bijlage 1 2 3
Tekst van het document
Raadsbesluit
Datum Registratie nr. BBV Griffie nr.
: 1 O maart 2022 : 4753784 : 4753780 : 2206087
Onderwerp
: Bekrachtiging geheimhouding juridische toets krachtenveldanalyse
De raad van de gemeente Delft; Gelezen het voorstel van het college van 8 februari 2022 BESLUIT: De op grand van artikel 25 lid 2 van de Gemeentewet juncto artikel 1 O, lid 1 sub c en lid 2 sub e eng van de Wet openbaarheid van bestuur, opgelegde geheimhouding op het document "NTAbestuursrechtelijke aspecten, opdrachtgeverschap en privacy" te bekrachtigen voor een periode van vijf jaar.
Id s astgesteld in de open bare raadsvergadering van 1 O maart 2022
, burgemeester. . van Bijsterveldt-Vliegenthart
,griffier. Drs.~neCMC
nrc>
Andreas Kouwenhoven p/a NRC Handelsblad Postbus 20673 1001 NR Amsterdam 06-11316669 a.kouwenhoven@nrc.nl
nrchandelsblad» nrc next> nrc.nl
Aan: College van Burgemeester en Wethouders van de Gemeente Delft Postbus 78 2600 ME Delft Betreft: Bezwaarschrift op Wob-besluit over krachtenveldanalyse Rotterdam, 22 februari 2022 Geachte College van Burgemeester en Wethouders, Hierbij maak ik, Andreas Kouwenhoven, woonachtig te Rotterdam, bezwaar tegen uw besluit van 11 februari- met kenmerk 4745897 - met betrekking tot het Wob-verzoek dat ik heb ingediend over de krachtenveldanalyse van NTA. Mijn bezwaar richt zieh allereerst op het ontbreken van ten minste één document op de inventarislijst, te weten de krachtenveldanalyse dan wel het concept van de krachtenveldanalyse die Delft in 2018 heeft ontvangen van NT A. Hoewel dit document niet op de inventarislijst staat vermeid, blijkt uit antwoorden van de gemeente Delft op 15 en 16 februari 2022, dat ambtenaren en de burgemeester beschikking hadden over dit document. Volgens dezelfde antwoorden zou dit document na indiening van het Wob-verzoek zijn gewist. Dit is een overtreding van de Wob. Door middel van dit bezwaarschrift verzoek ik u alles in het werk te stellen om het reeds opgevraagde document terug te vinden, en alsnog te beoordelen voor openbaarmaking.
Ten tweede richt mijn bezwaar zieh tegen het niet openbaar maken van de krachtenveldanalyse ( document 15) die op 28 oktober 2021 aan de gemeente Delft is verstuurd. Uw motivering om niet te verstrekken komt erop neer dat respondenten in gevaar zouden kunnen komen als de krachtenveldanalyse wordt verstrekt en dater derden schade aan kunnen ondervinden. Voor zover dit het geval is, verzoek ik u om het document vrij te geven voor zover dat kan, waarbij persoonsgegevens en naar respondenten herleidbare passages worden weggelakt. Hiermee is het belang van openbaarheid, transparantie en goed en democratisch bestuur gediend.
Ten derde richt mijn bezwaar zieh tegen het niet geheel openbaar maken van verschillende documenten die op de inventarislijst vermeid staan, te weten de documenten 9, 12, 13, 14, 15. In de motivering waarmee u onderbouwt waarom u besloten heeft de bovenstaande documenten niet of niet volledig openbaar te maken, verwijst u naar de volgende artikelen uit de Wob: 10. lc, I 0.2e, I 0.2g, I l. 1, 11.2.
Bezoekadres:
Rokin
65-
1012
KK
Amsterdam
-
K.v.K.
24280642
-
BTW
NL850955646B01
nrc> nrchandelsblad» nrc next nrc.nl» Hieronder zal ik deze uitzonderingsgronden nalopen en betogen waarom deze in dit geval volgcns mij niet de gehele of gedeeltelijk openbaarmakíng van de documenten in de weg mogen staan. Waar argumenten van toepassing zijn op meerdere documenten, is de argumentatie van toepassing op alle documenten. l. Het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling Van toepassing op de documenten: 9, 12 U voert aan dat een van de redenen is om documenten niet openbaar te maken dat er sprake zou zijn van onevenredige benadeling van betrok.ken partijen wanneer u de informatie wel zou openbaren. Hoe openbaarmaking van de informatie de reputatieschade zou kunnen veroorzaken blijft onduidelijk. Ik wijs er in dit verband graag op dat dit artikel uit de Wob niet mag worden ingezet omdat de informatie een ongunstig licht werpt op het gevoerde beleid. In de memorie van toelichting bij de Wob staat over artikel 1 O, tweede lid, aanhef en onder g.: "De bepaling mag er echter niet toe leiden dat overheidsorganen gegevens zouden mogen achterhouden omdat publikatie daarvan mogelijk een ongunstig licht zou werpen op het door hen gevoerde beleid of de kansen op aanvaarding van het door hen voorgenomen beleid zou verkleinen. De belangen die hierbij in het geding zijn wegen niet op tegen het met de WOB beoogde publieke belang van het verstrekken van informatie.
