CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage VII toetsingsformulier

Commissie Ruimte en Verkeer 7 juli 2026, gemeente DelftBij agendapunt: Raadsvoorstel - Actualisatie Beleidsregel Toetsingssysteem Natuurinclusief Bouwen en Ontwikkelen6.120 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage VII Toetsingsformulier (djuma 6422988) Plantoetsingskader en Puntensysteem Natuurinclusief Bouwen en Ontwikkelen Introductie, systematiek en doelstellingen Introductie Bij bouwprojecten is het verplicht om natuurinclusief te bouwen en ontwikkelen. Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning dient dit ingevulde plantoetsingskader en puntensysteem te worden bijgevoegd. Hiermee wordt aangetoond dat er aan de doelstellingen voor natuurinclusief bouwen en ontwikkelen wordt voldaan door het nemen van voldoende, ecologisch waardevolle maatregelen. Dit document wordt vervolgens gebruikt voor het beoordelen van bouwprojecten op het gebied van natuurinclusief bouwen en ontwikkelen. De verschillende tabbladen in dit bestand moeten ingevuld worden en meegestuurd met de vergunningaanvraag en projectvoorstellen.

Systematiek De doelstelling van deze regelgeving is dat ieder project bijdraagt bij aan het realiseren en behouden van een natuurinclusieve en biodiverse leefomgeving. Voor een project is er keuze in maatregelen. Voorwaarde is wel dat de gekozen maatregelen samen voldoende punten opleveren en bij elkaar passen om gezamenlijk een goed leefgebied te vormen voor ambassadeursoorten. Zo zorgen we dat een plek echt geschikt wordt en dat er voedsel, veiligheid, verblijfplaatsen, verbinding met de omgeving en voldoende variatie is voor verschillende diersoorten. Daarbij werkt het systeem schalend: hoe groter het plangebied van een project, hoe meer oppervlak met natuurinclusieve inrichting er moet komen. En hoe groter de footprint van het gebouw, hoe meer nest- en verblijfplaatsen. Altijd in dezelfde verhouding, dus de opgave om samen te zorgen voor natuur in onze gemeente wordt eerlijk verdeeld. Alle maatregelen hebben een puntenaantal. Het puntenaantal past bij de ecologische waarde en wenselijkheid van de betreffende maatregel. Punten worden toegekend per 100 m2 of een deel of veelvoud hiervan. Het inrichten met een maatregel van 6 punten per 100 m2 zal dus bij 150 m2 van die maatregel 9 punten opleveren en bij 25 m2 is dat 1.5 punt. In de puntentotalen wordt het puntenaantal steeds statistisch afgerond.

Naast het aantal te behalen punten zijn er ook andere doelstellingen en minimumeisen gesteld om ervoor te zorgen dat de genomen maatregelen ecologisch daarwerkelijk effectief worden toegepast.

Doelstellingen Biodiversiteit en Natuurinclusief Bouwen & Ontwikkelen Ecologische kwaliteit: Waardevolle habitats en natuurkwaliteit behouden en realiseren. De belangrijkste doelstelling van de beleidsregels is dat elke (bouw)ontwikkeling voldoende waarde voor stadsnatuur (ecologische kwaliteit) oplevert, zodoende dat de bebouwde leefomgeving tenminste voldoende ruimte biedt aan algemene stedelijke soorten als de huismus of een vleermuis. Daarmee dragen deze ontwikkelingen bij aan een gezonde, groene en natuurvriendelijke stad. De nieuwe inrichting bij een bouwontwikkeling moet tenminste voldoen aan de ecologische minimumeisen (zie verderop). Om zo goed mogelijk bij te dragen aan de stadsnatuur leiden de volgende stappen tot de beste kwaliteit en vaak ook tot de makkelijkste en minst dure oplossingen: • Bepaal eerst welke natuurkwaliteiten er al aanwezig zijn (denk aan bijvoorbeeld struiken, bomen, watergangen) en probeer deze waar mogelijk te behouden. Laat onderzoeken of er beschermde soorten aanwezig zijn en neem wettelijk verplichte maatregelen mee in het ontwerp; • Bepaal welke ecologische doelstellingen je hebt en welke ambassadeursoorten je een plek wil en kunt geven in het project – en zorg dat hiermee tenminste de ecologische minimumeisen kunnen worden gehaald. Let op: per buurt is een voorselectie gedaan van passende soorten.

Zie hiervoor het tabblad en de tabel 'Ambassadeursoorten per buurt'; • Werk de doelstellingen uit in een ontwerp, en betrek waar mogelijk een ecoloog bij de uitwerking (voor grootschalige ontwikkelingen of als er al (mogelijk) beschermde soorten aanwezig zijn is dit vaak ook verplicht). Er kan gebruik worden gemaakt van de informatievoorziening op www.natuurinclusiefontwikkelen.nl; • Als er ecologische doelstellingen binnen het project worden beoogd die niet zijn opgenomen in de tabellen met Inrichtingsmaatregelen en Nest- en verblijfplaatsen staan, of als er om andere redenen maatwerk nodig is, kun je contact opnemen met de gemeente om vooraf te bepalen in welke mate de maatregelen al dan niet kunnen meetellen; • Door de verschillende tabbladen bij dit document in te vullen kan inzicht worden verkregen of aan de minimaal gestelde eisen wordt voldaan, voor het definitieve ontwerp vul je sowieso de genomen inrichtingskeuzes in en lever je deze met de bijbehorende uitwerkingen in bij de vergunningaanvraag.

Verbinding: Het horizontale en verticale oppervlak wordt in samenhang met de groenblauwe structuren in de bredere omgeving ingericht. De inpassing van de nieuwe (bouw)ontwikkeling sluit zo veel mogelijk aan bij de natuurlijke omgeving rondom het plangebied. Daarbij kan in het bijzonder rekening gehouden worden met het voorkomen van onnodige verstoring. Daarvoor dient een verplichtingsplan en vogelvriendelijke beglazing. Ook is het goed om, indien aanwezig, te proberen de meest belangrijke verbindende structuren voor diersoorten, zoals rijen van bomen, mantelzomen, bermstructuren en watergangen met natuurvriendelijke oevers, zo veel mogelijk te behouden of te compenseren. De voorwaarden voor de ambassadeursoorten kunnen hierbij helpen (Zie 'Checklist per ambassadeur').

