Beantwoording technische vragen Schieoevers Noord
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen Bestemmingsplan Schieoevers Noord, Kabeldistrict en Nieuwe Haven
Geachte raadsleden, In dit document zijn alle door het ambtelijk team ontvangen vragen van antwoord voorzien. Het eerste deel omvat de vragen die we in aanloop naar de technische toelichting hebben ontvangen en vragen die op betreffende avond zijn gesteld. Tweede deel omvat de lijst met technische vragen zoals door u ingediend bij de griffier. Niet alle vragen zijn technisch van aard, alle vragen beginnend met of gericht aan college zien we als een politieke vraag, desalniettemin is getracht alle vragen van een technische beantwoording te voorzien.
Inhoudsopgave 1.
Bundeling per thema van gestelde vragen in aanloop naar de ambtelijke technische toelichting ............ 2 Fasering /opknippen ........................................................................................................................................ 2 Wijzigingen ...................................................................................................................................................... 4 Sturing / controlerend / raad .......................................................................................................................... 4 Kaders /MER/ RKK ........................................................................................................................................... 5 Dezonering / beknotten bedrijven/ geluidskader ........................................................................................... 5 Infra en mobiliteit ............................................................................................................................................ 8 Duurzaamheid: biodiversiteit, klimaatadaptatie, circulariteit en aanpasbaarheid ........................................ 9 Functies/ wonen/ werken/ maatschappelijke voorzieningen .......................................................................
11 Kwaliteitsborging ........................................................................................................................................... 13 Businesscase (BC) en contracten ................................................................................................................... 13 Lijm & Cultuur................................................................................................................................................ 13 THOR .............................................................................................................................................................. 16 Beleid ............................................................................................................................................................. 16 Handhaving .................................................................................................................................................... 16
2. Beantwoording via de commissiegriffie ontvangen technische vragen ........................................................ 17 PvdA ............................................................................................................................................................... 17 D66 ................................................................................................................................................................ 17 OD .................................................................................................................................................................. 19 GL ................................................................................................................................................................... 21 STIP ................................................................................................................................................................ 22 VVD ................................................................................................................................................................ 23 VOLT ..............................................................................................................................................................
24 CDA ................................................................................................................................................................ 30 CU .................................................................................................................................................................. 31
1. Bundeling per thema van gestelde vragen in aanloop naar de
ambtelijke technische toelichting In aanloop naar en op de avond van de ambtelijke technische toelichting zijn er diverse vragen gesteld en via diverse kanalen het ambtelijk team bereikt. In dit onderdeel zijn deze per thema samengevoegd en van beantwoording voorzien.
Fasering /opknippen 1. Is er mogelijkheid tot uitstel bestemmingsplan Antwoord: De planning in relatie tot de Woningbouw Impuls (WBI) subsidie (start bouw sept. 2023) staat al behoorlijk onder druk doordat er bij Kabeldistrict nog eerst gesaneerd en bouwrijp gemaakt moet worden. Uitstel is daarom niet mogelijk zonder consequenties. Maar niet alleen vanwege de deadline voor de WBI subsidie, juist ook vanwege de planningen en afspraken die we met ontwikkelende partijen hebben, de grote opgave van de stad en de urgentie die ook vanuit het Rijk en Provincie aangegeven wordt, spelen een belangrijke rol. In het voortraject zijn er uitgebreide participatierondes doorlopen voor het Ontwikkelplan, vervolgens begin vorig jaar voor het Ruimtelijke Kwaliteit Kaders en de stedenbouwkundige plannen voor Nieuwe Haven en Kabeldistrict. Ambtelijk is er een uitvoerig proces doorlopen om de komen tot de nulmetingen en de contouren met de bedrijven. 2. Is er mogelijkheid tot opknippen van het bestemmingsplan? Antwoord: Er is gekozen voor dit plangebied om in een keer te dezoneren. Het dezoneren in één keer biedt meer rechtszekerheid aan alle partijen. Er wordt meteen al rekening gehouden met groei van bedrijven, dat wordt bij gefaseerd dezoneren dus alleen gedaan voor de bedrijven die worden gedezoneerd.
Voor bewoners betekent het in 1 keer dezoneren dat ze nu al weten waar ze in de toekomst rekening mee moeten houden. Daarnaast zorgt het ook voor een betere en eenduidige regeling die meer flexibiliteit en afwegingsruimte biedt dan het strakke regiem van de Wet geluidhinder (dat we verplicht zijn te hanteren voor Basal). Het opdelen zou bijvoorbeeld betekenen dat bedrijven die op beide ontwikkellocaties invloed hebben minimaal tweemaal een vergelijkbaar bestemmingsplantraject door zouden moeten. Dit geldt in ieder geval voor Basal en Prysmian. Deze bedrijven krijgen nu in één keer duidelijkheid, waarbij tevens ook nu al rekening gehouden kan worden met de uitbreidingsplannen van bedrijven. Opsplitsen van Kabeldistrict en Nieuwe Haven betekent: • In ieder geval 2 jaar uitloop (opnieuw met ontwerpbestemmingsplannen in procedure) en vervolgens waarschijnlijk dezelfde discussie met bedrijven • Twee keer een bestemmingsplanprocedure met bijbehorende kosten en procesrisico’s • Verlies ca. €60 mln. subsidie en reeds gemaakte kosten en nog te maken kosten • Verlies ambtelijke capaciteit voor andere ontwikkelingen • Uitstel bouw van woningen • Uitstel realisatie voorzieningen als de gelatinebrug, rioolgemaal ect. 3. In de nota zienswijzen bevestigt het college dat de omvang en complexiteit van dit bestemmingsplan enorm is.
Toch wordt om moverende redenen gekozen voor een zeer korte procedure. Dit beperkt de mogelijkheden voor raad en belanghebbenden voor de benodigde checks. Is hiervoor toch nog tijd te vinden (al is het maar tot het einde van het jaar)? Waarom wel/niet? Antwoord: De gevolgde procedure is de standaardprocedure voor een bestemmingsplan, met uitzondering dat bij dit bestemmingsplan het concept bestemmingsplan is besproken in de commissie en de raad. Het is van belang dat het bestemmingsplan op 18 oktober in de raad wordt behandeld/vastgesteld. Financiële belangen, contractuele afspraken en het belang van de transformatie in zijn algemeenheid liggen hieraan ten grondslag. In de aanloop daar naartoe zijn 2
meerdere momenten (meer dan gebruikelijk) en bijeenkomsten georganiseerd om de raad hierin mee te nemen. 4. Is het college bereid om in eventueel nog beschikbare tijd een onafhankelijke second opinion uit te voeren op de doelbereiking van het bestemmingsplan in relatie tot het eerder vastgestelde ontwikkelplan? Antwoord: Gedurende verschillende momenten is er bij de opstelling van dit bestemmingsplan diverse externe adviezen gevraagd. Een second opinion heeft op dit moment geen toegevoegde waarde. 5. De deadline van de WBI staat op startbouw september 2023. Wat wordt verstaan onder startbouw? En wat gebeurt er als ontwikkelaars niet starten? Heeft de gemeente sturingsmiddelen? Antwoord: Start bouw is de feitelijke start van de bouw dit betekent het uitgraven van de bouwput en de heiwerkzaamheden. Er zijn afspraken gemaakt over de planning. Allereerst is het van belang dat het BP wordt vastgesteld omdat voor sept. 2023 ook nog bouwrijp gemaakt moet worden, dat wil zeggen gesaneerd (aanzienlijke vervuiling) en gesloopt. 6. Gezien de gehele discussie over grondstoffen tekort, is het niet de verwachting dat de deadline voor de WBI subsidie versoepelt? Antwoord: Daar zijn geen signalen over ontvangen, wel is gecommuniceerd vanuit BZK dat de gemeentelijke verantwoordelijk is nakomen van de planning en dat de betaling hieraan gekoppeld is. 7.
