterieure overeenkomst vastgelegd. 3.4.9.4 Besluit bodemenergiesystemen De toepassing van bodemenergie, een techniek om woningen en gebouwen energiezuinig te maken, levert een bijdrage aan de realisatie van de gemeentelijke klimaatdoelstellingen. Door de snelle groei kunnen belangen tussen diverse bodemenergiesystemen onderling en andere belangen met elkaar in conflict komen. Bij de aanleg van een open bodemenergiesysteem dient te worden voldaan aan de Waterwet. Bij de aanleg van een gesloten systeem moet worden voldaan aan het Wijzigingsbesluit bodemenergiesystemen en de Verordening en Beleidsregel gesloten bodemenergiesystemen gemeente Delft 2015. 3.4.9.5 Energiesysteem op projectniveau In het plan wordt aandacht besteed aan de uitwerking van de energiesystemen op basis van het beleid in Delft.
Energiesystemen Voor de beoogde ontwikkeling worden de volgende randvoorwaarden gehanteerd met betrekking tot energie: geen aansluiting op aardgas; voldoende comfort, naast verwarming ook aandacht voor koeling (minimaal voldoende spuimogelijkheid in woning); geen airco, luchtwarmtepomp of vergelijkbare systeem in verband met geluid, warmte en hoog energiegebruik; voor de gehele ontwikkeling (woningbouw en overige functies) geldt een GPR Gebouw Score van minimaal 7,5. Aan deze randvoorwaarden wordt met de beoogde ontwikkeling op deze locatie voldaan. Afvalsystemen Aan het afvalsysteem van de nieuwbouw zijn randvoorwaarden gesteld. Bij gestapelde bouw dient het aspect afval inpandig te worden opgelost. Geluid en overige milieuhinder In het plangebied is de geluidbelasting onder de wettelijke voorkeursgrenswaarde. Het aspect geluid is in paragraaf 4.7 nader uitgewerkt. bestemmingsplan "Teding van Berkhoutlaan" (concept) 19
bestemmingsplan Teding van Berkhoutlaan Water en klimaatadaptatie In paragraaf 4.3 wordt nader ingegaan op het aspect water. In het ontwerp wordt aandacht besteed aan het aspect klimaatadaptatie. Natuurinclusief bouwen Een aantrekkelijke openbare ruimte, een fijnmazig netwerk, beleving en een hoge biodiversiteit zijn belangrijke componenten binnen deze ontwikkeling. Boomrijen langs straten in aansluiting op omliggende gebieden en diversiteit in beplantingen vormen het wensbeeld. Binnen 'natuurinclusief bouwen' zijn de volgende randvoorwaarden opgesteld ten aanzien van deze specifieke ontwikkeling: In de oostgevel worden twee huismuskasten opgenomen en in de noordgevel drie. Ook blijkt dat één kast aan de noordgevel op minder dan vijfeneenhalve hoogte is voorzien. Bovendien blijkt uit het aangeleverde beplantingsplan dat in de toekomstige inrichting voldoende heesters zijn voorzien, met o.a. wintergroene soorten als Viburnum tinus en laurierkers. Daarmee wordt voldaan aan de eis van voldoende groen. Daarnaast worden in de oostgevel vier gierzwaluwkasten opgenomen. In de noordgevel worden zes gierzwaluwkasten opgenomen. In totaal zijn er dus tien kasten voorzien. Een en al conform afspraken. In de westgevel worden vier kraamkasten en vier paar-/zomerkasten voor vleermuizen ingebouwd. Aan deze randvoorwaarden wordt voldaan.
3.4.10 Bomenverordening 2013 De Bomenverordening is het toetsingskader voor aanvragen om een kapvergunning. Ingevolge artikel 7 van deze verordening kunnen burgemeester en wethouders de gevraagde omgevingsvergunning weigeren dan wel onder voorschriften verlenen in het belang van:
a. natuur- en milieuwaarden; b. landschappelijke waarden; c. cultuurhistorische waarden; d. waarden van stads- en dorpsschoon; e. waarden van recreatie en leefbaarheid; f. de beeldbepalende waarden van de boom
Uit de toelichting op dit artikel blijkt dat bij de beoordeling van de aanvraag hoofdzakelijk gebruik wordt gemaakt van beleidsregels. Daarmee is bedoeld de 'Beleidsregels voor de beoordeling van kapaanvragen, behorend bij bomenverordening Delft 2013'. De beleidsregels bevatten richtlijnen voor een puntensysteem en een afwegingstabel voor de verlening of weigering van de aanvraag. In de aanvraag voor de kap van de (monumentale) bomen wordt getoetst aan deze beleidsregels.
