Bijlage 5 - Evaluatie Taal werkt! 2015-2020
Tekst van het document
4650084 Evaluatie Taal werkt! 2015-2020 In deze evaluatie beschrijven we de resultaten van het programma Taal Werkt! 2015-2020. Dit programma is eind 2015 vastgesteld en is stilzwijgend doorgelopen tot de nieuwe Taalnota 2021-2024. Ambitie en doelstellingen programma Taal werkt! Zo n 12% van de Delftenaren heeft niet voldoende basisvaardigheden om naar vermogen mee te doen op het werk, in de maatschappij of thuis. Investeren in basisvaardigheden loont op persoonlijk, maatschappelijk en professioneel vlak. De wetswijziging van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs 2015 en de Taaleis in de Participatiewet 2015 waren destijds redenen om het taalbeleid te herzien. Onze ambitie is dat we zoveel mogelijk volwassen inwoners die de Nederlandse taal onvoldoende beheersen, stimuleren taalles te volgen. We blijven ervoor kiezen om Delftenaren met de grootste taalachterstand voorrang te geven. Wij streven naar een jaarlijks bereik van 15% van de geschatte doelgroep (1200). Ook willen we meer taalvrijwilligers. De ambitie voor 2015 is om 45 nieuw getrainde vrijwilligers te hebben. We willen de structuur voor volwassenenonderwijs verstevigen en vernieuwen. Hiermee spelen we in op het verbeteren van de taal- en rekenvaardigheden van een brede groep Delftenaren en de vermindering van de financiële middelen Dit doen we met alle betrokken lokale, regionale en landelijke partners.
Deze ambitie en doelstellingen zijn vertaald in het programma Taal Werkt! 2015-2018. Daarvoor zetten we in op: 1.
Voortzetten van het huidige aanbod: a. aanbod educatie van ROC Mondriaan b. cursussen Taal Op Eigen Kracht c. regionale wervingscampagne Doe Weer Mee! d. taaltoetsing voor bijstandsgerechtigden
2.
Innovatie van het huidige aanbod door de inzet van een vrijwilliger naast een professional.
3.
Versterken van de infrastructuur: a. taalinformatiepunt b. ondersteuning van vrijwilligers via het taalnetwerk
Wat hebben we gedaan? 1. Aanbod Het lesaanbod sluit aan op de vraag en op onze prioritering qua doelgroepen. Binnen de bestaande middelen hebben we ingezet op aanbod waarmee we de doelgroepen bedienen die het het hardst nodig hebben. Er is vooral aanbod voor mensen met Nederlands als tweede taal, maar ook het aanbod voor Nederlandstaligen trekt jaarlijks nieuwe cursisten. De regionale campagne Doe Weer Mee! draagt bij aan dit succes.
2. Innovatie Docenten werken in en buiten de lessen samen met taalvrijwilligers. Hierdoor krijgen cursisten meer gelegenheid om de taal te oefenen.
3. Infrastructuur Het Taalhuis in DOK Voorhof is de centrale ingang geworden voor advies, werving, training, ondersteuning en matching van taalvragers en taalvrijwilligers. Er is een taalnetwerk waarin de verschillende taalaanbieders in Delft elkaar ontmoeteni. De partners van het Taalnetwerk weten elkaar te vinden en brengen elk hun eigen cultuur mee. Vrijwilligers kiezen zelf vaak de organisatie waarbij ze willen aansluiten en de taken die ze willen uitvoeren. Dat bepaalt hun behoefte aan ondersteuning.
Wat hebben we daarmee bereikt? Bereik Jaarlijks volgen 900 tot 1100 deelnemers lessen waarmee ze hun taalniveau verhogen. Hierbij gaat het om 600 tot 900 unieke deelnemers per jaar. Daarnaast zijn er mensen die informeel leren met taalmaatjes, conversatielessen of anderszins. Hierbij gaat het vooral om het onderhouden van de taal. DOK Taalhuis helpt jaarlijks 170 tot 190 mensen met een taalvraag. Inburgeringsplichtigen volgen eveneens taallessen, maar zij mogen geen gebruik maken van het gesubsidieerde taalaanbod. Er is geen volledig zicht op het informele bereik, omdat de vorm en mate van ondersteuning zeer divers is. Er is ook niet altijd sprake van een (subsidie)relatie met de aanbieders.
