CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij de toelichting

Commissie Ruimte en Verkeer 23 november 2023, gemeente DelftBij agendapunt: Voorstel van het college aan de raad inzake bestemmingsplan TS-MS Station Delft (nr. 2345713)26.417 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

0,0

150

0,1

0,0

zwaar vrachtverkeer

Tabel 3.3 Samenstelling zwaar verkeer Type

Aantal vrachtwagens per jaar

aanvoer materieel

125

aanvoer beton

25

De verkeersbewegingen zijn in AERIUS-Calculator gemodelleerd als een lijnbron ‘Wegverkeer - Binnen Bebouwde Kom, tot aan het punt waarop het verkeer opgaat in het heersende verkeersbeeld1. Op basis van de afstand van de route, het aantal voertuigen en het type verkeer berekent AERIUS-Calculator zelf de bijbehorende emissies. De route is als lijn gemodelleerd, waardoor het aantal voertuigen is verdubbeld om tot het aantal bewegingen (heen en weer) te komen. Stationair draaien Naast de emissies veroorzaakt door verkeersbewegingen, vinden er ook emissies plaats bij het laden en lossen van stoffen, afkomstig van het stationair draaien van de vrachtwagenmotoren. Er wordt uitgegaan van een stationaire tijd van 10 minuten per beweging (alleen heen) van vrachtwagens (zwaar verkeer). Om de stikstofemissies tijdens het stationair draaien te berekenen is aangesloten bij de rekenmethodiek uit de instructie gegevensinvoer AERIUS 2 met de volgende formule: EF = EF_stationair*Tijd_stationair Waarbij: - Tijd_stationair: het aantal draaiuren van het mobiele werktuig bij stationair draaien (uur/jaar); - EF_stationair: de emissiefactor tijdens stationair draaien (g/uur)3 De stikstofemissies afkomstig van het stationair draaien van vrachtwagenmotoren tijdens het laden en lossen, zijn in AERIUS-Calculator ingevoerd als puntbron, onder de sector ‘Anders’ en weergegeven in bron 3.

Hier zijn vervolgens handmatig de NOx en NH3 emissie ingevoerd.

Tabel 3.5 Emissieberekening stationair draaien zwaar vrachtverkeer Emissie type NH3

Emissiefactor [g/u]

Stationair draaitijd [u/jaar]

Emissie [kg/jaar]

0,9054

25,0

0,023

1

Expertiseteam Stikstof en Natura 2000, Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2023, d.d. oktober 2023.

2

Expertiseteam Stikstof en Natura 2000, Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2023, d.d. oktober 2023.

3

Expertiseteam Stikstof en Natura 2000, Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2023, d.d. oktober 2023.

5|6

Witteveen+Bos | 136500/23-016.528 | Definitief

Emissie type NOx

3.2

Emissiefactor [g/u]

Stationair draaitijd [u/jaar]

Emissie [kg/jaar]

71,0118

25,0

1,78,0

Gebruiksfase

Voor het trafostation vinden tijdens de gebruiksfase enkel stikstofemissies plaats als gevolg van wegverkeer. Het gaat hierbij vooral om kleine personenbusjes van Stedin Operations, die gebruikt worden voor bijvoorbeeld inspecties, reparaties en onderhoud. Tijdens de bouwfase (zie paragraaf 3.1.2) vond bij 1.500 maal ‘licht verkeer’ per jaar (en het zware verkeer en werktuigen) geen depositie plaats. Daarom kan geconcludeerd worden dat tijdens de gebruiksfase met 250 maal ‘licht verkeer’ per jaar ook geen depositie plaats zal vinden.

3.3

Rekenmodel

De stikstofdepositieberekeningen zijn met het wettelijk rekeninstrument AERIUS-versie 2023 uitgevoerd. Versie 2023 is op het moment van schrijven van dit rapport de meest actuele versie. De rekenmethode van AERIUS is in beheer van het RIVM. De bijdrage aan stikstofdepositie (in mol N/ha/j) wordt door AERIUS automatisch berekend op alle stikstofgevoelige habitattypen binnen Natura 2000-gebieden. Stikstofgevoelige habitattypen waar sprake is van een depositiebijdrage van 0,005 mol N/ha/j of hoger worden in AERIUS weergegeven.

4

RESULTAAT & CONCLUSIE

De in het vorige hoofdstuk opgenomen emissiebronnen zijn in AERIUS Calculator gemodelleerd en doorgerekend. Uit de berekening blijkt dat er tijdens de bouwfase en gebruiksfase geen sprake is van stikstofdeposities op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. Daarmee kunnen mogelijke significante negatieve effecten door stikstofdepositie op voorhand worden uitgesloten. Er geldt geen vergunningsplicht in het kader van de Wet natuurbescherming.

6|6

Witteveen+Bos | 136500/23-016.528 | Definitief

I BIJLAGE: AERIUS-BEREKENING BOUWFASE

Witteveen+Bos | 136500/23-016.528 | Bijlage I | Definitief

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Walter Stationsweg 5, 4811 AX Breda Delft 7 AERIUS 2023

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RUwprPx9ibew 18 oktober 2023, 09:09 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Situatie 1 - Beoogd Situatie 1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

RUwprPx9ibew (18 oktober 2023)

2024 -

0,2 kg/j

377,3 kg/j

2/7

Projectberekening

Situatie 1 (Beoogd), rekenjaar 2024 Emissiebronnen 1 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | mobiele werktuigen 3 Anders... | Anders... | stationaire uitstoot  Verkeersnetwerk

RUwprPx9ibew (18 oktober 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

0,2 kg/j 375,3 kg/j 23,0 g/j 1,8 kg/j 5,4 g/j 0,2 kg/j

3/7

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RUwprPx9ibew (18 oktober 2023)

