CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Toelichting op coronacompensatie, taakmutaties en DU-IU-SU

Commissie Algemeen 14 juni 2022, gemeente DelftBij agendapunt: Kaderbrief 20223.449 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

4734898 Bijlage 1 Toelichting op coronacompensatie, taakmutaties en DU/IU/SU In de decembercirculaire wijzigt de uitkering uit het gemeentefonds ten opzichte van de septembercirculaire. In alle jaren is het saldo van de mutaties positief.. Uitkering Gemeentefonds Decembercirculaire 2021 Stand Gemeentefonds Septembercirculaire 2021

2021 222.982

w.v. Eigen middelen

-17.519

-17.829

-17.831

-17.822

-17.840

w.v. Klassiek domein

99.154

101.322

100.846

100.590

101.370

w.v. Sociaal domein

141.347

144.802

134.178

133.747

134.593

-98 1.950 819 97 2.768 225.750

213 179 943 1.335 229.630

-18

-18

-18

931 913 218.106

910 892 217.407

918 900 219.023

* € 1.000

2022 228.295

2023 217.193

2024 216.515

2025 218.123

Decembercirculaire 2021 1. 2. 3. 4.

Algemene mutaties (accres, maatstaven) 7e Corona steunpakket Taakmutaties Integratie- en decentralisatie-uitkeringen Totaal mutatiesDecembercirculaire 2021 Gemeentefonds na Decembercirculaire 2021

1. Algemene mutaties Algemene mutaties hebben betekenis voor de financiële ruimte van de gemeente, zonder dat sprake is van veranderingen in het takenpakket. In de decembercirculaire zijn de algemene mutaties beperkt in omvang en worden veroorzaakt door bijstelling van maatstaven (hoeveelheidsverschillen), gewichten van de maatstaven en de uitkeringsfactor. 2. 7e Corona steunpakket Dit zijn algemene dekkingsmiddelen die gestort worden in de reserve Maatregelen coronacrisis. Bestedingsvoorstellen worden gedaan met inachtneming van het handelingsperspectief. * € 1.000

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

2021 140 98 270 497

Coronacompensatie (AU) Continuïteit van zorg: meerkosten jeugd Continuïteit van zorg: meerkosten Wmo Lokaal cultuuraanbod Inkomstenderving gemeenten 2020 (DU) Gemeenteraadsverkiezingen (DU) Maatschappelijke opvang en OGGz (DU) Vrouwenopvang (DU) Beschermd Wonen (IU) Participatie (IU) Totaal mutaties

2022

2023

2024

2025

179 561 5 95 284 1.950

179

1. en 2. Continuïteit van zorg: meerkosten jeugd en Wmo De VNG en het Rijk hebben afgesproken dat meerkosten binnen het sociaal domein (Jeugdwet en Wmo) als gevolg van de coronapandemie in 2021 door het Rijk worden gecompenseerd. In opdracht van de ministeries van VWS, FIN, BZK en de VNG is een onderzoek naar de omvang van de totale meerkosten in het sociaal domein uitgevoerd. Op basis van dit onderzoek is de totale hoogte van de compensatie met betrekking tot de Jeugdwet en Wmo 2015 in het bestuurlijk overleg tussen VWS en VNG van 7 oktober jl. gezamenlijk vastgesteld op € 136,1 miljoen. Deze compensatie betreft een afrondende afspraak voor meerkosten over 2021. Een deel van het bedrag is als volgt toegevoegd aan de algemene uitkering van het gemeentefonds:  € 26,2 miljoen aan het cluster Jeugd.  € 20,8 miljoen aan het cluster Maatschappelijke ondersteuning.

