CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJLAGE 6 MPD DO Ontwerptoelichting

Raadsvergadering 1 februari 2024, gemeente DelftBij agendapunt: Voorstel van het college aan de raad inzake besluitvorming definitief ontwerp en businesscase project Prinsenhof Delft (nr. 2350804)10.559 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

prinsenhof delft definitief ontwerp | 11 oktober 2023

colofon

Verbouwing en vernieuwing van het Prinsenhof Opdrachtgever Gemeente Delft Architect BiermanHenket Interieurarchitect BiermanHenket Adviseurs Huisman & van Muijen - installatietechniek Peutz - bouwfysica, akoestiek, brandveiligheid en vluchten ABT - constructies Bremen Bouwadviseurs - bouwkosten Securequest - beveiliging Landschapsarchitect Delva Landscape Architecture | Urbanism

inhoudsopgave Leeswijzer

4

Inleiding

5 11 18 22 64 67

Visie Definitief ontwerp Ruimtelijke Ingrepen Duurzaamheid Technische Uitwerking

Bijlage 



f Ontwerpingrepen in relatie tot monument

(2023-10-11_Ontwerpingrepen in relatie tot monument)

f Tekeningen set met detailboek

(2023-10-11_NT-50 - detailboek)

f Groot onderhoud Gevels en Daken

(2023-10-11_740 MPD_DO_Gevels en daken)

f Zoneringen 

(2023-10-11 740 MPD_DO_Zoneringsdocument)

f Afwerkstaat met overzichten

(2023-10-11_NT-90-30 - afwerkstaat)

f Installatie communicatiedocument

(2023-10-11 740 MPD_DO_InstallatieCommunicatieDocument)

3

definitief ontwerp | leeswijzer In deze ontwerptoelichting wordt nader ingegaan op het definitief ontwerp (DO) voor de verbouwing en vernieuwing van het Prinsenhof. Dit document vormt de toelichting bij de tekeningen en overige documenten.

In bijlage 1 zijn historisch beeldmateriaal, foto's, fasering- en dateringstekeningen en fragmenten uit de sloop/oogst tekeningen en de Definitief Ontwerptekeningen gebundeld.

Opbouw document Dit DO ontwerpboek is opgebouwd uit vijf delen. In de inleiding wordt ingegaan op de opgave en wordt een korte beschrijving gegeven van de kwaliteiten en uitdagingen van het gebouw. Ook wordt een beknopt overzicht van de historie van het gebouwcomplex gegeven. In de visie wordt een algemene visie op de opgave beschreven. Aansluitend wordt ingegaan op de verschillende onderdelen van de renovatie en restauratie, die per thema nader worden omschreven. In het hoofdstuk ruimtelijke ingrepen worden de belangrijkste ruimtelijke en bouwkundige ingrepen op specifieke plekken in het gebouwcomplex nader toegelicht.

Demarcaties ontwerp gebouw interieur en buitenruimte Dit ontwerpboek betreft de renovatie van het monument Prinsenhof waarin het Museum Prinsenhof Delft is gevestigd. Parallel aan dit ontwerp maakt landschapsarchitect DELVA een ontwerp voor de herinrichting van de Prinsentuin en het Sint Agathaplein. Er wordt nauw met hen samengewerkt. Beide plannen moeten samen een geïntegreerd ontwerp worden.

De belangrijkste technische verbeteringen die sterke invloed hebben op het ruimtelijke en bouwkundige ontwerp worden in twee aparte hoofdstukken beschreven: In het hoofdstuk duurzaamheid wordt een toelichting gegeven op de verschillende duurzaamheidsmaatregelen die onderdeel zijn van het ontwerp. In het hoofdstuk technische uitwerking wordt het installatieconcept voor het museale klimaat en het verblijfsklimaat in niet museale ruimten op hoofdlijnen beschreven. Aansluitend wordt aan de hand van een aantal voorbeelden toegelicht hoe de nieuwe klimaatinstallatie ruimtelijk en bouwkundig wordt ingepast. Ook wordt er ingegaan op de inpassing van de verschillende isolatiepakketten voor de schilverbetering.

Cultuur- en Bouwhistorische onderzoeken Bureau voor Bouwhistorie en Architectuurgeschiedenis (BBA) heeft het cultuurhistorisch onderzoek uitgevoerd en de waardestelling opgesteld. Het onderzoek betreft een cultuurhistorische opname op hoofdlijnen van de gebouwen als geheel. Bij het bouwhistorisch onderzoek zijn het exterieur, de constructieve onderdelen van het casco, het interieur en afwerking van de gebouwen onderzocht, beschreven en geanalyseerd. Dit onderzoek vormde een van de uitgangspunten voor het in dit boek gepresenteerde ontwerp. Bureau RAAP heeft aanvullend cultuurhistorisch onderzoek gedaan naar de buitenruimte van het Prinsenhof.

4

inleiding

5

Prinsenhof | aanleiding renovatie Museum Prinsenhof Delft Het Prinsenhof in Delft wordt vernieuwd. Het monumentale kloostercomplex, waarin het museum is gevestigd wordt geheel gerenoveerd. Het monument met daarin Museum Prinsenhof Delft Museum Prinsenhof Delft wordt gerenoveerd tot een aantrekkelijk, toegankelijk en toekomstbestendig museum. In het historische complex wordt al meer dan eeuw haar rijke geschiedenis getoond aan de hand van het verhaal van Willem van Oranje, Delfts Blauw en de Delftse Meesters. Hoogwaardige wisseltentoonstellingen en de vaste collectie geven inzicht in de ontwikkeling van Delft in nationaal en internationaal perspectief, in een gebouw dat met al haar tijdslagen een belangrijk deel van de identiteit van het museum vormt. Publiekstrekker Museum Prinsenhof Delft is een publiekstrekker en daarmee van economisch belang voor de stad: toeristen uit binnen- en buitenland komen naar Delft voor een bezoek aan het museum en de stad. Het is ook een geliefde plek voor veel Delftenaren. Zij komen naar het Prinsenhof voor een bezoek aan het museum, voor een uitvoering in de Van der Mandelezaal, of zomaar om in de Prinsentuin te genieten van de prachtige omgeving.

historisch verhaal maakt een bezoek tot een bijzonder avontuur. Renovatie en restauratie Het complex is dringend aan grootschalig onderhoud toe. Dit betreft niet alleen onderhoud aan daken en gevels, maar ook ingrepen voor een betere toegankelijkheid, goede facilitaire voorzieningen, een goed klimaat in alle ruimten en natuurlijk verduurzaming van het complex, Dit om het toekomstbestendig te maken. Omdat de laatste renovatie en restauratie plaats vond in het midden van de vorige eeuw is deze grootschalige renovatie hard nodig. Integraal ontwerp De integrale visie op de toekomst van gebouw en museum is uitgewerkt tot Definitief Ontwerp door het team van ontwerpers en technisch adviseurs. Tijdens de Definitief Ontwerpfase heeft regelmatig afstemming plaatsgevonden met de gemeente Delft als opdrachtgever en gebouweigenaar, Museum Prinsenhof Delft als gebruiker en de afdeling Erfgoed van de gemeente Delft als 'hoeder van het erfgoed'. Hiermee is beoogd breed gedragen en gewogen oplossingen te ontwerpen, die recht doen aan de functionele vraag, aan de ruimtelijke en monumentale kwaliteit en die past binnen het beoogde budget voor realisatie en exploitatie.

Waardevol Museum Prinsenhof Delft is van betekenis voor Nederlandse geschiedenis door het verblijf van Willem van Oranje en de moordaanslag op zijn leven in 1584. Maar niet alleen ‘de kogelgaten’ zijn van grote historische waarde: het hele complex dat bijzonder erfgoed van de gemeente Delft is, werd in 1990 erkend als één van de “Top 100 van de Nederlandse monumenten’. De aaneenschakeling van bijzondere ruimten, ieder met een eigen (bouw)

6

De opgave Aantrekkelijk museum f een aantrekkelijk museum, goed vindbaar f aantrekkelijke entree aan Prinsentuin f museum opent zich naar omgeving f heldere routes voor alle soorten gebruik f toegankelijk voor mensen met een handicap f hoogwaardige museaal klimaat; waardoor hoogwaardige wisseltentoonstellingen kunnen worden gefaciliteerd f goede bezoekersfaciliteiten: winkel, museumwinkel en -café met terras aan Prinsentuin, educatieve ruimte, garderobe en sanitair f goed uitgeruste verhuurbare ruimten f goede werkplekken voor personeel Duurzaam complex f isoleren met oog voor het monument f duurzame energiezuinige installaties f gasloos: energie uit duurzame bronnen f duurzaam materiaalgebruik f klimaat adaptief en natuurinclusief ontwerpen Prachtig monument f zorgvuldige restauratie volgens de restauratieladder f gebouw is onderdeel van collectie: ingrepen hoogwaardig met respect voor monument. f grote ruimtelijke ingrepen in het monument alleen indien noodzakelijk f ingrepen helder en geconcentreerd Goed klimaat in een veilig complex f goed museaal- , verblijfs- en werkklimaat f UV wering, flexibiliteit in regelen van daglichttoetreding f basisklimaatniveau voldoet minstens aan wettelijke eisen. f goede akoestiek f brandveiligheid en beveiliging geïntegreerd in gebouw en

7

8

N W

O Z 0

5m

Schaal 1:100

Prinsenhof | historie

1803261430rsu

360 Het Prinsenhofcomplex met daarin aangegeven de nog bestaande bouwdelen, zoals die waren vóór aanvang van de restauraties van Lansdorp, geprojecteerd op de huidige situatie.

