CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 2 samenwerkingsovereenkomst mfr Delft-Westland

Raadsvergadering 11 juni 2026, gemeente DelftBij agendapunt: Collegebrief Samenwerkingsovereenkomst Metropolitane Fietsroute Delft-Westland (2610138)3.913 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Samenwerkingsovereenkomst Metropolitane Fietsroute Westland - Delft DE ONDERGETEKENDEN: de publiekrechtelijke rechtspersoon Metropoolregio Rotterdam Den Haag, zetelend te 3014 GN Rotterdam, aan de Westersingel 12 aldaar, in deze vertegenwoordigd namens de Bestuurscommissie Vervoersautoriteit door de portefeuillehouder actieve, collectieve en duurzame mobiliteit, dhr. Overheid, hierna te noemen ‘MRDH’ en de publiekrechtelijke rechtspersoon gemeente Delft zetelend te 2611 GS Delft, aan de Markt 87 aldaar, in deze namens de burgemeester vertegenwoordigd door de wethouder Mobiliteit, mevrouw Huijsmans, handelend ter uitvoering van het besluit van het college van Burgemeester en Wethouders d.d.………………………………………, hierna te noemen: ‘Delft’, en de publiekrechtelijke rechtspersoon gemeente Midden-Delfland zetelend te 2636 HX Schipluiden, aan de Anna van Raesfeltstraat 37 aldaar, in deze namens de burgemeester vertegenwoordigd door de wethouder Mobiliteit en Verkeer, de heer Klijmij-van der Laan, handelend ter uitvoering van het besluit van het college van Burgemeester en Wethouders d.d.………………………………………, hierna te noemen: ‘Midden-Delfland’, en de publiekrechtelijke rechtspersoon gemeente Westland zetelend te 2671 VW Naaldwijk, aan de Verdilaan 7 aldaar, in deze namens de burgemeester vertegenwoordigd door de wethouder Mobiliteit, de heer Valstar, handelend ter uitvoering van het besluit

van het college van Burgemeester en Wethouders d.d.………………………………………, hierna te noemen: ‘Westland’,

waarbij a) Delft, Midden-Delfland en Westland hierna gezamenlijk worden aangeduid als “Wegbeheerders”; b) MRDH en Wegbeheerders, hierna gezamenlijk worden aangeduid als de samenwerkende “Partijen”; NEMEN HET VOLGENDE IN OVERWEGING: 1.

1

De Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH), vertegenwoordigd door 21 gemeenten in het algemeen bestuur, heeft in 2023 de Strategische Agenda (SA)1 vastgesteld.

strategische_agenda_mrdh_def_online_juni_2023.pdf | MRDH Metropoolregio Rotterdam Den Haag

Pagina 2 van 11

2

2.

In de SA staat onder andere vermeld: “We blijven inzetten op actieve en/of collectieve vormen van mobiliteit (lopen, fietsen, openbaar vervoer en deelmobiliteit), omdat deze vormen de bereikbaarheid helpen verbeteren, minder ruimte innemen dan individuele automobiliteit, toegankelijk en betaalbaar zijn, de gezondheid bevorderen en minder emissies uitstoten.”

3.

Het Metropolitaan Fietsnetwerk ontsluit de economische kerngebieden en woongebieden in de metropoolregio. Met dit netwerk worden inwoners gestimuleerd om de fiets te gebruiken voor woon-werkverkeer.

4.

In de SA staat opgenomen dat het verwachte resultaat is om circa 100 km Metropolitane fietsroutes te realiseren tot en met 2026.

5.

De bestuurscommissie vervoersautoriteit (BcVa) heeft op 31 januari 2018 het metropolitaan fietsnetwerk vastgesteld en op 28 oktober 2020 besloten over de tweede tranche routes. De vastgestelde routes komen uit de rapportage “Fiets in de MRDH” (2018). Alle routes in het programma scoren hoog op verbetering van de bereikbaarheid van de economische kerngebieden, kennen een samenloop met lopende initiatieven en bezitten ambtelijk draagvlak van de gemeenten. De fietsroute Delft-Westland (MFR), waar deze samenwerkingsovereenkomst voor geldt, is één van de routes uit de 2e tranche. Het voorkeurstracé van deze MFR is opgenomen in bijlage 2a.