3.5
Hoogheemraadschap van Delfland
3.5.1
Waterbeheersplan 2016-2021
Het Hoogheemraadschap van Delfland heeft haar beleid vastgelegd in het Waterbeheersplan 2016-2021. Dit beleid is formeel vastgelegd in de Keur en de legger. Het verbeteren van de waterkwaliteit en het vergroten van de bergingscapaciteit zijn belangrijke pijlers binnen dit beleid. Voor sommige activiteiten is een watervergunning van het Hoogheemraadschap van Delfland nodig, bijvoorbeeld: graven of dempen van oppervlaktewater; bouwen binnen de beschermingszone van een waterkering; aanleg van ondergrondse leidingen. Daarnaast zijn algemene regels opgenomen voor bijvoorbeeld het verrichten van handelingen in waterstaatswerken, het water brengen in of onttrekken aan oppervlaktelichamen, het onttrekken van bestemmingsplan "Teding van Berkhoutlaan" (concept) 20
bestemmingsplan Teding van Berkhoutlaan grondwater en natuurvriendelijke oevers. Op het moment dat aan de van toepassing zijn regels wordt voldaan hoeft geen vergunning te worden aangevraagd, maar kan worden volstaan met een melding. Daarnaast beschikt het hoogheemraadschap over beleidsregels die het hoogheemraadschap Delftland als toetsingskader voor het wel of niet verlenen van een vergunning. Watertoets Delfland hanteert een Handreiking watertoets voor gemeenten. De handreiking biedt gemeenten, adviesbureaus en projectontwikkelaars handvatten voor de invulling van proces en inhoud van de watertoets voor ruimtelijke plannen op gemeentelijk niveau. De handreiking is gebaseerd op bestaand beleid van Delfland en sluit aan op de Wet ruimtelijke ordening, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Crisis- en herstelwet en de Waterwet. De toets berust op twee uitgangspunten: standstillbeginsel - negatieve effecten van ruimtelijke ontwikkelingen op het watersysteem worden voorkomen; verbetering - in ruimtelijke ontwikkelingen worden de kansen die zich voordoen om bestaande knelpunten in het watersysteem te helpen oplossen, benut. In het kader van de watertoets vindt overleg plaats tussen de gemeente Delft en het hoogheemraadschap van Delfland. 3.5.2
Beleidsnota beperken en voorkomen wateroverlast (2014)
De beleidsnota 'Beperken en voorkomen wateroverlast' bevat het Delflandse beleid op hoofdlijnen voor het op orde brengen en houden van het watersysteem ten aanzien van wateroverlast. Het gaat daarbij zowel om het oplossen van bestaande knelpunten als om het voorkomen van nieuwe knelpunten. 3.5.3
Conclusie
De beoogde ontwikkeling past binnen de ruimtelijke beleidskaders.
