BP Bijlagen bij de Toelichting samengevoegde versie
Tekst van het document
11
rageermogelijkheden in de omgeving. Door het geringe oppervlak geschikt foerageergebied in relatie tot overig geschikter foerageergebied in de omgeving, kan op voorhand worden gesteld dat geen sprake is van essentieel foerageergebied. Elementen die kunnen dienen als vliegroute ontbraken in het plangebied zelf. De Delftse Schie ten oosten van het plangebied heeft, indien voldoende donker, potentieel functie als vliegroute voor vleermuizen. Daar de ingrepen beperkt zijn tot het plangebied zelf, zijn geen effecten te verwachten op deze functie. Negatieve effecten op de navigeer- en foerageermogelijkheden van vleermuizen zijn redelijkerwijs uit te sluiten.
Vogels Algemeen In het plangebied werden tijdens het veldbezoek geen vogels aangetroffen. Door het ontbreken van opgaand groen, waren potenties ook beperkt. Het hoekpand met het pannendak heeft potentie voor holenbroeders als de spreeuw. Soorten als de zanglijster en de merel kunnen op de meest uiteenlopende plekken broeden, ook onder overkappingen en dergelijke. Nesten werden voor zover dat zichtbaar was niet aangetroffen. Door met de werkzaamheden rekening te houden met de broedperiode worden effecen eenvoudig voorkomen. Jaarrond beschermde soorten De te slopen bebouwing is gedeeltelijk beoordeeld als potentieel geschikt voor de huismus. Het betreft het pannendak van het hoekpand die beoordeeld is als toegankelijk en geschikt voor de huismus. De huismus werd tijdens het veldbezoek zowel in het plangebied zelf als in de ruime omgeving niet gezien of gehoord. Echter is een eenmalig bezoek in deze tijd van het jaar onvoldoende om volledig uitsluitsel te geven. Middels twee veldbezoeken in de periode 1 april - 15 mei kan de aan- of afwezigheid van de huismus met zekerheid worden aangetoond. Het pannedak is daarnaast potentieel geschikt voor de gierzwaluw. Nader onderzoek in de periode 1 juni - 15 juli is nodig om de aan- of afwezigheid aan te tonen. In het plangebied zijn geen sporen aangetroffen van roofvogels en/of uilen.
De aanwezigheid van nesten van deze jaarrond beschermde vogelsoorten kan worden uitgesloten. Vissen In het plangebied ontbreekt open water. Effecten op vissen zijn dan ook niet van toepassing. Amfibieën Blijkens de data uit de NDFF zijn in de direce nabijheid van het plangebied de alpenwatersalamnder en de vinpootsalamnader aangetroffen. In het plangebied ontbrak elke potentie voor amfibieën door het ontbreken van water e/of beschutting De aanwezigheid van strikter beschermde amfibieën in de ruimere omgeving is voor de plannen niet relevant. Overige soortgroepen Voor de overige door de Wet natuurbescherming strikter beschermde soortgroepen ontbreekt geschikt leefgebied in het plangebied. Effecten zijn door de aard van de ingrepen ook niet aan de orde. Delft Zuideinde Ecologische quickscan
12
5 Conclusie en advies Conclusie Soorten In het plangebied of binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden, zijn de volgende potentiële (beschermde) natuurwaarden aangetroffen waar rekening mee gehouden dient te worden:
» » Kans op de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in de te slopen bebouwing; » » Kans op de aanwezigheid van nesten van de huismus en/of de gierzwaluw in het te slopen hoekpand met het pannendak;
» » Algemene broedvogels (niet jaarrond beschermd). In het plangebied is de tongvaren aangetroffen, een krachtens de Wet natuurbescherming niet beschermde soort. Ondanks dat de tongvaren stikt genomen niet beschermd is, en het wegnemen op voorhand geen negatief effect heeft op de gunstige staat van instandhouding, is de groeplaats zeker behoudenswaardig. Temeer omdat de gemeente in haar groenbeleid pleit voor behoud, dan wel versterking van aanwezige natuurwaarden. Effecten Op basis van de aard en omvang van het plangebied en het feit dat in de regel preventief afdoende maatregelen kunnen worden getroffen, zijn over het algemeen géén negatieve effecten op strikter beschermde soorten te verwachten. Echter, is het noodzakelijk nader onderzoek naar vleermuizen, de huismus en de gierzwaluw uit te voeren om actueel gebruik van de bebouwing / het plangebied vast te kunnen stellen voorafgaand aan de sloop. Na uitvoer van het onderzoek kunnen, indien noodzakelijk, gepaste maatregelen worden getroffen. Uitzondering op het bovenstaande vormen situaties waarbij verblijfplaatsen worden aangetroffen van zeer grote omvang en lokaal en/of regionaal belang. De kans dat deze worden aangetroffen is gezien de aard en omvang van het plangebied klein. Beschermde gebieden Het plangebied ligt niet in beschermde gebieden krachtens Natura 2000, EHS / de Provinciale Verordening.
Er is voldoende aannemelijk gemaakt, dat effecten van de plannen op beschermde gebieden in de ruimere omgeving uitgesloten zijn.
Advies Vleermuizen Aanbevolen wordt voorafgaand aan de sloop nader onderzoek uit te voeren naar vleermuizen conform het vleermuizenprotocol. Het onderzoek dient volgens het huidige protocol (versie 2017) te bestaan uit twee bezoeken in midden mei tot midden juli en twee bezoeken in de periode midden augustus tot 1 oktober, allen met een onderlinge tussenpoos van circa 20 30 dagen.
Delft Zuideinde Ecologische quickscan
13
Vogels (gierzwaluw en huismus) Aanbevolen wordt nader onderzoek uit te voeren naar de aan- of afwezigheid van gierzwaluw en de huismus conform onderstaande aanpak:
» » Gierzwaluw: Uitvoer 3 bezoeken in de periode 1 juni - medio juli met een tussenpoos van minimaal 10 dagen. De bezoeken worden gestart vanaf 1 1/2 uur vóór zonsondergang. Dit onder gunstige weersomstandigheden: niet te koud, weinig wind, droog. Het onderzoek kan gedeeltelijk worden gecombineerd met het vleermuizenonderzoek.
» » Huismus: Uitvoer twee ochtendbezoeken met een minimale tussenpoos van 10 dagen in de periode 1 april tot 15 mei. Vogels algemeen Doordat de kans bestaat dat broedende vogels in de nabijheid van de werkzaamheden aanwezig zijn, wordt aanbevolen zowel de sloop als het grondwerk uit te voeren buiten het broedseizoen (ná half juli en vóór half maart). Indien een ter zake deskundige heeft vastgesteld, dat geen nesten aanwezig zijn, is het ook mogelijk binnen deze periode te werken. Het verstoren van broedende vogels is conform de Wet natuurbescherming niet toegestaan. Tongvaren Geadviseerd wordt te onderzoeken of de groeplaats van de tongvaren behouden kan blijven. Men kan overwegen muurdelen elders in het plangebied een plek te geven. Een ter zake deskundige kan hierin adviseren.
Delft Zuideinde Ecologische quickscan
14
Literatuur Broekhuizen, S., B. Hoekstra, V. van Laar, C. Smeenk, en J.B.M. Thissen, 1992. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. KNNV Uitgeverij, Utrecht. Diepenbeek, A. van, 1999. Veldgids Diersporen (tweede druk, 2003). KNNV Uitgeverij, Utrecht. Meijden, R. van der, 2005. Heukel’s flora van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen.
