CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Resultaten onderzoek Europese samenwerking in Delft

Commissie Economie, Financiën en Bestuur 10 april 2025, gemeente DelftBij agendapunt: Collegebrief Internationaal Beleid, inzet op EU middelen (2513142)3.619 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Resultaten onderzoek Europese samenwerking gemeente Delft 1. Inleiding Delft staat de komende jaren voor grote opgaven. De gemeente Delft heeft drie centrale opgaven gedefinieerd waar de komende jaren de focus ligt, namelijk Energietransitie, Delft-West en Innovatiedistrict Delft. Dit zijn ingewikkelde vraagstukken waar veel kennis, capaciteit en middelen voor nodig zijn om Delft uiteindelijk een mooiere stad te maken. Om deze doelen te realiseren zetten we als organisatie al in op nationale kennisdeling en regionale en nationale subsidies. Europese subsidies worden in Delft met name ingezet ten behoeve van (loopbaan-)ontwikkeling Delftenaren en tegengaan van werkloosheid (ESF-middelen) en niet specifiek voor financiering van een van de centrale opgaven. Lokaal en Europees beleid raken steeds meer met elkaar vervlochten doordat 60 tot 80 procent van alle EU-regelgeving invloed heeft op het beleid van gemeenten1. Veel gemeenten hebben tegenwoordig mensen in dienst die zich bezighouden met Europese samenwerking. De gemeente Delft had dit in het verleden ook maar de laatste jaren niet meer. Ook zijn we als gemeente bezig om onze strategie op Public Affairs en lobby te verbeteren. Vanuit dit werkplan is er behoefte om de Europese dimensie hiervan te onderzoeken. Europa is onderwerp van gesprek.

Dit roept de vraag op of we in de gemeente Delft op de hoogte zijn van de mogelijke kansen die Europa biedt en hoe we hier als organisatie op kunnen inspelen. De belangrijkste conclusies van het onderzoek zijn: 1. Afdelingen binnen de gemeentelijke organisatie zijn goed op de hoogte over de mogelijkheden van Europese kennisdeling en profilering op de thema’s mobiliteit, klimaat en energietransitie. Ook het subsidieservicepunt heeft kennis van Europese financiering en samenwerking. Op andere thema’s is deze kennis minder aanwezig omdat daar geen tijd en capaciteit voor is. 2. Er zijn steeds meer gemeenten die inspelen op Europa. Voor hen draait het vooral om kennisuitwisseling en profilering doormiddel van deelname aan Europese samenwerkingsprojecten, bezoeken van congressen, deelname aan EU-awards etc. Voor de gemeenten gaat Europa in veel mindere mate om financiering. 3. Europa gebruik je om gemeentelijke beleidsdoelen te halen. Voor de opgave Innovatiedistrict Delft liggen er kansen voor Europese samenwerking en is het interessant. De Europese beleidsdoelen hebben op dit thema raakvlakken met de Delftse agenda en de opgave Innovatiedistrict Delft is nog volop in ontwikkelingen.

1 Nederlandse gemeenten in Europa: ontwikkelingen en opgaven 2022-2030. Europavisie en strategie van de VNG

2. Europese samenwerking binnen de gemeente Delft Lokaal en Europees beleid raken steeds meer met elkaar vervlochten. Per afdeling en functies verschilt het wat voor kennis medewerkers over Europa nodig hebben. Zo is het belangrijk dat juristen kennis hebben van Europees recht en beleidsmedewerkers kennis over de bestaande beleidsdoelen en verwachte beleidsontwikkelingen en andere medewerkers over het vinden van geschikte EUsubsidies, het correct aanvragen daarvan en de administratieve afhandeling. Hoe staat het met de kennis van de medewerkers van de gemeente Delft over Europa? En kunnen we Europa meer inzetten om onze gemeentelijke doelen te verwezenlijken? Om een goed beeld hierover te vormen, zijn we in gesprek gegaan met verschillende afdelingen2. 2.1 Kennis van de organisatie over Europa Op een aantal thema’s zijn afdelingen goed op de hoogte van Europees beleid. Dit betekent dat ze op de hoogte zijn van de beleidsontwikkelingen in Europa en ook een beeld hebben van de kansen in Europa met betrekking tot financiering en kennisdeling. De thema’s die goed op de hoogte zijn van hebben zijn het subsidieservicepunt, mobiliteit, klimaat en energietransitie. Dit komt doordat de afdelingen op deze thema’s meer aan lange termijn denken doen en deze onderwerpen ook grote thema’s zijn voor de Europese Unie. Delft zit bijvoorbeeld in het CEVITAS-netwerk.

