Bijlage Nibud-betaalbaarheid-van-maximale-huurverhoging-2025
Tekst van het document
Betaalbaarheid van de huurverhoging in 2025 Jasja Bos, Sanne Lamers en Guus Wieman
Betaalbaarheid van de huurverhoging in 2025
Auteurs Jasja Bos, Sanne Lamers en Guus Wieman
Nibud, november 2024 In opdracht van Aedes
Inhoud
1.
Inleiding ....................................................................................................... 3
2. 2.1 2.2 2.3
Huurstijging in 2025 ....................................................................................... 4 Inleiding ....................................................................................................... 4 Maximale huurstijging .................................................................................... 4 Inkomensontwikkeling .................................................................................... 5
3. 3.1 3.2 3.2.1 3.3
Effect van de huurverhoging............................................................................ 6 Inleiding ....................................................................................................... 6 Huurquote .................................................................................................... 6 Huurquote huurverhoging ............................................................................... 7 Betaalbaarheid .............................................................................................. 9
4.
Conclusie .................................................................................................... 13
Bijlage 1 | Methode van betaalbaarheid .................................................................... 14 Bijlage 2 | Beschrijving uitgaven in het huishoudbudget ............................................. 17 Bijlage 3 | Tabellen................................................................................................ 20
1. Inleiding In dit rapport brengen we op verzoek van Aedes in kaart wat de effecten zijn van de voorgenomen huurverhoging per 1 juli 2025. In 2023 hebben we hetzelfde onderzoek gedaan voor de huurverhoging per 1 juli 2024. We gaan eerst in op het effect van de huurverhoging op de huurquote. Dat doen we voor de jaren 2022, 2023, 2024 en 2025. Vervolgens kijken we naar de betaalbaarheid van de huur volgens de Nibud methode van het kijken naar betaalbaarheid en vergelijken dat met de maximale huurverhoging.
Betaalbaarheid van de huurverhoging in 2025| 3
2. Huurstijging in 2025 2.1 Inleiding Hieronder gaan we in op de maximale huurstijging in 2025 en de beschrijving van de uitgangspunten van onze berekening.
2.2 Maximale huurstijging De huren in het gereguleerde segment (sociale huur) mogen vanaf 1 juli 2025 naar verwachting gemiddeld met maximaal 4,5 procent stijgen. Dat is afgesproken in de Nationale Prestatieafspraken. Uit tabel 1 valt af te lezen wat dat betekent voor de huren in ons voorbeeld. Tabel 1: Uitgangspunt hoogte huur bij verschillende inkomensniveaus Inkomensklasse
2022*
2023*
2024
2025**
Sociaal minimum
606 / 649
575
603
630
Doelgroep Passend toewijzen
606 / 649
620 / 665
650,43 / 697,07
680 / 728
Doelgroep DAEB (aftoppingsgrens)
606 / 649
620 / 665
650,43 / 697,07
680 / 728
Doelgroep DAEB (liberalisatiegrens)
819
839
879,66
919
* 2022: berekend als 2023/1,024; sociaal minimum = aftoppingsgrens. 2023: berekend als 2024 / 1,049. ** berekend als 2024 * 1,045
Voor 2024 gaan we voor huishoudens met een inkomen op het sociaal minimum uit van een huur van € 575 uit 2023 geïndexeerd met de gemiddelde huurverhoging van 4,9 procent naar € 603. Voor de huren bij de inkomensgrenzen die gelden voor het passend toewijzen en DAEB, gaan we uit van een huur ter hoogte van de aftoppingsgrens. Ook werken we een situatie uit van een huur ter hoogte van de maximale huurgrens voor de huurtoeslag bij de DAEB grens. Voor 2023 rekenen we de huren terug met de gemiddelde huurstijging in de gereguleerde sector van 4,9 procent en voor 2022 met 2,4 procent. Alleen op het sociaal minimum gaan we in 2022 uit van een gemiddelde huur op basis van berekeningen van Aedes. In 2024 zijn de huurgrenzen voor de doelgroep passend toewijzen en DAEB dus gelijk aan de aftoppingsgrens of liberalisatiegrens. In de jaren ervoor en erna, worden de huren (terug)geïndexeerd met de gemiddelde maximale huurstijging van dat jaar. Daarom wijken in die jaren de huurprijzen af van de aftoppingsgrenzen en liberalisatiegrens in die jaren.