Gemeente vraag ook versnellingsgelden aan, heeft dit nog effect op dit BP? Antwoord: Versnellingsgelden worden aangevraagd voor Kabeldistrict/Nieuwe Haven. Het nu voorliggende bestemmingsplan is randvoorwaardelijk voor de realisatie van woningen. De versnellingsgelden zelf worden ontvangen voor de aanleg van infrastructuur (ontsluiting, fietspaden, Gelatinebrug en Gelatinetunnel). Het bestemmingsplan voorziet nog niet in de Gelatinetunnel, wel in de overige onderdelen. Daarvoor is later nog een wijziging nodig. 8. In de afgelopen jaren hebben wij gezien hoeveel er in korte tijd kan veranderen (corona, Oekraïne, inflatie, grondstoffenprijzen, woningtekort, inzicht in de toenemende sociale onrechtvaardigheid en vermogensongelijkheid binnen Nederland). Daarnaast beslaat het bestemmingsplan Schieoevers Noord een immens plangebied, wat in het komende decennia(‘s) geleidelijk aan ontwikkeld en gebouwd zal gaan worden, op basis van een ontwerp dat nog niet tot in detail uitgewerkt en gespecificeerd is (m.n. Het Kabeldistrict).
Waarom is ervoor gekozen het plan als geheel in een bestemmingsplan te vatten, en niet in deelgebieden/deelfases, welke voor de raad beter te monitoren en bij te sturen is en beter past in een wereld die continue in verandering is? Zou dit ook anders kunnen, waarbij er in fases en scenario’s gewerkt kan worden? Zoals ook aangeraden wordt in Reisgids Gebiedsontwikkeling voor Raadsleden van o.a. De TU Delft. Antwoord: Ondanks dat het dezoneren het gehele plangebied betreft worden nu slechts twee deelgebieden Kabeldistrict en Nieuwe Haven bestemd. In de volgende plannen voor Schieoevers Noord kan er dus weer door de raad worden gestuurd op uitgangspunten en aspecten die de raad belangrijk vindt. Zie ook antwoord bij vraag 2. Om het project Kabeldistrict en de daaraan gekoppelde, o.a. buitenplanse investeringen (tijdelijke programmering maar vooral aanpassing rioolgemaal, gelatinebrug, upgrade station delft campus inclusief fietstunnel, stationskap, verschillende upgrades riolering en aanpassingen infrastructuur SON), waarbij over de bijdrage in de anterieure overeenkomst met de ontwikkelaar afspraken zijn gemaakt, te kunnen realiseren moet de ontwikkelaar nu de zekerheid hebben om ook het totale gebied te kunnen ontwikkelen, zodat ook de opbrengsten in overeenstemming zijn met de totale kosten.
3
Wijzigingen 9. Er is behoorlijk wat gewijzigd, zie ook de staat van wijzigingen. Moet deze versie niet eerst opnieuw ter visie? Antwoord: Nee, het zijn inderdaad veel wijzigingen maar deze leiden niet tot een wezenlijk ander plan qua functies, mogelijkheden of omvang plangebied. Daarom geen reden om nieuw ontwerp bestemmingsplan ter inzage te leggen. 10. In de nota zienswijzen is aangegeven dat het bestemmingsplan niet dusdanig is gewijzigd dat het opnieuw doorlopen van een zienswijzeprocedure noodzakelijk is. Wat is de onderbouwing van deze stelling? Antwoord: Zolang een bestemmingsplan niet wezenlijk verandert qua strekking en/of omvang in functies of plangebied is een nieuwe zienswijzeprocedure, op basis van vaste jurisprudentie, niet nodig. 11. In de beantwoording van de zienswijzen van BKS wordt aangegeven dat er een versie van het bestemmingsplan beschikbaar wordt gesteld waarin de aanpassingen zichtbaar zijn. Deze zit niet bij de stukken. Waarom niet? (De staat van wijzigingen is gegeven de omvang en opmaak nauwelijks leesbaar). Antwoord: De verschillen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan zijn opgesomd in de Staat van wijzigingen. Dat is inderdaad een omvangrijk document maar wat ons betreft nog steeds leesbaar. Een planversie met daarin opgenomen alle wijzigingen bijhouden is technisch niet mogelijk vanuit de plansoftware. 12.
Zowel het bestemmingsplan als het MER kennen vele wijzigingen, in totaal meer dan 10.000. Niemand is in staat om dit in zo’n korte tijd te doorgronden. Wat gaat het college doen met allerlei onvolkomenheden, fouten en feitelijke onjuistheden in en tussen de diverse documenten? Antwoord: Fouten die in aanloop naar vaststelling van het bestemmingsplan gevonden zijn, zijn gecorrigeerd. Verder zijn er verschillende mogelijkheden om nog zaken aan te kunnen passen. Zo kan de raad zelf middels amendementen nog wijzigingen aanbrengen bij de vaststelling. Daarna kan het plan eventueel worden aangepast via een planherziening. Met een omgevingsvergunning (uitgebreid of regulier (zogenaamde kruimelregeling)) kan ook worden afgeweken van het bestemmingsplan. Afhankelijk van de vraag om wat voor wijziging het gaat zal per geval (in overleg met initiatiefnemers) gekeken worden of aanpassing nodig is en met welke procedure dat het beste kan. 13. De interactieve plankaart is niet toegevoegd bij de stukken. Dit maakt het voor burgers onmogelijk om goed te kunnen bepalen welke zones, met bijbehorende regels, op welke plek van toepassing zijn. Is het college zich ervan bewust dat dit op zichzelf al een juridische fout in de procedure is? Antwoord: Nadat het plan door de raad is vastgesteld zal het plan op ruimtelijkeplannen.nl gepubliceerd worden inclusief een interactieve kaart.
Iedereen kan op dat moment zien wat en hoe er is geregeld. Gedurende zes weken na publicatie kan ook beroep aangetekend worden bij de Raad van State als iemand zich niet kan vinden in het plan. Van een juridische fout in de procedure is geen sprake.
Sturing / controlerend / raad 14. Op welke wijze blijft er ruimte voor inspraak en bijsturing door de raad, in de verdere uitvoering van het bestemmingsplan en project? Concreet: hoe voorkomen wij dat wij alle macht uit handen geven en zonder invloed moeten toekijken welke keuzes de ontwikkelaars c.q. beleggers maken in een later stadium? Antwoord: Inspraak en sturing vanuit de raad kan plaatsvinden in de verder opvolgende deelbestemmingsplannen binnen Schieoevers Noord. Voor Kabeldistrict ontvangt de raad op korte 4
termijn ter vaststelling het beeldkwaliteitsplan voor Kabeldistrict. Hierop wordt straks door de Adviescommissie Omgevingskwaliteit (AOK), het kwaliteitsteam en het ambtelijk toetsteam gestuurd. Het kwaliteitsteam en het ambtelijk toetsteam zal ook nog op andere onderdelen de planuitwerking binnen de eerste twee deelgebieden beoordelen. 15. Aanvullend daarop, op welke wijze blijft er door de tijd heen van ruimte voor inspraak en participatie door Delftenaren, bedrijven, omwonenden en met name ook toekomstige bewoners? Simpelweg het feit dat er op de huidige locatie nog geen mensen wonen, betekent niet dat dit perspectief uit het oog verloren moet worden. Antwoord: Inspraak en participatie vindt altijd plaats voor de nieuwe deelgebieden voorafgaand aan het opstellen van verdere deelbestemmingsplanen. De ontwikkelaar zal gaandeweg ook behoeftes van potentiële bewoners blijven peilen om met de ontwikkeling van de omgeving optimaal aan te kunnen sluiten. De gemeente draagt zelf hier ook aan bij met bijvoorbeeld de Schieoever safari dagen. 16. Wat zijn de sturingsmogelijkheden van de raad nadat het bestemmingsplan is aangenomen (m.b.t. het realiseren van de doelen in het Kabeldistrict en de Nieuwe Haven en het koesteren van bestaande bedrijven)? Antwoord: Via de MER-monitoringsrapportages kan de raad de vinger aan de pols houden.
Tevens komt er nog een beeldkwaliteitsplan voor Kabeldistrict ter besluitvorming naar de raad. Daarnaast ontvangt de raad 2 maal per jaar een voortgangsrapportages waarin ook de stand van zaken gegeven worden per project, waaronder ook Kabeldistrict en Nieuwe Haven. En voor toekomstige ontwikkelingen zullen nieuwe (bestemmings/omgevings)plannen in procedure worden gebracht waar de raad besluiten over zal nemen.
