Bijlage 1 Toelichting op Taakmutaties AU-DU-IU (Meicirculaire 2025)
Tekst van het document
Bijlage 1 Toelichting taakmutaties (Algemene Uitkering), decentralisatie-uitkeringen (DU’s) en integratie-uitkeringen (IU’s) Leeswijzer Deze bijlage bevat een nadere toelichting op taakmutaties in de Algemene uitkering en nieuwe of gewijzigde decentralisatie- en integratie-uitkeringen. De toelichting gaat over de inhoud van de mutaties (aanleiding, omvang) en over de voorgestelde verwerking van de taakmutaties in de Najaarsrapportage 2025 en/of de Programmabegroting 2026-2029. De tabellen geven de Delftse (lokale) financiële effecten weer; in de toelichtingen worden de landelijke bedragen benoemd. Taakmutaties Specificatie Algemene uitkering 1. 2. 3. 4. 5. 6.
x € 1.000
Taakmutaties Basisregistratie Personen (BRP): centralisering inschrijving vergunninghouders Taakmutaties: uitname Kinderopvang pleegouders Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo Wmo hulpmiddelen Aanpassen regeling dienstverlening aan huis IBO Problematische schulden Taakmutaties: uitbreiding takenpakket
2025 -19 -19 12 129 141
2026 -19 -19 12 1.168 52 10 1.242
2027 -20 -20 12 10 22
2028 -20 -20 12 10 22
2029 -20 -20 12 10 22
Totaal taakmutaties
122
1.223
2
2
2
1. Basisregistratie Personen (BRP): centralisering inschrijving vergunninghouders Vanwege de toename van het aantal inschrijvingen ten opzichte van de startsituatie en de gestegen kosten wordt € 3,1 miljoen ten laste van de algemene uitkering toegevoegd aan de decentralisatie-uitkering.
Voorstel voor verwerking: budget verlagen (structureel). 2. Kinderopvang pleegouders Vanaf is 2025 structureel € 2,5 miljoen beschikbaar voor de vergoeding van bijzondere kosten aan pleegouders in het vrijwillig kader. Dit zal ook gepaard gaan met een wijziging van de Regeling Jeugdwet. Voorstel voor verwerking: budget ophogen (structureel). 3. Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo In de Voorjaarsnota 2023 is besloten dat het abonnementstarief in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015 wordt afgeschaft en dat in de plaats daarvan vanaf 2026 de inkomensen vermogensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo opnieuw wordt ingevoerd. Hiervoor wordt het wetsvoorstel Vervanging abonnementstarief Wmo 2015 voorbereid. De inwerkingtreding van deze wet is nu voorzien per 1 januari 2027 in plaats van per 1 januari 2026. Dat betekent dat de besparing van € 225 miljoen voor het jaar 2026, die in de Voorjaarsnota 2023 in het gemeentefonds is verwerkt, vervalt en weer wordt toegevoegd aan de Algemene uitkering. Voorstel voor verwerking: budget ophogen (incidenteel). 4. Wmo hulpmiddelen Het scheiden van wonen en zorg in de Wet langdurige zorg (Wlz) leidt bij gemeenten tot meerkosten. Bepaalde hulpmiddelen die bij zorg met verblijf vanuit de Wlz worden gefinancierd, worden bij andere leveringsvormen vanuit de Wmo gefinancierd. De meerkosten van gemeenten worden gedekt vanuit de Wlz.
Voor 2025 zijn in de Voorjaarsnota 2024 reeds middelen overgeboekt naar het gemeentefonds. In 2026 gaat het om een totaalbedrag van € 10 miljoen. Voorstel voor verwerking: budget ophogen (incidenteel). 5. Aanpassing regeling dienstverlening aan huis Vanaf 1 januari 2026 valt het persoonsgebonden budget (pgb) niet meer onder de Regeling Dienstverlening Aan Huis (RDAH). Dit betekent dat pgb-budgethouders, afhankelijk van het type arbeidscontract, zowel de premieafdrachten als de doorbetalingen bij ziekte binnen hun pgb-budget moeten bekostigen. In sommige gevallen kan dit ertoe leiden dat het pgb-budget van de budgethouder niet toereikend is, en dat de budgethouder ook niet de ruimte ervaart om de zorgvraag aan te passen. Hiervoor is vanaf 2026 structureel € 1,8 miljoen beschikbaar.
1
Voorstel voor verwerking: budget ophogen (structureel). 6. IBO problematische schulden Het kabinet voert een pakket aan maatregelen in om problematische schulden fundamenteel aan te pakken. Dit pakket is gebaseerd op het basispakket uit het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Problematische schulden. Voor 2025 worden voor het onderdeel: ‘vroegsignalering’ middelen overgemaakt naar het gemeentefonds. Het gaat om een totaalbedrag van € 18,7 miljoen.