4 | Betaalbaarheid van de huurverhoging in 2025
2.3 Inkomensontwikkeling In dit onderzoek laten we de huurquote zien bij een aantal inkomensgrenzen (zie tabel 2). Tabel 2: Inkomensgrenzen 2024 Passend toewijzen - eenpersoonshuishoudens onder de AOW-lft
27.725
- meerpersoonshuishoudens onder de AOW-lft
37.625
- eenpersoonshuishoudens boven de AOW-lft
27.225
- meerpersoonshuishoudens boven de AOW-lft
36.675
DAEB - eenpersoonshuishoudens onder de AOW-lft
47.699
- meerpersoonshuishoudens onder de AOW-lft
52.671
- eenpersoonshuishoudens boven de AOW-lft
47.699
- meerpersoonshuishoudens boven de AOW-lft
52.671
De grenzen voor passend toewijzen en de DAEB-grenzen worden jaarlijks opnieuw vastgesteld. We zijn uitgegaan van de bedragen voor 2024. Voor 2022, 2023 en 2025 hebben we geïndexeerd met de gemiddelde (verwachte) loonstijging over de periode augustus t/m juli en indexatie van uitkeringen en aanvullende pensioenen: • 2023: De gemiddelde loonstijging van augustus 2022 t/m juli 2023 was 5,9 procent. • 2024: De gemiddelde loonstijging van augustus 2023 t/m juli 2024 is naar verwachting 6,9 procent. Indexatie pensioenen over heel 2024 gemiddeld 2,9 procent. • 2025: De gemiddelde loonstijging van augustus 2024 t/m juli 2025 is naar verwachting 5,2 procent. Indexatie pensioenen over heel 2025 3,1 procent.
Betaalbaarheid van de huurverhoging in 2025| 5
3. Effect van de huurverhoging 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk rekenen we door wat de huurverhoging betekent voor de huurquote en de betaalbaarheid ervan. Voor de situatie 2025 maken we gebruik van de koopkrachtberekeningen die zijn gedaan naar aanleiding van de kabinetsplannen die op Prinsjesdag 2024 zijn gepubliceerd.1 Deze plannen waren ten tijde van het schrijven van dit rapport nog niet definitief.
3.2 Huurquote De huurquote geeft de verhouding weer van de huur ten opzichte van het inkomen. Dat kan het bruto of het netto inkomen zijn. En het inkomen met of zonder toeslagen. In dit rapport gaat het om de volgende benadering: Huurquote = (huur -/- huurtoeslag) / netto besteedbaar inkomen excl. huurtoeslag Het netto besteedbaar inkomen is in dit geval de netto uitkering of het nettoloon vermeerderd met de vakantietoeslag, zorgtoeslag, kinderbijslag en het kindgebonden budget.
_______________ 1
https://www.nibud.nl/nieuws/kleine-koopkrachtstijging-voor-meeste-huishoudens/
6 | Betaalbaarheid van de huurverhoging in 2025
3.2.1 Huurquote huurverhoging Figuur 2 geeft de huurquote weer bij een huur van 603 euro bij het sociaal minimum en de aftoppingsgrenzen en de liberalisatiegrens bij drie inkomensniveaus voor 2024. Daarnaast staan de huurquotes voor 2022, 2023 en voor 2025 weergegeven. In de bijlage staat de uitgebreide berekening.
Figuur 1: Huurquote
Betaalbaarheid van de huurverhoging in 2025| 7
Toelichting: alleenstaand onder de AOW-leeftijd Uitkering Participatiewet Af te lezen valt dat voor een alleenstaande onder de AOW-leeftijd de huurquote op bijstandsniveau 17,0 procent bedraagt. In 2025 daalt dat naar verwachting naar 16,8 procent. De daling wordt veroorzaakt doordat de huur met 4,5 procent minder harder stijgt dan het netto inkomen op bijstandsniveau (4,6 procent). In 2023 was de huurquote nog 19,6 procent. De relatief forse daling in 2024 komt doordat het bijstandsinkomen met 7,5 procent, door de extra verhoging van het minimumloon, harder is gestegen dan de huur (4,9 procent). Voor 2022 zijn we uitgegaan van een huur boven het niveau van voor de huurverlaging voor lage inkomens. Passend toewijzen Bij de inkomensgrens voor passend toewijzen daalt de huurquote van 18,4 procent in 2024 naar 17,9 procent in 2025. Ondanks, of dankzij, de nieuwe belastingregels per 1 januari 2025, stijgt het netto inkomen in dit geval vrijwel evenveel als het bruto inkomen. De huurtoeslag stijgt in dit geval met bijna 10 procent. In 2023 was de huurquotes met 20,6 hoger dan in 2024 het geval is. De vrij forse afname komt door de relatief hoge loonstijging in 2024, waardoor het netto inkomen in dit geval 5,3 steeg. DAEB De huurquote bij de DAEB-inkomensgrens en een huur ter hoogte van de aftoppingsgrens (DAEB_1) daalt in 2025 met 0,1 procentpunt.