"I Voor toepassing van artikel 10.2.g moet worden aangetoond dater los hiervan sprake is van onevenredige bevoor- dan we! benadeling niet zijnde benadeling die voortvloeit uit openbaarmaking van bedrijfsvertrouwelijke of concurrentiegevoelige informatie. In dat geval moet u allereerst per document aannemelijk maken dat de benadeling zoals u die schetst gaat optreden. Vervolgens moet u onderbouwen dat dat nadeel het niveau van onevenredigheid gaat bereiken en dit vervolgens wegen ten opzichte van de gevolgen van het niet openbaar maken van dit onderzoek. Deze onderbouwing per document en per passage ontbreekt. Het belang van openbaarheid bestaat er in deze documenten uit dat er inzicht wordt verkregen in de werkwijze en mogelijk onrechtmatige uitvoering van het onderzoek. 2. De eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer Van toepassing op document: 9, 12, 14
1
Tweede Kamer, vergaderjaar 1986-1987, 19 859, nr. 3, p.36-37
2/4
nrc> nrchandelsblad» nrc next nrc.nl U beroept zieh op deze weigergrond om bepaalde persoonsgegevens, zoals narnen en telefoonnummers van betrokken ambtenaren, niet openbaar te maken. Ik verzet mij niet tegen deze weigergrond voor zover u dit op deze wijze heeft toegepast. Echter is deze weigergrond niet van toepassing op namen van bestuurders, zoals de burgemeester. In het bijzonder wijs ik u op document 14, waar deze weigergrond is gebruikt om een naarn zwart te lakken. Mocht hier de (voor)naam van de burgemeester zijn zwartgelakt, verzet ik mij tegen de toepassing van deze weigergrond.
3. Bedrijfs- en fabricagegegevens Van toepassing op documenten 9, 13 U beroept zieh op deze weigergrond omdat er sprake zou zijn van bedrijfsgegevens die vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld. lk ben van mening dat dit belang niet opweegt tegen het belang van openbaarheid, transparantíe en een goed en democratisch bestuur. In dat verband wijs ik u met name op document 9, waarin onder meer passages die beschrijven hoe de onderzoekers precies te werk gingen, zijn zwartgelakt naar mijn mening ten onrechte.
4. Persoonlijke beleidsopvattingen in een stuk voor intern beraad Van toepassing op document 13 U stelt dat het belang van verstrekking van informatie niet opweegt tegen het belang van een goed en democratisch bestuur indien de standpunten van de betrokken personen en organisaties worden betrokken in de publieke discussie. Ik ben van mening dat u artikel 11, eerste lid, van de Wob te ruim interpreteert waar het gaat om persoonlijke beleidsopvattingen in stukken voor intern beraad. In de memorie van toelichting op de Wob staat beschreven wat wel en wat vooral ook niet beschermd of weggelakt mag worden met een beroep op artikel 11, lid 1: In navolging van artikel 1, tweede lid, onder b, van de WOB strekt de beperking van de openbaarheid zich niet uit over de in interne stukken opgenomen feitelijke gegevens en de uit die gegevens afgeleide prognoses en beleidsalternatieven. Over dergelijke gegevens za! op verzoek en uit eigen beweging informatie moeten worden gegeven. 2
Tweede Kamer, vergaderjaar 1986-1987, I 9 859, nr. 3, pagina 38.