4/7

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

RUwprPx9ibew (18 oktober 2023)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)

-

-

5/7

Projectberekening

Situatie 1, Rekenjaar 2024 1

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Locatie Oppervlakte

mobiele werktuigen X:82670,13 Y:444540,67 0,19 ha

NOₓ NH₃

Naam

Stageklasse

Draaiuren AdBlue verbruik

Stof Emissie

Aggregaat

Stage-IIIA, 2006-2010, <= 56 kW, diesel, 2440 l/j SCR: nee

1000 u/j

NOₓ 78,2 kg/j

Graafmachine Stage-IIIA, 2006-2010, 75-560 kW, diesel, 5536 l/j SCR: nee

400 u/j

NH₃ 18,3 g/j NOₓ 85,0 kg/j

Hijskraan

Stage-IIIA, 2006-2010, 75-560 kW, diesel, 6920 l/j SCR: nee

500 u/j

Shovel

Stage-IIIA, 2006-2010, 75-560 kW, diesel, 2076 l/j SCR: nee

150 u/j

NH₃ 41,5 g/j NOₓ 106,3 kg/j NH₃ 51,9 g/j NOₓ 31,9 kg/j

Stage-IIIA, 2006-2010, 75-560 kW, diesel, 1954 l/j SCR: nee

100 u/j

NH₃ 15,6 g/j NOₓ 29,8 kg/j

Betonwagen Stage-IIIA, 2006-2010, 75-560 kW, diesel, 2904 l/j SCR: nee

100 u/j

NH₃ 14,7 g/j NOₓ 44,1 kg/j

Heistelling

2

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

verkeersbewegingen X:82719,5 Y:444570,61 103,63 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 3

Brandstof­verbruik

375,3 kg/j 0,2 kg/j

Anders... | Anders...

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Naam stationaire uitstoot Uittreedhoogte Locatie X:82670,12 Warmteinhoud Y:444540,67 Spreiding Oppervlakte 0,19 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie

RUwprPx9ibew (18 oktober 2023)

0,0 m 0,000 MW 0m

NH₃ 21,8 g/j Links Rechts NOₓ 0,2 kg/j Type scherm - - NO₂ 49,6 g/j Hoogte - - NH₃ 5,4 g/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigbewegingen

In file

3.000,0 /jaar 0,0 /jaar 300,0 /jaar 0,0 /jaar

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

NOₓ NH₃

1,8 kg/j 23,0 g/j

6/7

Projectberekening

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023_20231004_fd8d865135 Database versie 2023_fd8d865135_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RUwprPx9ibew (18 oktober 2023)

7/7

Bestemmingsplanwijziging HS Station Delft Verkennend bodemonderzoek - fase 2

Stedin Netbeheer B.V. 23 oktober 2023

Project Opdrachtgever

Document Status Datum Referentie

Projectcode Projectleider Projectdirecteur

Auteur(s) Gecontroleerd door Goedgekeurd door

Bestemmingsplanwijziging HS Station Delft Stedin Netbeheer B.V.

Verkennend bodemonderzoek - fase 2 Definitief 23 oktober 2023 126651/23-016.760

126651 Ing. J.C. Mendez Groot Ir. F. de Bruijn

N.F.C. Veldt BSc R. Zwiggelaar en R. Scholten MSc Ing. J.C. Mendez Groot

Paraaf

Adres

Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. Leeuwenbrug 8 Postbus 233 7400 AE Deventer +31 (0)570 69 79 11 www.witteveenbos.com KvK 38020751 De afbeelding op de titelpagina betreft een afbeelding van Google maps, d.d. november 2022.

Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos is gecertificeerd op basis van ISO 9001. © Witteveen+Bos Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Witteveen+Bos noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Witteveen+Bos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Witteveen+Bos geleverde document.

INHOUDSOPGAVE

1

INLEIDING

5

1.1

Algemeen

5

1.2

Aanleiding en doel

5

1.3

Kwaliteitsborging

6

1.4

Leeswijzer

6

2

VOORONDERZOEK

7

2.1

Algemeen

7

2.2

Beschrijving onderzoekslocatie inclusief huidig en toekomstig gebruik

7

2.3

Beschikbare informatie bodemkwaliteit

8

2.4

Beschrijving vigerend bodembeleid

8

2.5

Conclusie

9

3

VELDONDERZOEK

10

3.1

Algemeen

10

3.2

Uitgevoerde werkzaamheden

10

3.3

Resultaten veldonderzoek

11

4

CHEMISCH ONDERZOEK

12

4.1

Algemeen

12

4.2

Uitgevoerd chemisch onderzoek

12

4.3

Uitgevoerd chemisch onderzoek

13

4.4

Toetsingskader

13

4.5

Toetsingsresultaten

14

5

BESPREKING RESULTATEN

15

5.1

Grond

15

5.2

Grondwater

16

5.3

Toetsing onderzoekshypothese en -strategie

16

6

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

17

6.1

Aanleiding en doel

17

6.2

Conclusies

17

6.2.1 6.2.2 6.2.3

17 18 18

6.3

7

Grond Grondwater Resumé

Aanbevelingen

18

6.3.1

Bodem

18

REFERENTIES

19

Laatste pagina

19

Bijlage(n)

Aantal pagina's

I

Kwaliteitsborging

2

II

Regionale situatie

1

III

Lokale situatie met monsterpunten

1

IV

Boorprofielen

3

V

Analysecertificaten

13

VI

Toetsingstabellen

15

1 INLEIDING 1.1

Algemeen

In navolging van het eerder uitgevoerde vooronderzoek bodem [ref. 1] conform de NEN 5725 [ref. 2] en het verkennende bodemonderzoek [ref. 3] conform de NEN 5740 [ref. 4] is in opdracht van de Stedin Netbeheer B.V. door Witteveen+Bos een aanvullend verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ten zuiden van het eerder onderzochte terrein, ter plaatse van de Kerkpolderweg te Delft.