De huurstijging van 4,5 procent is iets lager dan de netto inkomensstijging van 4,6 procent. In 2023 lagen de huurquotes 0,4 tot 0,5 procentpunt hoger dan in 2024. Bij een huur ter hoogte van de maximale huurgrens voor de huurtoeslag, zien we eveneens een daling van de huurquote met 0,1 procentpunt. De huur stijgt tot boven de liberalisatiegrens in 2025. Als de huur beperkt blijft tot de liberalisatiegrens, dan zal de huurquote waarschijnlijk dalen. Overige huishoudtypen Bij de overige huishoudens zien we dat de huurquotes lager zijn naarmate het huishouden uit meer personen bestaat. Daarnaast zien we door de jaren heen per inkomensniveau grotendeels dezelfde verhoudingen in huurquotes als bij alleenstaanden. Uitzonderingen zijn: • De alleenstaande ouder met 2 kinderen. Daarvoor zien we op bijstandsniveau en op de DAEB-inkomensgrens i.c.m. een huur ter hoogte van de aftoppingsgrens een stijging van de huurquote met 0,1 procentpunt in 2025. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door een verandering in het kindgebonden budget voor alleenstaande ouders, waardoor het netto besteedbaar inkomen relatief weinig stijgt. • Alleenstaanden en paren vanaf de AOW-leeftijd. Dit komt door de relatief lage indexatie van het aanvullend pensioen.
8 | Betaalbaarheid van de huurverhoging in 2025
3.3 Betaalbaarheid Hoe verhouden deze huurquotes zich tot de betaalbaarheid ervan? Om dit te bepalen rekenen we de huur uit, waarbij we rekening houden met de uitgaven die iemand minimaal doet. Boven op die minimale uitgaven houden we, al naar gelang de hoogte van het inkomen, rekening met een iets uitgebreider uitgavenpatroon (de zogenaamde normbedragen.) De huur die vervolgens resulteert duiden we aan als de ‘maximaal betaalbare huur’. De methode die hiervoor gevolgd wordt, staat toegelicht in de bijlage, waar ook de minimale uitgaven staan beschreven. In figuur 4 staat de maximaal betaalbare huur volgens de normbedragen weergegeven. In de bijlage staat de uitgebreide berekening. Af te lezen valt dat de huur die voor een alleenstaande met een bijstandsuitkering betaalbaar is, 695 euro bedraagt. In 2025 stijgt dat naar verwachting naar 819 euro. Hier gaat de huurtoeslag van respectievelijk 226 en 208 euro nog vanaf. Het valt op dat vooral vanaf de DAEB-inkomensgrenzen de maximaal betaalbare huur erg hoog is. In die gevallen is het maar de vraag of de normbedragen het juiste uitgangspunt vormen voor de huur die maximaal betaalbaar is. Waarschijnlijk kan er dan beter gekeken worden naar een hoger uitgavenniveau, bijvoorbeeld de voorbeeldbedragen.
Betaalbaarheid van de huurverhoging in 2025| 9
Figuur 2: Maximaal betaalbare huur (normbedragen)
10 | Betaalbaarheid van de huurverhoging in 2025
In figuur 5 staat het verschil weergegeven tussen de huur waarvoor we de huurverhoging hebben uitgerekend en de maximaal betaalbare huur op basis van de normbedragen.
Figuur 3: Verschil maximaal betaalbare huur en gekozen huur voor berekening huurverhoging
Af te lezen valt dat in 2024 en 2025 de huur waarvoor we de huurverhoging hebben uitgerekend in alle gevallen betaalbaar is volgens de normbedragen. Zo is een huur van 603 euro in 2024 voor een alleenstaande met een bijstandsuitkering betaalbaar, want er resteert nog 92 euro met de maximaal betaalbare huur. Die bedraagt 695 euro. Over deze huur is in dit geval 410 euro huurtoeslag mogelijk. Bij de DAEB grens zijn er grote verschillen zichtbaar. Een huur ter hoogte van de aftoppingsgrens is in alle gevallen ruimschoots betaalbaar. Ook een huur ter hoogte van
Betaalbaarheid van de huurverhoging in 2025| 11
de liberalisatiegrens is betaalbaar, al is dat voor alleenstaanden meer het geval dan voor paren. We merken hierbij nogmaals op dat in deze gevallen waarschijnlijk beter gekeken kan worden naar een hoger uitgavenniveau. Dat is in dit rapport niet verder uitgewerkt, maar als we kijken naar de voorbeeldbedragen dan zien we dat de huren die hier in kaart zijn gebracht ook betaalbaar zijn. In 2025 neemt verbetert de betaalbaarheid in de meeste gevallen doordat het netto inkomen harder stijgt dan de verwachte inflatie. Alleen bij het eenoudergezin met 2 kinderen op bijstandsniveau en (alleenstaande) ouderen met een laag inkomen is dat niet het geval. Hun inkomen stijgt minder hard door aanpassingen in het kindgebonden budget en de beperkte indexatie van de pensioenen. In 2023 was op bijstandsniveau een huur van 575 euro niet altijd betaalbaar volgens de normbedragen. Dat is in 2024 en 2025 niet meer het geval. Door de extra minimumloonsverhoging is de bijstandsuitkering relatief sterk gestegen. Daarnaast spelen de koopkrachtmaatregelen van 1 januari 2024 hierin een belangrijke rol.