Kwantitatieve doelstellingen ambassadeursoorten Het aantal ambassadeursoorten waarvoor een leefgebied moet worden ingericht hangt af van hoe groot het plangebied is. Er moet voor elke ambassadeursoort minimaal aan 4 voorwaarden worden voldaan die zijn beschreven in het tabblad 'Checklist per ambassadeur': o Klein project: Voor kleine projecten van 50 m2* tot 500 m2 plangebied moet voor minimaal 1 ambassadeursoort een leefgebied ingericht worden. o Middelgroot project: Voor plangebieden tussen 500 m2 en 2.000 m2 moeten voor minimaal 2 ambassadeursoorten een leefgebied ingericht worden. o Groot project: Voor projecten vanaf 2.000 m2 plangebied moet voor minimaal 3 ambassadeursoorten een leefgebied ingericht worden. * Voor projecten kleiner dan 50 m2 is een compleet leefgebied niet verplicht, maar moeten er wel voldoende groene inrichtingsmaatregelen worden genomen waarmee de groennorm wordt behaald.

Op de pagina 'Checklist per ambassadeur' is te zien welke maatregelen minimaal nodig zijn voor het creeeren van een habitat van de verschillende ambassadeursoorten. Voor een echt effectieve inrichting kan er overigens meer gedaan worden, zie daarvoor de hulpmiddelen die bij elke ambassadeursoort worden aangeboden. Daarnaast zijn er voor een aantal voorwaarden van het leefgebied van soorten voorwaarden gesteld voor o.a. verbindingen waarvoor aangegeven moet worden of hieraan voldaan wordt. De ambassadeursoorten zijn ambassadeurs van de verschillende leefgebieden; ze zijn namelijk herkenbaar en belangrijk voor het stedelijk ecosysteem, en daarnaast zorgt een inrichting die geschikt is voor deze ambassadeursoorten ervoor dat veel andere soorten ook in dit leefgebied kunnen voorkomen. Ook zijn de ambasadeurssoorten zo gekozen dat ze in (zeer) stedelijk gebied kunnen voorkomen als dit gebied goed genoeg voor de betreffende soorten wordt ingericht; ook direct in, op of naast een (drukke) weg of (groot) gebouw.

Nest- en/of verblijfplaatsen Per 100 m2 gebouwoppervlak (footprint) moet er 1 nest- of verblijfplaats worden gerealiseerd. Voor gebouwen (of gebouwdelen) hoger dan 15 meter moeten dit 2 verblijfplaatsen zijn. Voor middelgrote projecten moeten er verblijfplaatsen voor minimaal 2 verschillende soorten worden gerealiseerd (dit mag ook voor andere gebouw-bewonende soorten zijn dan de doelsoorten), voor grote projecten moet er voor minimaal 3 soorten nest- of verblijfplaatsen worden gerealiseerd. Natuurinclusieve inrichtingsmaatregelen Per 100 m2 plangebied moeten 2 punten voor natuurinclusieve maatregelen behaald worden bij nieuwbouwprojecten en (her)inrichtingsprojecten. Bij renovatie is het 1 punt per 100m2 plangebied. Groenorm (optioneel) Gelaagdheid in beplanting wordt extra beloond: Wanneer de kronen van bomen over struiken gaan, dan mag deze struiklaag ook meetellen voor punten. Daarvoor is een aparte inrichtingsmaatregel toegevoegd (Inrichtingsmaatregel 3.5). De vierkante meters tellen niet dubbel, maar de punten mogen dan wel allebei geteld worden.

Bijlage VII Toetsingsformulier Plantoetsingskader en Puntensysteem Natuurinclusief Bouwen en Ontwikkelen Projectoverzicht Toelichting Vul in en selecteer in de gele velden wat van toepassing is in het project. Je ziet na het invullen van de grootte van het plangebied, het gebouwopppervlak en de bouwhoogte welke doelstellingen je moet behalen. Na selectie van natuurinclusieve maatregelen uit de tabel op de volgende pagina's, zie je in dit projectoverzicht of deze keuze voldoende punten en een compleet leefgebied voor de ambassadeurssoorten oplevert. Een rood kruis geeft aan dat de doelstelling nog niet behaald is. Een groen vinkje geeft aan dat het doel behaald wordt. vul deze velden in

Projectinformatie Projectnaam: Ontwikkelaar (bedrijfsnaam en contactpersoon): Ecologisch adviseur (indien van toepassing): Locatie plangebied (adres): Grootte van het plangebied:

m2

<< vul de grootte van het plangebied in.

Bebouwd oppervlak (footprint gebouwen):

m2

<< vul het bebouwd oppervlak in.

Bebouwd oppervlak met bouwhoogte >15 meter:

m2

<< vul in hoeveel vierkante meter bebouwd oppervlak een bouwhoogte van 15 meter of hoger heeft.

Projectcategorie: Type project:

Plangebied: >> Klein project < 500m2 ; Middelgroot project 500-2.000m2 ; Groot project > 2.000m2

nieuwbouw

Kwantitatieve doelstellingen Minimaal te behalen natuurinclusieve punten: Groen%

Doel behaald?

Doel:

Behaald: Dan verschijnt hier een groen vinkje. -

-

Per 100m2 plangebied: minimaal 2 punten voor natuurinclusieve inrichtingsmaatregelen bij nieuwbouw en (her)inrichting. Minimaal 1 punt per 100m2 bij renovatie.

30%

Minimaal aantal ambassadeurs:

-

-

Klein project (vanaf 50 m2 plangebied): 1 soort; Middelgroot project: 2; Groot project: 3 ambassadeurssoorten.

Compleet leefgebied voor de ambassadeurs:

-

-

Op de pagina 'Checklist per ambassadeur' wordt getoond voor welke soorten een compleet leefgebied wordt gerealiseerd met de genomen maatregelen. Bij de keuze voor 'andere ambassadeur' werkt deze check niet.

Aantal verblijfplaatsen:

-

-

Per 100m2 gebouwoppervlak: 1 verblijf, 2 verblijven voor gebouw(del)en hoger dan 15 meter.

Ambassadeurssoorten Zie de tabel met Ambassadeursoorten per buurt welke soorten gekozen kunnen worden voor het plangebied. Voor de beoordeling of het leefgebied voor de ambassadeurs compleet is, zie tabblad 'Checklist per ambassadeur'

Schrijf eventueel een toelichting:

Ambassadeur 1:

selecteer..

-

Ambassadeur 2:

selecteer..

-

Ambassadeur 3:

selecteer..