Kaders /MER/ RKK 17. Op welke wijze zijn eerdere documenten, waaronder bijvoorbeeld, het Ruimtelijk Kwaliteitskader, juridisch geborgd in het bestemmingsplan? Antwoord: Onderdelen uit het RKK, bijvoorbeeld de bouwhoogtes, zijn geborgd in het bestemmingsplan in de planregels. 18. In hoofdstuk 9 van de MER staan allemaal mogelijkheden voor alternatieve beleidsrichtingen. In hoeverre zijn daar al keuzes in gemaakt met het huidige bestemmingsplan? Antwoord: Bij elk beleidsalternatief wordt aan het eind onder het kopje "beoordeling" een keuze gemaakt. Een overzicht van alle keuzes staat in 9.11 Voorkeursalternatieven. Antwoord is dus ja, er is al een keuze gemaakt. Deze keuze is al bij de eerste versie van het MER (bij BP Tiny Houses gemaakt. Bij de update van het MER is alleen op het onderdeel omgaan met bestaande bedrijven een nieuw beleidsalternatief geïntroduceerd en een ander (het nieuwe) alternatief gekozen. 19. Is er juridisch advies ingewonnen m.b.t. de stelling dat het aangepaste MER niet opnieuw bij de commissie voor de MER zou moeten worden voorgelegd? Antwoord: Dit aspect is juridisch goed onderzocht.
Dezonering / beknotten bedrijven/ geluidskader 20. Waarvoor is dezonering oorspronkelijk bedoeld, bedrijven plaatsen in een woongebied of woningen plaatsen in een bedrijvengebied? Stel dat dit het ontwikkeld is voor het eerste, is de dezonering aanbrengen op Schieoevers dan wel goed mogelijk of zelfs toegestaan. Is dit onderzocht? Het principe van dezonering wordt dan andersom toegepast dan initiële bedoeld. Antwoord: Wettelijke geluidzone industrie: dit is een zone rondom industrieterrein die verplicht 5
toegepast moet worden als op het industrieterrein grote lawaaimakers zijn toegestaan. De geluidzone regelt en begrenst de geluidruimte voor de industrie en binnen de geluidzone gelden beperkingen voor woningbouw. Wijzigen van de geluidzone en dus ook het dezoneren kan alleen met een wijziging van het bestemmingsplan. Het dezoneren heeft niet een speciale oorspronkelijke bedoeling, er kunnen allerlei redenen zijn om te dezoneren en de nu toegepaste dezonering past binnen de wettelijke kaders van de Wet geluidhinder. De zone richt zich op het voorkomen of beperken van geluidhinder. Op het industrieterrein hebben bedrijven weer meer ruimte, omdat woningen op het industrieterrein zelf niet zijn beschermd. In de nieuwe situatie gaan we dezoneren, zodat wonen op het bedrijventerrein (functiemenging) mogelijk wordt en woningen worden beschermd voor het geluid van bedrijven. Tegelijkertijd is het voor bedrijven ook nodig dat zij rechtszekerheid hebben over hun activiteiten (incl. Toekomst). Daarom krijgen zij hun eigen geluidzone. 21. Kunnen de zittende bedrijven bevestigen dat zij niet worden beknot in hun huidige en gewenste bedrijfsvoering? Antwoord: Met de bedrijven zijn gesprekken gevoerd over hun huidige bedrijfsvoering en hun eventuele uitbreidingsplannen en de groei die hiermee gepaard gaat.
Deze informatie is gebruikt om per bedrijf specifieke geluidruimte toe te kennen in het bestemmingsplan voor hun huidige bedrijfsvoering en voor de groei die zij hebben aangegeven. Desondanks kan het zijn dat er enkele bedrijven zijn die het niet eens zijn met het bestemmingsplan. 22. Hoeveel % van de mensen die woont in een zone met geluid tot 50 / 55 dB is tevreden over de woonsituatie? Antwoord: de dosis-effectrelaties voor ernstig geluidgehinderden zijn als volgt:
Op de verticale as is weergegeven hoeveel % ernstig geluidgehinderen er zijn bij een bepaalde geluidsbelasting (horizontale as). Dit is de zogenaamde dosis-effectrelatie. De roze lijn geeft de dosiseffectrelatie weer voor het geluid afkomstig van bedrijven. Bij een geluidsbelasting van 60 dB(A) is ongeveer 15% van de blootgestelden ernstig gehinderd door het geluid van industrie. 23. Met betrekking tot geluid is in het bestemmingsplan gekozen voor een zeer uitgewerkt en gedetailleerd kader. Iets dat op gespannen voet kan staan met de organische ontwikkeling die wordt voorgestaan. Is overwogen om uitsluitend de binnenwaarde in het bestemmingsplan te regelen om 6
daarmee meer flexibiliteit in de ontwikkeling te faciliteren? Waarom wel/niet? Antwoord: Bij de vaststelling van ruimtelijke besluiten, zoals een bestemmingsplan, moet de gemeente in het kader van een goede ruimtelijke ordening onder meer beoordelen of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Er staat in de wet geen duidelijk criterium dat aan geeft wat een goede ruimtelijke ordening is en wat vastgelegd moet worden voor het aspect geluid in het bestemmingsplan. Op basis van jurisprudentie is wel duidelijk dat hierbij alle relevante geluidsbronnen beschouwd moeten worden. De beoordeling hiervan moet op omgevingsniveau en woningniveau plaatsvinden. Het uitsluitend opnemen van een binnenwaarde is niet voldoende. 24. Hoe verenigt het college de stelling dat bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden beknot met de reserveringen voor planschadecompensatie (zie raadsvoorstel)? Is het college daadwerkelijk van mening dat bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden beknot? Antwoord: Er is in het raadsvoorstel vermeld dat zoals gebruikelijk een onderzoek gedaan is naar eventuele planschade. Er is geen sprake van een reservering. 25.
Is het college bereid om bedrijven financieel te compenseren als na vaststelling van het bestemmingsplan (toch) blijkt dat zij als gevolg van de regels in het bestemmingsplan in hun bedrijfsvoering worden beknot? Antwoord: Als een bedrijf die mening is toegedaan kan een verzoek om tegemoetkoming planschade worden ingediend. In die procedure zal dan bepaald worden of er reden tot compensatie bestaat. 26. Is het college zich ervan bewust dat op het moment dat dit bestemmingsplan vastgesteld wordt, de volgende dag Lijm & Cultuur in haar bedrijfsvoering beknot wordt, terwijl er nog geen woning gebouwd is? Antwoord: De geluidsruimte die voor Lijm & Cultuur wordt geregeld in het nieuwe bestemmingsplan is ruimer dan de geluidsruimte die Lijm & Cultuur op dit moment heeft. Uit meldingen Activiteitenbesluit van Lijm & Cultuur en de bijbehorende rekenmodellen (die zijn verwerkt in het zonebeheermodel van de ODH) is niet gebleken dat de standaard geluidnorm van 50 dB(A) etmaalwaarde op 50 meter van de terreingrens niet voldoende zou zijn voor Lijm & Cultuur. Toch zijn de geluidwaarden voor Lijm & Cultuur mede op basis van de overleggen met het bedrijf voor de dag- en avondperiode verruimd tot een waarde die als aanvaardbaar kan worden beschouwd in een gemengd stedelijk gebied. Deze normen zijn ruimer dan de standaardwaarden.
In de volgende tabel is een vergelijking gegeven van de huidige geluidruimte versus de verruimde normen in het nieuwe plan. Alleen in de nachtperiode (vanaf 23.00 uur) is er sprake van enige beperking t.o.v. de huidige gemelde situatie (RBS), maar alleen voor zover muziekgeluid duidelijk hoorbaar is bij de nieuwe woningen binnen Kabeldistrict. Duidelijk waarneembaar muziekgeluid in de nacht dat leidt tot overschrijding van de standaardnormen op een afstand van meer dan 100 meter van de gebouwen van Lijm en Cultuur vinden wij vanuit een oogpunt van een goed woon- en leefklimaat in een 16-uurs economie ongewenst en een beperking tot de standaardnormen leidt niet tot een onevenredige beperking van de bedrijfsvoering. Voor de grote evenementen/festiviteiten (IBS) is ook een verruiming opgenomen ter plaatse van de nieuwe woningen en bij de bestaande woningen een kleine verruiming ten aanzien van de dosismaat voor lage tonen (de zogenaamde dB(C) waarde). Hierbij geldt wel de voorwaarde dat luidruchtige dagen afgewisseld worden met relatief rustige dagen.
