BIJLAGE 5 Beoordeling van aanvragen omgevingsvergunning vellen van een houtopstand
Tekst van het document
Bomenverordening Delft 2025 BIJLAGE 5. BEOORDELING VAN AANVRAGEN OMGEVINGSVERGUNNING VELLEN VAN EEN HOUTOPSTAND INLEIDING In artikel 3.5 van de Bomenverordening Delft 2025 (hierna te noemen: Verordening) is bepaald dat het bevoegd gezag een omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand als bedoeld in artikel 3.2 van deze Verordening kan weigeren dan wel kan verlenen, waaraan al dan niet vergunningvoorschriften worden verbonden. Bij dit besluit worden de belangen om de houtopstand te vellen afgewogen tegen de in artikel 1.2, tweede lid van de Verordening opgenomen belang van het behouden en beschermen van houtopstanden binnen de bebouwingscontour houtkap. Tevens wordt beoordeeld of naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders het voldoende aannemelijk is gemaakt dat de houtopstand niet kan worden behouden door deze in te passen in het project/de (bouw)plannen. Bij strijdigheid met deze twee afwegingen wordt de omgevingsvergunning niet verleend. Een omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand als bedoeld in artikel 3.2 van deze Verordening wordt eveneens niet verleend wanneer geen positieve score aan de hand van de puntenscore zoals neergelegd in deze bijlage 5 bij de Verordening opgenomen Beoordeling van aanvragen omgevingsvergunning vellen van een houtopstand.
In deze Beoordeling van aanvragen omgevingsvergunning vellen van een houtopstand. worden de één of meer van de volgende waarden betrokken: a. natuur- en milieuwaarden; b. hittestress (klimaatadaptatie); c. landschappelijke waarden; d. cultuurhistorische waarden; e. waarden van stads- en dorpsschoon; f. waarden voor recreatie en leefbaarheid. Onderstaand is nader uitgewerkt hoe belangen en bovengenoemde waarden worden toegekend en afgewogen bij de aanvraag van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.2 van de Verordening. Dit wordt gedaan door de belangen/waarden om de boom te behouden (weigeringscriteria) door middel van een puntenscore af te wegen tegen de belangen/gronden om de boom te vellen (verleningscriteria). Afhankelijk van de toegekende punten resulteert de puntenscore direct in het verlenen of weigeren van de omgevingsvergunning. Bij een beperkte marge is er sprake van onbesliste score en wordt dit besluit op basis van een nadere afweging genomen.
1
Bomenverordening Delft 2025 PUNTENSCORE A
WEIGERINGSCRITERIA
Puntenscore per boom heeft een waarde tussen 0 en 100 punten Het belang van het behoud van de betreffende houtopstand wordt aan de hand van de volgende weigeringscriteria beoordeeld. A 1 Natuur- en milieuwaarde (max. 30 weigeringspunten) Bij de beoordeling van de natuur- en milieuwaarde wordt getoetst aan de volgende aspecten: A 1.1 Dendrologische waarde (max. 15 weigeringspunten) De dendrologische waarde wordt bepaald aan de hand van de volgende beoordelingscriteria: A 1.1.1 In het boek “Nederlandse Dendrologie” van dhr. Boom wordt aangegeven dat de betreffende soort in Nederland zeldzaam of zeer zeldzaam is. A 1.1.2 Of indien het een algemene soort betreft en deze soort weinig in de Regio Delft voorkomt. A 1.1.3 Als er sprake is van herkomsten en zaadgaarden die genetisch waardevol zijn. (bijvoorbeeld de Metasequoia’s in de Botanische tuin van de TU-Delft) Toekenning weigeringspunten - Zeer zeldzaam en/of genetisch waardevol en/of Algemeen maar komt in omgeving niet/nauwelijks voor - Vrij zeldzaam volgens Ned. Dendrologie - Vrij algemeen volgens Ned. Dendrologie - Zeer algemeen volgens Ned. Dendrologie
