CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 - Visie woonlasten (n.a.v. Motie 4.1.31)

Raadsvergadering 29 juni 2023, gemeente DelftBij agendapunt: Voorstel van het college aan de raad inzake Kadernota 2023 (nr. 2321288)1.548 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Visie woonlasten Bij de bespreking van de Programmabegroting 2023 – 2026 is aangenomen de motie Lange termijnperspectief woonlasten1. De motie draagt het college op om 1) te komen met een lange termijnvisie op de ontwikkeling van de woonlasten en hierbij recht te doen aan de motie Toeristen betalen mee aan Delft en 2) hierbij ook de afvalstoffen- en rioolheffing te betrekken. Hieronder zet het college deze visie uiteen en beschrijft de mogelijkheden om de hoogte van de woonlasten te beïnvloeden en de inzet van de meeropbrengst van de toeristenbelasting daarbij. Het college verzoekt de raad om hiermee de moties 4.1.31 van 10 november 2022 en 8.1.7a van 4 november 2021 als afgedaan te beschouwen. A. Algemeen: begrip woonlasten en visie De woonlasten bestaan uit de gemeentelijke belastingen die verbonden zijn aan het wonen in Delft. Voor woningeigenaren zijn dit de ozb, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Voor huurders is de ozb niet van toepassing. De ozb is de belangrijkste eigen bron van algemene inkomsten voor de gemeente (ongeveer 7% van de totale inkomsten). De afvalstoffenheffing en de rioolheffing zijn de algemene heffingen die de gemeente ter beschikking heeft voor de financiering van de taken van afvalverwerking voor huishoudens en van het rioolbeheer en waterzorg. De visie van het college op de woonlasten is dat: 1.

voor de ozb een gematigde ontwikkeling het uitgangspunt is. Dit betekent in principe alleen de jaarlijkse indexatie van de opbrengst, met name voor inflatiecorrectie. Als voor het bereiken van een positief begrotingssaldo en/of een structureel evenwicht2 bijsturingsmaatregelen noodzakelijk zijn, is een extra verhoging van de ozb een mogelijkheid (een ‘knop’) die kan worden overwogen; 2. voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing volledig het profijtbeginsel van toepassing is. Dit betekent dat de gemeente alle in aanmerking komende kosten voor deze taken via de heffing omslaat over alle huishoudens. Alle inwoners van Delft hebben er immers belang bij dat de gemeente deze taken uitvoert; 3. kosten van kwijtschelding bij de afvalstoffen- en rioolheffing niet kunnen worden opgebracht uit het budget voor armoedebeleid. Het uitgangspunt is dat de kosten van kwijtschelding worden doorberekend in de tarieven. Het alternatief van financiering uit het armoedebudget heeft als effect dat het tarief voor alle huishoudens omlaag zou gaan, dus ook voor een grote groep inwoners die niet in de doelgroep van het armoedebeleid valt. Dit zou neerkomen op oneigenlijk gebruik van het budget voor armoedebeleid.

1 2

Motie 4.1.31 van 10 november 2022 Structurele lasten zijn gedekt door structurele baten.

In het coalitieakkoord ‘Samen werken aan Delft’ is over de woonlasten het volgende opgenomen: ‘In de Kadernota 2021 en de Programmabegroting 2022 – 2025 is vastgelegd dat de onroerendezaakbelasting voor bewoners in 2023 en in 2025 stijgt. De stijging in 2025 is nodig om structureel evenwicht te bereiken in onze inkomsten en uitgaven, een sluitende begroting. Wij gaan op zoek naar extra middelen en houden ook rekening met middelen vanuit het Rijk. Als Delft deze extra inkomsten krijgt, gebruiken we die voor het versterken van de urgente opgaven in de stad en/of het beperken van de woonlasten.’ B. Lokale belastingen en de financiële positie van de gemeente De ozb is voor gemeenten de belangrijkste structurele bron van vrij te besteden en zelf te bepalen belastinginkomsten. Het Rijk houdt hiermee rekening via de zogenaamde negatieve maatstaf ozb bij de berekening van de Algemene uitkering uit het Gemeentefonds. Dit gebeurt volgens een aanname van de eigen ozb inkomsten (totale WOZ-waarden per gemeente en het rekentarief op basis van landelijk gemiddelde tarieven). Het Rijk brengt de uitkomst van de negatieve maatstaf in mindering op de Algemene uitkering. Dit bedrag verschilt doorgaans van de werkelijk geraamde ozb opbrengst. Het is immers de bevoegdheid van de raad om de eigen gemeentelijke begroting en ozb tarieven vast te stellen.

Voor inzicht in de feitelijke belastingdruk zijn in de gemeentelijke begroting twee indicatoren beschikbaar: 1) het wettelijk verplichte kengetal Belastingcapaciteit en 2) het op verzoek van de raad toegevoegde kengetal Onbenutte belastingcapaciteit ozb. Het kengetal Belastingcapaciteit geeft inzicht in de ruimte voor belastingverhoging om een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar op te vangen of om nieuw beleid te dekken. De lokale belastingomvang in de woonlasten is hiervoor afgezet tegen de landelijke gemiddelde woonlasten. De percentages van de afgelopen jaren laten zien dat Delft hierbij boven het landelijk gemiddelde zit.3

3

Het afwijkende percentage van 129% voor 2022 is éénmalig vertekend doordat het CBS en COELO vanaf 2022 een andere methode voor bepaling van de gemiddelde woningwaarde gebruiken. De vertekening verdwijnt vanaf 2023.