Voorstel voor verwerking: budget ophogen (incidenteel). Decentralisatie- en integratie-uitkeringen x € 1.000
Decentralisatie-uitkeringen 1. Maatschappelijke opvang en OGGz (DU) 2. Vrouwenopvang (DU) 3. Voorschoolse voorziening peuters (DU) 4. Jeugdhulp kinderen in een AZC (DU) 5. Nationaal Actieplan Dakloosheid (DU) 6. Armoedebestrijding kinderen (DU) 7. Invoerings/uitvoeringskosten Omgevingswet (DU) 8. Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (DU) 9. Antidiscriminatie voorzieningen (DU) 10. Maatschappelijke begeleiding (DU) 11. Einde lening inburgeringsplicht (DU) 12. Alleenverdienersproblematiek (DU) 13. Impulsbudget sociale infrastructuur (DU) Totaal Decentralisatie-uitkeringen Integratie-uitkeringen Sociaal domein 14. Beschermd Wonen (IU) 15. Participatie (IU) Totaal Integratie-uitkeringen Sociaal domein Totaal DU's en IU's
2025 16 2 1 6 5 345 57 15 2 3 178 318 948
2026 16 2 1 6 5 15 15 286 346
2027 16 2 1 6 5 15 286 331
2028 16 2 1 6 5 15 286 331
2029 16 2 1 6 5 15 286 331
1.059 845 1.904 2.852
1.059 854 1.913 2.259
1.059 863 1.922 2.253
1.059 906 1.965 2.296
1.059 853 1.912 2.243
1. Maatschappelijke opvang en Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (DU) De verdeling van de middelen maatschappelijke opvang ten opzichte van de septembercirculaire 2024 is veranderd als gevolg van het gebruik van actuelere basisgegevens voor de maatstafaantallen.
Voorstel voor verwerking: budget ophogen (structureel). 2. Vrouwenopvang (DU) De verdeling van de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang is vanaf uitkeringsjaar 2025 aangepast door actualisatie van de maatstaven woonruimten, regionale centrumfunctie en omgevingsadressendichtheid.
Voorstel voor verwerking: budget ophogen (structureel). 3. Voorschoolse voorzieningen peuters (DU) De decentralisatie-uitkering voorschoolse voorzieningen peuters heeft als doel dat alle peuters, zonder recht op kinderopvangtoeslag of voorschoolse educatie, naar een voorschoolse voorziening kunnen gaan. De decentralisatie-uitkering voorschoolse voorzieningen is voor 2025 geactualiseerd met de voluminastanden van uitkeringsjaar 2024 (in de gemeentelijke indeling van 2025).
Voorstel voor verwerking: geen aanpassing budget benodigd. 4. Jeugdhulp kinderen in een AZC (DU) Vanaf 2019 zijn gemeenten volledig verantwoordelijk voor de organisatie en financiering van jeugdhulp, inclusief de jeugd-ggz, aan kinderen in een asielzoekerscentrum (AZC). Hiervoor is structureel € 5,1 miljoen beschikbaar.
Voorstel voor verwerking: budget ophogen (structureel). 5. Nationaal actieplan dakloosheid (DU) De verdeling van de decentralisatie-uitkering Nationaal actieplan dakloosheid is geactualiseerd.
Voorstel voor verwerking: budget ophogen (structureel).
2
6. Armoedebestrijding kinderen (DU) Jaarlijks vindt in de meicirculaire actualisatie plaats van de verdeling van de decentralisatieuitkering armoedebestrijding kinderen voor het jaar t+1 en verder. De middelen worden verdeeld op basis van CBS-gegevens over kinderen met een kans op armoede.
Voorstel voor verwerking: budget ophogen (structureel). 7. Uitvoeringskosten Omgevingswet (DU) De financiële middelen vanuit het Coalitieakkoord (CA) van het kabinet-Rutte IV worden ingezet voor het bereiken van de doelen van de Omgevingswet. Met het uitkeren van € 80,7 miljoen in 2025 kunnen de ontvangende partijen in hun transitie ervoor zorgdragen dat ze aangesloten, geoefend en ingeregeld zijn en voldoen aan de in de Omgevingswet gestelde eisen. Er volgt nog een stelselevaluatie, waarbij de daadwerkelijk gemaakte kosten in kaart worden gebracht. De gemeenten ontvangen een uitkering op basis van een vast bedrag (15 procent van het totaal), het aantal inwoners (60 procent) en landoppervlak (25 procent).