1

4734898 De overige € 89,1 miljoen wordt verdeeld over de decentralisatie-uitkeringen Maatschappelijke opvang en Vrouwenopvang en de integratie-uitkering Beschermd wonen. Ook komt er een regeling voor de meerkosten in de Jeugdwet en Wmo 2015 in 2022. Op het moment van de vaststelling van de compensatie voor 2021 was echter niet voorzien in nieuwe beperkende maatregelen, welke 12 november jl. zijn aangekondigd. Het Rijk en de VNG hebben afgesproken de eventuele extra meerkosten die hier uit voortvloeien te betrekken bij de compensatie 2022. NB: er ligt een meerkostenregeling in de regio, die aangeeft dat aanbieders hun meerkosten kunnen factureren en dat gemeenten uitkeren tot maximaal het ontvangen bedrag vanuit het rijk. In april/mei 2022 zal de hoogte waarvoor zij declareren meelopen in de jaarrekeningcijfers. 3. Lokaal cultureel aanbod De gemeenten ontvangen € 41,6 miljoen voor het in stand houden van de lokale en regionale cultuur in 2021. De verdeling van deze middelen over de gemeenten is in deze circulaire verwerkt. Dit komt bovenop de aan de gemeenten voor de eerste helft van 2021 verstrekte € 50 miljoen voor de instandhouding van de lokale en regionale cultuur. 4. Inkomstenderving gemeenten (DU) In het Bestuurlijk overleg financiële verhoudingen van 7 april jl. is afgesproken dat gemeenten reële compensatie ontvangen voor de derving van inkomsten door covid-19 in 2020.

De compensatie betreft de volgende posten: toeristenbelasting, parkeerbelasting, terrasprecario- en reclamebelasting, marktgelden, evenementenleges, havengelden en kwijtschelding / oninbaar verklaren lokale heffingen als gevolg van corona. De compensatie vindt plaats op basis van het verschil tussen begrote en gerealiseerde inkomsten, waarbij eventuele meevallers ten opzichte van de begroting worden gesaldeerd met de derving. Gemeenten ontvangen geen compensatie voor gemiste inkomsten indien dit voortkomt uit eigen beleid. Vooruitlopend op deze afrekening hebben gemeenten in 2020 een voorschot ontvangen van in totaal € 245 miljoen. Gemeenten hoeven een eventueel teveel ontvangen voorschot niet terug te betalen. De middelen voor de inkomstenderving worden beschikbaar gesteld via een decentralisatie-uitkering. Gemeenten zullen ook over 2021 compensatie van de inkomstenderving ontvangen. U zult in de eerste helft van volgend jaar meer informatie over het proces ontvangen. 5. Gemeenteraadsverkiezingen (DU) Het kabinet stelt € 30,38 miljoen voor 2022 beschikbaar om gemeenten te compenseren voor de extra kosten die zij moeten maken bij het organiseren van de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2022 gezien de huidige epidemiologische situatie.

De extra kosten hangen onder meer samen met het huren van locaties en het inhuren van stembureauleden voor het vervroegd stemmen op de maandag en dinsdag voorafgaand aan de reguliere dag van stemming, met aanvullende kosten voor de inrichting van stemlokalen, en met het mogelijk moeten huren van alternatieve locaties die in de coronacrisis beter geschikt zijn om als stemlokaal in te richten. Het bedrag wordt uitgekeerd in de vorm van een decentralisatieuitkering en verdeeld op basis van het aantal kiesgerechtigden per gemeente. Daarbij is een gedifferentieerd bedrag per kiesgerechtigde naar gemeenteomvang gehanteerd. 6. Maatschappelijke opvang en OGGz (DU) Aan de decentralisatie-uitkering Maatschappelijke opvang wordt in 2021 een bedrag van € 80,8 miljoen toegevoegd. De verdeling vindt plaats naar rato van de aandelen van de centrumgemeenten in het objectieve verdeelmodel. Daarnaast wijzigt de verdeling van de decentralisatie-uitkering door de actualisatie van de maatstaf uitkeringsontvangers (drempel).