15 punten 10 punten 5 punten 0 punten
A 1.2 Ecologische waarde (max. 15 weigeringspunten) Een houtopstand wordt aangemerkt als ecologisch waardevol als deze op één van de volgende beoordelingscriteria positief wordt beoordeeld door deskundig onderzoek. A 1.2.1 De houtopstand betreft een (vaste) broed- of verblijfplaats voor beschermde diersoorten. Hiertoe behoren bijvoorbeeld slaapplaatsen voor vleermuizen, een horstboom uilen/specht, of nestplaats vogels A 1.2.2 De houtopstand biedt foerageergelegenheid aan beschermde fauna zoals bijvoorbeeld lijnstructuren voor vleermuizen. A 1.2.3 De houtopstand biedt huisvesting aan beschermde plant- en diersoorten Dit betreft bijvoorbeeld een waardboom of gastboom voor schimmels, insecten en planten). A.1.2.4 De houtopstand heeft op zichzelf natuurwaarde als onderdeel van een ecologisch kerngebied, gemeentelijke en/of provinciale ecologische hoofdstructuur. Aan die natuurwaarde wordt afbreuk gedaan wanneer de houtopstand wordt gekapt. Opmerking: Bij een positieve waardering van de beoordelingscriteria 1.2.1 t/m 1.2.3 dient tevens te worden onderzocht of een ontheffing van verboden in het kader van de omgevingswet noodzakelijk is. 2
Bomenverordening Delft 2025
Toekenning weigeringspunten - Bijzondere ecologische waarde - Geen specifieke ecologische waarde
15 0
A 2 Stadsschoon en landschappelijke waarde (max. 25 weigeringspunten) Bij de beoordeling van stadsschoon en landschappelijke waarde wordt bekeken of de houtopstand een belangrijke bijdrage levert aan de stedenbouwkundige structuur en/of de visuele beleving van stad en landschap. Een houtopstand heeft waarde voor stadsschoon en landschap als deze op één van de volgende beoordelingscriteria positief wordt beoordeeld: A 2.1 Ondersteuning stedenbouwkundige opzet De houtopstand maakt deel uit van en bepaalt in belangrijke mate de visuele beleving van belangrijke groenstructuren op het niveau van stad en landschap. Zoals houtopstanden langs doorgaande wegen en lanen, op pleinen en in parken, plantsoenen en bolwerken. A 2.2 Structuur- of beeldbepalend op landschaps-, buurt- of wijkniveau De houtopstand maakt deel uit van en bepaalt in belangrijke mate de visuele beleving van het landschap of de groenstructuren op wijk- en buurtniveau, zoals straat- en laanbeplantingen, wijkparken, speelvoorzieningen. Hiertoe behoren ook houtopstanden zoals knotbomen, hakhout, houtwallen die typerend zijn voor de lokale omstandigheden. Toekenning weigeringspunten - Heeft waarde voor stadsschoon en/of landschap - Geen waarde voor stadsschoon en/of landschap
25 punten 0 punten
A 3 Monumentale en/of cultuurhistorische waarde (max. 30 weigeringspunten per aspect) Bij de beoordeling van de Monumentale en/of cultuurhistorische waarde wordt getoetst aan de volgende aspecten: A 3.1 Monumentale waarde Een houtopstand heeft in ieder geval monumentale waarde als deze op één van de volgende beoordelingscriteria positief wordt beoordeeld: A 3.1.1De houtopstand is onderdeel van of levert een belangrijke bijdrage aan de visuele beleving van een rijksmonument of gemeentelijk monument (bijvoorbeeld oprijlaan naar St. Joris Gasthuis en de hagen van de woningen van het Agnetapark). A 3.1.2De houtopstand is landelijk monumentaal omdat deze is opgenomen in het landelijke register van monumentale bomen van de Bomenstichting, zoals bijvoorbeeld de plataan bij het Meisjeshuis. A 3.1.3De boom is lokaal monumentaal omdat deze als monumentale boom is opgenomen in de lijst van beschermde houtopstanden als opgenomen in bijlage 4 bij de bomenverordening 2025. Bomen worden als monumentale boom in deze lijst opgenomen als deze: -
