Beantwoording Technische vragen jaarrekeningadviestraject commissie R&A 20240613
Tekst van het document
Technische vragen jaarrekeningadviestraject commissie Rekening & Audit Nr. Fractie
Vraag
Antwoord
1
SP
P. 45-46 gaat het over “meldingen woonoverlast”. Hoewel de meldingen stijgen en dit wordt geacht positief te zijn, vraag ik mij wel af: is er ook meer woonoverlast over de jaren heen en wordt het nu meer gemeld, of zijn de cijfers gewoon hetzelfde maar zijn er ook meer meldingen?
De indicatie groen is een foutje, dat had rood moeten zijn zoals op pagina 105; het streefcijfer wordt nl. niet gehaald. Er is de afgelopen periode geïnvesteerd in het beter bekend maken van het registratiepunt Woonoverlast, waardoor inwoners ons goed weten te vinden. Er is niet met zekerheid te zeggen of er sprake is van meer of minder woonoverlast. Wel is te constateren dat inwoners ons vaker weten te vinden en ook meer met meldingen die niet onder woonoverlast te scharen zijn maar wel bij dit registratiepunt binnenkomen, denk bijvoorbeeld aan hondenpoep op straat. Ook die meldingen worden inhoudelijk opgepakt of doorgezet naar de desbetreffende afdeling. Positief beoordelen we dat inwoners het meldpunt weten te vinden, dat ze gehoor vinden voor hun melding en dat er snel opvolging plaatsvindt.
2
SP
P. 77: als we de AMV’ers buiten beschouwing laten, wat zijn dan de Als we de groep AMV-ers uit de berekening zouden halen dan blijft er sprake van een lichte stijging. Deze lichte stijging is conform de cijfers met betrekking tot de schoolverlaters? Is er een stijging of een landelijke trend onder andere veroorzaakt door krapte op de arbeidsmarkt en de verkeerde studiekeuze. daling met betrekking tot de voorgaande jaren?
3
SP
P. 99: hoe wordt de vertrouwensscore van het College gemeten? Delftenaren krijgen de volgende vraag voorgelegd: Welke actoren/factoren spelen hier een rol? Hoe wordt dit gemeten? “Kunt u op een schaal van 1 tot 10 aangeven in hoeverre u onderstaande instituties vertrouwt?” Wanneer wordt dit beoordeeld? Vervolgens kunnen Delftenaren een oordeel geven over 5 instituties, één daarvan is het college van burgemeester en wethouders. De andere instituties zijn: de regering, de rechtspraak in Nederland, de gemeenteraad en de ambtelijke organisatie. Ruim 5.000 Delftenaren hebben deze vraag beantwoord. Deze enquête weerspiegelt het meest nauwkeurig de mening van alle Delftenaren.
4
STIP
p,27 Tabel: De legenda van de tabel is niet goed te zien. Kan dit Dank voor deze opmerking. In de volgende documenten van de P&C cyclus nemen we dit mee. meegenomen worden bij de volgende documenten in de P&C Cyclus?
5
STIP
p.45 Waarom een groene smiley voor 0 studentenhuisvesting erbij?
Resultaat 2023 (0) is gelijk aan prognose 2023 (0). In de systematiek van de jaarrekening is het dan 'groen'. Dit neemt niet weg dat het benodigd aantal te realiseren studentenwoningen groot is. In de Woonmonitor 2023 en de aankomende Woonmonitor 2024 zijn voor nieuwbouw studentenhuisvesting rode smileys te zien.
6
STIP
p.45, tabel 1: Kan er worden toegelicht waarom de indicator bij woonoverlast groen is als het aantal meldingen veel hoger is dan het streefgetal?
De indicatie groen is een foutje, dat had rood moeten zijn zoals op p105; het streefcijfer wordt nl. niet gehaald. Dat de meldingen hoger zijn dan het streefgetal is niet per se negatief, er is de afgelopen periode geïnvesteerd in het beter bekend maken van het registratiepunt Woonoverlast, waardoor inwoners ons goed weten te vinden.
7
STIP
p.45, tabel: Waarom zijn we blij met een verdubbeld aantal aan meldingen op overlast? Is dat enkel de zichtbaarheid? Of is dit een fout? is later in de tabel wel rood (pagina 105)
Ten onrechte is het bolletje op p45 groen gekleurd; dat had rood moeten zijn want het streefcijfer wordt niet gehaald. Er is de afgelopen periode geïnvesteerd in het beter bekend maken van het registratiepunt Woonoverlast, waardoor inwoners ons goed weten te vinden. Wij zijn laagdrempelig voor de bewoner om te melden, dat wordt als positief ervaren.
