Bijlage 4. Bestuurlijke reactie op het advies van de Adviesraad Sociaal Domein (met kenmerk 6510721)
Tekst van het document
Samenleving Advies bezoekadres: Stationsplein 1 2611 BV Delft IBAN NL21 BNGH 0285 0017 87 t.n.v. gemeente Delft Internet www.delft.nl Telefoon 14015 Retouradres : Postbus 78, 2600 ME Delft
Adviesraad Sociaal Domein Delft _x000a_Zalmsteek 21 _x000a_3192 MC Hoogvliet-Rotterdam
Datum
. Ons kenmerk
Bestuurlijke reactie advies ASD Delft op concept Verordening jeugdhulp gemeente Delft 2027
6510721 Uw brief van
15-05-2026 Uw kenmerk
2026-009 Bijlage
Geachte mevrouw Esser, Op 15 mei 2026 ontvingen wij uw advies over de concept Verordening jeugdhulp gemeente Delft 2027. Hartelijk dank voor uw reactie op onze adviesaanvraag en de prettige samenwerking in het opstellen van deze verordening. U heeft in uw brief als eerste vier adviezen op hoofdlijnen geformuleerd. Vervolgens geeft u acht aanvullende en verdiepende adviezen vanuit inwonerperspectief. Hieronder gaan we in op deze twaalf adviezen. Adviezen op hoofdlijnen Advies 1 In veel gezinnen die jeugdhulp nodig hebben, is sprake van multiproblematiek. Echter, enkele voorzieningen die níet vanuit de Verordening jeugdhulp bekostigd worden maar wél noodzakelijk zijn voor kind en gezin lijken door de strak opgestelde criteria uitgesloten te worden. Dit terwijl benoemd is dat samenwerking met andere domeinen zoals Wmo, onderwijs, zorg en werk aan de orde is. Deze samenwerking zou concreter toegelicht kunnen worden, bijvoorbeeld als het gaat om bekostiging van jeugdvervoer en het bieden van passend onderwijs. In de toelichting wordt hier meer aandacht aan besteed, maar zoals de verordening nu is opgesteld wekt het de indruk dat kind en gezin daar geen recht op zouden hebben.
Wij adviseren u om in de Verordening jeugdhulp concreet te verwijzen naar de andere wetten en voorzieningen die hier wel in tegemoet komen, zodat deze verordening minder zorgen opwekt als het gaat om passend onderwijs en de bekostiging van jeugdvervoer. De concrete verwijzing naar de ANWB-routeplanner daarentegen is niet relevant en ook niet aan de orde, aangezien die routeplanner niet aangeeft of de gevonden kortste route ook een veilige route is, zoals wordt beaamd in de Verordening jeugdhulp. Reactie: De verordening jeugdhulp stelt vast in welke gevallen recht bestaat op een individuele voorziening in de vorm van jeugdhulp. Hierin kan niet worden
Datum
.
bepaald dat recht bestaat op andere voorzieningen, deze rechten en plichten volgen uit de verordeningen voor de betreffende voorzieningen. Advies 2 De opsommende formulering van criteria alsmede de taal van de verordening zorgen voor een beperkend en ontoegankelijk karakter. Dit leidt tot weinig ruimte voor de menselijke maat en de sociale basis. Aangezien de Verordening jeugdhulp een juridisch document is, is dit niet geheel onverwacht. Wij adviseren u echter wel om in de communicatie naar inwoners – middels de samenvatting in vereenvoudigde uitleg die al een zachter karakter heeft – de sociale basis als uitgangspunt meer centraal te stellen en de menselijke maat warmer te benadrukken. Wij willen dat inwoners het vertrouwen krijgen dat hulp geboden wordt wanneer ze dit écht nodig hebben, in plaats van dat de kloof tussen inwoners en gemeente onbedoeld groter wordt. Reactie: Bedankt voor het advies, wij gaan dit verwerken in de samenvatting. Advies 3 Over het algemeen is de verordening streng toetsend naar kind, jeugdige, ouders en netwerk waardoor bewijslast voor het recht op hulp bij hen wordt gelegd, terwijl anderzijds beëindiging, herziening en intrekking van hulp niet aan strenge criteria blijken te hoeven voldoen.