1.2

Aanleiding en doel

De aanleiding van het uitvoeren van dit verkennende bodemonderzoek is de voorgenomen bouw en aanleg van een schakelstation en drie transformatorcellen ter plaatse van de Kerkpolderweg te Delft. Het bestaande transformatorstation op de hoek Buitenhofdreef/Sadatweg heeft onvoldoende capaciteit. De capaciteit zal daarom uitgebreid moeten worden. Deze uitbreiding is niet mogelijk op de bestaande locatie, waardoor nieuwbouw nabij de bestaande locatie nodig is. Met de realisatie van een schakelstation en drie transformatorcellen wordt beoogd in de energievoorziening van het pompstation van WarmtelinQ te voorzien en de energievoorziening voor de inwoners en bedrijven van de wijk Tanthof te Delft te kunnen blijven garanderen. Voor deze uitbreiding is een bestemmingsplanwijziging noodzakelijk. Ten behoeve van de bestemmingsplanwijziging is inzicht nodig in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem om te kunnen beoordelen of de huidige kwaliteit geschikt is voor het beoogde gebruik.

Het doel van het uitvoeren van een milieuhygiënisch bodemonderzoek is meerledig, te weten: - het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem; - het (op indicatieve wijze) bepalen van de (eventuele) hergebruiksmogelijkheden van vrijkomende bodem; - bepalen of de actuele milieuhygiënische kwaliteit voldoet aan het huidige en toekomstige gebruik van de locatie; - bepalen of het aannemelijk kan worden geacht of er risico’s voor de volksgezondheid en/of milieu aanwezig zijn; - bepalen of de milieuhygiënische kwaliteit een belemmering zou kunnen vormen voor de voorgenomen werkzaamheden. Met de onderzoeksresultaten kan beoordeeld worden of er een wettelijke grondslag bestaat tot het uitvoeren van een nader onderzoek. Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740 [ref. 2]. De interpretatie van de onderzoeksresultaten heeft plaatsgevonden aan de hand van de ‘Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013’ [ref. 3] en het Besluit bodemkwaliteit en de bijbehorende Regeling [ref. 4 en 5].

5 | 19

Witteveen+Bos | 126651/23-016.760 | Definitief

In afbeelding 1.1 is het onderzoeksgebied weergegeven.

Afbeelding 1.1 Onderzoekslocatie (huidige onderzoekslocatie rood gemarkeerd, voorgaande onderzoekslocatie zwart gemarkeerd) afbeelding noord gericht (Bron: ESRI data)

1.3

Kwaliteitsborging

Het project is uitgevoerd volgens het kwaliteitssysteem van Witteveen+Bos dat gecertificeerd is conform ISO 9001. Witteveen+Bos voldoet aan de veiligheidsmanagementnorm VCA**. Het veldwerk is uitgevoerd onder het BRL SIKB 2000 procescertificaat van SIALTECH B.V. (zie bijlage I).

1.4

Leeswijzer

Dit rapport is als volgt opgebouwd: - vooronderzoek (hoofdstuk 2); - veldonderzoek (hoofdstuk 3); - chemisch onderzoek (hoofdstuk 4); - bespreking resultaten (hoofdstuk 5); - conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 6); - referenties (hoofdstuk 7).

6 | 19

Witteveen+Bos | 126651/23-016.760 | Definitief

2 VOORONDERZOEK 2.1

Algemeen

Met een vooronderzoek wordt door archief- en dossieronderzoek informatie verzameld over het voormalig, huidig en toekomstig bodemgebruik, de bodemopbouw en geohydrologie. Dit vooronderzoek is met name gericht op het achterhalen van mogelijke bronnen van verontreiniging(en). Het vooronderzoek heeft zich specifiek gericht op de onderzoekslocatie met een zone tot 25 meter buiten de projectcontour van het onderzoeksgebied en is uitgevoerd conform de NEN 5725 [ref. 1]. De belangrijkste informatie uit het vooronderzoek is in de navolgende paragrafen overgenomen.

2.2

Beschrijving onderzoekslocatie inclusief huidig en toekomstig gebruik

In tabel 2.1 zijn de belangrijkste gegevens opgenomen. De ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven op de regionale situatie in bijlage II. De onderzoekslocatie betreft een grondwal ten noorden van de N470, Kruithuisweg. De kruin van de grondwal fungeert als de begrenzing van de wegberm. Het plangebied beslaat een oppervlakte van circa 950 m2. De onderzoekslocatie is niet gelegen in een boringsvrije zone, waterbeschermingszone of waterwingebied.

Afbeelding 2.1 Begrenzing wegbermen (bron: Nota duurzaam bodembeheer gemeente Delft, 2018)

7 | 19

Witteveen+Bos | 126651/23-016.760 | Definitief

Tabel 2.1 Beschrijving en gegevens onderzoekslocatie eigenaar

Gemeente Delft

ligging locatie

Kerkpolderweg in Delft, Nabij afslag 14 van de A4

kadastrale aanduiding

gemeente Delft (DEL00), sectie R, nummer 6806

oppervlakte onderzoekslocatie

circa 950 m2

coördinaten RD (middelpunt)

x = 82677,74 ; y = 444533,69

regionale grondwaterstroming

Er is sprake van een infiltratiesituatie. Het diepere grondwater heeft een noordoostelijke stromingsrichting.