6.

De BcVa heeft op 6 maart 2019 besloten om de door hen ter beschikking staande geldende Subsidieverordening Vervoersautoriteit MRDH en de bijbehorende uitvoeringsregeling aan te wenden voor de realisatie van de MFR’s en het maximale subsidiepercentage voor aanvragen in de periode tot 1 januari 2025 te verhogen van 50% naar 70%. Dit besluit impliceert tevens dat door de BcVa is besloten dat de MFR’s uiterlijk op 1 maart 2026 gerealiseerd moeten zijn (uitgaande van twee maanden voor subsidieverlening en twaalf maanden voor realisatie). De subsidieverlening aan een individuele wegbeheerder staat los van de realisatie van het gehele traject.

7.

De BcVa heeft op 28 oktober 2020 de geactualiseerde ‘handleiding Metropolitane Fietsroutes’ met bijbehorende infographic ‘Inrichtingskwaliteit Metropolitane Fietsroutes’ vastgesteld als hulpmiddel voor wegbeheerders bij de planuitwerking en realisatie van de MFR’s (zie bijlage 1a+b). De richtlijnen in deze handleiding zijn afgeleid van de bij overweging 10. aangegeven Ontwerpwijzer fietsverkeer van de CROW en biedt wegbeheerders handvatten voor het bepalen van het voorkeurstracé en voor het uitwerken van de route met de beoogde inrichtingskwaliteit en met aandacht voor thema’s zoals landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing, verkeersveiligheid, het stimuleren van fietsgebruik en duurzaamheid. Deze handleiding wordt voor alle MFR’s gebruikt.

8.

De BcVa heeft voorts op 13 oktober 2021 besloten om Maatwerkafspraken mogelijk te maken voor zogenoemde Complexe Schakels (zie artikel 1.1.3) binnen de MFR’s, onder de voorwaarde dat “de bestuurlijke toezegging voor realisatie van de gehele route overeind blijft”2. De maatwerkafspraken zien toe op verlenging van de realisatietermijn

Microsoft Word - 20211013 4.4 Agendapost voortgang programma Metropolitane Fietsroutes (1)

Pagina 3 van 11

specifiek voor de Complexe Schakels en worden apart schriftelijk vastgelegd. Voor deze Complexe Schakels kan, ook na het verstrijken van de deadline zoals aangegeven in overweging 6 en 7 aanspraak worden gemaakt op een subsidiepercentage van maximaal 70%.

3

9.

De BcVa heeft op 5 juli 2023 besloten om de deadline voor het aanvragen van het maximale subsidiepercentage te verlengen voor routes waar de samenwerkingsovereenkomst ná 1 juni 2023 is getekend3. Subsidie kan worden aangevraagd tot uiterlijk 1 januari 2027. De uiterste realisatiedatum wordt daarmee 1 maart 2028.

10.

In de Uitvoeringsregeling Vervoersautoriteit Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2024 (Uitvoeringsregeling) zijn voorwaarden opgenomen waaraan voldaan moet worden als een project van een MFR in aanmerking wil komen voor subsidie. Een van de voorwaarden is dat Wegbeheerders samenwerken om het gehele traject van een MFR te realiseren. Een andere voorwaarde is dat het project zo goed mogelijk voldoet aan de eisen voor snelle Fietsroutes uit de Ontwerpwijzer fietsverkeer 2016 (publicatie 351) van de CROW.

11.

De verkenningsfase waarin Wegbeheerders en MRDH tot overeenstemming zijn gekomen over het voorkeurstracé, de kostenindicatie en de haalbaarheid van de MFR op schetsontwerpniveau, is bij alle Wegbeheerders afgerond en Partijen willen de afspraken die in deze fase zijn gemaakt, vastleggen in deze samenwerkingsovereenkomst en over complexe schakels worden separate maatwerkafspraken gemaakt (zie artikel 8).

12.

