CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

BP boekje Toelichting Regels Bijlagen bij de regels (GEWZIJZIGD)

Raadsvergadering 11 juli 2024, gemeente DelftBij agendapunt: Voorstel van het college aan de raad inzake crisis- en herstelwet omgevingsplan TU Delft Campus Zuid (nr. 2424345)41.400 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid IMRO idn: NL.IMRO.0503.BP00432001

Datum vrijgeven vaststelling: 11 juli 2024

bestemmingsplan Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel planvorming 1.2 Begrenzing plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Opbouw plan

6 6 7 7 7

Hoofdstuk2 Gebiedsvisie 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie 2.3 Conclusie

9 11 12 15

Hoofdstuk3 Beleid 3.1 Rijk 3.2 Provincie 3.3 Regionaal beleid 3.4 Hoogheemraadschap Delfland 3.5 Gemeente

16 16 17 22 22 23

Hoofdstuk4 Functies 4.1 Voorzieningen 4.2 Kantoren en bedrijven 4.3 Horeca en detailhandel 4.4 Sport 4.5 Landschap en openbare ruimte

35 35 36 39 41 42

Hoofdstuk5 Omgevingsaspecten en onderzoek 5.1 Natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen 5.2 Bedrijven en milieuzonering 5.3 Bodem 5.4 Ecologie 5.5 Energietransitie en duurzaam bouwen 5.6 Externe veiligheid 5.7 Geluid 5.8 Luchtkwaliteit 5.9 Stikstofdepositie 5.10 Trillingen 5.11 Vormvrije m.e.r. 5.12 Water

44 44 46 49 51 59 60 63 64 65 66 70 71

Hoofdstuk6 Infrastructuur 6.1 Bovengronds (verkeer en vervoer) 6.2 Ondergronds (kabels en leidingen)

76 76 83

Hoofdstuk7 Cultuurhistorie 7.1 Archeologie

84 84

Hoofdstuk8 Juridische planbeschrijving 8.1 Verantwoording planvorm 8.2 De verbeelding 8.3 Systematiek functies 8.4 Specifieke elementen

87 87 88 88 93

Hoofdstuk9

94

Handhaving bestemmingsplan "Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid" (vastgesteld)

2

bestemmingsplan Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid Hoofdstuk10 Economische uitvoerbaarheid 10.1 Kostenverhaal

95 95

Hoofdstuk11 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 11.1 Inspraak en overleg 11.2 Zienswijzen

97 97 106

bestemmingsplan "Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid" (vastgesteld) 3

bestemmingsplan Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid

bestemmingsplan "Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid" (vastgesteld) 4

bestemmingsplan Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid

Toelichting

bestemmingsplan "Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid" (vastgesteld) 5

bestemmingsplan Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid

Hoofdstuk 1

Inleiding

De innovatieve bedrijvencampus TU Delft Campus Zuid biedt voor Delft mogelijkheden om de positie als kennisstad te versterken. De diversiteit die polycentrische regio’s in potentie bieden, kan keuzemogelijkheden bieden voor het internationale bedrijfsleven om het vestigingsmilieu te kiezen dat het beste bij de betreffende sector en functie past. Versterking van de eigen identiteit en uitbouwen van de eigen kracht moet dan voor de verschillende steden voorop staan.

1.1

Aanleiding en doel planvorming

De gemeente Delft heeft in samenwerking met de Technische Universiteit Delft het voornemen om TU Delft Campus Zuid verder te ontwikkelen. Hoofdzaak daarbij is het faciliteren en versterken van onderwijs, onderzoek en sport. De ontwikkeling van voorheen het sciencepark Technopolis (nu Campus Zuid) heeft tot doel de economische structuur van de stad te versterken en sluit aan bij het profiel Delft Kennisstad. Het versterken van samenwerkingsrelaties met het bedrijfsleven in het R&D-segment is daarnaast van grote waarde voor de Technische Universiteit Delft. TU Delft Campus Zuid heeft een totaal ontwikkelvolume van ongeveer 360.000 m² bvo, waarvan 56.200 m² bvo in de eerste fase. De ontwikkeling van Campus Zuid zal via uitnodigingsplanologie tot stand komen. Vandaar dat de gemeente op 11 oktober 2016 het project (toen nog Technopolis geheten) heeft aangemeld voor de 15e (nu 16e) tranche van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet bij het toenmalig ministerie van IenM (nu BZK). De realisering van Campus Zuid is een complex gebiedsontwikkelingsproject met een lange looptijd en een aantal grondeigenaren. De gedachte was toen dat de huidige regeling voor kostenverhaal uit de Wet ruimtelijke ordening bij dergelijke plannen niet goed toepasbaar is.

Door de aanmelding als experiment in het kader van de Crisis- en herstelwet is het mogelijk al te anticiperen op de komende Omgevingswet met de nieuwe methode voor kostenverhaal (zie verder hoofdstuk 9). Daarnaast is door deze aanmelding de bestemmingsplanperiode geen 10 jaar, maar 20 jaar ('verbrede reikwijdte'). Het nieuwe instrument van het bestemmingsplan verbrede reikwijdte (het plan) sluit goed aan bij de beoogde ruimtelijke ontwikkeling van Campus Zuid. Er zijn gewenste richtingen aangegeven maar er is geen concreet eindbeeld. De ontwikkeling kent een zeer lange doorlooptijd waarbij ruimte nodig is om in de loop van die ontwikkeling accenten te kunnen verleggen of meer flexibiliteit te krijgen. Ook sluit het plan goed aan op de huidige praktijk van Campus Zuid waarbij de gemeente planologische ruimte biedt voor private initiatieven. De planologische ontwikkeling van TU Delft Campus Zuid is gebaseerd op de Notitie Beeldkwaliteit TU Delft Campus Zuid van augustus 2020. De Notitie Beeldkwaliteit TU Delft Campus Zuid is opgesteld in aanvulling op het stedenbouwkundig plan TU Delft Campus Zuid van maart 2020. Aan de hand hiervan is in april 2022 een voorontwerp Crisis- en herstelwet (Chw) omgevingsplan 'TU Delft Campus Zuid' opgesteld en naar de relevante vooroverlegpartners en stakeholders van TU Delft Campus Zuid verzonden.

Het voornemen was de vigerende bestemmingsplannen 'Technopolis' en 'Technopolis - Clusters en Kamers' te actualiseren. Hiermee zou de ruimtelijke hoofdstructuur van het gehele plangebied -met uitzondering van het grondgebied van Deltares- en de daaraan gekoppelde kwaliteiten in één keer actueel inzichtelijk worden gemaakt Na het vooroverleg bleek dit voornemen te ambitieus. In overleg met TU Delft is gekozen om het Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid voor een deel planologisch doorgang te laten vinden. Het plan benoemt de eerste fase van de ambities. Deze zijn vervolgens vertaald in planregels, waaraan nieuwe initiatieven zullen worden getoetst. Die regels zijn er om de kwaliteit van de leefomgeving te waarborgen en te verbeteren, maar ook om de rechtszekerheid van bestaande gebruikers en direct betrokkenen te bewaken.

bestemmingsplan "Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid" (vastgesteld) 6

bestemmingsplan Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid

1.2

Begrenzing plangebied

Het plangebied ligt in het zuidoosten van de stad Delft. Het bestemmingsplan regelt de mogelijkheden voor de invulling van het gebied dat wordt begrensd door de Molengraaffsingel/Anthony Fokkerweg (parallel Kruithuisweg), Rotterdamseweg, Heertjeslaan, Huismansingel, van Amstelpark, Molengraaffsingel (parallel A13) en de kavel ten oosten van Deltares ten behoeve van sportvoorzieningen en een ruimtereservering voor HOV ten zuiden van de Heertjeslaan en parallel aan de A13.

Afbeelding 1: ligging en begrenzing plangebied

1.3

Vigerende bestemmingsplannen

De geldende bestemmingsplannen zijn: Bestemmingsplan Technopolis, vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 30 juni 2005, goedgekeurd door Gedeputeerde Staten d.d. 11 oktober 2005; Bestemmingsplan Technopolis Clusters en Kamers, vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 6 februari 2014.