waterschap

Hoogheemraadschap van Delfland

gebruik locatie: -

voormalig

agrarisch

-

huidig

recreatie

-

toekomstig

hoogspanningsstation

2.3

Beschikbare informatie bodemkwaliteit

In 2021 is een vooronderzoek bodem [ref. 1] en 2022 is een verkennend bodemonderzoek [ref. 3] uitgevoerd ten zuiden van de huidige onderzoekslocatie. Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat in zowel de bovengrond als de ondergrond zijn voor de geanalyseerde parameters (NEN 5740 pakket en PFAS) geen verhoogde gehalten gemeten. Op basis van indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit voldoet de grond aan klasse ‘altijd toepasbaar’. In het grondwater is een matig verhoogde concentratie aan zink gemeten. De concentraties aan koper, molybdeen en barium zijn licht verhoogd gemeten. De matig verhoogde concentratie aan zink wordt gerelateerd aan verstoorde meetwaarde omdat de betreffende peilbuis in een plas regenwater heeft gestaan. Uit het asbestonderzoek blijkt dat zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest is aangetoond in de onderzochte monsters. Ten zuidwesten van de onderzoekslocatie, op circa 25 meter afstand, is in 2019 een beperkt verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ten behoeve van het vervangen van een lichtmast aan de Burgermeestersrand. In de bovengrond (0,0 - 0,5 m-mv) zijn zintuiglijke bijmengingen met plastic en puin waargenomen. Ook is in de ondergrond (0,5 - 1,0 m-mv) een zintuiglijke bijmenging met puin waargenomen.

In zowel de boven- als de ondergrond zijn geen gehalten gemeten die de achtergrondwaarde en/of de detectielimiet overschrijden. De grondmonsters zijn niet geanalyseerd op asbest[ref. 9]. In 2018 is en onderzoeksgebied ten westen van de huidige onderzoekslocatie nabij de Kerkpolderweg onderzocht. In het onderzoek wordt geconcludeerd dat ter hoogte van de huidige onderzoekslocatie aan de Kerkpolderweg geen verontreinigingen verwacht worden op basis van de historische gegevens en de bodemkwaliteitskaart. Het uitvoeren van verkennend onderzoek zou hierdoor niet noodzakelijk zijn [ref. 8].

2.4

Beschrijving vigerend bodembeleid

Voor de gemeente Delft is een Nota duurzaam bodembeheer en een Bodemkwaliteitskaart opgesteld [ref. 10 en 11]. Voor de onderzoekslocatie zijn de bodemkwaliteitskaarten in juli 2021 geraadpleegd. Uit de informatie van de bodemkwaliteitskaarten blijkt voor de locatie het volgende: - bodemfunctieklasse landbouw/natuur; - bodemkwaliteitszone bovengrond (0 - 0,5 m-mv) landbouw/natuur; ondergrond (0,5 - 2,0 m-mv) landbouw/natuur;

8 | 19

Witteveen+Bos | 126651/23-016.760 | Definitief

-

ontgravingskaart

-

toepassingskaart

bovengrond (0 - 0,5 m-mv) ondergrond (0,5 - 2,0 m-mv) bovengrond (0 - 0,5 m-mv) ondergrond (0,5 - 2,0 m-mv)

wonen; landbouw/natuur; landbouw/natuur; landbouw/natuur.

Uit de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Delft blijkt dat voor de kwaliteit van te ontgraven bovengrond (ontgravingskaart) bodemkwaliteitsklasse ‘wonen’ van toepassing is. Voor de ondergrond is de bodemkwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’ van toepassing. Voor eventueel toe te passen grond, voor zowel de boven- als de ondergrond, geldt de toepassingseis dat de grond moet voldoen aan bodemkwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’. Op basis van de bodemkwaliteitskaart is vrij grondverzet binnen de gemeente Delft mogelijk wanneer de kwaliteit van de te ontgraven grond overeenkomt met de toepassingseis ter plaatse van de toepassingslocatie. Als er grond vrijkomt uit het traject dieper dan 2,0 m-mv, gelden in principe dezelfde regels als voor de bovenliggende bodemlaag. Aangenomen mag worden dat de (diepere) ondergrond gelijk van kwaliteit of schoner is dan de bodem erboven De geldigheidsduur van de bodemkwaliteitskaart is conform artikel 4.3.5 lid van de Regeling bodemkwaliteit niet overschreden. De kaart stamt uit 2017 en heeft een geldigheidsduur van vijf jaar. Vanaf oktober 2022 is de geldigheidsduur van de kaart formeel overschreden. PFAS De gemeente Delft werkt aan eigen PFAS-beleid dat wordt vastgelegd in de bodembeheernota. Tot die tijd accepteert de gemeente de toepassingsnormen zoals is vastgesteld is het Handelingskader PFAS [ref. 12].

Een overzicht van de toepassingsnormen voor PFAS zijn in onderstaande tabel weergegeven.

Tabel 2.2 Toepassingsnorm PFAS gehalten Stoffengroep

Toepassingsnorm van grond μg/kg d.s.

PFOA (µg/kg) toepassen grond

1,9

PFOS (µg/kg)

1,4

Overige PFAS (µg/kg)

1,4

2.5

Conclusie

Op de onderzoeklocatie zijn geen bodembelastende activiteiten bekend. Voorafgaand aan het realiseren van nieuwbouw is het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek echter wel noodzakelijk. Aangezien geen aanleggegevens beschikbaar zijn van de grondwal kan niet uitgesloten worden dat de locatie vrij is van verontreiniging. Voor het uitvoeren van bodemonderzoek, wordt de onderzoeksstrategie een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, niet-lijnvormig, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming (NEN 5740; VED-HE-NL) als meest doelmatig beoordeeld om de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vast te stellen.

9 | 19

Witteveen+Bos | 126651/23-016.760 | Definitief

3 VELDONDERZOEK 3.1

Algemeen

Het veldonderzoek is op 24 november en 1 december 2022 uitgevoerd door Sialtech B.V. De werkzaamheden zijn uitgevoerd volgens de in bijlage I genoemde protocollen en erkenningen.