3/4
nrc> nrchandelsblad» nrcnext nrc.nl» Feitelijke gegevens moeten dus wel geopenbaard worden. Ik ben van mening dat u zieh inzake document 13 ten onrechte beroept op deze weigeringsgrond om passages niet vrij te geven. Ik verzoek u, bovenstaande argumenten in acht nemend, het besluit te herzien en alsnog over te gaan tot volledige openbaarmaking van alle in het begin van deze brief genoemde documenten of, subsidiair, deze documenten met weglating van persoonlijke beleidsopvattingen en/of informatie die de relatie met andere staten schaadt en/of met informatie die raakt aan de opsporing en vervolging van strafbare feiten en/of informati e die leidt tot onevenredige benadeling van betrokken partijen, of, meer subsidiair een ambtshalve beperkte samenvatting hiervan aan te leveren. Hoogachtend, Andreas Kouwenhoven
4/4
De commissie is onafhankelijk. Zij adviseert het gemeentebestuur van Delft over ingediende bezwaarschriften. Postadres: Postbus 78 2600 ME Delft
ADVIESCOMMISSIE VOOR BEZWAARSCHRIFTEN Behandeld door: D.M. Frie 14015
Advies van de Adviescommissie voor bezwaarschriften, kamer I Adviesnummer: 11122015 Delft, 21 aprii 2022 Aan het college van burgemeester en wethouders van Delft Bezwaarschrift van: Gedateerd: Ontvangen op:
NRC Handelsblad (hierna: bezwaarmaker) 22 februari 2022 23 februari 2022
Besluit van: Datum besluit:
het college van burgemeester en wethouders van Delft (hierna: het college) 28 januari 2022
Datum verweerschrift:
4 aprii 2022
Onderwerp:
Verzoek op grand van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob)
Bijlage:
1. verslag hoorzitting 2. wettelijk kader
1. Aanleiding tot het bezwaarschrift Bezwaarmaker heeft bij brief van 29 oktober 2021 een verzoek aan het college ingediend om openbaarmaking van informatie (alle documenten of correspondentie) met betrekking tot de opdracht voor een onderzoek naar de islamitische infrastructuur in gemeente Delft (oak wel krachtenveldanalyse of netwerkanalyse genoemd) verstrekt aan het bedrijf Nuance door Training en Advies (hierna: NTA). Bij brief van 16 november 2021 heeft het college de beslistermijn met vier weken verdaagd. Vervolgens heeft het college bij brief van 16 december 2021 de beslistermijn opgeschort met drie weken in verband met het vragen van zienswijzen van derden (of zoveel eerder als dat de zienswijzen zijn ontvangen). Bij brief van 12 januari 2022 heeft het college laten weten de laatste zienswijze te hebben ontvangen op 5 januari 2022 en dat de beslistermijn in verband daarmee met 20 dagen wordt opgeschort. Bij besluit van 28 januari 2022 heeft het college het verzoek gedeeltelijk ingewilligd en gedeeltelijk afgewezen. Daarbij is vermeid dat het rapport van NT A in het geheel niet openbaar wordt gemaakt en verstrekking van informatie voor het overige achterwege blijft: a.
op grand van artikel 1 O, eerste lid, aanhef en onder c van de Wob, voor zover het bedrijfs- en fabricagegegevens betreft, die door natuurlijke personen of rechtspersonen vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld; b. op grand van artikel 1 O, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wob, voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen het belang dat de persoonlijke levenssfeer wordt geëerbiedigd; c. waar artikel 1 O, tweede lid, aanhef en onder g, van de Wob dit in de weg staat;
1
d.
e.
op grand van artikel 11, eerste lid, van de Wob waarin is bepaald dat in geval van een verzoek om
informatie uit documenten, opgesteld ten behoeve van intern beraad, geen informatie wordt verstrekt over daarin opgenomen persoonlijke beleidsopvattingen; op grand van artikel 11, eerste lid, van de Wob in combinatie met artikel 10, tweede lid en ender g, van de Wob, voor zover sprake is van persoonlijke beleidsopvattingen.
Bij besluit van 11 februari 2022 heeft het college verdere stukken openbaar gemaakt. De gedeeltes van de documenten die het college niet openbaar heeft gemaakt zijn daarin zwartgelakt. Deze brief betreft een wijziging van het primaire besluit van 28 januari 2022, zodat hierop artikel 6:19, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) van toepassing is. Bezwaarmaker heeft bij brief van 22 februari 2022 bezwaar gemaakt tegen het besluit van 28 januari 2022. Dit bezwaarschrift heeft van rechtswege mede betrekking op het besi u it van 11 februari 2022. De inhoud van dit bezwaarschrift wordt als herhaald en ingelast beschouwd. Het college heeft bij brief van 4 april 2022 een verweerscluifl ingediend. De inhoud van dit verweerschrift wordt als herhaald en ingelast beschouwd. Het college heeft bij brief van 6 aprii 2022 een aanvullend verweerschrift ingediend. De inhoud van dit verweerschrift wordt als herhaald en ingelast beschouwd. Het bezwaarschrift is voor advies voorgelegd aan kamer I van de Adviescommissie voor bezwaarschriften (hierna: de commissie). 2. Beoordeling van de ontvankelijkheid Het bezwaarschrift is tijdig ingediend en oak overigens is het bezwaar ontvankelijk. 3. Hoorzitting Op 13 aprii 2022 heeft de hoorzitting van de commissie plaatsgevonden, waarbij bezwaarmaker in de gelegenheid is gesteld om zijn bezwaren mondeling toe te lichten.