Taalvrijwilligers Jaarlijks zijn er 30 tot 40 nieuw getrainde vrijwilligers bijgekomen. In de praktijk blijkt dat de werving en begeleiding van vrijwilligers meer tijd kost dan in 2015 was ingeschat. Naast een groep constante vrijwilligers zijn er ook vrijwilligers die vrij snel afhaken, soms omdat ze een betaalde baan hebben gevonden.
2
4650084 1. Voortzetten van het huidige aanbod
De doelstelling is om het huidige aanbod voort te zetten. Om dit te bereiken, blijven we inzetten op: a. b. c. d.
aanbod educatie van ROC Mondriaan cursussen Taal Op Eigen Kracht regionale wervingscampagne Doe Weer Mee! taaltoetsing voor bijstandsgerechtigden.
Het aanbod is vormgegeven op basis van de Wet educatie en beroepsonderwijs 2015 (WEB 2015) en de Wet taaleis in de Participatiewet 2015. Met de WEB 2015 verviel de verplichte inkoop bij ROC’s, kwam er meer keuzevrijheid in soorten educatietrajecten en ging het educatiebudget naar door het rijk aangewezen contactgemeenten. Daarmee kwam een verplichting tot regionale samenwerking. Delft heeft een regionale samenwerking in de arbeidsmarktregio met Westland, Midden-Delfland en Rijswijk onder regie van contactgemeente Den Haag. Hiertoe is een convenant gesloten van 2015-2018 ten behoeve van de inkoop van volwasseneneducatie. Destijds was de verwachting dat de middelen vanaf 2018 weer naar de individuele gemeenten zouden gaan. In afwachting van nadere regelgeving is dit convenant jaarlijks stilzwijgend verlengd. De huidige stand van zaken is dat er nog geen duidelijkheid is hierover. Het Rijk en de VNG zijn nog steeds in overleg. We gaan er vanuit dat regionale samenwerking blijft bestaan. Cursusaanbod Er is aanbod voor verschillende doelgroepen, gericht op verschillende leerdoelen. Grofweg zijn er twee soorten aanbod te onderscheiden: NT1: Mensen die voldoende Nederlands spreken en verstaan, kunnen moeite hebben met lezen en schrijven omdat ze het nooit goed geleerd hebben of niet hebben bijgehouden. Cursussen Nederlands voor hen noemen we NT1.
Het aanbod voor deze doelgroep richt zich op het beter leren lezen, schrijven, rekenen en omgaan met digitale hulpmiddelen. NT2: Mensen met een andere moedertaal dan het Nederlands, die vaak op latere leeftijd naar Nederland zijn gekomen, kunnen moeite hebben met de beheersing van alle taalonderdelen: luisteren, spreken, lezen en schrijven. Cursussen Nederlands voor hen noemen we NT2. Het aanbod voor deze doelgroep richt zich op het verwerven van de Nederlandse taal en voor sommigen alfabetisering in het Latijnse schrift.
1a. Aanbod educatie van ROC Mondriaan Het WEB-bekostigde aanbod is zowel voor de doelgroep NT1 als de doelgroep NT2. Conform regionale afspraken zetten wij alle WEB-middelen in voor het aanbod van ROC Mondriaan. Hiertoe sluiten we jaarlijks een uitvoeringsovereenkomst af. Sinds 2015 gebeurt dit onder regie van contactgemeente Den Haag. Qua aanbod geven we voorrang aan Delftenaren met de grootste taalachterstand, de doelgroep NT1, uitkeringsgerechtigden en werkende laaggeletterden. Voor zover er sprake is van wachtlijsten, betreft dit voornamelijk nietuitkeringsgerechtigden en (partners van) expats. Zij worden verwezen naar ander aanbod, zoals van het Taalhuis en Taal Op Eigen Kracht.