Voorstel voor verwerking: budget ophogen (incidenteel). 8. Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (DU) Op 15 mei 2023 is de wetswijziging van de Wet basisregistratie personen (Wbrp) in werking getreden waarbij wordt voorzien in een taak voor de minister van BZK om colleges van burgemeester en wethouders te ondersteunen bij het onderzoek of een persoon als ingezetene in de BRP op een adres in de gemeente dient te worden ingeschreven en bij het onderzoek naar de juistheid van de gegevens betreffende het adres van een ingezetene in de BRP. Deze aanpak staat bekend onder de naam Landelijke Aanpak Adreskwaliteit en beoogt de adreskwaliteit in de BRP te verbeteren. Deze wetswijziging leidt tot meer werk bij gemeenten. Net als in 2024 wordt hiervoor in 2025 € 2,9 miljoen beschikbaar gesteld. Dit bedrag is gebaseerd op de impactanalyse van de VNG en de verwachting dat gemeenten ca. 22.000 signalen kunnen verwerken. De verdeelsleutel bestaat uit een startbedrag van € 1.500 per gemeente (waarmee het voor elke gemeente mogelijk is om kwaliteits-bevorderende maatregelen te nemen) en een vergoeding op basis van te verwachten signalen per gemeente (het zogenaamde potentieel). Deze verdelingssystematiek wordt over 1 jaar geëvalueerd.
Voorstel voor verwerking: budget ophogen (incidenteel). 9. Gemeentelijke anti discriminatie voorzieningen (DU) Gemeenten en hun antidiscriminatievoorzieningen (ADV’s) werken samen als het gaat om de preventie van discriminatie op lokaal niveau. Voor de kerntaken van de ADV’s krijgen gemeenten sinds 2009 structureel geld via de algemene uitkering van het gemeentefonds. Net als in 2024 krijgen gemeenten in 2025 en 2026 middelen om méér aan preventie te kunnen doen. Hiervoor is in 2025 en 2026 jaarlijks € 2,5 miljoen beschikbaar. De middelen worden verdeeld op basis van een vast bedrag per inwoner van € 0,14.
Voorstel voor verwerking: budget ophogen (incidenteel). 10. Maatschappelijke begeleiding (DU) Conform artikel 18 van de Wet inburgering 2013 voorziet de gemeente in de maatschappelijke begeleiding van inburgeringsplichtige asielmigranten en hun gezinsleden. Gemeenten ontvangen hiervoor in 2025 in totaal € 263.070 (111 personen * € 2.370). De peildatum voor het aantal personen is 6 februari 2025. Voorstel voor verwerking: geen aanpassing budget benodigd. 11. Einde lening inburgeringsplicht (ELIP) (DU) In het bestuurlijk overleg van april 2020 zijn tussen de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de VNG afspraken gemaakt over het ondersteunen van de zogenaamde ELIPs. Dit zijn inburgeraars die hun lening voor de inburgering (vrijwel) volledig hebben uitgeput, maar nog steeds inburgeringsplichtig zijn. In het besluit Inburgering is nu opgenomen dat gemeenten inburgeraars die onder de ELIP definitie gerekend worden, hulp en begeleiding kunnen aanbieden. Via een decentralisatie-uitkering worden hiertoe middelen aan gemeenten beschikbaar gesteld voor begeleiding en het in een beperkt aantal gevallen financieel ondersteunen van ELIPs bij het betalen van extra cursusuren of examengelden. Voor deze decentralisatie-uitkering is € 1 miljoen in 2025 beschikbaar.
De middelen worden over de gemeenten verdeeld op basis van het aantal ELIPs per gemeente, gemeten op basis van de cijfers van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) per 1 januari 2025. Voorstel voor verwerking: budget ophogen (incidenteel).
3
12. Alleenverdienersproblematiek (DU) Gemeenten kunnen huishoudens die getroffen zijn door de alleenverdienersproblematiek individuele bijzondere bijstand bieden. Deze decentralisatie-uitkering maakt dit mogelijk. Er is voor de alleenverdienersproblematiek voor 2025 een bedrag van € 25,4 miljoen beschikbaar. Verder is er een nabetaling van € 2,1 miljoen voor 2023. Op basis van de Wet tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek verstrekken gemeenten in de periode 2025-2027 een vaste tegemoetkoming aan alleenverdienershuishoudens die door een ongunstige samenloop van regelingen te weinig toeslagen ontvangen en hierdoor een inkomen onder het bestaansminimum hebben. Gemeenten ontvangen voor de uitvoering van deze regeling middelen op basis van de hoogte van de tegemoetkoming voor dat jaar (inclusief verschuldigde eindheffing), het verwachte aantal rechthebbende huishoudens in de gemeente en uitvoeringskosten. Het aantal verwachte rechthebbende huishoudens per gemeente is mede gebaseerd op een analyse door de Belastingdienst. Gemeenten ontvangen, indien nodig, twee jaar later een aanvullend budget als op basis van definitieve inkomensgegevens het aantal rechthebbende huishoudens hoger blijkt dan nu verwacht. Voorstel voor verwerking: budget ophogen (incidenteel). 13.