Het verslag van de hoorzitting is opgenomen in bijlage 1 van dit advies en is een zakelijke weergave van watter zitting is gezegd en voorgevallen (zie artikel 15 van de Verordening behandeling bezwaarschriften Delft). Deze bijlage maakt deel uit van dit advies. 4. Wettelijke voorschriften De relevante wetgeving is opgenomen in bijlage 2 van dit advies. Deze bijlage maakt deel uit van dit advies. 5. Beoordeling van de inhoud van het besluit De omvang van het geschil Bezwaarmaker heeft in zijn Wob-verzoek verzocht om openbaarmaking van informatie met betrekking tot de opdracht voor een onderzoek naar de islamitische infrastructuur in gemeente Delft verstrekt aan NTA. Niet ter discussie staat dat het hier gaat om een bestuurlijke aangelegenheid als bedoeld in artikel 3 van de Wob Het bezwaar richt zieh tegen: a. het ontbreken van de krachtenveldanalyse, dan wel het concept hiervan, uit 2018 (terwijl het bestuursorgaan hierover wel beschikking had); b. het niet openbaar maken van de krachtenveldanalyse (document 15) zeals op 28 oktober 2021 aan gemeente Delft gestuurd, en de hiervoor gegeven motivering; c.
het niet geheel openbaar maken van document 9, 12, 13, 14 en 15 van de inventarislijst en de hiervoor gegeven motivatie (die gehele of gedeeltelijk openbaarmaking van de documenten niet in de weg zou mogen staan): o Het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling (document 9 en 12) Per document moet aannemelijk worden gemaakt dat hiervan sprake is en benadeling zeals geschetst zal optreden. Onderbouwd moet worden dat dit nadeel onevenredig is ten opzichte van het openbaar maken ervan. Deze onderbouwing per document en passage ontbreekt, zodat geen inzage wordt verkregen in de werkwijze en mogelijk onrechtmatige uitvoering van het onderzoek.
2
o
De eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer (document 9, 12 en 14) Deze weigeringsgrond is niet van toepassing op namen van bestuurders. In het bijzonder wordt verwezen naar document 14.
o
Bedrijfs- en fabricagegegevens (document 9 en 13) Dit belang weegt niet op tegen het belang van openbaarheid, transparantie en goed democratisch bestuur. Passages die beschrijven hoe men te werk is gegaan zijn ten onrechte zwart gelakt.
o
Persoonlijke be/eidsopvattingen in een stuk voor intern beraad (document 13) Artikel 11, eerste lid, van de Wob is te ruim geïnterpreteerd waar het gaat om persoonlijke beleidsopvattingen in stukken voor intern beraad. Deze zouden, onder verwijzing naar de memorie van toelichting, wel moeten worden vrijgegeven.
Werkwijze bij beoordeling van het besluit Voor de beoordeling van het besluit en de rechtmatigheid van het zwartlakken van passages, heeft de commissie vertrouwelijk de beschikking gekregen over de onbewerkte stukken. Aan de hand daarvan heeft de commissie kunnen verifiëren of bedoelde passages op juiste gronden onleesbaar zijn gemaakt. Daarnaast heeft de commissie op basis daarvan tijdens de hoorzitting aanvullende vragen kunnen stellen. Overwegingen Op grand van artikel 3, eerste lid, van de Wob kan eenieder een verzoek om informatie neergelegd in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid richten tot een bestuursorgaan. In beginsel maakt het bestuursorgaan de informatie over die aangelegenheid die onder hem berust openbaar, tenzij een weigeringsgrond van toepassing is. In artikel 10 en artikel 11 van de Wob zijn de uitzonderingsgronden en beperkingen voor de openbaarmaking van overheidsinformatie opgenomen. Het college heeft in het bestreden besluit vermeid dat (weggelakte) informatie niet openbaar wordt gemaakt op grand van: a. b. c. d.
artikel 10, eerste lid, aanhef en onder c van de Wob (bedrijfs- en fabricagegegevens, vertrouwelijk aan overheid medegedeeld); artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wob (eerbiediging persoonlijke levenssfeer); artikel 10, tweede lid, aanhef en onder g, van de Wob (voorkomen onevenredige benadeling); artikel 11, eerste lid, van de Wob (persoonlijke beleidsopvattingen in stukken voor intern beraad)
Vastgesteld wordt dat het bezwaar ziet op: I. II. Ill. IV. V. VI. VII.
document 9
: het deels niet openbaar maken van een extern juridisch advies over de onderzoeksmethode; document 12 : het deels niet openbaar maken van ambtelijke afstemming over het onderzoeksproces; document 13 : het deels niet openbaar maken van ambtelijke afstemming over het onderzoeksproces; document 14 : het deels niet openbaar maken van de definitieve krachtenveldanalyse/ begeleidende e-mail; document 15 : het niet openbaar maken/ontbreken van het (concept)rapport inzake de krachtenveldanalyse; document 15a, b, c : het niet openbaar maken van het conceptrapport inzake de krachtenveldanalyse en een Excel lijst en het niet volledig openbaar maken van de begeleidende mail bij het conceptrapport.