De gemeenten Delft, Rijswijk en Midden-Delfland maken hoofdzakelijk gebruik van het aanbod op de locatie Brasserskade. Daarom zijn er ook subregionale afspraken. Daarnaast is er lokaal aanbod, zoals Taal op de werkvloer bij Werkse!, moeder-en-kindtrajecten voor jonge moeders zonder startkwalificatie en extra NT2-cursussen. In 2019 zijn twee extra cursussen gestart vanuit incidentele middelen. Dit verklaart het hogere cursistenaantal in dat jaar. Dit extra aanbod was onder meer voor mensen die net klaar waren met de inburgering en nog net wat extra’s nodig hadden voor een betere startpositie op de arbeidsmarkt. Door de coronamaatregelen vanaf maart 2020 is de moeder-en-kind-cursus net voor de start geannuleerd omdat kinderopvang niet meer mogelijk was. De groepen die al gestart waren, zijn continu doorgegaan met online en hybride onderwijs. Toen dit aanbod stond, konden ook nieuwe groepen weer starten, zij het later en soms met minder deelnemers. Bereik WEB-cursussen 2016 2017 2018 2019 2020 NT1 40 30 32 37 20 Rekenen 10 10 12 8 Digitale vaardigheden 1 25 35 65 49 Taal voor ouders 43 Moeder en kind 18 20 16 10 Voortraject MBO 25 8 Zakelijk schrijven 5 Taal en werk 40 30 15 31 Alfabetisering NT2 14 21 26 35 28 Niveauverhoging NT2 514 553 667 769 520 Totaal 660 707 816 943 656 Waarvan unieke deelnemers 519 510 585 627 414
3
4650084 Niveaustijging Getoetst Niveaustijgers Stijgingspercentage
2016 30% 25% 84%
2017 31% 27% 86%
2018 26% 26% 99%
2019 32% 32% 99,9%
2020
% Nieuwe instroom / traject NT1 Rekenen Digitale vaardigheden Taal en werk Alfabetisering NT2 Niveauverhoging NT2 Speciale Educatie Overig Totaal
2016 4 5 3 4 4 217 1 68 306
2017 7 53 3 13 9 265 2 26 328
2018 7 3 13 4 9 291 1
2019 19 3 23 11 13 312 1 10 392
2020 1 3 2 10 4 74
337
41% 37% 91%
94
1b. Aanbod cursussen Taal Op Eigen Kracht (TOEK) De cursussen draaien volop en met goede resultaten. Ze zijn tot nu toe gefinancierd uit restant budget van de oude inburgeringsgelden. Dat budget is uitgeput na 2020. Anders dan bij ROC Mondriaan beslaan deze cursussen een afgebakende periode van 24 weken en start en eindigt elke cursus met een toets. Dat verklaart het lagere stijgingspercentage ten opzichte van de cursisten van ROC Mondriaan. Ook telt alleen de stijging van een heel niveau mee, terwijl cursisten ook een half niveau kunnen stijgen en dus wel degelijk vooruitgang boeken. Deelnemers kunnen maximaal twee keer een TOEK-cursus volgen. Vooral hoger opgeleiden maken gebruik van het aanbod. Bereik TOEK-cursussen Ardemia Stichting Al-Ansaar Somalische vereniging OIZD SIS Stichting Misa Turkse Vereniging Delft Totaal
2015 43 59 0 106 130
2016 23 20 0 83 108
2017 0 40 22 144 108
2018 0 0 0 103 46
2019 0 0 0 155 127
338
234
314
149
282
2020
0 0 0 97 109 28 16 250
Niveaustijging Getoetst Niveaustijgers Stijgingspercentage
2015 63% 37% 59%
2016 64% 35% 55%
2017 59% 32% 54%
2018 100% 62% 62%
2019 62% 39% 62%
2020 63% 60% 94%
1c. Regionale wervingscampagne Doe Weer Mee! Laaggeletterdheid is een maatschappelijk probleem waarop vaak nog een taboe rust. Dit geldt vooral voor autochtone laaggeletterden. Met de campagne Doe Weer Mee! (DWM) zet de regio Haaglanden zich in voor het werven van laaggeletterde volwassen deelnemers voor een cursus lezen, schrijven, rekenen en digitale vaardigheden. DWM werft cursisten met een taalniveau tot A2/1F. Dit niveau is vergelijkbaar met het eindniveau van de basisschool. Daarnaast zet DWM in op de bekendheid met de problematiek rond laaggeletterdheid en de (h)erkenning hiervan bij organisaties, werkgevers en bedrijven. Dit gebeurt onder meer door de inzet van taalambassadeurs. Dit zijn door DWM getrainde ervaringsdeskundigen die zelf de stap hebben gezet om weer te werken aan hun basisvaardigheden. De afspraken over de campagne liggen vast in het Convenant Aanpak Laaggeletterdheid regio educatie Haaglanden 2018. Elk jaar wordt een uitvoeringsplan opgesteld in afstemming met zowel de regio als geheel als met de individuele gemeenten. Het convenant wordt jaarlijks stilzwijgend verlengd tot uiterlijk 1 januari 2021.
