CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage D bij Raadsoplegger - Toelichting op de wijziging van het Aanwijzingsbesluit ambtelijk horen

Commissie Economie, Financiën en Bestuur 5 februari 2026, gemeente DelftBij agendapunt: Collegebrief Voornemen tot wijziging van het Aanwijzingsbesluit ambtelijk horen (2549761)1.886 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Algemeen De behandeling van bezwaarschriften vindt plaats via ambtelijk horen of via de Adviescommissie voor bezwaarschriften van de gemeente Delft (hierna: de Acb). Op grond van artikel 21, eerste lid, van de Verordening behandeling bezwaarschriften Delft kan het college middels een besluit categorieën bezwaarschriften aanwijzen, waarbij het horen en adviseren ambtelijk plaatsvindt. Het college heeft dergelijke categorieën bezwaarschriften aangewezen in het Aanwijzingsbesluit ambtelijk horen (hierna: het Aanwijzingsbesluit). Bij de niet-aangewezen categorieën bezwaarschriften, vindt het horen en adviseren plaats door de Acb. Ambtelijk horen kenmerkt zich door de informelere wijze waarop de bezwaarschriften worden behandeld ten opzichte van behandeling door de Acb. Behandeling via ambtelijk horen leent zich dan ook voor ‘lichte’ categorieën bezwaarschriften; bezwaarschriften tegen besluiten die geen vergaande (rechts)gevolgen hebben en juridisch niet ingewikkeld zijn. Het college heeft in Bijlage 1 behorende bij het Aanwijzingsbesluit ambtelijk horen (hierna: Bijlage 1), categorieën bezwaarschriften aangewezen waarbij het horen en adviseren ambtelijk plaatsvindt. Om verschillende redenen is het wenselijk om enkele categorieën bezwaarschriften in Bijlage 1 te wijzigen. Hieronder wordt per wijziging uiteengezet waarom deze nodig is en wat de gevolgen daarvan zijn.

Wijziging 1 - Toevoegen aan Bijlage 1: Besluiten betreffende de aanwijzing van een parkeerplaats voor het opladen van elektrische voertuigen. Waarom Momenteel worden bezwaarschriften gericht tegen besluiten waarbij een parkeerplaats wordt aangewezen voor een specifiek doel, op verschillende manieren afgedaan. Daarnaast is het, gezien de aard van deze besluiten, passender om de bezwaarschriften middels het informelere ambtelijk horen te behandelen. Huidige situatie Middels een verkeersbesluit worden de parkeervakken bij een laadpaal aangewezen als parkeerplaatsen waar enkel geparkeerd mag worden ten behoeve van het opladen van elektrisch voertuigen. Het verkeersbesluit zorgt ervoor dat het verboden is om met een niet-elektrisch voertuig op de aangewezen parkeerplaatsen te parkeren. Deze verkeersbesluiten lijken sterk op de besluiten betreffende de aanwijzing van een individuele gehandicaptenparkeerplaats, welke middels ambtelijk horen worden behandeld. Bezwaarschriften tegen de aanwijzing van parkeerplaats voor het opladen van elektrische voertuigen worden echter aan de Acb voorgelegd. Tijdens de hoorzittingen komt het juridisch kader van deze verkeersbesluiten maar in beperkte mate ter sprake. Daarentegen wordt tijdens de hoorzitting juist op een informele manier veel aandacht besteed aan niet-juridische bezwaren.

De bezwaren die tegen deze verkeersbesluiten worden aangevoerd zien veelal op parkeerdruk die omwonenden reeds ervaren (namelijk aangevoerd in 17 van de 18 bezwaarschriften in 2024), terwijl deze bezwaren uit juridisch oogpunt niet heel relevant zijn. Zo is namelijk in artikel 6, onder o, van de Beleidsregel openbare laadinfrastructuur elektrische auto’s opgenomen dat bij de beoordeling van een verzoek om een laadpaal te realiseren, expliciet geen rekening wordt gehouden met de parkeerdruk, omdat een laadpaal pas geïnstalleerd wordt bij een efficiënte bezetting (minimaal 2000 KWH). Verder dragen bezwaarmakers vaak in hun bezwaarschrift alternatieve locaties aan waar een laadpaal naar hun mening meer geschikt is (namelijk aangevoerd in 11 van de 18 bezwaarschriften in 2024). Ook deze bezwaren zijn uit juridisch oogpunt niet heel relevant. In de Beleidsregel openbare laadinfrastructuur elektrische auto’s staan criteria voor het bepalen van de locatie van een laadpaal. Tevens wordt bij het bepalen van de locatie rekening gehouden met kabels en leidingen in de bodem. De alternatieve locaties die bezwaarmakers aandragen zijn daarentegen doorgaans niet afgestemd op kabels en leidingen, en daarmee meestal niet geschikt als alternatief. Overigens moet er in dit licht op