1.4

Opbouw plan

Hoofdstuk 2 omvat de gebiedsvisie, de afweging van de ruimtelijk relevante aspecten, die hebben geleid tot de ruimtelijke en functionele invulling van het plangebied. Hoofdstuk 3 beschrijft het Rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid dat van toepassing is op het plangebied. In hoofdstuk 4 'Functies' worden de verschillende ruimtelijk relevante aspecten binnen het plangebied behandeld. Per aspect worden de huidige situatie, het beleidskader en de gewenste ontwikkeling beschreven. Elk aspect wordt, indien relevant, afgesloten met de consequenties die de gewenste ontwikkeling heeft voor de juridische regeling in het plan. Hoofdstuk 5, omgevingsaspecten, behandelt de verschillende milieuaspecten. Tevens wordt beschreven hoe bij de planontwikkeling van Campus Zuid en in het plan omgegaan wordt met eventuele milieubelemmeringen. In hoofdstuk 6, infrastructuur, wordt de ontsluiting van en in het plangebied toegelicht. bestemmingsplan "Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid" (vastgesteld) 7

bestemmingsplan Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid Hoofdstuk 7, juridische planbeschrijving, licht de juridische vertaling van de ruimtelijk relevante aspecten van de ontwikkeling van TU Delft Campus Zuid toe, waaronder de gekozen planvorm. De hoofdstukken 4 tot en met 7 vormen de bouwstenen voor de gebiedsvisie (hoofdstuk 2). Hoofdstuk 8 vormt de handhavingsparagraaf van voorliggend plan en beschrijft de wijze waarop de regels gehandhaafd zullen worden. De paragraaf beperkt zich tot handhaving van aspecten die niet binnen andere regimes vallen. In hoofdstuk 9 wordt de economische uitvoerbaarheid van het plan toegelicht. In hoofdstuk 10 maatschappelijke uitvoerbaarheid, worden de resultaten van de inspraak en gevoerd vooroverleg weergegeven. De beantwoording van de inspraak en overlegreacties is in dit hoofdstuk opgenomen.

bestemmingsplan "Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid" (vastgesteld) 8

bestemmingsplan Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid

Hoofdstuk 2

Gebiedsvisie

De Technische Universiteit Delft is een belangrijke motor achter de ontwikkeling van de kenniseconomie en werkgelegenheid in Delft. De gemeente en universiteit werken samen om dit zogenaamde ecosysteem van kennis en innovatie verder te versterken. De ontwikkeling van TU Delft Campus Zuid biedt hier fysieke ruimte voor door kennisintensieve bedrijven een vestigingsplaats te kunnen bieden dicht bij de wetenschappelijke kennis die bij de TU Delft en de andere gevestigde kennisinstituten aanwezig is. De TU Delft campus is onderdeel van het Innovatiedistrict Delft. De gemeente werkt samen met de TU Delft, bedrijvenkring Schieoevers, Provincie Zuid-Holland en Metropoolregio Rotterdam Den Haag aan de ontwikkeling van Schieoevers en TU Delft campus tot Innovatiedistrict Delft: een samenhangend, aantrekkelijk stadsdeel met ruimte voor maak- en kennisbedrijven, onderwijs, onderzoek, woningen, voorzieningen, verblijfsplekken en stadsnatuur. TU Delft Campus Zuid is ca. 110 ha groot en in omvang vergelijkbaar met de historische binnenstad van Delft. Hiervan is nog ca. 50 ha beschikbaar voor ontwikkeling. Het is daarmee een van de grootste ontwikkelgebieden in Delft.

Zoals beschreven in de Campusvisie 2040 (TU Delft, 2023) is in het gebied ruimte voor vernieuwing en groei van de TU Delft en voor bedrijven die samenwerken met de TU om een versnelling aan te brengen in de uitwerking van innovaties naar maatschappij. Daarnaast is er ook ruimte voor een aantal stedelijke voorzieningen zoals sportparken en studentenhuisvesting. Dit bestemmingsplan maakt de eerste fase van concrete ontwikkelingen op Campus Zuid planologisch mogelijk. Het betreft een beperkt deel van de ontwikkeling van Campus Zuid, te weten de doorontwikkeling van het academisch cluster in het Kluyvergebied, de ontwikkeling van een bedrijvencluster (omgeving van Yes!Delft) en de ontwikkeling van een nieuw sportpark en openbare ruimte. Na de realisatie van deze eerste fase volgt op termijn een herziening van het omgevingsplan voor het overige deel van Campus Zuid om de in de campusvisie beoogde ontwikkeling mogelijk te maken.

bestemmingsplan "Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid" (vastgesteld) 9

bestemmingsplan Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid

Afbeelding 2: Ligging van Campus Zuid in Delft.

TU Delft Campus Zuid vormt een belangrijke innovatiehub in de regio en één van de motoren van de vernieuwende regionale economie. De campus heeft een belangrijke plek in het economisch beleid van de provincie en de Metropoolregio. Een belangrijk regionaal samenwerkingsverband is de Leiden-Delft-Erasmus alliantie, van de drie universiteiten en twee medische centra in Zuid-Holland. Het protonentherapiecentrum HollandPTC is een voorbeeld van een instelling die vanuit deze alliantie is opgericht en is gevestigd op TU Delft Campus Zuid. Waar het gebied vanaf de eerste planvorming in 2000 gezien werd als een ten zuiden van de universiteitscampus gelegen sciencepark (een 'Technopolis') wordt het gebied inmiddels beschouwd als een volwaardig onderdeel van de TU Delft Campus. Het gebied is daarnaast onderdeel van het Innovatiedistrict Delft, waarin Schieoevers en TU Delft campus worden ontwikkeld tot een aantrekkelijk stadsdeel waar innovaties bedacht én gemaakt kunnen worden.

bestemmingsplan "Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid" (vastgesteld) 10

bestemmingsplan Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid

2.1

Bestaande situatie

2.1.1

Landschappelijke ligging

TU Delft Campus Zuid ligt in een veenpolderlandschap. De oorspronkelijke polderverkaveling onder het gebied bestond uit smalle, lange kavels in oost-westrichting. Min of meer haaks hierop loopt de Schie als afwateringskanaal naar de Maas. De naoorlogse universiteitscampus heeft een orthogonale structuur die de richting volgt van het oorspronkelijke polderlandschap rond de Jaffalaan. In de polderverkaveling zat ten zuiden van de huidige sportparken een hoekverdraaiing. Met de groei van de TU naar het zuiden toe is de polderrichting uit het noordelijk deel aangehouden, ook belangrijke routes zoals de Schoemakerstraat en de Mekelweg volgen deze richting. Bij de Karitaatmolensloot, die de zuidrand van het gebied markeert, is de oorspronkelijke polderrichting nog herkenbaar.