Internet » » Google maps » » http://pzh.b3p.nl/viewer/app/NNN » » http://www.natuurindegemeente.nl/aandeslagmetdenatuurwet/wp-content/uploads/2016/12/Soortenbescherming_bij_ruimtelijke_ingrepen_1.3_15122016.pdf
» » www.nederlandsesoorten.nl
Delft Zuideinde Ecologische quickscan
15
Buro Maerlant Dorpsstraat 17 4271 AA Dussen T 085 877 86 85 E info@BuroMaerlant.nl I www.BuroMaerlant.nl KvK 69667705
Delft Zuideinde Ecologische quickscan
16
Buro L a n
d s c
, h a p
E c o
t Maerlan l o g i
e
&
R u i m
t e l i
j k e
B M- NOTI TI E 2018 O
i n g rd e n
Delft Zuideinde Nader onderzoek natuur 2018
J. va n Suijle kom, 26 oktob e r 2018
1 Inleiding 1.1 Algemeen In opdracht van Van Mierlo Planontwikkeling B.V. heeft Buro Maerlant een nader onderzoek naar broedvogels en vleermuizen uitgevoerd ten behoeve van de voorgenomen ingrepen in het plangebied Zuideinde te Delft (figuur 1). Aanleiding voor het onderzoek is het voornemen de aanwezige bebouwing te slopen voor de realisatie van woningen. Het plangebied is tijdens eerder uitgevoerd veldonderzoek op 28 november 2017 beoordeeld als geschikt voor de huismus, de gierzwaluw en vleermuizen (Buro Maerlant, quickscan, 10 december 2017). Gezamenlijk met de eerder uitgevoerde quickscan geeft onderhavig rapport een compleet beeld van de aanwezige natuurwaarden. Figuur 1 Global e begre nz i ng v an he t p l angebi ed (rood) op een luc ht f ot o v an Googl e.
1.2 Methode / doel Onderhavig nader onderzoek is uitgevoerd conform de meest actuele onderzoeksstandaarden: Het vleermuizenprotocol 2017 en de voor de betreffende soorten beschikbare Kennisdocumenten van BIJ12. In tabel 1 op pagina 3 zijn de onderzoeksmomenten en weersomstandigheden weergegeven. Het veldonderzoek is uitgevoerd door J. Wardenaar en J. van Suijlekom. Huismus Op twee ochtenden in mei is het plangebied gedurende twee uur gericht onderzocht op de aanwezigheid van huismussen. Hierbij werd gelet op tjilpende mannetjes en overig nestindicerend gedrag. Gierzwaluw Op drie avonden in juni en juli is het plangebied onderzocht op de aanwezigheid van de gierzwaluw. Voor dit doel is vanaf circa twee uur vóór zonsondergang tot zonsondergang op verschillende plekken gepost. Delft Zuideinde Notitie nader onderzoek natuur 2018
2
Vleermuizen Het plangebied en de nabije omgeving is in de periode mei t/m september conform het protocol vleermuizen van de Gegevensautoriteit Natuur onderzocht. De te verwachten soorten betroffen de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en de laatvlieger. In het voorjaar is gericht onderzoek gedaan naar kraamverblijven en zomerverblijven. Hiervoor zijn twee avondbezoeken en één ochtendbezoek uitgevoerd. Het onderzoek in het najaar was gericht op baltsende mannetjes. Eventueel aanwezige paarverblijven / paarterritoria zijn middels twee ronden vastgesteld, waarbij vanaf de late avond tot rond middernacht op verschillende plekken werd gepost. Per bezoek betrof de onderzoeksduur twee uur. Tijdens alle bezoeken is ook de ruimere omgeving onderzocht op foeragerende dieren en op de aanwezigheid van vliegroutes. Met behulp van een detector (Pettersson D240x) met een heterodyne functie en realtime opnamefunctie zijn vleermuizen aan de hand van de echolocatiegeluiden op naam gebracht en gelokaliseerd.
Datum
Tijdstip / soortgroep primair
Temperatuur
Bewolking / neer-
Wind
slag
(Bft)
17-05-2018
Ochtend (huismus)
7 °C
Onbewolkt
2
16-05-2018
Avond (vleermuizen)
13 °C
Bewolkt, droog
4
17-05-2018
Ochtend (huismus)
9 °C
Licht bewokt,
1-2
droog 04-06-2018
Ochtend (vleermuizen)
13 °C
Lichte mist, be-
1-2
wolkt, droog 07-06-2018
Avond (gierzwaluw)
18 °C
Licht bewokt,
2-3
droog 22-06-2018
Avond (gierzwaluw en vleer-
19 °C
muizen)
Licht bewokt,
2
droog
02-07-2018
Avond (gierzwaluw)
19 °C
Onbewolkt
2-3
03-09-2018
Late avond
16 °C
Bewolkt, droog
3
24-09-2018
Late avond
8 °C
Onbewolkt
1
Tabel 1 D ata en weers o m s tan di g h eden ve ld b e zoe ke n.
Delft Zuideinde Notitie nader onderzoek natuur 2018
3
2 Resultaten van het veldonderzoek Huismus In het plangebied zelf zijn tijdens het onderzoek geen huismussen aangetroffen. Nabij woningen ten westen en zuidwesten aan de Abtswoudseweg is een populatie huismussen aangetroffen van circa 20 tot 30 dieren. De mussen waren prominent aanwezig op en nabij de woningen. Ook werden jongen gehoord en zichtbaar gevoerd. Het plangebied zelf werd niet bezocht, ook werd geen interesse getoond. Als foerageergebied had dit deel van het plangebied ook niets te betekenen door de aanwezigheid van de hallen en betonverhardingen. De plannen hebben géén invloed op de aanwezige huismussen in de nabije omgeving. De aanwezigheid van nesten van de huismus in het plangebied zelf kan op basis van het onderzoek worden uitgesloten.
Gierzwaluw In de omgeving van het plangebied / dit gedeelte van Delft werd een opvallend hoog aantal gierzwaluwen waargenomen, zowel op grotere hoogte als ‘gierend’ nabij de bebouwing. Ten zuiden van het plangebied werd aan de Abtswoudseweg nr 101 één invliegende gierzwaluw aangetroffen. In het plangebied zelf zijn geen nestlocaties van de gierzwaluw vastgesteld. Ook werden geen indirecte aanwijzingen voor de aanwezigheid van een nest vastgesteld, zoals het kort naderen van de bebouwing in vlucht of het aantikken van gebouwdelen. De aanwezigheid van nesten van de gierzwaluw in het plangebied kan op basis van het onderzoek worden uitgesloten. De aanwezigheid van nesten van de gierzwaluw in de omgeving is voor de plannen niet relevant.
Vleermuizen Tijdens het onderzoek was sprake van een bijzonder lage activiteit / dichtheid en werd slechts één soort waargenomen: de gewone dwergvleermuis. Met “het voorjaar” worden de ronden in mei en juni bedoeld en met “het najaar” de bezoeken in september. Voorjaar In het voorjaar werden tijdens het overgrote deel van het onderzoek geheel geen vleermuizen gezien of gehoord. Rond het huizenblok op de hoek Hillenlaan / Zuideinde ten noordoosten van het plangebied werd een jagende gewone dwergvleermuis aangetroffen, die voor langere duur rond en nabij het huizenblok vloog. Daarbij werd ook af en toe nabij de woning in het noordoostelijke deel van het plangebied gejaagd. Voor de bebouwing in het plangebied werd geen interesse getoond. Een verblijfplaats is niet vastgesteld. Naast de hierboven genoemde aangetroffen dier werd boven het Zuideinde sporadisch voor korte duur een jagende gewone dwergvleermuis waargenomen. Relaties met het plangebied ontbraken.
Delft Zuideinde Notitie nader onderzoek natuur 2018
4
Najaar In het najaar was het beeld vergelijkbaar als het voorjaar. Aan de achterzijde van het huizenblok Hillenlaan / Zuideinde werd een jagende gewone dwergvleermuis waargenomen. Dit betrof echter de enige waarneming. Balts werd niet waargenomen ook niet in de ruimere omgeving. Paarverblijfplaatsen zijn niet vastgesteld. Geconcludeerd kan worden dat in / nabij het plangebied geen belangrijke functies zijn aangetroffen. De aanwezigheid van verblijfplaatsen kan worden uitgesloten.
