Bijlage 1 - In gesprek met de stad - Nota Samen thuis in Delft
Tekst van het document
Bijlage 1 - In gesprek met de stad Bij het maken van beleid vinden we het belangrijk om aan te sluiten bij de leefwereld van inwoners. Daarom zijn we voor de nota Samen thuis in Delft in gesprek gegaan met mensen uit de stad. We wilden horen wat zij denken, ervaren en nodig hebben. Door hun signalen, verhalen en ideeën op te halen, die anders misschien onzichtbaar waren gebleven, konden we beleid maken dat beter past bij het dagelijks leven in Delft. Daarnaast hebben de gesprekken bijgedragen aan meer onderlinge verbinding in de stad. De gesprekken vonden plaats tussen november 2024 en maart 2025. We voerden gesprekken over thema’s als je thuis voelen, discriminatie, polarisatie, emancipatie, het slavernijverleden en regenboogbeleid. Daarbij spraken we met uiteenlopende groepen inwoners: jongeren (leerlingen van het Stanislascollege en PrO Grotius), studenten van de TU Delft, bezoekers van Café Positief Gezond en vertegenwoordigers van organisaties zoals de Ouderenbond (SSBO), de Delftse LHBTI+vereniging DWH, de Stichting voor Inclusie en discriminatiebestrijding (iDb), het Kwartiermakers Comité Slavernijverleden Delft (KMC) en het Vrouwen in Delft platform/Human House Delft. Ook gingen we in gesprek met wijkregisseurs, de gemeenteraad en de Adviesraad Sociaal Domein (ASD).
Wat doen we met de input uit de gesprekken? Deze bijlage biedt een overzicht van wat er leeft in de stad. De opgehaalde signalen, zorgen en ideeën vormen een waardevolle basis voor de nota Samen thuis in Delft. Veel van wat is gedeeld door inwoners en organisaties is terug te vinden in de voorgestelde maatregelen. Sommige thema’s vragen nog om verdere verdieping of extra middelen; die nemen we mee in toekomstige beleidsontwikkeling. Zo bouwen we stap voor stap aan beleid dat recht doet aan de dagelijkse werkelijkheid van Delftenaren in al hun verscheidenheid. Samenvattend schema: uitkomsten gesprekken met de stad Het schema hieronder geeft per thema de rode draad van de gesprekken weer. Het laat zien welke ervaringen, zorgen en wensen het meest zijn genoemd door inwoners en organisaties. Thema Inclusief samenleven
Rode draad uit de gesprekken Vraag om structurele aandacht, ontmoeting, voorbeeldrol gemeente
Je thuis voelen
Veiligheid, sociale verbinding, schone en toegankelijke wijken
Discriminatie
Onzekerheid over meldpunten, behoefte aan educatie en handhaving
Polarisatie
Verschillen ervaren, dialoog en ontmoeting als remedie
Emancipatie
Brede invulling (gender, beperking, afkomst), focus op waardering
Regenboogbeleid / LHBTI+
Acceptatie wisselt per context, behoefte aan zichtbaarheid en steun
1
Koloniaal- en slavernijverleden
Beperkte kennis, brede steun voor herdenking en educatie
Uitkomsten gesprekken met de stad Hieronder volgt de uitwerking van wat we tijdens de participatiegesprekken hebben opgehaald. De opbrengst is per thema uitgewerkt en waar relevant aangevuld met perspectieven van specifieke doelgroepen. Thema 1: Inclusief samenleven In vrijwel elk gesprek kwam naar voren dat inclusief samenleven vraagt om méér dan beleid op papier. Het vraagt om concrete actie, zichtbaarheid, ontmoeting en het actief betrekken van de stad. Niet praten over mensen, maar met mensen. Inwoners zien kansen, maar signaleren ook blinde vlekken in de praktijk. Zij willen geen tijdelijke aandacht, maar blijvende inzet en erkenning. Inclusief samenleven mag geen vrijblijvende ambitie zijn, maar moet structureel verankerd zijn in zowel beleid als uitvoering. Alle groepen: In alle groepen werd het belang benadrukt van ontmoeting en contact tussen verschillende mensen. Jongeren willen open gesprekken en buurtactiviteiten. Studenten zoeken verbinding buiten hun bubbel. Ouderen vragen om meer aandacht voor toegankelijkheid, veiligheid en sociale verbinding in hun leefomgeving. In al deze gesprekken klinkt het verlangen naar een stad waar je ertoe doet, ongeacht leeftijd, achtergrond of beperking. Raadsleden en maatschappelijk partners: Tijdens de gesprekstafels werd duidelijk dat inclusief samenleven vraagt om een integrale benadering.