De doelstellingen zijn: • stimuleren van laaggeletterde inwoners tot het volgen van een cursus of het oefenen via educatieve media; • betrekken van maatschappelijke partners en bedrijven bij de aanpak van laaggeletterdheid; • het taboe doorbreken en het bewustmaken van het bestaan van laaggeletterdheid; • delen en uitwisselen van expertise et betrekking tot beleid en activiteiten die bijdragen aan een effectieve aanpak van laaggeletterdheid; • ondersteunen en onder de aandacht brengen van initiatieven in de aanpak van laaggeletterdheid.
4
4650084 Activiteiten in het kader van Doe Weer Mee! Vanaf 2017ii: • DWM benaderde organisaties, gaf presentaties over laaggeletterdheid en de aanpak daarvan en trainingen herkennen en doorverwijzen bij o.m. Werkse!, de Voedselbank, kledingbank De Buurvrouw, Humanitas, Stichting MEE en Reinier de Graaff Ziekenhuis. • Diverse Delftse ambassadeurs werkte mee aan artikelen voor de Delftse Post, Delft Actief, de Stadskrant en het tijdschrift van Werkse! • Delftse ambassadeurs flyeren regelmatig in de wijken en op lokale en landelijke evenementen zoals de Week van de Alfabetisering. • De ambassadeurs werden ook ingezet om te adviseren over toegankelijke communicatie. Zo hebben o.m. Delftse ambassadeurs De Koninklijke Bibliotheek geadviseerd over de inrichting en uitstraling van het Informatiepunt Digitale Overheid dat de komende jaren in de Nederlandse bibliotheken komt te staan. • DWM nam deel aan de bijeenkomsten van de Delftse Taalketen (zie 3a) en aan overleggen waarbij het thema laaggeletterdheid aan bod komt, zoals een overleg in DOK Voorhof over de aanpak van laaggeletterdheid bij huisartsenpraktijken. • DWM had op regelmatige basis contact met Werkse! en Taalhuis DOK over werving en toeleiding van de doelgroep. • DWM ondertekende het Pact tegen de armoede en nam deel aan de bijeenkomsten van het Pact.
• Jaarlijks tijdens de week van de alfabetisering is er een feestelijke bijeenkomst voor de deelnemers van de Taal+ school van ROC Mondriaan. De wethouders van de betrokken gemeenten delen dan certificaten uit aan de deelnemers als blijk van waardering voor hun inzet. De organisatie hiervan is een samenwerking tussen DWM en de gemeente. • Bij deze gelegenheid wordt ook een pluim uitgereikt aan een organisatie die zich bijzonder heeft ingezet op het gebied van laaggeletterdheid. In 2017 ging de pluim naar Biesieklette, dat erg actief is om laaggeletterdheid onder haar werknemers aan te pakken. • DWM droeg bij aan de instroom van nieuwe deelnemers bij ROC Mondriaan en overige aanbieders op het gebied van volwasseneneducatie. • DWM registreert en monitort de instroom van nieuwe deelnemers in de WEB-trajecten van ROC Mondriaan. Deze nieuwe instroom kan niet 1op-1 toegeschreven worden aan de campagne, maar de campagne draagt hier wel aan bij.
1d. Taaltoetsing voor bijstandsgerechtigden De Wet taaleis Op 1 januari 2016 is de Wet taaleis in de Participatiewet ingegaan voor iedereen die een bijstandsuitkering aanvraagt. In deze wet staat dat bijstandsgerechtigden voldoende Nederlands moeten beheersen. Bijstandsgerechtigden tonen via documenten of een taaltoets aan dat hun Nederlands voldoende is. Als blijkt dat hun Nederlands onvoldoende is, verlangt de Wet taaleis dat zij beter Nederlands gaan leren. De gedachte is dat je met goed Nederlands beter kan meedoen in de samenleving en dat je meer kans hebt op het vinden van werk. In juli 2016 heeft het college de nota Wet taaleis Participatiewetiii vastgesteld. Hierin staat beschreven hoe Delft invulling en uitvoering geeft aan deze wet. Eveneens in 2019 zijn twee (kritische) evaluatierapporteniv uitgebracht over de Participatiewet in brede zin en over de Wet taaleis in de Participatiewet specifiek. Meerdere gemeenten, waaronder Delft, hebben het Rijk gevraagd om de aanbevelingen uit beide evaluaties op te volgen. Het Rijk heeft daar vooralsnog niets mee gedaan. Dit, tezamen met een beperkt budget voor de uitvoering van de taaleis en de Delftse visie op het bewegen naar participatie, maakt dat we de wet zo minimaal mogelijk uitvoeren.