3.2

Uitgevoerde werkzaamheden

In tabel 3.1 zijn de onderzoeksinspanningen van het weergegeven.

Tabel 3.1 Onderzoeksinspanningen veldonderzoek Locatie en oppervlakte

norm en onderzoeksstrategie

Veldonderzoek

Chemisch onderzoek NEN 5740

grondwal

NEN 5740 VED-HE-NL

3 x boring tot 0,5 m-mv 1 x boring tot 2,0 m-mv 1 x freatische peilbuis

2 x NEN 5740 grond en 1 x PFAS 1 x NEN 5740 grondwater

Naast de in tabel 3.1 vermelde werkzaamheden zijn nog de volgende werkzaamheden uitgevoerd: verzorgen van een graafmelding Klic bij het Kadaster om de ligging van (publieke) kabels en leidingen inzichtelijk te maken; inspectie van de onderzoekslocatie en het maaiveld; monsterneming grond en fundering; in principe is per halve meter een geroerd monster genomen. Afwijkende bodemlagen zijn apart bemonsterd; beschrijving van de boorprofielen conform NEN 5104; zintuiglijk onderzoek en karakterisering van de grond en het grondwater; afpompen en spoelen van het grondwater na plaatsen van de peilbuis; monsterneming van het grondwater na een wachttijd van minimaal één week; in situ meting van de zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC/EGV) en de troebelheid (NTU) van het grondwater; inmeten van de boorpunten met 06-GPS. Bij het uitvoeren van de boringen is aanvullend gebruik gemaakt van de olie detectie pan methode. Bij deze methode wordt grond in water gebracht. Indien op het water een verkleuring of film wordt waargenomen kan dit een indicatie zijn voor de aanwezigheid van olie in grond. Mede op basis van deze aanvullende waarnemingen vindt de monsterselectie voor het chemisch analytisch onderzoek plaats. De positie van de boringen en de peilbuis is weergegeven in bijlage III. In bijlage IV zijn de boorprofielen opgenomen.

10 | 19

Witteveen+Bos | 126651/23-016.760 | Definitief

3.3

Resultaten veldonderzoek

Waarnemingen grond De bodemlaag 0,0 tot 1,8 m-mv bestaat overwegend uit matig fijn zand. Plaatselijk is klei waargenomen in de bovengrond. Vanaf 1,8 m-mv is een kleilaag waargenomen. Onder de kleilaag is vanaf 2,5 m-mv een veenlaag waargenomen. Waarnemingen grondwater De grondwaterstand is waargenomen op een diepte van 1,1 m-mv. In tabel 3.2 zijn de resultaten van de in situ metingen en waarnemingen van het grondwater opgenomen. Tabel 3.2 Resultaten metingen grondwater Peilbuisnummer

Filterstelling (m-bopb)

Grondwaterstand (mmv)

Zuurgraad (pH)

Elektrisch geleidingsvermogen (EC/EGV; µS/cm)

Troebelheid (NTU)

Temperatuur (°C)

PB01

2,00 - 3,00

1,12

6,0

1475

11,4

12,1

Aan het grondwater zijn zintuiglijk geen afwijkingen waargenomen. De in situ gemeten elektrische geleidbaarheid (EC/EGV) en zuurgraad (pH) van het grondwater wijken niet af van wat op basis van grondsoort en ligging van de locatie verwacht mag worden. De gemeten troebelheid van het grondwater in de peilbuis is verhoogd ten opzichte van wat de norm (NEN 5744; 10 NTU) voorschrijft. Een verhoogde troebelheid kan leiden tot verhoogde analyseresultaten voor organische stoffen. Bij de beoordeling van de analyseresultaten wordt beoordeeld of de verhoogde troebelheid een oorzaak kan zijn.

11 | 19

Witteveen+Bos | 126651/23-016.760 | Definitief

4 CHEMISCH ONDERZOEK 4.1

Algemeen

De chemische analyses zijn uitgevoerd door Eurofins Analytico B.V. te Barneveld. De werkzaamheden zijn uitgevoerd volgens de in bijlage I genoemde kwaliteitsprotocollen.

4.2

Uitgevoerd chemisch onderzoek

Voor het bepalen van de bodemkwaliteit is onder andere gebruik gemaakt van de in tabel 4.1 vermelde standaard analysepakketten.

Tabel 4.1 Analysepakketten chemisch onderzoek Stofnaam/parameter

Analysepakket NEN 5740 Grond

Grondwater

droge stof

+

-

organisch stofgehalte/lutum (< 2 µm)

+

-

metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn)

+

+

polychloorbifynilen (PCB)1

+

-

+

-

-

+

-

+

+

+

polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK)2 vluchtige aromatische koolwaterstoffen

3

vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen

4

minerale olie (GC; C10-C40) Toelichting: 1

PCB 28, 52, 101, 118, 138, 153 en 180.

2

Antraceen, benzo(a)antraceen, benzo(k)fluoranteen, benzo(a)pyreen, chryseen, fenantreen, indeno(1,2,3-cd)pyreen, naftaleen en benzo(ghi)peryleen.

3

Benzeen, tolueen, ethylbenzeen, som-xylenen (som o, m, p), styreen en naftaleen.

4

Vinylchloride, 1,1-dichloortheen, dichloormethaan, trans-1,2-dichlooretheen, cis-1,2-dichloortheen, som 1,2-dichlooretheen, 1,1-dichloorethaan, chloroform, 1,1,1-trichloorethaan, tetrachloormethaan, 1,2-dichloorethaan, trichlooretheen, 1,2dichloorpropaan, 1,1-dichloorpropaan, 1,3-dichloorpropaan, som dichloorpropanen, 1,1,2-trichloorethaan, tetrachlooretheen en bromoform.