bestemmingsplan "Teding van Berkhoutlaan" (concept) 21
bestemmingsplan Teding van Berkhoutlaan
Hoofdstuk 4 4.1
Bezonning
4.1.1
Inleiding
Omgevingsaspecten en onderzoek
In het kader van het bestemmingsplan is door bureau Wissing B.V. 'Bezonningsstudie lichte TNO norm Teding van Berkhoutlaan' d.d. 4 mei 2021 uitgevoerd. Het onderzoek is opgenomen in bijlage 1 bij de toelichting. 4.1.2
Beleid
Landelijk bestaan geen wettelijk vastgelegde normen en eisen ten aanzien van bezonning waar bebouwing aan moet voldoen. Met behulp van een bezonningsstudie kan inzicht worden gegeven in de toekomstige bezonningssituatie als gevolg van de nieuwe ontwikkeling. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de TNO-normen of een variant daarvan als het betreffende bevoegd gezag eigen kaders heeft. Voor dit plan hanteert de gemeente Delft de lichte TNO norm. Daarbij gaat het erom dat aan de lichte norm wordt voldaan wanneer er gedurende twee uren per etmaal bezonning mogelijk is in de periode van 19 februari tot en met 21 oktober, gemeten vanaf het midden vensterbank binnenkant raam Het is geen vereiste dat bezonning aansluitend plaatsvindt. 4.1.3
Onderzoek
Ten behoeve van de bezonningsstudie is de bestaande situatie en het toekomstige gebouw in 3d gemodelleerd. De data van 19 februari en 21 oktober zijn maatgevend omdat dan de zonnestand het laagst is van de onderzoeksperiode. 4.1.4
Conclusie
Voor alle onderzochte adressen geldt dat ze blijven voldoen aan de lichte TNO-norm. Gelet op het feit dat de situatie op 19 februari (zonnestand het laagst) voldoet aan de lichte TNO-norm kan er vanuit worden gegaan dat dit voor de gehele periode tot en met 21 oktober geldt.
4.2
Stikstof
4.2.1
Inleiding
Ten behoeve van dit plan is onderzoek gedaan naar het aspect stikstof. Dit onderzoek is opgenomen in het Milieurapport Teding van Berkhoutlaan Delft d.d. 18 november 2021 dat is opgesteld door Rho adviseurs. Het milieurapport is als bijlage 3 gevoegd bij het plan. In hoofdstuk 7 van dit rapport wordt ingegaan op het aspect stikstof. De regels waaraan stikstofberekeningen moeten voldoen waren tot voor kort vastgelegd in het Programma Aanpak Stikstof (PAS) en (nog steeds) verankerd in de Wet natuurbescherming. De Raad van State zette 29 mei 2019 een streep door het PAS, waarmee (het overgrote deel van) het toetsingskader is komen te vervallen. Onderdeel van het PAS was het rekenmodel AERIUS. Dit model wordt – na een update (release 15 oktober 2020) – nog steeds gebruikt om de stikstofdepositie voor projecten te berekenen. In Natura 2000-gebieden zijn stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van soorten aanwezig. De effecten van het voornemen, zijn daarom in beeld gebracht aan de hand van een enkelvoudige berekening met AERIUS. In deze berekening is gemodelleerd of er wel of niet een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden plaatsvindt ten gevolge van de aanlegfase en de gebruiksfase. Uitgaande van een worstcase, is een berekening gedaan waarin de aanlegfase en de gebruiksfase allebei zijn opgenomen. Het volledige onderzoek is opgenomen in bijlage. 4.2.2
Beleid
De Wet natuurbescherming (Wnb) biedt het wettelijk kader voor alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving.
bestemmingsplan "Teding van Berkhoutlaan" (concept) 22
bestemmingsplan Teding van Berkhoutlaan Gebiedsbescherming Bescherming van natuurgebieden wordt gewaarborgd door de Wet natuurbescherming en de Wet Ruimtelijke ordening (Wro). Natura 2000-gebieden worden beschermd door de Wnb en het Natuurnetwerk Nederland (NNN) wordt beschermd door de Wro.
Natura 2000-gebieden De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden; Natura 2000-gebieden. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitars en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). Een bestemmingsplan dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied kan uitsluitend worden vastgesteld in dien uit een passende beoordeling of voortoets de zekerheid is verkregen dat het plan het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld als wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: alternatieve oplossingen zijn niet voorhanden; het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. De bescherming van deze gebieden heeft externe werking zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats.
4.2.3
Onderzoek
Het plangebied is gelegen op meer dan 8 kilometer van het dichtsbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied ' Solleveld & Kapittelduinen'. Met het programma Aerius Calculator zijn berekeningen uitgevoerd om de gevolgen voor de stikstofdepositie binenn Natura 2000-gebieden in beeld te brengen. Dit onderzoek heeft betrekking op zowel de realisatiefase als de gebruiksfase. Uit de berekeningen blijkt dat in beide fases geen toename is van stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Significante negatieve effecten kunnen dan ook worden uitgesloten.