7
Bedrijfssituatie
Huidig recht
Nieuwe Plan
RBS (Representatieve BedrijfsSituatie)
50 dB(A) (op 50 meter afstand)
ABS (Afwijkende BedrijfsSituatie)
Niet toegestaan
60 dB(A) nieuwe woningen 55 dB(A) bestaande woningen (dag- en avondperiode) 18 x per jaar wel ABS activiteiten toegestaan met iets meer geluidruimte t.o.v. RBS
IBS (12 x per jaar) (Incidentele BedrijfsSituatie)
75 dB(A)/80 dB(C) (12 evenementen x per jaar)
• • •
80 dB(A) en 90 dB(C)) nieuwe woningen 75 dB(A) en 85 dB(C)) bestaande woningen 12 evenementen per jaar (na 3 luidruchtige dagen volgen 5 relatief rustige dagen)
Infra en mobiliteit 27. Het plan spreekt ervan dat er een aanpassing gedaan zal moeten worden aan het kruispunt Kruithuisweg/Schieweg. Daarnaast wordt er gesteld dat er doorstroomcapaciteit te winnen valt door het aanpassen van de verkeerslichtenregeling. a. Op welke manier kan er capaciteit gewonnen worden? Welke aanpassingen staan nu gepland, onder andere qua verkeerslichtenregeling? Antwoord: Door aanpassing van de verkeersregeling is een verkorting van de cyclustijd realiseerbaar. Daarmee kan de beschikbare capaciteit in de toekomst vergroot worden. Er staan nu geen aanpassingen gepland aan de verkeersregeling. 28. Er is in het plan opgenomen dat op termijn onder andere naar de Rotterdamseweg gekeken zal worden naar de maximumsnelheid, en of deze naar 30 km/h moet. a. Op welke termijn zal dit worden onderzocht? Antwoord: Een aanpassing of snelheidsverlaging van de Rotterdamseweg is niet nodig om de ontwikkelingen in dit bestemmingsplan mogelijk te maken. Dat is dan ook geen onderdeel van de onderzoeken voor dit bestemmingsplan. Wel wordt in de onderzoeken verwezen naar het Mobiliteitsprogramma Delft 2040 waarin de Rotterdamseweg is aangewezen als Wijkontsluitingsweg. Voor dit type wegen wil de gemeente de maximumsnelheid op termijn verlagen. b.
Welke andere wegen zullen hier ook op bekeken worden, en gebeurt dat op dezelfde termijn als voor de Rotterdamse weg? Antwoord: In het Mobiliteitsprogramma Delft 2040 zijn Wijkontsluitingswegen aangewezen in Delft. Op die wegen wil de gemeente de maximumsnelheid op termijn verlagen. 29. Er gaat in het plan aandacht naar taxi-vervoer en deelvervoer in het gebied. Daarnaast wordt een doel benoemd om het woon-werkverkeer te beperken en te verduurzamen, door de inzet van nieuwe duurzame vormen van Openbaar Vervoer. a. Is er nagedacht over extra OV-routes, en is op dit onderwerp contact gelegd met de MRDH of andere relevante instanties? Antwoord: Ja, onder andere in het Mobiliteitsprogramma Delft 2040 en het Ontwikkelplan Schieoevers Noord wordt aandacht geschonken aan extra OV naar Schieoevers Noord. In dit bestemmingsplan wordt dit mogelijk gemaakt op alle plaatsen waar de functie verkeer bestemd is. Er wordt op diverse tafels met de MRDH gesproken over de (gewenste) OVroutes in Delft. b. Wat zijn de toekomstplannen voor multifunctionele hubs, waarbij allerlei mobiliteitsdiensten samen zullen komen? 8
Antwoord: Dit bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van Kabeldistrict en Nieuwe Haven mogelijk. De ontwikkelingen moeten daarbij ook passen bij de gemeentelijke kaders zoals vastgelegd in onder andere het Mobiliteitsprogramma Delft 2040, het MER, het Spelregelkader Schieoevers Noord, het Ontwikkelplan Schieoevers Noord, het Ruimtelijk Kwaliteitskader en de Parkeervisie Schieoevers Noord. Mobiliteitshubs en mobiliteitsdiensten zijn daarin een belangrijk onderwerp. Het bestemmingsplan zelf legt geen regels op over deze onderwerpen. c. Worden deelscooters in de plannen voor hubs meegenomen, aangezien deze niet expliciet benoemd staan in het bestemmingsplan? Antwoord: In een bestemmingsplan wordt niet geregeld welke vormen van deelmobiliteit onderdeel moeten zijn van een mobiliteitsmix. d. Welke nieuwe duurzame vormen van OV wordt aan gedacht om in te zetten in het gebied? Antwoord: In het Mobiliteitsprogramma Delft 2040 en het Ontwikkelplan Schieoevers Noord wordt de mogelijkheid van een (zelfrijdende) shuttle genoemd. 30. Hoe gaan de 14.000 fietsparkeerplekken vorm krijgen? Antwoord: Na vaststelling van het bestemmingsplan zal een verdere uitwerking van de plannen vorm krijgen. In overleg met het kwaliteitsteam wordt en is er al met de ontwerpers gekeken naar een kwalitatieve hoogwaardig invulling van de plinten van gebouwen en de aangrenzende openbare ruimte.
Uitgangspunt is fietsen gekoppeld aan woningen inpandig worden voorzien. 31. Hebben we genoeg aandacht voor het verkeer (wandel/fiets/auto) die deze ontwikkeling oplevert? Antwoord: In de verkeersonderzoeken is zorgvuldig gekeken naar de verkeersgeneratie als gevolg van de ontwikkeling. Uitgangspunt daarvoor zijn de Gelatinebrug lage parkeernormering en autoluw gebied. In de stedenbouwkundige plannen is gekeken naar de aansluiting op de stad, conform ook het Ontwikkelplan.
Duurzaamheid: biodiversiteit, klimaatadaptatie, circulariteit en aanpasbaarheid 32. Als partijen meer op duurzaamheid willen sturen, zijn er dan mogelijkheden in dit bestemmingsplan? Antwoord: In het bestemmingsplan zijn mogelijkheden en randvoorwaarden vastgelegd, ook op het gebied van duurzaamheid. Als deze zijn vastgesteld kunnen deze niet meer veranderd worden, tenzij het bestemmingplan wordt herzien. In de Anterieure overeenkomst (AO) zijn afspraken gemaakt over duurzaamheid. Daarbovenop afspraken maken betekent ook hier terug onderhandelen en dat kan ten koste gaan van de kwaliteit of voorzieningen en bij uitloop de wbi subsidie. Uiteraard blijven we in gesprek met ontwikkelaars over het ambitieniveau. 33. Er staat in de visie beschreven dat er een grondstoffenrotonde gaat komen. Toen we hiervan in eerdere Technische Vragen de status hebben gecontroleerd, was dit project nog niet opgestart. a. Wat is ondertussen de status hiervan? Antwoord: Dit is een apart project en wordt niet in een bestemmingsplan geregeld. Het project is nog niet gestart. De ontwikkelaars van de Nieuwe Haven en Kabeldistrict hebben verschillende voorstellen voor het hergebruik van materialen, onder andere in de openbare ruimte. Hierover lopen gesprekken, de komende tijd wordt gekeken hoe we dit verder oppakken. b.
In het geval dat dit niet is opgestart, wat is ervoor nodig om dit in gang te zetten? Antwoord: De afgelopen maanden is de ambtelijke capaciteit ingezet t.b.v. het bestemmingsplan. De komende tijd zullen we kijken of en hoe we dit verder oppakken.