12 | Betaalbaarheid van de huurverhoging in 2025
4. Conclusie In 2025 zien we in de meeste gevallen die we hebben onderzocht een daling van de huurquote als de huren per 1 juli 2025 worden verhoogd met 4,5 procent. Dat komt doordat de cao-lonen over de 12 maanden daarvoor naar verwachting harder stijgen dan deze huurverhoging, namelijk met 5,2 procent. We hebben hierbij rekening gehouden met de koopkrachtmaatregelen die per 1 januari 2025 overwegend positief zijn voor de meeste huishoudens. Verder hebben we gezien dat de huurquote in 2024 is gedaald vergeleken met 2023. Ook hier gold dat de huren in onze voorbeelden minder hard zijn gestegen dan de inkomens. Tenslotte hebben we in kaart gebracht hoe de huur die maximaal betaalbaar is volgens de Nibud uitgavencijfers zich verhoudt tot de huurverhoging. Hierbij hebben we gezien dat in 2024 de huren op de huurgrenzen volgens passend toewijzen betaalbaar zijn. Ook de huur na huurverlaging voor lage inkomens is betaalbaar. De betaalbaarheid zal in 2025 waarschijnlijk stijgen.
Betaalbaarheid van de huurverhoging in 2025| 13
Bijlage 1 | Methode van betaalbaarheid In deze bijlage staat een beschrijving van de onderzoeksmethode en op de uitgangspunten die het Nibud hanteert in de methode van betaalbaarheid. Centraal in deze methode staat de vraag wat huishoudens maximaal verantwoord aan woonlasten kunnen betalen.
Hoofdlijnen methodiek betaalbaarheid Naast de woonlasten (huur en onderhoud) zijn er nog tal van andere uitgavenposten die in een huishouden gedaan moeten worden. Zoals verzekeringen, vervoerskosten, kleding, voeding en inventaris. Deze andere uitgaven dienen ook betaalbaar te zijn. Ze worden in dit advies ‘overige uitgaven‘ genoemd. Het gaat dus om de uitgaven die huurders hebben exclusief huur en onderhoud van de woning.
Nibud uitgavencijfers De berekeningen zijn gebaseerd op cijfermateriaal van het Nibud. Het Nibud maakt een onderscheid in basisbedragen en voorbeeldbedragen. Basisbedragen De basisbedragen zijn de bedragen die minimaal voor een bepaalde uitgavenpost nodig zijn. De basisbedragen zijn afhankelijk van de huishoudsamenstelling, maar onafhankelijk van het inkomen. Voorbeeldbedragen De voorbeeldbedragen zijn de uitgaven die een vergelijkbaar huishouden met een vergelijkbaar inkomen gemiddeld doet aan de verschillende uitgavenposten. Deze bedragen zijn dus zowel afhankelijk van de huishoudsamenstelling als van het inkomen. De voorbeeldbedragen komen onder andere uit het Budgetonderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Alle bedragen in dit onderzoek zijn landelijke bedragen. Normbedrag Het uitgangspunt voor de berekeningen is dat bij de laagste inkomens bij een maximale woonlast de basisbedragen beschikbaar moeten zijn voor de overige uitgaven; bij de hogere inkomens moeten de overige uitgaven precies tussen de basisbedragen en de voorbeeldbedragen uitkomen. Hierna zal het benodigde bedrag voor de overige uitgaven, het normbedrag worden genoemd. Voor woonlasten is dan een bedrag beschikbaar gelijk aan het netto besteedbare inkomen minus het normbedrag voor de overige uitgaven. De methode is in figuur 1 schematisch weergegeven.
Hierbij gaat het bij de verschillende bedragen om de niet-woonuitgaven.
