CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 3 Handleiding uitwerking metropolitane fietsroutes

Raadsvergadering 11 juni 2026, gemeente DelftBij agendapunt: Collegebrief Samenwerkingsovereenkomst Metropolitane Fietsroute Delft-Westland (2610138)1.447 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Actualisatie handleiding September 2020

Onderwerp: Datum: Contactpersoon: Telefoonnummer:

Handleiding uitwerking Metropolitane Fietsroutes 2020 September 2020 Doris Vermeer 06 212 34 575

Handleiding Metropolitane fietroutes als hulpmiddel voor planuitwerking en realisatie In de Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid (UAB) hebben gemeenten en de MRDH de opgave geformuleerd om het Metropolitaan hoofdfietsnetwerk te realiseren. De doelstelling is dat 10% meer inwoners binnen 45 minuten fietsen een belangrijke economische toplocatie bereiken. Het netwerk ontsluit de economische kerngebieden en grotere woon- en Metropolitane recreatiegebieden. Met deze fietsroutes worden mensen gestimuleerd om de fiets te gebruiken voor woon-werkverkeer. Dat verbetert de bereikbaarheid van de regio, vermindert de CO2-uitstoot en mensen worden gestimuleerd om meer te bewegen. MRDH werkt volgens een routegewijze aanpak om binnen de aankomende jaren hele routes te realiseren. Voor de routegewijze aanpak heeft de MRDH een programma-aanpak en werkwijze ontwikkeld, die MRDH als hulpmiddel meegeeft aan wegbeheerders om Metropolitane Fietsroutes uit te werken en te realiseren. Deze handleiding biedt de wegbeheerders handvatten voor het bepalen van het voorkeurstracé en voor het uitwerken van de route met de beoogde inrichtingskwaliteit en aandacht voor thema’s zoals landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing, verkeersveiligheid, stimuleren fietsgebruik en duurzaamheid.

Netwerk op basis van eisen uit UAB & Fiets in de MRDH In de UAB en de rapportage ‘Fiets in de MRDH’ zijn de volgende eisen geformuleerd voor het Metropolitane fietsroutenetwerk: • Beperking verliestijd door minimale verstoring op kruisingen (prioriteit verkeersregeling, ongelijkvloers) • Fysieke continuïteit en herkenbaarheid route • Aangenaam en aantrekkelijk (niet langs drukke weg) • Ontsluiten van 11 economische toplocaties • Huidig gebruik: minimaal 1.500 fietsers per etmaal • Maaswijdte 2 km: bedieningsgebied is straal van 1km • Geen parallelle routes Op basis van deze eisen zijn de Metropolitane Fietsroutes tot stand gekomen. De onderstaande kaart geeft de verbindingen van de Metropolitane fietsroutes weer.

1

Afbeelding 1 Metropolitane fietsroutes met de geprioriteerde routes in rood en het overige Metropolitane fietsroutenetwerk in oranje.

De lijnen op de kaart vertegenwoordigen de kansrijke verbindingen tussen de economische toplocaties en woon-/recreatiegebieden. Met de routegewijze aanpak worden de routes door de wegbeheerders gezamenlijk uitgewerkt in projecten met een projectorganisatie. Het werkelijke tracé van een route wordt bepaald in de projectorganisatie van de route waarbij de eisen uit de UAB en ‘Fiets in de MRDH’ in acht worden genomen. Bij de realisatie van een Metropolitane Fietsroute hanteren we de volgende uitgangspunten: • Geen barrières – ‘lekker doorfietsen’ • Comfortabel en aantrekkelijk – ‘genieten op de fiets’ • Toekomstgericht – ‘een ruime maat’ Inrichtingskwaliteit: uitgangspunt CROW ontwerpwijzer fietsverkeer Voor het ontwerpen van Metropolitane Fietsroutes wordt de CROW ontwerpwijzer fietsverkeer (CROW-publicatie 351, juni 2016) gehanteerd. Om een hoogwaardige verbinding voor fietsers te kunnen bieden, hanteert de MRDH voorzieningenblad V4 ‘Snelle Fietsroutes’. Tevens is de ontwerpwijzer ‘Bruggen voor langzaam verkeer’ relevant indien zich op de route kunstwerken bevinden.