Wegbeheerders zijn belast met het wegbeheer en het beheer en onderhoud van wegen en fietspaden binnen de eigen gemeentegrenzen dan wel beheergebied en vandaaruit zelf verantwoordelijk voor de verdere planuitwerking, realisatie en het beheer en onderhoud van die delen van een MFR die binnen het eigen grond- dan wel beheergebied vallen.

13.

Partijen delen bij het realiseren van de MFR echter ook een gezamenlijke verantwoordelijkheid, te weten dat er binnen afzienbare tijd een hoogwaardige en aaneengesloten MFR gereedkomt. Bij volledige realisatie van de MFR draagt deze optimaal bij aan de SA en is de bruikbaarheid en aantrekkelijkheid van de route optimaal. Daarvoor is commitment nodig van alle Partijen.

14.

Om de gezamenlijke verantwoordelijkheid vorm en inhoud te geven, maken Partijen afspraken, willen ze samenwerken en elkaar helpen in het verdere ontwerp- en realisatieproces.

Agendapost MRDH Va

Pagina 4 van 11

KOMEN HET VOLGENDE OVEREEN: Artikel 1 Begrippen De in deze overeenkomst met een hoofdletter beginnende begrippen hebben de volgende betekenis: 1.1. Best Practice: een techniek, werkmethode, proces of activiteit die zich als effectiever heeft bewezen dan enige andere techniek of methode. 1.2. Bestuurscommissie Vervoersautoriteit (BcVa): door het algemeen bestuur van de MRDH ingestelde bestuurscommissie ter behartiging van taken op het terrein van verkeer en vervoer, waaronder het ontwikkelen en realiseren van beleid en het nemen van maatregelen ter verbetering van de bereikbaarheid binnen de metropoolregio Rotterdam Den Haag. Het algemeen bestuur van de MRDH heeft aan de Bestuurscommissie Vervoersautoriteit de wettelijke bevoegdheden van het dagelijks bestuur van de MRDH inzake verkeer en vervoer overgedragen. 1.3. Complexe Schakel: een door Partijen erkend essentieel of complex deel van de Metropolitane Fietsroute, zoals uitputtend opgenomen in bijlage 3. Het betreft hier de Complexe Schakels Floracampus, Brug Kasteelweg tussen Hoge Noordweg en Kanaalweg (Westland) en Hoornsebrug (Delft). 1.4. Kwaliteitsniveau: het kwaliteitsniveau van de Metropolitane Fietsroute zoals wordt bepaald door het zo optimaal mogelijk voldoen aan de richtlijnen van de geactualiseerde Handleiding Metropolitane Fietsroutes, met bijbehorende infographic d.d. 28 oktober 2020 (zie bijlage 1a en 1b). 1.5.

Maatwerkafspraken: schriftelijke afspraken over de verlenging van de realisatietermijn van Complexe Schakels. 1.6. Metropolitane Fietsroute (MFR): de fietsroute waar deze samenwerkingsovereenkomst op ziet, in dit geval de MFR Delft-Westland, en zoals vastgelegd in bijlage 2a. 1.7. Oplevering: de oplevering van een Tracédeel aan de MRDH via een realisatierapportage bestaande uit een eindopname (van het werk buiten), een evaluatie en een financieel eindoverzicht. 1.8. Planuitwerkingsfase: de fase waarin op basis van het schetsontwerp (bijlage 2a) wordt gestudeerd op concrete oplossingen en die leiden tot een voorlopig ontwerp met kostenraming en vervolgens tot een definitief ontwerp met projectraming en een uitvoeringsplanning (bijlage 4). 1.9. Realisatie: de realisatie van een fysiek Tracédeel, het buiten aanleggen van een wegdeel. 1.10. Subsidieverordening: de Verordening van het algemeen bestuur van het openbaar lichaam Metropoolregio Rotterdam Den Haag houdende regels omtrent subsidies (Subsidieverordening Vervoersautoriteit MRDH 2024)4 . 1.11. Tracédelen: delen van de MFR die in eigendom zijn van één Partij en die door die desbetreffende Partij worden gerealiseerd. Binnen één gemeente kunnen meerdere tracédelen liggen. 1.12. Uitvoeringsregeling: Uitvoeringsregeling Vervoersautoriteit Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2024 5

