CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Jaarverslag Zorg- en Veiligheidskamer Delft 2024 (6166132) (3.0)

Commissie Algemeen 10 juli 2025, gemeente DelftBij agendapunt: Collegebrief - Jaarverslag Zorg en Veiligheidskamer Delft 20246.775 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zorg- en Veiligheidskamer Delft Jaarverslag 2024

Zorg- en Veiligheidskamer Delft

Inhoudsopgave Voorwoord

3

Ontwikkelingen binnen de Zorg- en Veiligheidskamer Delft

4

Aanpak Persoonsgerichte Complexe Casuïstiek (0-100)

5

Persoonlijke Aanpak Delft (PAD)

7

Preventie met Gezag

10

Aanpak radicalisering, extremisme en polarisatie

11

Doorkijk naar 2025

14

2

Voorwoord Zonder elkaar geen resultaat De verbinding tussen zorg en veiligheid. Daar staat de Zorg- en Veiligheidskamer Delft voor. In de Zorg- en Veiligheidskamer Delft werkt de gemeente intensief samen met partners uit het zorg- en veiligheidsdomein. Dit samenwerkingsverband zet zich in om complexe casussen met verschillende soorten problemen op het gebied van veiligheid en zorg te signaleren en gezamenlijk aan te pakken. Doel hiervan is om maatschappelijke uitval, ernstige overlast en criminaliteit in Delft tegengaan. In dit jaarverslag blikken we terug op relevante ontwikkelingen die in 2024 in de stad en daarbuiten speelden. Ook staan we stil bij het verder ontwikkelen van de Zorg- en Veiligheidskamer en de persoonsgerichte aanpakken. Het jaarverslag geeft inzicht in de behaalde resultaten én de ambities die de Zorg- en Veiligheidskamer heeft om de problematiek op het snijvlak van zorg en veiligheid in de toekomst nog effectiever aan te pakken.

Integrale samenwerking In dit lokale samenwerkingsverband trekken 34 zorg- en strafpartners samen op om complexe problemen aan te pakken. Met elkaar brengen organisaties zoals politie, reclassering en zorg- en welzijnsorganisaties, situaties in kaart en maken zij per situatie een plan van aanpak. Vanuit de Zorg- en Veiligheidskamer ziet de gemeente toe op het uitvoeren van die plannen en passen we ze aan als dit nodig is. De Zorg- en Veiligheidskamer heeft drie aanpakken, die we in dit jaarverslag toelichten: • Persoonlijke Aanpak Delft (PAD) voor overlastgevende en criminele jongeren of jongeren die afglijden richting dit gedrag • Persoonsgerichte aanpak, de aanpak complexe casuïstiek 0-100 jarigen. • Aanpak radicalisering, extremisme en polarisatie

10-jarig jubileum Zorg- en Veiligheidskamer Delft 2024 markeert een bijzonder jaar voor de Zorg- en Veiligheidskamer Delft, omdat we het 10-jarig jubileum vierden. De kamer is in 2014 opgericht met als doel om zoveel als mogelijk lokaal samen te werken. Dicht bij de inwoner, met zicht op wat er zich in Delft afspeelt. In de afgelopen 10 jaar heeft de kamer een grote ontwikkeling en professionaliseringsslag doorgemaakt, met onder andere de uitbreiding naar 3 verschillende aanpakken. Tegelijkertijd laat deze mijlpaal inzien dat de intensieve afstemming en samenwerking tussen de partners in de drie domeinen (zorg, strafrecht en bestuur) hard nodig is. Hoewel het aantal aanmeldingen de afgelopen jaren stabiel blijft, wordt de aard van de problematiek steeds complexer. Denk hierbij aan langere wachttijden in de zorg, de uitdaging om passende woonzorgplekken te vinden en personeelstekorten bij partners. Dat vergt toewijding, doorzettingsvermogen en creatieve oplossingen om doorbraak in een casus te realiseren. Wij hebben elkaar des te meer nodig en laten niet los. Vastberaden en volhardend blijven wij ons samen inzetten voor een veilig en leefbaar Delft. De medewerkers van de Zorg- en Veiligheidskamer Delft

3

Ontwikkelingen binnen de Zorg- en Veiligheidskamer Delft In 2024 heeft de Zorg- en Veiligheidskamer Delft zich vooral gericht op procesregie, kennisdeling en innovatie op basis van trends en ontwikkelingen. Hieronder staan de belangrijkste ontwikkelingen beschreven. Stuurgroep & wetgeving In 2024 is het convenant van de Zorg- en Veiligheidskamer geactualiseerd. Zo is onder andere de samenstelling van de stuurgroep veranderd en zijn de privacy-protocollen voor de PAD en de aanpak complexe casuïstiek (0-100 jarigen) geac­ tualiseerd. Ook zijn de werkprocesbeschrijvingen van de drie persoonsgerichte aanpakken geactualiseerd. Daarnaast spelen er relevante ontwikkelingen in wetgeving op het gebied van gegevensverwerking. • In juni 2024 is de Wet gegevensverwerking door samen­ werkingsverbanden (WGS) aangenomen. Deze treedt vanaf maart 2025 in werking. De Zorg- en Veiligheidskamer onderzoekt in afstemming met het Zorg- en Veiligheidshuis Haaglanden (ZVHH) of en zo ja, welke gevolgen deze wet heeft voor de werkwijze van de kamer. • Ook monitoren we het wetsvoorstel voor de Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein (WAMS). Hierin wordt het veiligheidsdomein als ‘aanpalend domein’ genoemd. Het wetsvoorstel voor de WAMS is controversieel verklaard en in afwachting van inhoudelijke behandeling.

• Op 28 januari 2025 is de Wet gegevensverwerking persoonsgerichte aanpak radicalisering en terroristische activiteiten (Wet PARTA) door de Eerste Kamer aangenomen. De wet PARTA zal per juli 2025 in werking treden. Ook hiervoor inventariseert de Zorg- en Veiligheidskamer welke aanpas­ singen nodig zijn voor de huidige persoonsgerichte aanpak (PGA) radicalisering.