+

behoort tot analysepakket

-

behoort niet tot analysepakket

12 | 19

Witteveen+Bos | 126651/23-016.760 | Definitief

4.3

Uitgevoerd chemisch onderzoek

Bodem Voor het bepalen van de bodemkwaliteit is gebruik gemaakt van het standaard analysepakket NEN 5740 grond en grondwater. Daarbij is een PFAS analyse ingezet voor het analyseren van de bovengrond, de potentieel meest belaste laag. In tabel 4.2 (grond) en 4.3 (grondwater) zijn de uitgevoerde chemische analyses, inclusief een beknopte motivatie/toelichting, gegeven. De grondmengmonsters zijn geselecteerd op basis van de verdeling over de onderzoekslocatie, de diepte, de grondsoort, de antropogene en/of zintuiglijk waargenomen bijmengingen en de beoogde representativiteit.

Tabel 4.2 Analyseprogramma grond Monstercode

Boring- en monsternummer(s)

Traject monsterneming (m-mv)

Analyse

Motivatie/toelichting

M01

HB03 (0,00 - 0,50)

0,00 - 0,50

standaardpakket NEN 5740

bepaling milieuhygiënische kwaliteit van de bovengrond; klei; potentieel belaste laag;

MM01

HB01 (0,00 - 0,50) HB02 (0,00 - 0,50) HB03 (0,00 - 0,50) PB01 (0,00 - 0,40)

0,00 - 0,50

standaardpakket NEN 5740

bepaling milieuhygiënische kwaliteit van de bovengrond; klei; potentieel belaste laag;

MM02

HB01 (1,80 - 2,00) PB01 (1,80 - 2,30)

1,80 - 2,30

standaardpakket NEN 5740

bepaling milieuhygiënische kwaliteit van de ondergrond; kleilaag.

PFAS MM01

HB01 (0,00 - 0,50) HB02 (0,00 - 0,50) HB03 (0,00 - 0,50) PB01 (0,00 - 0,40)

0,00 - 0,50

standaardpakket NEN 5740

bepaling milieuhygiënische kwaliteit van de bovengrond; zand; potentieel belaste laag;

PFAS (28)

Tabel 4.3 Analyseprogramma grondwater Peilbuisnummer

Filterstelling (m-mv)

Analyse

Motivatie/toelichting

PB 01

2,00 - 3,00

standaardpakket NEN 5740

bepaling milieuhygiënische kwaliteit grondwater

4.4

Toetsingskader

De resultaten van het bodemonderzoek conform de NEN 5740 zijn getoetst aan de ‘Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013’ [ref. 6] en de Regeling, behorende tot het Besluit bodemkwaliteit [ref. 8]. De resultaten van de grond zijn indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit en de bijbehorende Regeling [ref. 7 en 8] (generiek beleid).

13 | 19

Witteveen+Bos | 126651/23-016.760 | Definitief

De resultaten PFAS zijn getoetst aan het Handelingskader PFAS (generiek beleid) [ref. 12] en de Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging PFAS voor grond en grondwater [ref. 13]. Opgemerkt wordt dat het PFAS beleid van de gemeenten Delft aansluit op het Handelingskader PFAS. Voor een toelichting op de gehanteerde toetsingskaders wordt verwezen naar bijlage I.

Tabel 4.4 Toetsingskader PFAS voor grond in µg/kg d.s. in standaard bodem PFOS

PFOA

Overige PFAS

1,4

1,9

1,4

wonen 1

3

7

3

industrie 1

3

7

3

boven grondwaterniveau landbouw/natuur 1

Toelichting: 1

toepassingsnormen voor het toepassen van grond en baggerspecie boven grondwaterniveau, afhankelijk van de bodemfunctieklasse [ref. 11].

4.5

Toetsingsresultaten

De toetsing heeft plaatsgevonden met BoToVa gevalideerde software. Dit is hét uniforme digitale toetsingsprogramma voor de vertaling van de meest actuele toetsregels en normen uit de Wet bodembescherming, het Besluit bodemkwaliteit en de Circulaire Bodemsanering. Toetsingstabellen De toetsingstabellen van de toetsing aan de achtergrond-, streef-, en interventiewaarden zijn opgenomen in bijlage VI. In deze tabellen zijn de analyseresultaten, het geanalyseerde en gestandaardiseerde gehalte c.q. gehanteerde lutum- en humusgehalte en de overschrijdingen ten opzichte van het toetsingskader opgenomen.

14 | 19

Witteveen+Bos | 126651/23-016.760 | Definitief

5 BESPREKING RESULTATEN 5.1

Grond

In tabel 5.1 zijn de toetsingsresultaten weergegeven. In bijlage V zijn de analysecertificaten weergegeven. In bijlage VI zijn de toetsingstabellen weergegeven.

Tabel 5.1 Analyseresultaten Samenstelling

Traject m-mv

Zintuiglijke waarneming

> AW ≤ I

>I

Indicatieve toetsing Bbk#

M01

HB03 (0,00 - 0,50)

0,00 - 0,50

geen olie-water reactie

-

-

Altijd toepasbaar

MM01

HB01 (0,00 - 0,50) HB02 (0,00 - 0,50) HB03 (0,00 - 0,50) PB01 (0,00 - 0,40)

0,00 - 0,50

geen olie-water reactie

PAK 10 VROM (0,02)

-

Altijd toepasbaar

MM02

HB01 (1,80 - 2,00) PB01 (1,80 - 2,30)

1,80 - 2,30

geen olie-water reactie

-

-

Altijd toepasbaar

Monstercode

Toelichting: -

geen zintuiglijke afwijking/verhoogd gehalte/niet van toepassing.