Delft heeft ervoor gekozen om de onderdelen uit de Wet taaleis te benutten die bijdragen aan het bestaande Delftse taalbeleid en die leiden tot hogere participatie. We hebben het Delftse beleid en de uitvoering van de Wet taaleis geanalyseerd. Vanaf maart 2016 wordt een taal- en leerbaarheidstoets ingezet bij alle nieuwe instroom. Er geldt een uitzondering voor kandidaten die aantoonbaar voldoen aan het vereiste taalniveau, kunnen verklaren dat ze voldoende Nederlandstalig onderwijs hebben gevolgd of bezig zijn met hun inburgering. Voor mensen die al voor 2016 een bijstandsuitkering hadden, wordt een inhaalslag gemaakt. Deze analyse geeft een aantal handvatten voor het toekomstige taalbeleid: 1. Test bijstandsgerechtigden zonder startkwalificatie op mogelijke laaggeletterdheid. Mensen die voldoen aan de taaleis, kunnen nog steeds onvoldoende taalvaardig zijn om goed te kunnen participeren. Dit is met name belangrijk om de doelgroep NT1 in beeld te krijgen die volledig buiten beeld blijft met de Wet taaleis. 2. Zorg voor een betere en directere aansluiting op taaltrajecten die gericht zijn op taalverhoging.
5
4650084 2. Innoveren van het huidige aanbod De doelstelling is om de inzet van de vrijwilliger naast de professional verder te ontwikkelen. Deze doelstelling komt voort uit onderzoekv waaruit blijkt dat mensen een taal effectiever leren als ze naast het volgen van lessen ook buitenschools oefenen. Op deze manier sluiten de trajecten meer aan op de dagelijkse praktijk van de taalleerder en is er meer ruimte om te oefenen. Om dit te bereiken, hanteren we de volgende uitgangspunten: 1. voor trajecten die gericht zijn op taalverhoging zet de aanbieder een professional in die ondersteund wordt door een getrainde vrijwilliger; 2. is niveauverhoging niet meer mogelijk, dan kunnen taalleerders ondersteuning krijgen van vrijwilligers. In het aanbod maken we nu onderscheid tussen trajecten die als doel taalverhoging hebben (educatietrajecten bij het ROC, Taal Op Eigen Kracht) en taalondersteuning met als doel taalonderhoud (taalondersteuning door vrijwilligers). Bij trajecten die gericht zijn op taalverhoging maakt de aanbieder aanvullend gebruik van getrainde vrijwilligers. 2.1 Een vrijwilliger naast een professional ROC Mondriaan biedt enkel cursussen aan, gericht op niveauverhoging. Sinds 2015 wordt in de offerte van ROC Mondriaan uitgegaan van 25% vrijwillige inzet naast een professional. Hierop is ook het uurtarief aanpast.
In de praktijk is dit percentage nooit gehaald, omdat vrijwilligers niet het werk willen doen van docenten. De meesten willen alleen aan de zijlijn extra werk doen en extra ondersteuning bieden naast een docent. De lesuren worden dan ook alleen door professionals verzorgd, de vrijwilligers ondersteunen in en buiten de les. Hierdoor kunnen cursisten meer en intensiever oefenen.
of voor aanvullend aanbod zoals conversatielessen of logopedie. De werving van taalvrijwilligers gebeurt voor een deel op eigen kracht, maar er wordt ook regelmatig een beroep gedaan op de taalvrijwilligers van het Taalhuis. De inzet van vrijwilligers is geen subsidieverplichting. De daadwerkelijke inzet van vrijwilligers is afhankelijk van het aanbod en de wensen van de deelnemers. 2.2 Ondersteuning door vrijwilligers Als een cursist aan zijn leerplafond zit, dan wordt deze doorverwezen naar DOK Taalhuis om het behaalde niveau vast te houden en door te blijven oefenen. Dit kan met een taalmaatje of taalvrijwilliger, met oefenmateriaal van DOK, educatieve websites als oefenen.nl of een combinatie hiervan. De vrijwilliger van het informatiepunt van het Taalhuis ondersteunt en coördineert dit. Delftenaren die vooral hun spreekvaardigheid willen oefenen, kunnen ook terecht bij Delft voor Elkaar (DvE). DvE organiseert conversatielessen voor Delftenaren van wie de Nederlandse taal niet de moedertaal is.. De lessen hebben ook een sociale functie: elkaar ontmoeten en kennismaken met de Nederlandse samenleving. De groepslessen worden gegeven door getrainde vrijwilligers. Naast conversatielessen biedt DvE ook Taaloefenplekken, waarbij de deelnemers de taal in de praktijk leren. Deelnemers krijgen persoonlijke begeleiding van ervaren (vrijwillige) coaches.