-

Overzicht per natuurtype

Toelichting (optioneel):

2. Kruidenrijk en bloemrijk grasland

-

m2

%

3. Struweel: heesters/struiken, heggen, hagen

-

m2

%

4. Bomen (boomkroonbedekking)

-

m2

%

5. Natuurvriendelijke oevers, poelen, wadi's en muurplanten

-

m2

%

6. Geveltuin en particuliere tuinen

-

m2

%

7. Groendaken en water op daken

-

m2

%

8. Gazon en onverharde paden

-

m2

%

9. Overig groen en blauw in het plangebied

-

m2

%

Aandeel groen (%) van totaal plangebied

-

m2

%

Kwalitatieve doelen Dit is verplicht voor grote projecten.

Omschrijf de kwalitatieve doelen van het project: Is er in het plangebied ecologisch waardevolle natuur? Blijft deze natuur behouden?

Behoud en bescherming

Zijn er beschermde soorten aangetroffen (of benoemd vanuit een soortmanagementplan) waarvoor een habitat in stand gehouden dient te worden? Zijn er bestaande groenstructuren aangeduid in of aangrenzend aan het plangebied?

Groenblauwe structuren

Zijn er gewenste groenstructuren aangeduid in of aangrenzend aan het plangebied?

Zijn er barrières die moeten worden opgelost in het gebied?

Natuur als oplossing

Onderzoek welke aanvullende opgaven er spelen waar de natuur in de ontwikkeling een positieve bijdrage aan kan leveren, zoals vanuit klimaatadaptatie en gezondheid. Bepaal wat dit betekent voor de natuurinclusieve maatregelen die er gekozen zouden moeten worden.

Randvoorwaarden Ecologisch inrichtingsplan Deze voorwaarde is alleen verplicht voor grote projecten (projectgebied groter dan 2000 m2) of als het om andere redenen, zoals vanuit wettelijke natuurbescherming, wordt voorgeschreven.

Er is een ecologisch inrichtingsplan opgesteld met hulp van een ecoloog.

Vermeld hier de naam van de bijlage en eventueel de paginanummers waarin het ecologisch (inrichtings)plan te vinden is:

nee

▽

nee

▽

Beheerplan

Benoem wie de toekomstige beheerder van de natuurinclusieve maatregelen zal zijn er welke afspraken er op hooflijnen zijn gemaakt:

Deze voorwaarden zijn alleen verplicht voor grote projecten.

Er is een beheerplan opgesteld en afgestemd met de toekomstige beheerder. Bodem- en watersturend

Benoem hoe de bodem en water sturend zijn geweest voor de plantkeuze. Geef aan uitgangspunten zijn bepaald, bijvoorbeeld voor lokale relevantie, grondwaterstand en type grond:

Deze voorwaarden zijn alleen verplicht voor grote projecten.

De keuze voor bomen en planten is gemaakt op basis van het lokale bodem- en watersysteem.

nee

▽

Verlichtingsplan Deze voorwaarde is alleen verplicht voor grote projecten, bij een bouwhoogte van boven de 15 m, en/of als er een ambassadeurssoort is gekozen waarvoor een verlichtingsplan een randvoorwaarde is (zie 'Checklist per ambassadeur), dan is het ook verplicht om een verlichtingsplan met daarin passende maatregelen mee te nemen.

Er is een natuurvriendelijk verlichtingsplan opgesteld.

nee

Deel de naam van de bijlage waarin het verlichtingsplan te vinden is: ▽

Vogelvriendelijke beglazing Deze voorwaarde is alleen verplicht voor hoogbouw (bouwhoogte van boven de 15 m). Als er een ambassadeurssoort is gekozen waarvoor vogelvriendelijke een randvoorwaarde is (zie 'Checklist ambassadeurssoorten), dan is het (volgens de eisen van de voorwaarde) ook verplicht om dit mee te nemen.

Vogelvriendelijke beglazing is toegepast in het ontwerp.

nee

Geef aan in welk bestand en op welke pagina informatie te vinden is over waar vogelvriendelijke beglazing wordt toegepast en welke oplossing dit zal zijn (producttype of ontwerpprincipe): ▽

Bijlage VII Toetsingsformulier Plantoetsingskader en Puntensysteem Natuurinclusief Bouwen en Ontwikkelen Nest- en verblijfplaatsen Toelichting Vul in de gele velden de aantallen verblijfplaatsen in die in de gebouwen worden meegenomen. De verblijfplaatsen en nestvoorzieningen moeten voldoen aan de eisen zoals gesteld voor permanente verblijfplaatsen in de Kennisdocumenten van BIJ12 voor de betreffende soorten (bij12.nl/kennisdocumenten) tenzij anders vermeld. Sommige typen tellen voor meerdere verblijfplaatsen mee zoals beschreven in de beschrijving. In principe moeten nest en verblijfplaatsen (behalve voor insecten bij 1.8) ingebouwd worden in de muur. Losse kasten tellen alleen mee als wordt onderbouwd waarom er geen alternatief mogelijk is. Op de website www.natuurinclusiefontwikkelen.nl zijn ontwerprichtlijnen per soort en meer informatie over de habitat te vinden.

1. Nest- en verblijfplaatsen

Aantal

Bepalingsmethode en richtlijnen

1.1 Nestvoorzieningen en broedplaatsen voor de huismus

Tel het aantal broedplaatsen. Realiseer er minimaal 5, ook in kleine projecten. Een standaard ingebouwde nestkast of neststeen telt als 1 plek. Tel 1 plek per 50cm breedte van een toegankelijke dakgoot. Onder een toegankelijke dakgoot verstaan we het verplaatsen van het vogelschroot onder de dakpannen, zo dat de eerste twee panlatten dienen als broedlocatie voor huismussen. Kies geen dakpannen voor mussen i.v.m. risico op oververhitting. Nestkasten die los op de muur worden geplaatst tellen niet, behalve bij galerijen van minimaal 2 meter breed.

1.2 Nestvoorzieningen en broedplaatsen voor de gierzwaluw

Tel het aantal broedplaatsen. Een standaard nestkast of neststeen telt als 1 plek.

1.3 Nestvoorzieningen en broedplaatsen voor de steenuil

Bij voorkeur een steenuilkast in een boom met uitloopmogelijkheid, minimaal 2 m aan plank of takken, op 2 tot 5 m hoogte. Plaatsing aan de gevel op minimaal 4 meter hoogte en niet in de volle zon, met voldoende uitloopmogelijkheid. In een gebouw plaatsen met de ingang naar de open zijde en in de buurt van een vrije opening in het gebouw, op ongeveer 4 m hoogte.