14 | Betaalbaarheid van de huurverhoging in 2025
Schematische weergave methode betaalbare huur
Vijf situaties Deze opstelling leidt qua betaalbaarheid tot de volgende mogelijke situaties. 1. De betaalbaarheid van de minimale bedragen is niet mogelijk Als hier sprake van is, is er dus niet voldoende inkomen om alle noodzakelijke uitgaven te kunnen doen. Dat wil niet zeggen dat huishoudens direct in de financiële problemen komen. Huishoudens zullen dan zogenaamde overlevingstechnieken gaan toepassen. Overlevingstechnieken zijn bijvoorbeeld: • het ophouden met het reserveren voor vervanging van noodzakelijke spullen; • bezuinigen op noodzakelijke uitgaven, zoals gezonde voeding of sociale participatie; • rekeningen laten liggen en schulden maken; • afhankelijk worden van particuliere giften (bijv. voedselbank); • illegaal inkomen verwerven. Dit zijn echter situaties, die niet structureel kunnen voortduren zonder uiteindelijk tot problemen te leiden. Als de betaalbaarheid van de basisbedragen in het gedrang is, is dat een sterk signaal op het risico van financiële problemen. 2. De minimale bedragen zijn wel betaalbaar, maar de normbedragen niet In dit geval is er in principe voldoende ruimte om de noodzakelijke uitgaven te kunnen doen. Toch zijn deze huishoudens nog kwetsbaar. De marges zijn smal. Het nietaanvragen van inkomensondersteuning waar recht op is, de aanwezigheid van mogelijke individuele onvermijdbare kosten (bijvoorbeeld als gevolg van ziekte), onverwachte
Betaalbaarheid van de huurverhoging in 2025| 15
tegenvallers, of het niet perfect met geld omgaan, kunnen alsnog voor financiële problemen zorgen. In deze situatie is er bovendien nauwelijks ruimte om iets extra’s te kunnen boven het strikt noodzakelijke. 3. De normbedragen zijn wel betaalbaar, maar de voorbeeldbedragen niet. In dit geval dienen huishoudens te bezuinigen ten opzichte van datgene wat bij hun inkomen gebruikelijk is. De bezuinigingen zijn echter niet zo groot, dat dit tot een kwetsbare positie leidt. Het Nibud schrijft hierbij niet voor op welke uitgaven precies bezuinigd wordt, alleen dat er bezuinigd wordt. Het is aan het huishouden zelf om te beslissen op welke posten men minder uitgeeft dan het voorbeeldbedrag. 4. De voorbeeldbedragen zijn net betaalbaar In dit geval hebben huishoudens voldoende inkomen om zowel de huur als de bij hun inkomen gebruikelijke uitgaven te kunnen doen. 5. De voorbeeldbedragen zijn ruim betaalbaar In dit geval hebben huishoudens voldoende inkomen om zowel de huur als de bij hun inkomen gebruikelijke uitgaven te kunnen doen en kunnen ze goed sparen.
Huurwijzer De vijf situaties dienen ook als basis voor de resultaten uit de Nibud Huurwijzer. 2 Waarbij het volgende resultaat • situatie 1 krijgt de kleur donkerrood in de Huurwijzer. • situatie 2 krijgt de kleur oranjerood in de Huurwijzer. • situatie 3 krijgt de kleur oranje in Huurwijzer. • situatie 4 krijgt de kleur geel in de Huurwijzer. • situatie 5 krijgt de kleur groen in de Huurwijzer. Hierbij is de berekende normrekenhuur (uit de tabellen) het uitgangspunt en krijgt de uitslag oranje of beter als er sprake is een betaalbare huur. De uitslagen oranjerood en donkerrood betreffen de niet betaalbare huren.
Drie voorwaarden voor betaalbaarheid De basisuitgaven zijn in principe gewaarborgd. In principe, omdat aan drie voorwaarden moeten worden voldaan: • Alle inkomensondersteuning waar recht op is wordt aangevraagd; • Er moet goed met geld omgegaan worden; • Er moeten weinig persoonlijk onvermijdbare uitgaven zijn. Persoonlijk onvermijdbare uitgaven zijn uitgaven die niet voor iedereen noodzakelijk zijn, maar die wel noodzakelijk zijn voor het specifieke huishouden. Voorbeelden zijn bijvoorbeeld extra ziektekosten, extra voedingskosten vanwege een dieet, hoge energiekosten bij een slecht geïsoleerde woning. Ook aflossingen op leningen zijn persoonlijk onvermijdbare uitgaven.
_______________ 2
https://www.nibud.nl/praktijkverhalen/huurtool-voor-verhuurders/
16 | Betaalbaarheid van de huurverhoging in 2025
Bijlage 2 | Beschrijving uitgaven in het huishoudbudget In deze bijlage staat beschreven hoe het basispakket en de voorbeeldbedragen in de methodiek worden toegepast. Hieronder volgt een korte uitleg van de posten waaruit de overige uitgaven bestaan. De Prijzengids en het Budget Handboek zijn publicaties van het Nibud waarin de pakketten, inclusief de overige uitgaven, uitgebreid staan beschreven. De hoogte van de overige uitgaven wordt berekend aan de hand van referentiecijfers die het Nibud verkrijgt uit verschillende bronnen. Een belangrijke informatiebron zijn de onderzoeken van het CBS, en daarnaast instanties als het Voedingscentrum, RVO en Milieu Centraal. Basispakket Energie en water Dit de prijs van gemiddeld verbruik naar huishoudtype met een opslag van 10 voor huishoudens vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd. Voor de prijs van energie gaat het Nibud uit van een inschatting van de prijzen voor heel 2024 door het CPB. Lokale lasten Dit zijn de gemeentelijke- en waterschapsheffingen. Telefoon, televisie, internet De kosten van het bellen bestaat uit de kosten van een maandelijks abonnement voor een mobiele telefoon voor elk lid van het huishouden ouder dan 12 jaar. Verder gaan we uit voor elk huishouden van een televisie en internetaansluiting. Zorgverzekering Dit is een basisverzekering met een gemiddelde aanvullende verzekering en een goedkope tandartsverzekering.
