CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJLAGE 2 Artikelsgewijze toelichting

Raadsvergadering 29 januari 2026, gemeente DelftBij agendapunt: Raadsvoorstel Bomenverordening 2025 (2547717)3.165 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bomenverordening Delft 2025 BIJLAGE 2. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1.1 Begripsbepalingen In dit artikel is een verwijzing opgenomen naar bijlage 1 bij deze verordening, waarin de begripsbepalingen zijn opgenomen die van toepassing zijn op deze verordening. Artikel 1.2 Toepassingsbereik en oogmerk Dit artikel bepaalt dat deze verordening van toepassing is op de activiteiten vellen, doen vellen of laten vellen van houtopstanden. De regels in deze verordening zijn gesteld met het oog op het behouden en beschermen van houtopstanden binnen de bebouwingscontour houtkap.

HOOFDSTUK 2 AANWIJZINGEN IN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING Artikel 2.1

Aanwijzing bebouwingscontour houtkap

Artikel 5.165b van het Besluit kwaliteit leefomgeving bepaalt dat in een omgevingsplan voor de toepassing van artikel 11.111, tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving een bebouwingscontour houtkap wordt aangewezen aansluitend aan stedelijk gebied. Dit zal bij het verwerken van beleidsregels en verordeningen in het omgevingsplan worden meegenomen. Deze kaart is als bijlage 3 bij deze Verordening opgenomen. Artikel 2.2

Aanwijzing beschermde houtopstanden

Beschermde houtopstanden zijn aangewezen als ‘beschermde houtopstanden’ op de lijst, zoals opgenomen in bijlage 4 bij deze Verordening. De bomen op deze lijst worden als zeer waardevol of als toekomstig zeer waardevol beschouwd.

HOOFDSTUK 3 REGELS VOOR ACTIVITEITEN Artikel 3.1

Toepassingsbereik

In dit artikel wordt bepaald dat hoofdstuk 3 van toepassing is op diegene die de betrokken activiteit verricht of laat verrichten, tenzij anders is bepaald. Artikel 3.2

Vergunningsplicht

Artikel 3.2 bepaalt dat het verboden is om binnen de bebouwingscontour houtkap zonder een omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit ‘vellen houtopstand’ een houtopstand te vellen, te doen vellen of te laten vellen. Er is hierbij geen onderscheid gemaakt tussen houtopstand in privaat- respectievelijk publiek eigendom. De vergunningplicht geldt voor beide eigendomssituaties. Artikel 3.3

Uitzondering vergunningsplicht

Om onnodige regeldruk en werklast te verminderen zijn in de verordening enkele situaties aangewezen waarvoor het niet nodig is een omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit ‘vellen houtopstand’ aan te vragen. 1

Bomenverordening Delft 2025 Ook in de oude verordening was er al een vrijstelling van het kapverbod voor bomen met een omtrek kleiner dan 63 cm, voor bomen welke dichter dan 2 meter bij de gevel van een hoofdgebouw stonden en voor beheersmaatregelen zoals dunning. Dit is niet gewijzigd. Verder geldt er een vrijstelling voor een houtopstand op percelen met een totaal oppervlakte van minder dan 200 m2. Met totaaloppervlakte is bedoeld het totale grondoppervlak inclusief bebouwing, conform kadastrale gegevens. Ingeval het kadastrale perceel opgedeeld is in meerdere percelen, die afzonderlijk verhuurd worden aan twee of meer huurders, is als uitzondering op de regel niet het kadastrale perceel leidend, maar het totale oppervlak van een afzonderlijk verhuurd grondoppervlak aan één huurder (inclusief bebouwing). Deze uitzondering is alleen van toepassing indien de huurder het bedoelde grondoppervlak in gebruik heeft als tuin. Hiermee wordt het beheer van houtopstanden in een gemiddelde stadswoning overgelaten aan de verantwoordelijkheid van de private eigenaar. Over het algemeen staan hier houtopstanden waarvoor een kapverbod overbodig is. Grotere percelen (tuinen) kunnen meer of forsere houtopstanden bergen die een substantiële bijdrage leveren aan het groene karakter van de wijk of het gebied.