Afbeelding 3: Historische kaart van Delft omstreeks 1900 waarop de polderverkaveling nog duidelijk zichtbaar is. In rood de contouren van Campus Zuid. Bron: Topotijdreis.nl

2.1.2

Eerste bebouwing

Op het terrein ten zuiden van de Kruithuisweg werden al vanaf de jaren zestig universiteitsgebouwen gevestigd, zoals de faculteit Lucht- en ruimtevaart aan de Kluyverweg, het reactorinstituut aan de Mekelweg en de faculteit Geodesie aan de Thijsseweg (nu Metrology Tower). In 1973 werd het terrein van het Waterloopkundig Laboratorium geopend, het tegenwoordige kennisinstituut Deltares.Dit terrein valt buiten het plangebied van de gebiedsontwikkeling. Zowel het reactorinstituut als Deltares worden omgeven door brede waterpartijen en vormen eigen entiteiten op de campus. In de noordoosthoek van TU Delft Campus Zuid zijn omstreeks het jaar 2000 enkele bedrijven gevestigd aan de Cyclotronweg. Deze bedrijven hebben weinig relatie met de overige functies in het gebied. bestemmingsplan "Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid" (vastgesteld) 11

bestemmingsplan Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid 2.1.3

Ontwikkeling vanaf 2005

In de periode 2005-2021 hebben verschillende bedrijven zich gevestigd op TU Delft Campus Zuid. Het gaat dan om de incubator YES!Delft, gebouw voor scale ups NextDelft, Exact, bedrijfsverzamelgebouw Radex, 3M, Holland PTC, Datacentergroup,Applikon, ABB, Oldelft en TNO. VSL heeft zich gevestigd in het voormalige faculteitsgebouw van Geodesie. Deltares heeft vernieuwd en uitgebreid en onder andere de Deltagoot gerealiseerd. Aan de Mekelweg is een nieuwe faculteit (Applied Sciences) gebouwd. Er zijn diverse plannen in voorbereiding voor nieuwe onderzoeks- en onderwijsgebouwen en bedrijfsbebouwing. De Huismansingel, Heertjeslaan en Molengraafsingel zijn als nieuwe infrastructuur aangelegd. Zij vormen de belangrijkste ontsluiting voor de auto. De Kluyverweg is afgesloten voor auto's en heringericht als park, het Kluyverpark. Langs dit park is het nieuwe faculteitsgebouw voor Applied Sciences gebouwd. Ook is hier een parkeergebouw gerealiseerd. In het zogenaamde Kluyvergebied wordt rondom het Kluyverpark het academisch cluster uitgebouwd met nieuwe onderwijsgebouwen, laboratoria en bijbehorende voorzieningen.

Afbeelding 4: luchtfoto huidige situatie TU Delft Campus Zuid (luchtfoto 2021)

2.2

Toekomstige situatie

De universiteitscampus is een plek die uitnodigt tot ontmoeting waardoor kruisbestuiving kan plaatsvinden tussen studenten, wetenschappers, werknemers van bedrijven en bezoekers. Omdat de TU Delft campus bijna 3 km lang is, wordt er gewerkt met clusters. Binnen de clusters staat de voetganger centraal en tussen de clusters en tussen campus en stad is de fiets het belangrijkste vervoermiddel. De ontwikkeling van TU Delft Campus Zuid is erop gericht dat het gebied een volwaardig onderdeel wordt van de universiteitscampus en de stad met een academisch cluster, diverse bedrijfsclusters en een aantal stedelijke voorzieningen zoals sportparken en studentenhuisvesting. Het gebouwen en openbare ruimte in het gebied krijgen de daarbij passende hoogwaardige ruimtelijke kwaliteit en uitstraling, zowel in de tijdelijke situatie als in de eindsituatie. Het gebied ligt aan de zuidelijke stadsrand van Delft en vormt daarmee de overgang tussen stad en buitengebied. De verbinding met het aangrenzende bestemmingsplan "Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid" (vastgesteld) 12

bestemmingsplan Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid landschap en het versterken van (ecologische) groen blauwe structuren is daarom een belangrijk thema. In 2019 is een (nieuw) stedenbouwkundig plan gemaakt door bureau PosadMaxwan voor de terreinen die in eigendom zijn van de TU Delft en de gemeente. Dit plan is een belangrijke onderlegger voor het omgevingsplan. De belangrijkste uitgangspunten voor de stedenbouwkundige opzet van die terreinen zijn: Een hoogwaardig ingerichte openbare ruimte geeft structuur en identiteit aan het gebied. Hoofdroutes voor voetgangers, fietsers, automobilisten en OV-reizigers liggen in brede, groene profielen met in lijn geplante grote bomenrijen. Bebouwing in de clusters wordt georganiseerd rondom groene ruimtes zoals een park of watergang. Er wordt een groenblauw netwerk van biotopen met passende ecologische karakteristieken gerealiseerd. Het gebied wordt ingedeeld in bebouwingsclusters. Hierbinnen wordt het bouwprogramma zodanig geordend dat een maximum aan uitwisseling en synergie bereikt wordt. Uitgangspunt is dat gebouwen en kavelinrichting van hoge kwaliteit zijn, met sterke samenhang tussen het ontwerp van de openbare ruimte, de inrichting van de kavels en de gebouwen.

Per cluster wordt actief 'vormgegeven' aan het realiseren van een centrale ontmoetingsplek met binnen én buiten ruimte en programma voor sociale activiteiten, goed verbonden met de hoofdstructuur van het gebied en de belangrijkste voetgangersroutes. De hoofdopzet van de gebouwen en in het bijzonder van de situering van entrees en publieke programmaonderdelen dragen daaraan bij. In het gebied wordt ruimte geboden aan kennisintensieve bedrijven, academisch onderwijs en onderzoek en bijbehorende voorzieningen. Gebouwen en kavelinrichting zijn van hoge kwaliteit. Nieuwe bebouwing heeft een bouwhoogte van maximaal 20 m, langs de A13 en in het academische cluster maximaal 25 m. In een deel van het gebied zijn door middel van een wijzigingsprocedure nieuwe hoogteaccenten tot 40 m en 70 m mogelijk. Duurzame mobiliteit wordt maximaal gestimuleerd door het realiseren van een aantrekkelijk, veilig netwerk van wandel- en fietspaden, goede OV-verbindingen en clustering van parkeren in centraal gebouwde parkeervoorzieningen. De Mekelweg is de centrale stedenbouwkundige as die het gebied verbindt met het overige deel van de campus en de stad in het noorden. De Mekelweg en de Thijsseweg vormen de verbinding naar het buitengebied in het zuiden. Oost-westverbindingen zoals de Anthony Fokkerweg en Heertjeslaan zorgen voor aansluiting op de Rotterdamseweg.

Grote open gebieden met bijzonder gebruik verrijken de hoofdroutes door het gebied: sportclusters (semi-openbaar), Kluyverpark, de open ruimte op de kruising verlengde Mekelweg en Thijssevaart en de verlengde Mekelwegcorridor richting Midden-Delfland De Huismansingel en Heertjeslaan zijn de belangrijkste ontsluitingswegen voor de auto, met aansluiting op de Kruithuisweg richting A13 en A4. Er zijn vooralsnog geen nieuwe oeververbindingen tussen TU Delft Campus Zuid en Schieoevers Zuid gepland. De Kruithuisbrug verbindt TU Delft Campus Zuid met Schieoevers, station Delft Campus en Delft West

bestemmingsplan "Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid" (vastgesteld) 13

bestemmingsplan Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid

Afbeelding 5: de maximale bouwhoogtes per functie in het plangebied, inclusief de hoogteaccenten met een wijzigingsprocedure.

Afbeelding 6: Luchtfoto met een illustratieve plankaart van het stedenbouwkundig plan van PosadMaxwan.

Campusvisie 2040 In 2023 heeft TU Delft Campusvisie 2040 opgesteld om het lange termijnperspectief voor de ontwikkeling van de campus te schetsen. De campusvisie geeft aan dat de campus in Delft in 2040 een mondiaal voorbeeld van een leefbare en duurzame campus die goed verbonden is met de directe omgeving, de stad Delft en de regio. Het wordt een multifunctioneel gebied waar gewoond, gewerkt en gerecreëerd bestemmingsplan "Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid" (vastgesteld) 14

bestemmingsplan Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid wordt. In de Campusvisie wordt Campus Zuid geduid als 'een high-tech campus, waar innovatieve bedrijvigheid en wetenschappelijk onderzoek en onderwijs samenkomen. Anderzijds is Campus-Zuid een polderlandschap waarin vernieuwende waterretentie-oplossingen in combinatie met natuurontwikkeling zichtbaar zijn'. Het geschetste toekomstbeeld ligt in het verlengde van het stedenbouwkundige plan uit 2019 maar bevat ook nieuwe elementen zoals het toevoegen van woningen en voorzieningen en een sterkere nadruk op het realiseren van plekken in de openbare ruimte waar interactie en ontmoeting plaats kan vinden. Ook legt de Campusvisie nog meer nadruk op de uitwerking van landschappelijke structuren en thema's als klimaatadaptatie en biodiversiteit. Deze nieuwe elementen en accenten zullen hun weerslag krijgen in de latere fasen van de gebiedsontwikkeling, die volgen na de realisatie van de onderdelen uit dit omgevingsplan. Om de ambities van de Campusvisie te concretiseren zal het overkoepelende stedenbouwkundige kader worden herijkt en vertaald worden in een kwaliteitskader (beeldkwaliteitsplan).

