CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Eindrapportage Fair Pay gemeente Delft

Raadsvergadering 27 juni 2024, gemeente DelftBij agendapunt: Voorstel van het college aan de raad inzake Kadernota 20248.357 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

PPMC Economisch Advies _______________________

Eindrapportage

Meerkosten van Fair Pay in de gemeente Delft Een analyse van culturele organisaties met een jaarlijkse subsidie van de gemeente Delft

Januari 2024 Richard Geukema René Goudriaan

PPMC Economisch Advies 1

PPMC Economisch Advies _______________________

Managementsamenvatting Aanleiding De gemeente Delft vindt het van groot belang dat Delftse gesubsidieerde culturele organisaties Fair Pay (gaan) toepassen. Daarom heeft de gemeente behoefte aan inzicht in de financiële gevolgen van de toepassing van Fair Pay. De gemeente Delft heeft ons de volgende vragen voorgelegd: 1 Wat zijn de (minimale) meerkosten van Fair Pay bij culturele organisaties met een jaarlijkse subsidie van de gemeente Delft in 2022? 2 Wat is het aandeel van de gemeente Delft in de financiering van de meerkosten uitgaande van een evenredige bijdrage van alle financiers? 3 Gesteld dat de gemeente Delft een evenredig deel van de meerkosten Fair Pay subsidieert, hoe zou een mogelijke subsidiesystematiek er dan uit kunnen zien? Aanvullend op deze vragen heeft de gemeente behoefte aan inzicht in het belang van vrijwilligers voor de Delftse gesubsidieerde culturele organisaties. Aanpak Het huidige onderzoek berust evenals eerdere onderzoeken naar Fair Pay op landelijk en gemeenteniveau van SiRM en PPMC op een combinatie van interactieve informatie-uitvraag met diepteinterviews bij de jaarlijks gesubsidieerde organisaties, ondersteund door een empirische analyse op basis van de jaarrekeningen. Fatsoenlijke honorering van zowel personeel in loondienst als zzp’ers staat in het onderzoek centraal.

Cao’s en beloningsrichtlijnen fungeren als referentiekader voor een fatsoenlijke beloning (Fair Pay). Afwijkingen van Fair Pay bestaan ten eerste uit tekortschietende beloningen ten opzichte van de cao of beloningsrichtlijn en ten tweede uit kosten van onbetaald structureel overwerk. De meerkosten van Fair Pay zijn de kosten die gemoeid zijn met het ongedaan maken van deze afwijkingen. Bij de berekening van de meerkosten blijft inzet van vrijwilligers buiten beschouwing. Meerkosten van Fair Pay De totale meerkosten van Fair Pay bij de Delftse culture organisaties bedragen in 2022 in totaal ruim € 0,53 mln. (Tabel 0.1). De meerkosten bestaan voor bijna 70% uit tekortschietende beloningen en voor ruim 30% uit kosten van onbetaald structureel overwerk. Meerkosten treden uitsluitend op bij kleine organisaties (jaaromzet tot € 500.000). Deze organisaties draaien vrijwel volledig op karig beloonde zzp’ers met doorgaans een te bescheiden contract. Bij de grote Delftse culturele organisaties is geen sprake van beloningsafwijkingen. Uitgedrukt als percentage van de personele lasten bedragen de meerkosten in 2022 gemiddeld 5,6%. Daarmee neemt Delft een middenpositie in vergeleken met andere eerder door ons onderzochte gemeenten. Het gemiddelde percentage voor Delft wordt sterk beïnvloed door vier grote organisaties zonder meerkosten.

Als we deze vier organisaties buiten beschouwing laten, bedragen de meerkosten gemiddeld maar liefst 38,1% van de personele lasten. Dit is weliswaar een hoog percentage, maar daar staat tegenover dat het om relatief kleine bedragen gaat. Daardoor

2

PPMC Economisch Advies _______________________

kunnen de problemen van een groot aantal organisaties met relatief beperkte middelen worden opgelost. De meerkosten zijn in verhouding hoog bij kleine festivals en bij kleine organisaties voor beeldende kunst en erfgoed. Dit beeld is vergelijkbaar met onze eerdere onderzoeken op landelijk en gemeenteniveau. Dit type organisaties maakt relatief veel gebruik van karig gehonoreerde zzp’ers. Per saldo zijn zzp’ers goed voor maar liefst 96% van de totale meerkosten, hoewel ze slechts 34% van de personele lasten voor hun rekening nemen. Tabel 0.1

Totale meerkosten van Fair Pay bij culturele organisaties met een jaarlijkse subsidie van de gemeente Delft naar type organisatie, 2022 ( bedragen x € 1.000)a Totale meerkosten (x € 1.000)

Meerkosten in % personele lasten

Festivals klein (jaaromzet tot € 500.000)

298

46,3

Beeldende kunst en erfgoed klein (jaaromzet tot € 500.000)

186

53,5

Overige organisatie klein (jaaromzet tot € 500.000)

50

12,3

Grote organisaties (jaaromzet € 500.000 en meer)

0

0,0

534

5,6

Type organisatie

Totaal a

Door afrondingen in de presentatie hoeven de totalen niet exact overeen te komen met de som van de gepresenteerde cijfers.

Financieringsaandeel van de gemeente Delft en mogelijke subsidiesystematiek Rekening houdend met een evenredige bijdrage van alle betrokken financiers en de spreiding van de meerkosten over de organisaties behoort 27,5% van de meerkosten van de Delftse culturele organisaties in 2022 tot de financiële verantwoordelijkheid van de gemeente Delft (€ 147.000). Een mogelijke subsidiesystematiek, uitgaande van de aan de geïnterviewde organisaties beloofde anonimiteit over de meerkosten van individuele organisaties, is om per onderscheiden type organisatie een opslagpercentage voor Fair Pay op de jaarlijkse subsidie te hanteren. Het opslagpercentage berust per onderscheiden type organisatie op de meerkosten die voor rekening van de gemeente Delft komen uitgedrukt als percentage van de gemeentelijke subsidie. Dit opslagpercentage bedraagt 26,9% voor kleine organisaties voor beeldende kunst en erfgoed, 19,3% voor kleine festivals en 8,5% voor overige kleine organisaties. Bij afwezigheid van meerkosten komen grote organisaties niet in aanmerking voor de Fair Pay subsidie. Daardoor gaat het in totaal om een gemiddelde opslag van slechts 1,3% op de huidige gemeentelijke subsidie.

Kwetsbaar businessmodel Culturele organisaties in Delft zijn sterk afhankelijk van vrijwilligers; ruwweg een kwart van de organisaties draait (vrijwel) volledig op vrijwilligers, en ook bij de andere organisaties vormen vrijwilligers een onmisbare groep werkenden. Het grote beroep op vrijwilligers maakt de Delftse culturele sector in Delft tegelijkertijd ook kwetsbaar. De inzet van vrijwilligers is immers niet afdwingbaar. Vooral bij organisaties met veel vrijwilligers in de vaste organisatiekern is daardoor sprake van een kwetsbaar businessmodel. De inzet van de vrijwilligers in de vaste organisatiekern vertegenwoordigt – uitgaande van het minimumloon en de bijbehorende werkgeverslasten – jaarlijks een vrijwilligersbijdrage van € 275.000.

3

PPMC Economisch Advies _______________________

Aanbevelingen Het onderzoek leidt tot de volgende aanbevelingen: •

Het is mogelijk om met relatief kleine bedragen de (Fair Pay) problemen bij veel kleine culturele organisaties op korte termijn op te lossen. Daarvoor zou de gemeente Delft binnen haar financiële kaders middelen beschikbaar dienen te stellen. Hiermee geeft de gemeente een belangrijk signaal af dat zij Fair Pay serieus neemt.