4 5

https://mrdh.nl/doen/subsidies-vervoersautoriteit https://mrdh.nl/doen/subsidies-vervoersautoriteit

Pagina 5 van 11

Artikel 2 Doel 2.1. Op basis van de besluiten van de Bestuurscommissie Vervoersautoriteit d.d. 5 juli 20223 is besloten om uiterlijk 1 maart 2028 de volledige Metropolitane Fietsroute aan te leggen. Met het tekenen van de SOK committeren wegbeheerders zich aan de realisatie van de route conform deze afspraak. 2.2. Om tot volledige realisatie van de Metropolitane Fietsroute te komen, zorgt iedere Wegbeheerder ervoor dat op uiterlijk 1 maart 2028 de door haar te realiseren Tracédelen van de Metropolitane Fietsroute zijn gerealiseerd in overeenstemming met het kwaliteitsniveau. Hiervoor wordt het schetsontwerp (zie bijlage 2a) als basis genomen. Oplevering van de Tracédelen vindt plaats binnen zes maanden na realisatie, dat wil zeggen uiterlijk op 1 september 2028. 2.3. Om het gestelde in 2.2. te bereiken: - neemt iedere Wegbeheerder tijdig en zelfstandig de benodigde bestuurlijke, beleidsmatige, organisatorische en financiële maatregelen ten behoeve van de Tracédelen; - werken Partijen actief en in goed onderling overleg samen in een samenwerkingsstructuur bestaande uit een Ambtelijke Werkgroep, een Ambtelijke Stuurgroep en een Bestuurlijk Overleg; - zorgen Partijen ervoor dat er binnen hun organisaties voldoende en kwalitatief goede capaciteit beschikbaar is om deze samenwerkingsovereenkomst uit te voeren. Artikel 3 Complexe schakels 3.1.

De uiterste realisatie- en oplevertermijn als aangegeven in 2.2., is niet van toepassing op Complexe Schakels voor zover hierover Maatwerkafspraken zijn gemaakt. 3.2. Een Maatwerkafspraak heeft in ieder geval betrekking op verlenging van de realisatietermijn van de Complexe Schakel en de daarmee gepaard gaande verlengde samenwerking waaronder ook wordt verstaan verlengde subsidiemogelijkheid (zie 5.4.). 3.3. Maatwerkafspraken worden bilateraal voorbereid tussen de MRDH en de betreffende Wegbeheerder en, indien nodig, met derden. De Ambtelijke Werkgroep en de Ambtelijke Stuurgroep worden geïnformeerd en kunnen worden gevraagd om advies, alvorens de Maatwerkafspraak ter vaststelling wordt voorgelegd aan de bestuurscommissie Vervoersautoriteit. 3.4. Een Maatwerkafspraak laat onverlet dat overige Tracédelen gerealiseerd worden binnen de termijn van 2.2. Artikel 4 Kwaliteitsniveau 4.1. Iedere Wegbeheerder streeft in de Planuitwerkingsfase naar een ontwerp dat voldoet aan het Kwaliteitsniveau. 4.2. Wegbeheerders horen een Verzoek Tot Aanpassing (VTA) in te dienen als het ontwerp of tracé afwijkt van het in de BcVa vastgestelde schetsontwerp. Daarin dienen ze een onderbouwing te geven van de prijs, kwaliteit en doorlooptijd. De verzoeker geeft aan hoe deze gevolgen worden opgevangen. Dit VTA wordt dan weer door MRDH beoordeeld om in aanmerking te komen voor subsidie.

En uiteraard met andere wegbeheerders besproken op het moment dat de scopewijziging effect heeft op de aansluiting van de route richting andere Wegbeheerders. 4.3. De Ambtelijke werkgroep bespreekt, onderzoekt en toetst het aangepaste ontwerp en formuleert een voorstel over de afwijkingen aan de Ambtelijke Stuurgroep voorgelegd. Daarbij streeft de Ambtelijke Werkgroep naar een eensluidend voorstel. Als dat niet mogelijk blijkt dan worden afwijkende standpunten specifiek benoemd.