Bij dergelijke houtopstanden is het in stand houden van de vergunningplicht gerechtvaardigd. Verder is het uitvoeren van beheer- en onderhoudsmaatregelen uitgezonderd van de vergunningplicht als bedoeld in artikel 3.2 van deze verordening, aangezien dit beheer- en onderhoud juist noodzakelijk is in verband met het in artikel 1.2 van deze verordening genoemde belang, namelijk het behouden en beschermen van houtopstanden binnen de bebouwingscontour houtkap. Ook een houtopstand die moet worden geveld krachtens een daartoe strekkend besluit van het college van burgemeester en wethouders dan wel de burgmeester, bijvoorbeeld ter voorkoming van ziekten, is uitgezonderd van de vergunningplicht.

Artikel 3.4

Beperking uitzondering vergunningsplicht

Ter behoud en ter bescherming van houtopstanden welke een bijzondere waarde vertegenwoordigen, bepaalt dit artikel dat de uitzondering van de vergunningplicht zoals opgenomen in artikel 3.3 niet geldt voor beschermde houtopstanden die zijn genoemd in artikel 2.2 (en bijlage 4). Artikel 3.5

Algemene beoordelingsregels

Een omgevingsvergunning als genoemd in artikel 3.2 wordt alleen verleend wanneer het belang als bedoeld in artikel 1.2 lid 2 van deze verordening, namelijk het behouden en beschermen van houtopstanden, binnen de bebouwingscontour houtkap (of heel gemeente Delft), zich daartegen niet verzet. Daarnaast wordt de aanvraag omgevingsvergunning beoordeeld aan de hand van de puntenscore zoals neergelegd in de als bijlage 5 bij deze verordening opgenomen beoordeling van kapaanvragen. Bij deze toetsing worden de belangen om de houtopstand te vellen afgewogen tegen de belangen voor het behoud van de houtopstand, op basis van één of meer van de volgende waarden: a. b. c. d.

natuur- en milieuwaarden; hittestress (klimaatadaptatie); landschappelijke waarden; cultuurhistorische waarden; 2

Bomenverordening Delft 2025 e. waarden van stads- en dorpsschoon; f. waarden voor recreatie en leefbaarheid. Tot slot moet voldoende aannemelijk worden gemaakt dat de houtopstand niet kan worden behouden door deze in te passen in het project/de (bouw-)plannen. De beoordeling hiervan is aan het bevoegd gezag. Is dit onvoldoende aangetoond, dan wordt de vergunning niet verleend, en moet dus worden geweigerd. Artikel 3.6

Aanvullende beoordelingsregels beschermde houtopstand

In aanvulling op artikel 3.5 wordt ter bescherming van beschermde houtopstanden een aanvullende beoordeling gemaakt ten aanzien van het behoud van deze beschermde houtopstanden. Aangetoond moet worden dat er alternatieven zijn onderzocht om het vellen van deze houtopstanden te voorkomen. De voorwaarden hiervoor zijn opgenomen in dit artikel 3.6. Artikel 3.7