8
STIP
p.73: Moeten we niet een indicator op gaan stellen voor de cultuurwaardering bruisende stad? Of wordt dit nu als beginwaarde gebruikt, en proberen wij het elk jaar te verbeteren?
Er bestond in eerste instantie een idee om (ook) een indicator voor "Bruisende stad" op te stellen (vandaar "nog te bepalen") in de praktijk bleek het echter niet goed mogelijk hier een afgebakende en goed meetbare indicator voor te definiëren. Ook wanneer dat nu alsnog zou gebeuren en gemeten zou worden via de 2-jaarlijkse Omnibus-enquête dan zou dat pas leiden tot eerste meetuitkomsten begin 2026 (nulmeting), hetgeen rondom het einde van de huidige bestuursperiode zou zijn en daarmee weinig informatiewaarde zou hebben over de ontwikkeling die vanaf 2022 is bereikt. Wel meetbare en gerapporteerde indicatoren die raakvlakken hebben met "bruisende stad" zijn: "cultuurwaardering" (onder programma Samenleven, Onderwijs en Cultuur) en "overnachtingen toeristen” (onder programma Economie en Vastgoed).
9
STIP
p.80, alinea 6: Waarom is er gewacht met het evalueren van het wijkcentra-beheer tot nadat de opdracht was afgelopen?
Er is ook een evaluatie in 2016 en 2018 uitgevoerd. Uit deze evaluatie bleek dat verbeteringen mogelijk zijn om de functie van de wijkcentra beter te laten aansluiten op de behoeftes in de wijken en de maatschappelijke opgaves. De gemeente Delft moet het beheer en de exploitatie van de wijkcentra opnieuw aanbesteden. Om de toekomstige functie van de wijkcentra te kunnen bepalen en de daarbij passende manier van beheer en exploitatie is het van belang om dit ook te bezien in samenhang met recente ontwikkelingen (opdracht sociale basis, koersdocument Maatschappelijke Voorzieningen) en maatschappelijke opgaves.
10
STIP
p.132, figuur 1: Er zijn meer bubbels in de grafiek dan er beschreven risico’s zijn. Wat is het vijftiende risico?
Het vijftiende risico betrof ''Boekenonderzoek BTW/BCF'' zie PB 2024; voor dit risico is in de Jaarrekening 2023 een voorziening getroffen. In de matrix is dit per abuis niet aangepast.
11
STIP
p.173, tabel 2: Het vreemd vermogen was vorig jaar €0,-, waar zijn de miljoenen middelen vandaan gekomen?
Vorig jaar zijn de gegevens per abuis niet goed ingevuld.
12
STIP
p.173 tabel 3: De netto schuldquote was vorig jaar negatief, hoe is deze van teken veranderd?
De netto schuldquote is niet veranderd en nog steeds negatief.
13
Hart voor Delft
Zijn er afschrijvingskosten voor theater de veste opgenomen in de jaarstukken? Zo ja, waar staan deze, zo nee, hoe zit dat dan met afschrijving’s kosten voor het theater?
Ja, de afschrijvingslasten zijn opgenomen in programma Economie en Vastgoed onderdeel algemeen beheer vastgoed. Dit kunt u vinden op blz. 97 tabel 'Overzicht van baten en lasten'.
14
Hart voor Delft
Hoeveel betalen wij jaarlijks af aan de spoortunnel in delft? Tot wanneer lopen deze betalingen?
Onze bijdrage aan de spoortunnel wordt afgeschreven in 80 jaar. jaarlijkse kapitaallasten bedragen € 1,6 miljoen en we moeten nog 72 jaar afschrijven.
15
Hart voor Delft
Wat betalen we in delft aan boa’s?
€ 4.020.585,- is het opgenomen bedrag in de begroting 2024.
16
Hart voor Delft
Hoeveel geld heeft delft uitgegeven aan onderzoek naar een buitenzwembad?
Dit onderzoek valt samen met het onderzoek naar de toekomst van zwembad Kerkpolder. In 2023 is hieraan € 18.000,- uitgegeven en in 2024 (tot nu toe) € 15.000,-.