4.2.4
Conclusie
Gelet op de resultaten van de berekeningen wordt geconcludeerd dat er geen depositiebijdragen zijn groter dan 0,00 mol/ha/jaar. De voorgenomen ontwikkeling leidt zowel in de realisatiefase als in de gebruiksfase niet tot een depositietoename.
4.3
Water
4.3.1
Inleiding
Sinds 2003 is het doorlopen van de watertoets wettelijk verplicht voor alle ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is, om in overleg met de initiatiefnemer en de waterbeheerder, aandacht te besteden aan de waterhuishoudkundige aspecten, zodat de waterhuishoudkundige doelstellingen worden gewaarborgd. De uitgangspunten voor het watersysteem dienen op een juiste wijze in het plan te worden verwerkt. Het plangebied is gelegen binnen het verzorgingsgebied van het Hoogheemraadschap van Deflland. Het Hoogheemraadschap is verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is deze waterparagraaf geschreven en is het plan voorgelegd aan het Hoogheemraadschap van Delfland.
bestemmingsplan "Teding van Berkhoutlaan" (concept) 23
bestemmingsplan Teding van Berkhoutlaan 4.3.2
Beleid
Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van het waterschap nader wordt behandeld. Europa: Kaderrichtlijn Water (KRW) Nationaal: Nationaal Waterplan (NW) Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) Waterwet Provinciaal: Provinciaal Waterplan Provinciale Structuurvisie Verordening Ruimte Waterschapsbeleid In het Waterbeheerplan 5 (WBP 5) beschrijft het Hoogheemraadschap van Delfland haar strategie voor de uitvoering van de kerntaken voor de komende jaren. Het is de leidraad voor het handelen van Delfland in de periode 2016-2021. Bij de uitvoering van het Waterbeheerplan staan de volgende kerntaken voorop; waterveiligheid, het waterbeheer, de waterkwaliteit en het zuiveren van afvalwater. De werkzaamheden zijn terug te brengen tot de volgende vier speerpunten van het waterschap: in stand houden: investeringen in de infrastructuur worden op een adequate manier in stand gehouden. Investeren: veranderende wetgeving en veranderingen in de omgeving vragen om aanpassing en verdere verbetering van ons watersysteem, de waterkeringen en het afvalwatersysteem.
Samenwerken: Het waterschap kan en doet niet allen, sterker nog, waterbeheer is ook een taak van andere overheden zoals gemeenten en van burgers en bedrijven. Flexibel en duidelijk: Partners komen een flexibel waterschap tegen die rol en houding afstemt op basis van vraagstukken die voorliggen. Gemeentelijk beleid De gemeente Delft en het Hoogheemraadschap van Delfland hebben samen het Waterplan Delft, een blauw netwerk (2000) opgesteld. Na herijking is de uitvoeringsperiode verlengd tot 2015. Het plan richt zich op het realiseren van gezonde en veerkrachtige watersystemen. Daarmee worden systemen bedoeld waarvan de waterkwaliteit en de ecologische kwaliteit past bij de (natuurlijke) situatie ter plaatse en dat verstoringen in het systeem relatief makkelijk kunnen worden opgevangen. De gemeente Delft en het Hoogheemraadschap van Delfland hebben gezamenlijk de Waterstructuurvisie (2005) opgesteld. Het doel van de Waterstructuurvisie is om het watersysteem van Delft optimaal te laten functioneren. In de waterstructuurvisie wordt een betere waterkwaliteit nagestreefd conform de ambities van het waterplan. Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is uitbreiding van het oppervlaktewater niet noodzakelijk.