•

De in het rapport gepresenteerde cijfers berusten op het loonpeil 2022. Het is van groot belang dat de komende jaren een realistische indexatie van de personele lasten en de bijbehorende meerkosten plaatsvindt. Anders loopt de beloningsachterstand van de Delftse culturele sector verder op.

•

De gemeente Delft kent geen meerjarige subsidiesystematiek van ten minste vier jaar. Door de afwezigheid van een meerjarig perspectief kunnen vooral de kleine organisaties zich niet permitteren om personeel in loondienst aan te nemen en draaien zij noodgedwongen vooral op (te) karig beloonde zzp’ers en op de inzet van vrijwilligers. Voor een duurzame Delftse culturele sector met Fair Pay is de instelling van een meerjarige subsidiesystematiek van cruciaal belang. Anders blijft Fair Pay niet meer dan een stip aan de horizon.

•

De culturele organisaties in Delft zijn sterk afhankelijk van vrijwilligers, bij de organisaties met veel vrijwilligers in de vaste organisatiekern is er sprake van een kwetsbaar businessmodel. Ga met het culturele veld in gesprek en verken wat er nodig is om organisaties hierin te ondersteunen.

•

Ten slotte zou de gemeente Delft de kennis over Fair Pay bij de Delftse culturele organisaties kunnen vergroten door evenals een aantal andere grote gemeenten (bijvoorbeeld, Groningen, Utrecht en Rotterdam) workshops over Fair Pay organiseren.

4

PPMC Economisch Advies _______________________

Inhoud Managementsamenvatting

2

1

Inleiding en vraagstelling

6

1.1

Inleiding

6

1.2

Vraagstelling

6

1.3

Indeling en leeswijzer van het rapport

7

2

3

4

5

Onderzoeksaanpak

8

2.1

Inleiding

8

2.2

Uitgangspunten

8

2.3

Praktijkonderzoek bij jaarlijks gesubsidieerde organisaties

10

2.4

Verwerking data en berekening meerkosten van Fair Pay

11

Meerkosten van Fair Pay voor Delftse culturele organisaties

12

3.1

Inleiding

12

3.2

De situatie in 2022

12

3.3

Meerkosten van Fair Pay

13

3.4

Meerkosten naar financiers

17

3.5

Mogelijke subsidiesystematiek

17

3.6

Vergelijking met andere gemeenten

18

Vrijwilligers van Delftse culturele organisaties

20

4.1

Inleiding

20

4.2

De situatie in 2022

20

4.3

Financiële bijdrage, kracht en kwetsbaarheid

22

Conclusies en aanbevelingen

23

5.1

Conclusies

23

5.2

Aanbevelingen

24

5

PPMC Economisch Advies _______________________

1 Inleiding en vraagstelling 1.1 Inleiding De Fair Practice Code is in 2017 opgesteld om de slechte inkomens- en arbeidsmarktpositie van werkenden in de culturele en creatieve sector te verbeteren. De code is bedoeld als een normatief kader voor duurzaam, eerlijk en transparant ondernemen en werken in de culturele en creatieve sector. De code biedt een handreiking voor verantwoord marktgedrag. Uitgangspunt is een eerlijke beloning (Fair Pay) van werkenden in de sector om daarmee een bijdrage te leveren aan een sterke culturele en creatieve sector. Op dit moment slagen echter nog niet alle culturele organisaties erin om Fair Pay volledig toe te passen. De coronacrisis heeft de zichtbaarheid van tekortschietende beloningen in de sector verder vergroot, vooral bij zzp’ers die zwaar zijn getroffen door de coronacrisis. Zowel het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 1 als de Raad voor Cultuur2 hebben het belang van Fair Pay onderstreept. Gegeven het belang dat de gemeente Delft hecht aan een eerlijke beloning 3 in de culturele en creatieve sector, bestaat bij hen behoefte aan inzicht in de financiële gevolgen van de toepassing van Fair Pay bij de culturele organisaties met een jaarlijkse gemeentelijke subsidie. De uitkomsten van het onderzoek dienen als een nulmeting van de meerkosten van Fair Pay.

Deze vormen de basis voor een gesprek met de sector, andere overheden, fondsen en overige financiers.

1.2 Vraagstelling De gemeente Delft heeft ons de volgende vragen voorgelegd: 1 Wat zijn de (minimale) meerkosten van Fair Pay bij culturele organisaties met een jaarlijkse subsidie van de gemeente Delft in 2022? 2 Wat is het aandeel van de gemeente Delft in de financiering van de meerkosten uitgaande van een evenredige bijdrage van alle betrokken financiers? 3 Gesteld dat de gemeente Delft een evenredig deel van de meerkosten Fair Pay subsidieert, hoe zou een mogelijke subsidiesystematiek voor Fair Pay er dan uit kunnen zien? Met (minimale) meerkosten van Fair Pay bedoelen we de meerkosten die gemoeid zijn met het ongedaan maken van de afwijkingen van Fair Pay gegeven de huidige cao’s en beloningsrichtlijnen. Het gaat zowel om tekortschietende beloningen als om (kosten van) onbetaald structureel overwerk. De invoering en implementatie van de Fair Practice Code vergt tijd. Het is lastig om Fair Pay bij beperkte financiële middelen van de ene op de andere dag te realiseren. Dat vergt niet alleen een cultuuromslag bij de organisaties en de makers, maar ook een actieve betrokkenheid van alle

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2022/11/04/meerjarenbrief-de-kracht-van-creativiteit . https://www.raadvoorcultuur.nl/documenten/adviezen/2023/04/02/advies-aanvraag--en-beoordelingsprocedure-bisadvies-2025-2028 . 1 2

3

Zie bijvoorbeeld: Cultuurkader Delft 2021-2030: Cultuur, motor van Delft in ontwikkeling.

6

PPMC Economisch Advies _______________________

financiers. Naast de gemeente Delft zijn immers ook andere financiers (publieke en private fondsen, publiek, et cetera) medeverantwoordelijk voor de meerkosten van de culturele organisaties. Het huidige onderzoek heeft betrekking op alle (betaalde) werkenden bij culturele organisaties, zowel medewerkers in loondienst als zzp’ers. Bij de berekening van de meerkosten blijft de inzet van vrijwilligers buiten beschouwing. Op verzoek van de gemeente Delft brengen we additioneel in kaart hoeveel vrijwilligers de culturele organisaties inzetten en in hoeverre er sprake is van een ‘vaste’ kern van vrijwilligers.

1.3 Indeling en leeswijzer van het rapport De verdere indeling van het rapport is als volgt. Hoofdstuk 2 bespreekt de aanpak van het onderzoek. In hoofdstuk 3 presenteren we de meerkosten bij Delftse culturele organisaties. Hoofdstuk 4 gaat nader in op de vrijwilligers. Ten slotte vatten we in hoofdstuk 5 de belangrijkste conclusies van het onderzoek samen, en geven we onze aanbevelingen. Gemakshalve duiden we culturele organisaties met een jaarlijkse subsidie van de gemeente Delft in het rapport doorgaans aan als Delftse (culturele) organisaties. In het rapport presenteren we in tabellen en figuren steeds afgeronde getallen. De analyses en berekeningen berusten echter op niet-afgeronde getallen. Daardoor kan het voorkomen dat optellingen en dergelijke ogenschijnlijk niet lijken te kloppen, hoewel ze correct zijn. De afronding van de getallen in de tabellen en figuren vindt uitsluitend plaats om de leesbaarheid daarvan te vergroten en om daarmee te focussen op de belangrijkste resultaten.