Lacune voor zorgmijders De Zorg- en Veiligheidskamer is regelmatig betrokken bij casussen die alleen vastlopen in het zorgdomein. Het gaat hierbij voornamelijk om personen met verward en/of onbegrepen gedrag die ook langdurig zorg mijden. We merken dat er nu te laat op zorg wordt ingezet voor deze groep. Dat heeft tot gevolg dat de overlast veroorzaakt door deze groep toeneemt, de druk op de politie en hulpdiensten stijgt en deze personen uiteindelijk in het strafrecht terechtkomen. Dit terwijl afstraffen vaak niet een duurzame oplossing is voor deze doelgroep.

De Zorg- en Veiligheidskamer kan deze casussen momenteel niet afsluiten, omdat er voor deze doelgroep nog geen sluitende aanpak op bemoeizorg is ingericht. Het is belangrijk dat deze doelgroep de juiste zorg en behandeling krijgt en vanuit daar wordt gewerkt aan duurzame oplossingen en het creëren van toekomstperspectief. Komende jaren wordt er vanuit het sociaal domein, in afstemming met relevante ketenpartners, ingezet op het ontwikkelen van regievoering op bemoeizorg.

Actualisatie districtelijke aanpak radicalisering en extremisme De voedingsbodem voor een mogelijk proces van radicalisering en extremisme verandert. De urgente en reële dreiging komt steeds vaker uit meerdere hoeken tegelijkertijd en neemt verschillende vormen aan. Denk aan het rechts-extremisme, anti-institutioneel extremisme en jihadisme. Dit vraagt om een aanscherping van de aanpak van radicalisering en extremisme in het district waar de gemeenten Delft, Midden-Delfland, Rijswijk en Westland onder vallen. De focus van de vernieuwde aanpak ligt op preventie, signaleren en interveniëren voor alle vormen van radicalisering en extremisme. Naast deze districtelijke aanpak is ook de methodiekbeschrijving van de PGA radicalisering voor het district geactualiseerd. In de eerdere versie lag de focus uitsluitend op het jihadisme, (potentiële) uitreizigers, terugkeerders en hun omringende systeem. Door de toenemende dreiging die uitgaat van andere vormen van extremisme, is de reikwijdte van de PGA radicalisering verbreed. Waar de samenwerking vanuit crisismanagement is ontstaan, is er in de afgelopen jaren toegewerkt naar het structureel borgen van kennis, kunde en processen. De methodiekbeschrijving PGA radicalisering geeft invulling aan deze structurele borging. De geactualiseerde districtelijke aanpak en methodiekbeschrijving PGA radicalisering zijn als bijlagen beschikbaar.

4

Aanpak Persoonsgerichte Complexe Casuïstiek (0-100) De persoonsgerichte aanpak richt zich op (en beperkt zich tot) complexe casuïstiek waarvoor inzet nodig is uit meer dan één keten. De criteria zijn in 2024 aangescherpt ter verduidelijking van welke casuïstiek wel (of niet) kan worden opgenomen in de PGA. Een casus is complex en voor aanmelding geschikt als de casus voldoet aan aanmeldcriteria: Criteria: • In deze aanpak staan personen die overlast geven of crimineel gedrag vertonen in combinatie met schulden, dakloosheid en/of verslaving centraal. Er is sprake van multiproblematiek welke leidt tot crimineel en/of overlast gevend gedrag. • Een casus moet minimaal verbinding hebben tussen de zorg, straf- en/of bestuurlijke keten. • Er moet sprake zijn van een veiligheidsrisico voor de persoon zelf, zijn omgeving en/of de maatschappij. Een doorbraak is noodzakelijk om tot een passende maat­ werkoplossing te komen. • De persoonsgerichte aanpak is gericht op de pleger. • Alles binnen de eigen macht is geprobeerd zonder positieve verandering voor de situatie van de betrokken persoon. Er worden geen mogelijkheden meer gezien binnen de reguliere samenwerking. Het gaat om een ketenoverstijgende aanpak. • De samenwerking binnen de verschillende ketens stagneert, of loopt vast.

Werkwijze Na aanmelding van een casus wordt beoordeeld of alleen een advies of monitoring door de Zorg- en Veiligheidskamer voldoende is of dat een procesoverleg met alle betrokken partijen nodig is. Tijdens een procesoverleg wordt in onderlinge afstemming een integraal plan van aanpak opgesteld met een vastgesteld doel. Het kan zijn dat hiervoor straf, passende zorg en/of bestuurlijke maatregelen worden ingezet. Ook worden afspraken gemaakt over de uitvoering en monitoring van een casus. Eén van de partners neemt daarin de rol van casuscoördinator op zich; deze houdt het overzicht. De procesregisseur van de Zorg- en Veiligheidskamer monitort de voortgang van het plan van aanpak. Als een plan van aanpak goed loopt, bijvoorbeeld als de casus langere tijd stabiel is, sluit de Zorg- en Veiligheidskamer de casus af. Als een casus wordt afgesloten, stopt daarmee ook de monitoring door de procesregisseur. De casus wordt afgeschaald en de voortgang van het plan van aanpak en de monitoring gaan terug naar de betrokken partner. Bij het afsluiten van een casus wissen we de persoonsgegevens.

Trends en ontwikkelingen Geen passende woonplekken De problemen die de personen in deze aanpak ervaren zijn complex. Ondanks dat deze personen vaak wel een passende zorgindicatie hebben (Wlz of Wmo) en/of een sturend kader zoals een zorgmachtiging, is het in veel gevallen niet mogelijk om een geschikte woonvoorziening te vinden. Denk hierbij aan een plek met de mogelijkheid tot een gesloten plaatsing of een beveiligd bed. Dit komt onder andere door lange wachtlijsten en doordat er sprake is van contra-indicaties zoals middelen­ gebruik, medische- of ernstige gedragsproblematiek. Dit maakt dat deze personen veelvuldig worden afgewezen bij woon­ voorzieningen en er geen passend aanbod is wat aansluit bij hun zorgbehoefte. Het gevolg hiervan is dat deze personen dakloos raken en aanspraak moeten maken op de noodopvang. Het gaat hierbij om mensen die hoogstwaarschijnlijk hun hele leven zorg nodig zullen hebben, veelal in de vorm van langdurige bemoeizorg. Dat vraagt om maatwerk, een bijgesteld verwachtingspatroon en een hele lange adem. De noodopvang is niet de aangewezen partij om dergelijke woon-zorg plekken te bieden voor dit soort problematiek. Zij kunnen niet de intensieve begeleiding en zorg bieden die deze personen nodig hebben.