Aanvraagvereisten

De algemene indieningsvereisten voor een aanvraag staan onder andere in de Algemene wet bestuursrecht (artikel 4:2) en in de Omgevingsregeling (artikel 7.3 en 7.4). Met betrekking tot het vellen van een houtopstand zijn in deze verordening aanvullende aanvraagvereisten opgenomen, welke overigens op termijn in het omgevingsplan (nieuwe deel) zullen worden opgenomen. Veel algemene indieningsvereisten worden binnen het Omgevingsloket al automatisch opgenomen zodra een aanvrager met zijn DigiD inlogt, respectievelijk bedrijven met eHerkenning (zoals naam en adresgegevens). Andere informatie moeten initiatiefnemers zelf nog invullen, zoals informatie over het project dat ze willen gaan doen. Deze indieningsvereisten tezamen maken dat alle informatie aanwezig is om een goede inschatting te maken ten aanzien van de omgevingsvergunningverlening voor het vellen van een houtopstand. Het tweede lid bepaalt dat op verzoek van het college van burgemeester en wethouders aanvullende gegevens en bescheiden moeten worden verstrekt, zoals een Bomen-EffectAnalyse (BEA). Wanneer documenten gepubliceerd moeten worden, moet rekening gehouden worden met de regels rondom gegevensbescherming en dan met name met de regels uit de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en de Uitvoeringswet AVG. Met anonimiseren wordt bereikt dat het niet mogelijk is om gegevens te herleiden tot individuen.

Niet alle gegevens en bescheiden zullen worden gepubliceerd. Het tweede lid bepaalt daarom dat geanonimiseerde versies van deze gegevens en bescheiden op verzoek van het college moeten worden verstrekt. Artikel 3.8 Wijziging van gegevens Het is mogelijk dat de gegevens en bescheiden op grond van de landelijke indieningsvereisten voor het indienen van een aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit vellen van een houtopstand als bedoeld in artikel 3.2 van deze verordening en de aanvullende aanvraagvereisten als bedoeld in artikel 3.7 van deze verordening wijzigen. Om te realiseren dat deze gegevens bij het college van burgemeester en wethouders bekend zijn, bepaalt lid 1 sub a van dit artikel dat een naamswijziging of adreswijziging wordt doorgegeven aan het college van burgemeester en wethouders vóórdat de wijziging een feit

3

Bomenverordening Delft 2025 is. Dat is vooral voor de initiatiefnemer zelf van belang: diegene wil immers dat correspondentie van het bevoegd gezag op het juiste adres aankomt. Hoewel het niet te verwachten is, kan het zijn dat er documenten gepubliceerd (moeten) worden en er rekening moet worden gehouden met de regels rondom gegevensbescherming. met name de regels uit de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en de Uitvoeringswet AVG. Met anonimiseren wordt bereikt dat het niet mogelijk is om gegevens te herleiden tot individuen. Niet alle gegevens en bescheiden zullen worden gepubliceerd. Lid 1 sub b bepaalt daarom dat geanonimiseerde versies van deze gegevens en bescheiden op verzoek van het college moeten worden verstrekt. In het tweede lid van dit artikel zijn de aan te leveren gewijzigde gegevens opgesomd ingeval de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.2 van deze verordening al is verleend maar de omgevingsplanactiviteit ‘vellen houtopstand’ nog niet is verricht.. Het artikel sluit aan op artikel 5.37 van de Omgevingswet, waar hetzelfde over vergunninghouders is geregeld.. Daarnaast worden door het verstrekken van de omgevingsvergunning(en) ook deze gegevens tijdig bekend.

Artikel 3.9

Vergunningvoorschriften

In dit artikel is bepaald dat het college van burgemeester en wethouders bevoegd is om voorschriften aan de omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 3.2 van deze verordening te verbinden. Het kan hierbij gaan om de termijn van een herplantplicht, aanwijzingen ten aanzien van het herplanten, aantallen bomen waarvoor de herplantplicht geldt en groeipotentie van de bomen (onderdelen a., b. en c.). Lid 1 sub d regelt dat als voorschrift kan worden opgenomen dat tot het vellen van de houtopstand op of bij een locatie waarvoor op grond van het omgevingsplan een vergunningplicht voor bouwactiviteiten of aanlegactiviteiten is vereist, slechts mag worden overgegaan, nadat voor deze activiteiten de vergunningen zijn verleend en voldoende aannemelijk is gemaakt dat deze activiteiten daadwerkelijk zullen worden uitgevoerd. Hiermee kan worden voorkomen dat een houtopstand wordt geveld voor activiteiten die niet zal/zullen (gaan) plaatsvinden. Lid 1 sub e is opgesteld ter bescherming van in en rond de houtopstand voorkomende flora en fauna. Hierdoor kan bijvoorbeeld het tijdstip van vellen worden uitgesteld tot na een broedseizoen. Als een ‘vangnetbepaling’ is lid 1 sub f opgenomen.