Pagina 6 van 11

4.4.

4.5.

De Ambtelijke Stuurgroep formuleert een advies over de afwijkingen. Daarbij streeft zij, met inachtneming van het gestelde bij 7.5., naar een eensluidend advies. Als dat niet mogelijk blijkt dan worden afwijkende standpunten specifiek benoemd in het advies. Het advies van de Ambtelijke Stuurgroep kan door de betreffende Wegbeheerder gevoegd worden bij de aanvraag om subsidie als bedoeld in 5.3.

Artikel 5 Financiering en subsidie 5.1 De MRDH verstrekt op grond van artikel 20 van de Subsidieverordening (infrastructurele projecten) ten behoeve van de planvorming en realisatie van de Tracédelen, op aanvraag van een Wegbeheerder, maximaal 70% subsidie. Wegbeheerders bekostigen zelf de overige minimaal 30% van de planvormings- en realisatiekosten van de Tracédelen. 5.2 Als tegelijkertijd sprake is van toekenning van een subsidie ten behoeve van ‘fiets’ door de provincie Zuid-Holland voor de Tracédelen dan wordt het percentage subsidie van de MRDH verminderd met het subsidiepercentage van de provincie Zuid-Holland. 5.3 Om voor 70% subsidie in aanmerking te komen, moet de subsidieaanvraag zijn ingediend vóór 1 januari 2027. 5.4 Het gestelde in 5.3. geldt niet voor Complexe Schakels waarvoor een Maatwerkafspraak geldt. De uiterlijke indieningstermijn van aanvragen voor subsidie voor een Complexe Schakel wordt bepaald in de Maatwerkafspraak. 5.5 De MRDH legt een voorstel tot meerjarige financiële reservering voor aan de bestuurscommissie Vervoersautoriteit bij het ter vaststelling voorleggen van deze samenwerkingsovereenkomst. De reservering is gebaseerd op de kostenraming zoals opgenomen in bijlage 2b. Een globaal overzicht van verwachte realisatiekosten is opgenomen in bijlage 5.

5.6 De MRDH houdt de subsidieverstrekking uit de financiële reservering bij, signaleert of er extra budget moet worden vastgesteld, rapporteert hierover in de Ambtelijke Stuurgroep en doet voorstellen aan de bestuurscommissie Vervoersautoriteit die betrekking hebben op aanvullende financiële reserveringen. Vaststelling van financiële reserveringen gebeurt door het algemeen bestuur. 5.7 MRDH indexeert de gereserveerde bijdrage jaarlijks tot aan het verlenen van een subsidiebeschikking voor het betreffende tracédeel op basis van de BDU index. 5.8 Voor de tracédelen waarvoor niet vóór 1 januari 2027 een subsidieaanvraag is ingediend zal, indien aan de subsidie eisen en richtlijnen voor inrichting van een MFR is voldaan, MRDH een reguliere subsidie toekennen van 50% op de realisatiekosten van een tracédeel voor zover deze liggen op het regionaal basisnet fiets (bijlage 6).

Artikel 6 Ambtelijke Werkgroep 6.1. Iedere Partij neemt met één lid zitting in de Ambtelijke Werkgroep. Deze persoon heeft de functie als projectleider of (beleids-)adviseur, is primair contactpersoon/aanspreekpunt namens een Partij en heeft geen zitting in de Ambtelijke Stuurgroep. 6.2. Na ondertekening van de SOK, neemt de MRDH het initiatief voor de eerste bijeenkomst van de Ambtelijke Werkgroep. De MRDH is alleen de eerste keer voorzitter. Op de eerste bijeenkomst bepalen Wegbeheerders in onderling overleg welke Wegbeheerder de vaste voorzitter wordt. 6.3. De Wegbeheerder die voorzitter is, levert ook de secretariële ondersteuning van het overleg (in ieder geval agendavorming, verslaglegging en bijhouden van acties). 6.4. Het voorzitterschap is overdraagbaar aan een andere Wegbeheerder indien de Ambtelijke Werkgroep dat unaniem overeenkomt.