7

PPMC Economisch Advies _______________________

2 Onderzoeksaanpak 2.1 Inleiding Het onderzoek heeft vooral een kwantitatief karakter en richt zich primair op Fair Pay. Kort samengevat brengen we bij Fair Pay de cijfers achter het verhaal van een culturele organisatie én het verhaal achter de cijfers in kaart. Uit onze ervaringen in eerdere onderzoeken op gemeentelijk en landelijk niveau blijkt dat organisaties het in de praktijk buitengewoon moeilijk vinden om de afwijkingen van de Fair Pay realistisch in te schatten. Dat geldt in het bijzonder voor de beloning van ingehuurde zzp’ers en de omvang van het onbetaald structureel overwerk. Zowel de complexiteit als de gevoeligheid van het onderwerp stellen hoge eisen aan de opzet van het onderzoek. Paragraaf 2.2 behandelt de gehanteerde uitgangspunten voor de bepaling van de meerkosten. Daarna komt in paragraaf 2.3 de uitvoering van het praktijkonderzoek aan de orde. De aanpak voor de berekening van de meerkosten van Fair Pay beschrijven we in paragraaf 2.4.

2.2 Uitgangspunten Aanpak vergelijkbaar met onze eerdere onderzoeken Onze onderzoeksaanpak berust op de in ons eerdere rapport Op weg naar het nieuwe normaal (Geukema en Goudriaan 2019) beschreven methode voor de berekening van de meerkosten van Fair Pay gecombineerd met verdere verfijningen die in vervolgonderzoek op landelijk, provinciaal en gemeenteniveau zijn ontwikkeld. Zie voor de meest recente beschrijving van de berekeningsmethode ons rapport Fair Pay dichterbij (Geukema en Goudriaan 2023). In de Fair Pay onderzoeken maken we steeds gebruik van een uniforme methode gebaseerd op een combinatie van een gerichte interactieve informatie-uitvraag en een praktijkonderzoek met diepte-interviews. In de tot nu toe uitgevoerde onderzoeken staan – in tegenstelling tot Delft – culturele organisaties met een meerjarige subsidie van gemeenten, provincies en/of het Rijk centraal. Het huidige onderzoek heeft zowel betrekking op personeel in loondienst als op zzp‘ers. Veel culturele organisaties maken daarnaast dankbaar gebruik van de inzet van een groot aantal vrijwilligers en/of stagiairs. Die blijven bij de berekening van de meerkosten van Fair Pay (paragraaf 2.4) buiten beschouwing, maar komen in hoofdstuk 4 uitgebreid aan bod.

Beloningen Het belangrijkste doel van het onderzoek is om inzicht te geven in de meerkosten van de toepassing van Fair Pay bij Delftse culturele organisaties. Het onderzoek richt zich op beloningsproblemen die kunnen worden opgelost door de toepassing van bestaande cao’s en/of beloningsrichtlijnen. Cao’s en beloningsrichtlijnen fungeren als referentiekader (benchmark) voor een fatsoenlijke

8

PPMC Economisch Advies _______________________

beloning van zowel werknemers als zzp’ers. Het gaat er onder meer om of werkenden (minimaal) in de juiste schaal en trede van het betreffende loongebouw zijn ingedeeld. Voor zzp’ers die als ‘artiest’ (beeldend kunstenaar, musicus, et cetera.) optreden zijn de richtlijnen bijvoorbeeld de Honorariumrichtlijn Beeldend Kunstenaars of de SENA-norm. Bij afwezigheid van een beloningsrichtlijn4 voor zzp’ers in sommige deelsectoren gaan we uit van een ondergrens voor het honorarium van zzp’ers die berust op het cao-loon voor vergelijkbare functies in loondienst met een opslag van 50% voor vakantiegeld, verzekeringen en andere lasten; dit in navolging van onder meer de cao Toneel en Dans, de cao Nederlandse podia, de cao Poppodia en Festivals en de Richtlijn functie- en loongebouw presentatie-instellingen voor beeldende kunst. Aantal organisaties en heterogeniteit De gemeente Delft subsidieert 22 culturele organisaties in het kalenderjaar 2022.5 Eén van deze organisaties heeft geen personeel of vrijwilligers en wordt daarom niet berokken in het onderzoek. Daardoor berust de analyse in totaal op 21 culturele organisaties (zie bijlage). De Delftse culturele sector is heterogeen zowel qua culturele discipline als qua grootte van de organisaties. Zo zijn er in de gemeente Delft onder andere musea, festivals, en organisaties voor cultuureducatie en media.

Tegelijkertijd varieert de grootte van organisaties sterk. Dat laatste is doorgaans een belangrijke bron van heterogeniteit, ook qua beloning van het personeel; kleine organisaties met weinig subsidie kunnen zich in de praktijk vaak moeilijker aan cao’s en/of de beloningsrichtlijnen houden dan grotere, ruimer gesubsidieerde organisaties. Vanwege de heterogeniteit van de organisaties hebben we besloten om alle 21 organisaties te interviewen (zie paragraaf 2.3) Rekening houdend met (1) het aantal Delftse culturele organisaties en (2) de spreiding van hun omzet en de afwijkingen van Fair Pay hebben we na het praktijkonderzoek gekozen voor de volgende ‘hybride’ indeling in typen organisaties (met tussen haakjes het bijbehorende aantal culturele organisaties): •

festivals klein met een jaaromzet tot € 500.000 (9)6;

•

beeldende kunst en erfgoed klein met een jaaromzet tot € 500.000 (5);

•

overige organisaties klein met een jaaromzet tot € 500.000 (3);

•

grote organisaties met een jaaromzet van € 500.000 en meer (4).

Minimale meerkosten van Fair Pay In de vraagstelling van het onderzoek typeren we de meerkosten van Fair Pay als minimale meerkosten, voor de leesbaarheid veelal ingekort tot ‘meerkosten’. Het gebruik van de term minimale meerkosten dient verschillende doelen:

Via de Ketentafels van Platform ACCT zijn diverse honoreringsrichtlijnen in ontwikkeling. Tijdens onze interviews en in de data van 2022 waren deze nog niet concreet uitgewerkt. 5 Technisch gezien wordt één organisatie niet gesubsidieerd maar bekostigd door de gemeente. 4

6

Dit betreft alle festivals met een jaarlijkse subsidie van de gemeente Delft.

9

PPMC Economisch Advies _______________________

•

Ten eerste geeft de term aan dat wij in het onderzoek niet de gehele culturele sector in Delft in beschouwing (kunnen) nemen. Organisaties zonder jaarlijkse subsidie van de gemeente Delft komen in het onderzoek niet aan de orde.

•

Ten tweede duidt de term minimale meerkosten erop dat de in kaart gebrachte beloningsafwijkingen uitsluitend betrekking hebben op beloningsproblemen die kunnen worden opgelost door de toepassing van de huidige cao’s en/of beloningsrichtlijnen in de culturele sector. Dat betekent allereerst dat oplossingen voor de ‘bijwerkingen’ van het projectmatig werken buiten beschouwing blijven. Het betreft onder meer de qua omvang en tijdsduur beperkte arbeidscontracten voor tijdelijk personeel en zzp’ers, en ook de afwezigheid van adequate secundaire arbeidsvoorwaarden voor werkenden in sommige deelsectoren. Daarnaast spiegelen we de beloningen in de culturele sector niet aan de ruimere cao’s van het bedrijfsleven en de overheid of aan marktconforme beloningen, maar aan de huidige qua beloning achterblijvende cao’s en beloningsrichtlijnen in de culturele sector. Als een marktconforme beloning op of boven de cao of beloningsrichtlijn valt, is er in onze onderzoeksmethodiek geen sprake van een beloningsafwijking van Fair Pay (dit betekent voor een organisatie uiteraard wel hogere personele kosten).