1.4 Broedplaatsen voor andere gebouw-bewonende vogels

Alleen soorten die volgens een ecologisch deskundige passen bij de planlocatie en het omliggende gebied kunnen gekozen worden. Tel het aantal broedplaatsen, bijvoorbeeld het aantal neststenen voor holenbroeders en dakbroeders, zoals de zwarte roodstaart, spreeuw, etc.

1.5 Zomer- en paarverblijven voor de gewone dwergvleermuis

Maak spouwmuren en/of de ruimte achter gevelbetimmering toegankelijk en geschikt voor vleermuizen. Een oppervlak van 0,1 m2 ruimte geldt als 1 plek. Bij voorkeur geen ingebouwde vleermuiskasten, liever open spouwmuren. Zijn vleermuiskasten de enige optie? Dan telt een standaard zomerverblijf, zoals een inbouwkast met twee lagen, als 1 plek. Losse kasten op de gevel tellen niet.

1.6 Kraamverblijven voor de gewone dwergvleermuis

Vanaf middelgrote bouwprojecten kraamverblijven bij voorkeur altijd meenemen wanneer de vleermuizen als ambassadeur zijn gekozen. Maak spouwmuren en de ruimte achter gevelbetimmering toegankelijk en geschikt voor vleermuizen. Een oppervlak van 0,1 m2 ruimte geldt als 1 plek. Voor kraamverblijven moet het oppervlak minimaal 1m2 zijn, dus 10 verblijfplaatsen. Bij voorkeur geen inbouw- of losse kraamkasten. Wanneer dit de enige optie is, dan een standaard kraamverblijf tellen als 2 plekken per laag.

1.7 Massawinterverblijven voor de gewone dwergvleermuis

Bij voorkeur winterverblijven altijd meenemen in hoogbouw. Maak kelders, spouwmuren en/of de ruimte achter gevelbetimmering toegankelijk en geschikt voor vleermuizen. Voor winterverblijven moet het oppervlak minimaal 1 m2 zijn. Een oppervlak van 0,1 m2 ruimte geldt als 1 plek.

1.8 Verblijven voor andere gebouw-bewonende vleermuizen, zoals de laatvlieger en meervleermuis

Maak spouwmuren en/of de ruimte achter gevelbetimmering toegankelijk en geschikt voor andere soorten vleermuizen. Er kan met 1 plek per 0,1 m2 oppervlak gerekend worden. Bij voorkeur geen inbouwkasten, liever ruimte in de spouw of achter gevelbetimmering. Dan telt een standaard zomerverblijf voor de specifieke soort, zoals een inbouwkast met twee lagen, als 1 plek. Losse kasten op de gevel tellen niet. Voor vleermuissoorten waarvoor geen kennisdocument voorhanden is, tellen enkel voorzieningen uitgevoerd volgens aanwijzing van een ecologisch deskundige mee.

1.9 Ingebouwde insectenstenen, grote insectenhotels, zandhopen, steilwanden voor bijen en/of dood hout, zoals de wijbijen van Delft

Meer natuurlijke maatregelen zoals zandhopen, dood hout of steilwanden voor bijen hebben de voorkeur. Voor een houtstapel, boomstam en/of zandhoop en bijenburcht geldt: minimaal 1 m2 horizontaal oppervlak. Tel hierbij 2 verblijven per 1 m2 oppervlak. Een ingebouwde insectensteen geldt 1 verblijfplaats. Voor een insectenhotel en/of steilwand geldt dat deze minimaal 1 m2 verticaal oppervlak moeten hebben, waarmee per 1 m2 2 verblijven mogen worden gerekend. Een ingebouwde insectensteen telt als 1 verblijfplaats. Realiseer de verblijfplaatsen voor insecten op maximaal 2 meter hoogte vanaf maaiveld of de daktuin en nabij inheemse beplanting.

1.10 Overige verblijfplaatsen voor andere (doel)soorten

Voor soorten die niet benoemd zijn in dit overzicht of als doelsoort: Overleg met de gemeente welke maatregelen je kunt toepassen. Alleen met de gemeente afgesproken voorzieningen tellen mee.

Bijlage VII Toetsingsformulier Plantoetsingskader en Puntensysteem Natuurinclusief Bouwen en Ontwikkelen Natuurinclusieve inrichtingsmaatregelen Toelichting Vul in de gele velden het aantal vierkante meters natuurinclusieve inrichtingsmaatregelen en het aantal bomen in die in het ontwerp van het project worden meegenomen. Het aantal meter met natuurinclusieve maatregelen onder boomkronen mag niet dubbel geteld worden. Voor een struiklaag als onderbegroeiing is er een aparte maatregel (3.5). Op de pagina met 'Projectinformatie' worden de totalen getoetst aan de kwantitatieve doelstellingen. Met behulp van de pagina 'Checklist soorten' kan bepaald worden welke combinaties passen bij de doelsoorten. Het is de bedoeling dat alle voorwaarden voor het leefgebied van de gekozen doelsoorten worden ingevuld met passende maatregelen en dat aan de additionele randvoorwarden voor de doelsoorten wordt voldaan.

Natuurinclusieve inrichtingsmaatregelen 2. Kruiden- en bloemrijk grasland

Selectie voor het plangebied Eenheid

-

2.1 Bloem- en kruidenrijk grasland en zoomvegetatie

2.2 Vaste planten

3. Struweel: heesters/struiken, heggen, hagen

m2

-

m2

-

6

-

Kies er bij voorkeur voor om spontaan kruidenrijk grasland te laten ontstaan wanneer er bloemrijk grasland met lokale, gewenste soorten in de buurt aanwezig zijn. Zaai anders een inheemse soortenmix in volle grond (niet in pot of bak) en zorg voor ecologisch beheer. Zaai op arme grond grassen met eenjarige kruidachtige soorten en overblijvende bloeiende vegetatie gericht op bijen en vlinders.

m2

-

3

-

Nectar- en stuifmeel-leverende vaste planten. Bij voorkeur biologische planten.

m2

-

3.1 Heesters van 1 soort

m2

-

8

-

Bij voorkeur een inheemse soort, en bij voorkeur clusters van 15 m2 of meer, met een goede groeiplaats onder en boven de grond. Houd rekening met hoe groot een heester kan worden zonder beheer, zodat deze extensief beheerd kan worden.