Het kan mogelijk zijn dat ten dienste van het in artikel 1.2 van deze verordening bepaalde belang, namelijk het behouden en beschermen van houtopstanden, vraagt om andere voorschriften dan in dit artikel reeds zijn benoemd. Herplantvoorschriften zijn concreet en eenduidig en mogen zeer gedetailleerd soort, locatie en plantwijze voorschrijven, mits dit in het gangbare beleid past. Uit de rechtspraak naar aanleiding van de herplantplicht blijkt dat beleidsmatige uitwerking van aard en omvang van de herplantplicht noodzakelijk is. De wijze waarop de zelfstandige herplant- en instandhoudingsplicht wordt uitgevoerd, gebeurt op beleidsmatige wijze. De uitwerking kan deel uitmaken van een breder opgezet handhavingsbeleid. Factoren die daarbij een rol spelen, zijn de ernst van de overtreding, de mate van (on)verantwoordelijkheid die aan de overtreder kan worden toegekend en de feitelijke mogelijkheden tot uitvoering van een herplant. 4

Bomenverordening Delft 2025 Het tweede lid bepaalt dat wanneer herplanten ter plaatse niet mogelijk is, aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.2 van deze verordening het voorschrift kan worden verbonden dat de aanvrager van de omgevingsvergunning een geldelijke bijdrage moet storten in het gemeentelijke Herplantfonds. Deze geldelijke bijdrage wordt vastgesteld op grond van de boomwaarde of de vervangingswaarde. Artikel 3.10 Intrekking of wijziging In dit artikel zijn de gronden aangeven voor intrekking, wijziging van een omgevingsvergunning voor de activiteit vellen van een houtopstand als bedoeld in artikel 3.2 van deze verordening. Artikel 3.11 Gevaarzetting De burgemeester kan toestemming geven tot direct vellen (noodkap), indien sprake is van acuut gevaar of een daarmee vergelijkbare situatie van spoedeisend belang van openbare orde of veiligheid. Dit besluit wordt zo spoedig mogelijk bekend gemaakt aan belanghebbenden. Na de noodkap kan het voorschrift als bedoeld in artikel 3.9 van deze verordening worden verbonden. Dit geldt zowel voor houtopstanden in particulier- als in gemeentelijk eigendom.

HOOFDSTUK 4 OVERIGE BEPALINGEN Artikel 4.1 Herplantfonds Er is een gemeentelijk Herplantfonds waarin financiële bijdragen worden gestort door de eigenaren van de gronden waarop de houtopstanden zich bevinden die na vergunningverlening niet kunnen worden herplant. De grondslag voor deze bijdrage ligt in het op te nemen vergunningvoorschrift bij de omgevingsvergunning, zoals bepaald in artikel 3.9, tweede lid van deze verordening. De bijdrage moet binnen vier weken na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning worden voldaan. De gelden in dit fonds worden aangewend voor het aanplanten van bomen en groen elders in de gemeente Delft en / of het zorgdragen voor voldoende ondergrondse groeiruimte voor andere bomen in de gemeente Delft. Artikel 4.2 Beschermde houtopstanden Duurzaam behoud van beschermde houtopstanden op de lijst met de in artikel 2.2 van deze verordening aangewezen beschermde houtopstanden, zoals opgenomen in bijlage 4 bij deze verordening, heeft een hoge prioriteit. Dergelijke houtopstand is extra beschermd doordat alleen bij hoge uitzondering een vergunning voor de kap wordt verleend. In dit artikel staan regels opgenomen over welke houtopstanden op deze lijst kunnen respectievelijk moeten worden geplaatst. Tevens moet op de lijst in ieder geval worden opgenomen om welk soort boom het gaat wat de standplaats van de boom is.