Er zijn bijvoorbeeld taaloefenplekken (profit en non-profit) in de zorg, het groen, in de sport, de supermarkt en de horeca. Er wordt steeds geprobeerd om zoveel mogelijk een plek op maat te vinden, zodat mensen daadwerkelijk hun kwaliteiten kunnen inzetten.
De begeleiding van vrijwilligers gebeurt op twee wijzen: de vrijwilligers van een specifieke groep worden wekelijks begeleid door de eigen docent, de taalmaatjes worden gekoppeld aan deelnemers door de coördinerende docent en krijgen ook enkele workshops gedurende het jaar. Voor de taalmaatjes en de vrijwilligers geldt een onkostenvergoeding die is versleuteld in de kostprijs van een groepscontactuur. Taal op Eigen Kracht biedt eveneens cursussen aan, gericht op niveauverhoging. Deze lessen worden door bevoegde NT2-docenten gegeven. Naast de gesubsidieerde taallessen worden vrijwilligers ingezet als taalmaatje,
6
4650084 3. Versterken van de infrastructuur De doelstelling is om een betere samenhang te stimuleren tussen de verschillende vindplaatsen en alle initiatieven die in de stad worden ontplooid, zodat de juiste mensen gebruikmaken van voor hen passend aanbod. Om dit te bereiken, zetten we in op: 1. het versterken van de samenhang en toegankelijkheid van het aanbod via een Taalinformatiepunt: 2. de ondersteuning van vrijwilligers via het Taalnetwerk door: a. via het netwerk de verbinding van trajecten voor taalverhoging en taalonderhoud te verbeteren en (digitaal) vindbaar te maken; b. een meer uniforme ondersteuning van taalvrijwilligers en verbeteren van de kwaliteit van de ondersteuning; c. kwantitatieve groei qua nieuwe getrainde vrijwilligers en nieuwe koppelingen van cursisten aan vrijwilligers; d. inzicht in en monitoring van verhoging van het taalniveau. 3.1 Taalinformatiepunt DOK Voorhof Het Taalhuis is in 2015 opgericht als fysieke plek in DOK Voorhof. Het is een Taalinformatiepunt voor iedereen die (beter) Nederlands wil leren spreken, lezen en schrijven. Zij worden geholpen bij het vinden van het juiste traject of de juiste ondersteuning. Daarnaast is het Taalhuis een ingang voor inwoners die taalvrijwilliger willen worden. Het Taalhuis werft, traint, matcht en ondersteunt taalvrijwilligers die Delftenaren helpen met taal.
Deze vrijwilligers zijn op de hoogte van het totale educatieaanbod in Delft en informeren, adviseren en helpen de taalvragers bij het vinden van passend aanbod of het met het oefenen van lezen, schrijven en/of spreken. Centraal staat dat de juiste personen gebruikmaken van het best passende aanbod. Het Taalhuis biedt geen cursussen aan, maar adviseert over taalverwerving, verwijst naar het juiste aanbod of de juiste ondersteuning en matcht taalvrijwilligers met taalvragers. Hiermee heeft het Taalhuis een onafhankelijke rol in de taalketen. Het Taalhuis heeft relaties op verschillende niveaus en met verschillende doelen: 1.
vindplaatsen Taalvragers: het Taalhuis onderhoudt relaties met partners waar Taalvragers zich bevinden, zoals Werkse!, scholen en
2.
3.
4.