2.3

Conclusie

De ontwikkeling van TU Delft Campus Zuid bestrijkt naar verwachting een lange periode van vele jaren. Dit omgevingsplan betreft een deel van de eerste fase van de totaal te ontwikkelingen 250.000 m2 bvo en biedt ruimte aan een mix van academische voorzieningen (onderwijsgebouwen en onderzoeksfaciliteiten) en bedrijfsruimten voor innovatieve high tech bedrijven en draagt daarmee bij aan de ambities van Innovatiedistrict Delft en TU Delft Campusvisie 2040. De looptijd van de ontwikkeling en de bijzondere programma's vragen om een planopzet met veel flexibiliteit en aanpassingsmogelijkheden. Het plan legt daarom alleen de hoofdstructuur en belangrijkste ruimtelijke uitgangspunten vast. De verschillende clusters kunnen vervolgens op basis van de op dat moment actuele vraag en inzichten ontwikkeld worden.

bestemmingsplan "Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid" (vastgesteld) 15

bestemmingsplan Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid

Hoofdstuk 3

Beleid

3.1

Rijk

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft, in overeenstemming met de ministers van Infrastructuur en Waterstaat (IenW), Economische Zaken en Klimaat (EZK), Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), en de staatssecretarissen van IenW, VWS en Defensie, de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) op 11 september 2020 vastgesteld. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. Deze visie is ontwikkeld in nauwe samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen, maatschappelijke instellingen en burgers. De NOVI is vastgesteld op grond van de regelgeving voordat de Omgevingswet in werking trad.

De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet, geldt deze omgevingsvisie als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de NOVI. 3.1.2

AMvB Ruimte (Barro)

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening stelt het Rijk een aantal regels met betrekking tot de inhoud van bestemmingsplannen. De onderwerpen betreffen onder andere project mainportontwikkeling Rotterdam, kustfundamenten, gronden van defensie, grote rivieren en Waddenzee en waddengebied. Voor de in het Barro genoemde onderwerpen moeten op grond van de Wet ruimtelijke ordening alle bestemmingsplannen binnen een jaar aan de bepalingen uit het Barro voldoen. Conclusie Het Barro heeft geen directe gevolgen voor het onderhavige bestemmingsplan. 3.1.3

Ladder voor duurzame ontwikkeling

Een zorgvuldige benutting van de beschikbare ruimte voor verschillende functies vraagt om een goede onderbouwing van nut en noodzaak van een nieuwe stedelijke ruimtevraag en een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Om die reden schrijft het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6) per 1 oktober 2012 voor dat de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling bevat. Deze plicht is vervat in artikel 3.1.6 Bro. De zogenaamde 'Ladder voor Duurzame Verstedelijking' is bedoeld om te komen tot een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten, waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut wordt. Per 1 juli 2017 is het aantal treden van de ladder gewijzigd van drie naar in beginsel één trede. In artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening is het volgende opgenomen: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

De ladder hoeft alleen te worden doorlopen indien sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Een uitzondering wordt gemaakt voor kleinschalige ontwikkelingen. De grens van een stedelijke ontwikkeling bestemmingsplan "Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid" (vastgesteld) 16

bestemmingsplan Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid is voor woningbouw gelegen op 12 woningen, zo blijkt uit jurisprudentie (ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921, r.o. 4.3). De grens voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling bij commerciële en maatschappelijke voorzieningen is gelegen bij 500 m2. De onderhavige ontwikkeling heeft betrekking op 55.700 m2 bvo kennisintensieve bedrijfsdoeleinden en onderwijsdoeleinden, alsmede 500 m2 bvo sport als harde plancapaciteit. De plancapaciteit van de functies onderwijsdoeleinden', 'kennisintensieve bedrijvigheid' en 'reguliere bedrijvigheid' is berekend op basis van de mogelijkheden in de vigerende bestemmingsplannen Technopolis en Clusters en Kamers. De plancapaciteit is onderverdeeld in harde capaciteit en zachte capaciteit (wijzigingsbevoegdheden). De uitkomst is vergeleken met de mogelijkheden in dit plan. De behoefte van deze ontwikkeling wordt in deze toelichting aan de hand van de vereisten van de ladder duurzame verstedelijking onderbouwd. 3.1.3.1 Laddertoets Door DNS is de plancapaciteit berekend voor het gehele plangebied Campus Zuid (zie bijlage 1 Plancapaciteit). De plancapaciteit van de functies onderwijsdoeleinden', 'kennisintensieve bedrijvigheid' en 'reguliere bedrijvigheid' is berekend op basis van de mogelijkheden in de vigerende bestemmingsplannen Technopolis en Clusters en Kamers.

De plancapaciteit is onderverdeeld in harde capaciteit en zachte capaciteit (wijzigingsbevoegdheden). De uitkomst is vergeleken met de mogelijkheden die het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan Campus Zuid bevat. Bij het onderzoek van DNS is uitgegaan van een ontwikkeling die betrekking heeft op 200.000 m2 bvo kennisintensieve bedrijfsdoeleinden en 50.000 m2 bvo onderwijsdoeleinden als harde plancapaciteit. Daarnaast werd in het onderzoek nog uitgegaan van de ontwikkeling van maximaal 1000 woningen binnen een gemengde functie. Binnen het aangepaste plangebied is echter maximaal 55.700 m2 bvo ontwikkelruimte voor kennisintensieve bedrijfsdoeleinden en onderwijsdoeleinden en maximaal 500 m2 bvo voor sport. Er is dus geen planologische mogelijkheid voor wonen binnen dit aangepast plangebied. Conclusie De conclusie is dat de harde én de zachte plancapaciteit in de vigerende bestemmingsplannen groter is dan wat het nieuwe bestemmingsplan mogelijk maakt. Dit geldt zowel voor de functie 'onderwijsdoeleinden' als de functie 'kennisintensieve bedrijvigheid'. Er zal zodoende sprake zijn van een afname aan plancapaciteit door het nieuwe bestemmingsplan Campus Zuid. Er is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 3.1.6 Bro. Een toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking is verder niet nodig.

3.2

Provincie

3.2.1

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

De provincie heeft haar beleid eenvoudiger, transparanter en toegankelijker gemaakt voor initiatiefnemers in Zuid-Holland. Al het sectorale beleid is samengevoegd in een digitaal systeem, dubbele teksten zijn eruit gehaald en samenhang is inzichtelijker gemaakt. Hiermee is een einde gekomen aan sectorale visies en nota’s. Het beleid kan nu modulair worden aangepast en daarmee kan het Omgevingsbeleid doorontwikkeld worden richting inwerkingtreding van de Omgevingswet. Met het samenbrengen van verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving tot 1 integraal Omgevingsbeleid sorteert de provincie voor op de Omgevingswet. De Omgevingswet verplicht provincies om 1 Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening te maken. De Zuid-Hollandse Omgevingsvisie en Omgevingsverordening is per 1 april 2019 in werking getreden. Het provinciaal ruimtelijk beoordelingskader is vastgelegd in het Omgevingsbeleid, bestaande uit de Omgevingsvisie Zuid-Holland, het Programma ruimte en de Omgevingsverordening Zuid-Holland, zoals vastgesteld op 20 februari 2019 en op 1 april 2019 in werking getreden. In de visie, het Programma ruimte en de verordening zijn beleid respectievelijk regels opgenomen voor de borging en bescherming van provinciale ruimtelijke belangen.