4.3.3
Onderzoek
Bestaande situatie Het plangebied is onderdeel van de Kuyperwijk en wordt begrensd door de Teding van Berkhoutlaan, de Sasboutstraat en de Van Blommesteinstraat. Op de locatie stond in het verleden een school die een aantal jaar geleden is gesloopt. bestemmingsplan "Teding van Berkhoutlaan" (concept) 24
bestemmingsplan Teding van Berkhoutlaan
Bodem en grondwater Het plangebied maakt geen deel uit van een waterwingebied of een grondwaterbeschermingsgebied. Vanwege de ligging in de bebouwde kom is het plangebied niet gekarteerd op de Bodemkaart van Nederland. Ten noorden van het plangebied bestaat de grond uit lichte klei met homogeen profiel. Het maaiveld ligt op circa 0,0 meter +NAP. Met betrekking tot grondwater is ten noorden van het plangebied sprake van grondwatertrap IV. Dit betekent dat de hoogste gemiddelde grondwaterstand (GHG) op 40 centimeter onder maaiveld ligt. De gemiddelde laagste grondwaterstand (GLG) schommelt tussen de 80 en 120 centimeter onder maaiveld. Waterkwantiteit Het plangebied is gelegen in de Voordijkshoornsepolder. Conform de Legger van Hoogheemraadschap van Delfland zijn in het plangebied geen waterkeringen aanwezig. Ten westen van het plangebied bevindt zich een primaire watergang (figuur 4.1) met een beschermingszone van 4 meter. Binnen deze beschermingszones gelden conform de Keur van Hoogheemraadschap van Delfland beperkingen voor bouwen en aanleggen ter bescherming van en om onderhoud aan de watergang mogelijk te houden. Het plangebied bevindt zich niet in de beschermingszone.
Figuur 4.1 Uitsnede Legger Hoogheemraadschap van Delfland met plangebied (zwart omlijn) (Bron: Hoogheemraadschap van Delfland).
Watersysteemkwaliteit en ecologie Binnen het plangebied of in de nabije omgeving liggen geen oppervlaktewaterlichamen die zijn aangewezen vanuit de Kaderrichtlijn Water. Er bevinden zich ook geen natte ecologische verbindingszone zoals opgenomen in het (provinciale) Natuurnetwerk Nederland binnen of in de nabijheid van het plangebied.
bestemmingsplan "Teding van Berkhoutlaan" (concept) 25
bestemmingsplan Teding van Berkhoutlaan Veiligheid en waterkeringen Het plangebied is niet gelegen binnen de kern of beschermingszone van een waterkering. Afvalwater en riolering De bestaande gebouwen in de omgeving van het plangebied aangesloten op het gemeentelijk gemengd rioolstelsel.
Toekomstige situatie In de toekomstige situatie wordt er een appartementencomplex met 32 woningen gerealiseerd.
Bodem en grondwater Ten behoeve van de herontwikkelingen vinden geen grote ingrepen in de bodem plaats. De benodigde parkeerplaatsen zullen op het maaiveld worden gerealiseerd en niet in een ondergrondse parkeervoorziening. De voorgenomen ontwikkeling heeft geen gevolgen voor bodem en grondwater.
Waterkwantiteit Om de kans op wateroverlast te verkleinen is het van belang om ervoor te zorgen dat het watersysteem optimaal functioneert en goed wordt onderhouden. Hiervoor hanteert Hoogheemraadschap van Delfland het standstill beginsel. Dit houdt in dat de kans op wateroverlast niet mag toenemen als gevolg van een ingreep in het watersysteem of een handeling die invloed heeft op het functioneren van het watersysteem. De beoogde ontwikkeling zal leiden tot een afname van het verhard oppervlak, waardoor met de beoogde ontwikkeling wordt voldaan aan het standstill beginsel. Dit blijkt ook uit de Watersleutel van Hoogheemraadschap van Delfland (figuur 4.2). In bijlage 2 is een grotere versie weergegeven. Bij de berekening is uitgegaan van een gemiddeld maaiveld van 0,0 meter +NAP en een maatgevend peil van 1,30 meter –NAP. Het plangebied heeft een oppervlakte van 2.724 m2 waarvan in de huidige situatie 2.000 m2 verhard is. In de toekomstige situatie zal de verharding met 756 m2 afnemen.
bestemmingsplan "Teding van Berkhoutlaan" (concept) 26
bestemmingsplan Teding van Berkhoutlaan
Figuur 4.2 Uitkomsten Watersleutel Hoogheemraadschap van Delfland Uitgangspunt voor de watersleutel is de voormalige situatie met school, waarbij een groot deel van het plangebied verhard was (2.000 m2 aan verharding). Inmiddels is de school gesloopt en de hoeveelheid verharding kleiner. In de beoogde situatie is sprake van 1.244 m2 aan verharding, waarmee sprake is van een afname ten opzichte van de voormalige situatie. Uit de Watersleutel blijkt dan ook dat er geen extra wateroppervlak of waterberging gerealiseerd hoeft te worden. Ondanks de uitkomst van de watersleutel wordt vanuit het oogpunt van klimaatadaptatie echter wel extra waterberging gerealiseerd (zie hierna).