Document 9, geheimhouding lngevolge artikel 25, eerste lid, van de Gemeentewet, heeft de gemeenteraad onder geheimhouding kennis kunnen nemen van document 9. Volgens vaste jurisprudentie (onder andere de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) van 17 juni 2015, ECLI: NL:RVS:2015: 1878) wijkt de Wob als algemene openbaarmakingsregeling voor een bijzondere regeling, indien de bijzondere regeling is neergelegd in een farmele wet en bovendien uitputtend van aard is. De Gemeentewet is een farmele wet met een uitputtende openbaarmakingsregeling. Deze bijzondere regeling heeft voorrang op de Wob. Aan een inhoudelijke beoordeling van het Wob-verzoek ten aanzien van document 9, wordt dan oak niet toegekomen. Ter zitting is vast kamen te staan dat het Wob-verzoek dient te worden aangemerkt als een verzoek om opheffing van geheimhouding. Hieromtrent dient de gemeenteraad, buiten de beslissing op bezwaar om, een afzonderlijk besluit te nemen. Indien en voor zover zou worden
3
besloten tot opheffing van de geheimhouding, dient afzonderlijk te worden beoordeeld of het document zieh leent voor (volledige) openbaarmaking.
Aanvullende documenten (15a, 15b, 15 c, 21, 22, 22a, 23 en 24) De commissie constateert dat in bezwaar, bij toezending van het verweerschrift en het aanvullende verweerschrift, door het college aanvullende documenten zijn gevonden waarvan in het bestreden besluit van 28 januari 2022 nog geen melding is gemaakt. In de beslissing op bezwaar dient het college te motiveren waarom deze aanvullende stukken pas in een later stadium zijn gevonden/gedeeltelijk ter beschikking zijn gesteld en waarom deze niet (geheel) openbaar worden gemaakt. De commissie kan zieh vinden in de door het college in het verweerschrift en het aanvullende verweerschrift gegeven aanvullende motivering ten aanzien van deze specifieke documenten. Overige documenten (12 tot en met 15) en weigeringsgronden Voorde beoordeling van het besluit op het Wob-verzoek is het van belang of de beschikbare informatie op juiste wijze al dan niet is verstrekt met inachtneming van de weigeringsgronden. De commissie heeft kennis Kunnen nemen van de ongelakte/onbewerkte stukken. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling (onder meer de uitspraak van 22 mei 2019, ECLl:NL:RVS:2019:1675) dient artikel 10, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wob, naar zijn aard restrictief te worden uitgelegd.
Van bedrijfs- en fabricagegegevens is slechts sprake, indien en voor zover uit die gegevens wetenswaardigheden kunnen worden afgelezen of afgeleid met betrekking tot de technische bedrijfsvoering of het productieproces dan wel met betrekking tot de atzet van de producten of de kring van afnemers en leveranciers. Geiet op de stukken en hetgeen ter zitting is aangevoerd, acht de commissie het aannemelijk dat het openbaar maken van het rapport, waarin de methodiek van het onderzoek staat beschreven, zal leiden tot benadeling van NT A. Uit de bewoordingen van artikel 10, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wob volgt dat, wil deze bepaling van toepassing zijn, het moet gaan om gegevens die door natuurlijke personen of rechtspersonen vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld. In dit geval zijn partijen voorafgaand aan de opdrachtverlening een overeenkomst aangegaan ten aanzien van geheimhouding van de verstrekte informatie. NTA heeft een onderzoeksmethode ontwikkeld en hierin geïnvesteerd. Hierdoor wordt, met regelmaat, een beroep op NTA gedaan vanuit de markt. De commissie is van oordeel dat het college terecht een beroep heeft gedaan op de absolute weigeringsgrond als vermeid in artikel 10, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wob.
Ten aanzien van het belang van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer (artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wob) van respondenten, medewerkers, betrokken ambtenaren en andere bij het onderzoek betrokken personen, overweegt de commissie dat het aan de indiener van een Wob-verzoek is om aannemelijk te maken dat het belang van de openbaarheid in een concreet geval zwaarder weegt. Verwezen wordt in dit kader naar de uitspraak van de Afdeling van 17 aprii 2019, ECLI: NL: RVS:2019:1231. Ter zitting is gebleken dat bezwaarmaker het weglakken van de persoonsgegevens niet betwist en hij alleen inzicht wenst in de conclusies die worden getrokken. Naar het oordeel van de commissie dient in deze overwegingen mee te worden gewogen dat sinds de berichtgeving in de media over het onderzoek reeds bedreigingen aan het adres van betrokken personen hebben plaatsgevonden. Hiervan is ook aangifte gedaan. Publicatie van het rapport in een samenleving die gekenmerkt wordt door tegenstellingen, bedreigingen en haatuitingen op Facebook, zal dermate veel onrust met zieh meebrengen dat de veiligheid van de respondenten en de medewerkers van de gemeente en NT A in het geding komt. Het belang van hen dient daarom te prevaleren boven het algemeen belang.