(n)

Index (Index = (gestandaardiseerde meetwaarde - achtergrondwaarde) / (interventiewaarde - achtergrondwaarde)); #om een uitspraak te doen over mogelijk hergebruik op de locatie of elders, wordt het volledige standaardpakket NEN 5740 beoordeeld.

In de bovengrond is een licht verhoogd gehalte PAK gemeten. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten gemeten voor de geanalyseerde parameters. Op basis van indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit voldoet de grond aan klasse ‘altijd toepasbaar’. PFAS In bijlage VI zijn de analysecertificaten opgenomen van de uitgevoerde chemische analyses. De resultaten en toetsing van de PFAS die het meest voorkomen (PFOS en PFOA) zijn weergegeven in tabel 5.2.

Tabel 5.2 Resultaten PFAS Monstercode

Samenstelling (traject m-mv)

∑ PFOA (µg/kg d.s.)

∑ PFOS (µg/kg d.s.)

Overige PFAS (> detectielimiet)

PFAS MM01

0,00 - 0,50

0,5

0,5

PFBA 0,2

15 | 19

Witteveen+Bos | 126651/23-016.760 | Definitief

Op basis van dit onderzoek blijkt dat de bovengrond van de onderzoekslocatie niet belast te zijn met PFAS. Er zijn geen gehalten gemeten boven de toepassingsnorm voor bodemkwaliteitsklasse ‘Landbouw/Natuur’.

5.2

Grondwater

In tabel 5.3 zijn de toetsingsresultaten van het grondwater weergegeven.

Tabel 5.3 Toetsingsresultaten Peilbuisnummer

Filterstelling (m-mv)

>S ≤ I

>I

PB01

2,00 - 3,00

Barium (0,1) Naftaleen (-) Tetrachlooretheen (Per) (-)

-

Toelichting: -

geen verhoogd gehalte

(n)

Index

In het grondwater zijn licht verhoogd concentraties aan barium, naftaleen en tetrachlooretheen gemeten.

5.3

Toetsing onderzoekshypothese en -strategie

Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese en -strategie gedefinieerd die als meest doelmatig is beoordeeld om de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vast te stellen. In tabel 5.5 is deze weergegeven. Tevens is op basis van de resultaten van het onderhavige onderzoek aangegeven of de onderzoekshypothese en -strategie (on)juist en/of doelmatig is gebleken.

Tabel 5.4 Toetsing onderzoekshypothese en -strategie Deellocatie

Matrix

Norm

Onderzoekshypothese en -strategie

(On)juist

Doelmatig (ja/nee)

Kerkpolderweg

bodem

NEN 5740

VED-HE-NL

juist

ja

Voor het onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit is met het uitgevoerde veld- en chemisch onderzoek voldaan aan de benodigde onderzoeksinspanningen en de hoeveelheid analyses conform dan wel gebaseerd op de toegepaste norm, onderzoekshypothese en -strategie. Er zijn geen afwijkingen ten opzichte van deze norm opgetreden.

16 | 19

Witteveen+Bos | 126651/23-016.760 | Definitief

6 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN In navolging van het eerder uitgevoerde vooronderzoek bodem [ref. 1] conform de NEN 5725 [ref. 1] is in opdracht van de Stedin Netbeheer B.V. door Witteveen+Bos een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de Kerkpolderweg te Delft.

6.1

Aanleiding en doel

De aanleiding van het uitvoeren van dit verkennende bodemonderzoek is de voorgenomen bouw en aanleg van een schakelstation en drie transformatorcellen ter plaatse van de Kerkpolderweg te Delft. Het doel van het uitvoeren van een milieuhygiënisch bodemonderzoek is meerledig, te weten: - het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem onder de (half)verharding; - het (op indicatieve wijze) bepalen van de (eventuele) hergebruiksmogelijkheden van vrijkomende bodem en eventueel aanwezige fundatie; - bepalen of de actuele milieuhygiënische kwaliteit voldoet aan het huidige en toekomstige gebruik van de locatie; - bepalen of het aannemelijk kan worden geacht of er risico’s voor de volksgezondheid en/of milieu aanwezig zijn; - bepalen of de milieuhygiënische kwaliteit een belemmering zou kunnen vormen voor de voorgenomen werkzaamheden. Met de onderzoeksresultaten kan beoordeeld worden of er een wettelijke grondslag bestaat tot het uitvoeren van een nader onderzoek.

6.2

Conclusies

6.2.1

Grond

Tijdens de veldwerkzaamheden is gebleken dat de grondwal ter plaatse van de onderzoekslocatie circa 1,8 m hoog is. Vanaf 1,8 m-mv is het oorspronkelijke maaiveld aangetroffen. In het opgeboorde materiaal zijn zintuiglijk geen bijmengingen waargenomen. In de bovengrond is een licht verhoogd gehalte PAK gemeten. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten gemeten voor de geanalyseerde parameters. Op basis van indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit voldoet de grond aan klasse ‘altijd toepasbaar’. PFAS Op basis van dit onderzoek blijkt dat de bovengrond van de onderzoekslocatie niet belast te zijn met PFAS. Er zijn geen gehalten gemeten boven de toepassingsnorm voor bodemkwaliteitsklasse ‘Landbouw/Natuur’.

17 | 19

Witteveen+Bos | 126651/23-016.760 | Definitief

6.2.2

Grondwater

In het grondwater zijn licht verhoogd concentraties aan barium, naftaleen en tetrachlooretheen gemeten.

6.2.3

Resumé

De actuele milieuhygiënische kwaliteit voldoet aan het huidige en toekomstige gebruik van de locatie. Op basis van de resultaten is het niet aannemelijk dat risico’s voor de volksgezondheid en/of milieu aanwezig zijn. De resultaten van het uitgevoerde onderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader onderzoek. De milieuhygiënische kwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen werkzaamheden.