Er werd gepleit voor een integrale aanpak, inzet van ervaringsdeskundigheid, community building, ambassadeurs binnen de gemeente en het delen van verhalen. Uit de gesprekstafels kwam ook naar voren dat inwoners zich pas echt gehoord voelen als hun input uit participatietrajecten wordt opgevolgd en zichtbaar wordt gemaakt. Subthema bij thema 1: Je thuis voelen In vrijwel alle gesprekken kwam naar voren dat een gevoel van veiligheid, herkenning en sociale verbinding essentieel is om je thuis te voelen. Toch ervaart niet iedereen Delft op dezelfde manier. Sommige groepen voelen zich uitgesloten of ervaren drempels om volledig deel te nemen aan het sociale leven in de stad. Jongeren: Leerlingen van zowel het Stanislascollege als PrO Grotius gaven aan zich over het algemeen thuis te voelen in hun wijk in Delft, mits deze veilig en vertrouwd aanvoelt. Sociale interactie, buurtactiviteiten en acceptatie spelen hierbij een belangrijke rol. Tegelijkertijd gaven enkelen aan zich minder thuis te voelen door gevoelens van ongemak of het idee ‘anders’ te zijn. Studenten: Internationale studenten gaven aan zich thuis te voelen binnen hun eigen studentenbubbels, maar minder in de stad Delft zelf. Zij ervaren soms uitsluiting vanwege taalbarrières en beperkte aansluiting met lokale bewoners.
De gemeente kan bijdragen aan een groter thuisgevoel door expliciet uit te spreken dat ook internationals welkom zijn, en door samenwerkingsprojecten te stimuleren tussen studenten en andere bewoners van Delft.
2
Ouderen: Oudere inwoners benoemen verschillende factoren die het thuisgevoel onder druk zetten: fysieke onveiligheid in het verkeer, beperkte toegankelijkheid van voorzieningen en eenzaamheid. Ook de beperkte toegankelijkheid van openbaar vervoer en de hoge kosten van activiteiten worden als obstakels ervaren. Bezoekers Café Positief Gezond: Deelnemers benadrukten dat een rustige, schone wijk en goed contact met buren bijdragen aan een thuisgevoel. Tegelijkertijd werd gewezen op vervuiling (zoals hondenpoep) en het gebrek aan toezicht. Sociale controle en samenleven in de wijk zijn belangrijk. Sommigen gaven aan dat ze zich pas echt thuis voelen als ze zich gezien en begrepen voelen. Thema 2: Discriminatie Discriminatie blijkt een herkenbaar en breed gedeeld thema in de gesprekken, al verschilt de mate van directe ervaring. Er is sprake van structurele uitsluiting op onder meer de woningmarkt, arbeidsmarkt en in het onderwijs, maar ook van alledaagse vormen van discriminatie en micro-agressie. Daarnaast blijkt de meldingsbereidheid laag en is er vaak onbekendheid over waar men terecht kan om een melding te doen. Jongeren: De meeste jongeren gaven aan zelf weinig of geen discriminatie te ervaren. Tegelijkertijd blijkt dat er veel onduidelijkheid is over waar en hoe discriminatie gemeld kan worden.