Met inachtneming van het voorgaande zijn minimale meerkosten van Fair Pay de kosten die ten minste nodig zijn om afwijkingen van Fair Pay ongedaan te maken. De minimale meerkosten van Fair Pay bestaan uit twee componenten: 1 Tekortschietende beloningen. Deze component heeft betrekking op afwijkingen van de huidige cao’s en beloningsrichtlijnen in de culturele sector. 2 Kosten van onbetaald structureel overwerk. Hiervan is sprake als werkenden hun overwerk gedurende het jaar niet kunnen compenseren in tijd of geld. We schenken in het onderzoek aandacht aan zowel tekortschietende beloningen als aan de kosten van onbetaald structureel overwerk. Bij de berekening van de kosten van onbetaald structureel overwerk gaan we uit van beloning conform Fair Pay.

2.3 Praktijkonderzoek bij jaarlijks gesubsidieerde organisaties Het praktijkonderzoek is uitgevoerd in de maanden oktober tot en met december 2023. Het berust op diepte-interviews en een interactieve informatie-uitvraag bij 21 organisaties met een jaarlijkse subsidie van de gemeente Delft. De vertrouwelijke interviews bij de geselecteerde culturele organisaties hebben plaatsgevonden met de (zakelijk) leiders, al dan niet bijgestaan door hun collega’s. Alle deelnemers aan de interviews hebben wij vooraf anonimiteit beloofd. Daarom presenteren wij in het rapport geen herkenbare resultaten voor afzonderlijke culturele organisaties. Voorafgaande aan de interviews hebben de geselecteerde organisaties een interviewleidraad en een elektronisch enquêteformulier ontvangen, zodat zij zich goed konden voorbereiden op het interview. In de interviews vragen we bij uitstek door op de kwesties die doorgaas niet expliciet in de jaarverslagen aan de orde komen, zoals gewerkte versus betaalde uren, beloning van de werknemers, gehanteerde tarieven voor zzp’ers, gevolgde cao’s en/of beloningsrichtlijnen, de aanwezigheid van een adequate pensioenvoorziening en de rol van stagiairs en vrijwilligers. Bij de vrijwilligers stellen we vast hoeveel

10

PPMC Economisch Advies _______________________

vrijwilligers tot de ‘vaste kern’ worden gerekend; dit zijn in onze definitie de vrijwilligers die het gehele jaar (ook) beleidsmatige en organisatorische taken vervullen. De interviews hebben deels het karakter van interactieve rekensessies. Gedurende het interview vullen we samen met de organisaties het enquêteformulier aan met de tijdens het interview verkregen informatie. De bij het praktijkonderzoek gevolgde aanpak is weliswaar tijdrovend, maar levert een significante meerwaarde op ten opzichte van andere werkwijzen. Gesprekken met culturele organisaties bieden de mogelijkheid om samen gegevens over de beloning en het onbetaalde structurele overwerk scherp te krijgen.

2.4 Verwerking data en berekening meerkosten van Fair Pay De interviews verwerken we vervolgens via een vast format op dezelfde wijze zoals bij voorgaande Fair Pay onderzoeken. We controleren de verkregen cijfers, vullen aan waar nodig en stellen indien nodig aanvullende vragen aan de geïnterviewde organisaties. Daarna bepalen we per type werkende (loondienst versus zzp) de gewogen gemiddelden van de afwijkingen van Fair Pay bij een organisatie; bijvoorbeeld als de mate van onbetaald structureel overwerk verschilt tussen de verschillende functies. Weging vindt steeds plaats met het aandeel van de lonen of de honoraria van de betreffende functies in de lasten per type werkende. Op het niveau van een individuele culturele organisatie levert deze stap zowel voor werknemers in loondienst als voor zzp’ers inzicht op in de afwijkingen van Fair Pay. De meerkosten voor respectievelijk werknemers in loondienst en zzp’ers zijn de kosten die gemoeid zijn met het ongedaan maken van deze afwijkingen. Ten slotte tellen we de meerkosten van personeel in loondienst en zzp’ers voor alle organisaties op om de totale meerkosten van Fair Pay te berekenen.

11

PPMC Economisch Advies _______________________

3 Meerkosten van Fair Pay voor Delftse culturele organisaties 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk presenteren we de meerkosten van Fair Pay voor culturele organisaties met een jaarlijkse subsidie van de gemeente Delft. De analyse heeft betrekking op 2022. De opbouw van het hoofdstuk is als volgt. In paragraaf 3.2 geven we in het kort een overzicht van de ‘gemiddelde Delftse culturele organisatie’ in 2022. Daarna komen de totale meerkosten van Fair Pay (paragraaf 3.3) aan de orde (beantwoording eerste onderzoeksvraag). In paragraaf 3.4 schenken we aandacht aan het aandeel van de gemeente Delft in de financiering van de meerkosten (beantwoording tweede onderzoeksvraag). Vervolgens komt in paragraaf 3.5 een mogelijke systematiek voor de Fair Pay subsidie (derde onderzoeksvraag) aan bod. We sluiten het hoofdstuk in paragraaf 3.6 af met een vergelijking van de meerkosten van de Delftse organisaties met die in Tilburg, Den Haag, Groningen, Rotterdam en Utrecht.

3.2 De situatie in 2022 De totale omzet van de 21 Delftse culturele organisaties samen bedraagt in 2022 bijna € 22 mln. De totale personele lasten bedragen in dat jaar ruim € 9,5 mln. Tabel 3.1 brengt per type organisatie een aantal kengetallen in beeld voor de ‘gemiddelde Delftse culturele organisatie’ in 2022. Tabel 3.1

Gemiddelden per type organisatie, 2022 Aantal organisaties

Jaarlijkse subsidie gemeente Delft (x € 1.000.)

Omzet (x € 1.000.)

Personele lasten (x € 1.000)

Betaald personeel (fte's)

Festivals kleina

9

28

181

72

1,2

Beeldende kunst en erfgoed klein

5

54

151

69

1,1

Overig klein

3

101

226

137

2,2

Groot

4

2.585

4.691

2.032

28,3

Totaal/gemiddeld

21

532

1.039

454

6,5

Type organisatie

a

Dit betreft alle festivals met een jaarlijkse subsidie van de gemeente Delft.

Ruim 40% van de Delftse culturele organisaties behoort tot de kleine festivals. De tabel maakt in een oogopslag duidelijk dat er enorme verschillen bestaan tussen kleine en grote organisaties. Zo zijn de grote organisaties – qua omzet en personele lasten – respectievelijk gemiddeld 21 en 15 keer zo groot als overige kleine organisaties, die op hun beurt gemiddeld weer aanzienlijk groter zijn dan kleine festivals en kleine organisaties voor beeldende kunst en erfgoed. De grote organisaties ontvangen gemiddeld ruim 90 keer zoveel aan jaarlijkse subsidie van de gemeente Delft als de kleine festivals, en zijn het enige type organisaties waarvan meer dan helft van de omzet bestaat uit gemeentelijke subsidie.