Bovendien acht de commissie het aannemelijk dat van het rapport (document 15) geen zelfstandig leesbaar document overblijft wanneer alle persoonsgegevens en/of het samenstel van de in het rapport opgenomen informatie die herleidbaar is tot (een groep van) personen hierin worden weggelakt. Het college heeft, naar het oordeel van de commissie, na afweging van alle betrokken belangen in redelijkheid een beroep kunnen doen op de weigeringsgrond als vermeid in artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wob. De commissie overweegt dat blijkens de geschieden is van de totstandkoming van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder g, van de Wob onevenredige benadeling de meest algemene, en een relatieve, uitzonderingsgrond is die kan worden toegepast als door het verstrekken van informatie andere belangen dan de in artikel 10, tweede lid, aanhef en onder a tot en met f, van de Wob genoemde belangen te zeer worden geschaad. Verwezen wordt daarbij onder meer naar de uitspraak van de Afdeling van 18 juli 2018, ECLl:NL:RVS:2018:2427. Omdat deze uitzonderingsgrond ruim is geformuleerd vraagt een beroep daarop om een goede motivering, die inzicht biedt in de gemaakte afweging en voor de verzoeker begrijpelijk en concreet is.
Deze motivering maakt duidelijk waaruit de te verwachten benadeling/bevoordeling bestaat (en wie dit raakt), waarom dit nadeel/voordeel onevenredig is, en waarom het voorkomen hiervan zwaarder
4
weegt dan het algemene belang van openbaarheid. De commissie volgt de motivering die het college in het verweerschrift en ter zitting hieromtrent heeft gegeven. In het bestreden besluit van 28 januari 2022 heeft het college gesteld dat op grond van artikel 11, eerste lid, van de Wob, geen informatie wordt verstrekt uit documenten die zijn verstrekt voor intern beraad en de daarin opgenomen persoonlijke beleidsopvattingen. Gelezen het bezwaarschrift, wordt de toepassing van deze weigeringsgrond bestreden voor zover het document 13 betreft. Bezwaarmaker stelt dat deze weigeringsgrond te ruim is geïnterpreteerd en de in document 13 opgenomen feitelijke gegevens geopenbaard dienen te worden. Uit de inhoud van het document maakt de commissie op dat het is opgesteld met de bedoeling om het te gebruiken binnen de overheid. Bezwaarmaker betwist dit in zijn bezwaarschrift niet. De commissie heeft ook vastgesteld dat de geweigerde delen, persoonlijke beleidsopvattingen betreffen en voor zover sprake is van feitelijke gegevens, deze zodanig met de beleidsopvattingen verweven zijn, dat deze niet kunnen worden gescheiden (zie ook de uitspraak van de Afdeling van 26 januari 2022, ECLl:NL:RVS:2022:240). Naar het oordeel van de commissie heeft het college bij de verstrekking van document 13 op juiste wijze toepassing gegeven aan deze weigeringsgrond.
Samenvattend oordeelt de commissie als volgt. Het rapport op zichzelf en de onderwerpen van het onderzoek, te weten radicalisering en salafisme, zijn dermate brisant dat publicatie van het rapport in de openbaarheid op zichzelf onevenredige benadeling met zieh meebrengt ten opzichte van de respondenten en de medewerkers van gemeente en NT A. De overige weigeringsgronden zijn vanwege de onderlinge verwevenheid van de inhoud van het rapport van toepassing. Eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer (artikel 1 O, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wob), het niet verstrekken van bedrijfs- en fabricagegegevens die vertrouwelijk aan overheid zijn medegedeeld (artikel 1 O, eerste lid, aanhef en onder e van de Wob) en onevenredige benadeling (artikel 10, tweede lid, aanhef en onder g, van de Wob) vormen de weigeringsgronden. Publicatie van het rapport in de huidige samenleving zal dermate veel onrust met zieh meebrengen dat de veiligheid van de respondenten en de medewerkers van gemeente en NTA in het geding komt, waarbij het belang van hen prevaleert boven het algemeen belang. In deze belangenafweging dient ook te worden meegenomen dat, hoewel dit er niet toe leidt dat de wettelijke bepalingen uit de Wob kunnen worden gepasseerd, tussen partijen contractueel is vastgelegd dat het rapport en de overgelegde informatie geheim zou blijven.
Uit het rapport blijkt tenslotte van dusdanige verwevenheid, dat maakt dat het college zieh, naar het oordeel van de commissie, in alle redelijkheid heeft kunnen beroepen op de eerdergenoemde weigeringsgronden. Conclusie Geiet op het voorgaande heeft het college naar het oordeel van de commissie het Wob-verzoek op goede gronden deels ingewilligd en deels geweigerd, voor zover de weigeringsgronden van de Wob daartoe aanleiding geven. Het bezwaarschrift is ongegrond. Het college wordt geadviseerd om de actie te ondernemen die nodig is om de gemeenteraad een besluit te laten nemen over het verzoek tot opheffing van de geheimhouding van document 9. Het college dient in de beslissing op bezwaar een nadere motivering te geven ten aanzien van de aanvullende documenten 15a, 15b, 15c, 21, 22, 22a, 23 en 24.
6. Advies De commissie adviseert u het bezwaar ongegrond te verklaren en het bestreden besluit in stand te laten, met dien verstande dat in het besluit een nadere motivering dient te worden opgenomen omtrent de verlate aanlevering van de aanvullende documenten 15a, 15b, 15c, 21, 22, 22a, 23 en 24 en de reden waarom deze documenten niet (geheel) openbaar zijn gemaakt.