Wij adviseren u om de verantwoordelijkheid van het bieden van benodigde en passende hulp, én het waarborgen van de continuïteit daarvan bij het college te houden en niet te verplaatsen naar ouders in een kwetsbare positie. Reactie: Vanuit de Jeugdwet heeft de gemeente de taak gekregen om aanvragen voor jeugdhulp te toetsen aan de hand van het stappenplan zoals ook benoemd in de toelichting van de verordening. Dit om te zorgen dat gespecialiseerde hulp beschikbaar blijft voor de jeugdigen en gezinnen die dit nodig hebben. Om dit onderzoek goed te kunnen doen en vervolgens de juiste hulp of ondersteuning in te kunnen schakelen, is voldoende informatie vanuit de inwoner noodzakelijk. Met de artikelen wordt vooral beoogd dat het onderzoek naar de hulpvraag en benodigde hulp zorgvuldig, eenduidig en conform de geldende wetgeving wordt uitgevoerd. Zo wordt de juiste informatie verzameld om in iedere casus een goed afgewogen besluit te nemen over de best passende hulp. Het is dus niet zozeer een bewijslast die bij de ouder ligt, maar een afwegingskader om tot de best passende hulp voor het gezin te komen. Advies 4 De Verordening jeugdhulp vraagt niet alleen veel van ouders want ook van medewerkers wordt veel gevergd aangaande de beoordelingen van draagkracht, effectiviteit van interventies, pgb-vaardigheid en afstemming met andere wettelijke kaders.
Dit brengt een verhoogde werkdruk en administratieve belasting met zich mee. Doordat de Verordening jeugdhulp op meerdere punten niet concreet is, bestaat er ruimte voor interpretatieverschillen en het risico op subjectieve beoordelingen. Wij 2/7
Datum
.
adviseren u om de medewerkers duidelijke richtlijnen en ondersteuning te bieden, opdat beoordelingen objectief voldoen aan de hulpvraag van het kind en gezin. Reactie: De administratieve last voor professionals is meegewogen in het opstellen van de verordening. Medewerkers van Delft Support hebben meegewerkt aan het opstellen van de nieuwe verordening. De genoemde beoordelingen en afwegingen volgen uit wetgeving of jurisprudentie en worden daarom op dit moment ook uitgevoerd door de professionals. Het is opgenomen in de verordening zodat voor inwoners inzichtelijker wordt welke afwegingen worden gemaakt. Voor de implementatie van de nieuwe verordening worden de werkprocessen binnen Delft Support aangepast en wordt scholing georganiseerd. Daarnaast worden eventuele knelpunten in de uitvoering als gevolg van de verordening besproken in de periodieke overleggen tussen Delft Support en de gemeente. Verdiepende en aanvullende adviezen vanuit inwonerperspectief Advies 5 Als een individuele voorziening noodzakelijk is, houdt het college rekening met prijs, kwaliteit, nabijheid en beschikbaarheid. Wij zouden graag zien dat doeltreffendheid als belangrijkste criterium bovenaan staat.
Wij adviseren u tevens om nabijheid ruimer te interpreteren; om naast hemelsbrede afstand ook te kijken naar toegankelijkheid en bereikbaarheid, en de nabijheid tot de leefwereld van kind en gezin met oog voor cultuur sensitieve hulp en kleinschalig maatwerk. Reactie: In het onderzoek naar aanleiding van de hulpvraag van het gezin wordt onderzocht wat de vraag precies is en wat hiervoor de best passende hulp is. Daarbij wordt rekening gehouden met onder andere de behoeften, persoonskenmerken (artikel 3.2 lid 3 onder b), de godsdienstige gezindheid, levensovertuiging en culturele achtergrond (artikel 3.2 lid 3 onder d) van de jeugdige. Wanneer uit dat onderzoekt volgt dat een individuele voorziening voor jeugdhulp nodig is, wordt hierin gekozen voor de goedkoopst adequate, tijdig beschikbare (artikel 4.1 lid 2) voorziening waarvan de inzet doeltreffend wordt geacht (artikel 4.1 lid 3). Hierbij worden ook de behoeften en voorkeuren van het gezin meegewogen. Om doeltreffendheid boven prijs, kwaliteit, nabijheid en beschikbaarheid te zetten in de verordening hebben we artikel 4.1 lid 2 na artikel 4.1 lid 4 geplaatst. Advies 6 Wij adviseren u maatwerk en passende hulp te prioriteren boven geregistreerde, in databanken opgenomen hulpverlening.
Dit geldt ook voor de pgb-bepalingen want de criteria hiervoor zijn zodanig uitgebreid en streng dat dit ten koste kan gaan van de effectiviteit van de hulpverlening, alsmede een verhoogd risico op escalaties en achteruitgang heeft ten gevolge van een wachtlijstplaatsing. 3/7
Datum
.