Daarnaast zijn in het provinciaal Omgevingsbeleid operationele doelstellingen opgenomen, zodat zichtbaar is hoe de provincie invulling geeft aan de realisatie van haar beleid. Deze operationele doelstellingen maken onderdeel uit van verschillende uitvoeringsprogramma’s en –plannen, zoals het Programma ruimte en het Programma mobiliteit.

bestemmingsplan "Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid" (vastgesteld) 17

bestemmingsplan Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid 3.2.1.1 Omgevingsvisie De Omgevingsvisie bestaat uit de volgende onderdelen: Een introductie op het Omgevingsbeleid, waarin opgenomen de ruimtelijke hoofdstructuur; De ontwikkelrichting die is opgenomen in het deel Ambities en sturing; Een beschrijving van de omgevingskwaliteit van Zuid-Holland, waaronder de provinciale inzet voor ruimtelijke kwaliteit; Samenhangende beleidskeuzes, integraal toegankelijk via de digitale raadpleegomgeving. In de omgevingsvisie wordt Campus Zuid (nog in de oude benaming als sciencepark Technopolis) aangemerkt als de ruggengraat van een samenhangende kennisas in een hoogstedelijke zone rond de lijn Leiden-Dordrecht. Deze locaties onderscheiden zich door een sterke concentratie van kennisintensieve bedrijvigheid rondom een universiteit, kennisinstituut en/of Research & Development bedrijf en een hoge mate van inhoudelijke, organisatorische en fysieke verbondenheid.

bestemmingsplan "Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid" (vastgesteld) 18

bestemmingsplan Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid

Afbeelding 6: uit de Omgevingsvisie mbt de Hoogstedelijke zone waar Campus Zuid onderdeel van is (plangebied zwart omrand aangegeven). De provincie hanteert daarnaast een kantorenstructuur die recht doet aan de eigenschappen van een bepaalde locatie. Zo geeft de provincie meer ruimte voor uitbreiding voor de toplocaties, beperkte uitbreiding voor kleinschalige en lokale vraag en streeft naar het terugdringen van overaanbod en plancapaciteit op locaties met (sub)regionale reikwijdte. Voor uitzonderingskantoren die geen onderdeel uitmaken van de reguliere kantorenmarkt zoals science locaties (Bio Science Park (Leiden), TU Delft Campus Zuid (Delft), Estec en Space Business Park (Noordwijk) of locaties zoals Erasmus Hoboken (Rotterdam), Internationale Zone en (Oude) Waalsdorperweg (Den Haag), wordt geadviseerd vooral te kijken naar de groeiontwikkeling in combinatie met de specifieke bestemming/doelgroepen voor deze locaties. Ze opereren veelal op (inter)nationale schaal en passen daarmee in de top van de kantorenstructuur. Bedrijfskantoren (solitaire kantoorpanden op bedrijventerreinen) maken wel onderdeel uit van de behoefteraming, maar niet van de structuur voor de reguliere kantorenmarkt. Conclusie De ontwikkelingen waarin het plan voorziet sluiten bij deze uitgangspunten aan.

3.2.1.2 Omgevingsverordening Voor onderhavig bestemmingsplan wordt, vanwege de tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan voor 1 januari 2024, uitgegaan van de provinciale instructieregels, zoals opgenomen in de geconsolideerde versie van de Omgevingsverordening Zuid-Holland d.d. 1 april 2023. Het ruimtelijk beleid is uitgewerkt in de Omgevingsvisie en deels in het Programma Ruimte. De Omgevingsverordening is vastgesteld voor een juridische doorwerking van een deel van het ruimtelijk beleid en bevat daarom regels voor omgevingsplannen en daarmee gelijkgestelde ruimtelijke plannen. In de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen ten behoeve van het behoud van de ruimtelijke bestemmingsplan "Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid" (vastgesteld) 19

bestemmingsplan Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid kwaliteit van het gebied door ontwikkelingen. Gebiedsgericht sturen op ruimtelijke kwaliteit betekent voor de provincie richting en ruimte geven aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit. Het kwaliteitsbeleid gaat uit van ‘ja, mits’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en geldt in principe voor het grondgebied van de gehele provincie, dat wil zeggen zowel de groene ruimte als de bebouwde ruimte. De provincie hanteert hier het handelingskader ruimtelijke kwaliteit: een benadering die enerzijds onderscheidt maakt in drie soorten ruimtelijke ontwikkelingen (nieuwe bebouwing of nieuw gebruik van grond of bebouwing) naar gelang hun impact op de omgeving en anderzijds de realisatie van bepaalde soorten ruimtelijke ontwikkelingen uitsluit in gebieden met een bepaalde beschermingscategorie. Drie soorten ruimtelijke ontwikkelingen Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Daarbij hanteert de provincie met het oog op de wisselwerking tussen gebiedskwaliteiten en ontwikkelingen twee uitgangspunten: a.

een kleinschalige ontwikkeling heeft in beginsel minder ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten dan een grootschalige ontwikkeling en vraagt daarom weinig tot geen provinciale betrokkenheid, b. hoe hoger en specifieker de kwaliteit van een gebied is, des te groter is in beginsel de ruimtelijke impact en des te eerder raken ze provinciale doelen of belangen. In dit licht wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkeling: 1. Inpassing. Dit betreft een ontwikkeling die sterk aansluit bij de bestaande identiteit en structuur van het landschap, dorp of stad. De ontwikkeling is gebiedseigen, passend bij de maat en de aard van de bestaande kenmerken van een gebied. De ontwikkeling speelt zich af op het niveau van een kavel. Een voorbeeld hiervan is de uitbreiding van een agrarisch bedrijf in het buitengebied of een woning in een lint. Bij inpassing veranderen bestaande structuren en kwaliteiten niet tot nauwelijks en wordt voldaan aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart. De rol van de provincie is hier in principe beperkt, behalve in gebieden met topkwaliteit. 2.Aanpassing. Dit betreft een ontwikkeling die aansluit bij de huidige identiteit van een gebied, maar op structuurniveau wijzigingen of aanvullingen voorziet. Een voorbeeld is de aanleg of verbreding van een provinciale weg, een beperkt aantal nieuwe woningen in het buitengebied of een nieuw landgoed.

Bewoners en gebruikers uit de bestaande omgeving merken duidelijk invloed van de nieuwe ontwikkeling. De rol van de provincie zal zich, afhankelijk van het type gebied en het type ontwikkeling, vooral richten op het toewerken naar een kwalitatief zo gunstig mogelijk resultaat. Omdat in deze gevallen niet aan (alle) richtpunten van de kwaliteitskaart kan worden voldaan, zijn ontwerp optimalisatie, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren. 3.Transformatie. Bij transformatie gaat het om een verandering van een gebied van dusdanige aard en omvang dat er een nieuw landschap of stedelijk gebied ontstaat. Er ontstaat een nieuwe toekomst voor het gebied met een nieuwe gebiedsidentiteit. De impact van deze plannen op een gebied is groot. Dit is bijvoorbeeld het geval bij uitleglocaties voor woningbouw en bedrijventerrein of de aanleg van grootschalige recreatiegebieden. Gelet op de wezenlijke verandering van het gebied is het reëel om aan te nemen dat niet aan alle richtpunten van de kwaliteitskaart kan worden voldaan, maar dat door middel van een nieuw integraal ontwerp er een nieuwe ruimtelijke kwaliteit ontstaat die nog niet is ondervangen in de richtpunten. In de meest verregaande vorm van transformatie is van de huidige identiteit niets meer zichtbaar.

In alle gevallen is het belangrijk om aansluiting te zoeken bij structuren en patronen aan de rand van de omgeving, bijvoorbeeld een bosrand, waterloop of woonlint. Het ontwerp kan gepaard gaan met inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen in de omgeving. Gelet op de omvang van de ontwikkeling kunnen dergelijke maatregelen – eenvoudiger dan bij aanpassing – onderdeel uitmaken van hetzelfde plan. Bij transformatie-opgaven is bijna altijd een provinciaal doel of belang in het geding en zal de betrokkenheid van de provincie zich richten op een actieve behartiging van provinciale bestemmingsplan "Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid" (vastgesteld) 20

bestemmingsplan Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid doelen, een kwalitatief optimaal resultaat inclusief een maatschappelijke tegenprestatie.