Dit is een netwerk van de Europese commissie op het gebied van duurzame mobiliteit. Het netwerk organiseert congressen over actuele onderwerpen en stand van zaken over het onderwerp. De medewerkers zien de meerwaarde van het deelnemen aan dit netwerk. Op congressen worden ook calls gepresenteerd over mobiliteit en het netwerk is nuttig voor het vinden van partners en netwerken. Op het thema mobiliteit werken ze samen met de TU Delft en doet de gemeente Delft soms mee aan Europese aanvragen als partner. Het subsidieservicepunt (SSP) faciliteert op het gebied van subsidies en adviseert en ondersteunt de beleidsafdelingen bij de aanvragen van deze financiering. Ook ondersteunen ze de administratieve processen na toekenning van aanvraag. Het SSP monitort Europese, regionale en nationale subsidies en koppelt deze met beleidsdoelen van de gemeente. De afgelopen jaren halen we structureel geld binnen van het Europees Sociaal Fonds wat wordt ingezet op het gebied van werkgelegenheid en sociale inclusie. Twee medewerkers (1.72 fte) houden zich bezig met inkomende subsidies (zowel regionaal, nationaal als Europees) en ondersteunen daarmee de gehele Delftse organisatie. Het SSP toetst vooraf welke subsidiemogelijkheden onze beleidsdoelen het beste ondersteunen met een zo groot mogelijke slagingskans en zo laag mogelijke verantwoordingslast.

Doordat de afgelopen jaren veel (incidentele of specifieke) regionale en nationale subsidies beschikbaar waren die onze beleidsdoelen goed ondersteunen en waar de slagingskans van aanvragen relatief groot en verantwoordingslast relatief laag was, is er naast het ESF niet ingezet op Europese subsidieaanvragen. In zijn algemeenheid geldt dat Europese subsidies vaak een kleinere slagingskans hebben, samenwerking met partners vereisen en een grotere verantwoordingslast kennen. Collega’s van andere afdelingen geven aan dat ze geen kennis van Europa hebben en dat ze in hun werk niet veel met Europa bezig zijn. Wel zien ze Europese subsidies en kennisuitwisseling als belangrijk aangezien dit nieuwe kennis, inspiratie en energie oplevert. Meerdere afdelingen geven aan dat ze door capaciteitsproblemen zich in de waan van de dag bevinden en ze geen tijd hebben om zich met Europa bezig te houden. Ze geven aan dat ze al regionale en nationale samenwerkingsverbanden hebben waar ze kennisdelen en dat Europese kennisdeling niet altijd nodig 2 De afdelingen die we gesproken hebben: afdeling Besturing, Juridische Zaken, Programma’s en Projecten, Financiën, Beheer

Openbare Ruimte/Uitvoering, Ruimte & Economie Advies, Regie op Uitvoering, Erfgoed en Veiligheid. Evenals de opgaveregisseurs van Energietransitie, Delft-West en Innovatiedistrict Delft.

is. Een medewerker geeft aan dat het onderhouden van regionale en nationale netwerken veel tijd kost en dat het daardoor al lastig is om deze te onderhouden. Europese netwerken of kennisdeling zijn daardoor al helemaal niet aan de orde in dat team. 2.2 Kennis van opgaven over Europa Bij de opgave energietransitie vinden ze het erg vanzelfsprekend dat je als afdeling en beleidsmedewerker met Europa bezig bent. De beleidsmedewerkers van energietransitie geven aan dat ze hun expertise op peil houden en houden ook Europese wetgeving, evenementen en kennisdeling in de gaten. Ze ervaren de Nederlandse netwerken als nuttiger dan de Europese. Ze worden soms door de TU Delft gevraagd om deel te nemen aan Europese projecten. Alleen gaan ze deze samenwerking vaak niet aan omdat het veelal onderzoeksprojecten zijn en de gemeente vooral over de uitvoering gaat. Voor de opgave Delft-West is Europa nu geen prioriteit. Subsidies kunnen nationaal en regionaal worden aangevraagd dus er is geen noodzaak voor Europese financiering. Kennisuitwisseling begint nu op gang te komen op nationaal niveau. Hier is ook al weinig tijd voor dus ook geen tijd op Europees niveau. De opgave Innovatiedistrict Delft is nog volop in ontwikkeling. Ze hebben momenteel geen beeld van Europese mogelijkheden maar staan ervoor open om zich hier meer op te focussen en denken dat dit zeker een meerwaarde heeft.