Reactie: In het onderzoek naar aanleiding van de hulpvraag van het gezin wordt onderzocht wat de vraag precies is en wat hiervoor de best passende hulp is. Bij inzet van gespecialiseerde jeugdhulp, al dan niet via een pgb, is het echter ook de verantwoordelijkheid van de gemeente om de kwaliteit en de veiligheid van de hulp te waarborgen. De criteria zoals benoemd in het advies zijn daarvoor opgenomen. Wanneer de situatie hierom vraagt blijft het altijd mogelijk om hiervan af te wijken (artikel 8.1). Advies 7 De notie dat een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad áltijd valt onder informele hulp, omdat zij onderdeel uitmaken van het sociale netwerk, vinden wij een verkeerde notie. Dit zou betekenen dat zelfs een bloed- of aanverwant die een SKJ geregistreerde professional is en die gebruik maakt van bewezen interventies, niet erkend wordt als formele hulp voor het betreffende kind en gezin (bloed- of aanverwant), maar wél voor andere cliënten die dezelfde hulp ontvangen. Wij adviseren u in deze context de term ‘altijd’ te vervangen door een formulering waaruit blijkt dat getoetst wordt óf er sprake is van informele hulp. Reactie: Dit lid volgt uit de landelijke modelverordening. In de toelichting wordt uitgelegd dat ook familieleden met een zorg-gerelateerd beroep of opleiding in eerste instantie een affectieve relatie hebben met de budgethouder.
Bij bloed- of aanverwanten kan niet dezelfde professionele objectiviteit worden verwacht van professionals als bij andere cliënten. Enige afstand tussen de jeugdige en de professioneel hulpverlener is noodzakelijk en bewerkstelligt dat de hulp op adequate wijze kan worden geboden. Dat is dan ook doorslaggevend voor het bijbehorende pgb-tarief. Advies 8 De criteria voor budgethouder en/of budgetbeheerder omvatten enkele omstandigheden waarbij de budgetbeheerder in beginsel niet in staat geacht wordt om “aan een pgb verbonden taken” (artikel 5) verantwoord te kunnen uitvoeren. De opsomming van genoemde omstandigheden werkt stigmatisering in de hand en kan discriminerend opgevat worden. Zo is onduidelijk wat er onder ‘een vastgestelde, blijvende cognitieve stoornis’ bedoeld wordt en of dit inderdaad ertoe leidt dat “aan een pgb verbonden taken” niet verantwoord uitgevoerd kunnen worden. Een Autisme Spectrum Stoornis bijvoorbeeld wordt niet voor niets een spectrum genoemd. De varianten daarbinnen zijn legio, terwijl de diagnose ervan uitgaat van een vastgestelde, blijvende cognitieve stoornis. Wij adviseren u hier om ‘in beginsel niet in staat geacht te worden’ te verruilen voor een toetsing of dat werkelijk zo is bij genoemde omstandigheden. Reactie: Dit lid is overgenomen uit de landelijke modelverordening, die door een proces met een groot aantal partijen tot stand is gekomen.
In de toelichting worden voorbeelden van dit type stoornis benoemd. Hier worden dementie en gevolgen van ander niet-aangeboren hersenletsel benoemd. Een Autisme Spectrum Stoornis is geen cognitieve stoornis, 4/7
Datum
.
maar een neurobiologische ontwikkelingsstoornis en zal daarom niet per definitie leiden tot uitsluiting van een budgetbeheerder. Zoals gesteld in artikel 5.1 tweede lid onder b wordt altijd de pgbvaardigheid van de budgethouder of, indien van toepassing, de budgetbeheerder getoetst. De gestelde omstandigheden in artikel 5.2 tweede lid onder b helpen de medewerkers van Delft Support bij deze toets. Deze toets vindt dus al plaats.
Advies 9 Er zijn criteria opgenomen voor onvoldoende eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen. Hier staat echter niets vermeld in geval de verhouding tussen kind en ouders zodanig is dat het vraagstuk niet in die context oplosbaar is. Wij adviseren u om de onderlinge verhoudingen mee te nemen in het besluit over het voldoende of onvoldoende achten van de eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen. Reactie: Bij het beoordelen van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen, wordt bekeken of dit een oplossing kan zijn voor de hulpvraag die er ligt. Wanneer de hulpvraag betrekking heeft op de onderlinge verhouding tussen kind en ouders is het niet waarschijnlijk dat inzet van ouders de best passende hulp is. Hiervoor zou wel gekeken kunnen worden naar personen binnen het sociale netwerk. Dit volgt nu al uit de verordening. Advies 10 Geacht wordt dat ouders hun carrière ondergeschikt maken aan het belang van hun kind. Op papier zijn wij het hiermee eens. In de praktijk echter blijkt dat het moeilijk is om überhaupt een fulltimebaan te hebben wanneer je kind dagelijks naar speciaal onderwijs en/of speciale opvang moet brengen, en vaak ook andere afspraken zoals de fysiotherapeut en logopedie regelmatig hebt af te gaan. De zorg- en tijdsdruk brengt vaak ook financiële druk met zich mee.