2

4734898 7. Vrouwenopvang (DU) Aan de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang wordt in 2021 een bedrag van € 0,3 miljoen toegevoegd. De verdeling vindt plaats naar rato van de aandelen van de centrumgemeenten in het objectieve verdeelmodel. 8. Beschermd wonen Aan de integratie-uitkering Beschermd wonen wordt in 2021 een bedrag van € 8 miljoen toegevoegd. De verdeling vindt plaats naar rato van de aandelen van de centrumgemeenten in het historische verdeelmodel. 9. Participatie Eerder heeft het kabinet de gemeenten, voor de periode van 1 maart tot 31 december 2020, € 140 miljoen verstrekt voor het opvangen van de exploitatietekorten van de Sociale Werkbedrijven. Het kabinet stelt voor ditzelfde doel aanvullend € 45 miljoen beschikbaar voor de periode van 1 januari 2021 tot 1 oktober 2021. Het bedrag is toegevoegd aan de integratie-uitkering Participatie, via een verhoging van de Rijksbijdrage Wsw. In de septembercirculaire 2021 was reeds een bedrag van € 35 miljoen aangekondigd. Daar is de gereserveerde € 10 miljoen, waarover ook wordt gesproken in de septembercirculaire 2021, aan toegevoegd. Hiermee is ook het laatste gedeelte van de aangekondigde steun verleend. 3. Taakmutaties Dit zijn mutaties die corresponderende gevolgen hebben voor inkomsten of uitgaven van de gemeente. De mutaties kunnen leiden tot aanpassing van budgetten (zie spelregel 12 van de Begrotingsregels).

Specificatie Algemene uitkering

* € 1.000

2021 -40 -40 101

Taakmutaties 1. Digitale voorzieningen (GDI, Mijn overheid, Digid en BSN) Taakmutaties: uitname 2. Jeugdhulp 3. Salarislasten zorgdomein (jeugd) 4. Salarislasten zorgdomein (wmo) 5. Versterking dienstverlening gemeenten 5.1 Robuust rechtsbeschermingssysteem 5.2 Versterking ondersteuning wijkteams 5.3 Impuls integraal werken 5.4 Systeemleren 6. Kwaliteitsborging bouw- en woningtoezicht Taakmutaties: uibreiding takenpakket Totaal taakmutaties

2022

2023

2024

2025

217 197

214 197

214 198

215 202

142 291 231 32 62 859

149 307 39 34

160 305 21 34

160 304

161 306

34

34

943

931

910

918

819

943

931

910

918

1. Digitale voorzieningen (GDI, Mijn Overheid en BSN) In het Bestuurlijk overleg financiële verhoudingen van 23 mei 2018 is afgesproken dat de doorbelasting van de niet-transactiegerichte voorzieningen in de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) voor gemeenten via een uitname uit de algemene uitkering van het gemeentefonds verloopt. De uitname bedraagt voor 2021 € 2,492 miljoen. Eind 2017 hebben de VNG en het ministerie van BZK afgesproken dat de doorbelasting van DigiD en MijnOverheid via de algemene uitkering uit het gemeentefonds verloopt. Voor 2021 wordt een bedrag van € 4,215 miljoen uitgenomen. In het gebruikersoverleg BSN (Beheer Burgerservicenummer) van 26 juni 2020 is met de VNG afgesproken dat vanaf 2020 het gemeentelijke gebruik voor de BSN wordt doorbelast via een uitname uit het gemeentefonds. De bijdrage voor 2021 betreft € 0,02 miljoen. 2. Jeugdhulp In mei 2019 hebben de VNG en het Rijk afspraken gemaakt over de inrichting van een subsidieregeling continuïteit cruciale jeugdzorg met een looptijd tot eind december 2021. 3