Delft is een koploper op het gebied van de kenniseconomie en een kraamkamer voor technologische ontwikkeling voor de regio. Dit is relevant voor de regio, Nederland en ook voor Europa.

3. Europese samenwerking in andere gemeenten Er zijn steeds meer gemeenten die inspelen op Europa. De afgelopen jaren heeft de Europese Unie meer beleid gemaakt voor decentrale overheden. Vooral grote gemeenten en gemeenten in grensregio’s hebben zich de afgelopen jaren steeds meer op Europa gefocust. Veel organisaties zijn er ook mee bezig zo liet de VNG een onderzoek uitvoeren over de mate van Europeanisering van gemeenten en provincies en hield de European Impact Hub een Community of Practice over een Europabewuste en bekwame organisatie3. Er is dus al veel kennis over de borging van kennis over Europese Unie in een organisatie en wat het inspelen op Europa een stad concreet oplevert. We hebben met een aantal gemeenten gepraat die vergelijkbaar zijn met de gemeente Delft op basis van inwonersaantal of universiteitssteden om meer te weten te komen over hun ervaringen met Europese samenwerking.4 Elke gemeente heeft de interne organisatie weer anders ingericht. De meeste gemeenten hebben een (informele) EU-coördinator. Afhankelijk van de grootte van de stad en de ambities wordt deze persoon ondersteunt door anderen. Zo hebben de gemeente Den Haag en Groningen beide een team Europa. De EU-coördinator fungeert als een vraagbaak voor de organisatie en aanjager van Europese samenwerking. Vaak zijn er enkele EU-subsidiemedewerkers waar ze mee samenwerken.

Andere steden zoals Breda, Leiden en Assen hebben een of twee medewerkers die fungeren als (informeel) EU-coördinator en geen team dat hen ondersteunt. Bijna alle organisaties maken gebruik van linking pins binnen de organisaties. Dit betekent dat ze bij elke afdeling een formeel of informeel aanspreekpunt hebben. Bij de gemeente Breda zijn deze aanspreekpunten per portefeuille onderdeel van het college georganiseerd. Europese samenwerking vindt plaats in projecten met Europese partners, netwerken en congressen. Volgens de gemeenten die we hebben gesproken levert hun inzet op Europese samenwerking hun stad veel voordelen zoals financiering, kennisdeling en profilering op. Ook gaan steden vaak regionaal de samenwerking aan om samen op Europees niveau op te trekken. Daar tegenover staat dat Europese samenwerking hen ook een investering vraagt op het gebied van personeelskosten en cofinanciering etc. 3.1 Samenwerking aan Europese projecten Gemeenten geven aan dat de inzet op Europese samenwerking hen mooie concrete resultaten voor de stad oplevert. In Europese projecten vindt veel kennisdeling plaats en wordt er subsidie verleent om van elkaar te leren. Kennisuitwisseling draagt bij aan de ontwikkeling van innovatieve ideeën. Zo ontwikkelden ze in Groningen een blockchain app voor ondernemers om subsidie aan te vragen5.