3.2 Heesters in meerdere soorten

m2

-

12

-

Cluster van drie of meer inheemse soorten, anders telt bovenstaande maatregel (3.1), met een goede groeiplaats onder en boven de grond. Houd rekening met hoe groot een heester kan worden zonder beheer, zodat deze extensief beheerd kan worden. Indien mogelijk kan gekozen worden voor een combinatie met bomen en dan geldt maatregel 3.5 in combinatie met de juiste bomen in sectie 4.

3.3 Heggen en hagen van 1 soort of een groene erfafscheiding

m2

-

8

-

Bij voorkeur een inheemse soort. Minimaal 150 cm hoog bij aanplant. Ook een groene tuinafscheiding of een takkenril levert punten op. Reken met 50 cm breedte om het oppervlak in vierkante meters te berekenen.

3.4 Heggen en hagen in meerdere soorten

m2

-

10

-

Drie of meer (bij voorkeur) inheemse soorten. Minimaal 150 cm hoog bij aanplant. Reken met 50 cm breedte om het oppervlak in vierkante meters te berekenen.

3.5 Struiklaag als onderbegroeiing van bomen

m2

-

8

-

Wanneer boomkronen over struiken groeien, mogen beide lagen meegenomen worden in de puntenberekening. Let op: deze maatregel telt niet mee voor het aantal vierkante meters groen, wel voor het aantal punten. Als het oppervlak aan struiken in het specifieke gebied groter is dan het gerekende boomkroonvolume kan het resterende deel meegenomen worden in maatregel 3.2.

4. Bomen en bosschages

-

Punten per 100m2 inrichting Aantal met de behaalde maatregel punten Richtlijnen

Totaal aantal m2

stuk(s)

-

4.1 Behoud van bomen: 1e grootte

stuk(s)

-

15

-

Bomen van minimaal 12 meter hoog, voldoende ruime groeiplaats boven- en ondergronds (minimaal 35m3). Er wordt voor de punten gerekend met 35 m2 per behouden boom.

4.2 Nieuwe aanplant van bomen: 1e grootte

stuk(s)

-

12

-

Bomen die minimaal 12 meter hoog worden. De grootte bij aanplant moet minimaal een stamdikte van 18 cm diameter zijn en er moet een voldoende ruime groeiplaats boven- en ondergronds zijn (minimaal 35 m3). Er wordt gerekend met 35 m2 per nieuw aangeplante boom.

4.3 Behoud van bomen: 2e grootte

stuk(s)

-

15

-

Bomen van minimaal 8 meter hoog, voldoende ruime groeiplaats boven- en ondergronds (minimaal 20 m3). Er wordt gerekend met 20 m2 per behouden boom.

4.4 Nieuwe aanplant van bomen: 2e grootte

stuk(s)

-

12

-

Bomen die minimaal 8 meter tot 12 meter hoog worden. De grootte bij aanplant moet minimaal een stamdikte van 18 cm diameter zijn en er moet een voldoende ruime groeiplaats boven- en ondergronds zijn (minimaal 35 m3). Er wordt gerekend met 20 m2 per nieuw aangeplante boom.

4.5 Behoud van bomen: 3e grootte

stuk(s)

-

15

-

Bomen tot 6 meter hoog, voldoende ruime groeiplaats boven- en ondergronds (minimaal 15 m3). Er wordt gerekend met 15 m2 per boom.

4.6 Nieuwe aanplant van bomen: 3e grootte

stuk(s)

-

12

-

Bomen die tot 6 meter hoog worden na 30-40 jaar. Er moet een voldoende ruime groeiplaats boven- en ondergronds zijn (minimaal 35 m3). Er wordt gerekend met 15 m2 per nieuw aangeplante boom.

5. Natuurvriendelijke oevers, poelen, wadi's en muurplanten

-

m2

-

5.1 Ecologische wadi

m2

-

8

-

Wadi met een ecologische inrichting (natuurlijke vegetatie, zoals vochtig grasland of stuweel, en bijvoorbeeld blokken dood hout) en ecologisch beheer.

5.2 Amfibieënpoel

m2

-

12

-

Niet verbonden, visvrije waterpartij met een diepte van maximaal 1 meter onder de laagste grondwaterstand. Minimaal 50% van de oever heeft veel zon en een flauw talud, flauwer of gelijk aan een hellingshoek van 1:3, en ingericht als plasdras-gebied. Bij voorkeur heeft een poel minimaal een diameter van 10 meter om 'verlanding' te voorkomen. Een natuurvriendelijke oever kan bij maatregel 5.3 worden meegenomen.

5.3 Natuurvriendelijke oevers

m2

-

12

-

Natuurvriendelijke oever aan de rand van open water of een poel voorzien van onverharde en onbeschoeide oevers met een talud van 1:4 of flauwer. Bij een onverharde inrichting zonder of tot de beschoeiing (als voorverdediging toegestaan) telt het gedeelte onder water tot 1 meter diepte mee, en boven de waterlijn tot 10 cm met een maximum van 1 meter. Vul het aantal vierkante meters dat hieraan voldoet in bij de selectie voor het plangebied.

5.4 Overige natuurinclusieve watermaatregelen

m2

-

9

-

Denk aan maatregelen als drijvende oevers, onderwaterriffen of zogenaamde vissenbossen. Als op basis van onderzoek er een bewezen positief effect is voor het (inheemse) onderwaterleven kunnen ze worden toegepast. Zonder bewezen effect kan in overleg met de gemeente de maatregel worden toegepast mits er wordt bijgedragen aan onderzoek naar de effectiviteit.

5.5 Muurplanten op (kade)muren

m2

-

12

-

Muurplanten hebben geschikt gesteente nodig dat water kan vasthouden met voldoende structuur/reliëf om zich aan te hechten. Dit stimuleert spontane vegetatie. Aanplanten is niet gewenst, eventueel wel het verplaatsen van muurvegetatie die anders verloren gaat. Bij voorkeur wordt minimaal een lengte van minimaal 15 meter geschikte muur gerealiseerd. Reken met 0.5m2 plangebied per strekkende meter. Bij renovatie rekening houden met aanwezige muurbeplanting.

m2

-

6.1 Groene, grondgebonden gevel met klimplanten

m2

-

12

-

Berekening van het aantal vierkante meters: de lengte (op maaiveld; niet de hoogte) van het gedeelte van de gevel met klimplanten x 50cm breedte. Gevelbeplanting moet bestaan uit zelfhechtende klimplanten of klimplanten met een steunconstructie en voldoende ruimte om tot minimaal 3 meter door te kunnen groeien. Bij voorkeur een selectie van in Nederland en Europa van nature voorkomende soorten.