Aansprakelijkheidsverzekering De premie is afhankelijk van de grootte van het huishouden. De premie voor de verzekering is zonder eigen risico. Inboedelverzekering De waarde van de inboedel is vastgesteld op basis van de inboedelmeter. Er is rekening gehouden met regionale verschillen en het glas is mee verzekerd. De premie voor de verzekering is zonder eigen risico. Uitvaartverzekering Voor huishoudens onder de AOW-leeftijd is een uitvaartverzekering opgenomen. Onderwijs Deze bedragen zijn gebaseerd op onderzoek van SEO, zoals gepubliceerd in de Schoolkostenmonitor. Het betreffen onder andere de vrijwillige schoolbijdrage, leermiddelen en gereedschappen, ICT-benodigdheden en kosten voor extra schoolactiviteiten. Alleen school- en studiekosten voor kinderen worden gespecificeerd.
Betaalbaarheid van de huurverhoging in 2025| 17
Contributies en abonnementen Voor elk meerderjarig gezinslid is een bedrag opgenomen voor bankkosten. Daarnaast is voor ieder lid van het huishouden een bedrag opgenomen voor contributie van een sport- of hobbyclub. Dit laatste valt onder het pakket voor sociale participatie. Vervoer Voor ieder lid van het huishouden zijn de kosten van een fiets en voor openbaar vervoer opgenomen. Voor de basisuitgaven is geen rekening gehouden met de aanwezigheid van een auto. Kleding Deze bedragen zijn gebaseerd op de Nibud-basispakketten voor kleding. Het gaat hierbij net als bij alle andere uitgavenposten om een goedkoop pakket met nieuwe artikelen. De bedragen zijn gebaseerd op de prijzen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Inboedel Deze bedragen zijn gebaseerd op het Nibud-basispakket voor inventaris en onderhoud. Dit betreft o.a. de stoffering, keukeninventaris en huishoudelijk apparatuur. Onderhoud huis en tuin In de berekeningen is rekening gehouden met een bedrag voor onderhoud huis en tuin ter hoogte van het minimaal moeilijk vermijdbare bedrag van € 27 per maand en een hoger bedrag al naar gelang het inkomen toeneemt. Niet-vergoede ziektekosten We gaan er vanuit dat elk meerderjarig gezinslid het volledige verplichte eigen risico apart zet. In het basispakket is verder een bedrag opgenomen voor verbandmiddelen, aspirines e.d.
Voeding De bedragen zijn gebaseerd op het dieet van het Voedingscentrum en op de eerste kwartielprijzen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De hoeveelheden zijn gebaseerd op de voedingsgewoonten van de Nederlandse bevolking. Was- en schoonmaakartikelen Een bedrag per huishouden en een bedrag per persoon op basis van Nibud-onderzoek. Persoonlijke verzorging Hier wordt uitgegaan van een bedrag per persoon op basis van Nibud-onderzoek. Diversen Hieronder vallen bijvoorbeeld kosten voor een identiteitskaart, postzegels, speelgoed. Sociale participatie Deelnemen aan de maatschappij is voor iedereen belangrijk, dus ook voor huishoudens met een minimum inkomen. Dit is ook één van de conclusies van de Commissie Sociaal Minimum (2023).3
_______________ https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2023/09/28/kamerbrief-ontvangst-eindrapportcommissie-sociaal-minimum 3
18 | Betaalbaarheid van de huurverhoging in 2025
Op basis van de onderliggende onderzoeken heeft het SCP (Sociaal en Cultureel Planbureau) een pakket samengesteld voor activiteiten in het kader van sociale participatie en ontspanning. Voor deze activiteiten zijn bedragen vastgesteld die een alleenstaande hiervoor minimaal nodig zou hebben. Het Nibud heeft de kosten voor de overige huishoudtypen berekend, omdat zo het totaalbedrag voor sociale participatie per type huishouden te bepalen. Jaarlijks worden deze bedragen geïndexeerd. Voorbeeldbedragen Naast het basispakket stelt het Nibud ook voorbeeldbedragen vast. In tegenstelling tot de basisbedragen, zijn de voorbeeldbedragen wel afhankelijk van het inkomen. De inkomensafhankelijkheid wordt voornamelijk afgeleid uit de Budgetonderzoeken van het CBS. Omdat de inkomensafhankelijkheid per uitgavenpost kan verschillen is er geen lineair verband tussen het inkomen en het totaal van de voorbeeldbedragen, maar kan die op verschillende inkomensintervallen een verschillende hellingshoek hebben. Er is geen pakket aan goederen voor hogere inkomens, maar we kijken per uitgavenpost hoe het bedrag zich ontwikkelt bij een hoger inkomen. Bij hogere inkomens is er een ruime mate van keuzevrijheid en is het “voorschrijven” van pakketten op detailniveau weinig zinvol.