Samen met Europese partners ontwikkelden ze innovatieve dienstverlening en rolden ze deze over meerdere gemeenten uit. Sommige Europese projecten gaan over het maken van beleid en daar ervaringen over uitwisselen. In het project Active Cities van de gemeente Groningen testen ze met partners hoe het straatontwerp invloed heeft op de vorm van mobiliteit die inwoners kiezen.6 Hierbij vergelijken ze verschillende steden in Europa en betrekken ze inwoners en kennisinstellingen. Met het project GreenQuays ontwikkelt en test de gemeente Breda ‘groene’ technologie7. Ze ontwikkelen een verticaal ecosysteem, proberen de groei van planten te stimuleren en creëren broedruimte voor vogels in de kademuur. In dit project werkt de gemeente Breda samen met verschillende partners waaronder de TU Delft. De TU Delft werkt tijdens veel van hun Europese 3 Onderzoek naar Europeanisering van Nederlandse gemeenten en provincies: Onderzoek naar Europeanisering van

Nederlandse gemeenten en provincies | VNG; Community of Practice hoe gemeenten en provincies werken aan Europese kansen: https://europeanimpacthub.nl/nl/newsroom/hoe-wordt-jouw-organisatie-europabewust-en-bekwaam 4 Gemeenten die we hebben gesproken zijn: Leiden, Breda, Enschede, Den Haag, Groningen. Ook hebben we bijeenkomsten van de VNG, G40 en de Provincie Zuid-Holland bijgewoond waar veel gemeenten door het hele land vertegenwoordigd waren. Dit laat zien dat het een erg actueel thema is waar veel gemeenten actief mee bezig zijn. 5 Project BLING (blockchain in government): Digitale transitie | Gemeente Groningen 6 Project Active Cities: Leefkwaliteit | Gemeente Groningen 7 Project GreenQuays: Groene kades langs de nieuwe mark | Green Quays Breda

projecten samen met Nederlandse gemeenten die Europees actief zijn. De gemeente Breda werkt ook aan klimaatadaptatie met het project Cool Towns8. Met dit project brengen ze het risico op warmteoverlast in kleinere gemeenten in kaart en geven ze lokale partijen advies over maatregelen. In Breda zijn daarmee waterspeelplekken en meer groen in de stad ontwikkelt. Veel gemeenten werken met een projectportfolio. Dit is een inventarisatie van alle lopende en komende projecten in de organisatie. Uit de lijst kan worden bepaald op welke projecten je Europees wil inzetten. 3.2 Financiering Als je als gemeente deelneemt aan een Europees project, ontvang je hier subsidie voor. Voor het project GreenQuays ontving de gemeente Breda samen met 7 andere Nederlandse partners € 4,7 miljoen Europese subsidie. In de afgelopen jaren deed de gemeente Breda mee aan 20 projecten waarvoor ze allemaal financiering ontvingen. Door deze financiering konden ze ambitieuzer zijn met hun projecten dan zonder. Cofinanciering is een van de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een subsidie. Ook brengen deze projecten andere voorwaarden en administratieve lasten met zich mee. Europees samenwerken doe je dus niet voor het geld. Dat is ook wat andere gemeenten aangeven. Brussel is geen pinautomaat.

3.3 Kennisuitwisseling De gemeenten geven aan dat ze vooral samenwerken met andere Europese steden en instellingen om kennis uit te wisselen en van elkaar te leren. Deze kennisuitwisseling vindt plaats tijdens de samenwerking aan Europese projecten, door deel te nemen in relevante Europese netwerken en doormiddel van het bezoeken van congressen en het organiseren van werkbezoeken. Een Europees netwerk kan ook stappen uit handen nemen want ze kunnen helpen met het schrijven aan calls voor Europese projecten. Participeren in netwerken en samenwerkingsverbanden vergroot ook de kansen op subsidieverwerving. En je kan door deelname relevante partners vinden. De uitwisseling draagt bij aan kennisopbouw in je eigen organisatie en leidt tot innovatieve beleidsoplossingen. Je hoeft het wiel niet opnieuw uit te vinden. Het heeft ook extra voordeel voor je eigen organisatie aangezien je een idee zelf goed georganiseerd moet hebben voordat je het met anderen kan delen. 3.4 Profilering Naast kennisuitwisseling is profilering ook een reden waarom gemeenten zich op het Europese speelveld bevinden. Daarmee gaat het om profilering van je stad in Europa, dit kan op bepaalde thema’s waar je je als stad in onderscheid.