Dit zorgt ervoor dat deze mensen eerder in aanraking komen met de politie, personen veelvuldig overlast veroorzaken, blijven afglijden in delictgedrag en er trajecten of kaders uit het strafrecht worden ingezet (zoals forensische zorg en ISD). Dit terwijl het inzetten van passende zorg en behandeling juist noodzakelijk is om de onderliggende problematiek aan te pakken en daarmee dit patroon van overlast en criminaliteit te doorbreken. Verder vraagt dit meer inzet van de politie op deze groep overlastgevende personen. Daarnaast raakt de noodopvang ‘verstopt’, omdat er geen doorstroom mogelijk is naar passende woonzorgvoorzieningen. Het concept Skaeve Huse zou een passend wooninitiatief kunnen zijn voor deze groep.

5

Samenwerking met Delft Support De ervaring uit de afgelopen jaren heeft ons geleerd dat voordat een persoon in de persoonsgerichte aanpak Complexe Casuïstiek (0-100) wordt opgenomen, er vaak al veelvuldig door politie of zorgpartijen melding is gedaan bij het meldpunt Bezorgd van Delft Support. Dat maakt dat de samenwerking tussen de Zorg- en Veiligheidskamer en het Meldpunt is geïntensiveerd. Als dat nodig is sluit er een sociaalpsychiatrisch verpleegkundige aan om mee te denken bij een procesoverleg. Zij kunnen indien nodig een verkennend onderzoek voor een zorgmachtiging in gang zetten. Naast bovenstaande zijn er binnen Delft Support ook casuscoördinatoren werkzaam die zich richten op langdurige bemoeizorg.

Resultaten

Er is ook positief nieuws te melden. In een aantal casussen zijn er stappen gemaakt waardoor de betrokkenen inmiddels op een passende woonplek wonen en - door mee te werken aan behandeling of een detox inmiddels - de juiste zorg ontvangen. Dit had niet kunnen plaatsvinden zonder de snelle afstemming en samenwerking binnen de keten.

Opschalen en de samenwerking met het Zorg- en Veiligheidshuis Haaglanden Soms is het nodig om een lokale casus op te schalen naar het Zorg- en Veiligheidshuis Haaglanden (ZVHH). Bijvoorbeeld wanneer er regionale samenwerking nodig is, we het Openbaar Ministerie nodig hebben aan tafel of wanneer de casus past binnen een van de aanpakken van het ZVHH. Denk hierbij aan de intensieve levensloopaanpak, MDA++ en de stalkings­ aanpak.

Aanmeldingen In 2024 zijn er 22 aanmeldingen gedaan voor de aanpak PGA Complexe Casuïstiek (0-100). De meldingen werden door Delft Support, de woningbouw, Kessler Perspektief, de reclassering en de politie gedaan. Van de 22 aanmeldingen zijn er 10 personen opgenomen in de aanpak. In 2023 werden er 13 personen opgenomen in de aanpak. Dit verschil kan te maken hebben met de aangescherpte instroomcriteria. Een casus wordt pas opgenomen in de aanpak als de casus voldoet aan de criteria. In het laatste kwartaal van 2024 zijn de criteria aangescherpt. Er zijn in 2024 12 casussen afgewezen voor de aanpak. Dit kan bijvoorbeeld zijn omdat er nog mogelijkheden en interventies werden gezien binnen het voorliggende veld. Ook voldoet een casus niet aan de criteria als er alleen opschaling binnen de zorg noodzakelijk is. De aanmelder krijgt dan een advies mee over het vervolg. Dit kan een doorverwijzing zijn naar een andere organisatie zoals Delft Support. Partners hebben ook de mogelijkheid om ons te benaderen voor (anoniem) advies. Hier wordt met regelmaat gebruik van gemaakt.

De procesregisseurs van de Zorg- en Veiligheidskamer sluiten bij de casusoverleggen van het ZVHH aan als het om opschaling gaat en als het om er Delftse slachtoffers gaat. We geven dan advies welke lokale voorzieningen eventueel passend zouden zijn voor de betrokkene(n). Denk dan aan hulpverlening vanuit Delft Support, een voor-aanmelding voor de noodopvang of het regelen van een postadres. Deze personen worden niet opgenomen in een aanpak in Delft. De regie ligt dan bij het ZVHH. In 2024 waren we op deze manier betrokken bij 12 casussen.

Afschalen en afsluiten In 2024 werden er 4 casussen afgesloten. In 2023 waren dit er nog 17. De reden hiervan is dat de problemen complexer zijn waardoor de casuïstiek langer gemonitord wordt.

Lopende casuïstiek In 2024 zaten er 33 casussen in de aanpak. Opvallend is dat er ten opzichte van voorgaande jaren minder casussen konden worden afgesloten. Dit is te verklaren door de toenemende complexiteit van de problematiek waar de personen die opgenomen zijn in de aanpak mee te maken hebben. Het gaat dan met name om personen met verward en onbegrepen gedrag. We zien dat door het gebrek aan passende zorg en woonvoorzieningen er meer incidenten plaatsvinden. Dat maakt dat het vaak niet mogelijk om een casus af te schalen.

6

Persoonlijke Aanpak Delft (PAD) In 2017 is vanwege aanhoudende overlast en criminaliteit van een crimineel jeugdnetwerk in Buitenhof en Voorhof de Persoonlijke Aanpak Delft (PAD) gestart. Het doel van de aanpak is om het (afglijden naar) overlastgevend en/of crimineel gedrag van Delftse jongeren te stoppen en zo de leefbaarheid en veiligheid te verbeteren. Binnen de aanpak werken onder andere de politie, (jeugd)reclassering, Delft Support, Raad voor de Kinderbescherming en de Zorg- en Veiligheidskamer nauw samen.

Aanmeldcriteria • De jongere is 12 tot 27 jaar oud; EN • De jongere heeft politiecontacten voor strafbare feiten of politieregistraties voor overlast; OF • Bij partners zijn er ernstige zorgen over het verder afglijden van de jongere richting overlastgevend en/of crimineel gedrag; EN • Er is sprake van problemen op meer dan 1 leefgebied; EN • De casus vraagt om samenwerking tussen meerdere ketens (zorg, strafrecht en bestuur) om tot een effectieve aanpak te komen. De reguliere aanpak blijkt onvoldoende en er is regie nodig vanuit de Zorg en Veiligheidskamer Delft.