Delft Zuideinde Notitie nader onderzoek natuur 2018
5
3 Conclusie Conclusie nader onderzoek Middels het seizoensbrede onderzoek is een goed beeld ontstaan over de aan- of afwezigheid van verblijfplaatsen van de huismus, de gierzwaluw en vleermuizen. Nesten van de huismus en de zwaluw zijn niet aangetroffen in het plangebied. Beide soorten komen in de omgeving voor, waarvan de huismus vrij prominent (nesten). Effecten op aanwezige huismussen en gierzwaluwen worden niet verwacht, daar geen interesse werd getoond voor het plangebied en deze als foerageergebied in potentie ook weinig tot niets te bieden heeft. In het plangebied zijn geen vaste rust-of verblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld. Aantallen waren ook uitgesproken laag in de omgeving. Effecten op vleermuizen zijn niet aan de orde. Overige natuurwaarden en advies Het advies uit de quickscan (zorgplichtmaatregelen) inzake vogels algemeen en de tongvaren blijft van toepassing op de ingrepen.
Buro Maerlant Dorpsstraat 17 4271 AA Dussen T 085 877 86 85 E info@BuroMaerlant.nl I www.BuroMaerlant.nl KvK 69667705
Delft Zuideinde Notitie nader onderzoek natuur 2018
6
Buro L a n
d s c
, h a p
E c o
t Maerlan l o g i
e
&
R u i m
t e l i
j k e
B M- NOTI TI E 2021 O
i n g rd e n
Delft Zuideinde Nader onderzoek natuur 2021
J. va n Suijle kom, 20 d e c e mb e r 2021
1 Inleiding 1.1 Algemeen In 2018 heeft Buro Maerlant een nader onderzoek naar broedvogels en vleermuizen uitgevoerd ten behoeve van de voorgenomen ingrepen in het plangebied Zuideinde te Delft (figuur 1). Aanleiding voor het onderzoek was het voornemen de aanwezige bebouwing te slopen voor de realisatie van woningen. In 2018 zijn in het plangebied zelf geen verblijfplaatsen van vleermuizen of nesten van de huismus en de gierzwaluw aangetroffen. Het plan heeft een doorstart gemaakt, waarbij men de ruimtelijke procedure gaat doorlopen. Daar het onderzoek reeds drie jaar oud was, is deze middels onderhavig onderzoek geactualiseerd. Het eerste bezoek huismus is ook gebruikt om de actuele staat van het plangebied te beoordelen en Figuur 1 Global e begre nz i ng v an he t p l angebi ed (rood) op een luc ht f ot o v an Googl e.
eventueel sprake is van een verandering / nieuw vestiging van soorten en is de gekende groeiplaats van de tongvaren bekeken (zie rapportage Buro Maerlant update quickscan 2021).
1.2 Methode / doel Onderhavig nader onderzoek is uitgevoerd conform de meest actuele onderzoeksstandaarden: Het vleermuizenprotocol 2021 en de voor de betreffende soorten beschikbare Kennisdocumenten van BIJ12. In tabel 1 op pagina 3 zijn de onderzoeksmomenten en weersomstandigheden weergegeven. Het veldonderzoek is uitgevoerd door J. Wardenaar en J. van Suijlekom. Huismus Op twee ochtenden in mei en juni is het plangebied en de relevante omgeving gedurende een uur gericht onderzocht op de aanwezigheid van huismussen. Hierbij werd gelet op tjilpende mannetjes en overig nestindicerend gedrag.
Delft Zuideinde Notitie nader onderzoek natuur 2021
2
Gierzwaluw Op drie avonden in juni en juli is het plangebied onderzocht op de aanwezigheid van de gierzwaluw. Voor dit doel is vanaf circa twee uur vóór zonsondergang tot zonsondergang op verschillende plekken gepost. Vleermuizen Het plangebied en de nabije omgeving is in de periode juni t/m september conform het protocol vleermuizen van de Gegevensautoriteit Natuur onderzocht. De te verwachten soorten betroffen de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en de laatvlieger. In het voorjaar is gericht onderzoek gedaan naar kraamverblijven en zomerverblijven. Hiervoor zijn drie avondbezoeken en drie ochtendbezoeken uitgevoerd. Het onderzoek in het najaar was gericht op baltsende mannetjes. Eventueel aanwezige paarverblijven / paarterritoria zijn middels twee ronden vastgesteld, waarbij vanaf de late avond tot rond middernacht op verschillende plekken werd gepost. Tijdens alle bezoeken is ook de relevante omgeving onderzocht op foeragerende dieren en op de aanwezigheid van vliegroutes. Met behulp van een detector (Pettersson D240x) met een heterodyne functie en realtime opnamefunctie zijn vleermuizen aan de hand van de echolocatiegeluiden op naam gebracht en gelokaliseerd.
Datum
Soort, soortgroep
Start-
Eind-
tijd
tijd
T( °C)
Bewolking /
Wind
neerslag
(Bft)
10-05-2021
huismus
10.15
11.15
15
bewolkt, droog
2-3
06-06-2021
gierzwaluw en vleermuizen
19.55
23.55
15
onbewolkt
3
07-06-2021
vleermuizen
03.22
05.22
10
onbewolkt
1
10-06-2018
huismus
09.30
10.30
20
onbewolkt
nihil
16-06-2021
gierzwaluw en vleermuizen
19.54
23.54
17
half bewolkt,
1-2
droog 17-06-2021
vleermuizen
03.20
05.20
14
licht bewolkt,
2
droog 13-07-2021
gierzwaluw en vleermuizen
19.55
23.55
19
half bewolkt,
2
droog 14-07-2021
vleermuizen
03.39
05.39
16
bewolkt, droog
3
24-08-2021
vleermuizen
22.00
00.00
13
bewolkt, droog
3
10-09-2021
vleermuizen
20.45
23.45
17
half bewolkt,
2
droog Tabel 1 D ata en weers o m s tan di g h eden ve ld b e zoe ke n.
Delft Zuideinde Notitie nader onderzoek natuur 2021
3
2 Resultaten van het veldonderzoek Huismus In het plangebied zijn net als in 2018 geen nesten van de huismus waargenomen. Bij de woning ten zuidwesten van het plangebied werden circa vij tjilpende mannetjes waargenomen op het dak en vanaf de goot. Dit is op dezelfde plek als in 2018. Opvallend was dat bij de woningen aan de overzjde van de weg ten zuidwesten van het plangebied in tegenstelling tot 2018 nauwelijks activiteit werd waargenomen. Slechts een enekele keer werd voor korte duur een tjilpend mannetje waargenomen. Waarschijnlijk wordt in deze huizenrij niet meer gebroed. Voor het plangbied werd geen interesse getoond. Het plangebied had ook weinig te bieden doordat foerageermogelijkheden door de aanwezige (vegetatieloze) verhardingen ontbraken. Het plan heeft géén invloed op de aanwezige huismussen in de nabije omgeving. De aanwezigheid van nesten van de huismus in het plangebied zelf kan op basis van het onderzoek worden uitgesloten. In het plangebied is veel groen voorzien en wordt natuuinclusief gebouwd. Dit biedt kansen voor de huismus. Door de aanwezigheid van de populatie in de omgeving is de kans van slagen vrij groot.