Voorgestelde maatregelen vanuit de gemeente zijn het verhogen van bewustwording, beter toezicht en strengere handhaving. Jongeren vinden het belangrijk om elkaar aan te spreken, respect te tonen, het onderwerp bespreekbaar te maken en steun te bieden aan slachtoffers. Ook noemen ze het belang van educatie. Bezoekers Café Positief Gezond: Hier kwamen persoonlijke ervaringen met discriminatie nadrukkelijk naar voren. Enkele deelnemers vertelden over ervaringen op de werkvloer of in het dagelijks leven, waaronder etnische discriminatie en scheldwoorden op straat. Er werd getwijfeld aan het nut van melden: "Als je gaat melden, geloven ze je toch niet?" Anderen gaven juist aan dat bewustwording en educatie essentieel zijn. Ook werd het voorbeeld genoemd van kinderen in de wijk die een te laag schooladvies krijgen vanwege hun achtergrond of waar ze wonen. Studenten: Internationale en niet-binaire studenten ervoeren discriminatie in de vorm van subtiele uitsluiting, stereotype blikken of opmerkingen. Zo werd genoemd dat kleding (bijvoorbeeld traditioneel of zwart) leidt tot reacties op straat, en dat homo- of lesbische koppels worden nageroepen. Taalbarrières vergroten het gevoel van afstand. Studenten gaven aan dat meer gender- en cultuur sensitieve educatie, en gemeentelijke steun hierin, zou helpen.
Raadsleden en maatschappelijk partners: Er werd benadrukt dat uitsluiting diep kan ingrijpen op het zelfbeeld van mensen en het dagelijks leven van mensen. De impact van structurele en institutionele uitsluiting in bijvoorbeeld het onderwijs of op de arbeidsmarkt, moet beter zichtbaar worden gemaakt. In plaats van een klassieke campagne tegen discriminatie opperde iemand om te werken aan een ‘gelijkheidsboodschap’, gericht op empathie en verbinding. Ook werd gepleit voor educatieve programma’s voor alle leeftijden. Tegelijkertijd werd duidelijk dat niet iedereen zich aangesproken voelt door het onderwerp. Sommige deelnemers gaven aan moeite te hebben met hoe het thema wordt benaderd. Zij ervaren het soms als iets dat wordt opgedrongen, en hebben het gevoel dat er weinig ruimte is voor een eigen, afwijkende mening. Hoewel zij respect hebben voor anderen die er anders over denken, willen zij niet overtuigd worden om hun visie aan te passen. Eén deelnemer
3
trok een vergelijking met Noord-Ierland, waar religieuze tegenstellingen hardnekkig blijven bestaan, en vroeg zich af waarom het streven naar begrip en verbinding hier dan wel zou slagen. Stichting iDb: Stichting voor Inclusie en discriminatiebestrijding (iDb) gaf concrete aanbevelingen voor antidiscriminatiebeleid: • Vergroot de bekendheid van meldpunten, bijvoorbeeld via fysieke loketten en campagnes. • Deel jaarlijks de meldingen en ondernomen acties met de stad. • Voer toezicht en mystery guests in bij woningverhuur, horeca en werkgevers. • Stimuleer antidiscriminatie-trainingen voor personeel van gemeente, politie, onderwijs en woningcorporaties. Thema 3: Polarisatie De mate waarin polarisatie wordt ervaren, verschilt sterk per groep. Sommige inwoners herkennen spanningen of uitsluiting op basis van achtergrond of mening, terwijl anderen polarisatie niet of nauwelijks ervaren. Wel leeft breed het besef dat ontmoeting en dialoog essentieel zijn om verdeeldheid te voorkomen. Jongeren: Polarisatie werd door de meeste jongeren niet sterk ervaren, maar sommigen merkten wel spanningen tussen culturele of etnische groepen. Er bestond bij een aantal leerlingen ook onduidelijkheid over wat polarisatie precies inhoudt. De voorgestelde aanpak richt zich op het bevorderen van verbinding: gezamenlijke activiteiten, educatie over acceptatie en open dialoog op school en in de buurt.
