Bijlage 2 - NT1 NT2 en taalniveaus
Tekst van het document
4650063
Bijlage 2 NT1, NT2 en taalniveaus NT1 en NT2 Uitgangspunt in deze nota is om de leervraag centraal te stellen en daarop het aanbod in te richten. Hiermee is de indeling in NT1(cursisten voor wie Nederlands de moedertaal is) en NT2 (cursisten voor wie Nederlands een tweede taal is) een onderwijskundige indeling en niet een indeling van groepen mensen. Deze indeling is namelijk niet altijd zo zwart-wit.1 Op zich is het indelen in NT1 en NT2 nuttig. Het onderwijs is namelijk wezenlijk anders. Bij NT2 gaat het in eerste instantie om luisteren en lezen. Het spreken en schrijven komt later en is veel lastiger om onder de knie te krijgen. Voor NT1 ligt dit anders. Het spreken is vaak geen probleem. De overige vaardigheden hoeven niet helemaal opgebouwd te worden. Vaak zijn er wel leerervaringen met lezen, schrijven, rekenen of digitale vaardigheden. Maar een laaggeletterde heeft lacunes die gevonden en hersteld moeten worden. Voor veel mensen is Nederlands niet hun moedertaal, maar zij hebben zich door de jaren heen het Nederlands voldoende eigen gemaakt. Vaak is hun nieuwe taal (het Nederlands) nu hun voorkeurstaal: de taal waarin iemand zich bij voorkeur uitdrukt. Een andere moedertaal betekent niet altijd een leervraag op het gebied van taal. En als die leervraag er wel is, gaat het om beter leren lezen, schrijven, rekenen of omgaan met digitale middelen.
Deze mensen horen thuis in het NT1- onderwijsaanbod. Het spreekniveau van mensen is dus de scheiding tussen NT1 en NT2. Heb je nog onderwijs nodig in spreken? Dan sluit je aan bij NT2-onderwijs. Zo nee? Dan volg je onderwijs bij NT1. Je kunt dan namelijk de uitleg volgen en discussiëren met je medecursisten. Naast de leervraag zelf zijn taalniveau en leerbaarheid factoren die bepalend zijn voor het maatwerk in het aanbod.
Taalniveaus Het taalniveau zegt iets over hoe goed je kunt lezen en schrijven. Niveau 2F is in Nederland de norm voor het gewenste niveau om goed en zelfstandig in de samenleving mee te doen. Dat is vergelijkbaar met het eindniveau van MBO 2. Niveau 1F komt ongeveer overeen met het niveau van groep 8 op de basisschool. Volwassenen die onder taalniveau 2F functioneren, worden beschouwd als laaggeletterd. Zij kennen meestal wel de basisprincipes van het lezen en schrijven en kunnen vaak wel overweg met een telefoon of computer. Maar zij zijn onvoldoende in staat om de benodigde informatie en instructies te vinden, te begrijpen en toe te passen. Spreekt iemand een andere moedertaal? Dan meten we het taalniveau anders. Het taalniveau is dan A1, A2, B1, B2, C1 of C2. Daarbij is A1 het laagst en C2 het hoogst. B1 is ongeveer hetzelfde als 2F. We noemen een anderstalige laaggeletterd als iemand taalniveau A1 of A2 heeft in het Nederlands. Veel NT2’ers kunnen goed of uitstekend lezen en schrijven in hun moedertaal, maar moeten het Nederlands nog leren. Zij leren op een heel andere manier dan de NT2’ers die ook in hun moedertaal niet goed kunnen lezen en schrijven.
1
Wie zijn toch die halve mensen? Een pleidooi voor het afschaffen van de term NT1,5 en meer duidelijkheid over NT1 en NT2. | EPALE (europa.eu).