6.2 Particuliere tuinen en geveltuinen met alleen grond opgeleverd

m2

-

2

-

Alleen de vierkante meters met grond tellen mee. Bij gebruik van tuinaarde dient dit turfvrij te zijn. Tuinen met schuttingen zonder doorgangen voor grondgebonden soorten zoals de egel tellen niet. Tuinen opgeleverd met (bouw)zand tellen ook niet.

6. Geveltuin en particuliere tuinen

7. Groendaken en water op daken

-

-

m2

-

7.1 Groen dak (5 - 7 cm substraatlaag) met sedumplanten

m2

-

2

-

Substraatlaag van minimaal 5 cm, pakketdikte minimaal 10cm. Minimaal begroeid met sedum.

7.2 Natuurdak (substraatlaag van minimaal 7 cm) met sedum, grassen en kruiden

m2

-

4

-

Substraatlaag van minimaal 7 cm. Beplanting van sedum, grassen en kruiden. Wanneer zowel de substraatlaag en beplanting met in ieder geval kruiden of grassen wordt gerealiseerd, worden de punten toegekend.

7.3 Natuurdak (substraatlaag van minimaal 15cm) met grassen, kruiden en lage beplanting

m2

-

6

-

Substraatlaag van minimaal 15 cm. Beplanting van lage planten en struiken, grassen en kruiden. Geen sedumplanten. Wanneer zowel de substraatlaag en beplanting wordt gerealiseerd, worden de punten toegekend.

7.4 Intensief groen dak (substraatlaag van minimaal 30cm) met grassen, kruiden en heesters

m2

-

8

-

Substraatlaag van minimaal 30 cm. Beplanting van (dwerg)heesters, grassen en kruiden. Wanneer zowel de substraatlaag en beplanting wordt gerealiseerd, worden de punten toegekend.

7.5 Intensief (substraatlaag van minimaal 50cm) groen dak met struiken, grassen, kruiden en/of bomen

m2

-

10

-

Substraatlaag van minimaal 50 cm en voldoende ruimte als groeiplaats voor struiken en bomen. Wanneer zowel de substraatlaag en de struiken en/of bomen worden gerealiseerd, worden de punten toegekend.

7.6 Bruin dak

m2

-

6

-

Een dak met een laag van minimaal 7 cm bestaande uit lokale grond, stenen, zand en houtblokken.

7.7 Schelpendak

m3

-

2

-

Een dak met een laag van minimaal 7 cm bestaande uit schelpen.

m2

-

8

-

Minimaal 5 m2 oppervlak, voldoende draagkracht van het dak.

m2

-

8.1 Gazon

m2

-

2

-

Grasvelden zonder ecologisch beheer. Kunstgras telt niet mee.

8.2 Onverharde paden

m2

-

2

-

Onverharde paden van bijvoorbeeld schelpen, houtsnippers, grind en zand.

m2

-

9.1 Overige maatregelen

m2

-

0

-

Overleg met de gemeente welke overige maatregelen toegestaan zijn en of hieraan eventueel punten kunnen worden toegekend.

9.2 Braakliggend terrein en kale grond

m2

-

2

-

Zorg voor een gezonde bodem met goede grond. Hierop kan lokale vegetatie spontaan opkomen. Ga vervolgens over op ecologisch beheer of laat het gebied met rust. Deze grond is ook tijdens het bouwproces vrij van werkzaamheden.

inclusief garagedaken en geïntegreerde balkonbakken. Alleen begroeide delen tellen mee.

-

7.8 Natuurlijk waterdak met open water en waterplanten

8. Gazon en onverharde paden

9. Overig groen en blauw in het plangebied

-

-

Totaal:

doel:

0 punten behaald 30%

0 punten

Biotooptype

Deelgebied

Bos, bomen en bosschages

Struweel, heesters, hagen, vaste planten en mantelzomen

1 Gewone dwergvleermuis

Egel

2 Merel

Egel

3 Rosse vleermuis

Egel

4 Rosse vleermuis

Konijn

5 Huismus

Putter

6 Merel

Huismus

7 Rosse vleermuis

Putter

8a Gewone dwergvleermuis

Egel

8b Gewone dwergvleermuis

Egel

9 Rosse vleermuis

Konijn

10 Gewone dwergvleermuis

Huismus

11 Gewone dwergvleermuis

Huismus

12 Zwartkop

Huismus

13 Gewone dwergvleermuis

Konijn

14 Zwartkop

Huismus

15 Zwartkop

Huismus

16 Zwartkop

Huismus

17 Merel

Egel

18 Merel

Huismus

19 Merel

Huismus

20 Gewone dwergvleermuis

Huismus

21 Merel

Huismus

22 Gewone dwergvleermuis

Egel

23 Zwartkop

Putter

24 Gewone dwergvleermuis

Egel

25 Zwartkop

Egel

26 Merel

Konijn

27 Merel

Huismus

28 Rosse vleermuis

Egel

29 Gewone dwergvleermuis

Egel

30 Gewone dwergvleermuis

Huismus

31 Gewone dwergvleermuis

Egel

32 n.v.t. 33 Merel

Huismus

34 Gewone dwergvleermuis

Huismus

8a. Schieoevers Noord 8b. Schieoevers Zuid

Biotooptype

Water en natuurvriendelijke oevers

Kruiden, bloemrijk grasland en zoomvegetatie

Libel

Gewone sachembij

Kleine karekiet

Weidehommel

Meervleermuis

Argusvlinder

Gewone pad

Argusvlinder

Libel

Argusvlinder

Libel

Tronkenbij

Blauwborst

Argusvlinder

Meervleermuis

Tuinhommel

Meervleermuis

Tuinhommel

Blauwborst

Weidehommel

Kleine karekiet

Argusvlinder

Kleine karekiet

Argusvlinder

Meervleermuis

Argusvlinder

Gewone pad

Argusvlinder

Meervleermuis

Argusvlinder

Meervleermuis

Argusvlinder

Kleine karekiet

Argusvlinder

Libel

Argusvlinder

Libel

Argusvlinder

Libel

Argusvlinder

Kleine karekiet

Steenhommel

Kleine karekiet

Steenhommel

Gewone pad

Weidehommel

Libel

Argusvlinder

Meervleermuis

Roodgatje

Libel

Gewone maskerbij

Blauwborst

Argusvlinder

Libel

Gewone maskerbij

Meervleermuis

Gewone sachembij

Gewone pad

Gewone sachembij

Gewone pad

Tronkenbij

Gewone pad

Tronkenbij

Libel

Steenhommel

Kleine karekiet

Argusvlinder

Groene gebouwen: groene tuinen, gevels en daken Gierzwaluw / Muurvegetatie Laatvlieger Laatvlieger Laatvlieger Gierzwaluw Laatvlieger Steenuil Gierzwaluw Laatvlieger Steenuil Gierzwaluw Gierzwaluw Gierzwaluw Laatvlieger Gierzwaluw Gierzwaluw Gierzwaluw Laatvlieger Laatvlieger Laatvlieger Laatvlieger Gierzwaluw Laatvlieger Laatvlieger Gierzwaluw Gierzwaluw Laatvlieger Gierzwaluw Laatvlieger Laatvlieger Gierzwaluw Gierzwaluw Laatvlieger Gierzwaluw

Bijlage VII Toetsingsformulier Plantoetsingskader en Puntensysteem Natuurinclusief Bouwen en Ontwikkelen Checklist: leefgebied per ambassadeur Toelichting: In deze checklist wgrootten per leefgebiedvoorwaarde de gekozen hoeveelheden natuurinclusieve maatregelen bij elkaar opgeteld en ingevuld. Ook wordt er gecheckt of de andere voorwaarden van de leefomgeving van de soort, zoals voor verbinding, met "ja" zijn beantwoord. Iedere voorwaarde moet ingevuld zijn om de soort te voorzien in alle habitatvoorwaarden en moet minimaal 1 punt aan natuurinclusieve inrichtingsmaatregelen per voorwaarde opleveren. Wanneer dit het geval is, verschijnt er een groen vinkje naast de soortnaam (in plaats van een rood kruis). Stuur de gevraagde bijlagen mee voor plantoetsing. Op basis van deze bijlagen wordt beogrootteeld of er werkelijk voldaan wordt aan de voorwaarden per soort zoals hieronder benoemd. Een uitgebreidere toelichting per soort is te vinden via deze link: https://natuurinclusiefontwikkelen.nl/diersoorten/.

Huismus

Voorwaarden leefgebied

Bijpassende maatregelen uit toetsingsfomulier: kies minimaal één maatregel per habitatvoorwaarde.

Hoeveelheid of antwoord:

Punten (=>1):

Verblijfplaats en voortplanting: Cluster 5 of meer broedplaatsen bij elkaar per gevel. Bij grotere gebouwen kunnen meer clusters per gevel.

1.1 Nestvoorzieningen en broedplaatsen huismus 1.2 Nestvoorzieningen en broedplaatsen voor de gierzwaluw

-

stuks

Voedsel: Voedselplanten, zoals bes-dragende heesters, meidoornstruiken en grassen. Ook zijn gras, zand en water binnen 100m van de verblijven belangrijk.

2.1 Bloemrijk en kruidenrijk grasland en zoomvegetatie 3.2 Heesters in meerdere soorten 3.4 Heggen en hagen meerdere soorten 3.5 Struiklaag als onderbegroeiing van bomen 7.2 - 7.5 Groene daken, exclusief sedumdaken

-

m2

-

3.1 - 3.5 Heesters, heggen en hagen en onderbegroeiing Veiligheid: 4.3 - 4.6 Bomen 2e en 3e grootte Klimmend groen van minimaal 2-3 meter hoog, lage bomen 6.1 en 6.2 Geveltuin en particuliere tuin en groenblijvende of stekelige struiken. 7.4 - 7.5 Groen dak met struiken en/of bomen

-

m2

-

Verbinding: Alle maatregelen realiseren binnen 100m van de broedplaatsen. En andere huismussenpopulaties en geschikt leefgebied in de nabijheid (binnen 300m) voor uitwisseling en groei van de populatie.

-

Is aan deze voorwaarde voldaan? Zorg voor onderbouwing in het ontwikkelplan.

nee

Meer informatie en inspiratie voor het leefgebied van de huismus: https://natuurinclusiefontwikkelen.nl/huismus/

Gewone dwergvleermuis Verblijfplaats en voortplanting: Verschillende soorten verblijfplaatsen, bijvoorbeeld in de spouw, als inbouwkast of achter gevelbetimmering.Bij het plaatsen van meerdere verblijfsplaatsen, verschillende oriëntaties gebruiken.

1.4 Zomer-/paar-, kraam- en winterverblijven dwergvleermuis 1.5 Kraamverblijven dwergvleermuis 1.6 Massawinterverblijven dwergvleermuis

-

stuks

Voedsel: Vleermuizen eten veel insecten. Plant daarom veel insectenrijke beplanting binnen 200m van verblijfplaatsen.

2.1 Bloemrijk en kruidenrijk grasland en zoomvegetatie 4.1 - 4.6 Behoud of aanplant bomen 5.1 - 5.3 Wadi, amfibieënpoel en natuurvriendelijke oevers 6.1 Groene, grondgebonden gevel met klimplanten 7.2 - 7.6 en 7.8 Groene en waterdaken, excl. sedumdaken

-

m2

Veiligheid: Voorkom lichtverstoring zo veel mogelijk, bijvoorbeeld van ramen of lantarenpalen, op de verblijfplaatsen en verbindende groene structuren en waterlijnen.

Is aan deze voorwaarde voldaan? Zorg voor onderbouwing in het ontwikkelplan.

-

nee

Verbinding: Waterlijnen en/of bomenrijen in de omgeving (binnen een straal van 100 m).

Is aan deze voorwaarde voldaan? Zorg voor onderbouwing in het ontwikkelplan.

-

nee

-

Meer informatie en inspiratie voor het leefgebied van de gewone dwergvleermuis: https://natuurinclusiefontwikkelen.nl/gewone-dwergvleermuis/

Weidehommel Verblijfplaats en voortplanting: Insectstenen, zand, dood hout, holtes in stengels en stenenstapels.

1.9 Ingebouwde insectenstenen, grote insectenhotels, zandhopen, steilwanden voor bijen en/of dood hout.

Voedsel: Nectar- en stuifmeelplanten en bomen met bloeiperiodes van het vroege voorjaar tot najaar.

2.1 Bloem- en kruidenrijk grasland en zoomvegetatie 2.2 Vaste planten 6.1 Groene, grondgebonden gevel met klimplanten

Veiligheid: Creëer zonnige plekken die uit de wind liggen.