12

PPMC Economisch Advies _______________________

De Delftse culturele sector is sterk geflexibiliseerd. Bij de kleine organisaties zijn vrijwilligers en stagiairs de grootste groep werkenden, met daarnaast een substantieel aandeel zzp’ers (Figuur 3.1). Bij de grote organisaties is daarentegen drie kwart van de werkenden (in fte’s) in loondienst. Figuur 3.1

Samenstelling personeel per type organisatie, 2022 Culturele sector Delft: personeelssamenstelling in fte's (%) Festivals klein

4

Beeldende kunst en ergoed klein

5

Overig klein

48

48

35 18

59 25

Groot

58 75

Totaal

7

57 0

10

20

Loondienst

Zzp

15

30

40

50

60

18 27

70

80

90

100

Vrijwilligers en stagiairs

3.3 Meerkosten van Fair Pay De meerkosten van Fair Pay bedragen in totaal ruim € 0,53 mln. (Tabel 3.2). De meerkosten bestaan voor bijna 70% uit tekortschietende beloningen en voor ruim 30% uit kosten van onbetaald structureel overwerk. De meerkosten van Fair Pay treffen we uitsluitend aan bij kleine organisaties. Bij de grote organisaties is geen sprake van meerkosten. Deze organisaties kunnen zich aan de cao of beloningsrichtlijn houden en eventueel overwerk wordt gecompenseerd in tijd of geld. De meerkosten van kleine organisaties concentreren zich bij de vaste organisatiekern, die veelal grotendeels uit zzp’ers bestaat (vrijwilligers en stagiairs niet meegerekend). De werkenden in de vaste staf zijn regelmatig historisch laag ingeschaald op basis van een ‘fixed fee’ die aanzienlijk lager is dan op basis van hun relevante werkervaring zou mogen worden verwacht. Daarnaast is de formatie doorgaans noodgedwongen krap. Contracten van gemiddeld ruwweg 0,5 fte leiden al snel tot onbetaald structureel overwerk. De individuele inhuur van artiesten (acteurs, beeldend kunstenaars, musici etc.) bij de kleine organisaties gebeurt overwegend minimaal conform het honoreringsniveau van de geldende richtlijnen en normen. Veelal ligt de vraag- c.q. marktprijs van de artiesten hoger dan deze richtlijnen en normen voorschrijven.

13

PPMC Economisch Advies _______________________

Tabel 3.2

Totale meerkosten van Fair Pay bij Delftse culturele organisaties, 2022 (bedragen x € 1.000)a Tekortschietende beloning

Onbetaald structureel overwerkb

Totale meerkosten

Festivals klein

235,5

62,6

298,1

Beeldende kunst en erfgoed klein

124,5

61,3

185,9

Overig klein

10,9

39,5

50,4

Groot

0,0

0,0

0,0

Totaal

370,9

163,5

534,4

a

Door afrondingen in de presentatie hoeven de totalen niet exact overeen te komen met de som van de gepresenteerde cijfers.

b

Berekend conform beloning op basis van Fair Pay.

De kleine Delftse organisaties zijn samen goed voor 100% van de meerkosten, hoewel zij slechts een aandeel van 15% in de personele lasten van alle organisaties samen hebben (Figuur 3.2). Binnen de kleine organisaties is het aandeel in de meerkosten bij festivals en de organisaties van beeldende kunst en erfgoed gemiddeld zo’n 8 à 9 keer zo groot als hun aandeel in de personele lasten. Het beeld van de in verhouding hoge meerkosten bij kleine organisaties komt naar voren uit alle onderzoeken naar Fair Pay op landelijk en gemeenteniveau. Daaraan liggen verschillende oorzaken ten grondslag: •

Ten eerste is de kennis over cao’s, beloningsrichtlijnen, en sociale en fiscale wetgeving bij kleine organisaties vaak beperkt, mede omdat ze veelal geen (actief) lid zijn van een branchevereniging. Veel kleine Delftse culturele organisaties spiegelen hun personele inzet en beloning al snel tot ‘vorig jaar / zoals ze gewend zijn te doen’ in plaats van tot de cao of de beloningsrichtlijn.

•

Ten tweede vragen kleine organisaties vaak te weinig subsidie aan uit angst dat hun subsidieaanvraag anders wordt afgewezen. In de interviews kregen we overigens ook het omgekeerde regelmatig terug: een hogere subsidieaanvraag bedoeld voor noodzakelijke ‘versteviging’ van de organisatie werd door de gemeente Delft niet gehonoreerd.

•

Ten derde draaien kleine organisaties vaak sterk op de inzet van doorgaans karig beloonde zzp’ers. Kleine Delftse organisaties kunnen het zich in veel gevallen niet veroorloven om personeel in loondienst te nemen bij afwezigheid van meerjarige subsidies en de daaruit voortvloeiende bestaansonzekerheid.

14

PPMC Economisch Advies _______________________

Figuur 3.2

Verdeling van de meerkosten en de personele lasten naar type organisatie in (%), 2022a Aandeel personele lasten (%)

7

4

Aandeel in meerkosten (%)

9

4

0

35

56

85 Festivals klein Beeldende kunst en erfgoed klein Overig klein Overig groot a

Festivals klein Beeldende kunst en erfgoed klein Overig klein Overig groot

Meerkosten per type organisatie in % van de totale meerkosten. Personele lasten per type organisatie in % van de totale personele lasten.

De gepresenteerde getallen in Tabel 3.1 geven een indruk van de absolute omvang van de meerkosten, maar zijn zonder verdere context lastig te duiden. De absolute omvang van de meerkosten per type organisatie wordt bijvoorbeeld mede beïnvloed door de omvang van de betreffende organisaties. Daarom presenteren we in Figuur 3.3 de relatieve meerkosten. Dat zijn de meerkosten uitgedrukt als percentage van de personele lasten. Deze zijn geschikter voor vergelijkingen tussen typen organisaties, grootteklassen, gemeenten en in de tijd. De relatieve meerkosten bedragen voor de Delftse culturele organisaties gemiddeld 5,6%. Uit de figuur blijkt de grote invloed van de grote organisaties op het gemiddelde percentage in Delft. De relatieve meerkosten van alle organisaties samen zijn daardoor veel lager dan de relatieve meerkosten van kleine organisaties. Dat komt doordat de vier grote organisaties 85% van de personele lasten van alle organisaties voor hun rekening nemen en er geen sprake is van meerkosten. Door hun grote aandeel in de personele lasten oefenen de grote organisaties een grote invloed uit op de gemiddelde relatieve meerkosten van alle Delftse culturele organisaties samen. Als we de vier grote organisaties buiten beschouwing laten bedragen de meerkosten voor alle kleine organisaties samen maar liefst 38,1% van de personele lasten.

De relatieve meerkosten vertonen per type organisatie een vergelijkbaar patroon als in eerdere onderzoeken op landelijk en gemeenteniveau: de relatieve meerkosten zijn het hoogste bij kleine organisaties en het laagste bij de grote organisaties (0% van de personele lasten). Figuur 3.3 illustreert daarnaast dat de relatieve meerkosten van zzp’ers gemiddeld maar liefst bijna 50 keer zo hoog zijn als die van personeel in loondienst (15,7% versus 0,3%). Een soortgelijk beeld zien we ook in onze andere Fair Pay onderzoeken, maar minder extreem. Dat komt in Delft vooral door de kleine festivals en de organisaties voor beeldende kunst en erfgoed, die vrijwel uitsluitend op zzp‘ers draaien en met hoge meerkosten kampen, in combinatie met het gewicht en de

15

PPMC Economisch Advies _______________________

personeelssamenstelling van de grote organisaties (geen meerkosten van Fair Pay en overwegend personeel in loondienst). Figuur 3.3

Relatieve meerkosten van Fair Pay bij Delftse culturele organisaties naar type organisatie, 2022 (in % van de personele lasten) Culturele sector Delft: meerkosten in % bijbehorende personele lasten

Festivals klein

0,0 46,3 18,0

Beeldende kunst en erfgoed klein

53,5

Totaal

59,8

12,4 12,3 12,3

Overig klein

Groot

51,1

0,0 0,0 0,0 0,3

15,7

5,6

Loondienst

Zzp

Totaal

Per saldo zijn zzp’ers goed voor maar liefst 96% van de totale meerkosten, hoewel ze slechts 34% van de personele lasten voor hun rekening nemen. Bij het personeel in loondienst is het beeld uiteraard omgekeerd. (Figuur 3.4). Figuur 3.4

Verdeling van de meerkosten en de personele lasten naar type werkende (in %), 2022a Aandeel personele lasten (%)

Aandeel in meerkosten (%)

4 34

66 96 Loondienst

a

Zzp

Loondienst

Zzp

Meerkosten per type werkende in % van de totale meerkosten. Personele lasten per type werkende in % van de totale personele lasten.