Het Prinsenhof, Delft

Eigendom van de stad Het klooster werd geheel eigendom van de stad, die de kloosterkerk in gebruik gaf aan de Waalse Kerk die daar vrijwel ononderbroken van 1586 tot 2014 kerkte. De rest van het klooster werd bewoond door de koster

Begane grond Bouwdeel 1

Bouwdeel 2

Bouwdeel 4

Bouwdeel 2

Bouwdeel 4

Bou

wde

el 5

Bouwdeel 3

Schoutenaanbouw

deel

7

Bouwdeel 3

Schoutenaanbouw

Bouw

Bouwdeel 12 (voorplaats, kruidentuin)

Bou

wde

el 6

Bouwdeel

8

Tweede binnenplaats

Restauratie In 1927 vertrokken de militairen uit het klooster en kwam er een periode van verval. Pas in 1938 werd onder leiding van architect Lansdorp de restauratie gestart, eerst met de restauratie van het klooster dat in 1948 werd geopend als Museum Prinsenhof Delft, en vervolgens de Waalse kerk die in 1962 gereedkwam. In 1996 is naar ontwerp van Prof. Dr. Ir M. Eekhout de overkapping van de eerste binnenplaats aangebracht, nu de van der Mandelezaal. In 2014 is de Waalse Kerk bij het museum gevoegd.

ca. 1580

1414

XVII

1467-1471

1775

Bouwdeel

Tweede binnenplaats

9

ca. 1525

1940-1962

XVI m

1996

Bouwdeel

11

8

ca. 1510

Waalse

ca. 1400

ca. 1580

1414

XVII

kerk

Bouwdeel

ca. 1400

el 10

N W

O Z

Bouwde 0

1467-1471

Schaal 1:100

1775

ca. 1510

361 Het Prinsenhofcomplex met daarin aangegeven de bouwdelen zoals die op dit moment zijn. ca. 1525

1940-1962

XVI m

1996

Bouwde

el 11

241

bron illustratie: ‘Rapportage Bouwhistorisch Onderzoek met Waardestelling’ - BBA

9

5m

el 9

1803261430rsu

eel 10

Kazerne Na 1795 werd het kloosterdeel in gebruik genomen als kazerne en een eeuw later werd de noordwestelijke vleugel glasatelier van Jan Schouten. Vanaf 1850 ontstonden initiatieven om aandacht te besteden aan de plek waar Willem van Oranje was vermoord en met de herdenking van de 300ste sterfdag kwam geld beschikbaar om de historische zaal en de Moordhal te restaureren onder leiding van rijksbouwmeester L. van Lokhorst. In 1887 opende daar het rijksmuseum ‘De Historische Zaal van het Prinsenhof’. De bovengelegen zaal (Zaal 15) werd begin 20ste eeuw ook gerestaureerd en werd Gemeentemuseum.

Bouwd

Willem van Oranje Met de overgang naar het protestantisme in 1572 hield het klooster op te bestaan. In dat jaar werd het logement gedeelte (nu vleugel Gastenkwartier) door de stad aan Willem van Oranje ter beschikking gesteld. In 1580-81 werd daar de trap aan toegevoegd waarop hij in 1584 door Balthasar Gerards werd vermoord, sindsdien de ‘Moordtrap’.

en overgebleven zusters. Rond 1650 werd aan de Schoolstraat een vleugel Bouwdeel 1 ingericht tot Kamer van Charitate met regentenkamer, soepkeuken en broodbakkerij ten behoeve van de armen. De grote zaal (Historische Zaal) die voor bijeenkomsten werd gebruikt kreeg in 1668 twee nieuwe schouwen en een beschilderd plafond. In 1774-75 werd de vleugel aan de Oude Delft verbouwd tot Latijnse school. De consistoriekamer van de Waalse Kerk werd gemoderniseerd.

Bouwde

Klooster Museum Prinsenhof Delft is gevestigd in een complex van grote historische waarde. Begin vijftiende eeuw werd hier een klooster gesticht. Er werd een kapel gebouwd en vervolgens kwam de eerste kloostervleugel aan de Schoolstraat tot stand met daartussen de Kapittelzaal. In 1467 werd de kapel vergoot tot de huidige omvang van de dubbelkapel met nonnengalerij. Ook de vleugel aan de Schoolstraat werd verlengd en er kwam een kapel-aanbouw. Het werd het grootste en rijkste klooster in Delft. Begin 16de eeuw werd aan de westzijde (de Prinsentuinzijde) van de kapel een dubbele gewelfde galerij toegevoegd, de narthex. Rond die tijd werd ook de Kapittelzaal vergroot en kwam er een vleugel bij aan de Oude Delft met daarin een sacristie. Na de stadsbrand van 1536 werd de kap van de kloosterkerk vernieuwd en werd ook de vleugel haaks op de kerk gebouwd, waardoor er twee binnenplaatsen ontstonden. De vleugel aan de zuidzijde van het Sint Agathaplein was ook onderdeel van het kloostercomplex, maar is nu geen onderdeel van het museum.

Delftse Zaal en Prinsenkamer Gastenkwartier (bg) Slaapzaal Historische Zaal Verbindingsgang

Grote museumkelder

Cosa (Saaihal en Latijnse School)

Moordhal Soepkeuken

Ziekenzaal (verd.)

v.d. Mandelezaal (Voorplaats)

Scriptorium (bg) Binnentuin Consistoriekamer Kapittelzaal

Spinkamers Oude Delft

Novicenkoortje Broodbakkerij Schoutenhal

Schoolstraat

Waalse Kerk

Kamer van Charitate kelder Woningen

Beeldenzaal (Nonnengalerij) Prinsentuin Lakenhal Narthex

Sint Agathaplein

10

visie

11

Prinsenhof Museum in de stad Museum Prinsenhof Delft vervult een belangrijke rol in de toekomst van Delft als aantrekkelijke stad. Als culturele trekker is het museum het startpunt voor een bezoek aan Delft. Het museum is daarmee van belang voor de toeristische infrastructuur van de stad, voor bezoekers van buiten Delft maar ook voor de bewoners van Delft. Het museum opent zich naar een zeer divers publiek: jong en oud, laag- en hoogopgeleid, van verschillende afkomsten. Schakel Het museum vormt een schakel tussen de Spoorzone en de binnenstad: Vanuit de Spoorzone is de route via het Sint Agathaplein en de aangrenzende Prinsentuin met het Kloostercomplex een van de belangrijkste looproutes naar de Delftse binnenstad. Het museum kan van twee zijden benaderd worden: Vanaf de parkeergarage of het station loopt de route via de Phoenixstraat door de poort het Agathaplein op langs het terras van stadscafé Barbaar. Daar zie je de nieuwe Prinsentuin: een groene oase van rust en schoonheid omsloten door de historische gevels van het museumcomplex. De nieuwe uitnodigende entree van het museum springt in het oog. Klooster en tuin zijn beter zichtbaar doordat de tuin geopend is naar het plein en doordat de nieuwe entree aan de tuin ligt. Het Sint Agathaplein en Prinsentuin vormen samen een prachtige groene plek in de stad.

Zoals het in de Middeleeuwen ook was: de twee plekken zijn met elkaar verbonden en vormen ruimtelijk één geheel. Als de route via de Oude Delft loopt dan word je hier verleid: openstaande poortdeuren gunnen je een blik in het museum, maar je kunt er hier nog niet in. Door de ramen zijn gewelfde plafonds te zien van de rijk gedecoreerde Consistoriekamer. Binnen staat Delfts Blauw te pronken.