worden gewezen dat het goed mogelijk is dat meerdere locaties voldoen aan de voorwaarden uit de Beleidsregel openbare laadinfrastructuur elektrische auto’s. In het geval dat een bezwaarmaker een alternatieve locatie aandraagt die ook daadwerkelijk geschikt is, doet dit echter niets af aan de geschiktheid van de locatie uit het verkeersbesluit. Door de leden van de Acb is in overweging gegeven om de categorie bezwaarschriften betreffende de aanwijzing van een parkeerplaats voor het opladen van elektrische voertuigen middels ambtelijk horen te behandelen. Ook de twee vaste vertegenwoordigers van het college staan hier ook positief tegenover. Nieuwe situatie Aan Bijlage 1 wordt de bepaling ‘besluiten betreffende de aanwijzing van een parkeerplaats voor het opladen van elektrische voertuigen’ toegevoegd. Gevolg Door deze aanpassing kunnen bezwaarschriften inzake besluiten betreffende de aanwijzing van een parkeerplaats voor het opladen van elektrische voertuigen via ambtelijk horen worden behandeld. Hierdoor wordt één lijn getrokken met betrekking tot bezwaarschriften gericht tegen verkeersbesluiten waarbij een gehandicaptenparkeerplaats wordt aangewezen. Deze categorieën bezwaarschriften lenen zich beter om via ambtelijk horen te behandelen, aangezien momenteel al tijdens de hoorzittingen van de Acb in zekere mate een informelere invulling aan de hoorzittingen wordt gegeven.

Door deze bezwaren via ambtelijk horen te behandelen, kan deze informelere invulling breder worden getrokken. Zo kan meer in samenspraak met bezwaarmaker een hoorzitting worden ingepland, en kan ook de wijze waarop de hoorzitting plaatsvindt – telefonisch, digitaal of op het stadskantoor - beter met de bezwaarmaker worden afgestemd. Daarnaast vindt het ambtelijk horen doorgaans eerder plaats dan een hoorzitting bij de Acb, zal de bezwaarmaker daardoor sneller een beslissing op het bezwaarschrift kunnen ontvangen. Overigens behoudt een bezwaarmaker altijd de mogelijkheid om zijn bezwaarschrift door de Acb te laten behandelen, zoals is vastgelegd in artikel 2 van het Aanwijzingsbesluit. Tot slot moet erop worden gewezen dat deze wijziging bijdraagt aan het voorkomen dat de zittingsagenda van de Acb, door het toenemende aantal bezwaarschriften tegen dergelijke verkeersbesluiten, overvol raakt. Het aantal bezwaarschriften tegen deze verkeersbesluiten neemt namelijk toe. In 2023 ging het om 7 bezwaarschriften; evenveel als in de eerste 3 maanden van 2025. Tijdens een zittingsavond kan slechts een beperkt aantal bezwaarschriften worden voorgelegd aan de Acb. De leden van de Acb dienen zich immers zorgvuldig in de dossiers te kunnen verdiepen om tijdens de hoorzitting de juiste vragen te stellen en vervolgens een gedegen advies op te stellen.

Uiteraard kan het aantal zittingsavonden worden uitgebreid, maar gezien bovenstaande ligt die maatregel niet voor de hand. Wijziging 2 - Te verwijderen van Bijlage 1: Algemene bijstand, voor zover het gaat om: - terugvorderingen, voor zover niet gebaseerd op artikel 58, eerste lid Participatiewet’ Waarom In de huidige situatie is, ten aanzien van bezwaarschriften inzake de terugvordering van algemene bijstand, de grondslag van deze terugvordering bepalend of het bezwaarschrift via ambtelijk horen of de Acb wordt behandeld. In Bijlage 1 is namelijk opgenomen dat de volgende categorie bezwaren via ambtelijk horen wordt behandeld: ‘algemene bijstand, voor zover het gaat om: terugvorderingen, voor zover niet gebaseerd op artikel 58, eerste lid Participatiewet’. Terugvorderingen op grond van artikel 58, eerste lid, Participatiewet worden dus wel via de Acb behandeld. Terugvorderingen op andere grondslagen worden via ambtelijk horen behandeld. Artikel 58, eerste lid, Participatiewet betreft een terugvorderingsplicht van bijstand die ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend als gevolg schending inlichtingenplicht.

Artikel 58, tweede lid, Participatiewet bevat terugvorderingsbevoegdheden. Het verschil in grondslag heeft echter geen invloed op de hoogte van de terugvordering. De inwoners die een algemene bijstandsuitkering ontvangen, bevinden zich doorgaans in een zwakke financiële situatie. Terugvorderingen van duizenden euro’s zijn geen uitzonderlijke situatie. Een terugvordering kan dan ook – ongeacht de grondslag – zeer grote impact hebben. Daarom is het passender dat alle terugvorderingen van algemene bijstand door de Acb worden behandeld. In de praktijk worden vrijwel alle bezwaarschriften inzake de terugvordering van algemene bijstand – ongeacht de grondslag – door de Acb behandeld. Geregeld wordt namelijk gelijktijdig met de terugvordering van algemene bijstand tevens het besluit genomen dat het recht op algemene bijstand wordt beëindigd. Bezwaren inzake beëindiging van het recht op algemene bijstand worden door de Acb behandeld. In de overige gevallen besluit een medewerker van team Rechtsbescherming veelal dat het bezwaarschrift, gezien de grote impact, door de Acb dient te worden behandeld. Deze wijziging zorgt ervoor dat alle terugvorderingen van algemene bijstand – ongeacht de hoogte van de terugvordering of de grondslag van de terugvordering – worden behandeld door de Acb.