16

PPMC Economisch Advies _______________________

3.4 Meerkosten naar financiers Deze paragraaf gaat in op de tweede onderzoeksvraag: Wat is het aandeel van de gemeente Delft in de financiering van de meerkosten van Fair Pay? De totale meerkosten van Fair Pay bedragen voor de Delftse culturele organisaties in 2022 ruim € 0,53 mln. Naast de gemeente Delft zijn er echter ook andere financiers (Private fondsen, sponsors, publiek, rijk, et cetera) financieel betrokken bij de Delftse culturele organisaties. Alle financiers zijn uiteindelijk medeverantwoordelijk voor de meerkosten van de organisaties. Rekening houdend met een proportionele bijdrage van alle betrokken financiers en de spreiding van de meerkosten over de organisaties in 2022 behoort 27,5% van de meerkosten van de Delftse culturele organisaties tot de financiële verantwoordelijkheid van de gemeente Delft (€ 147.000).7

3.5 Mogelijke subsidiesystematiek Deze paragraaf behandelt de derde onderzoeksvraag: Gesteld dat de gemeente Delft een evenredig deel van de meerkosten Fair Pay subsidieert, hoe zou een mogelijke subsidiesystematiek er dan uit kunnen zien? De subsidiesystematiek dient eenvoudig uitvoerbaar en transparant te zijn. Tevens dient de subsidie voor Fair Pay terecht te komen bij de organisaties die deze middelen het hardste nodig hebben: Delftse culturele organisaties met een jaaromzet tot € 0,5 mln. Twee opties voor de systematiek van de Fair Pay subsidie zijn denkbaar: 1 Elke kleine organisatie krijgt een aanvullende subsidie voor Fair Pay ter grootte van de meerkosten voor rekening van de gemeente Delft of een procentuele opslag op de huidige jaarlijkse subsidie die precies genoeg is om de meerkosten voor rekening van de gemeente Delft te dekken. 2 Per type organisatie (festivals klein, beeldende kunst en erfgoed klein, overig klein) wordt voor alle organisaties dezelfde procentuele opslag op de subsidie gehanteerd. Deze is gelijk aan de totale meerkosten van alle organisaties van dit type die voor rekening van de gemeente Delft komen uitgedrukt als percentage van de totale gemeentelijke subsidie voor deze organisaties.

De eerste optie heeft als belangrijk voordeel dat culturele organisaties een subsidie ontvangen die precies genoeg is om het deel van de meerkosten te dekken dat voor rekening van de gemeente Delft komt. Een zwaarwegend nadeel van deze optie is dat deze in strijd is met de aan de organisaties beloofde anonimiteit over de individuele resultaten. De tweede optie ondervangt dit bezwaar, maar dit gaat ten koste van een precieze toedeling van de Fair Pay subsidie. Sommige organisaties krijgen in dat geval te veel subsidie (bijvoorbeeld organisaties zonder meerkosten) en andere organisaties krijgen juist te weinig. Dat is helaas inherent aan het werken met gemiddelden. In deze analyse hebben we per culturele organisatie de meerkosten van Fair Pay voor de gemeente Delft berekend en dat bedrag vermenigvuldigd met het aandeel van de gemeente in de financiering van de betreffende culturele organisatie. 7

17

PPMC Economisch Advies _______________________

Gegeven de aan de organisaties beloofde anonimiteit hebben wij vooralsnog gekozen voor de tweede optie met alle organisaties van hetzelfde type dezelfde opslag op de subsidie. Mocht de gemeente Delft het bezwaarlijk vinden dat de ene organisatie door deze keuze te veel subsidie krijgt en de andere organisatie juist te weinig, dan kunnen wij een lijst opstellen met de meerkosten voor rekening van de gemeente Delft per individuele organisatie. Dat doen we echter pas nadat alle 17 organisaties toestemming hebben gegeven voor het bekend maken van hun resultaten. Tabel 3.3 geeft per type organisatie informatie over de meerkosten voor rekening van de gemeente Delft, de subsidie van de gemeente Delft en het bijbehorende opslagpercentage voor Fair Pay op de subsidie. Qua meerkosten voor rekening van de gemeente Delft betreft het betrekkelijk kleine bedragen. Dat laat onverlet dat het vooral voor kleine organisaties voor beeldende kunst en erfgoed en kleine festivals om flinke opslagpercentages op de subsidies gaat (respectievelijk 26,9% en 19,3%). Voor de overige kleine organisaties is het opslagpercentage beduidend kleiner (8,5%). Bij afwezigheid van meerkosten komen grote organisaties niet in aanmerking voor de Fair Pay subsidie. Daardoor gaat het in totaal om een gemiddelde opslag van slechts 1,3% op de huidige gemeentelijke subsidie. Tabel 3.3

Meerkosten en opslag op de subsidie per type organisatie, 2022 Meerkosten voor de gemeente Delft (x € 1.000)

Jaarlijkse subsidie gemeente Delft (x € 1.000)

Opslagpercentage per type organisatie

Festivals klein

49

254

19,3

Beeldende kunst en erfgoed klein

72

269

26,9

Overig klein

26

303

8,5

Groot

0

10.338

0,0

147

11.164

1,3

Totaal/gemiddeld a

Door afrondingen in de presentatie hoeven de totalen niet exact overeen te komen met de som van de gepresenteerde cijfers.

3.6 Vergelijking met andere gemeenten In deze paragraaf plaatsen we de resultaten voor de Delftse culturele organisaties in perspectief door ze te vergelijken met resultaten voor vijf andere gemeenten: Tilburg, Den Haag, Rotterdam, Utrecht en Groningen (gemeente en provincie). Dat doen we op basis van de relatieve meerkosten (meerkosten in % van de personele lasten). Figuur 3.5 vergelijkt de relatieve meerkosten van de Delftse culturele organisaties met die van andere gemeenten. 8 De relatieve meerkosten in de gemeente Delft zijn hoger dan in Tilburg en Utrecht, maar lager dan in andere door ons onderzochte gemeenten. Net als in Tilburg en Utrecht wordt in Delft het overall percentage gedrukt door een beperkt aantal grote organisaties zonder meerkosten voor Fair Pay die echter goed zijn voor het leeuwendeel van de personele lasten. Als we de grote

Zie René Goudriaan, Wat kost Fair Pay? Een synthese van onderzoek op lokaal niveau naar de meerkosten van Fair Pay, Utrecht: SiRM, 2023, https://www.kunsten92.nl/rapport-sirm-wat-kost-fair-pay/ 8

18

PPMC Economisch Advies _______________________

organisaties niet meenemen zijn de relatieve meerkosten in Delft met ruim 38% aanzienlijk hoger dan in Tilburg (ruim 10%) en Utrecht (9%). Figuur 3.5

Meerkosten van Fair Pay per gemeente (in % van personele lasten)a Meerkosten in zes gemeenten in % personele lasten

Den Haag

7,0

Rotterdam

6,8

Utrecht

Tilburg

5,3

3,2

Groningen (provincie en gemeente)

Delft

a

7,0

5,6

De getoonde resultaten voor Tilburg hebben betrekking op 2022, de resultaten voor Groningen en Utrecht hebben betrekking op 2019 en die voor Den Haag en Rotterdam op 2018 .