Pagina 7 van 11

6.5.

De voorzitter is eerste aanspreekpunt namens de Ambtelijke Werkgroep en kan gevraagd en ongevraagd contact zoeken met de Ambtelijke Stuurgroep. 6.6. De Ambtelijke Werkgroep komt bijeen zo vaak als nodig is, maar minimaal eens in de twee maanden. 6.7. Iedere Wegbeheerder brengt, als projecteigenaar van haar Tracédelen, iedere keer dat de Ambtelijke Werkgroep bijeenkomt, verslag uit van de vorderingen in het doel zoals vastgelegd in artikel 2. Daarbij wordt actief verslag gedaan van in ieder geval de volgende zaken: vorderingen in en de planning van planvorming en/of realisatie van de Tracédelen inclusief gedegen inzicht in de financiële dekking en politieke besluitvorming; gebeurtenissen of omstandigheden die een (mogelijk) risico vormen voor de tijdige realisering van de Tracédelen; benodigde of voorgenomen afwijkingen van het schetsontwerp; problemen bij het behalen van of voorgenomen afwijkingen van het beoogde Kwaliteitsniveau; het ontstaan van meerkosten ten opzichte van de financiële reservering. 6.8. Wegbeheerders spreken in de Ambtelijke Werkgroep inhoudelijk over de inbreng van iedere Wegbeheerders. Zij geven collegiale hulp, bijstand en advies aan elkaar, delen kennis en ervaringen en wisselen Best Practices uit, onderzoeken of formuleren alternatieven, werken slim samen en/of trekken samen op.

Dit alles om elkaar te helpen bij (het oplossen van problemen tijdens) het Planvormingsproces en de tijdige realisatie van de Tracédelen. 6.9. De Ambtelijke Werkgroep kan een externe partij inhuren voor bepaalde taken of rollen (bijvoorbeeld voorzitterschap of onderzoek/advies). Dit kan MRDH support zijn. Voor de bekostiging hiervan stellen Wegbeheerders gezamenlijk budget beschikbaar. Mogelijk dient rekening gehouden te worden met het inkoop- en aanbestedingsbeleid van Wegbeheerders. 6.10. In het geval van externe inhuur wordt een penvoerder vanuit een Wegbeheerder aangewezen. Een penvoerder is eerste aanspreekpunt voor de externe en is verantwoordelijk voor het financiële beheer van de plannen die extern worden uitgevoerd. De penvoerder heeft geen zeggenschap over de financiën van Partijen. 6.11. De MRDH: - is coördinator van het programma Metropolitane Fietsroutes, maar is vanaf het tekenen van de SOK geen procescoördinator meer van de route; - organiseert Ambtelijke Stuurgroepen en Bestuurlijke Overleggen om voortgang te bespreken; verzorgt een halfjaarlijkse voortgangsrapportage aan de BcVa waar gemeenten actief informatie voor aanleveren. - is centraal aanspreekpunt voor Wegbeheerders; - bewaakt en toetst afspraken vanuit de subsidiërende rol. Artikel 7 Ambtelijke Stuurgroep 7.1. Iedere Partij neemt met één lid zitting in de Ambtelijke Stuurgroep.

Deze persoon is afdelingshoofd/teammanager en is bevoegd om namens zijn of haar organisatie zwaarwegende adviezen uit te brengen en heeft geen zitting in de Ambtelijke Werkgroep. 7.2. De MRDH is voorzitter en levert de secretariële ondersteuning van het overleg (in ieder geval agendavorming en verslaglegging). 7.3. De voorzitter is eerste aanspreekpunt namens de Ambtelijke Stuurgroep en kan gevraagd en ongevraagd contact zoeken met de Ambtelijke Werkgroep en met het Bestuurlijk Overleg. 7.4. De Ambtelijke Stuurgroep komt bijeen zo vaak als zij nodig acht, maar minimaal twee keer per jaar. 7.5. Partijen zullen in goed overleg en naar alle redelijkheid, alles doen wat nodig is om tot eensluidende adviezen te komen in de Ambtelijke Stuurgroep. Hierbij werken Partijen vanuit gelijkwaardigheid samen met behoud van eigen (wettelijke) verantwoordelijkheden en Pagina 8 van 11