Klimaatadaptatie De voorgenoemde afname aan verhard oppervlak speelt een belangrijke rol waar het gaat om de effecten die samenhangen met klimaatverandering. In de toekomst zal steeds vaker sprake zijn van hevige piekbuien. Om deze reden heeft de gemeente Delft een klimaatadaptatiestrategie opgesteld. Door de groene inrichting van het gebied rond het appartementengebouw zijn er mogelijkheden voor het infiltreren en vertraagd afvoeren van regenwater. Uitgangspunt is dat 50 mm per m2 perceeloppervlak moet worden opgevangen en geborgen. Op eigen terrein (appartementengebouw en directe omgeving) gaat het om circa 1.000 m2 aan verharding en daarmee om de berging van 50 m3 water. Er is een verkenning uitgevoerd van de mogelijkheden om invulling te geven aan deze eis. Daaruit bleek onder andere dat groene daken niet mogelijk zijn met de beoogde constructie. Ook de ontwateringsdiepte ter plaatse is mede bepalend voor de keuze voor het bergingssysteem. Uiteindelijk is gekozen voor een rockflow infiltratiesysteem aan de noordzijde van het appartementengebouw. Door het loskoppelen van een deel van HWA’s aan de achterzijde van het gebouw, kan hemelwater daar worden geborgen. Uit de berekening die onderdeel is van de vergunningaanvraag blijkt dat wordt voldaan aan de bergingseis van 50 m3. De groene omgeving speelt ook een rol bij het tegengaan van hittestress.
De beoogde herontwikkeling heeft waar het gaat om klimaatadaptatie ook positieve gevolgen voor de bestaande bewoners in de directe omgeving van het plangebied. Waterveiligheid bestemmingsplan "Teding van Berkhoutlaan" (concept) 27
bestemmingsplan Teding van Berkhoutlaan De realisatie van het appartementencomplex heeft geen negatieve invloed op de waterveiligheid. Het plangebied ligt buiten de beschermingszone van de nabijgelegen waterkering. Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, nietuitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw als de gebruiksfase.
Afvalwaterketen en riolering Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: hemelwater vasthouden voor benutting, (in-) filtratie van afstromend hemelwater, afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater, afstromend hemelwater afvoeren naar RWZI.
4.3.4
Conclusie
Het bestemmingsplan dat de realisatie van een appartementencomplex aan de Teding van Berkhoutlaan 10 mogelijk maakt heeft geen nadelige gevolgen voor de waterhuishouding. Er wordt voldaan aan de geldende kaders. Compensatie is niet aan de orde aangezien door de herontwikkeling de hoeveelheid verharding afneemt. Door het realiseren van extra waterberging en vergroening wordt voldaan aan de eisen en uitgangspunten ten aanzien van klimaatadaptatie. Het plangebied bevindt zich niet in de beschermingszone van een watergang of waterkering.
4.4
Flora en fauna
4.4.1
Inleiding
In het kader van de Wet natuurbescherming is onderzocht of binnen of nabij het plangebied beschermde soorten voorkomen en of de ontwikkeling negatieve effecten heeft op beschermde gebieden in de omgeving. Door Ecoresult B.V. is op 2 juli 2021 de quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming en Verordening ruimte uitgevoerd. Dit rapport is opgenomen in bijlage4 bij de toelichting.
4.4.2
Beleid
De Wet natuurbescherming (Wnb) biedt het wettelijk kader voor alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Soortenbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. Het gaat om de volgende drie categorieën: 1. soorten van de Vogelrichtlijn; 2. soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn, met uitzondering van vogels; 3. 'andere soorten' (onderdeel A 'fauna' en onderdeel B 'flora'). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. bestemmingsplan "Teding van Berkhoutlaan" (concept) 28