2

Fietsstraat maatwerkoplossing voor Metropolitane fietsroutes In een stedelijke omgeving waar het niet mogelijk is een fietspad aan te leggen gaat de MRDH uit van een hoogwaardige fietsstraat welke geschikt is voor gemotoriseerd vervoer. Fiets(suggestie)stroken zien we niet als een gewenste oplossing voor een Metropolitane fietsroute. We hanteren de afwegingscriteria uit de CROW-ontwerpwijzer fietsverkeer voor fietsstraten: • Mogelijk op een erftoegangsweg binnen en buiten de bebouwde kom • De weg komt in aanmerking als Ifiets ≥ Iauto, als Ifiets ≥ 1.000 fietsers/etm en/of als Iauto < 2.500 mvt/etm • Als Ifiets twee keer zo groot is als Iauto, dan moet Iauto < 2.500 mvt/etm zijn Het voorzieningenblad V14 van de CROW-ontwerpwijzer fietsverkeer geeft de gewenste inrichtingskwaliteit voor een fietsstraat weer. Daarnaast bieden de voorzieningenbladen V12 en V13 ook een mogelijke inrichting voor een fietsstraat, maar deze zijn alleen subsidiabel als V14 niet realiseerbaar is. Landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing, verkeersveiligheid, fietsgebruik stimuleren en duurzaamheid van belang bij uitwerking en realisatie Naast een bepaald ambitieniveau voor de inrichtingskwaliteit hecht de MRDH waarde aan een aantal andere thema’s. We stimuleren wegbeheerders om deze thema’s mee te nemen in de uitwerking en realisatie.

Hieronder lichten we die thema’s kort toe: Landschappelijke en stedebouwkundige inpassing belangrijk bij Metropolitane fietsroutes De Metropolitane fietsroutes realiseren directe, herkenbare en prettige fietspaden tussen de economische toplocaties en de woon- en recreatiegebieden. Landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing is belangrijk bij het realiseren van deze routes om zo tot aangename en aantrekkelijke fietspaden te komen. Het verdient de voorkeur om aandacht te hebben voor de landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing bij de planuitwerking. Verkeersveilige fietsinfrastructuur belangrijk De Metropolitane fietsroutes liggen voor het overgrote deel op bestaande fietspaden. De MRDH heeft verkeersveiligheid hoog op de agenda staan. Bij de planuitwerking en realisatie van Metropolitane fietsroutes vinden wij het belangrijk om aandacht te hebben voor dit thema. De Uitvoeringsregeling Vervoersautoriteit biedt hier mogelijkheden voor, zie paragraaf 2.2.c van de regeling. Maatregelen voor de fiets zoals genoemd in de SPUKregeling ‘Investeringsimpuls Verkeersveiligheid’ dienen te worden meegenomen in het ontwerp (o.a. kantmarkering en uitritconstructie). Gedragscampagnes en communicatie inzetten om fietsgebruik te stimuleren Het aanleggen van nieuwe infrastructuur of het verbeteren van bestaande fietsinfrastructuur betekent nog niet dat het fietsgebruik toe neemt.

Naast fysieke ingrepen voor Metropolitane fietsroutes is het belangrijk om door gedragscampagnes en communicatie het fietsgebruik te stimuleren. De Uitvoeringsregeling biedt hier mogelijkheden voor, zie paragraaf 2.3 van de regeling. Metropolitane fietsroutes op een duurzame en/of innovatieve manier inrichten en realiseren MRDH zet zich in om CO2 reductie in de regio te realiseren. De Metropolitane fietsroutes zijn onderdeel van en dragen bij aan het programma duurzame mobiliteit. Daarnaast staat de MRDH open voor een duurzame en innovatieve manier van het inrichten en realiseren van de fietspaden. Wegbeheerders kunnen duurzame en innovatieve maatregelen van het fietspad opnemen in de subsidieaanvraag. De maatregelen worden wel getoetst aan de sober- en doelmatigheidseis.