5.
kinderopvang, DvE, buurthuizen Humanitas, School’s Cool, Platform Welkom in Delft, Stichting Stunt, Taalvisite, KCC en Delft Support. vindplaatsen aanbod en doorverwijzing: het Taalhuis onderhoudt relaties met diverse organisatie die taalaanbod hebben om zicht te krijgen en te houden op het formele en informele aanbod in Delft en verwijst door naar deze aanbieders, zoals ROC Mondriaan, aanbieders TOEK, vrijwilligers met zelfstandig taalaanbod, Samenspraak, Volksuniversiteit, Delft voor Elkaar, en Stichting Lezen & Schrijven. vindplaatsen Taalvrijwilligers: het Taalhuis onderhoudt relaties met vindplaatsen om taalvrijwilligers te werven, zoals studentenverenigingen, scholen voor voortgezet onderwijs en diverse grotere organisaties in Delft. trainen en plaatsen Taalvrijwilligers: het Taalhuis onderhoudt relaties met organisaties die vrijwilligers hebben, maar gebruik maken van het trainingsaanbod van het Taalhuis om hun vrijwilligers te trainen, zoals Samenspraak, Delft voor Elkaar, TOEK-partners en Humanitas. Omgekeerd kunnen de vrijwilligers die Taalhuis traint, ook geplaatst worden bij andere organisaties. belangenbehartiging: het Taalhuis zit in diverse werkgroepen en platforms om de belangen van de doelgroep te behartigen, zoals het Taalnetwerk, het Pact tegen de armoede, het Platform Welkom in Delft en de werkgroep Inburgering.
Basisgedachte was om te voorzien in informatie aan laaggeletterden in Delft.. Tot 2013 hadden gemeenten de regie over de inburgering. Vanaf 2013 is deze taak vervallen en werden inburgeringsplichtigen zelf verantwoordelijk voor hun inburgering. Omdat met name de statushouders veel vragen hadden, is aan de basistaken van het Taalhuis advisering aan statushouders toegevoegd. Een inburgeringsspecialist van de gemeente is gedetacheerd om uitvoering te geven aan deze specialistische taak. Vanaf 2022 krijgen gemeenten weer de regie over de inburgering. Hiermee verandert de rol van het Taalhuis ten aanzien van de doelgroep inburgeringsplichtigen. 3.2 De ondersteuning van vrijwilligers via het Taalnetwerk door: a. verbetering verbinding trajecten taalverhoging – taalonderhoud Het Taalnetwerk is gestart met als doel om alle partijen die zich in Delft met taalonderwijs aan volwassenen bezighouden, te verbinden. De insteek was dat de gemeente het netwerk zou stimuleren en zich meer zou terugtrekken zodra er een stevig netwerk is ontstaan en signalering en toeleiding (van zowel taalbehoeftigen als taalvrijwilligers) binnen Delft is ingebed. Hierbij is DOK Taalhuis een coördinerende rol toebedacht.
7
4650084 De Delftse taalpartners hebben invulling gegeven aan hun rol om de volledigheid en actualiteit van het aanbod te bewaken. Er vindt uitwisseling plaats in de netwerkoverleggen die twee keer per jaar georganiseerd worden en ook daarbuiten weten de netwerkpartners elkaar te vinden. Als taalverhoging niet meer realistisch is, worden cursisten doorverwezen naar het Taalhuis. De partners in het taalnetwerk zijn vooral of uitsluitend gericht op de doelgroep NT2. Wat de samenwerking versterkt en bemoeilijkt, is dat elke organisatie haar eigen cultuur heeft en dat vrijwilligers niet alleen zelf hun taken kiezen, maar ook de organisatie waar ze bij willen horen. Elke organisatie heeft haar eigen vrijwilligersbeleid en aanbod voor de eigen vrijwilligers. Dat maakt enerzijds uitwisseling en overdracht moeilijker, anderzijds verstevigt het de vrijwilligersstructuur binnen de organisaties. In het taalnetwerk heeft DOK Taalhuis nog geen coördinerende rol, die rol ligt nog bij de gemeente. Dat ligt anders bij de ondersteuning van de taalvrijwilligers. b.
meer uniforme en verbeterde ondersteuning taalvrijwilligers DOK Taalhuis heeft een coördinerende rol gekregen om te komen tot een meer uniforme ondersteuning van taalvrijwilligers, het verbeteren van de kwaliteit van de ondersteuning, verdiepingstrainingen aan te bieden en materialen en methoden van Taal voor het Leven beschikbaar te stellen in het netwerk. Het samenwerkingsprogramma Taal voor het leven helpt gemeenten en organisaties om meer laaggeletterden te bereiken en te scholen. Het programma bestaat sinds 2012 en wordt uitgevoerd door Stichting Lezen en Schrijven, met financiering van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Inmiddels maakt het programma onderdeel uit van de vervolgaanpak laaggeletterdheid en is de ondersteuning landelijk beschikbaar. In Delft heeft Taal voor het leven ondersteund bij het opzetten van een Taalhuis en een taalnetwerk en het opzetten van een trainingsaanbod voor vrijwilligers. Professionals en vrijwilligers maken daarnaast gebruik van les-en trainingsmateriaal en screeningsinstrumenten van Taal voor het leven. Het programma is vooral bedoeld om laaggeletterdheid op de agenda te krijgen. Nu dat vrijwel overal gelukt is, krijgt Stichting Lezen en Schrijven minder budget voor de uitvoering van het programma.