9
34. Er is een algemene voorwaardelijke verplichting waarin gesteld wordt dat sprake moet zijn van een duurzame ontwikkeling. Onderdeel daarvan is circulair bouwen en duurzaam gebruik van materialen. a. Wanneer doen bedrijven of ondernemers genoeg om hieraan te voldoen, wat zijn de eisen hiervoor? Antwoord: Voor duurzaam bouwen maakt Delft gebruik van de GPR-methodiek. Hierin zijn 5 thema's benoemd waarvoor een score gehaald moet worden. Dit is minimaal een 8 voor de thema's gezondheid, gebruikswaarde en toekomstwaarde. Voor de thema’s milieu en energie geldt dat gezamenlijk minimaal een 8 gemiddeld moeten worden gehaald. Voor deze thema's afzonderlijk is de ambitie minimaal een 7,5. T.a.v. circulariteit is de ambitie niet concreet benoemd omdat hier op dit moment binnen Delft te weinig ervaring mee is. Daardoor weten we niet wat een haalbaar én uitdagend ambitieniveau is. Om hier meer zicht op te krijgen moeten initiatiefnemers de CPG (circulariteitsprestatie) berekenen en delen met de gemeente. 35. Er zijn belangrijke klimaatsignalen gekomen vanuit het KNMI, vooral op het gebied van waterveiligheid. a. Hoe is hier rekening mee gehouden in het bestemmingsplan/het gebied Schieoevers Noord? Antwoord: Waterveiligheid wordt vaak meestal gebruikt i.r.t. overstromingsrisico. Dat is op Schieoevers als gevolg van de Schie niet relevant. Het ligt relatief hoog.
Overstromingsrisico's als gevolg van zee of rivieren heeft Delft niet zelf in de hand. Mocht zo'n overstroming zich voordoen dan ligt Schieoevers relatief gunstig omdat het hoger ligt dan de omgeving (opgehoogd terrein). Waterveiligheid in relatie toe waterbestendig: Er zijn verder geen nieuwe eisen opgenomen ten opzichte van het ontwerp bestemmingsplan en de eisen die zijn opgenomen in de duurzaamheidsvisie. In het bestemmingsplan is opgenomen dat er per m2 verharding minimaal 50 liter waterberging aanwezig moet zijn. Hiermee kan een bui van 50 mm neerslag geborgen worden. In de duurzaamheidsvisie zijn aanvullende randvoorwaarden opgenomen. Zo is onder andere opgenomen dat er bij een bui van 90 mm in één uur geen onaanvaardbare situatie mogen ontstaan (dit is bijvoorbeeld het geval als in woningen komt, de bereikbaarheid voor hulpdiensten wordt belemmerd of water in schakelkasten stroomt). Ook zijn in de duurzaamheidsvisie eisen opgenomen voor het ledigen van waterbergingen. Aanvullend is in de duurzaamheidsvisie opgenomen dat het gebied rainproof moet worden ingericht. Dit houdt in dat bij de inrichting rekening moet worden gehouden met de stroomrichting van overvloedig regenwater zodat dit zich op plekken verzamelt waar geen schade wordt aangericht. De duurzaamheidsvisie is onderdeel van de anterieure overeenkomst met Kabeldistrict.
Met Nieuwe Haven zijn hierover aparte afspraken gemaakt. 36. Eén van de vijf pijlers van de gebiedsontwikkeling is duurzaamheid: hoe komt dat concreet in de projecten tot uiting? Specifiek: a. Hoe houdt het plan rekening met klimaatadaptatie, biodiversiteit? Antwoord: Het plan houdt rekening met klimaatadaptatie. In het bestemminsplan is een minimale waterbergingsnorm opgenomen voor verharde oppervlakten. Overige zaken t.a.v. waterberging en hittestress zijn opgenomen in de duurzaamheidsvisie. Deze is onderdeel van de anterieure overeenkomst met Kabeldistrict. Met Nieuwe Haven zijn hierover aparte afspraken gemaakt. In overleg met ontwikkelaars worden afspraken gemaakt om hittestress te voorkomen. Inzet is voldoende schaduw als gevolg van groen. Voor het bevorderen van de biodiversiteit is in het bestemmingsplan vastgelegd dat de ontwikkelingen moeten voldoen aan het kader natuurinclusief bouwen. b. In welke mate zijn de gebouwen circulair en aanpasbaar over tijd? 10
Antwoord: Dit wordt niet geregeld in het bestemmingsplan, hierover zijn nog geen concrete afspraken gemaakt met ontwikkelaars. c. Zal de ecologische impact ook gemeten worden, door een onafhankelijke adviseur of organisatie? Antwoord: Alle onderzoeken die door ontwikkelaarts t.b.v. de ontwikkeling wordt uitgevoerd worden door de gemeente of door de gemeente ingehuurde adviseurs getoetst. Daarnaast vindt in het kader van de MER een uitgebreide monitoring plaats. Er is geen onafhankelijke organisatie die (bijvoorbeeld in het kader van certificering) de impact van de ontwikkeling onderzoekt.
Functies/ wonen/ werken/ maatschappelijke voorzieningen 37. Eén van de vijf pijlers van de gebiedsontwikkeling is sociale inclusiviteit en culturele diversiteit. Een aantal vragen hierover: a. Hoe komt dit aspect concreet in de projecten tot uiting, zowel in woningtypes, de betaalbaarheid, openbare ruimte en ontmoetingsplekken én (maatschappelijke) functies? Antwoord: In de anterieure overeenkomst is een mix van wonen, inclusief percentages sociaal en studenten, werken en voorzieningen opgenomen. b. Welke maatschappelijke functies zullen er gerealiseerd worden in het Kabeldistrict en Nieuwe Haven? Antwoord: In Kabeldistrict is een cultuurplatform van 3.000m2 voorzien dat nadere invulling moet krijgen daarnaast is er ruimte voor zorg- en welzijn en functies als onderwijs en sport. c. Is er buiten de ‘stenen’ om ook nagedacht over een sociale programmering in het gebied, zodat verschillende doelgroepen elkaar kunnen ontmoeten en leren kennen? Wie is en blijft hier verantwoordelijk voor? Antwoord: De ontwikkelaar draagt hierin bij aan het creëren van een omgeving waar verschillende doelgroepen met elkaar in contact komen, waarbij ook programmering een van de middelen is voor het creëren van sociale samenhang en betrokkenheid in de wijk. Op dit moment wordt vanuit de gemeente hier (nog) niet op voorgesorteerd. d.
Hoe zorgen wij dat deze inclusiviteit en diversiteit door de tijd heen geborgd blijft? Dit hangt samen met het volgende aspect, de betaalbaarheid. Antwoord: In gesprekken met de ontwikkelaars wordt dit punt regelmatig geagendeerd in het verlengde van de afspraken die er gemaakt zijn in de AO over de programmering. De ontwikkelaar belegger onderkent daarbij zelf vanuit haar rol als belegger een langjarige verantwoordelijkheid in deze. 38. Ten aanzien van de betaalbaarheid, van zowel woningen als van bedrijfsruimtes, benieuwd te horen hoe de betaalbaarheid door de tijd heen geborgd blijft? a. Komen en blijven de sociale woningen bijvoorbeeld in het bezit van een corporatie? Antwoord: In de AO Kabeldistrict zijn afspraken gemaakt over de termijn waarop deze als zodanig moeten worden geëxploiteerd. Daarbij is dwingend aangestuurd op eigendom corporatie. Bij de bedrijfsruimte is er een afspraak gemaakt over de betaalbaarheid van een groot deel van de m2’s bedrijfsruimte. Ook heeft de gemeente zelf zich bereid verklaard stimulerend te zijn in de betaalbaarheid van de bedrijfsruimten. 39.
Hoe zit dat met de studentenwoningen en middeldure huur- en koopwoningen? Blijven deze betaalbaar, ook op de lange termijn, als deze verkocht worden aan een belegger? Zijn hier contractuele afspraken over gemaakt en is dit juridisch goed geborgd? Antwoord: Voor studentenwoningen is bindend vastgelegd dat deze onder de subsidiegrens moeten worden verhuurd. Ook bij middelduur is een plafond in huur opgenomen voor een periode van 15 jaar.