Bezoekers Café Positief Gezond: Hier werd polarisatie nadrukkelijker benoemd. Deelnemers gaven aan dat ze een groeiend gevoel van verdeeldheid ervaren, onder andere door de landelijke politiek en het publieke debat. Geert Wilders werd expliciet genoemd als voorbeeld van een politicus die volgens hen bijdraagt aan polarisatie. Er werd gesproken over het belang van stemmen, en het idee dat "we vechten tegen een systeem" klonk sterk door. Ook het gevoel dat bepaalde groepen “ons niet willen” voedt het idee van uitsluiting. Studenten: Hoewel polarisatie niet expliciet als thema aan bod kwam, werd er wel regelmatig indirect naar verwezen. Studenten spraken over het bestaan van ‘bubbels’ waarin mensen vooral omgaan met gelijkgestemden. Deze sociale scheiding wordt niet per se als problematisch ervaren, maar kan wel leiden tot afstand tussen groepen. Internationale studenten gaven aan zich vaak niet volledig thuis te voelen in Delft buiten de universiteit. Culturele verschillen en taalbarrières dragen bij aan wederzijds onbegrip. Daarnaast werd benoemd dat meer educatie en bewustwording nodig zijn, bijvoorbeeld over genderdiversiteit en culturele achtergronden. Zulke kennis en gesprekken zijn belangrijk om sociale afstand te verkleinen en polarisatie in de stad te voorkomen.
Raadsleden en maatschappelijk partners: Er werd geconstateerd dat polarisatie op allerlei niveaus voorkomt: van politieke tegenstellingen tot verschillen in levensstijl, cultuur of overtuiging. Om het wij-zij-denken te doorbreken, pleitten deelnemers voor een aanpak waarin ontmoeting en het delen van persoonlijke verhalen centraal staan. Laagdrempelige initiatieven in buurten, themaweken of symbolische gezamenlijke acties, zoals een dag waarop alle Delftenaren samen eten, kunnen hierin een belangrijke rol spelen. Er is brede behoefte aan dialoogtafels voor alle lagen van de bevolking, en aan educatie over empathie, respect en inclusie, niet alleen voor jongeren, maar ook voor ouders.
4
‘Community building’ tussen verschillende culturele groepen werd genoemd als een belangrijk middel om bruggen te slaan. Interessant is dat polarisatie soms ook als functioneel werd gezien, mits het leidt tot bewustwording en reflectie. Ideeën als kleurige bolletjes op straat of ludieke interventies in de openbare ruimte werden genoemd als creatieve manieren om het gesprek op gang te brengen. Het netwerk SNRP wil actief bijdragen door werkende methoden te verzamelen en anderen te inspireren tot dialoog en verbinding. Thema 4: Emancipatie Emancipatie werd door vrijwel alle gesprekspartners gezien als een breed en gelaagd thema, dat verder gaat dan alleen de positie van vrouwen. Het draait om jezelf kunnen zijn, gelijkwaardig mee kunnen doen, en erkend worden in je eigen identiteit en kracht. In vrijwel alle groepen werden meerdere doelgroepen genoemd die daarbij extra ondersteuning nodig hebben. Bezoekers Café Positief Gezond: Het gesprek ging in op stereotypen en verwachtingen: waarom moeten vooral ‘buitenlanders’ emanciperen, en niet ook andere groepen? Emancipatie werd breder getrokken dan alleen vrouwenrechten. Ook mensen die binnen blijven en sociaal geïsoleerd raken, of vrouwen die onder druk van de omgeving beperkt worden in hun bewegingsvrijheid, werden genoemd.