7.6.

bevoegdheden. Als eensluidende advisering niet mogelijk blijkt dan kan een Partij opschalen conform het gestelde in 10.2. Ten behoeve van het uitbrengen van haar adviezen, kan de Ambtelijke Stuurgroep de Ambtelijke Werkgroep vragen om aanvullende rapportages.

Artikel 8 Bestuurlijk Overleg 8.1. Iedere Partij neemt met één bestuurder zitting in het Bestuurlijk Overleg. De bestuurder heeft een mandaat om besluiten namens zijn of haar organisatie te nemen. 8.2. De MRDH is voorzitter en levert de secretariële ondersteuning van het overleg (in ieder geval agendavorming, verslaglegging en het bijhouden van acties). 8.3. De voorzitter is eerste aanspreekpunt namens het Bestuurlijk Overleg en kan gevraagd en ongevraagd contact zoeken met de Ambtelijke Stuurgroep of de Bestuurscommissie Vervoersautoriteit. 8.4. Het Bestuurlijk Overleg komt bijeen zo vaak als zij nodig acht, maar minimaal twee keer per jaar, aansluitend op het overleg van de Ambtelijke Stuurgroep. 8.5. Partijen zullen in goed overleg en naar alle redelijkheid alles doen wat nodig is om tot unanieme besluitvorming te komen in het Bestuurlijk Overleg. Hierbij werken Partijen vanuit gelijkwaardigheid samen met behoud van eigen (wettelijke) verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Artikel 9 Beheer en onderhoud 9.1 Iedere wegbeheerder onderhoudt periodiek het door hem gerealiseerde Tracédeel. 9.2 Wegbeheerders informeren elkaar over gepland onderhoud om mogelijk samen te werken in onderhoud en de Tracédelen zo lang mogelijk in een gelijke staat van onderhoud te houden.

9.3 Wegbeheerders zijn na realisering van de Tracédelen verantwoordelijk voor of maken van afspraken over het beheer en onderhoud ervan. Wegbeheerders brengen andere wegbeheerders op de hoogte van (gepland) onderhoud waarbij het doel is dat de Tracédelen zo lang mogelijk in een goede staat van onderhoud verkeren waardoor de Metropolitane Fietsroute als geheel gebruikt kan blijven worden voor het doel waarvoor deze is aangelegd. Artikel 10 Geschillenregeling en opschaling 10.1. Als er een geschil ontstaat in de Ambtelijke Werkgroep over het niet of niet tijdig (kunnen) realiseren van een Tracédeel, over het niet (kunnen) voldoen aan het Kwaliteitsniveau en/of als een Partij het anderszins niet eens is met (de gang van) zaken dan kan er op verzoek van de desbetreffende Partij opschaling plaatsvinden naar de Ambtelijke Stuurgroep. Daarbij is het mogelijk dat vertegenwoordigers van Partijen op het betreffende niveau eerst of alleen bilateraal met elkaar overleggen. 10.2. Wanneer ambtelijk overleg in of op niveau van de Stuurgroep niet leidt tot een oplossing van het geschil, als er sprake is van politiek-bestuurlijke aspecten of wanneer eensluidende advisering als bedoeld in 7.5. niet mogelijk blijkt dan kan worden opgeschaald naar het Bestuurlijk Overleg.

Ook in dat geval kunnen bestuurlijk vertegenwoordigers van de betreffende Partijen eerst of alleen bilateraal met elkaar overleggen. Artikel 11 Gegevensuitwisseling 11.1. Partijen dragen er zorg voor dat informatie die nodig is om taken van de Ambtelijke Werkgroep en de Ambtelijke Stuurgroep te kunnen uitoefenen (zoals onderzoeken, (concepten van het) voorlopig ontwerp en definitief ontwerp, ramingen et cetera), vrij beschikbaar is voor alle Partijen van deze samenwerkingsovereenkomst.