Werkwijze Een jongere waarover ernstige zorgen bestaan dat hij/zij (verder) afglijdt richting overlastgevend en/of crimineel gedrag en die problemen ervaart op meerdere leefgebieden (bijvoorbeeld dakloosheid, schulden of problemen thuis) kan door een professional van een partnerorganisatie worden aangemeld voor deze aanpak. Het kernteam bespreekt de aanmeldingen. Aan de hand van de criteria bepaalt het kernteam gezamenlijk of een casus wordt opgenomen in de aanpak. Voor elke jongere die instroomt in de PAD stellen we samen met de betrokken partners een plan van aanpak op. Elk plan van aanpak is uniek. Het plan van aanpak omschrijft waar partners samen met de jongere aan gaan werken. Een belangrijk onderdeel van het plan van aanpak is het koppelen van een PAD-coach aan de jongere. Deze coaches zijn in dienst van Delft Support. Een PAD-coach biedt de jongere actieve en laagdrempelige ondersteuning bij de problemen in het dagelijks leven. Zo helpen de coaches bij het vinden van een passende opleiding, geschikte huisvesting of het inzetten van een behandeling. Verder kan de coach de betrokken zorgpartijen aan elkaar verbinden en de casusregie oppakken.

Het kernteam bespreekt periodiek de casussen om de voortgang te monitoren. Het kernteam bestaat uit de politie, Raad voor de Kinderbescherming, (jeugd)reclassering, Delft Support en de Zorg- en Veiligheidskamer Delft. Voor de doelgroep rivaliserende jeugd sluit ook het Openbaar Ministerie (OM) aan. In het kernteam wordt het opgestelde plan van aanpak gemonitord en met nieuwe informatie kan het plan van aanpak worden aangepast. Ook stelt het kernteam een gezamenlijk advies op waarin staat wat passend is mocht de jongere (opnieuw) de fout in gaat en in aanraking komt met politie en justitie. Het advies bevat informatie over de situatie van de jongere die gebruikt kan worden voor het bepalen van een passende straf of maatregel. Waar mogelijk worden de ouders/verzorgers van een jongere bij de aanpak betrokken. Dan bekijken we gezamenlijk wat er speelt binnen het gezin en zetten, waar nodig, extra onder­ steuning in bijvoorbeeld vanuit Delft Support. Zo proberen we het afglijden van broertjes en zusjes te voorkomen en ouders te ondersteunen. De aanpak helpt jongeren om weer op het juiste pad terecht te komen en te voorkomen dat ze opnieuw in aanraking komen met de politie.

Lokaal netwerk aanpak rivaliserende jeugd In 2021 is Delft opgeschrikt door heftige geweldsincidenten tussen rivaliserende jeugd. Daarom is de Zorg- en Veiligheids­ kamer in januari 2021 samen met de politie en het OM gestart met een netwerkaanpak. Het doel van de aanpak is de overlast en het criminele gedrag van het netwerk en de individuele leden te stoppen en het risico op escalatie en nieuwe incidenten weg te nemen. Om deze doelstellingen te bereiken zetten we onder andere in op het versterken van de informatiepositie, een persoonsgerichte aanpak (Persoonlijke Aanpak Delft) en preventie.

7

Een sterke informatiepositie is cruciaal voor een effectieve aanpak. Daarom zetten we hier zowel op lokaal als regionaal niveau op in. Dat doen we onder andere door het uitwisselen van kennis en ervaringen op internationaal niveau. Een voorbeeld hiervan is de uitwisseling van kennis en ervaringen met de gemeente Stockholm en politie uit Stockholm. In Stockholm hebben ze al geruime tijd te maken met conflicten tussen verschillende groepen die leiden tot heftige geweldsincidenten. Door de overlap in type problematiek kunnen we veel van elkaar en elkaars werkwijzen leren.

Regionale aanpak rivaliserende jeugd Omdat de problematiek de gemeentegrenzen overschrijdt is een regionale samenwerking opgezet met de gemeenten Den Haag en Zoetermeer, het OM, de politie en het Zorgen Veiligheidshuis Haaglanden (ZVHH). Het doel is om te zorgen voor een samenhangende aanpak richting rivaliserende jeugdgroepen/-netwerken die binnen verschillende gemeenten en districten actief zijn.

(Meer) aandacht voor het gezin De jongere staat centraal binnen de PAD. Tegelijkertijd speelt de omgeving waarin een jongere opgroeit een cruciale rol in zijn of haar ontwikkeling. Het gezin is de eerste en meest invloed­ rijke sociale omgeving waarin een kind zich beweegt. Daarom is het belangrijk om vanuit de aanpak niet alleen naar het gedrag van de jongere te kijken, maar ook naar de dynamiek binnen het gezin. Door het intensiveren van de aandacht voor het gezin, oftewel systeem rondom de jongere, zetten we in op het voorkomen van overdracht van crimineel gedrag binnen families en gezinnen. Dat kan gaan om de overdracht van ouders op kinderen, maar ook de overdracht tussen broertjes en zusjes of neefjes en nichtjes. Waar nodig kan er tijdig hulp of ondersteuning geboden worden. Denk daarbij aan het organiseren van opvoedondersteuning voor ouders of een coach voor een broertje of zusje.

Resultaten Aanmeldingen en adviesvragen

Onderdeel daarvan is de regionale expertisepool die afgelopen jaar is opgezet. Dit is een netwerk van aandachtsfunctionarissen, die kennis en expertise over rivaliserende jeugd overbrengen binnen de eigen organisatie en de netwerkketen. De expertisepool bestaat uit partners uit het zorg- en veiligheidsdomein zoals de politie, (jeugd)reclassering en coaching organisaties. De expertisepool komt periodiek samen om nieuwe ontwikkelingen rondom het thema te bespreken en het kennisniveau van de aandachtfunctionarissen op peil te houden met presentaties en workshops. Daarnaast is er gewerkt aan een interventiepalet, bestaande uit strafrechtelijke, bestuursrechtelijke en civiele interventies voor de doelgroep. Met het interventiepalet beogen we onze lokale en regionale partners en andere gemeenten te informeren over werkzame interventies voor de doelgroep rivaliserende jeugd. Zowel op lokaal als op regionaal niveau blijven we aandacht houden voor het thema rivaliserende jeugd.