Bron: COELO Het kengetal Onbenutte belastingcapaciteit ozb laat de ruimte voor stijging van de ozb zien ten opzichte van 120% van het landelijk gemiddelde. Dit percentage is de ondergrens om aanspraak te kunnen maken op een aanvullende uitkering uit het Gemeentefonds (de zgn. artikel 12 uitkering). De waardes van dit kengetal liggen voor 2020 – 2023 rond 1% van de baten, dit is een bedrag van ruim € 4,5 á € 5 miljoen. De waardes bij de kengetallen laten zien dat de ruimte voor aanpassingen bij de woonlasten nog steeds beperkt is. Een voorstel voor aanpassing vergt dan ook altijd een zorgvuldige afweging, zeker omdat een ophoging over het algemeen een structurele doorwerking heeft. Eind april is de Voorjaarsnota van het kabinet verschenen. Hierin staan enkele maatregelen voor de financieringssystematiek voor de gemeenten vanaf 2026. Deze bieden echter nog geen ruimte voor het bijstellen van de extra stijging van de ozb opbrengst in 2025. De onzekerheid over een toereikende financiering van de gemeenten vanaf 2026 werkt door in de vooruitzichten voor de woonlasten. De mogelijkheden voor bijvoorbeeld verruiming van het lokale belastinggebied zijn in de afgelopen jaren verschillende keren bekeken. Duidelijk is dat deze op korte termijn beperkt zijn en dat een lange voorbereidingsperiode nodig is.

Bij een structurele korting op het Gemeentefonds moeten de gemeenten mogelijk terugvallen op verhoging van de bestaande eigen inkomsten, vooral uit de ozb. Door het verschil in verhouding kan de impact hiervan ingrijpend zijn. Zo is bij de huidige verhoudingen voor een compensatie van 1% vermindering van de uitkering Gemeentefonds een stijging van ruim 8% van de ozb opbrengst nodig. Het is de vraag of de huidige onbenutte belastingcapaciteit daarvoor ruimte laat.

C. De mogelijkheden om de woonlasten te beïnvloeden De mogelijkheden om de woonlasten te beïnvloeden zijn beperkt, zeker in de huidige financiële situatie. Het effect van het ‘draaien aan knoppen’ staat ook niet op voorhand vast en vraagt altijd nader onderzoek. Bij de ozb is de gewenste opbrengst de meest bepalende factor. Het extra verhogen van de opbrengst naast de reguliere indexering voor inflatie leidt tot meeropbrengsten. Niet indexeren voor inflatie is alleen een optie bij structurele ruimte in het begrotings- en meerjarenbeeld. En deze optie is onderdeel van de integrale afweging van alle voorstellen. Een alternatieve ‘knop’ is een andere verhouding tussen de belasting bij woningen en niet-woningen, die leidt tot een andere verdeling van de lasten bij een gelijkblijvende totale opbrengst. De huidige verdeling is min of meer 50-50. Ondernemersfonds De opslag voor het Ondernemersfonds is 8,22% op de tarieven voor de niet-woningen. Daarmee is deze opslag dus niet van invloed op de woonlasten voor woningeigenaren. De gemeente geeft de opbrengst van de opslag door aan het Ondernemersfonds om deze te besteden aan de verbetering van het ondernemingsklimaat in Delft. Het percentage van de opslag is vastgelegd in het Convenant Ondernemersfonds Delft 2018. Box 1: De opslag Ondernemersfonds in relatie tot de woonlasten

Bij de afvalstoffenheffing zijn de lasten en baten in het taakveld beïnvloedbaar, bijvoorbeeld door te kiezen voor een lager niveau van dienstverlening, al zullen de gevolgen daarvan snel grote impact hebben voor de stad. Een alternatief kan zijn het invoeren van een eigen bijdrage voor bepaalde dienstverlening. Hiermee wordt het profijtbeginsel specifiek toegepast voor die dienstverlening en hoeven de kosten daarvan niet meer te worden verrekend in de algemene afvalstoffenheffing. Bij de rioolheffing is minder flexibiliteit omdat de lasten voor een groot deel zitten in onderhoud en noodzakelijke investeringen voor de riolering en de waterzorg. In de huidige kwijtscheldingsverordening wordt 100% van de beftreffende bedragen kwijtgescholden. Het is mogelijk om dit percentage te verminderen, waardoor een lager totaal aan lasten voor kwijtschelding hoeft te worden doorberekend in de tarieven. D. Woonlasten in relatie tot de motie Toeristen betalen mee aan Delft en de regio4 De motie bestaat uit drie onderdelen waarvan de eerste twee zijn afgedaan bij het vaststellen van de verordening toeristenbelasting 2024. Het derde punt gaat over de 4

Motie 8.1.7a van 4 november 2021

inzet van de meeropbrengst toeristenbelasting voor verlaging van de woonlasten. Vanaf 2024 is structureel € 304.000 vanuit de toeristenbelasting inzetbaar voor lastenverlichting voor alle Delftenaren. Bij de woonlasten geldt voor de ozb en rioolheffing dat deze respectievelijk geheel en gedeeltelijk betrekking hebben op lasten voor eigenaren van woningen. De afvalstoffenheffing is daarom meest geschikte belasting voor uitvoering van motie voor alle Delftenaren, zoals de opdracht van motie aangeeft. De inzet van het surplus aan toeristenbelasting voor dekking van de toerekenbare kosten voor de afvalstoffenheffing betekent dat in plaats van 100% vanaf 2024 een lager percentage van de kosten via de tarieven wordt doorberekend. Dit betekent dat voor de afvalstoffenheffing een iets lager percentage aan kostendekkendheid ontstaat, omdat de bekostiging van de taak deels gebeurt met de € 304.000 vanuit de toeristenbelasting.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12800986/1