19

PPMC Economisch Advies _______________________

4 Vrijwilligers van Delftse culturele organisaties 4.1 Inleiding In het vorige hoofdstuk gaven we aan dat de Delftse culturele sector sterk is geflexibiliseerd met gemiddeld 27% van alle werkenden (op basis van aantal fte’s) werkzaam als vrijwilliger of stagiair (Figuur 3.1). Dit percentage loopt bij kleine organisaties voor beeldende kunst en erfgoed op tot maar liefst 59%, en is met 18% bij de grote organisaties nog altijd substantieel. In dit hoofdstuk gaan we nader in op het belang van vrijwilligers die ongeveer 85% van de onbetaalde personeelsinzet voor hun rekening nemen. Bij vrijwilligers staat de (financiële) beloning niet in verhouding tot de (tijds)inspanning, zoals dat bij andere werkenden in beginsel wel het geval is. Daarom hebben wij de vrijwilligers niet meegenomen in de berekening van de meerkosten van Fair Pay. De drijfveren van de vrijwilligers om het werk te doen liggen vaak op andere vlakken zoals het sociale en maatschappelijke aspect, de betrokkenheid bij de culturele organisatie en/of bij de gemeente Delft. In paragraaf 4.2 schetsen we de omvang van het aantal vrijwilligers in de Delftse culturele sector. In paragraaf 4.3 komt de kracht en kwetsbaarheid van de vrijwilligers aan bod, met een berekening van de financiële bijdrage van de vaste organisatiekern van vrijwilligers.

4.2 De situatie in 2022 De 21 Delftse culturele organisaties zetten volgens hun opgave in 2022 gezamenlijk iets meer dan 1.000 vrijwilligers in. Dat komt neer op ruim 43 fte’s. Ruwweg een kwart van de organisaties draait (vrijwel) volledig op vrijwilligers en heeft daardoor uitsluitend personele lasten voor inhuur van musici of beeldend kunstenaars. Er bestaan ‘vrijwilligerspools’ van bijvoorbeeld fotografen die bij meer dan één organisatie hun werk doen. Vrijwilligers zijn er in Delft ‘in alle soorten en maten’: Van locatiehost tot bestuurslid en van productiemedewerker tot medewerker in de horeca of bij de kassa. Van jongeren – waaronder studenten – tot 75+’ers. De vrijwilligers werken doorgaans onbezoldigd. De ‘vergoeding’ bestaat meestal uit gratis toegang tot het festival of de tentoonstelling of voorstelling en/of een eindejaarskado, etentje of uitje met de vrijwilligersgroep. Soms wordt voor een beperkt deel van de vrijwilligers de maximale fiscaal vrijgestelde vergoeding van (in 2022) € 180,- per maand betaald al dan niet in combinatie met een reiskostenvergoeding. Bij de kleine festivals is het gemiddeld aantal fte aan vrijwilligers ongeveer even groot als het gemiddeld aantal betaalde fte’s, bij de andere kleine organisaties is het gemiddeld aantal fte aan vrijwilligers substantieel hoger dan het gemiddeld aantal betaalde fte’s (Tabel 4.1).

Bij alle vier typen organisaties is er één organisatie die het overall gemiddelde aantal fte’s aan vrijwilligers sterkt optrekt.

20

PPMC Economisch Advies _______________________

Tabel 4.1

Gemiddeld aantal fte’s vrijwilligers en fte’s betaald personeel per type organisatie, 2022 Betaald personeel (fte’s)

Vrijwilligers (fte’s)

Festivals klein

1,2

1,1

Beeldende kunst en erfgoed klein

1,1

1,5

Overig klein

2,2

2,9

Groot

28,3

4,3

Totaal/gemiddeld

6,5

2,1

Na de inventarisatie van het aantal vrijwilligers zijn we tijdens de interviews specifieker ingegaan op de aard van de taken en intensiteit van het vrijwilligersschap. We onderscheiden hierbij twee typeringen: •

De vrijwilligers die het gehele jaar op structurele basis (ook) beleidsmatige en organisatorische taken vervullen rekenen we tot de ‘vaste organisatiekern’;

•

De vrijwilligers die niet aan voorgaande omschrijving voldoen typeren we als ‘overige vrijwilligers’.

Figuur 4.1 geeft de verdeling van beide vrijwilligerstypen aan naar de vier typen organisaties op basis van het aantal fte’s. In het totaal rekenen we 20% tot de vaste organisatiekern. Dat komt overeen met 8,7 fte’s. Bij kleine festivals en kleine organisaties in beeldende kunst en erfgoed loopt dit percentage op naar 40%. De grote organisaties maken eveneens veel gebruik van vrijwilligers, maar niet voor structurele beleidsmatige en organisatorische taken. Figuur 4.1

Vrijwilligerstyperingen naar type organisatie, 2022 (in % van het aantal fte’s)

Festivals klein

40

60

Beeldende kunst en ergoed klein

41

59

Overig klein

20

80

Groot 0

Totaal

100

20

0

10

80

20

30

Vaste organisatie

40

50

60

70

80

90

100

Overig

21

PPMC Economisch Advies _______________________

De geïnterviewde organisaties geven aan dat in de vaste organisatiekern vooral bestuursleden voorkomen die werken als uitvoerend directieteam. Tevens is de vrijwilligerscoördinator doorgaans zelf een vrijwilliger. Indien van toepassing behoren veelal ook de hoofden van de diverse werkgroepen tot de vaste vrijwilligerskern.

4.3 Financiële bijdrage, kracht en kwetsbaarheid Financiële bijdrage van de vaste organisatiekern aan vrijwilligers We maken in deze paragraaf een berekening van de financiële bijdrage van vrijwilligers. We beseffen ons hierbij dat voor veel vrijwilligers een financiële beloning helemaal niet gewenst is en dat ze om heel andere redenen vrijwilliger zijn bij één van de Delftse culturele organisaties. Bij de berekening hanteren we de volgende uitgangspunten: •

We rekenen uitsluitend met de vrijwilligers in de vaste organisatiekern, totaal 8,7 fte. Zij vervullen immers op structurele basis werkzaamheden die anders door betaald personeel gedaan moeten worden;

•

We stellen het Wettelijk Minimumloon in 2022 als ondergrens in de berekening ondanks dat de werkzaamheden in de vaste organisatiekern momenteel doorgaans worden uitgevoerd door vrijwilligers met een goede opleiding en ruime werkervaring.

•

Evenals bij het honorarium van zzp’ers hanteren we de opslag van 50% voor vakantiegeld en werkgeverslasten.

Op grond van deze uitgangspunten leveren de betrokken vrijwilligers in 2022 een financiële bijdrage van € 275.000.9 Kwetsbaar businessmodel Het moge duidelijk zijn dat de Delftse culturele sector niet zonder vrijwilligers kan. Vrijwilligers verrichten veel nuttig werk. De geïnterviewde organisaties roemen in het algemeen de loyaliteit van de vrijwilligers, maar beseffen tegelijkertijd dat hun organisatie kwetsbaar is. Enkele citaten: ”Als wij (vaste vrijwilligers) stoppen, stopt de organisatie” en “Ik kan geen opvolger vinden die op vrijwillige basis de gehele organisatorische verantwoordelijkheid op zich neemt”. Sommige organisaties hebben al eens geprobeerd via een hogere subsidieaanvraag bij de gemeente Delft om één of enkele van de vrijwilligers op ‘vaste’ zzp-basis te gaan honoreren. Tot op heden is dit niet gelukt. Wij onderschrijven de genoemde kwetsbaarheid, ook omdat de inzet van vrijwilligers niet afdwingbaar is. Bij de kleine organisaties is de verhouding tussen betaald personeel en vrijwilligers bovendien nogal ver doorgeslagen richting (meer) vrijwilligers. Bij organisaties met veel vrijwilligers in de vaste organisatiekern is naar onze mening sprake van een te kwetsbaar businessmodel.