In 2024 is het aantal aanmeldingen voor de PAD toegenomen ten opzichte van 2023. In 2023 zijn 13 jongeren aangemeld en in 2024 waren dat 17 jongeren. Afgelopen jaar hebben opnieuw partners geïnformeerd over de aanpak. Zo zijn er diverse presentaties verzorgd door de Zorg- en Veiligheids­ kamer en waren we aanwezig bij netwerkbijeenkomsten. Dit heeft mogelijk bijgedragen aan de toename van het aantal aanmeldingen. In 2024 zijn er 14 jongeren opgenomen in de aanpak en 3 casussen afgewezen. Wanneer een casus niet wordt opgenomen in de aanpak, streven we ernaar de melder een advies mee te geven. Dit helpt hen te begrijpen waarom de casus niet wordt opgenomen en biedt handvatten voor mogelijke alternatieven of vervolgstappen. In 2024 is de meerderheid van de casussen aangemeld door de politie, net zoals in 2023. Aangezien de aanpak zich richt op jongeren die crimineel of overlastgevend in beeld zijn of dreigen af te glijden richting dit gedrag, is het te verklaren dat de politie de hoofdaanmelder is.

Trends en ontwikkelingen

Lopende casuïstiek

Versterken samenwerking met onderwijs en jongerenwerk Vanuit de PAD zetten we ook in op preventie. De focus ligt op het versterken van de signalerende en interveniërende rol van partijen die werken met jongeren. Zo is er onder andere aandacht voor het intensiveren van de samenwerking met het onderwijs en het jongerenwerk. Deze partijen hebben een unieke positie om vroegtijdig signalen van risicogedrag op te merken. Het gaat niet alleen om het herkennen van crimineel gedrag, maar ook om gedragingen die kunnen wijzen op onderliggende problemen. Zodra deze signalen worden herkend, is het van belang dat de verschillende partijen elkaar goed weten te vinden.

Eind 2024 zaten er 38 jongeren in de PAD. Het aantal lopende casussen is toegenomen ten opzichte van 2023; van 34 casussen naar 38 casussen. Deze toename is onder andere te verklaren door het uitbreiden van de doelgroep. De criteria van de aanpak zijn verbreed waardoor jongeren waarover zorgen om afglijden richting overlastgevend en/of crimineel gedrag bestaan, kunnen worden aangemeld. Door eerder in te grijpen, willen we voorkomen dat jongeren doorgroeien in de criminaliteit. Van de 38 jongeren in de aanpak zijn er 11 jongeren te linken aan het Delftse rivaliserende jeugdnetwerk. In vergelijking met 2023 is dit aantal afgenomen van 13 jongeren naar 11 jongeren. Deze daling is onder andere te verklaren door de blijvende aandacht voor deze doelgroep. Door het versterken van de 8

signalerende rol van partners is het mogelijk om eerder in te grijpen en voorkomen we dat jongeren betrokken raken bij het rivaliserende netwerk.

Afschalen en afsluiten In 2024 zijn er in totaal 11 casussen afgesloten. Dat zijn er 3 minder dan in 2023. In het kernteam nemen we een besluit over het wel of niet afsluiten van een casus. Wanneer een jongere langer dan 6 maanden niet meer negatief in beeld is gekomen bij de politie, overwegen we de casus af te sluiten. Ook zijn er een aantal casussen afgesloten vanwege een verhuizing naar een andere gemeente. De desbetreffende gemeenten zijn geïnformeerd over de verhuizing en waar nodig is de casus overgedragen.

9

Preventie met Gezag Preventie met Gezag is één van de programma's die worden uitgevoerd binnen het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid in Delft-West. De Zorg- en Veiligheidskamer draagt hieraan bij met het verbreden en verstevigen van de Persoonlijke Aanpak Delft (PAD). De criteria van deze aanpak zijn aangepast om eerder te kunnen ingrijpen en te voorkomen dat jongeren doorgroeien in de criminaliteit. Ook is de samenwerking met de Raad voor de Kinderbescherming en Reclassering Nederland versterkt. De intensieve samenwerking zorgt voor een snelle informatie-uitwisseling en maakt het mogelijk om elkaars kennis en expertise te benutten. Naast het versterken van de samenwerking met bestaande partners, onderzoeken we ook mogelijkheden voor samenwerking met nieuwe partners. Ook loopt er binnen de aanpak een pilot waarbij een intensieve variant van jeugdreclassering wordt ingezet, genaamd Straatkracht. Deze werkwijze is gericht op het ondersteunen van jongeren in het weg bewegen van een (georganiseerde) criminele en gewelddadige omgeving, naar een positief, veiliger pro-sociaal leven. Er gebeurt nog veel meer binnen Preventie met Gezag en dat in samenwerking met collega’s, partners en bewoners. Hieronder lichten we twee ontwikkelingen uit die in 2024 hebben plaatsgevonden.

We richten ons in het kader van schoolveiligheid niet alleen op onderwijspersoneel, maar ook rechtstreeks op leerlingen van het voortgezet onderwijs; met de doorlopende leerlijn van Dealbreakers proberen we te voorkomen dat zij kiezen voor een criminele carrière. Met het lesprogramma Kapot Sterk is de doorlopende leerlijn ook verbreed naar het basisonderwijs.

Een stevig(er) jongerenwerk in Delft-West Vanuit de bestaande locaties The Mall, De Border, Buitengewoon en De Vleugel (op initiatief van een bewoner) zijn meer openstellingen gerealiseerd en is het activiteitenaanbod uitgebreid, met name voor jongens vanaf 16 jaar. De vier jongerenwerkorganisaties in Delft-West (Youth for Christ, Stichting Welbevinden Delft, CANIDREAM en Delft voor Elkaar) zijn intensiever met elkaar en met de partners gaan samenwerken. Dat doen zij onder andere in het kernteam Jeugd Wij West. Dit kernteam houdt periodiek overleg, waarin de jongerenwerkorganisaties op uitvoerend niveau afstemming zoeken met elkaar en met de politie, de buurtsportcoaches, de PAD-coaches en de gemeente (o.a. Toezicht & Handhaving). Bewonersinitiatieven worden door het jongerenwerk omarmd en begeleid; dat geldt zowel voor de succesvolle jongereninloop in De Vleugel als voor de StraatMaatjes. In 2025 richten de jongerenwerkorganisaties zich op het versterken van het meidenwerk en het aanbod voor de jongere jongeren (16-). Daarnaast starten we een samenwerking met Epic Youth voor online jongerenwerk.