Er werd aandacht gevraagd voor de verschillende achtergronden van vrouwen (bijvoorbeeld boerkadraagsters), en het belang van respect voor keuzevrijheid en nuance. Geweld tegen vrouwen werd expliciet benoemd als probleem dat aandacht verdient. Ouderen: Bij ouderen werd gesproken over sociale uitsluiting, beperkte mobiliteit en ontoegankelijkheid van voorzieningen. Vooral ouderen met een beperking worden vaak vergeten in emancipatiebeleid. Er leeft het gevoel dat jongere beleidsmakers onvoldoende oog hebben voor deze groep. Daarnaast werd benoemd dat emancipatie ook betekent: ruimte krijgen voor je eigen tempo, beleving en waarden, zonder veroordeling of normdruk vanuit jongere generaties. Raadsleden en maatschappelijk partners: De gesprekstafel Emancipatie benadrukte het belang van een intersectionele benadering, waarbij aandacht is voor verschillen in gender, achtergrond, opleiding, beperking en leeftijd. Emancipatie betekent voor veel deelnemers: jezelf kennen en kunnen ontwikkelen, je erkend voelen in je eigen ruimte en vrijheid, en gelijkwaardig behandeld worden met ruimte voor zowel kracht als kwetsbaarheid. Gelijkwaardigheid begint bij de erkenning en waardering van verschillen. Daarom is het essentieel dat beleid zich richt op een brede groep Delftenaren, waaronder ook mensen die niet zijn aangesloten bij bestaande netwerken of instituties.
Zij worden vaak aangeduid als ‘ongeorganiseerden’ of ‘afgehaakten’. Ook jongeren, en in het bijzonder mbo-studenten en anderen in kwetsbare posities, verdienen hierbij expliciete aandacht en ondersteuning Deelnemers pleitten voor meer aandacht voor mentale gezondheid, het versterken van het zelfbeeld, en het creëren van ruimte om te praten over thema’s als kwetsbaarheid en identiteit. Kinderen en jongeren zouden al op jonge leeftijd in aanraking moeten komen met thema’s als gelijkheid, diversiteit en inclusie via bijvoorbeeld het onderwijs. Wat betreft concrete voorstellen werd onder meer geopperd om: • te investeren in community building, gericht op ontmoeting, verbinding en de zichtbaarheid van ‘onzichtbare groepen’; • dialoogsessies en het organiseren van plekken waar ruimte is voor kwetsbaarheid, kunst en expressie;
5
• •
een cultuur van waardering en samenwerking te stimuleren, ook binnen en tussen gemeentelijke partners; de participatie van álle Delftenaren mogelijk te maken, ongeacht opleidingsniveau, beperking of achtergrond, met passende begeleiding en ondersteuning van initiatieven.
Subthema bij thema 4: Regenboogbeleid Over het algemeen wordt Delft als redelijk veilig en open ervaren, maar in meerdere gesprekken werd duidelijk dat volledige acceptatie nog niet overal vanzelfsprekend is. Vooral buiten de bekende ‘bubbels’ of binnen specifieke generaties en wijken ervaren mensen nog belemmeringen om zichzelf te zijn. Acceptatie vraagt om blijvende inzet van de gemeente, vooral op het gebied van educatie, zichtbaarheid en ontmoeting. Jongeren: De meeste jongeren vinden dat LHBTI+-personen zichzelf kunnen zijn op school en in de stad. Tegelijkertijd bestaan er twijfels, vooral vanwege de sociale norm binnen vriendengroepen of gezinnen. Sociale media blijken weinig invloed te hebben op hun mening, maar het onderwerp blijft gevoelig. Jongeren zien een duidelijke rol voor de gemeente in het bevorderen van acceptatie via educatie, open gesprekken, rolmodellen en zichtbare steun. Studenten: Studenten benoemden dat er veilige ‘bubbels’ zijn waarin LHBTI+-personen zich kunnen uiten, maar dat het daarbuiten lastig kan zijn. Vooral voor niet-binaire mensen en mensen die zichtbaar ‘anders’ zijn. Reacties op straat, zoals nageroepen of aangestaard worden, zijn geen uitzondering. Acceptatie is daarmee nog situationeel. Studenten gaven aan dat gender- en seksuele diversiteit meer normalisatie en educatie vraagt, ook buiten de studentengemeenschap.