17
Hart voor Delft
Hoeveel geld is er naar de jongeren activiteiten gegaan tijdens oud en Een paar jaar geleden is structureel een bedrag van €50.000,- toegevoegd aan de subsidie aan Delft voor Elkaar voor activiteiten tijdens nieuw? oud en nieuw. De partners hebben dit 50/50 verdeeld onder Participe (jongerenwerk) en Haaglanden Beweegt voor inzet buurtsportcoaches en sportactiviteiten. In aanvulling hierop is in het kader van Preventie met Gezag vanaf september 2023 geïnvesteerd in de versterking van het jongerenwerk in Delft-West. Daarbij is een activiteitenbudget beschikbaar gesteld van €5.000,- voor die periode, waarvan een deel is besteed tijdens de jaarwisseling.
18
Hart voor Delft
Hoeveel geld is er door de burgers van delft betaald aan parkeerboetes?
Deze vraag is niet zo expliciet te beantwoorden. Er vindt geen registratie in de financiële administratie plaats over de woonplaatsen van degene - dit kunnen ook rechtspersonen zijn - die een naheffingsaanslag krijgen opgelegd. Over het afgelopen jaar was de geregistreerde opbrengst € 3.232.166,-. Deze opbrengst bestaat de naheffingsaanslagen en de gemiste opbrengst van de kleinste tijdseenheid (een uur tot een dagkaart).
19
Hart voor Delft
Opbrengst toeristenbelasting 2023 = € 1.233.000. De extra verhoging met 25 cent is ingegaan per 1 januari 2024.
20
Hart voor Delft
Hoeveel geld heeft de toesturen belasting van delft Opgeleverd, hoeveel geld van de extra opvolging van 25 cent is uitgegeven aan lastenverlaging binnengekomen? Hoeveel precario heeft delft binnengekregen en wat is er met de opbrengst gedaan?
Opbrengst precariobelasting 2023 = € 311.000. De precariobelasting is een algemene belasting waarvan de opbrengst niet is gekoppeld aan een bepaald bestedingsdoel.
21
GroenLinks
GGD en VT Haaglanden - Voorlopige Jaarstukken 2023 H 1.3.1.6 Vanaf 1 april 2022 is het advies van GGD GHOR Nederland opgevolgd om het de regeling ‘on hold’ te zetten. GGD Haaglanden heeft deze taak in 2023 niet uitgevoerd (p. 13). Waarom is dit advies gegeven?
Sinds april 2022 zijn de GGD’en geadviseerd om de meldingen uit het GGD GHOR databuffet richting gemeenten stop te zetten wegens gebrek aan (voldoende) wettelijke basis voor het beschikbaar stellen van persoonsgegevens. GGD Haaglanden heeft dit advies overgenomen. In de besluitvorming hieromtrent is tot nu toe niets veranderd. Het wachten is nu op nieuwe landelijke richtlijnen en nieuwe wetgeving hiervoor. Verwachting is dat er pas in 2025 nieuwe wetgeving zal zijn op grond waarvan uitwisseling van dit type persoonsgegevens mogelijk is.
22
GroenLinks
Er is niet alleen sprake van meer informatievoorziening onder risicogroepen maar ook voert de GGD op actieve wijze screeningsprogramma’s uit onder de risicogroepen om transmissie onder de algemene bevolking tegen te gaan. Tuberculosebestrijding heeft de hoogste prioriteit bij de GGD. De vraag of er hiermee meer groepen worden bereikt is uitgezet bij de GGD.
23
GroenLinks
GGD en VT Haaglanden - Voorlopige Jaarstukken 2023 H 1.3.2.2 Ongeveer 50% van deze groep kinderen (n=942) zijn gevaccineerd met een BCG-vaccin (p. 15). Dit lijkt erg laag. Hoe kunnen we dit verbeteren? Er wordt al nadruk gelegd op meer informatieverspreiding onder risicogroepen, maar werkt dit voldoende? GGD en VT Haaglanden - Voorlopige Jaarstukken 2023 H 1.3.2.5 (p. 19) Het aantal gegeven beleidsadviezen is lager dan begroot, door gebrek aan beschikbare personele capaciteit. Op verschillende punten in het rapport wordt er aangegeven dat het beter gaat met de personele capaciteit. Waarom lukt dat hier niet?
24
GroenLinks
GGD en VT Haaglanden - Voorlopige Jaarstukken 2023 Veilig Thuis onderzoekt op dit moment hoe ze dit kunnen verbeteren maar ze hebben nog geen specifieke denkrichting anders dan een Veilig Thuis H 1.4 Enquête respondenten (p. 41) Er wordt vermoeden. Die vermoedens worden dus onderzocht en de uitkomsten worden na afloop gedeeld, samen met het verbeterplan dat wordt aangegeven dat er weinig gereageerd wordt op enquêtes en dat jullie opgesteld door VT. Ze verwachten in de 2e bestuursrapportage over dit onderwerp te kunnen terugkoppelen aan het onderzoeken zijn hoe dit te verbeteren is. Wat zijn de eerste ideeën daar nu bij?