Schoolveiligheid Scholen hebben een preventieve en signalerende rol waar het gaat om mogelijke betrokkenheid van leerlingen bij criminaliteit (als dader of als slachtoffer). Al een aantal jaren faciliteert de gemeente een signalenoverleg met het voortgezet onderwijs en de politie, waar signalen anoniem gedeeld worden. In september 2024 hebben deze partijen (en het Openbaar Ministerie) het convenant ‘Veiligheid in en om de school Delft’ ondertekend. Het doel daarvan is om eerder in te spelen op onveilige situaties en sneller actie te ondernemen om escalatie te voorkomen. Er is tijdelijk een leerkracht uit het onderwijs gedetacheerd naar de gemeente die vanuit de rol van coördinator Veiligheid in en om de school het aanspreekpunt is voor scholen rondom veiligheidsvraagstukken die het convenant raken. In 2025 wordt het convenant Veiligheid in en om de school Delft geëvalueerd met de betrokken partners. Dient het convenant het doel dat we met elkaar hebben? Wat is nodig om het convenant (en dus de samenwerking) optimaal te laten functioneren? Daarnaast inventariseren we de scholingsbehoefte bij middelbare scholen ten behoeve van hun preventieve en signalerende rol. We gaan ook verbreden naar het basisonderwijs: we verkennen de mogelijkheden voor een signalenoverleg voor basisscholen.

10

Aanpak radicalisering, extremisme en polarisatie Samen in de aanpak van radicalisering en extremisme Sinds 2015 coördineert de gemeente Delft de integrale aanpak van radicalisering en extremisme in Delft. Daarnaast vervult Delft een voortrekkersfunctie voor de districtsgemeenten Midden-Delfland, Rijswijk en Westland. We zetten ons vanuit zorg en veiligheid in om de veerkracht en weerbaarheid van onze inwoners te versterken om zo radicalisering en extremisme te voorkomen en tegen te gaan. We staan voor een duurzame en kwalitatieve aanpak, waarbij we ons richten op het borgen van kennis en inspelen op nieuwe uitdagingen en doelgroepen. De kracht van de aanpak ligt in de samenwerking tussen gemeenten en met onze partners. We focussen ons op preventie, signaleren en interveniëren voor alle vormen van radicalisering en extremisme.

Landelijke trends en ontwikkelingen De Zorg- en Veiligheidskamer Delft volgt het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland (DTN), dat periodiek wordt uitgebracht door de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). Het dreigingsbeeld biedt inzicht in trends en ontwikkelingen op het gebied van radicalisering, extremisme en terrorisme. Op basis hiervan wordt het dreigingsniveau vastgesteld. Dit is een inschatting van de kans op een terroris­ tische aanslag in Nederland. Het huidige dreigingsniveau is 4 (substantieel). Dit betekent dat er een reële kans is dat er een aanslag in Nederland plaatsvindt. Ook in Delft houden we rekening met (de dynamiek van) dergelijke dreigingen. Hoewel er momenteel geen acute verontrustende signalen zijn, blijven we als lokale overheid, samen met onze partners, continu investeren in een stevige informatie- en kennispositie.

• Daarnaast zijn er in Nederland al langer bestaande jihadis­ tische netwerken die al geruime tijd niet meer groeien en weinig actief zijn. Er is tegenwoordig ook sprake van een andere groep die wordt gevormd door veelal jonge jihadisten die online radicaliseren. Deze groep neemt juist toe in omvang. Binnen deze netwerken wordt vaak een coherent jihadistisch gedachtegoed aangehangen, maar is er veel verschil in de mate van ideologische kennis. • Verder komen er vanaf 2025 in Nederland terrorisme­ veroordeelden vrij met een hoger veiligheidsrisico dan eerder vrijgelaten terrorismeveroordeelden. Hier gaat een mogelijke dreiging vanuit.

Rechts-terrorisme en -extremisme • Het afgelopen jaar zijn in Nederland en andere Europese landen meerdere mensen gearresteerd die actief waren in rechts-terroristische online groepen. Dit ging vaak om haat­ zaaien, opruiing of het voorbereiden van een terroristisch misdrijf. Een concrete aanslag werd zelden gepland. Binnen de rechts-terroristische onlinegroepen draait het vaak om een fascinatie voor geweld, en is er geen gedeelde ideologie. Er is momenteel geen dominante rechts-terroristische ideologie, het gedachtegoed blijft verdeeld. • Rechts-extremistische groepen komen vooral online samen. De laatste tijd organiseren sommige rechts-extremistische groepen echter vaker offline-bijeenkomsten. Deze groepen tonen meer actiebereidheid en willen het ‘blanke ras’ voor­ bereiden op een rassenoorlog, bijvoorbeeld door fysieke trainingen. • Rechts-extremisten proberen hun denkbeelden te normali­ seren, wat een bedreiging vormt voor de democratische rechtsorde. Dit zet de grondrechten van etnische en seksuele minderheden en rechten zoals de vrijheid van meningsuiting namelijk onder druk.

Onderstaand volgt een toelichting op de trends en ontwikke­ lingen per vorm van radicalisering, terrorisme en extremisme.