Bezoekers Café Positief Gezond: Er klonken wisselende geluiden. Sommigen gaven aan dat ze vinden dat acceptatie wordt ‘afgedwongen’ en vroegen zich af waarom seksuele oriëntatie zichtbaar moet zijn. Tegelijkertijd erkenden anderen het belang van zichtbaarheid en veiligheid voor onderdrukte groepen. Er werd benoemd dat regenboogvlaggen worden vernield en dat scholen soms ‘te ver’ gaan of juist te weinig doen. De spanning tussen vrijheid van meningsuiting en acceptatie werd zichtbaar in het gesprek. Ouderen: Bij ouderen leeft het gevoel dat LHBTI+-thema’s ver van hun leefwereld afstaan. Roze ouderen worden genoemd als groep die zich niet altijd gezien voelt. Regenboogbeleid wordt als abstract ervaren. Voorlichting en persoonlijke verhalen zouden volgens sommigen kunnen helpen om bruggen te bouwen tussen generaties. DWH: Tijdens een brainstormsessie met DWH werd een breed palet aan concrete ideeën en aandachtspunten gedeeld om de positie van LHBTI+-personen in Delft te versterken. Zo werd voorgesteld om een Christopher Street Day te organiseren in plaats van een traditionele Pride-maand. Een dag waarin zowel ruimte is voor feest als voor protest. Ook werden dialoogmarkten, kunstprojecten en zichtbare waarderingssymbolen genoemd als manieren om inclusieve initiatieven in de stad te versterken.
Daarnaast klonk een sterke oproep voor meer educatie over de oorsprong van Pride, aandacht voor intersectionaliteit en het creëren van zogenaamde ‘brave spaces’: plekken waar ook moeilijke of ongemakkelijke gesprekken gevoerd kunnen worden. Ook werd het belang van een inclusieve gemeentelijke uitstraling benadrukt, bijvoorbeeld door brieven, formulieren, stemformulieren en e-mailhandtekeningen op een inclusieve manier vorm te geven.
6
Er werd bovendien gewezen op tekorten in de zorg voor LHBTI+-personen. Zo werd benoemd dat intersekse personen nauwelijks worden meegenomen in beleid of voorlichting. Daarnaast is het voor veel mensen moeilijk om toegang te krijgen tot PrEP om hiv te voorkomen of een soa-test, en ontbreekt het bij huisartsen en ziekenhuizen vaak aan specifieke kennis over de zorgbehoeften van LHBTI+-personen. Deze signalen onderstrepen de noodzaak van betere voorlichting, scholing en toegankelijke zorgvoorzieningen. Thema 5: Koloniaal- en slavernijverleden In meerdere gesprekken kwam naar voren dat het slavernijverleden voor veel inwoners nog onbekend terrein is. Tegelijkertijd groeit het bewustzijn over de betekenis van dit verleden en de doorwerking ervan in het heden. Herkenning, erkenning en educatie zijn sleutelwoorden die herhaaldelijk genoemd worden, net als de behoefte aan rituelen zoals herdenkingen en fysieke plekken van herinnering. Er leeft een duidelijke wens onder Delftenaren om het slavernijverleden niet langer te negeren, maar actief te betrekken bij de stadscultuur. Jongeren: De meeste jongeren gaven aan weinig tot geen kennis te hebben over het slavernijverleden van Nederland, laat staan van Delft. Toch erkennen velen dat bepaalde groepen nog altijd negatieve gevolgen ervaren.
Er is brede steun voor initiatieven zoals jaarlijkse herdenking, het vieren van Keti Koti op 1 juli en het realiseren van een herdenkingsplek in Delft. Bezoekers Café Positief Gezond: Er werd met verontwaardiging gesproken over het gebrek aan aandacht voor het slavernijverleden in vergelijking met bijvoorbeeld de Tweede Wereldoorlog. De impact van de slavernij wordt vaak onderschat, zo werd gesteld: “De oorlog duurde vijf jaar, slavernij eeuwen.” Er was ook erkenning van het feit dat veel mensen van Afrikaanse komaf zich pas recent bewust zijn geworden van hun eigen familiegeschiedenis hierin. Bijeenkomsten en gesprekken worden gewaardeerd, omdat die bijdragen aan bewustwording en verbinding. Ook kwam het thema Zwarte Piet ter sprake, waarbij deelnemers stelden dat het om meer gaat dan een kinderfeest: het raakt aan gevoelens van uitsluiting en anders-zijn. Ervaringen van pesten en racisme tijdens Sinterklaastijd tonen de emotionele lading die dit thema nog steeds heeft. Ouderen: De meningen waren verdeeld. Sommigen gaven aan geen sterke band te voelen met het slavernijverleden omdat het ‘voor hun tijd’ is gebeurd. Tegelijkertijd werd ook gesteld dat erkenning en educatie belangrijk zijn, zeker als het gaat om gezamenlijke geschiedenis en het overdragen van kennis aan nieuwe generaties. De eerste Keti Koti-herdenking in 2024 werd als een positieve stap gezien.