Gierzwaluw Net als in 2018 werden in de omgeving relatief veel gierzwaluwen waargenomen. Aan de Abtwoudseweg ten zuidwesten van het plangebied en het Zuideinde, even ten noorden van het plangebied, werd op twee plekken een invliegende gierzwaluw waargenomen. Rond deze nestlocaties werden door groepjes van 5 tot 6 dieren op korte afstand van de woningen gegierd. Voor het plangebied zelf werd geen interesse getoond. De aanwezigheid van nesten van de gierzwaluw in het plangebied kan op basis van het onderzoek worden uitgesloten. De aanwezigheid van nesten van de gierzwaluw in de omgeving is voor de plannen niet relevant. Net als voor de huismus is het aanbieden van nieuwe nestlocaties in de nieuwbouw, doordat nesten in de omgeving aanwezig zijn, kansrijk met name aan de zijde van het Zuideinde, daar gevels ter plekke op het noordoosten zijn geprojecteerd (uit de zon) en dieren boven de weg gieren. In het vroege voorjaar (mei) zoeken gierzwaluwen ook actief naar (alternatieve?) nestlocaties. Neststenen met een hoog contrast (wit/lichtgrijs met een donkere opening) worden snel gevonden.
Vleermuizen Tijdens het onderzoek was sprake van een lage activiteit / dichtheid en werden het hele seizoen twee solitaire dieren waargenomen. Er één soort waargenomen: de gewone dwergvleermuis. Met “het voorjaar” worden de ronden in juni en juli en met “het najaar” de bezoeken in augustue en september. Voorjaar In het voorjaar werden op twee plekken vrijwel continu een jagende solitaire gewone dwergvleermuis waargenomen. Nabij de noordoostelijke rand jaagde een dier nabij de huizenblokken en de flat ten noorden van het plangebied. Nabij de zuidwestelijke rand werd een tweede dier vrijwel continu jagend waargenomen nabij de woningen ten zuid-
Delft Zuideinde Notitie nader onderzoek natuur 2021
4
westen van het plangebied. Op beide locaties werd af en toe boven het plangebied zelf (randen) gejaagd. Dit gedrag werd tijdens alle bezoeken waargenomen. In - of uitvliegende dieren werden niet waargenomen in het plangebied zelf. Het dier in het noordoosten vloog uiteindelijk in bij de nabijgelegen flat ten noorden van het plangebied. Het dier in het zuidwesten vloog in de ochtendschemering vermoedelijk in bij een blok rijtjeswoningen ten zuidwesten van het plangebied. Het dier vloog toen het al vrijwel licht was plotseling richting dit huizenblok en werd daarna niet meer gezien. Voor de bebouwing in het plangebied werd geen interesse getoond. Een verblijfplaats is niet aangetroffen in het plangebied.
Najaar In het najaar werd op dezelfde twee locaties door een sloitair dier gejaagd en werd tevens door beide dieren in vlucht gebaltst. Dit was nabij de woningen / bebouwing ten noordoosten en noorden van het plangebied waar ook werd gejaagd. Net als in het voorjaar werd geen interesse getoond voor de bebouwing in het plangebied. Er werd ook niet gebaltst in de directe nabijheid van de bebouwing in het plangebied. Een paarverblijf is niet aangetroffen in het plangebied zelf. Met vrij grote zekerheid bevinden zich op dezelfde plekken waar een zomerverblijfplaats is aangetroffen ook een paarverblijf. Het betreffen beiden solitaire mannetjes. In de omgeving van het plangebied is op twee locaties een zomerverblijf van een solitaire gewone dwergvleermuis waargenomen, dat tevens functie heeft als paarverblijf. Het plangebied werd slechts af en toe aangedaan om te jagen. Een belangrijke functie is niet aangetroffen in het plangebid zelf. Voor de ingrepen is de aanwezigheid van de verblijfplaatsen en de functie van de omgeving als baltslocatie en jachtgebied in principe niet relevant. Tijdens de bouw is het echter gewenst vleermuisvriendelijke verlichting toe te passen door deze te beperken tot de bouwplaats zelf. In de nieuwe situatie ontstaan door de aanwezigheid van de nieuwbouw en de aanplant van groen nieuwe mogelijkheden voor vleermuizen om te jagen.
Men is voornemens natuurinclusief te bouwen. Voor vleermuizen zijn kansen te creëren door voorzieningen te treffen in de nieuwbouw door bijvoorbeeld inbouw vleermuiskasten toe te passen in verschillende gevels.
Delft Zuideinde Notitie nader onderzoek natuur 2021
5
3 Conclusie Conclusie nader onderzoek Middels het seizoensbrede onderzoek is een goed beeld ontstaan over de aan- of afwezigheid van verblijfplaatsen van de huismus, de gierzwaluw en vleermuizen. Nesten van de huismus en de zwaluw zijn niet aangetroffen in het plangebied zelf. Voor beide soorten heeft het plangebied geen functie. In de omgeving zijn twee territoria aanwezig van een solitaire gewone dwergvleermuis (mannetjes). Effecten van de ingrepen zijn in principe niet aan de orde. Tijdens de bouw dient men echter vleermuisvriendelijke verlichting toe te passen door deze te beperken tot de bouwplaats zelf. Overige natuurwaarden en advies Het advies uit de quickscan (zorgplichtmaatregelen) inzake vogels algemeen en de tongvaren blijft van toepassing op de ingrepen. Natuurinclusief bouwen De initiatiefnemer is voornemens in de nieuwbouw voorzieningen te treffen. Zoals reeds verwoord zijn er voor de huismus, de gierzwaluw en vleermuizen veel kansen te creëren, temeer doordat soorten al in de omgeving aanwezig zijn en dit de kans vergroot dat nieuwe voorzieningen snel worden gevonden. Het ontwerp leent zich goed voor de hierboven genoemde soorten. Gezamenlijk met de initiatiefnemer wordt de natuurinclusieve bouw concreet vorm gegeven en zullen voorzieningen worden opgenomen in het ontwerp.
Buro Maerlant Dorpsstraat 17 4271 AA Dussen T 085 877 86 85 E info@BuroMaerlant.nl I www.BuroMaerlant.nl KvK 69667705
Delft Zuideinde Notitie nader onderzoek natuur 2021
6
Ontwikkelingscombinatie Zuideinde VOF
Zuideinde-Delft Onderzoek stikstofdepositie
Datum: 8 juli 2022 Kenmerk: NOT22180937-03
Inleiding De Ontwikkelingscombinatie Zuideinde VOF werkt aan de ontwikkeling en realisatie van het plan 'Zuideinde-Delft'. De planlocatie is gelegen op de hoek van de Abtswoudseweg en het Zuideinde in Delft. In figuur 1 is de ligging van de planlocatie in Delft met een oranje driehoek weergegeven.
Figuur 1: Ligging planlocatie 'Zuideinde-Delft' in Delft
Het betreft een perceel met huidige bedrijfsbebouwing (Bo Rent, Kwik Fit, Broos keukens en Flier luchtkanalen) waarvoor een plan is opgesteld voor de bouw van 120 appartementen in vier bouwblokken. Het definitief planontwerp (DO) van het plan dateert van 28 februari 2020. Het beoogde bouwplan gaat uit van de realisatie van vier appartementengebouwen, bouwblokken A t/m D. In totaal gaat het om de realisatie van 120 woningen waarvan 54 koopwoningen en 66 huurwoningen (vrije sector). In figuur 2 is de situatietekening met de beoogde vier bouwblokken weergegeven.
1
C
D
A
B
Figuur 2: Situatietekening bouwplan Zuideind met aanduiding bouwblokken A t/m D
Ten behoeve van de ruimtelijke onderbouwing van het plan is onder meer onderzoek nodig naar de consequenties van het plan voor de uitstoot en depositie van stikstof. In opdracht van Ontwikkelingscombinatie Zuideinde VOF is door BuroDB het voor het plan benodigde onderzoek (voortoets) stikstofdepositie uitgevoerd. De effecten van het plan tijdens de aanlegfase (sloop en bouw) en gebruiksfase zijn hiermee inzichtelijk gemaakt en getoetst aan de geldende regelgeving. De uitgangspunten en bevindingen van het onderzoek zijn in deze rapportage beschreven.