25
GroenLinks
Werkse! Jaarrekening 2023 Pag. 29 Wet normering bezoldiging topfunctionarissen Voor de uitvoering van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen in de (semi)publieke sector (WNT) heeft Werkse! zich gehouden aan de beleidsregel toepassing WNT en deze als normenkader bij het opmaken van de jaarrekening gehanteerd. Wordt hierbij ook rekening gehouden met extra inkomsten of vergoedingen zoals representatiekosten?
Zoals aangegeven onder H1.3.2.5 is het aantal meldingen in 2023 aanzienlijk hoger dan in de voorgaande jaren. De stijging is explosief t.o.v. het aantal meldingen in 2022 nl. 42%. Met de huidige capaciteit was dat niet op te vangen.
In artikel 2 van de Uitvoeringsregeling WNT staat een niet limitatief overzicht van de componenten die wel en niet tot de bezoldiging in de zin van de WNT worden gerekend bij een topfunctionaris in dienstbetrekking: Ten aanzien van de functionaris in dienstbetrekking wordt, voor zover niet in het tweede lid uitgezonderd, in ieder geval tot de bezoldiging in de zin van de wet gerekend: •
a. het bruto loon;
•
b.de vakantietoeslag of een component die zich kenmerkt als vakantietoeslag;
•
c.de eindejaarsuitkering of een component die zich kenmerkt als eindejaarsuitkering;
•
d. het tantième, de gratificatie, de bonus, de winstdeling of andere incidentele (variabele) beloning;
•
e.de uitkering of verstrekking die wordt toegekend na het bereiken van een bepaalde diensttijd;
•
f.de periodieke en de eenmalige bindingspremie;
•
g.de periodieke en de eenmalige mobiliteitstoeslag;
•
h.de periodieke en de eenmalige toeslag of toelage onder een andere benaming;
•
i.de afkoopsom van niet-opgenomen vakantie- of compensatiedagen;
•
j. het presentiegeld en het vacatiegeld;
•
k. het voordeel, bedoeld in artikel 13bis van de Wet op de loonbelasting 1964, wegens de terbeschikkingstelling van een auto (mede) voor privégebruik (fiscale bijtelling);
•
l.de belastbare vergoeding of verstrekking in natura;
•
m.de werkgeversbijdrage voor sparen levensloopregeling;
•
n.het werkgeversdeel van de premie voor een vrijwillige sociale verzekering;
•
o.de werkgeversbijdrage aan de premie voor een andere vrijwillige verzekering;
•
p.de werkgeversbijdrage ter compensatie van belastingnadelen;
•
q.het werkgeversdeel van premies voor of bijdragen aan pensioenregelingen, ongeacht of daar concrete vermogensaanspraken uit voortvloeien of tegenover staan;
•
r.het werkgeversdeel van premies voor of bijdragen aan regelingen voor vervroegde uittreding, ongeacht of daar concrete vermogensaanspraken uit voortvloeien of tegenover staan;
•
s.de werkgeversbijdrage aan een nettopensioenregeling;
•
t.de belaste kilometervergoeding eigen voertuig;
•
u.overige belastbare vergoedingen gebruik eigen motorvoertuig;
•
v.de belaste vergoeding verhuiskosten;
•
w.overige vaste en variabele belastbare vergoedingen ter dekking van zakelijke kosten;
•
x.de cadeaubon;
•
y.doorbetaling van de in dit lid genoemde componenten tijdens ziekte, tijdens (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid, tijdens een sabbatical, tijdens schorsing van de functionaris hangende een onderzoek, tijdens vakantie en tijdens wettelijk en bovenwettelijk zwangerschaps- en bevallingsverlof, adoptieverlof, pleegzorgverlof, kort verzuimverlof, geboorteverlof, kort- of langdurend zorgverlof of ouderschapsverlof als bedoeld in de artikelen 3:1 tot en met 3:2, 4:1 tot en met 4:2a, 5:1, 5;9 en 6:1 van de Wet arbeid en zorg;
•
z.doorbetaling van de in dit lid genoemde componenten over een periode waarin een functionaris, niet zijnde een topfunctionaris, vooruitlopend op de beëindiging van het dienstverband geen taken meer vervult.
26
GroenLinks
Evides jaarverslag 2023 In het jaarverslag wordt gesproken over een mogelijk drinkwatertekort. Welke rol speelt de gemeente bij een drinkwatertekort of om een drinkwatertekort te voorkomen?