4734898 Hiertoe is destijds € 20 miljoen vanuit de € 420 miljoen aan tijdelijke extra middelen Jeugdhulp voor gemeenten apart gehouden op de begroting van het ministerie van VWS. Via de subsidieregeling kunnen aanbieders van cruciale jeugdhulp tijdelijke liquiditeitssteun ontvangen indien dit noodzakelijk is om continuïteit van zorg te garanderen. Er is afgesproken dat de middelen na afloop van de subsidieregeling weer worden toegevoegd aan het gemeentefonds. Momenteel is nog € 18,9 miljoen beschikbaar in de subsidieregeling continuïteit cruciale jeugdzorg. Het overige deel, € 1,1 miljoen, is momenteel als liquiditeitssteun uitgekeerd. In deze circulaire wordt de nog beschikbare € 18,9 miljoen toegevoegd aan het jeugdhulpbudget voor het jaar 2021. De resterende € 1,1 miljoen wordt op een later moment - na terugbetaling door de aanbieders - teruggestort in het gemeentefonds. Overigens wordt momenteel gewerkt aan verlenging van de subsidieregeling voor één jaar. Ter overbrugging is € 5 miljoen op de begroting van het ministerie van VWS gereserveerd. Begin 2022 vindt overleg plaats tussen het Rijk en VNG over het eventueel ophogen van de financiële middelen voor de subsidieregeling. Hierover volgt naar verwachting meer informatie in de meicirculaire 2022. 3. en 4.

Salarislasten zorgdomein (jeugd en Wmo) De Tweede Kamer heeft op 16 september 2021 de motie Hijink/Bikker aangenomen over het vrijmaken van extra financiële middelen voor zorgsalarissen. Bij de brief van 23 september jl.17 heeft het kabinet aangegeven een bedrag van € 675 miljoen beschikbaar te stellen om de zorgsalarissen in het midden van het loongebouw extra te verhogen. Het kabinet stelt vanaf 2022 structureel € 94 miljoen beschikbaar aan gemeenten, opdat zij de financiële middelen hebben om de stijging van de zorgsalarissen in het sociaal domein mogelijk te kunnen maken. Het grootste deel van deze € 94 miljoen, € 80 miljoen, landt in de algemene uitkering. Het overige structurele bedrag van € 14 miljoen zullen gemeenten in het voorjaar bij de verwerking van de reguliere loon- en prijsbijstelling voor Beschermd Wonen ontvangen. 5. Versterking dienstverlening gemeenten In de reactie van het kabinet van 15 januari 2021 op het rapport Ongekend onrecht van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) is toegelicht dat naast de hersteloperatie voor getroffen ouders en kinderen, ook maatregelen nodig zijn die structureel tot brede verbeteringen in beleid en uitvoering moeten leiden. Onderdeel hiervan is het versterken van de dienstverlening bij alle onderdelen van de overheid, waaronder de gemeenten.

Het kabinet heeft besloten voor het versterken van de dienstverlening bij gemeenten en het extra ondersteunen van mensen in kwetsbare posities voor de periode tot en met 2027 € 150 miljoen per jaar beschikbaar te stellen. Het Rijk kan zich voorstellen dat de transitie niet in deze periode kan worden voltooid en zal daarom vroegtijdig met de VNG het gesprek aangaan over de periode na 2027. Om de dienstverlening bij gemeenten te versterken en mensen in kwetsbare posities extra te ondersteunen heeft de VNG een visiedocument opgesteld met daarin activiteiten die met name inzetten op het vergroten van de menselijke maat in de dienstverlening, ontwikkeling van professionals en systematisch leren, zodat waar nodig structurele verbeteringen op zowel rijksniveau als gemeentelijk niveau worden doorgevoerd. Het visiedocument van de VNG is langs acht actielijnen uitgewerkt. De acht actielijnen zijn: 1. Digitale dienstverlening: voor 2021 en 2022 geen middelen via het gemeentefonds. Voor de jaren daarna wordt de uitkeringswijze nog bezien. 2. Robuust rechtsbeschermingssysteem: € 23 miljoen via de algemene-uitkering. 3. Systeemleren en stedelijke vernieuwing: € 5 miljoen via de algemene-uitkering voor systeemleren tot en met 2027 en € 5 miljoen via een decentralisatie-uitkering aan de stedelijke vernieuwingsgebieden voor de jaren 2021 en 2022. 4.