Jihadisme en radicale islam • De dreiging vanuit het jihadisme en andere radicaalislamitische groepen blijft hoog. Het afgelopen jaar is het aantal jihadi­ stische aanslagen en arrestaties in Europa toegenomen. De grootste jihadistische dreiging komt van Islamitische Staat (ISIS). ISIS probeert vanuit onder andere Centraal-Azië, Syrië en Somalië aanslagen in Europa aan te sturen of stimuleren. Ook zijn er in Europa nog steeds aanslagen door alleen handelende individuen die geïnspireerd zijn door ISIS en neemt de belangstelling voor uitreizen naar ISIS-strijdgroepen in het buitenland toe. 11

Online radicalisering Het afgelopen jaar is het aantal jongeren dat snel online radicaliseert, zowel in rechts-terroristische als jihadistische kringen, toegenomen. Dit vormt een risico voor de nationale veiligheid. In Nederland zijn waarschijnlijk enkele honderden jongeren actief in rechts-terroristische en jihadistische online groepen. Velen van hen kampen met mentale problemen of hebben te maken met discriminatie, pesten of een instabiele thuissituatie. De snelheid waarmee sommige jongeren online radicaliseren is zorgwekkend. Algoritmes van online platforms en het eigen zoekgedrag van jongeren spelen hierin een grote rol. Beïnvloedbare jongeren kunnen terecht komen in ‘echo­ kamers’, waar ze alleen gelijkgestemden ontmoeten en geen tegengeluid horen. Omdat het online domein een steeds grotere rol speelt in het versnellen en versterken van radicali­ seringsprocessen, vooral onder jongeren, is preventieve inzet wenselijk. Daarom starten we in 2025 met online jongerenwerk door Epic Youth. Het preventieve karakter van het jongerenwerk in combinatie met het bereiken van jongeren – ook degenen die fysiek minder zichtbaar zijn – maakt deze vorm van preventie een waardevolle aanvulling op de bestaande (preventieve) inzet binnen de aanpak van radicalisering.

Anti-institutioneel terrorisme en extremisme • Binnen de anti-institutionele beweging blijft het idee bestaan van een ‘kwaadaardige elite’. Volgens dit narratief is er een wereldwijde ‘kwaadaardige elite’ die mensen onderdrukt, uitbuit, vermoordt en tot slaaf maakt om een verborgen agenda uit te voeren. • Geweld vanuit de anti-institutionele beweging is tot nu toe beperkt gebleven. De verspreiding van complottheorieën, misinformatie en desinformatie zorgt echter wel voor meer bedreigingen, intimidatie en geweld, vooral tegen politici, wetenschappers en journalisten. • Soevereinen vormen een grote groep binnen de anti-institu­ tionele beweging, met enkele tienduizenden aanhangers in Nederland. De meeste soevereinen erkennen de overheid niet, maar houden zich wel aan de wet- en regelgeving.

Een kleine groep is bereid tot geweld. Sommige soevereinen bedreigen, intimideren of gebruiken lichte vormen van geweld bij confrontaties met ambtenaren of deurwaarders. De laatste tijd is het aantal van deze incidenten toegenomen.

Links-extremisme • De links-extremistische beweging in Nederland heeft enkele honderden aanhangers. Deze groep uit zich vooral activistisch. Gewelddadig links-extremisme komt bijna niet voor. Linksextremisten voeren meestal kleine acties uit op eigen initiatief.

Resultaten De Delftse aanpak kent 3 speerpunten: preventie, signaleren en interveniëren. Ieder speerpunt bestaat uit verschillende interventies die elkaar aanvullen en versterken. Per speerpunt zijn in 2024 de onderstaande resultaten bereikt.

Preventie Binnen het speerpunt preventie richten we ons op het verkleinen van de voedingsbodem voor radicalisering, extremisme en polarisatie. In de preventieve activiteiten die we uitvoeren besteden we aandacht aan identiteitsvorming, weerbaarheid en veerkracht, opvoedingsondersteuning, dialoog en onderwijs. Waar dat passend is, nemen we hierin ook het online domein mee. Dit alles vanuit een basis van vertrouwen en verbinding. • Ongeveer 15 betrokken inwoners uit Delft nemen deel aan het Strategisch Netwerk Radicalisering en Polarisatie (SNRP). Zij vertegenwoordigen verschillende lokale formele of informele organisaties en netwerken. Zoals Delftse religieuze (culturele) instellingen (moskeeën, kerken), migrantenorganisaties, maatschappelijke organisaties, welzijnsorganisaties en de gemeente. • In 2024 heeft het netwerk in haar bijeenkomsten de laatste ontwikkelingen en signalen uit de stad besproken. Daarnaast heeft het SNRP een actieve bijdrage geleverd aan de verbindingsmaaltijd in Delft in het voorjaar van 2024. Dit smaakte naar meer en het netwerk blijft ook in de toekomst graag nauw betrokken bij dit initiatief en soortgelijke initiatieven die zich richten op dialoog en verbinding. • Naar aanleiding van de nieuwe missie en visie die in 2023 is opgesteld, is het netwerk verder aan de slag gegaan met haar invulling en bestaansrecht in de stad.

Het netwerk constateert dat radicalisering nog steeds een belangrijk onderwerp is om op te focussen, maar ze zien ook een noodzaak om zichzelf meer te richten op onderwerpen die gelieerd zijn aan bredere sociale vraagstukken, zoals polarisatie en weerbaarheid. Het SNRP wil zich ook in de komende tijd steviger op de kaart zetten en zichzelf, aan de hand van hun missie en visie, duidelijk(er) positioneren in Delft als een netwerk dat staat voor verbinding, inclusie en sociale stabiliteit. Daarbij wordt ook toegewerkt aan een meer diverse samenstelling van het netwerk om een representatieve afspiegeling te zijn van Delft. 12

• In overleg met diverse sociaal-maatschappelijke organisaties uit Delft zijn in 2024 de eerste voorbereidingen getroffen voor een tweedaagse weerbaarheidstraining voor professionals in Delft die zal plaatsvinden in het voorjaar van 2025. De kennis die met deze training verkregen wordt kunnen zij direct toepassen op hun preventieve werk met jongeren. Deze weerbaarheidstraining is een vervolg op een eerder succesvol verlopen traject en werkt volgens een train-de-trainer methodiek waardoor het een duurzaam karakter heeft.

Signaleren Het is belangrijk dat alle vormen van radicalisering en extremisme zo snel mogelijk worden herkend. Daarom investeren we voortdurend in het vergroten van de kennis en vaardigheden van professionals rondom deze thema’s. We zorgen voor voorlichtingen, trainingen en verdiepende expertise. Daarnaast brengen we professionals uit het opera­ tioneel netwerk samen, zodat zij van elkaar kunnen leren en ervaringen kunnen uitwisselen. • We onderhouden voortdurend contact met ons netwerk van aandachtsfunctionarissen. Deze professionals, werkzaam bij verschillende organisaties in Delft. Zij zijn getraind in het herkennen van signalen van radicalisering en extremisme. Ook zijn zij het aanspreekpunt binnen hun organisatie voor collega’s met vragen of zorgen over deze onderwerpen. - In 2024 zijn er 20 nieuwe aandachtsfunctionarissen bijgekomen in het district, werkzaam bij onder andere welzijnsorganisaties en de politie. Ons districtelijke netwerk bestaat nu uit ongeveer 120 aandachtsfunctionarissen. - In juli 2024 werd er een terugkomdag georganiseerd voor een deel van de aandachtsfunctionarissen met als doel om hun kennis rondom radicalisering en extremisme op te frissen. De bijeenkomst, met zo’n 40 deelnemers, richtte zich op landelijke en regionale trends op het gebied van radicalisering en extremisme, waaronder de soevereinen­ beweging.