Planlocatie De planlocatie aan de Abtswoudseweg en het Zuideinde is momenteel bebouwd met bedrijfsbebouwing. Ten behoeve van de realisatie van plan Zuideinde-Delft zal deze worden gesloopt. Het plan omvat de realisatie van vier woontorens met daaronder een gezamenlijke parkeergarage. De planlocatie ligt aan de 30 km/uur-wegen Abtswoudseweg, het Zuideinde en de Laan van Braat. Het plan ligt op een aftand van circa 320 meter vanaf de Westlandseweg (Ireneboulevard), op circa 1.150 meter vanaf de N470 Kruithuisweg en op circa 1.450 meter vanaf de rijksweg A13.
2
Onderzoek stikstofdepositie In de Wet natuurbescherming is opgenomen dat een planologisch plan geen significante effecten mag hebben op Natura 2000. Natura 2000 is het Europese netwerk van natuurgebieden, maar het is ook de naam van het Europese beleid om de natuur en vooral de biodiversiteit in die gebieden te beschermen. Bouwplannen (ook kleinschalige plannen) kunnen leiden tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatste van stikstofgevoelige habitattypen in een Natura 2000-gebied. Het gebruik van de woningen of inrichting (de gebruiksfase) kan leiden tot een emissie van stikstof. Deze emissie kan bijvoorbeeld het gevolg zijn van het gebruik van gas (voor verwarming) en het autoverkeer van bewoners en/of bezoekers van de planlocatie. Ook kan sprake zijn van een emissie van stikstof als gevolg van de sloop- en bouwwerkzaamheden in de aanlegfase, bijvoorbeeld als gevolg van de af- en aanvoer van bouwmaterialen en grondverzet op de bouwplaats. Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering van kracht. Vanaf dat moment is er formeel vrijstelling voor onderzoek naar de effecten van bouw- en sloopwerkzaamheden en eenmalige aanlegactiviteiten. In overleg met de gemeente Delft zijn in dit onderzoek de activiteiten van de aanlegfase wel meegenomen en beoordeeld.
Toetsingskader Tot voor kort was werd de emissie en depositie van stikstof door ruimtelijke plannen getoetst middels het systeem van de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). De Raad van State heeft op 29 mei 2019 een uitspraak gedaan waarmee een streep is gezet door het PAS. De Raad van State stelt dat de passende beoordeling van het PAS aan dezelfde eisen moet voldoen als een passende beoordeling van een individueel project of plan. Het PAS voldoet hier niet aan omdat ook effecten van andere maatregelen ten onrechte in de beoordeling worden betrokken. Op 25 september 2019 heeft de Adviescollege Stikstofproblematiek onder leiding van de heer J.W. Remkes een advies uitgebracht en aanbevelingen gedaan voor de korte termijn. Voor het verlenen van toestemming voor een plan of project is een stappenplan opgesteld. Dit stappenplan is weergegeven in figuur 3. Parallel daaraan is tevens de voorgeschreven rekenmodule 'AERIUS' aangepast aan de nieuwe situatie. De actuele versie '2021.1.1' dateert van juli 2022. Voor plannen die mogelijk invloed kunnen hebben op de stikstofdepositie bij natuurgebieden dient onderzoek te worden verricht met behulp van deze AERIUS Calculator. Algemeen geldt dat als een plan niet leidt tot een toename van de stikstofdepositie het zonder vergunning kan worden uitgevoerd.
In geval van een verwachte toename van de stikstofdepositie dient een vergunning op grond van de Wet Natuurbescherming te worden aangevraagd, waarbij mogelijke maatregelen dienen te worden beschouwd en getoetst. Resumerend, bij uitvoering van de voortoets stikstofdepositie geldt als norm de waarde van 0,00 mol/ha/jaar. Indien bij een bouwplan sprake is van normoverschrijding kan het plan worden aangemeld voor het Stikstofregistratiesysteem (SSRS). Het SSRS registreert per Natura 2000-gebied de effecten van de maatregelen die de stikstofdepositie moeten verminderen. Het systeem registreert ook welke depositieruimte wordt gereserveerd en toebedeeld voor het verlenen van natuurtoestemming. Voor meer informatie over het SSRS wordt verwezen naar de website www.aanpakstikstof.nl.
3
Figuur 3:: Beslisboom toestemmingverlening stikstofdepositie bij nieuwe activiteiten (bron: Rijksoverheid) Rijksoverhei
Uitgangspunten Voor het plan Zuideinde-Delft Delft is i onderzoek uitgevoerd naar de te verwachten uitstoot en depositie van stikstof van de planlocatie. Daarbij zijn de aanlegfase (de sloop- en bouwperiode) en de gebruiksfase (periode na realisatie plan)) beschouwd beschouw en beoordeeld. De bij het onderzoek gehanteerde uitgangspunten zijn hierna beschreven. eschreven. Deze zijn in overleg met de initiatiefnemer opgesteld. Bestaande situatie Uitgangspunt bij dit onderzoek is dat in de bestaande situatie de planlocatie bebouwd is. De huidige bedrijfsbebouwing zal worden gesloopt. De hiervoor benodigde werkzaamheden zijn meegenomen in de uitgangspunten van het onderzoek. Plansituatie Het plan omvat de realisatie van honderdtwintig nieuwe appartementen. De nieuwbouw zal niet worden aangesloten op het gasnet. Voor verwarming zal alleen elektriciteit worden gebruikt.
4
Aanlegfase en gebruiksfase De hoeveelheid stikstof die als gevolg van het plan, door verbranding van fossiele brandstoffen, plaatsvindt tijdens de sloop- en bouwwerkzaamheden wordt veroorzaakt door voertuigen en machines. Tijdens de gebruiksfase is sprake van aan het plan gebonden verkeersbewegingen. Emissiebronnen in de aanlegfase Bij realisatie van het plan vinden in de aanlegfase sloop- en bouwactiviteiten plaats. In deze fase zijn met enige regelmaat machines en werktuigen nodig zoals bijvoorbeeld kranen/graafmachines, vrachtwagens, bestelbussen, etc. Daarnaast is sprake van verkeer van bestelbussen en personenauto's ten behoeve van installateurs, bouwpersoneel, etc. De bij de sloop- en bouwfase behorende uitgangspunten zijn aangeleverd door de initiatiefnemer. Volgens opgave heeft de aanlegfase van het plan (de bouwwerkzaamheden) een duur van ongeveer 112 weken. Bij de berekeningen is uitgegaan van het maatgevende periode van 52 aaneengesloten weken (een periode van 1 jaar) binnen de totale duur van de aanlegfase. De gegevens over het gebruik van voer- en werktuigen tijdens de aanlegfase zijn deze notitie opgenomen als bijlage 1. De gegevens van het maatgevende jaar zijn vertaald en samengevat in tabel 1. Voertuig/actie Wegverkeer
Actie
Aantal/duur
Verkeer Kruithuisweg van en naar de Bouwplaats
365 dagen
Damwanden
240 uren
Mobiele werktuigen Mobiele werktuigen
Heiwerkzaamheden
800 uren
Mobiele werktuigen
Grondwerkzaamheden
160 uren
Mobiele werktuigen
Kelder
270 uren
Mobiele werktuigen
Bouwwerk
340 uren
Verkeer Ireneboulevard van en naar de bouwplaats
365 dagen
Bouwwerkzaamheden allerlei
1 jaar
Wegverkeer Totaal
Tabel 1: Overzicht uitgangspunten maatgevende jaar aanlegfase
In de AERIUS Calculator wordt voor het aantal verkeersbewegingen rekening gehouden met een weekdaggemiddelde. In de AERIUS Calculator wordt het weekdaggemiddelde omgerekend naar een jaaremissie. Omdat de invoer van het aantal bewegingen alleen met hele getallen kan worden ingevoerd, is het aantal bewegingen waar nodig afgerond naar boven. In de praktijk ligt het gemiddeld aantal verkeersbewegingen in de aanlegfase mogelijk dus lager. Uitgegaan is van een worst case-situatie. Van de verschillende in te zetten werktuigen is het brandstofverbruik bekend. Voor alle werkzaamheden is het totale brandstofgebruik ingevoerd voor het maatgevende werktuig (met het hoogste verbruik) van 1
de activiteit. Hierbij is gebruik gemaakt van de AUB-methode . Bij de werktuigen met een Stage IV klasse is een hoeveelheid Ad Blue van 6% van het totale brandstofverbruik toegepast. In tabel 2 is het overzicht van het inzet van voer- en werktuigen en de met de AERIUS-Calculator berekende NOx-emissies gedurende de belaste en onbelaste uren weergegeven. Uit de tabel volgt dat in totale NOx-emissie 303,2 kg/jaar bedraagt. De totale ammoniak-emissie van de aanlegfase van het plan bedraagt circa 2 kg/jaar.