Versterking ondersteuning wijkteams: € 45 miljoen via de algemene-uitkering. 5. Impuls integraal werken: € 36 miljoen via de algemene-uitkering. 4

4734898 6. Toekomstscenario’s Kind- en gezinsbescherming: geen middelen in 2021. Meer informatie over de verdeling van de middelen voor 2022 en verder volgt in de meicirculaire 2022. 7. Risicovol verward gedrag: € 10 miljoen via een decentralisatie-uitkering. 8. Programmatische ondersteuning van gemeenten: De middelen worden via de begroting van het ministerie van BZK aan de VNG ter beschikking gesteld. De VNG bepaalt samen met gemeentelijke dienstverleningskoepels en andere partijen de besteding van de middelen voor de collectieve ondersteuning van gemeenten. Voor de algemene uitkering gaat het in 2021 om een bedrag van € 109 miljoen. De vier actielijnen die relevant zijn voor Delft zijn hieronder toegelicht. 5.1 Robuust rechtbeschermingssysteem Het is belangrijk dat mensen dichtbij ondersteuning hebben om de weg te vinden en hun recht te kunnen halen, bijvoorbeeld wanneer ze verdwalen tussen uitvoeringsinstanties. Er is bij het ministerie van JenV een programma rechtsbijstand waarin met partners wordt gewerkt aan een stelselvernieuwing. Mede in opvolging van de POK wordt gewerkt aan een robuust rechtsbeschermingsstelsel dicht bij de burger. Gemeenten zijn daarin belangrijke partners. De resultaten van de aanpak door gemeenten zijn: 1.

Toegang versnellen: inwoners hebben sneller en makkelijker toegang tot voorzieningen en rechtsbescherming en verdwalen niet langer tussen uitvoeringsinstanties. 2. Betere gemeentelijke juridische dienstverlening: voor inwoners is voldoende juridische ondersteuning beschikbaar, zowel in de vorm van eerstelijns juridische ondersteuning als in de versterking van de gemeentelijke ombudsfunctie. 3. Pilots robuuste rechtsbescherming: kennis over effectieve rechtsbescherming wordt door gemeenten hergebruikt. Gemeenten hoeven niet elk het wiel zelf uit te vinden. In pilots zijn effectieve (nieuwe) werkwijzen voor rechtsbescherming ontwikkeld, gemeenten zijn ondersteund in het in gebruik nemen van die werkwijzen en gemeenten leren van elkaar. Om gemeenten in staat te stellen om, langs bovenstaande lijnen samen met juridische partners, meer robuuste rechtsbescherming voor hun inwoners te organiseren, stelt het kabinet voor zowel 2021 als 2022 een bedrag van € 23 miljoen beschikbaar en voor 2023 tot en met 2027 een bedrag van € 25 miljoen per jaar beschikbaar.