tenminste ouder is dan 65 jaar 3
Bomenverordening Delft 2025 -
bijzondere waarde heeft door schoonheid, cultuurhistorie en/of zeldzaamheid; ten minste nog 10 jaar te leven heeft
Toekenning weigeringspunten - Boom heeft monumentale waarde - Boom heeft geen monumentale waarde
30 punten 0 punten
A 3.2 Cultuurhistorisch waarde en herdenkingsbomen Een boom is cultuurhistorisch waardevol als deze een rol van betekenis speelt in de geschiedenis van zijn omgeving en/of onderdeel is van een cultuurhistorisch groengebied dat is opgenomen in de beleidsregel cultuurhistorisch waardevolle groengebieden 2013. Te denken valt hier aan bomen die herinneren aan gebeurtenissen of bomen die een bepaald punt in de geschiedenis markeren. Bijvoorbeeld de geriefhout- en pestbosjes van historische boerderijen en bomen die ter gelegenheid of ter herdenking van een historische gebeurtenis zijn aangeplant. Toekenning weigeringspunten - Boom cultuurhistorische waarde - Boom heeft geen cultuurhistorische waarde
30 punten 0 punten
A 4 Waarde van bomen voor leefbaarheid en recreatie (max. 15 weigeringspunten) De waarde van een houtopstand voor leefbaarheid en recreatie wordt getoetst aan de volgende aspecten: A 4.1 Afschermende functie van groot belang en openbaar nut Een houtopstand heeft afschermende functie als deze onderdeel is van, en een belangrijke bijdrage levert aan, beplantingen rond intensief gebruikte plaatsen zoals sport- en speelvelden of begraafplaatsen. Voor de afschermende functie is het van belang dat de beplanting gesloten blijft waarbij ook de aanwezigheid van een struiklaag essentieel is. A 4.2 Luchtkwaliteit Langs drukkere wegen geldt dat achter een rij bomen een gebied van circa 15 maal de hoogte van de bomenrij is beschermd. Dus bij een bomenrij met een hoogte van 10 meter geldt een beschermd gebied van 150 meter. Indien dit onvoldoende is, kan een tweede bomenrij nabij de weg de effectiviteit verhogen. Toekenning weigeringspunten - Score op minimaal 1 punt - Geen positieve score
B
15 punten 0 punten
VERLENINGSCRITERIA
Puntenscore per boom heeft een waarde tussen 0 en 100 punten Het belang om de betreffende houtopstand te vellen wordt aan de hand van de volgende verleningscriteria beoordeeld: B1 Gegronde reden (Maximaal 50 verleningspunten) 4
Bomenverordening Delft 2025 Er is sprake van een gegronde reden om een houtopstand te vellen als deze op één van de volgende gronden moet worden geveld. B 1.1 Realisatie (bouw)werken Er is sprake van een gegronde reden om een houtopstand te vellen als bij de vaststelling, herziening of afwijking van het vigerend omgevingsplan aannemelijk is gemaakt dat vanuit een gedegen ruimtelijke belangenafweging de betreffende houtopstand niet in redelijkheid kan worden behouden of kan worden verplant. B 1.2 Ruimtelijke ontwikkeling Er is sprake van een gegronde reden om een houtopstand te vellen als deze moet wijken voor de realisatie van een ruimtelijke ontwikkeling EN in de hiervoor benodigde ruimtelijke procedure aannemelijk is gemaakt dat de betreffende houtopstand niet kan worden behouden door deze in de plannen in te passen of door deze te verplanten. B 1.3 Schade Er is sprake van een gegronde reden om een houtopstand te vellen indien deze aantoonbare en onevenredige schade veroorzaakt aan gebouwen, bouwwerken en/of andere constructies, tenzij deze schade kan worden weggenomen door het nemen van in redelijkheid betaalbare beheermaatregelen.