Wanneer ouders wel een baan hebben maar aangepaste werktijden nodig hebben, kan dit andere zorgen en stressfactoren met zich meebrengen en in een uiterst geval zelfs tot baanverlies leiden. Door bovengenoemde zin op te nemen in de verordening wordt de suggestie gewekt dat ouders een keuze zouden hebben tussen carrière en het belang van hun kind, waar bovenop gesuggereerd wordt dat ouders voor een carrière zouden kunnen kiezen. Hiermee worden ouders tekortgedaan. Wij adviseren u om in taal, beleid en uitvoering uit te gaan van een ondersteunende houding gebaseerd op vertrouwen en inzettend op het versterken van de eigen kracht in plaats van een wantrouwende en afstraffende houding. Reactie: Bedankt voor het advies, we zijn het ermee eens dat dit niet op de juiste toon verwoord is. We verwijderen dit punt. In principe is dit al gedekt met het punt ‘werktijden aanpassen’ binnen artikel 4.2 lid 5. Daarnaast wordt er binnen lid 7 van het artikel rekening gehouden met overbelasting of dreigende overbelasting van het gezin. Wanneer hier sprake van is, wordt gesteld dat er onvoldoende eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen aanwezig zijn om de hulpvraag op te lossen. 5/7
Datum
.
Advies 11 In tegenstelling tot uitgebreide criteria waar jeugdige en/of ouders aan moeten voldoen, worden geen criteria genoemd waaruit blijkt dat jeugdige en/of ouders niet voldoen aan de meewerkingsplicht. Wij adviseren u om deze juist wel te concretiseren en in de verordening op te nemen teneinde subjectiviteit en willekeur te voorkomen. Reactie: De medewerkingsplicht is reeds wettelijk verankerd in onder meer de Jeugdwet en de Awb en moet steeds worden beoordeeld in relatie tot de concrete hulpvraag en het noodzakelijke onderzoek dat in een individueel geval nodig is om tot een zorgvuldig onderbouwd besluit te kunnen komen. Welke medewerking redelijkerwijs van ouders of jeugdigen mag worden verwacht, verschilt sterk per situatie en is afhankelijk van onder andere: • de aard van de hulpvraag; • de problematiek; • de benodigde beoordeling; • de beschikbare informatie; • en de vraag welke aanvullende gegevens noodzakelijk zijn voor zorgvuldig onderzoek. Het vooraf limitatief concretiseren van situaties waarin niet aan de medewerkingsplicht zou zijn voldaan, achten wij daarom niet wenselijk en ook niet uitvoerbaar. Dit zou onvoldoende recht doen aan de noodzakelijke individuele beoordeling per casus en kan juist leiden tot onbedoelde beperkingen in situaties waarin andere vormen van noodzakelijke medewerking aan de orde zijn.
Daarbij geldt dat het college bij de toepassing van de medewerkingsplicht steeds gebonden blijft aan algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder zorgvuldigheid, proportionaliteit en motivering. Van willekeurige toepassing kan daarom geen sprake zijn. Wel moet voor inwoners steeds duidelijk zijn welke informatie of medewerking in een concrete situatie nodig is en waarom deze noodzakelijk is voor de beoordeling van de aanvraag. Dat wordt in de uitvoering geborgd. Advies 12 In het gedeelte over bestrijding misbruik staat niet vermeld hoe hulp aan kind en gezin gewaarborgd blijft als zich een situatie voordoet waarin de hulpverlener schuld heeft aan een misstand. Wij adviseren u om te benoemen dat in dat geval kind en gezin de al geïndiceerde hulp zo spoedig mogelijk toegekend krijgen in het geval continuering niet mogelijk is door toedoen van de jeugdhulpverlener. Reactie: Bedankt voor uw advies, dit was inderdaad nog niet goed opgenomen. Hiertoe hebben we artikel 6.3 een vierde lid toegevoegd met als tekst: Wanneer onderzoek naar rechtmatigheid of doelmatigheid leidt tot het beëindigen of wijzigen van de overeenkomst met een aanbieder, worden de jeugdigen en ouders die hulp ontvangen van de betreffende aanbieder 6/7
Datum
.
hierover door het college geïnformeerd en spant het college zich ervoor in dat de jeugdhulp aan deze jeugdigen en ouders wordt gecontinueerd. Wij danken u nogmaals voor uw advies en hopen dat onze reactie u meer duidelijkheid heeft verschaft. Hoogachtend, het college van burgemeester en wethouders van Delft,
M Berger Loco-secretaris
FWJ van Vliet Loco-burgemeester
7/7