11
40. Hoe is het als er geen nieuw theater op de Schie-oever komt (en theater de veste in de binnenstad blijft)? Antwoord: Binnen Kabeldistrict is ruimte voor 3.000m2 cultuurplatform. Dat kan ingevuld worden door ‘in de Veste’ maar kan ook door andere partijen ingevuld worden. 41. Wordt er rekening gehouden met roeien op de Schie (moet dat?)? Antwoord: Roeien op de Schie vindt nu ook plaats. In het bestemmingsplan wordt Laga bestemd binnen de Nieuwe Haven. Voor de Schie zelf is geen bestemmingswijziging opgenomen. 42. Meer sociaal: wat gebeurt er als we in dit bestemmingsplan 30% sociaal vastleggen? Antwoord: Dan wijken we af van de afspraken met ontwikkelaars, we zitten nu op 28% sociaal (14% sociaal en 14% student) en 21% middelduur. Wil je hoger dan moet je terug gaan onderhandelen, dit is niet wenselijk omdat andere voorzieningen waarvoor bijdragen (gelatineburg, rioolgemaal maar ook de aanleg van alle openbare ruimte) zijn onderhandeld dan mogelijk opgeofferd moeten worden. 43. Hoe voorkom je dat dit een yuppenwijk / doorstroomgebied wordt? Antwoord: Er zijn afspraken gemaakt in AO over sociaal, middenduur, student en duur voor zowel huur als koop. In de planuitwerking resulteert dit in verschillende wonintypologieen.
Naast de afspraken op de verdeling van de verschillende segmenten is de verwachting dat AMVEST ook een wijk met voldoende sociale cohesie wil realiseren om een duurzame exploitatie van het gebied te waarborgen (zij zullen een groot deel in eigen beheer nemen). 44. Komt er een bibliotheek, is daar mogelijk ruimte voor? Antwoord: Een bibliotheek past in het bestemmingsplan onder gemengd (maatschappelijk voorzieningen) maar is op dit moment nog niet direct voorzien. 45. Is er ruimte voor een overdekt skatepark? Antwoord: Een skatepark past in het BP onder gemengd (sport, speelvoorzieningen). 46. Voor Schieoevers Noord is een van de doelen om het cultuuraanbod divers en breed te laten landen in het gebied. a. Is er een duidelijk beeld van hoe dit cultuuraanbod er voor Schieoevers uit gaat zien, of moet dit in de praktijk gaan landen? Antwoord: Er is binnen Kabeldistrict 3.000m2 cultuurplatform voorzien de invulling hiervan zou een theater kunnen zijn daarover lopen wel verkenningen maar is nog niet definitief. b. Valt kunst in de openbare ruimte op dit moment ook onder deze visie/doelstelling? Antwoord: Kunst in de openbare ruimte is niet specifiek opgenomen in de ontwikkelvisie. In het bestemmingsplan wordt kunst in die openbare ruimte mogelijk gemaakt. 47.
Voor Schieoevers Noord is een van de doelen om ruimte te laten en geven voor experimenteren en pilots draaien in de openbare ruimte. Op dit moment zijn daar geen concrete afspraken voor opgenomen in het bestemmingsplan. Wat voor ruimte laat het bestemmingsplan nu toe om dit soort initiatieven in de toekomst op te zetten? Antwoord: Voor bedrijven binnen Kabeldistrict en Nieuwe Haven is hiervoor flexibiliteit opgenomen in de planregels. In de planregels staat wat de standaardwaarde is voor bedrijven, namelijk 50 dB(A) op 10 meter (met aan de spoorzijde meer ruimte). Indien blijkt dat deze standaardwaarde niet voldoende is om bepaalde activiteiten uit te kunnen voeren dan kan via een omgevingsvergunning 12
extra geluidruimte worden aangevraagd. Ook buiten de ontwikkellocaties bestaat deze mogelijkheid. De ruime gemengde bestemming biedt op zichzelf ook veel mogelijkheden voor gebruik van de openbare ruimte.
Kwaliteitsborging 48. Is er in het beeldkwaliteitsplan ook voldoende ruimte voor de kwaliteit van de openbare ruimte? Zit die er integraal in? En zo niet, hoe sturen we dan op de kwaliteit van de openbare ruimte? Antwoord: Aan het beeldkwaliteitsplan voor Kabeldistrict wordt nog gewerkt en ligt nu nog niet ter besluitvorming voor. Kwaliteit van de openbare ruimte is een belangrijke punt van aandacht voor het kwaliteitsteam en de ambtelijke toets. Hiervoor worden aparte ontwerpen gemaakt en ter goedkeuring aan de gemeente voorgelegd. Dit gaat vervolgens langs het toetsteam. Dit houdt concreet in: het ambtelijk projectteam en het Kwaliteitsteam Schieoevers-Noord.
Businesscase (BC) en contracten 49. In het raadsvoorstel is aangegeven dat er een financiële risico-analyse is uitgevoerd. Heeft het college ook een inhoudelijke risico-analyse uitgevoerd m.b.t. het realiseren van de doelen zoals in het ontwikkelplan geformuleerd? Bijv door een second opinion van een onafhankelijk adviseur? Antwoord: Nee, een dergelijke risico-analyse is niet uitgevoerd. Ambtelijk/bestuurlijk is hier wel continue aandacht voor geweest bij het opstellen van het bestemmingsplan. Input van de ontvangen zienswijzen heeft hier ook aan bijgedragen alsmede vroegtijdig overleg met de BKS over de opzet van het plan en de daaraan ten grondslag liggende doelen. Tot slot wordt gewezen op de MER en de MER monitoring. Daarmee kan gaandeweg in de gaten worden gehouden of de beoogde doelen (vanuit het monitoringsplan) de goede kant op gaan en kan zo nodig bijgestuurd worden. 50. Inzicht in businesscase —> is er echt niet ruimte? Hebben we inzicht in de businesscase van AMVEST / Kondorwessels? Antwoord: We hebben nu geen inzicht, in de Anterieure overeenkomst (AO) fase is er op hoofdlijnen wel eens mee gekeken. Onze verwachting is dat er door de extreme prijsstijgingen nu zeker geen ruimte zit. 51.
Wat gebeurt er wanneer het gebied wordt doorverkocht? Gelden dan de anterieure overeenkomsten nog? Moet je voor dat scenario niet toch meer in je bestemmingsplan regelen? Antwoord: In de anterieure overeenkomsten zijn kettingbedingen opgenomen waarmee de verplichtingen ook gelden voor de nieuwe eigenaar. Er zijn ook veel zaken uit de AO doorgelegd in het BP. 52. Kunnen wij als commissie- en raadsleden ook inzicht krijgen in de financiële hoofdlijnen, achter de totale gebiedsontwikkeling (zowel de GREX als de VEX)? Zodat wij onze kaderstellende en controlerende rol goed kunnen uitoefenen en kunnen inschatten of de inzet van publieke middelen ten goede komt aan alle Delftenaren. Antwoord: Programma Schieoevers heeft een business case. Deze kan op aanvraag van de raad in een besloten sessie toegelicht worden (geheim).
Lijm & Cultuur 53. Waarom wordt L&C beperkt? In nieuw BP 12 keer een groot evenement mogelijk, dat zijn er toch meer in huidig gebruik (voor corona)? Antwoord: Ook nu zijn er op maximaal 12 dagen grote evenementen mogelijk die veel geluid produceren. De geluidsruimte voor Lijm & Cultuur buiten die 12 dagen wordt in het nieuwe plan in de dag- en avondperiode (van 7.00 tot 23.00 uur) niet beperkt maar juist verruimd ten opzichte van
13
de huidige juridische ruimte voor geluid. Er is aanvullend ook nog een kader gegeven om kortdurend van deze (verruimde) waarden af te wijken. In samenspraak met Lijm & Cultuur is bekeken wat een wenselijke opzet is vanuit Lijm & Cultuur, geluid en evenementen qua programmering om de toekomstig wenselijke geluidruimte te bepalen. Gebleken is dat de wenselijke opzet (structurele inzet als geluidsintensieve evenementenlocatie binnen gemeente Delft) zorgt voor een geluidcontour die niet verenigbaar is met een gemengd stedelijk gebied. Dit geldt niet alleen vanwege de belasting op de nieuwe woningen maar ook op de gevels van de bestaande woningen. Uit de eerdere meldingen Activiteitenbesluit van Lijm & Cultuur en de bijbehorende rekenmodellen (die zijn verwerkt in het zonebeheermodel van de ODH) is niet gebleken dat de standaard geluidnorm van 50 dB(A) etmaalwaarde op 50 meter van de terreingrens niet voldoende zou zijn voor Lijm & Cultuur voor de huidige bedrijfsvoering. Toch zijn de geluidwaarden voor Lijm & Cultuur mede op basis van de overleggen met het bedrijf voor de dag- en avondperiode verruimd tot een waarde die als aanvaardbaar kan worden beschouwd in een gemengd stedelijk gebied. Deze normen zijn ruimer dan de standaardwaarden. In de volgende tabel is een vergelijking gegeven van de huidige geluidruimte versus de verruimde normen in het nieuwe plan.