Kwartiermakers Comité Slavernijverleden Delft (KMC): In maart 2024 bracht het Kwartiermakers Comité Slavernijverleden Delft (KMC) een adviesbrief uit aan de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders. Deze brief sluit aan op eerdere adviezen en stadsgesprekken die het comité organiseerde. De aanbevelingen zijn geordend rond drie centrale thema’s: Verleden, Heden en Toekomst. Hieronder volgt een samenvatting van de belangrijkste adviezen. Verleden: herdenken met impact Er is brede steun in de stad voor het realiseren van een fysieke herdenkingsplek die zichtbaar, betekenisvol en educatief is. Deze plek moet samen met de stad worden ontwikkeld, waarbij nadrukkelijk verschillende perspectieven worden betrokken, zowel uit de
7
West als de Oost. Ook nazaten, jongeren, omwonenden en sleutelfiguren worden actief betrokken bij het ontwerp- en realisatieproces. Het KMC adviseert om de herdenkingsplek binnen twee jaar te realiseren, onder regie van de gemeente. Het beoogde budget hiervoor bedraagt € 300.000, vergelijkbaar met andere steden als Utrecht en Almere. Heden: een gezamenlijke herdenking én viering Uit de stadsgesprekken blijkt een sterke behoefte aan een jaarlijkse herdenking op 1 juli (Keti Koti), gecombineerd met een feestelijke viering van vrijheid. In 2024 organiseert het KMC in samenwerking met partners een herdenking. Voor 2025 wordt een grootstedelijk festival voorgesteld, ontwikkeld in co-creatie met inwoners, scholen, culturele instellingen en andere organisaties. Dit festival biedt ruimte aan verhalen, kunst, muziek, educatie en ontmoeting, met bijzondere aandacht voor jongeren. De organisatie van de herdenking en viering vraagt om een structurele samenwerking met de gemeente en een jaarlijks passend budget, vergelijkbaar met dat van de vieringen op 4 en 5 mei. Toekomst: structurele borging en bewustwording Het slavernijverleden moet niet alleen herdacht, maar ook structureel verbonden worden met de toekomst van Delft. Hiervoor formuleerde het KMC een aantal concrete speerpunten: 1. Educatie a.
Ontwikkel lespakketten voor basis- en voortgezet onderwijs over slavernijverleden, kolonialisme, en de doorwerking in het heden. b. Leid leerkrachten op via ‘train de trainer’-modules, zodat zij dit onderwerp deskundig en met vertrouwen kunnen behandelen. c. Zet educatie breder in: ook buiten scholen, via ontmoetingen, verhalen en culturele programma’s. 2. Onderzoek en stadspublicaties a. Maak een publieksvriendelijke versie van het onderzoeksrapport, bruikbaar in het onderwijs en voor een breed publiek. b. Start aanvullend onderzoek naar onderbelichte verhalen, bijvoorbeeld over tot slaafgemaakten in Delft. Onderzoek en educatie moeten elkaar versterken. 3. Vrijheidsperiode a. Investeer vanaf 2025 in een jaarlijkse vrijheidsperiode tussen 4 mei en 1 juli, met lezingen, workshops en masterclasses over vrijheid, rechtvaardigheid en gelijkwaardigheid. 4. Nieuw beleidskader voor inclusie a. Ontwikkel vanaf 2025 een Inclusie Roadmap voor Delft: een praktisch beleidsinstrument waarmee onderwijs, cultuur, media, politiek en bedrijfsleven kunnen bijdragen aan een stad zonder uitsluiting. b. Borg racismebestrijding en inclusie structureel in beleid, via een Raad van Wijzen als klankbord en toetsingsorgaan. c. Zorg voor inzet op alle domeinen: personeel, beleid, programmering, partners, publiek.