Afbeelding 7: Uitsnede uit kwaliteitskaart (plangebied is in geel weergegeven) Conclusie De ontwikkelingen waarin het plan voorziet sluiten aan bij de ruimtelijke ontwikkelingen van de Verordening.

3.2.2

Omgevingsprogramma

Het Omgevingsprogramma betreft de beleidsuitwerking van de Omgevingsvisie. Bestaande (sectorale) programma’, zoals programma Ruimte en andere beleidsuitwerkingen zijn hierin samengevoegd. Het Omgevingsprogramma omvat de maatregelen waarmee Gedeputeerde Staten invulling geven aan de ambities en beleidskeuzes die in de Omgevingsvisie zijn opgenomen. De beleidskeuzes in de Omgevingsvisie betreffen de bevoegdheid van Provinciale Staten, de maatregelen in het Omgevingsprogramma van Gedeputeerde Staten. 3.2.3

Ladder voor duurzame ontwikkeling

De Ladder voor duurzame verstedelijking is onderdeel van het aantonen van een goede ruimtelijke ordening. De provincie Zuid-Holland heeft de Ladder opgenomen in haar Verordening ruimte als een instrument dat ingezet wordt voor zorgvuldig ruimtegebruik en om het provinciaal belang bij toepassing van deze Ladder te benadrukken. Dit biedt de provincie ook de mogelijkheid om enkele begrippen die op meerdere manieren voor uitleg vatbaar zijn, te verduidelijken voor de specifieke Zuid-Hollandse situatie. In de Visie Ruimte en Mobiliteit (2014) zijn 5 hoofddoelen benoemd: • Beter benutten van de schaarse ruimte. • Bundeling van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. • Versterken agglomeratiekracht. • Behoud kwaliteit landelijk gebied. • Behouden en verbeteren ruimtelijke kwaliteit De Ladder draagt bij aan het behalen van deze 5 hoofddoelen. bestemmingsplan "Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid" (vastgesteld) 21

bestemmingsplan Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid Uitgangspunt van de strategie voor de bebouwde ruimte is betere benutting van het bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Stedelijke ontwikkeling vindt daarom primair plaats binnen BSD. Niet alle vraag naar wonen en werken kan en hoeft te worden opgevangen binnen BSD, maar dit moet wel goed onderzocht en gemotiveerd worden. De Ladder bevat hiervoor het handelingskader. De Ladder zoals opgenomen in de Verordening ruimte heeft daarom niet alleen betekenis voor de toelichting van het plan maar ook voor de inhoud. Conform de verordening ruimte van de provincie: • dient de behoefte aan het plan te worden aangetoond, én regionaal te zijn afgestemd. De behoefte is aangetoond indien een ontwikkeling binnen de regionale visie valt; • wordt allereerst gekeken of 'bestaand verstedelijkt gebied' kan worden benut alvorens men naar locaties hierbuiten kijkt. Conclusie Aan beide wordt met dit plan voldaan: de behoefte is aangetoond op basis van regionaal afgestemde prognoses en daarnaast valt de ontwikkeling binnen 'bestaand verstedelijkt gebied' en 'Bestaand Stads en Dorpsgebied (BSD)'. De beoogde ontwikkeling voldoet derhalve tevens aan de provinciale Ladder.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Regionaal Structuurplan Haaglanden (2008)

Het Regionaal Structuurplan Haaglanden is een integraal plan voor de ruimtelijke ontwikkeling van Haaglanden tot 2020 (en soms 2030) en het kader voor het regionale beleid op het gebied van milieu, groen, mobiliteit, wonen en economie en voor lokale plannen, zoals de bestemmingsplannen. De negen gemeenten van Haaglanden spreken hiermee de ambitie uit om door te groeien als internationaal concurrerende regio, als goed functionerend stedelijk netwerk en als regio die kwaliteit van leven biedt. Het bestuur van het Stadsgewest Haaglanden heeft het RSP samengevat in tien regionale investeringsprioriteiten. In economische zin kiest het RSP voor het uitbouwen van de vier sterke peilers van de regio te weten recht, vrede en veiligheid, kennis, innovatie en technologie, Greenport Westland-Oostland en toerisme. De doorgroei van het Technologisch Innovatief Complex Delft speelt daarin voor de Delftse economie een belangrijke rol. Het bieden van voldoende (kwalitatieve) ruimte, het verbeteren van de bereikbaarheid, beschikbaar hebben van voldoende geschikte woningen, een gevarieerd aanbod culturele- en vrijetijdsvoorzieningen en het investeren in samenwerking tussen overheden, onderwijs en bedrijven zijn randvoorwaarden waaronder de ambities vervuld kunnen worden.

Daarnaast zet het RSP in op behoud, versterking en verbetering van de kwaliteit van toeristische trekkers (kust, historische binnensteden, cultuurhistorie, parken en landgoederen, waterwegen, leisurevoorzieningen). Het onderhavige bestemmingsplan is in lijn met het Structuurplan.

3.4

Hoogheemraadschap Delfland

3.4.1

Waterbeheerprogramma 2022-2027

Het Waterbeheerprogramma 2022-2027, 'Keuzes maken en kansen benutten' is het document waarin het Hoogheemraadschap van Delfland (hierna: Delfland) de ambities voor de komende jaren heeft vastgelegd. Voorheen heette dit een waterbeheerplan en lag de wettelijke plicht in de Waterwet. Deze gaat op in de Omgevingswet en dan heet het een waterbeheerprogramma. Het is de zesde in de reeks, vandaar de afkorting WBP6. Het programma beschrijft de doelen voor het waterbeheer en de financiële consequenties daarvan. Delfland investeert de komende jaren volop in het vergroten van de veiligheid, het verbeteren van de waterkwaliteit, het tegengaan van wateroverlast en het optimaliseren van de zuivering van afvalwater. Klimaatverandering, zeespiegelstijging verzilting en nieuwe wetten en regels gaan het waterbeheer de komende decennia ingrijpend veranderen. Bovendien dwingen de complexiteit van het gebied en de omvang van de noodzakelijke investeringen tot het stellen van prioriteiten. Delfland spreidt daarom de maatregelen in de tijd, zodat het tempo aansluit bij de mogelijkheden van de organisatie en het gebied. Watertoets Delfland hanteert een Handreiking watertoets voor gemeenten. De handreiking biedt gemeenten, bestemmingsplan "Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid" (vastgesteld) 22

bestemmingsplan Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid adviesbureaus en projectontwikkelaars handvatten voor de invulling van proces en inhoud van de watertoets voor ruimtelijke plannen op gemeentelijk niveau. De handreiking is gebaseerd op bestaand beleid van Delfland en sluit aan op de Wet ruimtelijke ordening, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Crisis- en herstelwet en de Waterwet. In het kader van de watertoets vindt overleg plaats tussen de gemeente Delft en het hoogheemraadschap van Delfland. 3.4.2

Beleidsnota beperken en voorkomen wateroverlast (2014)

De beleidsnota 'Beperken en voorkomen wateroverlast' bevat het Delflandse beleid op hoofdlijnen voor het op orde brengen en houden van het watersysteem ten aanzien van wateroverlast. Het gaat daarbij zowel om het oplossen van bestaande knelpunten als om het voorkomen van nieuwe knelpunten. 3.4.3

Watervergunning

Voor sommige activiteiten is een watervergunning van het Hoogheemraadschap van Delfland nodig, bijvoorbeeld: graven of dempen van oppervlaktewater; bouwen binnen de beschermingszone van een waterkering; aanleg van ondergrondse leidingen. 3.4.4

Handreiking watertoets

Delfland hanteert een Handreiking watertoets voor gemeenten. De handreiking biedt gemeenten, adviesbureaus en projectontwikkelaars handvatten voor de invulling van proces en inhoud van de watertoets voor ruimtelijke plannen op gemeentelijk niveau. De handreiking is gebaseerd op bestaand beleid van Delfland en sluit aan op de Wet ruimtelijke ordening, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Crisis- en herstelwet en de Waterwet. De toets berust op twee uitgangspunten: 1. standstillbeginsel - negatieve effecten van ruimtelijke ontwikkelingen op het watersysteem worden voorkomen; 2. verbetering - in ruimtelijke ontwikkelingen worden de kansen die zich voordoen om bestaande knelpunten in het watersysteem te helpen oplossen, benut. In het kader van de watertoets heeft overleg plaatsgevonden tussen de gemeente Delft en het Hoogheemraadschap van Delfland. Dit komt aan de orde in paragraaf 5.12 Water.