De gemeente Groningen geeft aan dat zij zich als stad profileren door aanwezig te zijn op congressen, te presenteren op kennisevenementen, hun netwerk te vergroten en input te leveren voor Europese beleidsontwikkelingen. Lead partner zijn van een Europees project draagt ook bij aan profilering. Over het algemeen krijgen Europese projecten vaak meer aandacht en zijn daardoor ook zichtbaarder. Dit draagt ook weer bij aan de profilering van de stad. Door profilering van je stad creëer je bekendheid in Europa en in Nederland. Hierdoor weten partners je ook makkelijker te vinden. Deelname aan EU-awards helpt je stad ook bij profilering. Nijmegen won bijvoorbeeld in 2018 de Europese Green Capital titel door hard te werken aan verduurzaming en vergroening. En was Leiden in 2022 European City of Science. Hiermee probeerden ze jong talent aan te trekken en aan zich te binden. Ook werd de stad aantrekkelijker voor bezoekers en stegen dat jaar de museumbezoeken in de stad enorm. En Europese titel zorgt dus ook voor een financiële impuls. Zo had Leeuwarden als culturele hoofdstad in 2018 20 tot 30 procent meer bezoekers dan normaal9. De gemeente Enschede merkt ook doordat ze inzetten op Europese samenwerking hun organisatie aantrekkelijker wordt voor jonge mensen. Ze stromen in omdat ze aan Europese projecten kunnen werken en blijven er ook langer werken.

8 Project Cool Towns: Cool Towns | Gemeente Breda 9 Leeuwarden heeft veel baat bij titel Culturele Hoofdstad (nos.nl)

3.5 Samenwerking met de regio Om in Europa succesvol te zijn moet een gemeente met andere steden en regio’s optrekken. Het is noodzakelijk om, zeker bij sommige Europese projecten, met andere Europese steden of regio’s op te trekken omdat dit de kans op een toewijzing vergroot. Zo werken de gemeenten Assen, Emmen, Leeuwarden en Groningen samen op het gebied van Europese lobby. Deze steden hebben een gezamenlijke vertegenwoordiging in Brussel. Ook Breda werkt samen met regiogemeente Tilburg. Er zijn ook partnerschapsmogelijkheden binnen de stad, zoals kennisinstellingen. In Leiden werken de Universiteit Leiden, hogeschool Leiden, Naturalis Biodiversity Center, mboRijnland en de gemeente Leiden samen om stad en inwoners maximaal te laten profiteren van de aanwezige kennis. Dit zorgt ook voor profilering en mede daardoor heeft de stad de titel European City of Science binnengesleept. In Leiden gebruiken ze hiervoor een Europatafel, waarbij de partners 6-wekelijks bijeenkomen om Europese projectkansen te bespreken. Zij schrijven samen ook aanvragen voor Europese titels.

4. Conclusie 4.1 Investeren in Europese samenwerking doe je niet voor het geld Er zijn nu veel regionale en nationale subsidies dus veel collega’s zien momenteel niet de behoefte om meer geld via Europa binnen te halen. De politieke context kan wel veranderen, stel dat er minder subsidies vanuit het Rijk komen over een paar jaar. Hoe dan ook is de Europese Unie geen verdienmodel waarmee je miljoenen aan subsidies kan binnenhalen. Cofinanciering is een van de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een subsidie. Ook brengen deze projecten voorwaarden en administratieve lasten met zich mee. 4.2 Europese samenwerking draait om kennisdeling en profilering Gemeenten geven aan dat ze vooral samenwerken met andere Europese steden en instellingen om kennis uit te wisselen en van elkaar te leren. Deze kennisuitwisseling vindt plaats tijdens de samenwerking aan Europese projecten, door deel te nemen in relevante Europese netwerken en doormiddel van het bezoeken van congressen en het organiseren van werkbezoeken. Door profilering van je stad creëer je bekendheid in Europa en in Nederland. Je profileert je als stad in Europa door aanwezig te zijn op congressen, te presenteren op kennisevenementen, je netwerk te vergroten en input te leveren voor Europese beleidsontwikkelingen.