6.3

Aanbevelingen

6.3.1

Bodem

Ten aanzien van de hergebruikmogelijkheden van bij werkzaamheden vrijkomende grond kan de volgende prioritering worden gesteld en zijn een aantal aandachtspunten benoemd: vrijkomende grond kan onder het Besluit bodemkwaliteit, indien civieltechnisch mogelijk, worden teruggeplaatst (tijdelijk uitnemen); indien het niet mogelijk is om vrijkomende grond op locatie terug te plaatsen (tijdelijk uitnemen) kan vrijkomende grond, voor zover deze binnen de gemeentelijke grens ligt, onder de reikwijdte van de bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart van de gemeente Delft binnen gezoneerd gebied met eenzelfde of mindere milieuhygiënische kwaliteit (elders) binnen de regio worden hergebruikt; indien het bovenstaande niet mogelijk is, is er buiten de reikwijdte van de Bodemkwaliteitskaart gemeente Delft wellicht een (nabijgelegen) buiten de regio gelegen gemeente die de bodemkwaliteitskaart van de regio als geldig bewijsmiddel onder het Besluit bodemsanering accepteert, dan wel de resultaten van het onderhavige onderzoek als zodanig accepteert; indien alle bovenstaande mogelijkheden voor toepassing van vrijkomende grond niet mogelijk blijkt, dient voor toepassing van grond buiten de reikwijdte van de Nota bodembeheer en de bodemkwaliteitskaarten van de regio een partijkeuring conform BRL SIKB 1000, protocol 1001 worden uitgevoerd om de bestemming van de vrijkomende grond vast te

stellen. Deze keuring is een geldig bewijsmiddel onder het Besluit bodemkwaliteit en is noodzakelijk voor de toepassing elders. Voorafgaand aan de toepassing van de grond elders moet minimaal 5 dagen voorafgaand aan de toepassing bij het Meldpunt Bodemkwaliteit een Meldingsformulier Besluit bodemkwaliteit worden verzorgd. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat, zoals voor elk onderzoek geldt, het onderzoek een steekproef betreft. Bij (grondroerende) werkzaamheden wordt aanbevolen om alert te zijn op zintuiglijke afwijkingen.

18 | 19

Witteveen+Bos | 126651/23-016.760 | Definitief

7 REFERENTIES 1 2 3 4

5 6 7 8 9 10 11 12 13

Vooronderzoek bodem, Bestemmingsplanwijziging HS station Delft, Stedin Netbeheer B.V., 126651/21-014.008, Witteveen+Bos, 17 september 2021. NEN 5725 - Bodem- Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch bodemonderzoek, Nederlands Normalisatie-instituut, Delft, oktober 2017. Verkennend bodemonderzoek bestemmingsplanwijziging HS Station Delft, 126651-22-014.080, 4 oktober 2022. NEN 5740+A1 - Bodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, Nederlands Normalisatie- instituut, Delft, april 2016. ‘Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013’, Staatscourant 2013, nr. 16675, 27 juni 2013. Besluit van 22 november 2007, houdende regels inzake de kwaliteit van de bodem (Besluit bodemkwaliteit), Staatsblad, 2007, nr. 469. Regeling van 13 december 2007, houdende regels voor de uitvoering van de kwaliteit van de bodem (Regeling bodemkwaliteit), nr. DJZ2007124397, Staatscourant, 20 december 2007, nr. 247. Verkennend onderzoek vervanging lichtmast (Lm049), BMA Milieu, BRF.2019.0252, 30 oktober 2019. Historisch onderzoek warmtenet tracé Leiding door het Midden (LDM) – LOT 3: Delft en MiddenDelfland, Bk Ingenieurs B.V., ref. nr. 182022, 26 september 2018. Nota duurzaam bodembeheer gemeente Delft 2018, Gemeente Delft, 15 maart 2018 .

Bodemkwaliteitskaart gemeente Delft, gemeente Delft, 27 oktober 2017. Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, versie d.d. december 2021. Toelichting op Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV) PFAS voor grond en grondwater, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, 5 maart 2020.

19 | 19

Witteveen+Bos | 126651/23-016.760 | Definitief

Bijlage(n)

I BIJLAGE: KWALITEITSBORGING Het veldwerk is uitgevoerd door Sialtech B.V. Het veldwerk is uitgevoerd onder het BRL SIKB 2000 procescertificaat van Sialtech B.V. Het toepassingsgebied van genoemde certificering betreft: - 'plaatsen van handboringen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen' conform protocol 2001; - 'het nemen van grondwatermonsters' conform protocol 2002. De werkzaamheden zijn uitgevoerd op 24 november en 1 december 2022 door bij Rijkswaterstaat Leefomgeving, in het kader van het Besluit bodemkwaliteit, geregistreerde medewerkers van Sialtech B.V: - protocol 2001: de heer H.M.M. Joris; - protocol 2002: de heer K.M. Muller. Het procescertificaat van SIALTECH B.V en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten betreffende de monsterneming en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, aan een erkend laboratorium. Jegens de Stedin Netbeheer BV(opdrachtgever) zijn Witteveen+Bos en Sialtech B.V volledig onafhankelijk, waardoor binnen deze opdracht sprake is van de vereiste functiescheiding. Het chemisch onderzoek is uitgevoerd door Eurofins Analytico B.V. te Barneveld dat geaccrediteerd is volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor testlaboratoria conform NEN-EN-ISO/IEC 17025:2005 onder nummer L 010. Eurofins Analytico B.V.

is door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat erkend voor het uitvoeren van analyses op grond en grondwater onder AS3000.

Witteveen+Bos | 126651/23-016.760 | Bijlage I | Definitief

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13452964/1