Is aan deze voorwaarde voldaan? Zorg voor onderbouwing in het ontwikkelplan.

-

nee

Is aan deze voorwaarde voldaan? Zorg voor onderbouwing in het ontwikkelplan.

-

nee

Verbinding: Bijenlinten door bloemrijke bermen aan te leggen. Verbind verschillende vlakken met elkaar via een bloeiende strook. Dit kan ook van maaiveld via gevel, naar dak en terug.

-

stuks

-

m2

-

Meer informatie en inspiratie voor het leefgebied van bijen en vlinders: https://natuurinclusiefontwikkelen.nl/weidehommel/

Egel Verblijfplaats en voortplanting: Structuurrijke, gelaagde beplanting van o.a. groene tuinen en struiken.

3.1 - 3.5 Heesters, heggen en hagen en onderbegroeiing 6.1 en 6.2 Geveltuin en particuliere tuin

-

m2

-

Voedsel: 2.1 Bloemrijk en kruidenrijk grasland en zoomvegetatie Een egel eet o.a. slakken. Een groot gebied met diverse 3.1 - 3.5 Heesters, heggen en hagen en onderbegroeiing beplanting, zorgt voor veel bodemleven en kleine dieren als 5.1 Ecologische wadi voedsel.

-

m2

-

Veiligheid: Leg faunapassages aan voor grondgebonden soorten en zorg voor voldoende donkerte in het plangebied.

Is aan deze voorwaarde voldaan? Zorg voor onderbouwing in het ontwikkelplan.

-

nee

Verbinding: Een zo groot mogelijk aaneengesloten gebied zonder Is aan deze voorwaarde voldaan? Zorg voor onderbouwing in (drukke) wegen en met gelaagdheid in de beplanting. het ontwikkelplan. Makkelijk toegankelijk water. Zorg ook dat de egel zich van tuin naar tuin kan bewegen.

-

nee

Meer informatie en inspiratie voor het leefgebied van de egel: https://natuurinclusiefontwikkelen.nl/egel/

Merel Verblijfplaats en voortplanting: Dichte struiken, hagen, gevelgroen (zoals klimop) en lage bomen.

3.1 - 3.5 Heesters, heggen en hagen 6.1 Groene, grondgebonden gevel met klimplanten 7.4 Intensief groendak met heesters 7.5 Intensief groendak met heesters en bomen

-

m2

-

Voedsel: Grasvelden om naar insecten te zoeken.

2.1 Bloemrijk en kruidenrijk grasland en zoomvegetatie 8.1 Gazon

-

m2

-

Veiligheid: Inheemse, doornige struiken in de buurt van broed of foerageer plaats.

3.1 - 3.5 Heesters, heggen en hagen en onderbegroeiing

-

m2

-

3.1 - 3.5 Heesters, heggen en hagen en onderbegroeiing 4.1 - 4.6 Behoud of aanplant van bomen 7.4 Intensief groendak met heesters 7.5 Intensief groendak met heesters en bomen

-

m2

-

Verbinding: Verbonden groenstructuur bestaande uit bomen en struiken.

Meer informatie en inspiratie voor het leefgebied van de merel: https://natuurinclusiefontwikkelen.nl/merel/

DISCLAIMER 1. Intellectueel eigendom De op dit Excelbestand getoonde informatie, waaronder teksten, foto’s, grafisch materiaal, merken, logo’s en (handels)namen, zijn eigendom van of in licentie bij Nest en zijn beschermd door auteursrecht, merkenrecht en/of andere intellectuele eigendomsrechten. Deze rechten behoren toe aan Nest of aan de licentiegever. Gebruikers van het Excelbestand mogen de inhoud van het Excelbestand niet op enigerlei wijze verveelvoudigen, bijvoorbeeld door deze door te sturen of te distribueren, noch tegen vergoeding beschikbaar stellen aan derden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Nest Natuurinclusief B.V. (hierna te noemen “Nest”). 2. Aansprakelijkheid Nest doet haar uiterste best om ervoor te zorgen dat dit Excelbestand goed functioneert en altijd toegankelijk is. Desondanks kan Nest niet garanderen dat het Excelbestand altijd toegankelijk is of goed functioneert. Nest vraagt hiervoor uw begrip en wijst erop dat Nest niet aansprakelijk is voor enige schade die voortvloeit uit het verminderd of tijdelijk niet functioneren van het Excelbestand. Hoewel Nest de grootst mogelijke zorgvuldigheid betracht bij het samenstellen en onderhouden van dit Excelbestand en gebruikmaakt van betrouwbare bronnen, kan Nest niet instaan voor de juistheid, volledigheid en actualiteit van de geboden informatie.

Ondanks de inspanningen van Nest om misbruik te voorkomen, kan zij niet aansprakelijk worden gesteld voor informatie die door gebruikers van het Excelbestand via internet worden verzonden. Verwijzingen naar of hyperlinks zijn uitsluitend bedoeld ter informatie van de gebruiker. Nest geeft geen garantie voor de toegankelijkheid en de inhoud van deze pagina’s en aanvaardt geen aansprakelijkheid voor het functioneren van of de informatie op deze pagina’s. Dit Excelbestand mag uitsluitend worden gebruikt voor niet-commerciële doeleinden. Het is niet toegestaan dit Excelbestand te gebruiken op een manier (i) het functioneren van het Excelbestand in gevaar brengt, of (ii) de geboden informatie of onderliggen het Excelbestand aantast. 3. Wijzigingen Nest behoudt zich het recht voor om deze disclaimer op elk moment zonder kennisgeving te wijzigen. Door gebruik te blijven maken van dit Excelbestand na een wijziging, bent u automatisch gebonden aan de voorwaarden van de gewijzigde disclaimer. Het is daarom raadzaam om deze tekst regelmatig te raadplegen wanneer u onze site bezoekt. 4. Geschillen Op eventuele geschillen met betrekking tot dit Excelbestand is het Nederlands recht van toepassing. Alle geschillen met betrekking tot dit Excelbestand zullen exclusief worden voorgelegd aan de bevoegde rechter in Nederland. Contact: Nest Natuurinclusief B.V.

Honingerdijk 31 A 3063 AJ ROTTERDAM Deze disclaimer doet geen afbreuk aan eventuele specifieke voorwaarden die van toepassing kunnen zijn. In geval van tegenstrijdigheid tussen deze disclaimer en dergelijke specifieke voorwaarden, hebben de laatste voorrang.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16978152/2