5.2 Versterking ondersteuning wijkteams Voor de versterking ondersteuning wijkteams heeft het kabinet voor de jaren 2021 tot en met 2025 € 45 miljoen per jaar en voor de jaren 2026 en 2027 een bedrag van € 50 miljoen per jaar beschikbaar gesteld ter compensatie van de extra uitgaven die gemaakt worden om de toegang van cliënten tot de gemeentelijke dienstverlening en ondersteuning in de komende jaren stap voor stap structureel te verbeteren. Dit betekent dat voor de sociale wijkteams extra uitvoeringscapaciteit beschikbaar komt, om de coördinatie tussen de verschillende soorten van hulpverlening in het sociaal domein te verbeteren. 5.3. Impuls integraal werken Als onderdeel van het versterken van de gemeentelijke dienstverlening stelt het kabinet € 36 miljoen in 2021, € 6 miljoen in 2022 en € 3 miljoen in 2023 beschikbaar, waarmee gemeenten een impuls kunnen geven aan het ontwikkelen van een integrale dienstverlening. Voor de aanpak van meervoudige problematiek in het sociaal domein krijgen gemeenten incidenteel deze extra middelen om methoden voor integraal werken te ontwikkelen en geleerde lessen beter met elkaar te delen. 5.4. Systeemleren Om de dienstverlening in gemeenten daadwerkelijk en structureel te kunnen verbeteren is het van belang dat de dienstverlening plaatsvindt in een ‘lerende uitvoeringspraktijk’.

Binnen de gemeentelijke uitvoering moet er ruimte zijn om te reflecteren op het eigen handelen in de dienstverlening aan inwoners. Gemeenten moeten kunnen leren van de fouten en knelpunten in hun uitvoeringspraktijk en kunnen leren van elkaar, zodat de gemeentelijke dienstverlening aan inwoners in kwetsbare posities continu kan worden verbeterd. Het uiteindelijke doel daarbij is de kwaliteit van de dienstverlening aan de meest kwetsbare burgers te verhogen en zo in de gemeente een betere en veiligere leefomgeving te laten ontstaan.

5

4734898 De projectmatige capaciteit om de ‘lerende uitvoeringspraktijk’ in de gemeente vorm te geven, is nog niet in alle gemeenten beschikbaar. Het is wenselijk dat er in alle gemeenten ruimte is om het systeemleren in te richten. Deze capaciteit kan worden aangewend om aan te sluiten bij het kennisen leernetwerk van het programma Leefbaarheid en Veiligheid en de lessen uit dat programma te vertalen naar de eigen gemeente. Hiervoor stelt het kabinet voor 2021 tot en met 2027 € 5 miljoen per jaar beschikbaar.

6. Kwaliteitsborging bouw- en woningtoezicht Op 1 juli 2022 treedt naar verwachting de nieuwe Wet kwaliteitsborging (Wkb) voor het bouwen in werking. De wet gaat gefaseerd in. Er wordt gestart met de eenvoudigere bouwprojecten, daarna volgen eventueel de meer complexere projecten. De Wkb heeft als doel de bouwkwaliteit en het bouwtoezicht te verbeteren door inschakeling van private kwaliteitsborgers. Onder de Wkb zullen kwaliteitsborgers zorgdragen voor het voldoen aan de bouwtechnische regels. Deze taken vervallen hiermee bij gemeenten die overigens wel het bevoegd gezag blijven houden. Tegelijkertijd wijzigen bepaalde taken en krijgen gemeenten er extra taken bij, zoals registratie en beoordeling van de Wkb-meldingen. Hieronder vallen onder andere bouwmeldingen en gereed meldingen en informatieverstrekking van de start en einde van bouwwerkzaamheden. Voor de noodzakelijke voorbereidingen die de gemeenten nog moeten treffen tot de inwerkingtreding van de Wkb ontvangen gemeenten in 2021 een initiële bijdrage van € 10 miljoen. 4. DU/IU Onderdeel van het Gemeentefonds zijn decentralisatie- en integratie-uitkeringen. Dit zijn uitkeringen die (nog) niet via de reguliere verdeelmaatstaven aan gemeenten worden toegekend. De middelen zijn vrij besteedbaar en er is geen verantwoording naar het Rijk benodigd zoals bij Specifieke uitkeringen.

Wel geldt dat de uitkeringen met een bepaald doel worden verstrekt en dat mutaties kunnen leiden tot aanpassing van budgetten (zie spelregel 12 van de Begrotingsregels). * € 1.000

1. 2. 3.