12

Vindbaar Het museum is goed vindbaar in de stad. Op de Oude Delft wordt het museum aangekondigd door verrijking van de bestaande poort naar het Sint Agathaplein. Met 3D geprint keramiek wordt een prachtige toevoeging gemaakt. In materiaal en kleur sluit het aan bij de monumentale omgeving en tegelijkertijd heeft het eigentijdse uitstraling met bijzondere verfijning. Dit principe wordt herhaald bij de nieuwe museumentree aan de Prinsentuin. Een entree die onmiskenbaar bij het Prinsenhof past, opvalt en zich tegelijkertijd prachtig voegt in de historische gevel. De traditie om belangrijke poorten en entrees aan te zetten met decoratie krijgt zo op eigentijdse wijze een vervolg. Aantrekkelijk Het museum toont zich meer naar buiten: aan de Oude Delft, vanuit de Prinsentuin en vanaf het Sint Agathaplein wordt zichtbaar dat er binnen iets bijzonders is. Waar mogelijk opent het oude kloostercomplex zich: de luiken worden geopend, daglicht valt binnen. Route naar de entree Na de poort aan de Oude Delft, meteen rechts bij de Waalse Kerk, staat kunst in een historisch venster. Verderop, bij de tweede poort is de huidige ingang een museale ruimte bij de Lakenhal geworden. Hier kijk je direct het museum in. Dan komt de nieuwe Prinsentuin in beeld met rechts de nieuwe entree van het museum.

13

entree aan de Prinsentuin

66 Situatie van de Moordhal rond 1927. (Herkomst: RCE, beeldbank)

De nieuwe museum entree Een aantrekkelijk museum begint met een welkome en laagdrempelige entree. De nieuwe museumentree ligt goed zichtbaar aan de Prinsentuin en de route door de tuin er naartoe biedt prachtig zicht op de monumentale gevels van het oude kloostercomplex. Op de achtergrond torent de Oude Kerk erboven uit. Het pad naar de entree loopt geleidelijk omhoog zodat het museum voor iedereen gelijkwaardig toegankelijk is. De plek voor de nieuwe museumentree aan de tuin is zorgvuldig gekozen. De entree is geplaatst in de meest linkse travee van de Narthex. Dit gebouwdeel is in de twintigste eeuw toegevoegd in dezelfde stijl als waarin de Narthex toen gerestaureerd is. Dit travee is centraal gelegen in het complex, je komt binnen in het hart van het complex. De nieuwe entree is verrijkt met eigentijdse keramische decoratie, die verwant is aan de accentuering van de poort aan de Oude Delft. De vormgeving is geïnspireerd op de kloosterarchitectuur met zijn gewelven, spitsbogen en bijzondere vensters: een entree die hier past. Voordat je naar binnen gaat is links de nieuwe aanbouw zichtbaar die verschillende gebouwdelen verbindt. Transparant en eigentijds gedetailleerd, maar met materialen en kleuren die zich voegen naar de omringende gebouwen die er soms al eeuwen staan. Je kijkt er in het museumcafé.

67 Aanzicht van de narthex van rond 1927 met de door de militairen opgezette verdieping met hijstravee; op de voorgrond de tuinmuren van de moestuin van de Kamer van Charitate. (Herkomst: RCE, beeldbank)

62

linksboven: Prinsentuingevel rond 1927 rechtsboven: Prinsentuingevel na reconstructie door Lansdorp met de extra travee links onder: Prinsentuingevel nu, met markering positie nieuwe entree

14

één beeldtaal voor beide entrees

entree aan Oude Delft

entree aan Prinsentuin

15

ingrepen in 20ste eeuwse tijdlaag Lansdorp Lansdorp Een bijzondere rol spelen de interventies van architect Lansdorp, die het gebouw tussen 1936 tot 1962 restaureerde en bestemde tot museum. Hij reconstrueerde delen uit de tijd van het klooster. Zijn aanpak, waarbij hij zoveel mogelijk de oorspronkelijke gotische architectuurstijl kopieerde is inmiddels onlosmakelijk deel van het klooster geworden. Lansdorp gebruikte hierbij eigen interpretaties van de kloosterarchitectuur. De laag van Lansdorp geeft een tijdsbeeld van de traditionalistische restauratie aanpak van deze generatie en is daarom inmiddels waardevol. Restauratie Het waardevolle gebouw met veel tijdlagen vergt een zeer zorgvuldige restauratieaanpak. Het museumcomplex wordt behoedzaam gerestaureerd volgens de restauratieladder, waarbij behoud gaat voor vervanging. De noodzakelijke technische aanpassingen aan het gebouw worden zorgvuldig ingepast. Techniek wordt zoveel mogelijk uit het zicht weggewerkt. Voor installatieruimten worden bovengelegen zolders ingezet om tracés zo klein mogelijk te houden. Kleine functionele aanpassingen worden terughoudend vormgegeven, in materialisatie hetzelfde of passend bij het bestaande.

Ingrepen De noodzakelijke functionele ingrepen in het gebouw zijn zoveel mogelijk geconcentreerd in de twintigste -eeuwse tijdslaag van Lansdorp. Deze tijdslaag heeft de minste bouwhistorische betekenis en is meerdere malen in de tijd aangepast. De aanpassingen zorgen voor betere verbindingen en bevinden zich in de schakelpunten tussen de verschillende gebouwdelen. De aanpak is hierbij omzichtig en met respect voor deze tijdslaag.

Nieuwe tijdslaag Ingrepen worden zoveel mogelijk in harmonie met het bestaande vormgegeven. Het is zichtbaar een nieuwe tijdslaag die zich zorgvuldig voegt tussen de eerdere tijdslagen. De ingrepen hebben een grote materiaal/ en detailkwaliteit en een tijdloze en zorgvuldige vormgeving die geïnspireerd is op de kloosterarchitectuur. De nieuwe tijdslaag wordt terughoudend vormgegeven en volgen in detaillering en materiaalgebruik zoveel mogelijk het bestaande.

verbinding Kapittelzaal met Historische zaal

aanbouw aan voormalige 'broodbakkerij aanbouw westgevel Binnentuin

travee aan narthex

invulling voormalige doorgang naar Waalse kerk

spinkamers 16

20ste eeuwse ingrepen Lansdorp

restauratie 20ste eeuw Lansdorp

Restauratie door architect Lansdorp in de periode 1936 - 1962: rechtsboven de 20ste eeuwse gevel met traptoren van de Spinkamers aan de Binnentuin. Onder de 20ste eeuwse verbindingsgang tussen de Kapittelzaal en de Historische Zaal.

Restauratie van de gevel van de Narthex met links het nieuw toegevoegde travee. 17

definitief ontwerp | de hoofdingrepen Gebouw is onderdeel van de collectie De deur van de nieuwe entree krijgt een eigentijds grafische patroon dat verwijst naar de glas-in-lood ramen in de gevel ernaast, de route loopt naar de ontvangstruimte. Deze voormalige Kapittelzaal is ruim en geeft een eerste indruk van de schoonheid en kwaliteit die het museum te bieden heeft: het is een prachtige monumentale ruimte met een eigentijdse inrichting. Deze combinatie van oud en nieuw creëert een aantrekkelijke museale omgeving voor de verhalen over verleden, heden en toekomst. Het gebouw wordt zo onderdeel van de collectie, nog versterkt doordat 'de luiken worden geopend': in een groot aantal zalen worden de expositiewanden verwijderd, die nu voor de ramen staan. Invallend daglicht maakt de ruimten nog mooier en door de ramen wordt de prachtige monumentale en groene omgeving zichtbaar. De bezoeker kan zich beter oriënteren. De twee nieuwe eigentijdse toevoegingen dragen hieraan bij: door de transparante vormgeving worden binnen en buiten verbonden. Eigentijds museum in monumentaal maatpak De functionele indeling van het museum wordt in belangrijke mate bepaald door de mogelijkheden die het monument biedt. Bouwfysische, technische, ruimtelijke, functionele en monumentale aspecten hebben invloed op de keuze. De grote variëteit aan monumentale ruimten is de grote charme van het museum.

De ontdekkingstocht van zaal naar zaal is een bijzondere belevenis voor de museumbezoeker. Deze waarde wordt gekoesterd in het ontwerp. Door op twee plekken in te grijpen en daarmee de functionaliteit van het complex aanzienlijk te verbeteren is een goede balans gezocht tussen behoud van deze monumentale waarden en de aantrekkelijkheid en functionaliteit van een eigentijds museum. Door de ingrepen met

nieuwe verbindingen en stijgpunten zijn meer museale routes mogelijk, wordt toegankelijkheid geboden in een groot deel van het complex, is betere oriëntatie mogelijk door zicht naar buiten en kan kunst met de lift naar de verdieping gebracht worden. Ook kunnen met deze ingrepen café, educatie, sanitair en garderobe een goede plek krijgen dicht bij het ontvangstgebied. nieuwe verbinding en nieuwe trap en lift

nieuwe trap en lift

18

routing en logistiek Logistieke verbeteringen De voorgestelde ingrepen in het monument zijn noodzakelijk voor het goed functioneren van het museum. De nieuwe entree van het museum aan de Prinsentuin is aantrekkelijk, beter vindbaar en zichtbaar. Een gelijkwaardig toegankelijke entree leidt de bezoeker naar de ontvangstruimte en het startpunt voor de museale routes in de voormalige Spinkamers. Hier is een nieuw stijgpunt met lift in de Binnentuin geplaatst, waardoor betere routing en logistiek mogelijk is. Samen met de nieuwe trap en lift aan de Schoolstraatzijde - ter plaatse van de nieuwe verbinding met de ontvangstruimte - wordt de functionaliteit aanzienlijk verbeterd en wordt een groot deel van het complex toegankelijk. Voorzieningen als het museumcafé, de educatieruimte, de garderobe met wc's kunnen zo in de directe nabijheid van de ontvangstruimte geplaatst worden en zijn toegankelijk voor alle bezoekers. Hiermee kunnen ook de kelders volwaardig ingezet worden. De entree aan de Prinsentuin is ook de publieksentree voor de Van der Mandelezaal. Binnen worden de gasten opgevangen en via de Waalse Kerk naar de van der Mandelezaal geleid. De Oude Delft is de enige plek voor aanvoer van goederen, kunst, cateraar, etc. Expeditie vindt plaats via de monumentale toegang aan de Oude Delft.

vaste tentoonstelling is daglichttoetreding mogelijk en zicht naar buiten wenselijk. Bij de tijdelijke tentoonstellingen prevaleert flexibiliteit, de behoefte aan wandoppervlak en de regelbaarheid van (dag)licht.

een afsluitbare voorruimte bij de nieuwe lift in de Binnentuin. De zeer ruime publiekslift kan bij wisseling van tentoonstellingen op de verdieping ingezet worden als goederenlift voor kunst en expositie materiaal.