1
Adblue-verbruik, Uren en Brandstofverbruik
5
Voertuig/actie
Stage
Vermogen
klasse
[KW]
Brandstof-
Duur
Totale
Ad Blue
Emissie NOx
verbruik
[uren]
brandstof-
[liter]
bouwperiode
Liters/uur*
verbruik
[kg/jr]
[liter] Hijsmachine (2014)
IV
180
17,88
240
4.292
258*
24,2**
Heistelling (2011)
IIIB
200
20,40
800
16.320
-
248,8**
Graafmachine (2015)
IV
180
17,71
160
2.834
170*
16,1**
Betonpomp (2012)
IIIB
180
18,24
30
548
-
8,4**
Kraan, elektrisch
240
0,0
Kraan, elektrisch
340
0,0
Route Kruithuisweg - lichte voertuigen
Vervoer
-
-
880
-
0,3**
-
5,1**
-
0,3**
ritten - zwaar verkeer
Vervoer
-
-
900 ritten
Route Ireneboulevard - lichte voertuigen
Vervoer
-
-
1.000 ritten
303,2**
Totaal plan *
6% van het brandstofverbruik Bepaald m.b.v. de AERIUS Calculator
**
Tabel 2: Berekening emissie NOx per bron tijdens de aanlegfase van het plan
De route van het bouwverkeer tussen de planlocatie en de N470 Kruithuisweg leidt via de Engelsestraat/Deltaweg en de Schieweg. Deze route heeft een lengte van circa 1,4 kilometer (bron 1 in de berekeningen). De route die het overige bouw gebonden verkeer rijdt tussen de planlocatie en de Ireneboulevard leidt via de Nieuwe Gracht. Deze route is circa 1,3 kilometer lang (bron 6 in de berekeningen). Vanaf de Westlandseweg en de Kruithuisweg mengt het aan de aanlegfase van het plan gebonden verkeer zich in het reguliere wegverkeer. Ter illustratie is in figuur 4 een afbeelding van de AERIUS Calculator weergegeven.
Figuur 4: Weergave AERIUS-model plan Zuideinde
6
Emissiebronnen gebruiksfase Omdat de nieuwbouw niet zal worden aangesloten op het gasnet zal er geen sprake zijn van uitstoot van stikstof als gevolg van de verwarming van de woningen/het gebouw. Tijdens de gebruiksfase van de nieuwbouw is wel sprake van een verkeersaantrekkende werking van de planlocatie. Uitgangspunt is dat wordt gereden met personenauto's op diesel en/of benzine. Er is sprake van verkeer van personenauto's bewoners en bezoekers. De verkeersgeneratie van de planlocatie is vastgesteld middels verkeerskundig onderzoek. Het verkeerskundig onderzoek voor het plan is uitgevoerd door BuroDB en beschreven in het rapport met kenmerk RPT22180937-01 d.d. 1 februari 2022. Uit dat onderzoek volgt dat de planlocatie met de nieuwbouw van de honderdtwintig appartementen tijdens de gebruiksfase een maximale verkeersaantrekkende werking heeft van 744 autoritten per 2
etmaal . Voor dit onderzoek stikstofdepositie is voor de verkeersgeneratie uitgegaan van een afronding naar boven, van 750 autoritten per etmaal. Voor de twee mogelijke routes van en naar de planlocatie (in noordelijke en zuidelijke richting) is uitgegaan van de worst case-situatie. Op elk van de beide routes is uitgegaan van 100% van het plangebonden verkeer. Uitgangspunt is dat 750 motorvoertuigen per etmaal gebruik van de route via het Zuideinde in zuidelijke richting en 750 motorvoertuigen per etmaal gebruik maken van de route via de Laan van Braat in noordelijke richting. Dit is een sterke overschatting (dubbele aanname) van de werkelijkheid (worst case-benadering). Het plan gebonden verkeer mengt zich in het reguliere verkeer ter plaatse van de Ireneboulevard en de Kruithuisweg. Uit de AERIUS Calculator volgt dat de totale NOx emissie van het plangebonden verkeer circa 144,6 kg per jaar bedraagt.
Onderzoek stikstofdepositie Met behulp van de AERIUS Calculator (versie 2021.1.1 van juli 2022) is de emissie en depositie van stikstof van de planlocatie in de plansituatie berekend. Bij de berekeningen voor de aanlegfase is uitgegaan van het maatgevende jaar 2022. Bij de berekeningen voor de gebruiksfase is uitgegaan van het maatgevende jaar 2023. Dit is (op zijn vroegst) het eerste jaar van bewoning. Aanlegfase De emissiebronnen van de aanlegfase zijn in de AERIUS Calculator ingevoerd. De berekeningen zijn uitgevoerd voor alle Natura 2000-gebieden in Nederland. In bijlage 2 zijn de berekeningsresultaten van de AERIUS Calculator voor de aanlegfase van het plan opgenomen. Uit de met de AERIUS Calculator uitgevoerde berekeningen volgt dat er ten gevolge van de planlocatie in de aanlegfase geen sprake is van een relevante bijdrage (depositie van NOx) in omliggende Natura 2000gebieden. De maximale depositie bedraagt (afgerond) 0,00 mol/ha/jaar.
2
Uitgaande van een plan bestaande uit 120 koopappartementen (worst case-situatie)
7
Gebruiksfase De emissiebronnen van de gebruiksfase zijn ook in de AERIUS Calculator ingevoerd. Ook voor de gebruiksfase zijn de berekeningen uitgevoerd voor alle in Nederland aanwezige Natura 2000-gebieden. De resultaten van de berekeningen zijn opgenomen in de rapportage van bijlage 3 van dit rapport. Uit de resultaten volgt dat ook tijdens de gebruiksfase geen sprake is van een significante bijdrage aan stikstofdepositie door het plan. De maximale depositie van stikstof bedraagt 0,00 mol/ha/jaar.
Conclusie Op basis van het uitgevoerde onderzoek stikstofdepositie kan worden gesteld dat het plan zowel in de aanlegfase als in de gebruiksfase niet leidt tot nadelige effecten van stikstofdepositie op Natura 2000gebieden. Hiermee kan worden geconcludeerd dat de beoogde situatie in de aanlegfase en de gebruiksfase geen significant nadelige gevolgen met betrekking tot het aspect verzuring op Natura 2000gebieden veroorzaakt. Uit de voortoets blijkt dat voor het plan geen vergunning opgrond van de Wet natuurbescherming nodig is.