Alleen in de nachtperiode (vanaf 23.00 uur) is er sprake van enige beperking, maar alleen voor zover muziekgeluid duidelijk hoorbaar is bij de nieuwe woningen binnen Kabeldistrict. Duidelijk waarneembaar muziekgeluid dat leidt tot overschrijding van de standaardnormen in de nacht (40 dB(A), inclusief muziektoeslag) op een afstand van meer dan 100 meter van de gebouwen van Lijm en Cultuur vinden wij vanuit een oogpunt van een goed woon- en leefklimaat in een 16-uurs economie ongewenst en een beperking tot de standaardnormen leidt niet tot een onevenredige beperking van de gemelde bedrijfsvoering. Bedrijfssituatie
Huidig recht
Nieuwe Plan (dag- en avondperiode)
RBS (Representatieve BedrijfsSituatie)
50 dB(A) (op 50 meter afstand)
ABS (Afwijkende BedrijfsSituatie)
Niet toegestaan
60 dB(A) nieuwe woningen 55 dB(A) bestaande woningen (dag- en avondperiode) 18 x per jaar wel ABS activiteiten toegestaan met iets meer geluidruimte t.o.v. RBS
IBS (12 x per jaar) (Incidentele BedrijfsSituatie)
75 dB(A)/80 dB(C) (12 evenementen x per jaar)
• 80 dB(A) en 90 dB(C)) nieuwe woningen • 75 dB(A) en 85 dB(C)) bestaande woningen • 12 evenementen per jaar (na 3 luidruchtige dagen volgen 5 relatief rustige dagen)
54. In de Nota Geluidskader worden specifieke afspraken gemaakt voor de RBS, IBS en ABS van Lijm & Cultuur, naast de algemene afspraken die hiervoor worden of zijn vastgelegd. a. Hoe verhouden deze afspraken voor de RBS, IBS en ABS zich tot de huidige bedrijfsvoering van Lijm & Cultuur? Antwoord: bij Lijm &Cultuur zijn 3 situaties te onderscheiden: ▪ Huidige situatie: De feitelijke bedrijfsvoering van Lijm & Cultuur is lastig in kaart te brengen, omdat deze jaarlijks wisselt. In de huidige situatie (met wettelijke geluidzone) gelden voor Lijm & Cultuur geluidsnorm uit het Activiteitenbesluit voor de representatieve bedrijfssituatie. Deze bedraagt 50 dB(A) op 50 meter. Als er 14
▪
▪
binnen de 50 meter van een inrichting een woning is dan geldt die waarde van 50 dB(A) ook op de gevel van die woning. Wenselijke situatie: In samenspraak met Lijm & Cultuur, evenementenbeleid, geluid is bekeken wat een wenselijke opzet is qua programmering om de toekomstig wenselijke geluidruimte te bepalen voor het evenemententerrein. Dit vanwege de ambitie om hier structureel geluidsintensieve evenementen te houden die niet meer in de binnenstad zouden kunnen. Hieruit kwam naar voren dat het vanuit Lijm & Cultuur en evenementen wenselijk was om 40 (middel)grote evenementen toe te voegen aan de huidige programmering. Dit is ruimte die Lijm & Cultuur nu nog niet heeft. Gebleken is dat de wenselijke opzet voor dit evenemententerrein zorgt voor een geluidcontour die niet verenigbaar is met een gemengd stedelijk gebied. Dit geldt niet alleen voor de nieuwe woningen maar ook voor de bestaande woningen. Beide ambities (én structurele geluidsintensieve evenementen én ontwikkeling Schieoevers Noord) kunnen niet tegelijkertijd, zonder elkaar te belemmeren. Het bestuur heeft hierin eerder een keuze gemaakt en de raad eerder hierover geïnformeerd.
Situatie zoals nu in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakt: Uit de eerdere meldingen Activiteitenbesluit van Lijm & Cultuur en de bijbehorende rekenmodellen (die zijn verwerkt in het zonebeheermodel van de ODH) is niet gebleken dat de standaard geluidnorm van 50 dB(A) etmaalwaarde op 50 meter van de terreingrens niet voldoende zou zijn voor Lijm & Cultuur. Toch zijn de geluidwaarden voor Lijm & Cultuur mede op basis van de overleggen met het bedrijf voor de dag- en avondperiode verruimd tot een waarde die als aanvaardbaar kan worden beschouwd in een gemengd stedelijk gebied. Deze normen zijn ruimer dan de standaardwaarden zoals opgenomen onder ‘Huidige situatie”. In de volgende tabel is een vergelijking gegeven van de huidige geluidruimte versus de verruimde normen in het nieuwe plan. Alleen in de nachtperiode (vanaf 23.00 uur) is er mogelijk sprake van enige beperking, maar alleen voor zover muziekgeluid duidelijk hoorbaar is bij de nieuwe woningen binnen Kabeldistrict. Duidelijk waarneembaar muziekgeluid dat leidt tot overschrijding van de standaardnormen op een afstand van meer dan 100 meter van de gebouwen van Lijm en Cultuur vinden wij vanuit een oogpunt van een goed woon- en leefklimaat in een 16-uurs economie ongewenst.
Bedrijfssituatie
Huidig recht
Nieuwe Plan
RBS (Representatieve BedrijfsSituatie)
50 dB(A) (op 50 meter afstand)
ABS (Afwijkende BedrijfsSituatie)
Niet toegestaan
60 dB(A) nieuwe woningen 55 dB(A) bestaande woningen (dag- en avondperiode) 18 x per jaar wel ABS activiteiten toegestaan met iets meer geluidruimte t.o.v. RBS
IBS (12 x per jaar) (Incidentele BedrijfsSituatie)
75 dB(A)/80 dB(C) (12 evenementen x per jaar)
• 80 dB(A) en 90 dB(C)) nieuwe woningen • 75 dB(A) en 85 dB(C)) bestaande woningen • 12 evenementen per jaar (na 3 luidruchtige dagen volgen 5 relatief rustige dagen)
15
THOR 55. Waarom moet Thor weg en is er wel plaats voor Nautilus? Antwoord: Er is gekozen voor de vestiging van watergebonden verenigingen. Met de inpassing van Laga en Nautilus bleek er, in combinatie met andere beperkingen en functies van de Nieuwe Haven zoals de laad- en loskade en de keervoorziening voor vrachtschepen, geen ruimte om de accommodatie (huidige boot) van Thor in te passen. Met de vaststelling van de motie iz. Thor wordt er wel nu overleg gevoerd met o.a. de TU over alternatieve locaties. 56. Waarom werkt de gemeente mee aan de verplaatsing van Laga en waarom naar hier? Antwoord: Gemeente en Laga zijn al sinds 2012 in gesprek over de moderniserings- en uitbreidingsplannen van Laga. Aanvankelijk was het plan van Laga om op de huidige locatie uit te breiden. Uitbreiding van de huidige locatie is vervolgens door de Provincie Zuid-Holland niet akkoord bevonden, met name vanuit het perspectief van vaarveiligheid. Hierop heeft de Provincie het initiatief genomen om samen met Laga en in afstemming met de gemeente een alternatieve locatie te zoeken. Daar is de kop van de Nieuwe Haven als meest kansrijke locatie uit naar voren gekomen. De toevoeging van Laga aan de Nieuwe Haven past in de transformatie van Schieoevers-Noord naar een gemengd levendig gebied.
Beleid 57. Klopt de waterbergingsopgave in de toelichting voor LAGA? Antwoord: De cijfers in de toelichting komen overeen met de cijfers uit de watertoets die voor Laga is opgesteld. De watertoets is zowel door Delft als Delfland gecontroleerd. Dit leidt dus niet tot een wijziging of correcties.