Betaalbaarheid van de huurverhoging in 2025| 19
Bijlage 3 | Tabellen Huurquote huurverhoging met 4,5 procent per 1 juli 2025 alleenstaand 2022
paar zonder kinderen
2023
2024
2025
2022
2023
2024
2025
P-w et/AOW 0,00 PT 24491 DAEB_1 42134 DAEB_2 42134 2. netto besteedbaar inkom en
0,00 25935 44620 44620
0,00 27725 47699 47699
0,00 29167 50179 50179
0,00 33236 46526 46526
0,00 35196 49271 49271
0,00 37625 52671 52671
0,00 39582 55410 55410
P-w et/AOW PT DAEB_1 DAEB_2 3. rekenhuur
1213 1825 2662 2662
1371 2147 2873 2873
1432 2269 3078 3078
1498 2373 3236 3236
1787 2304 2871 2871
2002 2614 3068 3068
2105 2755 3285 3285
2203 2893 3453 3453
P-w et/AOW PT DAEB_1 DAEB_2 4. huurtoeslag
606 606 606 819
575 620 620 839
603 650 650 879
630 680 680 919
606 606 606 819
575 620 620 839
603 650 650 879
630 680 680 919
P-w et/AOW PT DAEB_1 DAEB_2 5. huurquote
311 116 0 0
306 179 0 0
359 232 0 0
376 255 0 0
311 91 0 0
306 149 0 0
359 202 0 0
376 229 0 33
P-w et/AOW PT DAEB_1 DAEB_2
24,3 26,9 22,8 30,8
19,6 20,6 21,6 29,2
17,0 18,4 21,1 28,5
16,9 17,9 21,0 28,4
16,5 22,3 21,1 28,5
13,4 18,0 20,2 27,3
11,6 16,3 19,8 26,7
11,5 15,6 19,7 25,7
1. verzam elinkom en
eenoudergezin, 2 kinderen 2022
paar, 2 kinderen
2023
2024
2025
2022
2023
2024
2025
P-w et/AOW 0,00 PT 33236 DAEB_1 46526 DAEB_2 46526 2. netto besteedbaar inkom en
0,00 35196 49271 49271
0,00 37625 52671 52671
0,00 39582 55410 55410
0,00 33236 46526 46526
0,00 35196 49271 49271
0,00 37625 52671 52671
0,00 39582 55410 55410
P-w et/AOW PT DAEB_1 DAEB_2 3. rekenhuur
1921 3073 3655 3655
2210 3512 3996 3996
2434 3829 4387 4387
2515 3974 4558 4558
2221 2739 3267 3267
2520 3132 3554 3554
2817 3457 3902 3902
2938 3615 4081 4081
P-w et/AOW PT DAEB_1 DAEB_2 4. huurtoeslag
649 649 649 819
575 665 665 839
603 697 697 879
630 728 728 919
649 649 649 819
575 665 665 839
603 697 697 879
630 728 728 919
P-w et/AOW PT DAEB_1 DAEB_2 5. huurquote
335 116 0 0
306 178 0 0
359 233 0 0
376 260 0 33
339 119 0 0
306 178 0 0
359 233 0 0
376 260 0 33
P-w et/AOW PT DAEB_1 DAEB_2
16,3 17,4 17,8 22,4
12,2 13,9 16,6 21,0
10,0 12,1 15,9 20,0
10,1 11,8 16,0 19,4
14,0 19,3 19,9 25,1
10,7 15,6 18,7 23,6
8,7 13,4 17,9 22,5
8,6 12,9 17,8 21,7
1. verzam elinkom en
20 | Betaalbaarheid van de huurverhoging in 2025
alleenstaand AOW 2022
paar AOW
2023
2024
2025
2022
2023
2024
2025
P-w et/AOW 16850,88 18411,00 PT 24049 25468 DAEB_1 42134 44620 DAEB_2 42134 44620 2. netto besteedbaar inkom en
19777,00 27225 47699 47699
20347,00 28641 50179 50179
23127,84 32396 46526 46526
25140,00 34308 49271 49271
26926,00 36675 52671 52671
27919,00 38582 55410 55410
1. verzam elinkom en
P-w et/AOW PT DAEB_1 DAEB_2 3. rekenhuur
1337 1908 2819 2819
1512 2075 2941 2941
1580 2183 3116 3116
1652 2302 3244 3244
1864 2650 3457 3457
2107 2871 3635 3635
2211 3017 3885 3885
2312 3109 3970 3970
P-w et/AOW PT DAEB_1 DAEB_2 4. huurtoeslag
606 606 606 819
575 620 620 839
603 650 650 879
630 680 680 919
606 606 606 819
575 620 620 839
603 650 650 879
630 680 680 919
P-w et/AOW PT DAEB_1 DAEB_2 5. huurquote
313 160 0 0
308 198 0 0
361 259 0 0
376 270 0 0
315 143 0 0
310 178 0 0