Verder is bepaald dat de eigenaar van de beschermde houtopstanden verplicht is om het college van burgemeester en wethouders mede te delen wanneer de beschermde houtopstand geheel of gedeeltelijk teniet dreigt te gaan of is gegaan, anders dan door een velling op grond van een verleende omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.2 van deze verordening. Overigens heeft de gemeente een Subsidieregeling onderhoud monumentale bomen om particuliere eigenaren van monumentale bomen financieel bij het onderhoud te 5

Bomenverordening Delft 2025 ondersteunen. Hier kunnen eigenaren op gewezen worden. Het toekennen hiervan gaat evenwel niet via deze verordening. Artikel 4.3 Afstand van de erfgrenslijn De leden één en twee van artikel 5:42 van het Burgerlijk Wetboek geven het bekende verwijderingrecht voor bomen binnen twee meter en heesters en hagen binnen een halve meter van de erfgrenslijn. Het tweede lid van artikel 5:42 geeft hierbij tevens een uitzondering aan, namelijk "tenzij ingevolge een verordening of een plaatselijke gewoonte een kleinere afstand is toegelaten". Dit is de grondslag voor dit artikel voor het verkleinen van de afstand zoals bepaald in het Burgerlijk Wetboek naar 0,5 meter voor bomen en nihil voor heesters en heggen. Met "nihil" voor heggen en heesters is bedoeld deze natuurlijke wijze van erfbegrenzing te beschermen en tot de normale standaard te maken. Let wel, de wijze van meten uit artikel 5.42, tweede lid van het Burgerlijk Wetboek, is dus niet gewijzigd. Het gaat hierbij om de afstand voor bomen te rekenen vanaf het midden van de voet van de boom. Vele bomen en heesters zullen door deze afstand verkleining beter beschermd, misschien wel gespaard worden. De juridische grondslag tot het ontstaan van burenruzies wordt hiermee enigszins verminderd.

Artikel 4.4 Bestrijding van boomziekten Dit artikel is bedoeld om besmettelijke boomziekten zoals de iepziekte adequaat te kunnen bestrijden. Belangrijk is dat verspreiding van potentieel broedhout en de besmetting wordt voorkomen.

HOOFDSTUK 5 HANDHAVING Artikel 5.1 Strafbepaling Op grond van artikel 154 van de Gemeentewet kan de gemeenteraad op overtreding van zijn verordeningen hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede geldboete categorie stellen, evenals openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. Deze in het eerste lid bedoelde strafbare feiten zijn overtredingen. Dit artikellid is opgesteld uit hoofde van het algemeen publiekrechtelijk belang, omdat deze preventief werkt. Deze strafbepaling kan worden opgelegd aan (alle) overtreders van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de daarbij gegeven voorschriften. Daarnaast is het privaatrechtelijke belangen spoor. De gemeente kan een privaatrechtelijke vordering instellen tot schadevergoeding tegen een andere partij die schade heeft veroorzaakt aan bomen of houtopstanden in eigendom van de gemeente Delft. Kort gezegd dient het publiekrecht het algemeen belang en het privaatrecht de belangen van de betrokken partijen. Om die doelstellingen te bewerkstelligen worden verschillende handhavingsmiddelen gebruikt.

Artikel 5.2 Toezichthouders 6

Bomenverordening Delft 2025 Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van burgemeester en wethouders of door de burgemeester aangewezen personen. Op grond van de artikelen 141 en 142 van het Wetboek van Strafvordering worden toezichthoudende ambtenaren aangewezen. Het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester kunnen daarnaast toezichthouders (ambtenaren) benoemen als bedoeld in artikel 5:11 van de Algemene wet bestuursrecht. Deze toezichthouders zijn belast met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens in het benoemingsbesluit aangewezen wet- en regelgeving.