De Adviescommissie voor bezwaarschriften, kamer I,
mr. P. van Namen voorzitter
D.M. Frie secreta ris
5
Bijlage 1: verslag van de hoorzitting van 13 aprii 2022 van de Adviescommissie voor bezwaarschriften, kamer I, inzake het bezwaarschrift met het nummer 11122015 Aanwezig Commissie
: de heer mr. P. van Namen (voorzitter), de heer mr. ing. A.M. Christiaans, de heer mr. R. van Baaren
Secreta ris
: de heer D.M. Frie
Namens het college
: mevrouw mr. B. Kaptein
Bezwaarmaker
: de heer A. Kouwenhoven (NRC)
Belanghebbende
: de heer mr. C. Dekker (gemachtigde NTA), de heer R. Yahya (student-stagiair)
De commissie heeft ken nis kunnen nemen van de ongelakte stukken onder geheimhouding. Daaruit kan niet worden geciteerd. Besproken wordt of het inzien van stukken, zonder openbaarmaking hiervan, oplossing kan bieden voor onderhavig geschil. Hieraan werkt het college echter niet mee. Vastgesteld en bevestigd wordt dat op document 9 (het juridisch advies) geheimhouding rust (de raad heeft dit stuk onder geheimhouding in kunnen zien) en onderhavig Wob-verzoek, mede geiet op de jurisprudentie, moet worden gezien als verzoek tot opheffing van geheimhouding van dit document. Het bestreden besluit geeft, zoals oak in het bezwaarschrift gesteld, onvoldoende toelichting omtrent de gronden waaruit blijkt dat het concept-rapport, in eerste instantie, niet gevonden kan worden. Dit zal in de beslissing op bezwaar worden hersteld. Gesteld wordt dat het rapport passages bevat waarin feiten van algemene bekendheid staan. De vraag is waarom publicatie dan achterwege dient te blijven. Hiervoor wordt als reden aangegeven dat passages verwijzen naar respondenten, bijzondere persoonsgegevens en de werkwijze van NTA. Er is sprake van verwevenheid waardoor de persoonlijke levenssfeer wordt geraakt. Verwezen wordt naar recente jurisprudentie op dit punt. Voorafgaand zijn daarnaast tussen partijen contractuele afspraken gemaakt omtrent geheimhouding, juist met als doel de respondenten te beschermen.
Medewerkers zijn na de publicatie in oktober 2021 al bedreigd. Hiervan is aangifte gedaan. Partijen zijn het erover eens dat contractuele afspraken niet boven de Wob gaan. Deze afspraken zouden volgens verweerder wel deel uit moeten maken van de belangenafweging, waarin oak de beveiliging van personen meegenomen zou moeten worden. Het samenstel van de herleidbaarheid van persoonsgegevens in combinatie met de gevoeligheid van de informatie is essentieel. Bezwaarmaker stelt dat de bijzondere persoonsgegevens, hoewel niet bekendgemaakt, niet verzameld en/of verwerkt hadden mogen worden. Gesteld wordt dat geen wettelijke grondslag bestaat voor het opnemen van die gegevens in de rapporten. Verwezen wordt naar artikel 6 van de AVG. Het Wob-verzoek en hiermee samenhangende onderzoek richt zieh op de schending van de privacy en dient het algemeen belang. Het bestuursorgaan dient zieh als goed bestuurder te gedragen. Onder verwijzing naar de documenten die kunnen worden aangemerkt als zijnde/bestemd voor intern beraad, wordt nader toegelicht dat het doel van bezwaarmaker is om daaruit informatie te halen over de handelswijze van de gemeente, vast te stellen of sprake is van heimelijk onderzoek, de opdrachtverlening tegen het licht te houden en de vraag te beantwoorden of privacygevoelige gegevens zijn verwerkt. Alles wat daarbuiten valt is voor bezwaarmaker niet van belang.
Passages over het veldonderzoek, onder de kop methodiek, zijn van belang (en nu weggelakt). Het weglakken van deze gegevens heeft plaatsgevonden omdat het bedrijfsinformatie betreft. Naast de weigeringsgronden bestaat het belang om te achterhalen of het bestuursorgaan kenn is heeft genomen van zekere informatie alvorens zij opdracht gaf voor een 'undercover' onderzoek (hetgeen door verweerder wordt bestreden). Dit gaat verder dan een bedrijfsbelang. De kernvraag van het onderzoek is volgens bezwaarmaker welke waarborgen er zijn gebruikt ter bescherming van de privacy.