Publieke taak Conform art. 22 lid 1 van de Grondwet moet de overheid maatregelen treffen ter bevordering van de volksgezondheid. Het drinkwater, dat geldt als eerste levensbehoefte, valt hier ook onder. Vanuit de overheid dragen alle bestuursorganen, Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen, gezamenlijk de verantwoordelijkheid. De provincies zijn verantwoordelijk voor het strategisch grondwaterbeheer, het realiseren van de grondwaterdoelen en de verlening van winvergunningen voor o.a. grondwaterwinning voor drinkwater. De uitvoerende instrumenten liggen bij de waterschappen en gemeenten. Artikel 2 lid 1 van de Drinkwaterwet schrijft tevens een zorgplicht voor aan alle bestuursorganen ten aanzien van de duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening. Daarnaast bepaalt het tweede lid van dat artikel dat bij de uitoefening van bevoegdheden en toepassing van wettelijke voorschriften door bestuursorganen de duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening als een dwingende reden van groot openbaar belang geldt. De zorgplicht heeft onder meer betrekking op de infrastructuur en op de bronnen van drinkwater. Denk daarbij aan het voorkomen van bodemvervuiling. De Wet bodembescherming en de Wet milieubeheer bevatten regels voor de bescherming van de bodem en daarmee ook van de kwaliteit van het grondwater.
Beide wetten gaan naast toekomstige bedreigingen ook over de aanpak van bestaande bodemverontreinigingen. De zorgplicht verplicht vervuilers bij (dreigende) bodemverontreiniging tot het nemen van alle maatregelen die redelijkerwijs kunnen worden gevraagd. De handhaving van de zorgplicht is een taak van gemeenten, provincies en de minister van I&W/ILT. Bij de veiligstelling van de ondergrondse infrastructuur speelt de (gemeentelijke) overheid een belangrijke rol, bijvoorbeeld m.b.t. de ruimtelijke reservering en vastlegging. Zo kan de aanleg van warmteleidingen een negatief effect hebben op de kwaliteit van het drinkwater als de leidingen te dicht bij elkaar liggen. Ook is het in het belang van de samenleving (zowel i.v.m. doelmatigheid en m.b.t. beperken overlast) als de netbeheerders en gemeente (riolering) hun plannen voor de ondergrond tijdig op elkaar afstemmen. Drinkwatertekort Het RIVM rapporteerde in 2023 over de knelpunten én mogelijke oplossingen voor de drinkwatervoorziening tot 2030. Het onderzoek bevestigt het beeld dat de sector zelf ook al eerder schetste. Als er niets gebeurt, is er naar verwachting bij alle tien drinkwaterbedrijven in Nederland in 2030 regionaal sprake van een tekort. Er is dus extra productiecapaciteit nodig. Voor Evides is het beeld echter wel genuanceerder.
Voor het leveringsgebied van Evides geldt dat als we niets doen, we na 2030 in Midden-Zeeland een mogelijk drinkwatertekort hebben. Mede dankzij de lange termijn prognoses voor de vraag naar drinkwater, neemt Evides nu al maatregelen en zoeken we voor na 2030 naar aanvullende bronnen (Zie ook: https://www.evides.nl/over-evides/nieuws/2024/evides-endrinkwaterbeschikbaarheid). Drinkwaterbeschikbaarheid Delft Evides gebruikt Maaswater voor het maken van drinkwater voor o.a. Delft. Het Maaswater nemen we in via ons innamepompstation aan de Bergsche Maas. Dit in 2021 geopende innamepompstation heeft een grote capaciteit om flexibel water in te kunnen nemen en kan daardoor water innemen als de waterkwaliteit op zijn best is. We slaan dit Maaswater eerst op in onze spaarbekkens in de Biesbosch. In deze bekkens zit een voorraad van 2-3 maanden om drinkwater van te maken. Dankzij de spaarbekkens kunnen we in periodes waarin de afvoer van de Maas beperkt is of de waterkwaliteit niet voldoet een innamestop instellen. Daarnaast hebben we voldoende productiecapaciteit om de geprognotiseerde groei van de vraag in de regio Delft te kunnen leveren. Drinkwaterkwaliteit Voor Evides is het dus niet zozeer de beschikbaarheid (voor korte en middellange termijn) het belangrijkste aandachtpunt, maar de kwaliteit en benutbaarheid van de drinkwaterbronnen.