363 240 0 26
378 252 0 34
P-w et/AOW PT DAEB_1 DAEB_2
21,9 23,4 21,5 29,0
17,6 20,3 21,1 28,5
15,3 17,9 20,9 28,2
15,4 17,8 21,0 28,3
15,6 17,5 17,5 23,7
12,6 15,4 17,1 23,1
10,9 13,6 16,7 21,9
10,9 13,8 17,1 22,3
Betaalbaarheid van de huurverhoging in 2025| 21
Maximaal betaalbare huur volgens de normbedragen alleenstaand 2023
paar zonder kinderen
2024
2025
2023
2024
2025
27.725 47.699 47.699
29.167 50.179 50.179
35.196 49.271 49.271
37.625 52.671 52.671
39.582 55.410 55.410
1. verzam elinkom en P-w et/AOW PT 25.935 DAEB_1 44.620 DAEB_2 44.620 2. netto besteedbaar inkom en P-w et/AOW PT DAEB_1 DAEB_2 3. rekenhuur
1.371 2.147 2.873 2.873
1.432 2.269 3.078 3.078
1.498 2.373 3.236 3.236
2.002 2.614 3.068 3.068
2.105 2.755 3.285 3.285
2.203 2.893 3.453 3.453
P-w et/AOW PT DAEB_1 DAEB_2 4. huurtoeslag
452 808 1.254 1.254
695 879 1.437 1.437
819 931 1.571 1.571
452 807 946 946
643 879 1.066 1.066
822 900 1.154 1.154
P-w et/AOW PT DAEB_1 DAEB_2 5. huurquote
226 261 0 0
408 324 0 0
465 0 0 0
226 166 0 0
385 202 0 0
466 0 0 0
P-w et/AOW PT DAEB_1 DAEB_2
16,5 25,5 43,6 43,6
20,1 24,5 46,7 46,7
23,6 39,2 48,5 48,5
11,3 24,5 30,8 30,8
12,3 24,6 32,5 32,5
16,1 31,1 33,4 33,4
22 | Betaalbaarheid van de huurverhoging in 2025
eenoudergezin, 2 kinderen 2023
paar, 2 kinderen
2024
2025
2023
2024
2025
37.625 52.671 52.671
39.582 55.410 55.410
35.196 49.271 49.271
37.625 52.671 52.671
39.582 55.410 55.410
1. verzam elinkom en P-w et/AOW PT 35.196 DAEB_1 49.271 DAEB_2 49.271 2. netto besteedbaar inkom en P-w et/AOW PT DAEB_1 DAEB_2 3. rekenhuur
2.210 3.512 3.996 3.996
2.434 3.829 4.387 4.387
2.515 3.974 4.558 4.558
2.520 3.132 3.554 3.554
2.817 3.457 3.902 3.902
2.938 3.615 4.081 4.081
P-w et/AOW PT DAEB_1 DAEB_2 4. huurtoeslag
685 1.157 1.497 1.497
879 1.349 1.830 1.830
899 1.474 1.975 1.975
452 808 884 884
741 879 1.056 1.056
899 912 1.146 1.146
P-w et/AOW PT DAEB_1 DAEB_2 5. huurquote
378 0 0 0
420 0 0 0
509 0 0 0
226 196 0 0
420 233 0 0
509 0 0 0
P-w et/AOW PT DAEB_1 DAEB_2
13,9 32,9 37,5 37,5
18,9 35,2 41,7 41,7
15,5 37,1 43,3 43,3
8,9 19,5 24,9 24,9
11,4 18,7 27,1 27,1
13,3 25,2 28,1 28,1
2024
2025
2023
2024
2025
P-w et/AOW 18411 PT 25.636 DAEB_1 45.533 DAEB_2 45.533 2. netto besteedbaar inkom en
19777 27.225 47.699 47.699
20347 28.214 49.322 49.322
25140 34.560 50.105 50.105
26926 36.675 52.671 52.671
27919 38.198 54.689 54.689
P-w et/AOW PT DAEB_1 DAEB_2 3. rekenhuur
1.512 2.085 2.971 2.971
1.580 2.183 3.116 3.116
1.652 2.278 3.216 3.216
2.107 2.888 3.685 3.685
2.211 3.017 3.885 3.885
2.312 3.088 3.937 3.937
P-w et/AOW PT DAEB_1 DAEB_2 4. huurtoeslag
785 808 1.350 1.350
879 879 1.482 1.482
899 900 1.567 1.567
638 869 1.308 1.308
879 949 1.496 1.496
899 986 1.541 1.541
P-w et/AOW PT DAEB_1 DAEB_2 5. huurquote
410 275 0 0
483 351 0 0
497 0 0 0
351 0 0 0
485 0 0 0
499 0 0 0
P-w et/AOW PT DAEB_1 DAEB_2
24,8 25,6 45,4 45,4
25,1 24,2 47,6 47,6
24,3 39,5 48,7 48,7
13,6 30,1 35,5 35,5
17,8 31,5 38,5 38,5
17,3 31,9 39,1 39,1
alleenstaand AOW 2023
paar AOW
1. verzam elinkom en
Betaalbaarheid van de huurverhoging in 2025| 23
24 | Betaalbaarheid van de huurverhoging in 2025