6
De methodiek van NTA is juridisch getoetst. Hierin is door NTA geïnvesteerd. NTA heeft deze methodiek in de loop der jaren ontwikkeld. Het is tekenend voor wat zij doen, voor hun expertise en waar de markt hen voor inschakelt. Het is wrang als deze informatie door een Wob-verzoek op straat kamt te liggen. Los van de fabricage gegevens, geldt de gevoeligheid van de informatie van en over de respondenten. Dit alles leidt volgens verweerder tot onevenredige benadeling. Deze informatie publiceren, kan leiden tot gevaarzetting en onevenredige benadeling voor/van respondenten en medewerkers. Bezwaarmaker zegt het begrijpelijk te vinden dat persoonsgegevens worden weggelakt, maar wenst wel inzage in de conclusies (omtrent de methodiek) die in de rapporten worden getrokken. Die zouden volgens bezwaarmaker openbaar kunnen worden gemaakt. Gemachtigde stelt dat na het weglakken van die gegevens, document 9 geen zelfstandige betekenis meer zou hebben. In het bezwaarschift wordt gesuggereerd (eerste punt, vijfde alinea) dat per alinea/passage onderbouwing meet worden gegeven. Vanuit vaste rechtspraak is dit echter niet vereist. Met een inventarislijst en meer algemene bewoordingen kan worden volstaan. Daarbij hoeft men niet in herhaling te vallen. Per zelfstandig onderdeel meet een beoordeling plaatsvinden. In het besluit wordt aangegeven welke weigeringsgronden zijn toegepast.
Samengevat wordt dat verweerder de volgende weigeringsgronden ziet: onevenredige benadeling, bijzondere persoonsgegevens en bedrijfsgegevens. Vastgesteld wordt dat het algemeen belang bij relatieve weigeringsgronden wordt afgewogen, maar dit niet wordt gedaan bij absolute weigeringsgronden zeals bedrijfsbelang en fabricagegegevens (daarbij kamt men aan weging van het algemeen belang niet toe). Bezwaarmaker zet zijn vraagtekens bij het verloop van de afhandeling van het Wob-verzoek en het feit op een later moment stukken zijn gevonden die eerst niet voorhanden zouden zijn. Verweerder licht toe dat in de eerste zoekslag niet alles is gevonden vanwege een archieffunctie in de mailboxen die in tweede instantie anders is benaderd. De commissie heeft van beide rapporten, zeals vermeid op de inventarislijst, kennisgenomen. Ter zitting is door bezwaarmaker toegelicht dat geen sprake is van een publieksvriendelijke versie van het rapport. Hierover is contact geweest. NTA zou deze op gaan stellen. Echter, in een later stadium is hier nogmaals overleg over gevoerd (waarvan niet op papier staat) en is hiervan afgezien. Een publieksvriendelijke versie is er nooit gekomen. Er is een concept-rapport uit 2018 en later volgde een definitieve versie van het rapport.
Het streven is om onderhavige casus afte wikkelen voor het moment dat op 1mei 2022 de Wet open overheid in werking treedt (en daarmee het toetsingskader wijzigt).
7
Bijlage 2: wettelijk kader
Gemeentewet Op grand van artikel 25, eerste lid van de Gemeentewet, kan de raad op grand van een belang, genoemd in artikel 1 O van de Wet openbaarheid van bestuur, omtrent het in een besloten vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan de raad worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering behandelde wordt tijdens die vergadering opgelegd. De geheimhouding wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen totdat de raad haar opheft. Wet openbaarheid van bestuur Naast, onder meer, artikel 1 en 3 van de Wob, zijn in casu specifiek de volgende bepalingen van belang. Op grand van artikel 1 O, eerste lid, sub e, van de Wob, blijft het verstrekken van lnformatle ingevolge deze wet achterwege voor zover dit bedrijfs- en fabricagegegevens betreft, die door natuurlijke personen of rechtspersonen vertrauwelijk aan de overheid zijn meegedeeld. Op grand van artikel 1 O, eerste lid, sub d, van de Wob, blijft het verstrekken van informatie ingevolge deze wet achterwege voor zover dit persoonsgegevens betreft als bedoeld in de artikelen 9, 1 O en 87 van de Algemene verordening gegevensbescherming, tenzij de verstrekking kennelijk geen inbreuk op de persoonlijke levenssfeer maakt.
Op grand van 10, tweede lid, sub e, van de Wob, blijft het verstrekken van informatie ingevolge deze wet eveneens achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Op grand van 1 O, tweede lid, sub g, van de Wob, blijft het verstrekken van informatie ingevolge deze wet eveneens achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen dan wel van derden. Op grand van 11, eerste lid, van de Wob, wordt in geval van een verzoek om informatie uit documenten, opgesteld ten behoeve van intern beraad, geen informatie verstrekt over daarin opgenomen persoonlijke beleidsopvattingen. Op grand van 11, tweede lid, van de Wob, kan met het oog op een goede en democratische bestuursvoering informatie over persoonlijke beleidsopvattingen worden verstrekt in niet tot personen herleidbare vorm. Indien degene die deze opvattingen heeft geuit of zieh erachter heeft gesteld, daarmee heeft ingestemd, kan de informatie in tot personen herleidbare vorm worden verstrekt.
8