Raadsleden en maatschappelijk partners: Tijdens de gesprekstafel werd het belang onderstreept van meer aandacht voor de rol van het koloniale en slavernijverleden van Delft, zowel binnen het onderwijs als in de culturele programmering. Het werd als essentieel gezien dat jongeren al op jonge leeftijd kennismaken met dit deel van de geschiedenis. Ook werd het belang van zichtbare erkenning in de stad genoemd. Concreet werden hiervoor verschillende suggesties gedaan, zoals een tijdelijk monument dat meebeweegt met de tijd, een vaste herdenkingsplek, kunst in de openbare ruimte en tentoonstellingen. Daarnaast werd het idee geopperd om meerdere plekken in te richten waar ontmoeting, herdenking en dialoog mogelijk zijn.
8
Verder was er aandacht voor het delen van persoonlijke verhalen en ervaringen. Ook werd de wens uitgesproken om de geschiedenis van Delft te belichten vanuit diverse perspectieven, zoals die van tot slaaf gemaakten, slavenhouders, aandeelhouders, kolonisatoren en scheepvaarders. Om zo een vollediger en genuanceerd beeld te geven van het verleden.
9
Conclusie De gesprekken met inwoners en maatschappelijke organisaties laten zien dat het thema inclusief samenleven leeft in Delft, maar dat de mate van betrokkenheid en beleving sterk uiteenloopt. Veel Delftenaren voelen zich nauw verbonden met dit onderwerp en zien kansen voor meer gelijkwaardigheid, ontmoeting en zichtbaarheid in de stad. Tegelijkertijd zijn er ook inwoners die zich minder aangesproken voelen door bepaalde thema’s, of zich zelfs buitengesloten ervaren in het maatschappelijke debat. Waar de een kansen en verbondenheid ziet, ervaart de ander juist uitsluiting, afstand of terughoudendheid. In de gesprekken klonk zowel betrokkenheid als aarzeling door, soms zelfs weerstand. Juist die verschillen onderstrepen het belang van een open en inclusieve aanpak. Het is een voortdurende gezamenlijke zoektocht met ruimte voor verschillende ervaringen en perspectieven. De gesprekken met inwoners en maatschappelijke organisaties laten zien dat Delft volop in beweging is als het gaat om inclusief samenleven. Wat inwoners met elkaar verbindt, is de behoefte om gezien en gehoord te worden; als mens, als buurtgenoot, als Delftenaar. Of het nu gaat om het tegengaan van discriminatie, het bespreekbaar maken van lastige onderwerpen of het versterken van het thuisgevoel: in gesprek gaan blijkt telkens opnieuw van grote waarde.
Daarbij is het belangrijk dat signalen uit de stad niet blijven steken in goede bedoelingen, maar worden vertaald naar concrete actie en beleid dat daadwerkelijk verschil maakt. Alle thema’s die aan bod kwamen, tonen elk op hun eigen manier dat inclusief samenleven een voortdurend proces is. Niet iedereen ervaart polarisatie even sterk, maar er is brede consensus over het belang van dialoog en het doorbreken van wij-zij-denken. Er is waardering voor wat er al gebeurt op het gebied van LHBTI+-acceptatie, maar ook een duidelijke oproep tot blijvende inzet. Het slavernijverleden vraagt om erkenning, educatie en herdenking. En emancipatie vraagt om maatwerk en aandacht voor kwetsbaarheid, zelfbeeld en persoonlijke groei voor iedereen, ongeacht achtergrond of positie. Wat al deze thema’s verbindt, is de oproep tot luisteren, leren en samen aan een stad bouwen waar iedereen zich thuis kan voelen. Niet door over elkaar te praten, maar door met elkaar in gesprek te blijven.
10