Over het algemeen krijgen Europese projecten meer aandacht en draagt dit ook bij aan de profilering van de stad. Deelname aan EU-awards helpt je stad ook bij profilering. 4.3 Europa zet je alleen in om gemeentelijke beleidsdoelen te halen Het is belangrijk om Europa alleen in te zetten om je eigen beleidsdoelen te halen. Europa is een middel en geen doel op zich. Beleidsafdelingen zijn verantwoordelijk voor de inhoud van Europese projecten. Hoe meer een Europees project aansluit bij een bestaand project, hoe minder extra capaciteit er vanuit de organisatie nodig is voor de uitvoering. Niet alleen bij de beleidsafdelingen maar ook bij financiën, communicatie, programma’s en projecten en juridische zaken. 4.4 Kies een thema waarop je Europees wil samenwerken Het is goed om focus aan te brengen en een aantal thema’s te kiezen waar je Europees actief mee wil zijn. Zo zijn de Europese activiteiten gericht en effectief. We zien dat de opgave Innovatiedistrict Delft van meerwaarde is om Europees te acteren. Dit blijkt ook uit de vergelijking van de Delftse agenda ten opzichte van de Europese agenda (zie bijlage 1). De opgave sluit nauw aan bij de beleidsdoelen van Europa en ook het stadium van de ontwikkeling van de opgave sluit goed aan bij Europese samenwerking.

Innovatiedistrict Delft is een samenwerking tussen allerlei partners in de stad en vooral de TU Delft heeft al een groot Europees netwerk. De gemeente speelt hier ook een rol in als overheid. Als overheid kan je de samenwerkingspartners aanvullen aangezien je als overheid een andere rol op Europees niveau hebt en ook weer in andere Europese netwerken kan deelnemen. Er liggen ook

kansen voor profilering en lobby voor de opgave Innovatiedistrict Delft in Europa. Delft is een koploper op het gebied van de kenniseconomie en een kraamkamer voor technologische ontwikkeling voor de regio. Dit is relevant voor de regio, Nederland en ook voor Europa. Deze thema’s zijn op Europees niveau voor profilering en kennisdeling erg interessant. Ook hierbij is het belangrijk dat de gemeente de samenwerking met kennisinstellingen en bedrijven opzoekt. 4.5 Europees acteren doe je samen Om in Europa succesvol te zijn moet je als gemeente met andere steden en regio’s optrekken. Delft is geen grote speler en kan niet alleen opereren op het Europese speelveld. Hier heb je partnerschappen met andere steden voor nodig. Zuid-Holland is de provincie met de meest verleende Europese subsidie en de TU Delft is de organisatie die de meeste subsidie verleend kreeg10. Vanwege de ligging van Delft, tussen Den Haag en Rotterdam, is er geen voor de hand liggende samenwerkingspartner. Rotterdam en Den Haag zijn beide groot genoeg om alleen te kunnen acteren en hebben Delft als partner niet nodig. Wel is het mogelijk om op bepaalde onderwerpen samen op te trekken als de belangen hetzelfde zijn. Hetzelfde geldt voor een stad als Leiden, zij zijn ook een universiteitsstad van relatief dezelfde grootte als Delft.

Verder zijn er netwerken van de VNG en G40 die Europawerkgroepen hebben die we slim kunnen benutten voor samenwerking richting Europa. Ook is het Netwerk Kennissteden Nederland een mogelijk interessant netwerk om Europese samenwerkingspartners te vinden. 4.6 Beleidsafdelingen zijn cruciaal voor een Europa bekwame organisatie Gemeenten geven aan dat beleidsafdelingen een belangrijke rol spelen bij de ontwikkeling van een Europa bekwame organisatie. Zij zijn de inhoudelijke experts en worden verwacht goed op de hoogte te zijn van mogelijkheden op het gebied van Europese samenwerking en profilering. Zoals besproken in hoofdstuk 2 zijn veel afdelingen niet op de hoogte van Europese mogelijkheden. Op sommige thema’s is er kennis over Europa binnen de gemeentelijke organisatie. Verder verkennen we deelname aan Europese projecten alleen als we hier door de TU Delft of andere partners voor worden benaderd. Daarmee doen we minder dan andere gemeenten met een vergelijkbaar profiel want die zetten actief in op Europese kennisdeling en profilering doormiddel van netwerken, Europese projecten en deelname aan EU-awards. Zij hebben meestal ook een of meerdere medewerkers in dienst die zich volledig richten op Europese samenwerking. Zij onderhouden het contact met de organisatie om Europese projecten op te starten en deze goed te laten landen binnen de organisatie.

Ook signaleren ze kansen op het gebied van lobby en profilering. Met Europese projecten werken zij vaak samen met de TU Delft als partner.

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15332780/1