8
Bijlage 1: Uitgangspunten AERIUS-berekening Aanlegfase plan
Aanlegfase plan Zuideinde in Delft Maatgevende jaar. Gebruikte factoren voor evenredige verdeling: 52 weken / Bouwtijd (112 weken); Ruwbouw skelet 84% binnen 1 jaar; Gevelsluiting 28% binnen dat jaar. Ritten zijn opgenomen in het verkeer naar/af bouwplaats Werkzaamheden
klasse
vermogen [KW]
bouwjaar
inzet uren
brandstofverbruik/uur tabel
Voorbereidingen Verkeer: aan- en afvoer materiaal, vracht Verkeer: personenauto's en busjes Damwanden Hijsmachine met trilaggregaat Verkeer: aanvoer damwanden, vracht Verkeer: personenauto's en busjes Heiwerk Heistelling, fundex palen Verkeer: aanvoer palen, vracht Verkeer: personenauto's en busjes Grondwerk Graafmachine Verkeer: zandwagens, vracht Verkeer: personenauto's en busjes Kelder Betonpomp Kranen, electrisch Verkeer: betonwagens, vracht Verkeer: personenauto's en busjes Bouwwerk Kranen, electrisch Verkeer: transport materialen, vracht Verkeer: personenauto's en busjes
verkeer aantal ritten 76 240
IV
180
2014
240
17,88 24 100
IIIB
200
2011
800
20,4 200 40
IV
180
2015
160
17,71 250 200
IIIB
180
2012
30 240
18,24 0 150 300
340
0 200 1000
Bijlage 2: Resultaten AERIUS Calculator Aanlegfase plan
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
BuroDB Zuideinde, 2627AE Delft 120 appartementen Zuideinde te Delft Aanlegfase Aanlegfase
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
S47QVizShz2E 08 juli 2022, 10:26 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar 2022
Emissie NH₃ 2,0 kg/j
Emissie NOₓ 303,2 kg/j
Resultaten
Hoogste depositie -
Hexagon
Gebied
Aanlegfase - Beoogd Aanlegfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie
S47QVizShz2E (08 juli 2022)
2/7
Projectberekening
Aanlegfase (Beoogd), rekenjaar 2022 Emissiebronnen 2 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Damwanden 3 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Heiwerk 4 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Grondwerk 5 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Kelder Verkeersnetwerk
S47QVizShz2E (08 juli 2022)
Emissie NH₃ Emissie NOₓ
1,0 kg/j 24,2 kg/j 0,1 kg/j 248,8 kg/j 0,7 kg/j 16,1 kg/j 0,0 kg/j 8,4 kg/j 0,1 kg/j 5,7 kg/j
3/7
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie
De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. S47QVizShz2E (08 juli 2022)
4/7
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Aanlegfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Totaal
S47QVizShz2E (08 juli 2022)
Berekend (ha Hoogste totale Met toename Grootste Met afname (ha Grootste gekarteerd) depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol gekarteerd) afname (mol N/ha/jr) N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
-
-
-
5/7
Projectberekening
Aanlegfase, Rekenjaar 2022
2 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning Naam
Naam
Damwanden
Stageklasse
2014-2018, 75-560 kW, diesel, Hijsmachine Stage-IV, SCR: ja
NOₓ NH₃
BrandstofverbruikDraaiuren AdBlue verbruik 4292 l/j
24,2 kg/j 1,0 kg/j
Stof Emissie NOₓ 24,2 kg/j NH₃ 1,0 kg/j
240 u/j 258 l/j
3 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning Naam
Naam
Heiwerk
Stageklasse
2011-2013, 75-560 kW, diesel, Heistelling Stage-IIIB, SCR: nee
NOₓ NH₃
248,8 kg/j 0,1 kg/j
BrandstofverbruikDraaiuren AdBlue verbruik 16320 l/j
800 u/j
Stof Emissie NOₓ 248,8 kg/j NH₃ 0,1 kg/j
4 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning Naam
Grondwerk
Naam
Stageklasse
2014-2018, 75-560 kW, diesel, Graafmachine Stage-IV, SCR: ja
NOₓ NH₃
16,1 kg/j 0,7 kg/j
BrandstofverbruikDraaiuren AdBlue verbruik 2834 l/j
160 u/j 170 l/j
Stof Emissie NOₓ 16,1 kg/j NH₃ 0,7 kg/j
5 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning Naam
Kelder
Naam
Stageklasse
2011-2013, 75-560 kW, diesel, Betonpomp Stage-IIIB, SCR: nee
S47QVizShz2E (08 juli 2022)
NOₓ NH₃
8,4 kg/j 0,0 kg/j
BrandstofverbruikDraaiuren AdBlue verbruik 548 l/j
30 u/j
Stof Emissie NOₓ 8,4 kg/j NH₃ 0,0 kg/j
6/7
Projectberekening
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2021.1.1_20220705_74979f573b Database versie 2021.1.1_74979f573b Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
S47QVizShz2E (08 juli 2022)
7/7
Bijlage 3: Resultaten AERIUS Calculator Gebruiksfase plan
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Van Mierlo Bouwmij BV Zuideinde, 2627 Delft 120 appartementen Zuideinde te Delft Verkeersgeneratie Gebruiksfase appartementencomplex Gebruiksfase
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RaLhFa3pex4t 08 juli 2022, 10:29 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar 2023
Emissie NH₃ 10,5 kg/j
Emissie NOₓ 144,6 kg/j
Resultaten
Hoogste depositie -
Hexagon
Gebied
Situatie 1 - Beoogd Situatie 1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie
RaLhFa3pex4t (08 juli 2022)
2/6
Projectberekening
Situatie 1 (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen Verkeersnetwerk
RaLhFa3pex4t (08 juli 2022)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
10,5 kg/j
144,6 kg/j
3/6
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie
De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. RaLhFa3pex4t (08 juli 2022)
4/6
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Totaal
RaLhFa3pex4t (08 juli 2022)
Berekend (ha Hoogste totale Met toename Grootste Met afname (ha Grootste gekarteerd) depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol gekarteerd) afname (mol N/ha/jr) N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
-
-
-
5/6
Projectberekening
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2021.1.1_20220705_74979f573b Database versie 2021.1.1_74979f573b Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RaLhFa3pex4t (08 juli 2022)
6/6
Verkennend en aanvullend (asbest)onderzoek Zuideinde – Abtswoudseweg (terreindeel Broos/Flier) Delft 18-2318-R01JV
COLOFON
Opdrachtgever
Ontwikkelingscombinatie Zuideinde V.O.F. Postbus 218 3140 AE Maassluis Contactpersoon: dhr. H. van Zweden
Locatie
Zuideinde - Abtswoudseweg te Delft (terreindeel Broos/Flier)
Type onderzoek
Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Verkennend asbestonderzoek NEN 5707 Aanvullend bodemonderzoek (maatwerk)
Rapportnummer
18-2318-R01JV
Datum rapport
7 maart 2019
Opsteller
Dhr. J. Voorhorst Projectleider Bodem
Kwaliteitscontrole
Mevr. M. Penders Projectleider Bodem
Inventerra Nijverheidsweg 34 3341 LJ Hendrik-Ido-Ambacht (078) 682 24 55 info@inventerra.nl
Verkennend en aanvullend (asbest)onderzoek Zuideinde - Abtswoudseweg te Delft 18-2318-R01JV
INHOUDSOPGAVE
1.
INLEIDING .......................................................................................................................... 1
2.
VOORONDERZOEK NEN 5725 .............................................................................................. 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
3.
VERKENNEND BODEMONDERZOEK NEN 5740 ...................................................................... 5 3.1 3.2 3.3
4.