Impulsbudget sociale infrastructuur (DU) NIEUW Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de inrichting van de sociale infrastructuur en daarbij behorende doelen ten aanzien van het ondersteunen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Vanaf 2025 tot en met 2034 is er (impuls)budget beschikbaar om de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven te versterken. De inrichting van een toekomstbestendige sociale infrastructuur vereist vaak een regionale aanpak, daarom worden de middelen uitgekeerd aan samenwerkingsverbanden rondom sociaal ontwikkelbedrijven. Het impulsbudget betreft tijdelijke middelen voor een periode van 10 jaar. In 2025 is € 35 miljoen beschikbaar. In de periode 20262030 is jaarlijks € 31,5 miljoen beschikbaar. Daarna bouwt dit af naar € 19,8 miljoen in 2034
Voorstel voor verwerking: budget ophogen (structureel). 14. Beschermd wonen (IU) De omvang van de integratie-uitkering Beschermd wonen wijzigt als gevolg van de toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2025. Dit bedrag is over de centrumgemeenten verdeeld naar rato van de huidige verdeling van deze uitkering.
Voorstel voor verwerking: budget ophogen (structureel). 15. Participatie (IU) De omvang van de integratie-uitkering Participatie wijzigt als gevolg van de toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2025 (€ 102,4 miljoen in 2025, aflopend naar € 84,9 miljoen in 2030). Daarnaast zijn er twee beleidsmatige toevoegingen: een nieuw structureel budget voor de sociale infrastructuur en een incidentele compensatie voor de afschaffing van het lage-inkomensvoordeel voor gedetacheerden in de Wet sociale werkvoorziening (Wsw). De verdeling van de bedragen per gemeente wijzigt doordat de verdeelsleutels worden bijgewerkt op basis van de meest recente cijfers. De Wsw-verdeling vanaf 2025 is geactualiseerd met de realisaties van het gemiddeld aantal dienstbetrekkingen (gemeten in standaardeenheden (SE) per laatst betalende gemeente) in 2024 en de blijfkansen voor de jaren 2025 tot en met 2030. De beschut werk-verdeling wijzigt door aanpassing van de drempelbedragen. De drempelbedragen geven weer wat het gemiddelde bedrag is dat in het betreffende jaar beschikbaar is voor de begeleiding van beschut werk. Iedere gemeente ontvangt ten minste het drempelbedrag. De drempelbedragen zijn in deze circulaire aangepast vanwege de loon- en prijsbijstelling, en de beleidsmatige oploop. Het drempelbedrag voor 2025 is € 12.485.
Door het gebruik van historische cijfers blijft het basisaandeel van individuele gemeenten in het verdeelmodel beschut werk ongewijzigd. Het wegvallen van het lage-inkomensvoordeel (LIV) in de sociale werkvoorziening wordt voor gedetacheerde werknemers in de Wsw gecompenseerd door het loonkostenvoordeel banenafspraak structureel beschikbaar te stellen. De wet die dit regelt, de Wet vereenvoudiging banenafspraak, gaat later in dan bij de vaststelling van de compensatie werd verwacht. Naar verwachting treedt de wet in werking op 1 januari 2026. Daarom wordt voor 2025 eenmalig € 8,9 miljoen toegevoegd aan de Rijksbijdrage Wsw, bovenop de reeds aangekondigde compensatie voor de afschaffing van het lage-inkomensvoordeel. Dit bedrag is op dezelfde manier berekend en wordt op dezelfde manier verdeeld als de structurele LIV-compensatie voor Wsw-werknemers met een interne plaatsing. De compensatie betreft per
4
volledige dienstbetrekking (standaardeenheid van 36 uur per week en gewogen naar arbeidsbeperking) op een detachering op basis van de Wsw een bedrag van € 400. Aangezien het Wsw-macrobudget binnen de IU Participatie over alle volledige dienstbetrekkingen wordt verdeeld, interne plaatsingen én detacheringen, is het bedrag per plek interne plaatsing (€ 400) omgerekend naar een bedrag per volledige dienstbetrekking. De omrekening komt uit op € 240 voor een volledige dienstbetrekking.
Voorstel voor verwerking: budget ophogen (structureel).
5