Expeditie Aanvoer en afvoer van goederen en met name het kunsttransport vindt plaats aan de Oude Delftzijde. Hier is ook het transitodepot waar kunst wordt in- of uitgepakt. Via de Van der Mandelezaal gaat de kunst naar

In de separate bijlage 'Zoneringsdocument' wordt verder ingegaan op looproutes en zonering ten behoeve van dag- en avondopenstellingen.

personeel

lift heffer

Museale routes Een doorlopende museale route is belangrijk voor een optimale beleving van een tentoonstelling. Er zijn meerdere routes mogelijk door het museum: routes langs presentaties van de vaste collectie aan de hand van thema’s rond drie hoofdcollecties: Delfts blauw, Willem van Oranje en de Delftse Meesters. Daarnaast is er de tijdelijke tentoonstellingsroute, die enkele malen per jaar opnieuw ingericht wordt. In de ruimten voor de

trap

goederen bezoekers

museale route expeditieroute entree 19

functies Museale ruimten De plaatsing van functies wordt in belangrijke mate bepaald door de mogelijkheden die het monumentale complex biedt: ruimten die het beste voorzien kunnen worden van zeer stabiele klimaatomstandigheden hebben een museale functie gekregen. Daarvan zijn de zalen op de verdieping, die samen een aaneengesloten circuit van ca. 450 m2 kunnen vormen, de tijdelijke (wissel)tentoonstellingszalen geworden. In de andere museale ruimten wordt de vaste collectie getoond. De Waalse Kerk is met de Consistoriekamer in één van de museale routes opgenomen. Hier wordt het Delfts Blauw getoond, dat minder hoge eisen stelt aan museale klimaatomstandigheden. Tussen de kunst is ruimte om van een orgelconcert te genieten. De omgang rond het koor door de Consistoriekamer biedt de bezoeker een schaarse blik op de Oude Delft.

Facilitaire ruimten In de kelders onder de ontvangst en entreeruimte zijn de garderobe en het sanitair gelegen, toegankelijk via de nieuwe trap en lift in de Binnentuin. In de kelder aan de Schoolstraat ligt naast de educatieruimte aan de zijde van de Van der Mandelezaal een tweede blok sanitair, dat zowel de educatieruimte als de zaal kan bedienen. De ruimten aan de Oude Delft zijn bestemd voor facilitaire functies: hier vindt de (kunst) expeditie plaats en zijn de ondersteunende ruimtes voor de Van der Mandelezaal geplaats. Kantoren De ruimten aan de Schoolstraat naast en boven de Kamer van CHaritae en het museumcafé zijn bestemd als kantoorruimte voor het museum.

Publieksfaciliteiten Aan het einde van de museale routes ligt het museumcafé. Aantrekkelijk gelegen met een zonnig terras in de Prinsentuin en zicht op diezelfde tuin en de Binnentuin. De aangrenzende Kamer van Charitate kan bij drukte bij het café betrokken worden of afzonderlijk worden verhuurd. Na het cafébezoek op weg naar de uitgang loopt de museumbezoeker door de museumwinkel. Door entree en winkel te combineren loopt de bezoeker aan het einde van het bezoek langs de museumwinkel wat de bezoeker uitnodigd om een aandenken of souvenir te kopen.

eerste verdieping

tussenverdieping

begane grond

functies ontvangst en winkel verkeersruimten expositieruimte museumcafé educatie verhuurbare ruimte facilitaire ruimten kantoor

Educatie en bijeenkomsten De educatieruimte ligt in de grote museumkelder - zodat groepen deze gemakkelijk kunnen bereiken, eventueel zelfs buitenom of via het museumcafé. De Van der Mandelezaal blijft evenementenruimte. De Kamer van Charitate kan verhuurd worden voor kleinere bijeenkomsten.

20

kelder

visie Toegankelijkheid Het museum is gelijkwaardig toegankelijk: de routes naar en door het museum zijn waar mogelijk gelijk voor rolstoel- en rollatorgebruikers en mensen die goed ter been zijn. Met twee liften, twee heffers en enkele hellingbanen wordt een belangrijk deel van het complex toegankelijk voor alle bezoekers. Waar de voorziening de doorloop belemmert is een alternatieve route gemaakt. Alleen bij de Moordtrap weegt de monumentaliteit van de vloer zwaarder en is een mobiele hellingbaan voorzien, die moet worden geplaatst als er behoefte aan is. Zie ook 'schema route MIVA' in de separate bijlage 'zoneringsdocument'. Duurzaamheid Het monumentale complex wordt duurzaam: de schil wordt geïsoleerd met oog voor bouwfysische en monumentale aspecten. Behoud is natuurlijk het meest duurzaam: er wordt groot onderhoud gepleegd aan gevels en daken. Bouwkundige en installatietechnische onderdelen die goed functioneren en van nut blijven zijn geïntegreerd in het nieuwe ontwerp. Materiaalgebruik is zo duurzaam mogelijk: uitkomende materialen worden hergebruikt, nieuwe materialen zijn herbruikbaar, demontabel en biobased. Goede detaillering draagt bij aan lange levensduur en de toegepaste materialen zijn duurzaam in gebruik en onderhoud. Het gebouw wordt gasloos en de duurzame installatie maakt gebruik van duurzame bronnen.

Slimme regeltechniek zorgt voor optimaal klimaat en beperkt energiekosten. In het hoofdstuk Technische uitwerking wordt dit verder toegelicht.

Klimaat en comfort Klimaat en comfort in het complex worden verbeterd door isolatie van de schil in combinatie met duurzame installatietechniek en slimme regeltechniek. Daarbij is zorgvuldig gekeken naar de bouwfysische aspecten van het eeuwenoude complex. Met name de eisen voor een stabiel hoogwaardig museaal klimaat vraagt om zorgvuldige detaillering en uitvoering van het isolatiepakket rond aansluitingen op de houten constructie. Om de monumentale kwaliteit te borgen door karakteristieke elementen in het zicht te houden is rond de aansluitingen zeer dun hoogwaardig isolatiemateriaal toegepast. De niet museale ruimten worden voorzien van een goed verblijfsklimaat. De nieuwe installatietechniek is zorgvuldig ingepast. Op de zolders staan de warmtepompen en luchtbehandelingskasten. De installatietechniek is zoeveel mogelijk uit het zicht ontworpen. Bestaande kanalen, schachten, schouwen en schoorstenen, dakkapellen etc. worden gebruikt voor aan en afvoer. Enkele voorzetwanden zijn toegevoegd voor het afschermen van de installatietechniek. In het hoofdstuk Technische Uitwerking worden aan de hand van doorsneden en details de bouwkundige en installatietechnische principemaatregelen uitgebreid toegelicht. In dat hoofdstuk wordt ook ingegaan op andere technische onderwerpen als brandveiligheid, beveiliging, constructieve maatregelen en de vochtproblematiek

eerste verdieping

tussenverdieping

begane grond

rolstoeltoegankelijkheid toegankelijk toegankelijk met verplaatsbare hellingbaan toegankelijk vanaf zijde Oude Delft