3

Zie infographic inrichtingskwaliteit voor een overzicht van richtlijnen voor realisatie van Metropolitane Fietsroutes. Fasering Het programma Metropolitane Fietsroutes kent vijf fasen, met daarbij behorende eindproducten: • Initiatieffase: route in beeld, voorkeurstracé bekend • Verkenningsfase: schetsontwerp op routeniveau gereed • Planstudiefase: voorlopig ontwerp gereed • Uitwerkingsfase: definitief en technisch ontwerp gereed • Realisatiefase: aanleg van route In de initiatieffase wordt aan de wegbeheerders gevraagd een Plan van Aanpak op te stellen, inclusief kosten-baten analyse. De initiatieffase wordt afgesloten met een intentieovereenkomst waar betrokken wegbeheerders de intentie uitspreken gezamenlijk het beoogde doel te bereiken. De verkenningsfase wordt afgesloten met een samenwerkingsovereenkomst. Door het tekenen van een samenwerkingsovereenkomst op routeniveau worden afspraken vastgelegd met de betrokken wegbeheerders en de MRDH. Afspraken op het gebied van realisatie en financieel commitment, maar ook op het gebied van samenwerking. Ook de eindproducten van de verkenningsfase; het voorkeurstracé, schetsontwerp op routeniveau en globale raming, worden vastgesteld en gelden als uitgangspunt voor de planstudiefase. In elke fase hebben de diverse betrokken partijen een specifieke rol en taak.

Zie Excelschema fasering voor detailuitwerking per fase en verdeling van rollen en taken. Realisatietermijn Realisatie van de eerste tranche Metropolitane Fietsroutes dient ten minste te geschieden voor 1 maart 2026. Wegbeheerders committeren zich hiermee gezamenlijk aan deze uiterste realisatietermijn in de samenwerkingsovereenkomst. Uiterste realisatietermijn voor een mogelijke 2e tranche Metropolitane Fietsroutes wordt nog vastgesteld. Subsidieproces Voor de aanleg van een Metropolitane Fietsroute wordt maximaal 70% subsidie verstrekt. Om voor subsidie in aanmerking te komen is de voorwaarde dat het een project betreft dat een (deel van) een Metropolitane Fietsroute als bedoeld in de UAB en de rapportage “Fiets in de MRDH” beslaat. De wegbeheerder dient bij het aangevraagde project aantoonbaar samen te werken met de andere wegbeheerders van de route om het gehele traject als aaneengesloten route te realiseren waarbij woongebieden met economische kernen worden verbonden. Daarnaast moet de route voldoen aan de sober- en doelmatigheidseis. Combinaties met aanpalend werk zijn mogelijk (werk-met-werk maken). Kosten worden verdeeld naar kostendragers. Subsidies verstrekt door andere partijen zijn niet stapelbaar met de subsidie die de MRDH geeft. Zie infographic subsidieproces voor detailuitwerking subsidieaanvraag Metropolitane Fietsroutes.

Bij routegewijze aanpak projectorganisatie en bestuurlijke afspraak gewenst Bij een routegewijze aanpak is het belangrijk om een projectorganisatie voor de planuitwerkings- en realisatiefase op te richten en bestuurlijke afspraken te maken tussen de samenwerkende partijen. De MRDH faciliteert deze werkwijze door kaders mee te geven 4

over het proces en onderscheidt verschillende projectfasen voor de uitwerking van Metropolitane fietsroutes met verschillende producten, rollen en taakverdeling, zie de Excelbijlage. Het heeft de voorkeur om per route een projectorganisatie met één trekker en een stuurgroep ondersteund door een werkgroep op te richten. De MRDH voorziet een pragmatische aanpak met: 1. een ambtelijke werkgroep (projectleiders, beleidsmedewerkers) waar het voorkeurstracé mee wordt uitgewerkt en afspraken worden gemaakt over planning, capaciteit en financiële middelen. 2. een periodiek terugkerende stuurgroep (afdelingshoofden of directieleden) met mandaat en budgetbevoegdheden waarin de besluiten over het werkelijke voorkeurstracé en bestuurlijke afspraken (inhoudelijke uitwerking, planning/fasering, organisatie, investeringsopgave, risicoverdeling en communicatie) worden genomen. Bijlagen: • Excelschema fasering • Infographic inrichtingskwaliteit • Infographic subsidieproces

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16684734/1