3.5

Gemeente

3.5.1

Omgevingsvisie Delft 2040 'Samen maken we de stad'

Op 15 juli 2021 heeft de raad de Omgevingsvisie Delft 2040 vastgesteld. In deze visie staat wat voor stad Delft in de toekomst wil zijn. De gemeente geeft in deze visie de gewenste ontwikkeling weer van de leefomgeving binnen de gemeente. Dit is de omgeving waarin de Delftenaar woont, werkt en zijn/haar vrije tijd doorbrengt. De omgevingsvisie is de eerste stap van de invoering van de Omgevingswet in Delft. De omgevingsvisie Delft 2040 vervangt de Stadsvisie en de Ruimtelijke Structuurvisie Delft 2030. De kwaliteiten die van Delft een aantrekkelijke stad maken, worden behouden door ze verder te verrijken en te versterken. De Delftse kernwaarden zijn: historie, technologie, innovatie, creativiteit en de verbonden stad. Het Delftse erfgoed (oud en nieuw) speelt een grote rol in de aantrekkelijkheid, identiteit en het vestigingsklimaat van de stad. Samengevat gaat de Omgevingsvisie uit van het volgende: Delft zet tot 2040 in op het toevoegen van 15.000 woningen. Delft voorziet tot 2040 in een groei van 10.000 banen. Delft maakt gebruik van de substantiële kansen van kennisintensieve bedrijven en van een kennisgedreven en ambachtelijke ‘maakindustrie’. Deze nieuwe maakindustrie biedt arbeidskansen voor een brede doelgroep in Delft en de regio.

Het feit dat in Delft technisch onderwijs op mbo, hbo en academisch niveau aanwezig is maakt Delft uniek en versterkt de kansen van het Delftse bedrijfsleven. Delft koestert de huidige bedrijven, kleinschalige economie en biedt waar mogelijk groeiruimte aan bestaande bedrijvigheid. De TU is en blijft een belangrijke partner en is in 2040 zowel sociaal als fysiek beter met de stad verbonden. Delft is in 2040 hard op weg om in 2050 energieneutraal en klimaatbestendig te kunnen zijn. Om daar te komen, zet Delft in op energiebesparing, een warmtenet en zonne-energie. Delft zet in op een mobiliteitstransitie. Het mobiliteitssysteem gaat veranderen, zodat Delft de komende decennia bereikbaar, leefbaar en verkeersveilig blijft. De ruimte voor de infrastructuur in de bestemmingsplan "Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid" (vastgesteld) 23

bestemmingsplan Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid stad wordt beter benut door voorrang te geven aan ruimte-efficiënte, schone, slimme en veilige mobiliteit. De fysieke leefomgeving moet bijdragen aan de gezondheid van iedere Delftenaar. Delft dringt negatieve milieueffecten terug en richten zich op een gezond ingerichte leefomgeving. Het buitengebied is altijd goed bereikbaar. In 2040 is de buitenruimte in en om de stad voor mens, plant en dier op minimaal hetzelfde kwaliteitsniveau als nu. In 2040 bestaat het begrip ‘afval’ niet meer. Delft functioneert dan als een circulair systeem voor grondstoffen. Om de positie van de historische en culturele stad te versterken, investeert Delft in kwalitatieve cultuurvoorzieningen, attracties, evenementen, een verantwoorde ontwikkeling van toerisme en in het verbeteren van de kwaliteit van de openbare ruimte. Delft koestert zijn erfgoed en zet ook bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen in op het doorvertalen van de rijke historie van Delft. Erfgoed in Delft is bekend en ‘beleefbaar’, waar je ook bent in de stad. Ter versterking van de wijkeconomie en het borgen van de duurzame vitaliteit van wijken wordt bij nieuwe gebiedsontwikkelopgaven ten minste 10% van het te realiseren aanbod in de wijk bestemd voor werk en maatschappelijke voorzieningen.

Delft streeft naar een vitale mix van wonen en werken, zowel in de wijken als in de werkgebieden. Hierdoor kan er een klimaat ontstaan van dynamische stedelijke gemengde gebieden. Delft heeft in 2040 hoogwaardige, passende en toegankelijke voorzieningen die nodig zijn voor zorg, welzijn, cultuur, onderwijs en sport. Delft streeft naar een goede spreiding van voorzieningen en clustert waar mogelijk. Prettig samenleven vindt Delft belangrijk. In 2040 is Delft een stad waar iedereen ertoe doet, meedoet, elkaar kan ontmoeten en de kans krijgt zich te ontwikkelen. De te realiseren openbare ruimte en voorzieningen draagt hieraan bij. In Delft is ook ruimte een schaars goed. Keuzes die worden gemaakt, moeten altijd bijdragen aan de versterking van meerdere kwaliteiten van de stad en het gebied Conclusie Deze planontwikkeling past binnen de Omgevingsvisie en hetgeen de gemeente in de toekomst wil bereiken. 3.5.2

Convenant 2016-2026TU Delft en gemeente Delft

Op 1 november 2016 hebben de bestuurders van de TU Delft en de gemeente Delft het 'Convenant 2016-2026 TU Delft en gemeente Delft' ondertekend voor de verdere ontwikkeling van campus en stad. Het doel van de samenwerking is het vormen van een sterke combinatie van stad en universiteit die internationaal concurrerend is. Het convenant is uitgewerkt in drie thema's: 1. Stad als campus, campus als stad 2. Ecosysteem voor kennis en economie 3. Universitaire gemeenschap, stad en inwoners Conclusie Deze planontwikkeling sluit aan bij de thema's van het Convenant. . 3.5.3

Kadernota 2023

In de Kadernota is een aantal opgaven geformuleerd. De volgende heeft mede ook betrekking op de ontwikkelingen in dit plangebied: Delft heeft een unieke en innovatieve economie met de TU Delft Campus en de Biotech Campus. Tegelijkertijd zien we dat de inwoners van Delft te weinig profiteren van deze innovaties, dat de groei van de werkgelegenheid in Delft achterblijft en dat betaalbare bedrijfsruimte schaars is. Wij zien kansen om kennis, innovatie en ondernemerschap beter te laten renderen voor alle inwoners in Delft, de regio en de rest van Nederland. We werken langjarig samen om Delft-Zuidoost te ontwikkelen tot een aantrekkelijke plek om te wonen, werken, ontmoeten, leren en ondernemen. We werken een visie uit voor de Vulcanusweg, SchieoeversZuid en de Rotterdamseweg om te zien hoe deze plekken kunnen bijdragen aan de sociale samenhang en groeikansen in de stad. Aan de noordkant van de stad zetten we in op de ontwikkeling van de Biotech Campus. Ook daar staat de verbinding met de stad en het onderwijs centraal. We zien kansen voor groei van de werkgelegenheid voor zowel praktisch geschoolden als wetenschappelijk bestemmingsplan "Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid" (vastgesteld) 24

bestemmingsplan Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid opgeleiden. Om het innovatiedistrict te ontwikkelen, moeten we investeren. Voor deze ontwikkeling reserveren wij € 8 miljoen om in de komende jaren samen verder te bouwen. Ook hier zijn aanvullende middelen nodig om onze doelen te bereiken. We trekken samen op met partners in de stad bij het indienen van aanvragen bij het Rijk, zoals voor de regiodeal en voor talentontwikkeling en innovatie. Conclusie De ontwikkelingen waarin het plan voorziet sluiten bij deze opgaven aan. 3.5.4