Uitvoering veldwerk ....................................................................................................... 10 Uitvoering chemisch-analytisch onderzoek ....................................................................... 10
VERKENNEND ASBESTONDERZOEK NEN 5707 ................................................................... 14 5.1 5.2 5.3
6.
Hypothese en onderzoeksstrategie .................................................................................... 5 Uitvoering veldwerk ......................................................................................................... 6 Uitvoering chemisch-analytisch onderzoek ......................................................................... 7
AANVULLEND BODEMONDERZOEK (MAATWERK) .............................................................. 10 4.1 4.2
5.
Beschrijving huidig en voormalig gebruik ........................................................................... 2 Beschrijving uitkomsten vooronderzoek NEN 5725 .............................................................. 3 Beschrijving toekomstige situatie ...................................................................................... 3 Regionale bodemkwaliteit (bodemkwaliteitskaart) ............................................................... 3 Bodemopbouw en geohydrologie ....................................................................................... 4
Onderzoeksstrategie ...................................................................................................... 14 Resultaten veldwerk en analyses ..................................................................................... 14 Aanvullend asbestonderzoek ........................................................................................... 15
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .................................................................................... 16 6.1 6.2
Conclusies .................................................................................................................... 16 Aanbevelingen .............................................................................................................. 18
BIJLAGEN 1.
2. 3. 4. 5.
Weergave onderzoekslocatie 1.1 Kadastrale gegevens en omgevingskaart 1.2 Situatietekening 1.3 Foto’s 1.4 Verontreinigingssituatie grond Boorprofielen Analysecertificaten Toetsingskader Kwaliteitsaspecten van het onderzoek
Verkennend en aanvullend (asbest)onderzoek Zuideinde - Abtswoudseweg te Delft 18-2318-R01JV
1. INLEIDING
In opdracht van Ontwikkelingscombinatie Zuideinde V.O.F. heeft Inventerra in de periode oktober 2018 – januari 2019 een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740, een aanvullend bodemonderzoek (maatwerk) en een verkennend asbestonderzoek conform de NEN 5707 verricht op de locatie aan de Zuideinde - Abtswoudseweg te Delft. De aanleiding voor het bodemonderzoek is de voorgenomen aanvraag van een Omgevingsvergunning in verband met de geplande herontwikkeling op de locatie. Het doel is het vaststellen van de huidige bodemkwaliteit en of deze bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor de geplande herontwikkeling. De in dit rapport beschreven onderzoeken hebben enkel betrekking op de binnen het plangebied gelegen terreindelen van Broos en Flier. De binnen het plangebied gelegen terreindelen van Bo-rent en KwikFit zullen in een latere fase worden onderzocht. Voor die nog te onderzoeken terreindelen zal een separaat onderzoeksrapport worden opgesteld. Kwaliteit Inventerra is door Normec Certifications gecertificeerd voor de BRL SIKB 2000, protocol 2001, 2002 en 2018 (certificaatnummer EC-SIK-20241) en de BRL SIKB 6000, protocol 6001 en 6002 (certificaatnummer EC-SIK-60009) en is tevens door TÜV Nederland gecertificeerd voor de algemene kwaliteitsnorm NEN-ENISO 9001:2008.
De genoemde beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000 is onderdeel van een certificatiesysteem voor het gehele proces van veldwerk bij milieuhygiënisch onderzoek, inclusief alle secundaire processen, dat begint bij de acceptatie van het veldwerk en dat eindigt bij de overdracht van veldgegevens en monsters, inclusief de daarbij horende veldwerkrapportage, aan de opdrachtgever. Op dit bodemonderzoek zijn de volgende protocollen, behorende bij de BRL SIKB 2000, van toepassing: 2001 – Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van
☒ ☒ ☒
grondmonsters en waterpassen. 2002 – Het nemen van watermonsters. 2018 – Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem.
De beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000 is niet van toepassing op: • de processen vóór het veldwerk, zoals vraagstelling, gegevens verzamelen en onderzoeksvoorstel; • de processen ná het veldwerk, zoals laboratoriumanalyses, interpretatie van analyse- en veldwerkresultaten en advies; • veldwerk anders dan middels de technieken boringen, steken en graven van sleuven, inclusief alle veldwerk dat volgt op deze technieken zoals plaatsen van peilbuizen of bemonsteren van peilbuizen; • de monsterneming in het kader van het Besluit bodemkwaliteit. Inventerra verklaart hierbij geen organisatorische, financiële of juridische binding te hebben met de opdrachtgever en/of de onderhavige onderzoekslocatie en verklaart daarmee te voldoen aan de vereisten zoals gesteld in Kwalibo (Besluit uitvoeringskwaliteit bodembeheer).
Verkennend en aanvullend (asbest)onderzoek Zuideinde - Abtswoudseweg te Delft 18-2318-R01JV
pag. 1 van 18
2. VOORONDERZOEK NEN 5725
In 2017 is door ons bureau een vooronderzoek conform de NEN 5725 uitgevoerd, dat onder andere betrekking had op onderhavige onderzoekslocatie (rapport met kenmerk 17-2317-B171244, d.d. 21 dec. 2017). Navolgend is de voor het uitgevoerde (asbest)onderzoek relevante voorinformatie (samengevat) weergegeven. Voor het volledige vooronderzoek wordt verwezen naar het rapport van 21 dec. 2017. In bijlage 1 zijn de foto’s, gemaakt tijdens de terreininspectie, en de situatietekening(en) bijgevoegd. 2.1
Beschrijving huidig en voormalig gebruik
De onderzoekslocatie is gelegen aan de Abtswoudseweg 4a/4d, 4e/4f en Zuideinde 100 te Delft en is kadastraal bekend: gemeente Delft, sectie O, perceelnummers 1360, 1584, 1585 en 2633. De onderzoekslocatie heeft een totale oppervlakte van 4.181 m2. De percelen 1360, 1585 en 2633 staan op naam van de heer J. Broos. Het perceel 1584 staat op naam van ‘Vereniging van Eigenaars Abtswoudseweg 4 En 4 I’. De te onderzoeken percelen (op onderstaande figuur gemarkeerd met een rode lijn) maken deel uit van een groter plangebied (onderstaand met een groene lijn weergegeven), waarin ook de terreindelen van Bo-rent en KwikFit zijn begrepen. De terreindelen van Bo-rent en KwikFit worden in een latere fase onderzocht. De XY-coördinaten van de onderzoekslocatie, waarvan de topografische ligging is weergegeven in bijlage 1, zijn: X: 84.600 en Y: 446.390. De onderzoekslocatie is verder weergegeven in figuur 2.1, op de kadastrale kaart in bijlage 1.1 en de situatietekening in bijlage 1.2. Figuur 2.1: Satellietfoto onderzoekslocatie (bron: Google Maps)
De onderzoekslocatie is te verdelen in twee deelgebieden, te weten het ‘Broos-terrein’ en het ‘Flier-terrein’. Het ‘Broos-terrein’ beslaat de percelen 1360, 1585 en 2633. Het terreindeel van Zuideinde 100 (percelen 1360 en 2633) wordt momenteel gebruikt als parkeerplaats en stalling, opslag van de keukenzaak van Broos en is geheel verhard met tegels en klinkers. In het pand aan de Abtswoudseweg 4a-4d (perceel 1585) is momenteel een keukenzaak gevestigd. Het pand is verhard met tegels. Het buitenterrein is verhard het klinkers. Het ‘Flier-terrein’ betreft het terrein van Abtswoudseweg 4e/4f (perceel 1584). In het pand op dat perceel is een werkplaats aanwezig. Het pand is geheel voorzien van een betonvloer. Ook het buitenterrein aan de straatzijde is verhard met beton. Verkennend en aanvullend (asbest)onderzoek Zuideinde - Abtswoudseweg te Delft 18-2318-R01JV
pag. 2 van 18