21

kelder

definitief ontwerp - overzicht

22

overzicht ingrepen | daken en gevels

groot onderhoud/ restauratie daken en gevels

luiken gaannieuwe open trap en lif t nieuwe verbinding nieuwe trap en lif t in Binnentuin woningen herbestemd tot kantoorruimte voor museum

entree museum aan Prinsentuin

23

overzicht ingrepen | begane grond nieuwe trap en lif t in binnentuin nieuwe verbinding nieuwe trap en lif t

museumcafé

inkijk in museum door geopende deuren

terras museumcafé kantoorruimte museum met eigen entree

nieuwe heffer

nieuwe entree aan Prinsentuin ontvangst en museumwinkel

museale route door Consistoriekamer

star t museale routes

24

overzicht ingrepen | tussenverdieping verbinding tussen kantoren en museumruimten

werkplekken en vergaderruimten nieuwe trap t.b.v. de kantoren lunchruimte

25

overzicht ingrepen | eerste verdieping

heffer voor toegankelijkheid vleugels Schoolstraat

nieuwe trap

energiestation

nieuwe trap en lif t

installatietechniek

werkplaatsen en opslag

circuit van museale ruimten voor wisselexposities tentoonstellingszaal met uitgevlakte vloer

star t wisselexpositie 26

overzicht ingrepen | kelder wc's voor educatieruimte en Van der Mandelzaal

educatie

nieuwe trap en lif t

nieuwe trap en lif t in (huidige) Binnentuin

garderobe wc's

miva wc verdiepte kelder, voorruimte garderobe en wc's

27

ruimtelijke ingrepen

28

ingreep | entree gebied en ontvangst

nieuwe aanbouw in Binnentuin met trap en lif t

heffer toegang ter plaatse van bestaand raam verhoogde vloer

nieuwe doorgang

tweede toegang lif t voor expeditie en rolstoelgebruikers

nieuwe entree ter plaatse van bestaand venster nieuwe doorgang naar kerk

nieuwe doorgang

nieuwe vrijstaande wand voor hellingbaan

nieuwe scheidingswand tussen entree en museale ruimte

nieuwe doorgang naar tentoonstellingsruimte 29

entree

beeld wordt aangepast als voorlopig ontwerp landschap gereed is

30

entree

demontabel & reversibel element parametrisch patroon in schuifdeuren, referentie: vensters nar thex

buitenzijde glad maar met belijning

naar buiten binnenzijde versprongen

naar binnen

31

entree | 3D printen samenwerking met Studio RAP Momenteel wordt onderzocht of er een samenwerking mogelijk is met Studio RAP. Studio RAP is gespecialiseerd in het 3D printen van keramische gevelelementen. Door middel van algoritmisch en parametrisch ontwerp kan studio RAP unieke gevelelementen ontwerpen en produceren. Deze elementen worden geproduceerd is samenwerking met de Koninklijke Tichelaar in Makkum. De nieuwe beoogde entree van het museum is in onze optiek zeer geschikt voor deze ontwerpmethodiek. Tevens wordt onderzocht of dit ook mogelijk is voor het verfraaien van de poort aan de Oude Delft zijde.

18/67

10/67

30/67

38/67 De ontwerptaal is geinspireerd op het ambacht en de patroonkunst van textiel.

32

14/67

ingreep | entree gebied en ontvangst clausuur

nieuwe entree

verhoogde vloeren

toegang naar nieuwe trap en lif t

toegang naar ontvangst en winkel 33

toiletten en garderobe in kelder

ontvangst en museumwinkel clausuur

toegang tot entreepor taal

ontvangstruimte en winkel

hergebruik tegels van bestaande vloer

verhoogde vloer

34

nieuwe toegang tot star tpunt museale routes

ontvangst en museumwinkel kapittelzaal

verhoogde vloer met bestaande tegels 35

symmetrie herstellen met blindnis

ontvangst met kaartverkoop en museumwinkel Kapittelzaal - impressie interieur

in trap geintegreerde heffer

nieuwe trap afgewerkt met keramische tegels 36

verhoogde vloer afgewerkt met bestaande tegels

ingreep | start museale routes Spinkamers

toegang naar nieuwe trap en lif t

toegang tot tentoonstellingsroutes vaste collectie richting moordtrap

37

abdissenkapel

nieuwe toegangen tot Lakenhal en Waalse Kerk Spinkamers

nieuwe toegang naar waalse kerk

toegang naar expositieruimte (lakenhal)

38

nieuwe opening naar clausuur

principe doorbraken In het museum worden op diverse plekken nieuwe doorbraken gemaakt. Als ontwerpprincipe voor nieuwe doorbraken sluiten wij aan bij de wijze waarop bestaande openingen zijn gemaakt. De nieuwe openingen zijn ingetogen en houden rekening met bestaande verhoudingen en detailleringen. zijde beeldenzaal met getoogde opening

10 10

10 10

geprofileerde eikenhouten paneeldeur met houten latei in de spinkamers

dagkant opening in metselwerk met afgeschuinde hoeken - stucwerk, afwerking n.t.b. - betegelde plint als bestaand

DK01 - dagkant Kapittelzaal - schuin 1:5

DK01

DK02 - dagkant café - recht 1:5

39

10 10

10 10

440

525

dagkant opening in metselwerk met rechte hoeken - stucwerk, afwerking n.t.b. - betegelde plint als bestaand

DK02

opening richting clausuur met kenmerkende verkenningen

toegang tot nieuwe trap en lift Spinkamers

nieuwe opening naar clausuur

toegang naar nieuwe trap en lif t

40

toegang tot tentoonstellingsroutes vaste collectie

ingreep | nieuwe trap en lift in binnentuin houten trap visueel losgehouden van de gevels

toegang tot tuin

nieuwe toegang tot lif t (voor expeditie en rolstoegebrukers)

nieuwe glazen lif t 41

nieuwe trap lichtstraat tegen gevel

nieuwe houten trap

glazen balustrades aan buitenzijde

42

afgeronde dichte balustrades

materialisatie passend bij monument

zicht op binnentuin glazen balustrades aan buitenzijde

afgeronde dichte balustrades

43

zicht op binnentuin

glazen lif t

impressie nieuwe trap en lift in binnentuin

44

principedetails met impressie materiaal en kleur nieuwe toevoegingen lateibalk tpv rolluik

lood inslijpen

onderzoek naar kleuren en textuur

415

-

BD9-V2.01 BD9-V1.02

in detailboek

3635

lateibalk tpv rolluik

4535 stalen rolluik omtimmerd en afgewerkt als vloer

360

7693

- EPDM folie - afschotisolatie minerale wol - underlayment 18mm - 120 mm minerale wol - houten balklaag 120x70, h.o.h. 600 - dampremmende folie - 9mm multiplex underlayment - raggelwerk aan veerankers (c profielen) - akoestisch isolatie, firetdoek, geperforeerde BD9-V1.04 gipsplaat (naadloos), affilmlaag randen niet geperforeerd

7693

00.1.D

18

BD9-V0.01

15

3700

NT-32.1-20-02A - dwarsdoorsnede nieuwbouw constructief 1 : 100

wandopbouw - t.p.v. rolluik de wand sparen - stalen rolluik met geleiders - regelwerk - 2x gipsvezelplaat stucwerk

-2430

stalen rolluik met inbraakwerendheidsklasse 4

bestaande lateiconstructie handhaven

bestaande luiken handhaven

NT-32.1-20-02A - dwarsdoorsnede nieuwbouw constructief

EPDM folie voor luchtdichting

pui constructie - isolatieglas - Janisol Arte van binnenuit geplaats - stelkozijn in hardhout - EPDM voor luchtdichting - DPC slabbe

HEB 220

00.1.D

BD9-V0.01

wandopbouw - t.p.v. rolluik de wand sparen - stalen rolluik met geleiders - regelwerk - 2x gipsvezelplaat stucwerk

dagkantafwerking in hout

dakbalken HEA120

+1190

360

goot - EPDM folie - multiplex + regelwerk

-2430

2905

2545

koker 120x120x10

65

BD9-V1.04

475

BD9-VK.01

dakbalken HEA120

- afschotisolatie minerale wol - underlayment 18mm 30 min. brandwerend van boven naar - 120 mm minerale wol beneden - houten balklaag 120x70, h.o.h. 600 - dampremmende folie - 9mm multiplex underlayment - raggelwerk aan veerankers (c profielen) - akoestisch isolatie, firetdoek, geperforeerde gipsplaat (naadloos), affilmlaag randen niet geperforeerd

+1190

360 2545

3635 4535

BD9-V1.03

BD9-V2.02 dakbouw (RC min. 6,3 m2K/W)

475

keramische gevel elementen BD9-VK.01 opgehangen aan staalconstructie

30 min. brandwerend van boven naar beneden

in detailboek

opbouw zoldervloer: - 80mm drukvaste isolatie - wapeningsnet t.b.v. weerstandsklasse - 2 x 15mm fermacell op 10mm dakbouw (RC min. 6,3 m2K/W) minerale wol - EPDM folie - bestaande houten vloer en balklaag