Pagina 9 van 11

11.2. Het gestelde in 11.1. geldt niet voor gegevens waarop de Algemene Verordening Gegevensbescherming van toepassing is, zoals persoonsgegevens, of informatie waarop intellectuele eigendomsrechten van een derde berusten. 11.3. Partijen nemen vertrouwelijkheid en geheimhouding in acht ten aanzien van vertrouwelijke gegevens zoals ramingen of biedingen. Deze gegevens worden door Partijen niet (onnodig) intern gedeeld en in het geheel niet verstrekt aan derden tenzij de wet of een onherroepelijke veroordeling verplicht tot openbaarmaking. Artikel 12 Inwerkingtreding en aanpassingen 12.1. Deze samenwerkingsovereenkomst treedt in werking nadat alle Partijen de overeenkomst hebben ondertekend. 12.2. Als er gedurende de looptijd van deze samenwerkingsovereenkomst aanpassingen of uitbreidingen nodig zijn in de voorwaarden van deze samenwerkingsovereenkomst, zal het Bestuurlijk Overleg deze door middel van een daartoe strekkend unaniem besluit vaststellen. 12.3. Een besluit van het Bestuurlijk Overleg, inhoudende een aanpassing of uitbreiding van de voorwaarden in deze samenwerkingsovereenkomst, wordt als addendum gevoegd bij deze samenwerkingsovereenkomst. Voor Maatwerkafspraken geldt dat deze onderdeel zijn van de samenwerkingsovereenkomst nadat daarover een besluit is genomen door de bestuurscommissie Vervoersautoriteit. Artikel 13 Contractuele en wettelijke beëindiging 13.1.

Deze samenwerkingsovereenkomst eindigt: - In ieder geval op 1 september 2028 (Oplevering) of zoveel later als in de Maatwerkafspraken staat aangegeven; of - als hiertoe eensluidend wordt besloten door Partijen. 13.2. De wettelijke beëindigingsmogelijkheden (bijvoorbeeld artikel 6:258 Burgerlijk Wetboek) en ontbinding (ex. artikel 6.265 Burgerlijk Wetboek) zijn van toepassing. Artikel 14 Bijlagen 14.1 De volgende Bijlagen maken deel uit van deze samenwerkingsovereenkomst: 1a Handleiding uitwerking Metropolitane Fietsroutes d.d. 28 oktober 2020 1b Infographic Inrichtingskwaliteit Metropolitane Fietsroutes 2a Schetsontwerp Indeling van tracé naar vigerend schetsontwerp Rapportage Schetsontwerp MFR Naaldwijk-Delft, datum 13-09-2023 Rapportage MFR Naaldwijk - Delft Tracé en vormgeving in Delft en Den Hoorn datum 12-09-2024 P.M. Ontwerp Hoornsebrug P.M. Rapportage aangepaste schetsontwerp tracédeel Midden-Delfland 2b Kostenraming 3 Complexe schakels - Floracampus - Westland - Brug Kasteelweg tussen Hoge Noordweg en Kanaalweg – Westland - Hoornsebrug - Delft. 4 Fasering MFR 5. Verwachte Realisatiekosten 14.2 In geval van tegenstrijdigheden tussen de bepalingen in deze overeenkomst en de bijlagen,

Pagina 10 van 11

gelden de bepalingen van de overeenkomst als leidend boven die van de bijlagen, met uitzondering van de schetsontwerpen.

ONDERTEKENING

Gemeente Delft Wethouder Huijsmans

Gemeente Midden-Delfland Wethouder Klijmij-van der Laan

……………………………………………. Datum: 4 maart 2026

………………………………………………. Datum: 4 maart 2026

Gemeente Westland Wethouder Valstar

Metropoolregio Rotterdam-Den Haag Portefeuillehouder Overheid

……………………………………………. Datum: 4 maart 2026

……………………………………………. Datum: 4 maart 2026

Pagina 11 van 11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16684733/1