Deze kwaliteit verslechtert door vervuiling vanuit landbouw, industrie en huishoudens en vergt extra zuiveringsinspanning. Extra maatregelen om de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) te halen zijn daarom nodig. De minister van IenW heeft inmiddels het initiatief genomen tot een Impulsprogramma KRW. Evides ondersteunt dit programma en vraagt om prioriteit voor bescherming van de drinkwaterbronnen. Steun gemeente Delft De gemeente Delft kan Evides steunen, door de initiatieven en communicatie van Evides op het onderwerp waterkwaliteit te ondersteunen en te delen. Dat zelfde geldt voor onze communicatie over waterbewustzijn. Evides communiceert bewustzijn i.p.v. besparing omdat er in de regio Delft voorlopig nog wel voldoende water is. Bewustzijn geeft aan dat de beschikbaarheid van kwalitatief goed drinkwater een groot goed is, waar we verstandig mee om moeten gaan en het niet onnodig moeten verspillen. Gebruik gerust, maar wel bewust is het motto van Evides.
27
CDA
Algemene opmerking: in het bijzonder complimenten voor de kopjes “Wat heeft het gekost?”. De uitsplitsing naar taakvelden en de saldi per taakveld maken het overzichtelijk en lezen prettig!
Hartelijk dank voor dit compliment. Goed om te lezen dat deze uitsplitsing het overzichtelijk en het lezen prettig maakt.
28
CDA
p.15: Het gerealiseerde saldo van baten en lasten in 2023 is €12,9M, wat dus €10M hoger is uitgevallen dan de begrote saldo ná wijziging. In hoeverre is dit voordeel toe te schrijven aan het goedkoper uitvoeren van plannen en in hoeverre aan plannen die niet zijn uitgevoerd (en wellicht doorschuiven naar 2024)?
Het saldo van € 12,9 miljoen is het saldo in de tabel op pagina 19. Dit is het saldo gecorrigeerd voor incidentele baten en lasten en incidentele mutaties in reserves. Op pagina 16 staat het gerealiseerde rekening resultaat. Dit is. € 7,3 miljoen positief. De oorzaak van dit resultaat komt voornamelijk door de een voordeel in de decembercirculaire van € 4,4 miljoen en voordelen in het sociaal domein van € 2,1 miljoen.
29
CDA
p. 15: Het voorstel tot bestemming van het resultaat bedraagt dit jaar Op pagina 18 is in de jaarrekening een overzicht opgenomen van de bestemming van het resultaat van € 2,5 miljoen. Op pagina 233 zijn de ca. €2,5M. In hoeverre zijn dit ook kosten die in 2022 niet zijn voorstellen getoetst aan de Financiële verordening van de gemeente Delft. De criteria staan op pagina 232 van de jaarrekening. De gerealiseerd en daarmee weer worden doorgeschoven naar het bedragen die hier worden benoemd zijn allemaal bedragen die niet eerder zijn doorgeschoven. volgende jaar? Zijn deze geldstromen inzichtelijk?
30
CDA
p. 21: Voor Fonds Delft 2040 is “Het doel van de reserve Stad verruimd om cofinanciering en inzet voor de opgaven mogelijk te maken en om rijksmiddelen te kunnen benutten.”. Wat betekent dit concreet voor het fonds qua reservering? Is er een bepaald bedrag wat besteedbaar is voor Fonds Delft 2040?
Concreet betekent het dat er geen vrije bestedingsruimte in de reserve Stad is voor Fonds Delft 2040.
31
CDA
p. 22: Is de verhoging van de OZB met 6% vergelijkbaar met buurgemeenten of vergelijkbare gemeenten (bijv. Leiden)?
Uit de begrotingen van 2023 van verschillende gemeenten zijn de volgende percentages opgehaald: Leiden 3,1%, Schiedam 3%, MiddenDelfland 3%, Pijnacker-Nootdorp 1,3%, Westland 2,4%.
32
CDA
p. 38: In najaar 2023 zijn verschillende maatregelen uitgerold voor fietsparkeren. Een van de maatregelen zijn “Een start met de verkenning naar een geschikt (winkel)pand voor inpandig fietsparkeren.”. Hoe staat het met deze verkenning? En wat zijn de kosten die hieraan zijn verbonden?
We zijn bezig met een concreet pand in de binnenstad (onderhandeling eigenaar, ontwerp stalling, kostenramingen investeringen en exploitatie, etc.) Als alles loopt zoals verwacht dan zou het pand in Q3/Q4 mogelijk geopend kunnen worden als fietsenstalling.