Daarmee is op sommige onderdelen de doorontwikkeling gestopt en/of zijn er steeds vaker kosten verbonden aan het gebruik van hun materialen en ondersteuning. Dit geldt bijvoorbeeld voor het volgsysteem van en voor vrijwilligers, dat niet meer in gebruik is.
Het Taalhuis geeft een basistraining aan alle taalvrijwilligers die worden geworven door het Taalhuis. Een groot deel van deze taalvrijwilligers blijft bij het Taalhuis, sommige worden gematcht met andere organisaties zoals TOEK, DvE en ROC Mondriaan. Deze taalvrijwilligers krijgen 1 keer per jaar een verdiepingstraining, ongeacht waar zij werken. De taalvrijwilligers van het Taalhuis krijgen daarnaast coaching on the job. Verder mogen alle vrijwilligersorganisaties een beroep doen op de basistraining van Taalhuis. Deze vrijwilligers mogen na de basistraining ook deelnemen aan de verdiepingstraining Vervolgens worden taalvrijwilligers ondersteund door professionele taaldocenten. c. groei nieuwe getrainde vrijwilligers en nieuwe koppelingen Binnen de samenwerking tussen gemeente, Stichting L&S en DOK zijn ambities afgesproken voor het Taalinformatiepunt op basis van een nulmeting qua vrijwilligers en taalvragers. Uit de jaarverslagen komt naar voren dat de doelstelling van 40-50 nieuw getrainde vrijwilligers per jaar niet is behaald. DOK geeft in haar verantwoording aan dat de ondersteuning van vrijwilligers meer vergt dan verwacht. Ook gebeurt het met regelmaat dat een net getrainde vrijwilliger alsnog afhaakt. Daarnaast heeft DOK aangegeven de doelgroep NT1 niet goed te kunnen bereiken. De doelgroep wordt wel meegenomen in de werving.
Bereik Taalhuis Aantal adviezen Cursisten gekoppeld aan taalaanbieder en/of getrainde vrijwilligers Nieuw getrainde vrijwilligers Ondersteunde taalvragers Actieve taalmaatjes
Doelstelling 170
2016 180
2017 190
2018 170
2019 179
2020 154
Iedereen heeft een passend advies gekregen. Enkele taalvragers wachten nog op een Taalmaatje. Zij hebben daarnaast een 90% alternatief advies ontvangen. 40-50
59
36
40
30
48
110
174
94 58
92 72
90 88
in opbouw in opbouw
d. inzicht in en monitoring van verhoging van het taalniveau De bestuurlijke doelstelling is minder taalachterstand/analfabetisme. In de bestuurlijke verantwoording is daarvoor de volgende indicator opgenomen: het percentage taalleerders dat minimaal op 1 van de taalonderdelen 1 niveau
8
4650084 gestegen is. De huidige taalaanbieders ROC Mondriaan en Taal op eigen kracht toetsen hun deelnemers op taalniveauverhoging en rapporteren hierover (zie boven). Via de wervingscampagne Doe Weer Mee! monitoren we het aantal nieuwe NT1-cursisten. DOK Taalhuis houdt bij hoeveel nieuwe vrijwilligers er jaarlijks getraind zijn en hoeveel koppelingen er zijn gemaakt tussen taalvragers en taalvrijwilligers.
i Het taalnetwerk bestaat uit DOK Taalhuis, ROC Mondriaan, Gilde Delft en diverse
migrantenorganisaties. ii Jaarverslagen Doe Weer Mee! 2017, 2018, 2019, 2020. iii Nota Wet taaleis Participatiewet.
v Greef, M. de e.a. (2014), Impactonderzoek taaltrajecten Taal voor het leven.
Maastricht: Maastricht University en Kok, L. & Scholte, R. (2013), Rendement van cursussen voor laaggeletterden. Amsterdam: SEO.
9