Handhaving 58. Is getoetst of het bestemmingsplan - inclusief de koppeling met het oude bestemmingsplan uitvoerbaar/handhaafbaar is? Wat gebeurt er als het plan niet uitvoerbaar/handhaafbaar blijkt? Antwoord: Bij het opstellen van het bestemmingsplan is inderdaad gekeken naar en gestuurd op de uitvoerbaarheid van het plan in zijn algemeenheid en specifieke regelingen daarbinnen.
16
2. Beantwoording via de commissiegriffie ontvangen technische vragen Nr
Fractie
Vraag
Antwoord
1
PvdA
Dit lijkt ons inziens een vraag voor de indiener van de zienswijze.
2
PvdA
3
PvdA
4
D66
5
D66
Lijm & Cultuur heeft zowel in de zienswijze als gisteravond gewezen op beperkingen in de handhaving. In de zienswijze spreekt men van slechte ervaringen. Op welk gebied zijn die slechte ervaringen opgedaan? Waarom is gekozen voor een minimale bezonningsmaat bij hoogbouw van 2 uur in de zomerperiode (april - september)? Is een bezonningsmaat in de winterperiode (op zich toch veel maatgevender) niet op een zinvolle manier te bepalen? En is 2 uur per etmaal niet weinig? Op bladzijde 128 van de toelichting staat dat Lijm & Cultuur 12 festiviteiten per jaar mag organiseren. Is dit het equivalent van 12 dagen per jaar (elders gelezen) of tellen meerdaagse festiviteiten als 1 festiviteit? Op de inspraakavond Schieoevers werd door verschillende partijen opgemerkt dat er fouten zitten in het eindproduct dat voorligt aan de Raad. Ik kan mij goed voorstellen dat het niet mogelijk is om binnen nu en de raadsvergadering over Schieoevers hersteld kan worden. Op welke manier kan na vaststelling door de Raad fouten weggewerkt worden? Van wie is er een klap nodig op het eindproduct? Ik noem maar als voorbeeld de codes met bestemming hotel voor Lijm & Cultuur? Tussen de technische uitleg van de gemeente en die van Lijm & cultuur zit veel licht wat betreft geluid. Graag zou ik in het kort terugkoppeling willen hebben over de gevolgen van bijvoorbeeld de-zonering op Lijm & Cultuur.
Bezonningseisen te stellen in de winterperiode is ongebruikelijk en niet realistisch. Het gaat hier om de borging van een minimum. Uitgangspunt bij het ontwerpen van woningen is dat dit geoptimaliseerd wordt. Vanuit het kwaliteitsteam wordt hierop ook nog vanuit de nog wat strengere ‘lichte TNO-norm’ gestuurd. Het gaat hier om 12 dagen per jaar. Dit staat ook in de planregels (artikel 29.2, lid e). Dit is niet anders dan in de huidige situatie, omdat uit het Activiteitenbesluit ook volgt dat festiviteiten maximaal 12 dagen per jaar mogen worden georganiseerd binnen een inrichting. Na vaststelling van het bestemmingsplan door de raad is er geen eenvoudige wijze om dat soort fouten te herstellen. Het bestemmingsplan is dan immers vastgesteld. Wel kan er vaak voor dit soort fouten met een reguliere vergunning (bijvoorbeeld een kruimelvergunning) worden geregeld dat de betreffende activiteiten wel kunnen worden uitgevoerd (bouwen en gebruik). Als dat niet het geval is en de fouten zijn van dien aard dat ze daadwerkelijk hersteld moeten worden, dan moet het bestemmingsplan voor dat deel worden herzien. Zie voor de SBI-codes de beantwoording bij vraag 15. In de huidige situatie (met wettelijke geluidzone) gelden voor Lijm & Cultuur geluidsnorm uit het Activiteitenbesluit voor de representatieve bedrijfssituatie. Deze bedraagt 50 dB(A) op 50 meter.
Als er binnen de 50 meter van een inrichting een woning is dan geldt die waarde van 50 dB(A) ook op de gevel van die woning. Zou de dezonering plaatsvinden zonder daar passende normen voor in de plaats te laten komen dan wijzigt de geluidsnorm na dezonering naar 50 dB(A) op de dichtstbijzijnde woning. Dit is een ongewenste situatie, omdat alle bedrijven dan te veel geluidsruimte krijgen en dit levert vervolgens weer problemen op voor de transformatie. Voor Lijm & Cultuur is mede op basis van de overleggen met het bedrijf bekeken tot welke waarde de huidige geluidsnorm van 50 dB(A) op 50 meter voor de dag- en avondperiode verruimd 17
6
D66
7
D66
8
D66
9
D66
Wat betreft bestaande woningen ben ik benieuwd wie verantwoordelijk is voor het aanbrengen van bijvoorbeeld geluidsisolatie voor die woningen. Is dat het bestaande bedrijf, de gemeente of de eigenaar van de woning zelf?
Bij de ontwikkeling van woningen door bijvoorbeeld AM, ben ik benieuwd wie er financieel verantwoordelijk is voor het nemen van technische maatregelen om geluid- of stankoverlast tegen te gaan. Is dat de ontwikkelaar of bestaande bedrijf? In hoeverre kan de gemeente met betrekking tot parkeren inschatten dat er elders (bv. wijk Voorhof) geen parkeeroverlast ontstaat? Die zorgen maak ik mij vanwege de lage parkeernorm. Erg positief, maar wat is het effect?
Op de verbeelding en op de plattegronden van het gebied zie ik naar mijn smaak weinig groen ingetekend. Welke plantensoorten het worden, hoef ik niet te weten. Wel wil ik graag een indicatie m2 of % van het plangebied. In hoeverre kunnen hier wijzigingen op komen
kan worden tot een waarde die als aanvaardbaar kan worden beschouwd in een gemengd stedelijk gebied. Aanvullend is ook nog gekeken of de activiteiten die niet vallen onder de representatieve bedrijfssituatie ook kunnen worden verruimd. Voor aanvullende beantwoording zie onder Deel 1 onder thema Lijm & Cultuur Voor de bestaande woningen zijn dat de bestaande bedrijven. Zij moeten nu er ook al voor zorgen dat wordt voldaan aan het vereiste binnenniveau uit het Activiteitenbesluit. Door het vaststellen van het nieuwe bestemmingsplan wijzigt dit niet. Naar aanleiding van de transformatie van locatie Nieuwe Haven en Kabeldistrict zijn er diverse gesprekken geweest tussen de ontwikkelaars en de bedrijven voor de nieuwe woningen. Dit heeft geresulteerd in een set afspraken die de ontwikkelaars op zich nemen. Uitgangspunt in dergelijke situaties is dat de kosten voor maatregelen voor rekening zijn van de initiatiefnemer (AM in dit geval). Echter, heeft een bedrijf in het kader van de eigen bedrijfsvergunning ook regels waaraan gehouden dient te worden, dan zijn de kosten die daaruit voortvloeien voor het bedrijf zelf. Met het vaststellen van de kaders voor de Parkeertransitie heeft de raad in 2020 sturingsmiddelen vastgesteld waarmee parkeeroverlast in de omgeving van bouwontwikkelingen kan worden voorkomen.
Het college kan proactief regulering invoeren in gebieden rondom een bouwontwikkeling waarbij verwacht wordt dat, bijvoorbeeld als gevolg van lagere parkeernormen, parkeerdruk kan ontstaan in omliggende gebieden. Het gebied Nieuwe Haven ligt al in gereguleerd gebied, waarmee parkeerders naar de juiste plek kunnen worden verwezen. Het gebied Kabeldistrict ligt nog niet in gereguleerd gebied. Bij het verlenen een omgevingsvergunning voor een bouwontwikkeling kan het college daar gebruik maken van de mogelijkheid om delen van bijvoorbeeld Voorhof of de stationsomgeving te reguleren om parkeeroverlast te voorkomen. Op de plankaart zijn de belangrijkste groene plekken aangegeven met de bestemming groen. Daarnaast wordt binnen alle andere bestemmingen de functie groen mogelijk gemaakt. Binnen de bestemming groen zijn ook weer functies mogelijk, bijvoorbeeld fietspaden. Het is dus niet precies te zeggen hoeveel groen er uiteindelijk in het gebied zal komen. De watersleutel geeft inzicht in de verhouding tussen verhard en onverhard oppervlak. 18