33
CDA
p. 56: “Ook zien we op verschillende locaties in de stad een toename in de hoeveelheid calamiteiten als gevolg van de verouderde staat van de riolering. Voorbeelden hiervan zijn onder meer Gasthuislaan, Ronald Holstlaan en Herman Gorterhof.”. Geven deze calamiteiten aanleiding om de getroffen straten/buurten eerder aan te pakken in rioleringswerkzaamheden?
De betreffende locaties worden zo spoedig mogelijk hersteld, zodat de afvoer van rioolwater doorgang kan vinden en we voldoen aan onze zorgplicht. Na herstel volgt afhankelijk van de herstelmaatregel een tijdelijke inrichting waarna bij de gevel tot gevel werkzaamheden de definitieve inrichting gerealiseerd gaat worden. Door de tijdelijke inrichting zorgt dit echter wel voor aanvullende kosten.
34
CDA
p. 59: De taakvelden Riolering en Afval behoren tot de gesloten circuits, kennen beide een totaal voordeel van €391K. Het idee van een gesloten financieel circuit is dat de baten 100% kostendekkend zijn. Geeft dit voordeel ruimte voor lagere heffingen?
De benoemde voordelen zijn het resultaat van de directe kosten en inkomsten. Voor de tariefberekening wordt nog bijkomend rekening gehouden met de overige toerekenbare kosten zoals BTW, perceptie, overhead en kwijtscheldingen. De resultaten laten daarmee geen ruimte voor lagere heffingen.
35
CDA
De criteria gaan over inkomen en vermogen. Daarmee is bijvoorbeeld uitkeringsafhankelijkheid een belangrijke en conjunctuurgevoelige factor. Bij de Financiële Winkel van de gemeente zijn geen signalen bekend van onbekendheid met kwijtschelding, op een enkel incidenteel geval na. De RBG geeft aan geen wijziging in de uitvoering te hebben doorgevoerd.
36
CDA
p. 60: Het taakveld Inkomensregelingen kent een voordeel van €244K, voornamelijk veroorzaakt door het resultaat van kwijtschelding voor de afvalstofheffing. Hoe duidt u dit lager dan geraamde resultaat? Betekent dit dat inwoners deze kwijtschelding minder goed weten te vinden, of zijn bijvoorbeeld criteria voor kwijtschelding strikter gecontroleerd? p. 63: In 2023 zijn geen investeringen gedaan binnen de Bovenwijkse voorzieningen (Schieoevers). Wat zijn de lasten van €11K in dit kader, in de tabel op p.61?
Klopt, er zijn geen investeringen gedaan in de Bovenwijkse voorzieningen voor Schieoevers in 2023. € 11.000 betreffen kosten archeologie t.b.v. een ander project. Het gaat dus om een menselijke fout die hersteld is in 2024.
37
CDA
p. 61: En belangrijker, in 2023 was er €1M begroot voor investeringen Dit moet als vertraging gelezen worden. Gemeente is nog in afwachting van de uitspraak van Raad van State over het bestemmingsplan in bovenwijkse voorzieningen in Schieoevers, waarvan maar €11K is Schieoevers. gerealiseerd. Moet dit gelezen worden als een achterstand of vertraging van ontwikkelingen in dit gebied?
38
CDA
p. 68: “In 2023 hebben we binnen de vrouwenopvang en de ambulante trajecten Huiselijk Geweld elke inwoner die opvang of begeleiding nodig had kunnen helpen.”. Wordt er ook actief ingezet op inwoners vinden die opvang of begeleiding nodig hebben, maar deze trajecten/opvang niet (kunnen) vinden?
We zetten actief in op het geven van voorlichting en training zodat zowel professionals, als inwoners elkaar kunnen helpen (of zelf de weg kunnen vinden) naar de juiste instanties voor hulp. Afhankelijk van de situatie kan dat gaan om bijvoorbeeld Veilig Thuis, het loket Huiselijk geweld, het centrum seksueel geweld of Delft Support. Helaas is en blijft huiselijk geweld ook nog een taboe voor mensen. Dus niet iedereen die hulp nodig heeft vraagt dit ook. Hoe groot deze groep is weten wij niet omdat ze niet in beeld zijn. Wij zetten niet actief in om deze inwoners zelf rechtstreeks in beeld te krijgen maar (zoals gezegd) zetten we wel in op voorlichting en training voor professionals en vrijwilligers. Dit aanbod (met name van de GGD) is gericht op het signaleren van problematiek, bespreken van de problematiek, motiveren tot hulp, doorverwijzen en gebruik van de meldcode.