- De jaarlijkse bijeenkomst voor alle aandachtsfunctionarissen radicalisering in het district vond plaats in het najaar van 2024. Ongeveer 75 aandachtsfunctionarissen namen deel aan deze bijeenkomst. Dit jaar lag de focus op het thema jihadisme. Tijdens de bijeenkomst werden verder diverse workshops georganiseerd waarin de rol van de aandachtsfunctionaris radicalisering werd besproken. - In 2024 hebben alle aandachtsfunctionarissen twee nieuwsbrieven ontvangen met onder andere landelijke trends en ontwikkelingen op het gebied van radicalisering en extremisme.

1

• In 2024 verzorgde het Rijksopleidingsinstituut tegengaan Radicalisering (ROR) 8 trainingen. Deze trainingen richtten zich onder andere op het herkennen van radicalisering en extremisme, de verschillende verschijningsvormen, inter­ culturele professionaliteit en rechts-extremisme. Ongeveer 94 professionals namen hieraan deel. • Verder zijn er 6 voorlichtingen gegeven over het herkennen van signalen van radicalisering en de meldroute, onder andere voor het middelbaar onderwijs. Ook in 2025 blijven we investeren in ons operationeel netwerk, door bijvoorbeeld regelmatig contact te onderhouden met onze aandachts­ functionarissen, trainingen en presentaties te verzorgen en tweemaal per jaar een nieuwsbrief uit te brengen.

Interveniëren Binnen dit speerpunt staat de persoonsgerichte aanpak (PGA) radicalisering centraal. De Zorg- en Veiligheidskamer Delft voert de regie op de PGA radicalisering in Delft. Personen die vanuit ideologische overtuigingen een veiligheidsrisico vormen, bespreken we in de PGA met verschillende zorg- en veiligheidsinstanties. Voor elke persoon die mogelijk radicaliseert wordt een plan op maat opgesteld en uitgevoerd. Binnen de PGA radicalisering zetten we passende interventies in om (verdere) radicalisering te voorkomen en te zorgen dat mensen (weer) aansluiting vinden bij de maatschappij. Daarnaast schatten we doorlopend eventuele veiligheidsrisico’s in. Het afgelopen jaar is er inzet geweest van de PGA op meerdere casussen in Delft.1 Zo is er, samen met ketenpartners, meerdere keren een plan van aanpak opgesteld waaruit diverse interventies zijn voort­ gevloeid.

Expertisepool De expertisepool bestaat uit verschillende zorg- en veiligheidsprofessionals uit het district (gemeenten Delft, Midden-Delfland, Rijswijk en Westland) die gespecialiseerd zijn op het gebied van radicalisering en extremisme. De expertisepool komt elke 10 weken samen, onder regie van de gemeente Delft. Tijdens deze bijeenkomsten denken de deelnemers interventies uit voor verschillende casussen en delen zij kennis rondom radicalisering en extremisme. Deelnemers kunnen ook specifiek worden ingezet voor casuïstiek binnen de PGA radicalisering. Het afgelopen jaar heeft de expertisepool opnieuw gezorgd voor waardevolle kennisuitwisseling en samenwerking. De focus lag vooral op het jihadisme, de soevereinenbeweging en het rechts-extremisme. Verder is er gebruik gemaakt van de expertise van meerdere deelnemers van de expertisepool bij lopende casussen.

In verband met herleidbaarheid doen wij geen uitspraken over (aantallen) personen.

13

Doorkijk naar 2025 • De vernieuwde samenstelling van de stuurgroep, waarbij nu ook de GGZ en woningcorporaties lid zijn, biedt mogelijk­ heden voor nieuwe ambities en initiatieven vanuit de Zorgen Veiligheidskamer • We hebben blijvende aandacht voor de samenhang met andere activiteiten en programma’s, zoals Wij West, Kansrijke Wijk, jeugd en onderwijs. • In het kader van schoolveiligheid wordt vanuit Preventie met Gezag en de PAD verkend hoe het profiel van een school­ veiligheidsfunctionaris eruit zou moeten zien. Daarnaast zoeken we samen met de basisscholen naar manieren om hen te ondersteunen in het delen van signalen. • In het kader van Preventie met Gezag (PmG) organiseert het ministerie van Justitie en Veiligheid een werkbezoek aan Ierland. In maart 2025 gaan professionals die betrokken zijn bij de PAD-aanpak in Delft mee om kennis uit te wisselen over jeugdcriminaliteit en de systemische benadering van de begeleiding van een jongere. • De Zorg- en Veiligheidskamer blijft, samen met het zorg­ domein, een bijdrage leveren aan de inzet op personen met verward of onbegrepen gedrag. Indien nodig denken we mee en adviseren we inhoudelijk op dit thema.

• In 2025 hebben we aandacht voor het uitbreiden van het netwerk aandachtsfunctionarissen van de aanpak radicali­ sering, extremisme en polarisatie. Daarnaast zetten we het organiseren van kennisbijeenkomsten en trainingen voort, zodat diverse organisaties in de stad bekend zijn en blijven met deze aanpak en hoe zij kunnen signaleren. • In 2025 starten we met online jongerenwerk door Epic Youth. Hiervoor is een positief advies van de functionaris gegevensbescherming afgegeven. Op deze manier bereiken we jongeren ook in hun online leefwereld om hun weer­ baarheid tegen diverse sociaal-maatschappelijke problemen te vergroten. • We monitoren huidige wetsvoorstellen (WAMS), maar ook aankomende wetgeving die in werking zal treden (WGS, Wet PARTA). De Zorg- en Veiligheidskamer zorgt ervoor dat haar werkwijze wetsconform is en blijft.

Colofon uitgave: gemeente Delft | Zorg- en Veiligheidskamer Delft | maart 2025

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15556330/1