9

De berekening hiervan luidt: 8,7 fte * € 1756,20 * 12 * 1,5 = (afgerond) € 275.000 per jaar.

22

PPMC Economisch Advies _______________________

5 Conclusies en aanbevelingen 5.1 Conclusies In het voorliggende rapport zijn de meerkosten van Fair Pay in kaart gebracht voor de culturele organisaties met een jaarlijkse subsidie van de gemeente Delft. De meerkosten bestaan uit een compensatie voor tekortschietende beloningen ten opzichte van de cao of de beloningsrichtlijn en een compensatie voor onbetaald structureel overwerk. Het onderzoek leidt tot de volgende conclusies: •

De totale meerkosten van Fair Pay van de Delftse culturele organisaties bedragen in 2022 in totaal ruim € 0,53 mln. De meerkosten bestaan voor bijna 70% uit tekortschietende beloningen en voor ruim 30% uit de kosten van onbetaald structureel overwerk.

•

De meerkosten van Fair Pay treffen we uitsluitend aan bij kleine organisaties (jaaromzet tot € 500.000). Deze organisaties bestaan vrijwel volledig uit karig beloonde zzp’ers die bovendien vaak een te klein contract hebben. De grote Delftse culturele organisaties hebben geen meerkosten van Fair Pay. Zij houden zich in beginsel volledig aan de cao of beloningsrichtlijn en compenseren eventueel overwerk in tijd of geld.

•

Gemiddeld bedragen de meerkosten in Delft 5,6% van de personele lasten. Daarmee neemt Delft een middenpositie in ten opzichte van andere door ons onderzochte gemeenten. Dit gemiddelde percentage is het gevolg van de grote invloed van de vier organisaties zonder meerkosten. Als we deze vier organisaties buiten beschouwing laten bedragen de meerkosten voor de kleine organisaties maar liefst 38,1% van de personele lasten. Dit is weliswaar een hoog percentage, maar het gaat om relatief kleine bedragen. Daardoor kunnen de problemen van een groot aantal organisaties met relatief beperkte middelen worden opgelost.

•

De meerkosten zijn in verhouding hoog bij de kleine festivals en de kleine organisaties in beeldende kunst en erfgoed. Dit beeld is vergelijkbaar met onze eerdere onderzoeken op landelijk en gemeenteniveau. Dit type organisaties maakt relatief veel gebruik van karig gehonoreerde zzp’ers.

•

Per saldo zijn zzp’ers in Delft goed voor maar liefst 96% van de totale meerkosten, hoewel ze slechts 34% van de personele lasten voor hun rekening nemen.

•

Rekening houdend met een proportionele bijdrage van alle betrokken financiers en de spreiding van de meerkosten over de organisaties in 2022 behoort 27,5% van de meerkosten van de Delftse culturele organisaties tot de financiële verantwoordelijkheid van de gemeente Delft (€ 147.000). Een mogelijke subsidiesystematiek voor Fair Pay – uitgaande van de aan de geïnterviewde organisaties beloofde anonimiteit over de meerkosten van individuele organisaties – is om per onderscheiden type organisatie een opslagpercentage voor Fair Pay op de jaarlijkse subsidie te hanteren. Mocht de gemeente Delft het bezwaarlijk vinden dat de ene organisatie door deze keuze te veel subsidie krijgt en de andere organisatie juist te weinig, dan kunnen wij een lijst opstellen met de meerkosten voor rekening van de gemeente Delft per individuele organisatie. Dat doen we echter pas nadat alle 17 organisaties toestemming hebben gegeven voor het bekend maken van hun resultaten.

23

PPMC Economisch Advies _______________________

•

Culturele organisaties in Delft zijn sterk afhankelijk van de inzet vrijwilligers; ruwweg een kwart van de organisaties draait (vrijwel) volledig op vrijwilligers, en ook bij de andere organisaties vormen vrijwilligers een niet weg te denken groep werkenden.

•

De inzet van de vrijwilligers in de vaste organisatiekern vertegenwoordigt – uitgaande van het minimumloon en de bijbehorende werkgeverslasten – jaarlijks een vrijwilligersbijdrage van € 275.000.

•

De sterke afhankelijkheid van de inzet van de vele vrijwilligers maakt de culturele sector in Delft tegelijkertijd kwetsbaar. Vooral bij de organisaties met veel vrijwilligers in de vaste organisatiekern is naar onze mening sprake van een te kwetsbaar businessmodel.

5.2 Aanbevelingen Het onderzoek leidt tot de volgende aanbevelingen: •

Het is mogelijk om met relatief kleine bedragen de (Fair Pay) problemen bij veel kleine culturele organisaties op korte termijn op te lossen. Daarvoor zou de gemeente Delft binnen haar financiële kaders middelen beschikbaar dienen te stellen. Hiermee geeft de gemeente een belangrijk signaal af dat zij Fair Pay serieus neemt.

•

De in het rapport gepresenteerde cijfers berusten op het loonpeil 2022. Het is van groot belang dat de komende jaren een realistische indexatie van de personele lasten en de bijbehorende meerkosten plaatsvindt.10 Anders loopt de beloningsachterstand van de Delftse culturele sector verder op.

•

De gemeente Delft kent – in tegenstelling tot veel andere grote gemeenten en het Rijk – geen meerjarige subsidiesystematiek van ten minste vier jaar. Door de afwezigheid van een meerjarig perspectief kunnen vooral de kleine organisaties zich niet permitteren om personeel in loondienst aan te nemen en draaien zij noodgedwongen vooral op (te) karig beloonde zzp’ers en op de inzet van vrijwilligers. Voor een duurzame Delftse culturele sector met Fair Pay is de instelling van een meerjarige subsidiesystematiek van cruciaal belang. Anders blijft Fair Pay niet meer dan een stip aan de horizon.

•

De culturele organisaties in Delft zijn sterk afhankelijk van vrijwilligers, bij de organisaties met veel vrijwilligers in de vaste organisatiekern is er sprake van een kwetsbaar businessmodel. Ga met het culturele veld in gesprek en verken wat er nodig is om organisaties hierin te ondersteunen.

•

Ten slotte zou de gemeente Delft de kennis over Fair Pay bij de Delftse culturele organisaties kunnen vergroten door evenals een aantal andere grote gemeenten (bijvoorbeeld, Groningen, Utrecht en Rotterdam) workshops over Fair Pay organiseren.

Zie bijvoorbeeld https://ppmc.nl/fair-pay-dichterbij/ Fair Pay dichterbij, Meerkosten van Fair Pay in de culturele sector, PPMC Economisch Advies, november 2023. In paragraaf 3.8 is een projectie opgenomen t/m 2025. 10

24

PPMC Economisch Advies _______________________

Bijlage De 21 onderzochte culturele organisaties met een jaarlijkse subsidie van de gemeente Delft: •

38CC

•

Bluesfestival Delft

•

De VAK

•

Delft Chamber Music Festival

•

Delft Fringe Festival

•

Delfts Peil

•

DOK

•

Highlight Delft

•

Jazz Festival Delft

•

Kadmium

•

Knapsack Festival

•

Land Art Delft

•

Museum Paul Tetar van Elven

•

Museum Prinsenhof

•

Museumnacht Delft / Cultuurbarbaren

•

Pop Oefenruimten Delft (SPOD)

•

RADIUS CCA

•

Rietveld Theater

•

Theater de Veste

•

Theater Festival

•

Westerpop

25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14188298/1