3700

BD9-V2.02

dakopstand - EPDM folie - raamwerk geisoleerd - raggelwerk - giplaat

2905

415

-

BD9-V2.01 BD9-V1.02

360

BD9-V1.03

opbouw zoldervloer: - 80mm drukvaste isolatie - wapeningsnet t.b.v. weerstandsklasse - 2 x 15mm fermacell op 10mm minerale wol - bestaande houten vloer en balklaag

stalen rolluik omtimmerd en afgewerkt als vloer

daklicht - Brakel Atmos BA-4S systeem HR++ isolatieglas – Ug-waarde 1,1 W/m²K

daklicht - Brakel Atmos BA-4S systeem HR++ isolatieglas – Ug-waarde 1,1 W/m²K

NT-50-BD9-V2.02 - goot

1 : 100

1:5

pui constructie - isolatieglas - Janisol Arte van binnenuit geplaats - stelkozijn in hardhout (steunt af op stalen platen onder kolommen) - EPDM voor luchtdichting - DPC slabbe

375 310

60

kitvoeg

540

vensterbank vloeropbouw - 10mm keramische tegel - 30mm cementdekvloer - Staalplaatbetonvloer Comflor 75 - 12mm multiplex - 2x 12mm gipsplaat

6

wandopbouw - gefineerde plaat - regelwerk - minerale wol plint

30

dorpel hoger aanbrengen

houten afwerking mechaniek

schuifdeurmechaniek met glazen schuifdeuren

hoogte doorgang minimaal 2350

keramische gevel - stalen achterconstructie - IPEX gevel systeem - keramische elementen Tichelaar staalplaat 40 mm dik tpv de kolommen en kozijn

staalprofiel L 70x70x8 tbv vloer

NT-32.1-95-10 - keramisch element isometrie

NT-50-BD9-V2.01 - lichstraat

tussen elementen bezande kitvoegen

NT-32.1-95-10 - keramisch element isometrie

1:5

NT-50-BD9-V2.01 - lichstraat

NT-50-BD9-V0.01 - keramische gevel

1:5

1:5

aardse tonen, voldoende gemêleerd

250

110

40

muuropbouw - 20mm stucwerk, afwerking n.t.b. - 250mm beton in het werk gestort - 110 mm thermische isolatie (RC min. 4,7 m2K/W) - 40mm luchtspouw - 100mm metselwerk

100

45 schuifdeur- glas- WK3

doorgang - WK4 schuifdeur- glass

vloeropbouw - keramische tegels - cementdekvloer 30mm - staalplaatbetonvloer 120mm - raggelwerk

ingreep | nieuwe verbinding nieuwe verbinding sluit op logische plekken aan

huidige verbindingsgang

lichtstraat t.p.v. gevel binnentuin toegankelijk d.m.v. poor t 46

problematiek bestaande verbindingsgang

ndingsgang

ang Lansdorp

huidige verbindingsgang sluit op de 1e verdieping onlogischaan op oorspronkelijke bebouwing

nieuwe verbindingsgang op zelfde niveau als historische zaal

onlogische aansluiting; aansluiting blokkeert luiken Historische Zaal

47

logische aansluitingen verbindingsgang huidige verbindingsgang kent hoogteverschillen

begane grond kent een logische aansluiting

47

nieuwe verbinding toegang tot educatiekelder

nieuwe trap en lif t in soepkeuken

historische zaal

poor t naar binnentuin

trap naar niveau historische zaal

museumcafé

toegang vanuit ontvangstgebied en museumwinkel

48

impressie nieuwe verbinding

49

aanzicht vanuit binnentuin en doorsnede over nieuwe verbinding

50

impressie nieuwe verbinding met museumcafé

51

nieuwe trap en heffer aan schoolstraatzijde soepkeuken

installatietechniek op zolder

Slaapzaal

tussenbordes sluit aan op kantoren

Historische Zaal (zelfde niveau als verbindingsgang)

toegang museumcafé en terras Educatie kelder 52

ingreep | nieuwe heffer 1e verdieping op knooppunt 3 vleugels Slaapzaal

plafond verhogen t.p.v. heffer

Delftse zaal

Ziekenzaal deur vlak weggewerkt in wand

53

nieuwe schuifdeur

ingreep | museale ruimten

Slaapzaal - vaste tentoonstelling - Ashrae B klimaat achterzetramen

geisoleerde voorzetwand

luchttoevoer via spleetroosters in plafond

zicht naar buiten

hoogwaardig geisoleerde voorzetwand 54

museale ruimte

ziekenzaal - circuit tijdelijke tentoonstellingen, Ashrea A klimaat

Basis: goede isolatie en hoogwaardig museaal klimaat. Door toevoegen museale voorzetwand flexibel. Deze kan 'ooit' verwijderd worden als visie op wijze van exposeren verandert zonder impact op het museale klimaat.

geïsoleerde gevel, zonder museale voorzetwand ramen voorzien van achterzetramen

wand voorzien van aerogel (dunne hoogwaardige isolatie)

geïsoleerde gevel, mét museale voorzetwand

gehele gevel voorzien van museale wand 55

balkkoppen vrijhouden

demontabele plint

museale ruimte

beeldenzaal - vaste tentoonstelling - Ashrae A klimaat

muurstijl onder spant vrijhouden

installatietechniek opnemen achter voorzetwand

gevel aan 2 zijden voorzien van museale voorzetwand

hellingbaan achter voorzetwand

verhogen (uitvlakken) hellende vloer

56

installatietechniek opnemen achter voorzetwand

muurstijl onder spant vrijhouden

hellingbaan achter voorzetwand verhogen (uitvlakken) vloer

57

lakenhal wand 1

PLAFOND

nieuwe toegang tot spinkamers WANDEN

DEUREN/ OPENINGEN

VLOEREN

PLINTEN

huidige deur wordt kijkvenster

58

nieuwe hellingbaan

ingrepen | rondgang vanuit Waalse Kerk door Consistoriekamer openslaande luiken, zicht vanaf oude delft richting binnenplaats

nieuwe trap in de omloop consistorie

vervolg route rond koor van de waalse kerk met zicht onder de luchtbogen nieuwe pui met zicht op binnenplaats

nieuwe pui met openstaande poortluiken

nieuwe doorkijk met zicht op binnenplaats - onder luchtbogen door

vitrines voor de ramen 59

nieuwe verbinding tussen Waalse Kerk en van der Mandelezaal

nieuwbouw sluit aan op tussenstijl van der mandelezaal

slank gedetailleerde verbinding 60

logische aansluiting verbindingsgang op van der mandelezaal

ingreep | zichtbaarheid museum aan Oude Delft omloop consistorie luiken handhaven vitrines plaatsen

verfraaide poort oude delft

banqueting nieuwe luiken/ screens handmatig te blinderen

transitodepot nieuwe luiken/ screens met weerstandsklasse

open luiken 61

ingreep | facilitaire ruimten aan Oude Delftzijde miva toilet

van der mandelezaal

banqueting

toegang tot werkplaatsen 62

expeditie

ingrepen | kantoren installatietechniek

bid en kolfruimte

eerste verdieping (zolder)

kantoren en vergaderruimtes

tussenverdieping

lunchruimte

entree kantoor kamer van charitate

begane grond

63

duurzaamheid

64

duurzaamheid Materiaalgebonden energie Behoud van het bestaande monumentale complex is het meest duurzaam. Er wordt groot onderhoud gepleegd aan de daken en gevels en waar mogelijk worden elementen hersteld, gerepareerd of hergebruikt. De detaillering is demontabel (op de nieuwe waterdichte betonnen kelder na) en toegepaste materialen zijn zoveel mogelijk biologisch afbreekbaar. De ingrepen die voorgesteld worden zijn noodzakelijk voor verbetering van de functionaliteit, toegankelijkheid, klimaat en veiligheid. Herbruikbare materialen en 'nieuwe' biobased materialen worden toegepast. In het 3D ontwerpmodel (BIM model) wordt materiaaldata verzameld van elementen die worden toegepast. Het uitkomende (te slopen) materiaal wordt benoemd in soort en hoeveelheid en wordt waar mogelijk herbestemd binnen het project of elders. Operationele energie Het Prinsenhofcomplex gaat 'van het gas af' en wordt dus all electric. Om de energievraag te beperken wordt het complex voor een belangrijk deel geïsoleerd: isolerende beglazing, achterzetramen, isolatie van wanden en vloeren zullen in belangrijke mate de warmte- verliezen beperken. Bij de Kapittelzaal en de Waalse Kerk, waar het isoleren een te grote impact op het monument heeft en het gewenste klimaat het mogelijk maakt, is het aantal isolerende maatregelen beperkter. Voor de koeling en verwarming wordt gebruik

gemaakt van een duurzame opwekkingscentrale, een bodemenergiesysteem gecombineerd met een warmtepompinstallatie. De opwekkingscentrale omvat twee monobronnen voor warmte en koude opslag aangesloten op een waterwater warmtepomp voor de verwarming. Aanvullend een luchtwarmtepomp voor de regeneratie van de bodembalans en vrije koeling wanneer mogelijk en een elektrische verwarmingsketel. De elektrische ketel vervult een dubbelrol: noodbedrijf en pieklastketel. Op de koudste momenten in de winter zal de elektrische ketel aanvullend op de warmtepomp warmte leveren. Daarnaast wordt warmte teruggewonnen. De installatietechnische systemen zijn hoogwaardig, energiezuinig en slim. De benodigde elektrische energie voor deze installatietechniek, apparatuur, verlichting, etc. kan niet binnen de contouren van Museum Prinsenhof Delft worden opgewekt vanwege de hoog monumentale status. Deze wordt groen ingekocht: het lopend energiecontract van de gemeente Delft - de gebouweigenaar - betreft groene energie, duurzaam opgewekt op Nederlandse bodem. Daglicht gaat een grotere rol spelen in het complex want 'de luiken gaan open'. Waar zonbelasting daarbij een rol gaat spelen is zonwering voorzien. Sociale duurzaamheid Het gebouw wordt toegankelijk gemaakt: door het verhogen en verlagen van vloerniveaus en het toevoegen van een lift, enkele heffers en hellingbanen wordt