2021 30 17 50 97

Integratie- en decentralisatie-uitkeringen Inburgering (IU) Einde lening inburgeringsplichtig (DU) Verdiepingstraject onderwijssegregatie (DU) Totaal mutaties

2022

2023

2024

2025

-

-

-

-

1. Inburgering (IU) Aan de integratie-uitkering Inburgering wordt voor 2021 € 6,008 miljoen toegevoegd voor de kosten die gemeenten maken voor informatievoorziening in voorbereiding op het nieuwe inburgeringsstelsel (Veranderopgave Inburgering; VOI). In het bestuurlijk overleg van oktober 2021 zijn tussen het ministerie van SZW en de VNG afspraken bekrachtigd over de incidentele vergoeding die gemeenten ontvangen voor de kosten die zij maken voor de ICTvoorzieningen die gereed moeten zijn op 1 januari 2022. Het betreft hier de kosten die gemeenten maken voor de ontwikkeling naar het zogenoemde Plateau 1 van de informatievoorziening. De middelen worden beschikbaar gesteld voor het inrichten van hun eigen ICT-landschap en de bijbehorende werkzaamheden zoals het opleiden van medewerkers, het aanpassen van werkprocessen en de noodzakelijke aanpassing of aanschaf van een softwaresysteem. De verdeling voor 2022 en verder wordt geactualiseerd in de meicirculaire 2022. 2. Einde lening inburgeringstraject (DU) NIEUW In het bestuurlijk overleg van april 2020 zijn tussen het ministerie van SZW en de VNG afspraken gemaakt over het ondersteunen van de zogenaamde Einde lening inburgeringsplichtig (ELIPs). Dit zijn inburgeraars die hun lening voor de inburgering (vrijwel) volledig hebben uitgeput, maar nog steeds inburgeringsplichtig zijn.

Gemeenten zullen inburgeraars die tot deze doelgroep behoren begeleiden. Gemeenten gaan zelf over de wijze 6

4734898 van invulling van de begeleiding. Via een decentralisatie-uitkering worden middelen aan gemeenten beschikbaar gesteld voor begeleiding en het in een beperkt aantal gevallen financieel ondersteunen van ELIPs bij het betalen van extra cursusuren of examengelden. De ELIPs-groep is in de praktijk afgebakend als: “inburgeringsplichtige asielmigranten onder de Wet inburgering 2013 die nog niet aan de inburgeringsplicht hebben voldaan maar wel: - € 9.500 hebben verbruikt van hun lening (ongeacht de termijn) of; - € 7.500 hebben verbruikt van hun lening en waarvan de inburgeringstermijn binnen 12 maanden afloopt.” De middelen worden over gemeenten verdeeld op basis van het aantal ELIPs zoals volgt uit deze definitie, gemeten op basis van DUO-cijfers per 1 januari van het jaar. Voor 2021 wordt via deze circulaire een bedrag van € 3,428 miljoen beschikbaar gesteld. Over de bedragen voor de jaren 2022 – 2026 volgt meer informatie in de meicirculaire 2022. 3. Verdiepingstraject onderwijssegregatie (DU) NIEUW Zoals aangekondigd in de beleidsagenda tegen segregatie in het funderend onderwijs heeft de Gelijke Kansen Alliantie (GKA) in het kalenderjaar 2021 gemeenten uitgenodigd om een addendum op hun bestaande GKA-agenda op te stellen. Met deze gemeenten worden nietbindende afspraken gemaakt over aanvullende interventies gericht op het tegengaan van segregatie in het onderwijs.

In de lijn van bestaande GKA-agenda’s bevatten deze addenda interventies die zijn afgestemd op de lokale situatie (met behulp van onderzoek en analyses). De gemeenten Delft, Gouda en Venlo hebben in 2021 een addendum opgesteld en ontvangen ieder eenmalig een bedrag van € 50.000. In totaal gaat het om een bedrag van € 0,150 miljoen.

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11066404/2