B 1.4 Ouderdom, beschadiging of ziekte Er is sprake van een gegronde reden om een houtopstand te vellen indien het op basis van boomdeskundig oordeel wegens ouderdom, beschadiging of ziekte niet langer reëel is om de houtopstand in stand te houden en waarbij alternatieven voor behoud zijn onderzocht a. indien naar boomdeskundige maatstaven instandhouding van de beschermde houtopstand niet langer verantwoord is ter voorkoming van door tak- of stambreuk veroorzaakt letsel of schade, ter voorkoming van onrechtmatige hinder of dat de houtopstand aan vervanging toe is, of b. een zwaarwegend algemeen maatschappelijk belang opweegt tegen duurzaam behoud van de beschermde houtopstand of de levensverwachting van de beschermde houtopstand minder dan 5 jaar is. Toekenning Verleningspunten - Gegronde reden - Geen geronde reden
50 punten 0 punten
B 2 Overlast (Maximaal 50 verleningspunten) De volgende vormen van overlast, die alleen gedurende een beperkte periode in het jaar optreden, worden niet gezien als een reëel belang om een houtopstand te vellen: o o o o o
Vruchten Stuifmeel Pluisvorming Insecten Bladafval
Lichtbeperking van bestaande bomen op zonnepanelen wordt niet gezien als een reëel belang om een houtopstand te vellen
5
Bomenverordening Delft 2025 Er is sprake van een gegronde reden om een houtopstand te vellen als deze onevenredige overlast veroorzaakt door: o o
Schaduw van een boom c.q. boomgroep Zichtbeperking door een boom c.q. boomgroep
Bij de beoordeling van de mate waarin deze overlast optreedt worden de volgende factoren in de overweging betrokken:
Tijdsduur - De periode van het jaar en het aantal uren per dag, waarin de overlast wordt ondervonden. Toekenning verleningspunten bij overlast Uren overlast in uren per dag: - Meer dan tien uur - Tien tot vijf uur - Vijf tot twee uur - Minder dan twee uur
Tijdsduur overlast (15 punten) - Gehele jaar 15 punten - Half jaar 10 punten - Enkele weken 5 punten - Enkele dagen 0 punten Afstand - De afstand in meters tussen het overlastobject (bijvoorbeeld een woonhuis) en de houtopstand die de overlast veroorzaakt. Afstand tot overlastobject (15 punten) - Minder dan twee meter - Twee tot vijf meter - Vijf tot 10 meter - Meer dan 10 meter
20 punten 10 punten 5 punten 0 punten
15 punten 10 punten 5 punten 0 punten
Bekendheid – hierbij gaat het om de vraag of de overlast tevoren reeds bekend was. Bij de nadere afweging wordt dan gekeken wie er eerst was, bijvoorbeeld de boom, de woning of de bewoner.
6
Bomenverordening Delft 2025 C
AFWEGING
Bij de beoordeling van een kapaanvraag wordt door middel van het puntensysteem vastgesteld hoeveel weigeringspunten en verleningspunten een houtopstand krijgt. Vervolgens wordt met behulp van onderstaande afwegingstabel vastgesteld of de kapvergunning direct kan worden verleend, of dat er nog een nadere afweging dient plaats te vinden.