65

een belangrijk deel van het complex toegankelijk gemaakt voor rollator- en rolstoelgebruikers. Bij andere niveauverschillen als op- en afstappen en trappen, waarvan er vele zijn in het historische complex, zijn leuningen voorzien. Vanwege de museumfunctie is er al toezicht op alle publieke ruimten, die niet alleen voor beveiliging maar ook voor veiligheid kan zorgen. Natuur inclusief bouwen Het natuur inclusieve ontwerp voor een bio diverse omgeving betreft vooral de opgave voor de buitenruimten van de Prinsenhof: de Binnentuin, de Prinsentuin en het Sint Agathaplein. In overleg met de landschapsarchitect en de stadsecoloog wordt onderzocht of het monumentale complex mogelijkheden biedt om voorzieningen te integreren, bijvoorbeeld nestkasten. Het streven is om de renovatie zo duurzaam mogelijk te laten uitvoeren. Bij contractering van uitvoerende partijen wordt de ambitie bepaald binnen de kaders van het project en wordt gekeken naar het niveau van verduurzaming dat de markt op dat moment aankan. hergebruik en terugwinning Om de impact van de renovatie op het milieu zo klein mogelijk te maken worden de materialen die benodigd zijn voor de renovatie zo veel mogelijk hergebruikt. Indien er toch nieuwe materialen nodig zijn worden deze zo veel mogelijk demontabel gemonteerd. Door goed onderhoud aan het gebouw gaan de gebruikte materialen langer mee.

duurzaamheidswiel In het duurzaamheidswiel wordt de impact van de hiervoor beschreven duurzaamheidsmaatregelen voor Het Prinsenhof grafisch weergegeven. Hoe meer parten zijn ingekleurd hoe meer impact de betreffende groep maatregelen heeft.

66

technische uitwerking

67

technisch ontwerp | klimaat en comfort De technische opgave De restauratie en renovatieopgave van het museum bestaat voor een belangrijk deel uit het verbeteren van de klimaatcondities en het beperken van het energieverbruik. Door verbetering van de buitenschil met isolatie en luchtdichting (gevels en daken) wordt energieverlies tegengegaan. Samen met de toepassing van energiezuinige installaties op basis van duurzame bronnen ontstaat zo een duurzaam toekomstbestendig gebouw. De bouwtechnische verbeteringen betreffen naast de toegankelijkheid en het noodzakelijke onderhoud, bestaat de opgave uit het verbeteren van de klimaatcondities en comfort ook voorzieningen voor brandveiligheid, beveiliging, geluidwering – zowel intern als naar de omgeving, ruimte-akoestiek en aanpak van vochtproblematiek. Bij het bepalen van de juiste ontwerpoplossing zijn alle aspecten zorgvuldig en integraal afgewogen. De monumentale waarde, de draagkracht van de bestaande constructie, functionaliteit en kosten voor aanbrengen en onderhoud spelen hierbij ook een belangrijke rol. Omdat de bouwdelen van het monumentale complex onderling van elkaar verschillen en ook het beoogde gebruik verschilt, is per bouwdeel de best mogelijke oplossing voorgesteld. Daarbij is wel het bedieningsgemak door eenheid in systemen in het oog gehouden.

Verbetering van de klimaatcondities: de uitgangspunten Museum Prinsenhof Delft heeft een museale functie waarbij voor het behoud van de eigen en gebruikleende collectie eisen gesteld worden aan het museale binnenklimaat. In de niet museale ruimten wordt een goed verblijfsklimaat voorzien met een hoger/beter niveau dan het wettelijk vereiste niveau voor bestaande bouw. Binnen de kaders van het mogelijke en rekening houdend met de monumentale randvoorwaarden is zoveel mogelijk het nieuwbouw-niveau

nagestreefd, zodanig dat een energiezuinig en duurzaam gebouw wordt gerealiseerd. In de expositieruimtes wordt een hoogwaardig museaal binnenklimaat gerealiseerd voor de vaste kunstcollectie en wisselexposities/ bruikleenkunst. Ten aanzien van het museaal binnenklimaat voor de wisselexposities fungeert als uitgangspunt een temperatuur van de binnenlucht en relatieve vochtigheid conform ASHRAE binnenklimaatklasse A1, waarbij sprake is van seizoensadaptatie. Indien wenselijk – bijvoorbeeld vanwege strenge bruikleeneisen – is het mogelijk het binnenklimaat in deze zalen met wisselexposities zodanig te conditioneren dat deze voldoet waarbij geen sprake is van seizoensadaptatie. In museale ruimtes voor vaste tentoonstelling voldoet het klimaat aan ASHRAE klimaatklasse B (ASHRAE 2019), waarbij sprake is van seizoensadaptatie. De gestelde eisen voor zowel binnenklimaat als energiezuinigheid worden bereikt door zoveel mogelijk gebruik te maken van passieve bouwkundige voorzieningen, zoals goede thermische isolatie, isolerende beglazing (achterzetramen) en zonwerende voorzieningen en door gebruik van het accumulerende vermogen van gebouwmassa. Verbetering van de klimaatcondities: verduurzaming schil Naast restauratie en herstel van gevels en daken (zie bijlage dak en gevelboek) wordt de schil ook verduurzaamd, waarbij het uitgangspunt is dat aan de binnenzijde wordt geïsoleerd.

Dit betekent dat de historische buitenmuren aan de binnenzijde van isolatiewanden worden voorzien waar mogelijk isolerende beglazing (monumentenglas) wordt toegepast en waar het niet kan vensters van achterzetramen worden geplaatst. Ter plaatse van de aansluitingen met ramen, deuren en houten balkkoppen zijn de aansluitingsdetails zo ontworpen dat de monumentale kwaliteit zoveel mogelijk ervaarbaar blijft én er geen negatieve bouwfysische gevolgen voor het monument zijn.

68

Isolatieschil onder kap of op zoldervloer Bij de zolders is de afweging gemaakt tussen isoleren van de kappen of de zoldervloeren. Functioneel is het isoleren van de kappen het meest gunstig maar kostentechnisch niet. Isolatie van de kappen betreft een groter oppervlak en is complexer aan te brengen dan op de zoldervloeren. Daarnaast worden aan de zoldervloer geluidwerende eisen gesteld (op de zolders wordt de installatietechniek geplaatst) voor de onderliggende ruimten, die een isolatiepakket vragen dat grotendeels overeenkomt met de thermische isolatie. Daarmee zou een dubbel pakket worden aangebracht als de thermische schil onder de kap zou worden aangebracht. Voor de bescherming van de monumentale kappen tegen brand zou isolatie van de kappen een beschermende oplossing zijn voor een bepaalde tijd. Aanvullende maatregelen zijn dan nodig om de brand te bestrijden om schade door uitbreiding te voorkomen. Met de voorgestelde (handhaving van het principe) droge sprinkler worden de kappen beschermd én de vuurbron gedoofd en daarmee vervalt de noodzaak om de monumentale kappen met bouwkundige maatregelen te beschermen. In een aantal bouwdelen worden de kappen wél geïsoleerd. Deze afweging komt voor uit de noodzaak tot geluidwering naar de omgeving, vanwege de specifieke installatietechniek die op deze zolders is geplaatst.

In deze bouwdelen is de geluidproductie hoger en zijn lokale oplossingen direct rond de geluidsbron te gecompliceerd om aan te brengen en/of niet praktisch in gebruik. Op andere plekken is geen zoldervloer aanwezig en ligt de thermische schil direct onder de kap.