Dit sluit aan bij de gedachte dat bezwaarschriften inzake zwaardere, impactvollere besluiten door de Acb worden behandeld. Ook sluit dit aan bij de praktijk. Daarnaast zorgt deze wijziging ervoor dat één werkwijze wordt gehanteerd die niet afhankelijk is van een inschatting door een medewerker van team Rechtsbescherming. Bij deze wijziging dient de kanttekening gemaakt te worden dat de situatie ontstaat dat bezwaren tegen een relatief lage terugvordering óók door de Acb worden behandeld. Alternatief hiervoor is het opnemen van een drempelbedrag, waarbij enkel de bezwaarschriften tegen een terugvordering die een bepaald bedrag overschrijden door de Acb worden behandeld. Dit alternatief ligt minder voor de hand, omdat een dergelijk drempelbedrag moeilijk te bepalen is. De impact van een terugvordering wordt namelijk niet alleen bepaald door de hoogte van de terugvordering, maar moet in samenhang worden gezien met de financiële en persoonlijke situatie van de bezwaarmaker. Gevolg Door deze aanpassing worden alle bezwaarschriften inzake de terugvorderingen van algemene bijstand door de Acb behandeld.

Kleinere wijzigingen Wijziging 3 - Toevoegen aan Bijlage 1: Bestuursdwang in de vorm van het wegslepen van een voertuig Waarom Momenteel worden bezwaarschriften gericht tegen besluiten waarbij een voertuig middels bestuursdwang is verwijderd, op verschillende manieren behandeld. Huidige situatie Bezwaarschriften gericht tegen besluiten die zijn genomen op grond van de wegsleepregeling, worden middels ambtelijk horen behandeld. Bijvoorbeeld het besluit om een voertuig dat onrechtmatig geparkeerd staat op een invalideparkeerplaats, middels het toepassen van bestuursdwang te verwijderen. In de Algemene Plaatselijke Verordening Delft (APV) staan verschillende verboden met betrekking tot voertuigen. Bijvoorbeeld artikel 5:4 APV, waarin het verbod is opgenomen om een defect voertuig langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren. Het college kan de overtreding van dit verbod ongedaan maken door het toepassen van bestuursdwang. Het desbetreffende voertuig wordt verwijderd, en de kosten van de verwijdering worden op de overtreder verhaald. Hiervoor wordt

een bestuursdwangbesluit en een kostenverhaal besluit genomen. Deze besluiten staan niet in Bijlage 1 en worden daarom door de Acb behandeld. Nieuwe situatie In Bijlage 1 wordt de bepaling ‘besluiten genomen op grond van de wegsleepregeling’ gewijzigd in ‘besluiten inzake het toepassen van en het verhalen van de kosten van bestuursdwang in de vorm van het wegslepen van voertuigen’. Gevolg Door deze aanpassing worden alle bezwaarschriften inzake besluiten waarbij een voertuig middels bestuursdwang is verwijderd en het verhalen van de kosten op de overtreder via ambtelijk horen behandeld. Hierdoor wordt één lijn getrokken, welke past bij de gedachte achter het Aanwijzingsbesluit.

Wijziging 4 - Wijziging tekst in Bijlage 1: Besluiten inzake urgentieverklaringen De huidige formulering ‘afwijzing en toewijzing (woningtype) aanvragen urgentieverklaring en afwijzing verlenging urgentieverklaring’ wordt gewijzigd in ‘alle besluiten inzake urgentieverklaringen’. De huidige opsommende formulering suggereert ten onrechte dat niet alle besluiten inzake urgentieverklaringen middels ambtelijk horen worden behandeld.

Wijziging 5 - Wijziging tekst in Bijlage 1: Besluiten inzake bestuursdwang bij overlast gevende (brom)fietsen De huidige formulering ‘de toepassing van spoedeisende bestuursdwang bij overlast gevende (brom)fietsen’ wijzigen in ‘de toepassing van bestuursdwang bij overlast gevende (brom)fietsen’. De huidige formulering verwijst namelijk naar spoedeisende bestuursdwang, terwijl geen sprake is van spoedeisende, maar gewone bestuursdwang.

Wijziging 6 - Wijziging tekst in Bijlage 1: Besluiten omtrent een dwangsom als bedoeld in artikel 4:17 van de Algemene wet bestuursrecht De huidige formulering ‘besluiten omtrent een dwangsom als bedoeld in artikel 4:16 van de Algemene wet bestuursrecht’ wijzigen in ‘besluiten omtrent een dwangsom als bedoeld in artikel 4:17 van de Algemene wet bestuursrecht’. De huidige formulering verwijst naar artikel 4:16 van de Algemene wet bestuursrecht dat al geruime tijd is vervallen. Hier is sprake van een kennelijke verschrijving, aangezien dwangsommen worden geregeld in artikel 4:17 van de Algemene wet bestuursrecht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16314335/1