Energietransitie en duurzaam bouwen

Delft Energieneutraal 2050 Bij nieuwbouw of herontwikkelingen gelden de doelstellingen uit het Delftse klimaatbeleid. De basis hiervoor is de nota Delft Energieneutraal 2050. Uitgangspunt is dat voor een nieuwe woon- of bedrijfsbestemming de ambitie voorligt om een scherpere energieprestatie te realiseren dan de landelijke normen. Hiervoor hanteert Delft de Trias energetica: 1. het verminderen van de vraag door energiebesparing bij eindgebruikers; 2. het toepassen van duurzame bronnen; 3. het (verder) optimaliseren van de toepassing van fossiele bronnen naar energie-efficiency en betrouwbaarheid. Warmteplan Delft 2021 In december 2021 heeft de gemeenteraad van Delft de Transitievisie Warmte (Warmteplan Delft 2021) vastgesteld. Het Warmteplan is een visie document en geeft voor de bestaande bebouwde omgeving een eerste inzicht in de mogelijkheden voor aardgasvrij verwarmen per buurt. Per CBS buurt is door CE Delft met behulp van het model CEGOIA het warmte alternatief met de laagste nationale kosten berekend. Het CEGOIA-model berekent de nationale kosten van duurzame warmteopties. Dit is een eerste modelmatige benadering op basis van kentallen. Op basis van deze modelberekeningen komt voor dit plangebied een warmtenet als voorkeurstechniek voor de bestaande situatie naar voren.

De warmtetechniek voor de bestaande bebouwing van een buurt is niet per se de meest logische oplossing voor de nieuwbouw in diezelfde buurt. Voor de nieuwbouw ontwikkelingen in dit plangebied zijn - gelet op de grootschalige bebouwing en de gefaseerde uitgifte van gronden - bodemenergie systemen het meest geëigende en duurzame alternatief voor verwarming zonder aardgas. Besluit bodemenergiesystemen De toepassing van bodemenergie, een techniek om woningen en gebouwen energiezuinig te maken, levert een bijdrage aan de realisatie van de gemeentelijke klimaatdoelstellingen. Door de snelle groei kunnen belangen tussen diverse bodemenergiesystemen onderling en andere belangen met elkaar in conflict komen. Bij de aanleg van een open bodemenergiesysteem dient te worden voldaan aan de Waterwet. Bij de aanleg van een gesloten systeem moet worden voldaan aan het Wijzigingsbesluit bodemenergiesystemen en de Verordening en Beleidsregel gesloten bodemenergiesystemen gemeente Delft 2015. De 'hardware' die bodemenergie mogelijk maakt dient in beginsel weggewerkt te worden op eigen terrein en niet in de openbare ruimte. Visie op weg naar een circulair Delft in 2050 Met een groeiende wereldbevolking en consumptie per persoon groeit ook het belang om grip te krijgen op alle producten en grondstoffen die we gebruiken.

Er moet minder of anders gebruik gemaakt worden van de voorraden en natuurlijke hulpbronnen die we tot onze beschikking hebben. Daarom is het van belang dat ook in Delft wordt toegewerkt naar een circulaire economie. Een circulaire economie is een economisch systeem van gesloten kringlopen, waarin grondstoffen, onderdelen en producten hun waarde zo min mogelijk verliezen en hernieuwbare energiebronnen worden gebruikt. De belangrijkste ambitie is een 100% circulaire economie in 2050, gelijk aan de landelijke ambitie uit het Rijksbreed programma Circulaire Economie. In deze visie is de ambitie uiteengezet in ambities per 'prioritaire keten'. Dit gaat om Bouw, Biomassa & voedsel, Kunststoffen, Maakindustrie en Consumptiegoederen. Beleid duurzaam bouwen bestemmingsplan "Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid" (vastgesteld) 25

bestemmingsplan Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid Het gemeentelijk duurzaam bouwen beleid geeft op gebouwniveau ambities voor verantwoord materiaalgebruik, waterbesparing, gezondheid en flexibel ruimtegebruik. Voor het thema energie zijn de ambities in de nota Delft energieneutraal 2050 vastgelegd. De duurzaamheidsambitie van een gebouw worden volgens de GPR (Gemeentelijke Praktijk Richtlijn) methodiek uitgedrukt. Dit is een prestatiegerichte werkwijze, waarmee de markt wordt vrijgelaten om zelf invulling te geven aan duurzaamheid van een gebouw zolang maar aan de doelstellingen wordt voldaan. De gemeentelijke GPR-ambities worden periodiek aangescherpt als gevolg van landelijke ontwikkelingen en aanscherping van wet- en regelgeving en de doelstellingen per ruimtelijke ontwikkeling worden in een privaatrechtelijke overeenkomst vastgelegd. Conclusie De ontwikkelingen waarin het plan voorzien sluiten aan bij het Warmteplan. De ambities voor energietransitie en duurzaam bouwen zijn uitgewerkt in 5.5. 3.5.5

Natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen

Natuurinclusief bouwen en ontwikkelen Op 30 september 2021 is de nota Natuurinclusief bouwen en ontwikkelen door de gemeenteraad vastgesteld. Om de kwaliteit van de stedelijke omgeving te behouden en te versterken is een integrale aanpak op het gebied van leefbaarheid, gezondheid, economie en natuur noodzakelijk, dat moet leiden tot een natuurinclusieve stad. Een natuurinclusieve stad is een dynamische groene, gezonde en levendige stad voor mens, dier en plant. Om natuurinclusief bouwen en ontwikkelen in Delft vorm te geven is gekozen om een concreet kader te ontwikkelen voor natuurinclusief bouwen en ontwikkelen in samenhang met klimaatadaptieve maatregelen. Overigens blijft de wet Natuurbescherming met inbegrip van de zorgplicht gelden voor elk project. De natuurinclusieve maatregelen gelden zowel bij nieuwbouw als bij renovatie. De maatregelen kunnen worden door vertaald naar diverse schaalniveaus en elementen. Er is onderscheid gemaakt in: Het inbouwen van specifieke voorzieningen voor specifieke (plant- en dier) soorten (bv. nestkasten voor mussen, insectenstenen) Gebouw gebonden ingrepen (bv. groene daken en gevels) Gebouw gebonden omgeving/buitenruimte (bv. (collectieve) tuinen op eigen perceel). De omgeving betreft de niet-bebouwde ruimte of buitenruimte, behorend bij de ontwikkeling en een zone van 50 cm tot 2 meter rondom de ontwikkeling of binnentuin.

Bij gebiedsontwikkelingen kunnen maatregelen eventueel ook gekoppeld worden aan de openbare ruimte. Openbare ruimte (bv. pocketparks, natuurspeelplaatsen, bermen, wegen, taluds etc.). Klimaatadaptatie In 2019 is de Klimaatadaptatie Strategie vastgesteld door de gemeenteraad. De strategie is vooral een visie op Klimaatadaptatie in Delft. De strategie uit 2019 gaat over heel Delft en over alle domeinen, dus zowel over de openbare ruimte als over private percelen (inclusief bebouwing). In de Delftse strategie zijn de volgende 2 inhoudelijke speerpunten geformuleerd: 1. Een veerkrachtig systeem met maximale sponswerking 2. Geen toename van hittestress Om kwetsbaarheden bij die weersextremen in Delft in beeld te brengen heeft de gemeente in 2019 verschillende stresstesten uitgevoerd, volgens het Deltabesluit Ruimtelijke Adaptatie. Deze stresstesten vormden een belangrijke basis voor het gesprek over welke knelpunten voor Delft te verwachten zijn en hoe er daarmee om te gaan (risicodialoog). In 2025 zullen nieuwe stresstesten worden uitgevoerd en risicodialogen gevoerd, wat mogelijk kan leiden tot een actualisatie van de adaptatiestrategie uit 2019. In 2018 heeft Delft het Convenant Klimaatadaptieve Bouwen getekend.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14368445/1