 

  

  

klimaatklasse

ashrae klasse B ashrae klasse A1 ashraeklasse klasse Ashrae B B gewogen overschrijdings Ashrae A1 A1 ashraeklasse klasse uren GTO ≤150 gewogen overschrijdingsuren GTO ≤ 150 gewogen overschrijdings normaal klimaat, normaal klimaat, eis eis uren GTO ≤150geengeen

begane grond

eerste verdieping

kelder

tussen verdieping

normaal klimaat, geen eis

69

technisch ontwerp | verduurzaming schil

33 2013

opbouw aerogel standaard (Bi-Bu): - stucwerk, afwerking n.t.b. - 12.5 mm gipsplaat - dampremmende laag, dichtheid cf. opgave Peutz - 20mm aerogel

opbouw minerale wol standaard (Bi-Bu): - stucwerk, afwerking n.t.b. - 12.5 mm gipsplaat - 12 mm multiplex - dampremmende laag, dichtheid cf. opgave Peutz - 40+100 mm minerale wol (RC min. 3,5 m2K/W)

opbouw minerale wol museale wand (Bi-Bu): - stucwerk, afwerking n.t.b. - 12.5 mm fermacell beplating - 18 mm multiplex - 22mm tengelwerk (t.b.v. bekabeling en bescherming dampremmer) - 9 mm multiplex - dampremmende laag, dichtheid cf. opgave Peutz - 40+100 mm minerale wol (RC min. 3,5 m2K/W)

140

9 22 1813

140

200

165

70

1213

opbouw aerogel museale wand (Bi-Bu): - stucwerk, afwerking n.t.b. - 12.5 mm fermacell beplating - 18 mm multiplex - dampremmende laag, dichtheid cf. opgave Peutz - 20mm aerogel

20 1813 51

30 1015 15

80

22 4

technisch ontwerp | verduurzaming schil

dagkantafwerking: - 12,5mm fermacell beplating - dampremmende laag, dichtheid cf. opgave Peutz - 20mm aerogel

20 18 13 22 18 13

glas: HR++, UV werend, U-waarde min. 1,1 W/m2K cf. opgave Peutz evt. lichtwerendheidseisen cf. schema's architect

100

opbouw museale voorzetwand + aerogel isolatiewand (Bi-Bu): - stucwerk, afwerking n.t.b. - 12,5 mm fermacell beplating - 18 mm multiplex - 22 mm rachelwerk - 12.5 mm fermacell beplating - 18 mm multiplex - dampremmende laag, dichtheid cf. opgave Peutz - 20mm aerogel

02.0.E

310

custom made stalen achterzetraam, spuiten in n.t.b. kleur luchtdichtheidsklasse 4 inbraakweerstandsklasse 4

+9175

bestaande moerbalk

100

50

bestaand houten peerkraalsleutelstuk

186

bestaande zandstenen console

wandisolatiestrook 150mm breed rondom sleutelstuk en moerbalk: - stucwerk, afwerking n.t.b. - 12.5mm gipsplaat - dampremmende laag, dichtheid cf. opgave Peutz - 20mm aerogel

13 20

100

40

46

100

50

opbouw minerale wol museale wand (Bi-Bu): - stucwerk, afwerking n.t.b. - 12.5 mm fermacell beplating - 18 mm multiplex - 22mm tengelwerk (t.b.v. bekabeling en bescherming dampremmer) - 9 mm multiplex - dampremmende laag, dichtheid cf. opgave Peutz - 40+100 mm minerale wol (RC min. 3,5 m2K/W)

184

custom made stalen achterzetraam, spuiten in n.t.b. kleur luchtdichtheidsklasse 4 inbraakweerstandsklasse 4

1318 22 9

glas: HR++, UV werend, U-waarde min. 1,1 W/m2K cf. opgave Peutz evt. lichtwerendheidseisen cf. schema's architect

NT-50-BD7-H1.01 - kozijn ziekenzaal

dampdicht afkitten

fase

onderdeel

DO

kozijn ziekenzaal

werk nr.

nieuwe houten vensterbank in verlengde van bestaande vensterbank, afwerken met doorlopende fineerlaag als bestaand hout

740

1:5

tekening nr.

schaal

NT-50-BD7-H1.01 1:5

datum

formaat

06-07-2023

A3

custom made stalen achterzetraam, spuiten in n.t.b. kleur luchtdichtheidsklasse 4 inbraakweerstandsklasse 4 glas: HR++, UV werend, U-waarde min. 1,1 W/m2K cf. opgave Peutz evt. lichtwerendheidseisen cf. schema's architect

onderdeel

DO

wandisolatie rond sleutelstukken Delftse zaal

werk nr.

tekening nr.

740

NT-50-BD5-V1.05 1:5

opbouw museale voorzetwand + aerogel isolatiewand (Bi-Bu): - stucwerk, afwerking n.t.b. - 12,5 mm fermacell beplating - 18 mm multiplex - 22 mm rachelwerk - 12.5 mm fermacell beplating - 18 mm multiplex - dampremmende laag, dichtheid cf. opgave Peutz - 20mm aerogel

20 18 13 22 18 13

opbouw aerogel museale wand (Bi-Bu): - stucwerk, afwerking n.t.b. - 12.5 mm fermacell beplating - 18 mm multiplex - dampremmende laag, dichtheid cf. opgave Peutz - 20mm aerogel

dagkantafwerking: - stucwerk, afwerking n.t.b. - 2 x 12,5mm fermacell beplating - dampremmende laag, dichtheid cf. opgave Peutz - 20mm aerogel

140

fase

20 1813

PL06

demontabele modulaire houten plint, flexibel in te delen t.b.v. E-installaties, vormgeving als bestaande plint

fase

onderdeel

DO

onderaansluiting kozijn scriptorium

werk nr.

tekening nr.

740

NT-50-BD7-V0.05 1:5

schaal

datum

formaat

06-07-2023

A3

71

schaal

datum

formaat

06-07-2023

A3

technisch ontwerp | constructie, brandveiligheid, beveiliging, vocht Draagconstructie Er wordt een aantal interventies voorgesteld die invloed hebben op de draagconstructie van het complex. Er wordt extra constructie op de zolders aangebracht ten behoeve van de installatietechniek d.m.v. stalen balken met een lichte vloer. Op twee plaatsen is hierop een Comfortvloer voorzien vanwege de noodzaak tot geluidreductie. De stalen balken zijn zo geplaatst dat het extra gewicht goed kan worden afgedragen aan de historische gevels. Ten behoeve van de nieuwe trap en lift in de Binnentuin wordt om aan te sluiten op de huidige kelder een nieuwe kelder aangebracht. Hiervoor zal nog archeologisch onderzoek worden uitgevoerd en onderzoek naar de bestaande fundering van de belendende gevels. In het ontwerp is nu uitgegaan van versterking van deze funderingen. De bestaande kelder onder de voormalige Spinkamers wordt verdiept en wordt voorzien van een waterdichte bak. Dit wordt de voorruimte voor garderobe en wc's die in de aangrenzende kelders liggen. De hellende vloer van de Beeldenzaal op de verdieping in de voormalige kloosterkerk wordt uitgevlakt: op de bestaande vloer wordt een nieuwe houten vloer aangebracht. Tussen de oude en nieuwe vloer wordt de installatietechniek voor het museale klimaat van deze zaal en de onderliggende Lakenhal ingepast.

Naast deze interventies zijn de constructieve voorzieningen voor de nieuwe toevoegingen (trap en lift in binnentuin, verbindingsgang, nieuwe trap in voormalige Soepkeuken) geïntegreerd in het ruimtelijke ontwerp. De draagkracht van enkele houten vloeren van de verdiepingen is onderzocht. Op basis van de uitkomsten en aannames ten aanzien van de andere vloeren is een advies voor gebruik (inrichting) opgesteld. Dit betreft de (wissel)tentoonstellingsruimten en de werkplaatsen aan de Oude Delftzijde.

Brandveiligheid Als minimum toetscriterium voor de brandveiligheid geldt het Bouwbesluit 2012 met aanverwante normen. Het integrale brandveiligheidsconcept betreft bouwkundige, installatietechnisch en organisatorische maatregelen. Dit zijn zowel nieuwe voorzieningen als aanpassingen aan bestaande voorzieningen. Een aanvullend voorstel wordt gedaan voor het verkleinen van het risico op het ontstaan en de uitbreiding van brand en rook, om de museale collectie en het monumentale gebouwencomplex zelf beter te kunnen beschermen tegen het ontstaan van brand en de gevolgen daarvan. De belangrijkste maatregelen: f Nadere brand-compartimentering, f aanvullende rookcompartimentering omwille van veiligheid f inpakken risicovolle ontstekingsbronnen. f Sprinklerbeveiliging zolderkappen; f Aanpassing Programma’s van eisen BMI / OAI f Certificering nieuwe installaties f Certificering sprinklerinstallatie f Van der Mandelezaal; Vluchtrouteaanduiding (nieuwbouw-niveau) f Opleiden bewaking voor gebruik brandslanghaspels en handbrandblussers; f Jaarlijkse keuring NEN 3140; f Halfjaarlijks onderhoud aan brand- en rookscheidingen; f Inspectie-rondes voor noodverlichting, vluchtrouteaanduiding en brand- en rookwerende deuren. Beveiliging De beveiliging voor het complex speelt een belangrijke rol vanwege de museale functie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13634332/1