HOOFDSTUK 6 OVERGANGSRECHT Artikel 6.1 Overgangsrechtelijke bepaling Met deze overgangsrechtelijke bepaling wordt geregeld dat indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een omgevingsvergunning of ontheffing op grond van de Bomenverordening gemeente Delft 2013 is ingediend en vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag is beslist, de Bomenverordening gemeente Delft 2013 van toepassing blijft voor zover deze gunstiger is voor de aanvrager. In de loop van tijd zal het belang van dit artikellid afnemen aangezien steeds meer aanvragen zullen zijn behandeld. Het tweede lid van dit artikel benadrukt dat uit hoofde van rechtszekerheid reeds afgegeven omgevingsvergunningen en ontheffingen van kracht blijven ook na de inwerkingtreding van deze verordening.

HOOFDSTUK 7 NADERE REGELS/WIJZIGINGSBEVOEGDHEID Artikel 7.1 Nadere regels Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd nadere regels te stellen betreffende hetgeen in deze verordening is bepaald. Nadere regels zijn algemeen verbindende voorschriften ter uitwerking van onderdelen van de verordening. Zaken die in de verordening op hoofdlijnen zijn benoemd, kunnen worden uitgewerkt in nadere regels. Vaak is in de verordening geregeld dat het college bevoegd is om nadere regels vast te stellen. In deze verordening gaat het met name om artikel 3.9.

Artikel 7.2 Bevoegdheid wijzigen De in dit artikel gegeven bevoegdheid is om praktische redenen opgenomen. De raad verleent het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid om de in hoofdstuk 2 weergegeven aanwijzingen, zoals opgenomen op de in bijlagen 3. en bijlage 4. bij deze verordening opgenomen kaart bebouwingscontour houtkap en lijst beschermde houtopstanden te wijzigen.

7

Bomenverordening Delft 2025 Dit is gewenst omdat in de praktijk met name de lijst beschermde houtopstanden regelmatig zal wijzigen. Het vaststellen van deze wijzigingen door het college is een kortere procedure dan vaststelling door de raad. Daarnaast verzet de aard van deze bevoegdheid zich niet tegen deze delegatie.

HOOFDSTUK 8 HARDHEIDSCLAUSULE Artikel 8.1 Hardheidsclausule Het college van burgemeester en wethouders kan in uitzonderlijke gevallen een bepaling van deze verordening geheel of gedeeltelijk buiten toepassing laten als de toepassing ervan zou leiden tot uitzonderlijk onbillijke of onredelijke gevolgen. De hardheidsclausule kan echter alleen in speciale situaties een oplossing bieden. De hardheidsclausule geldt alleen als de verordening een gevolg heeft dat niet bedoeld is en dat had kunnen worden voorkomen als die dit gevolg had voorspeld. Van een hardheidsclausule kan alleen gebruik worden gemaakt wanneer de ruimte voor maatwerk niet op een andere wijze in de regeling kan worden geboden. In de praktijk kan het opnemen van een hardheidsclausule leiden tot grote aantallen aanvragen om toepassing van de hardheidsclausule, terwijl inwilliging daarvan slechts in zeer beperkte mate aangewezen is. Tegen een afwijzing (en toewijzing) van de aanvraag om toepassing van een hardheidsclausule staat bezwaar (en beroep) open. In een besluit tot al dan niet toepassing van de hardheidsclausule dient een toereikende motivering opgenomen te worden.

HOOFDSTUK 9 SLOTBEPALINGEN Artikel 9.1 Inwerkingtreding Deze bepaling spreekt voor zich. Artikel 9.2 Citeertitel Deze bepaling spreekt voor zich.

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16255043/1