Weigeringspunten <30
B C D
<30 ≥30 ≥30
Weigeringspunten
Afweging beoordelingscriteria Verleningpunten A <50 ≥50 <50 ≥50
Besluit Weigeren cq. nadere afweging Verlenen Weigeren Nadere afweging
Nadere afweging -D Weigeren -C
30 Weigeren Verlenen - B A 0
Nadere afweging
50 Verleningspunten
7
Bomenverordening Delft 2025 D
NADERE AFWEGING
Indien op basis van de beoordeling (C) een nadere afweging noodzakelijk is, geldt dat voor die specifieke situatie een besluit moet worden genomen. Hierbij wordt het belang van de aanvrager dat met het kappen van de houtopstand wordt gediend nader afgewogen ten opzichte van het belang van het behoud van de houtopstand. Hierbij wordt bekeken wat de kwaliteit van de houtopstand is. Als leidraad bij deze afweging geldt: D 1 Belang van de aanvrager Hierbij wordt nader afgewogen hoe groot het belang van de aanvrager is dat met het kappen van de houtopstand is gediend. Het realiseren van een extra parkeerplaats zal in dit opzicht bijvoorbeeld minder zwaar wegen dan de realisatie van een parkeergarage waarmee parkeeroverlast in de Binnenstad wordt weggenomen. D 2 Belang van het behoud Hierbij wordt nader afgewogen wat het effect van de velling is op de toegekende waarden en de omgeving. Zo zal bijvoorbeeld het kappen van één boom uit een lange laanbeplanting (bijvoorbeeld voor de aanleg van een zijweg) weinig afbreuk doen aan de functie en beleving van de laanbeplanting als geheel. Maar heeft het kappen van één fraaie solitaire boom op de hoek van een straat grote impact op de visuele belevingswaarde van de omgeving.
D 3 Beschermde houtopstanden Aan houtopstanden die zijn opgenomen in de door het college vastgestelde lijst van beschermde houtopstanden wordt in dit kader bijzondere bescherming geboden. Een kapvergunning voor deze bomen wordt pas verleend, indien: a. b.
een zwaarwegend maatschappelijk belang opweegt tegen het duurzaam behoud van de monumentale boom; kan worden aangetoond dat alternatieven waarbij de boom kan worden behouden voldoende zijn onderzocht.
D 4 Boomkwaliteit Hierbij wordt nader afgewogen welke kwaliteit de houtopstand heeft. Het begrip boomkwaliteit dat hierbij wordt beoordeeld is een samengesteld begrip, waarin de vitaliteit, de juiste standplaats en de toekomstverwachting van de boom bepalend zijn voor de kwaliteit. Hierbij wordt de volgende tabel als richtlijn gehanteerd: Toekomstverwachting boom < 5 jaar: De mechanische en/of fysiologische toestand van de boom is minimaal of nihil, verwacht wordt dat 'herstel' van de boom niet of nauwelijks mogelijk is. 5 - 15 jaar: De mechanische en/of fysiologische toestand van de boom is duidelijk verminderd, verwacht mag worden dat 'herstel' van de boom eventueel mogelijk is. > 15 jaar: Ten aanzien van de mechanische en/of fysiologische toestand van de boom worden binnen een termijn van >15 jaar geen problemen verwacht.
advies positief advies negatief advies negatief advies
D 5 Onevenredige achteruitgang leefomgeving Indien de voorgenomen kap leidt tot een een onevenredige grote achteruitgang voor leefkwaliteit. Hierbij wordt gekeken naar o.a. effecten op gezondheid en 8
Bomenverordening Delft 2025 klimaatverandering als zicht op 3 bomen en percentage schaduwwerking van bomen in relatie tot het voorkomen van hittestress.
E. Herplant Indien aannemelijk is gemaakt dat herplant niet mogelijke/wenselijk wordt aan de omgevingsvergunning het voorschrift verbonden dat de houtopstand niet mag worden geveld alvorens een geldelijke bijdrage is gestort in het gemeentelijk herplantfonds In de volgende gevallen bestaat de financiële compensatie uit de getaxeerde monetaire boomwaarde, getaxeerd conform hoofdstuk 15 van het Handboek Bomen 2022 van het Norminstituut Bomen, uitgevoerd door een taxateur die is aangesloten bij de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen.
Als er sprake is van een illegale velling (zonder de vereiste omgevingsvergunning)
Als er sprake is van een velling ten behoeve van een bouwplan
In de volgende gevallen bestaat de financiële compensatie uit de kosten van de aanplant van een nieuwe boom in de maat 18-20 > deze kosten zijn vastgesteld op € 150,-
Als de boom moet worden geveld t.b.v. een herinrichtingen, reconstructies, etc.
Houtopstand in particuliere tuinen
9