39
CDA
p. 69: Het taakveld 671a Hulp bij het huishouden heeft een voordeel van € 335.000, welke deels wordt veroorzaakt door wachtlijsten wegens personeelstekorten. Is er een structureel voordeel in dit taakveld? En zo ja, worden of kunnen deze overschotten worden ingezet om personeelstekorten tegen te gaan?
Het is niet de verwachting dat het voordeel structureel is. Waarschijnlijk is 2024 het laatste jaar dat er een voordeel is, in 2025 is er naar verwachting een “ break-even point” en vanaf 2026 ontstaat er weer een tekort. Dit als gevolg van de vergrijzing.
40
CDA
p. 70: Taakveld 71 Volksgezondheid kent een voordeel van €394K. Dit Het terug te vorderen bedrag gaat regionaal voor het overgrote deel over Toezicht Kinderopvang. Dit heeft geen impact op de toezicht en wordt toegelicht met “Daarnaast zijn er diverse terugvorderingen handhavingstaak kinderopvang in Delft. Voor Delft zijn de geraamde middelen voor 2023 voor Toezicht en Handhaving volledig ingezet. geweest van subsidiepartners over niet geleverde prestaties in 2022 GGD Haaglanden voert in opdracht van de gemeente Delft deze taak uit. We verwachten voor Delft niet dat de prestaties achterblijven. (in verband met gebrek aan capaciteit en dergelijke).”. Wat is uw verwachting wat betreft terugvorderingen de komende jaren? Wat betekent dit voor de kwaliteit van de prestaties?
41
CDA
42
CDA
p. 74: Over Theater de Veste staat: “Hierop is begin 2023 een Bij de afweging van de scenario's voor de toekomst van Theater De Veste worden ook de financiële gevolgen van de verschillende verkennend proces gestart. Onderdeel daarvan is onder andere een scenario's betrokken. Dit betreft zowel investering als exploitatielasten. De wijze waarop dit zich doorvertaald naar de gemeentelijke ruimtelijke studie en een visie op de toekomst van Theater de Veste. begroting is afhankelijk van de wijze waarop financiering plaatsvindt. Aan de gemeenteraad is voorgesteld om in 2024 hiervoor een Met deze studies kunnen scenario’s voor de toekomst van Theater de financiële strategie uit te werken. Veste tegen elkaar afgewogen worden.”. Wordt in deze scenario’s ook de financiële impact op de financiële kentallen van de verschillende scenario’s meegenomen? In andere woorden, wat de concrete impact is op de meerjarige financiële gezondheid van de gemeente? p. 77: “Het aantal voortijdig schoolverlaten is toegenomen (3,1%). Ja het is een getrouwe weergave omdat deze schoolverlaters in beeld zijn als voortijdig schoolverlaters. Wel is het zo dat bij de cijfers VSV Deze toename is onder andere te verklaren door de komst van een sprake is van 2 meetmomenten oktober 2023 en oktober 2024.
In oktober 2024 zijn de definitieve cijfers over schooljaar 2023-2024 groot aantal Nieuwkomers waaronder een grote groep alleenstaande bekend en vind er een mogelijk correctie plaats. Bij het achterhalen van deze inschrijvingen zijn we afhankelijk van DUO. DUO is voor het minderjarigen vluchtelingen (AMV-ers). Na een tijdelijk verblijf in ophalen van gegevens afhankelijk van de juiste schoolinschrijving en de juiste inschrijving bij de andere gemeente. Dit proces vraagt Delft, verhuizen de leerlingen door naar andere gemeenten in (administratieve)verwerkingstijd. Nederland. De school schrijft de leerling dan uit, omdat er geen nieuwe schoolinschrijving bekend is. Hierdoor is het aantal meldingen van VSV aanzienlijk gestegen.”. Is het percentage VSV nog wel een getrouwe weergave van de realiteit als van een deel van de schoolverlaters niet bekend is of ze elders weer zijn ingeschreven? En waar liggen de moeilijkheden in het achterhalen van deze inschrijvingen elders?
43
CDA
p. 80/81: Hoe wordt invulling gegeven aan de structurele financieringsbehoefte van de kinderboerderijen? Kunt u hier wat meer over duiden/een update geven over de gesprekken die lopen?
Ondanks enorme inspanningen kunnen beide kinderboerderijen geen sluitende exploitatie draaien zonder structurele gemeentelijke bijdrage. De inkomsten die beide kinderboerderijen kunnen genereren is onvoldoende om de kosten voor beheer en onderhoud te dekken. Dit beeld wordt ook bevestigd door het adviesrapport van De Blauwe Noordzee, dat in gezamenlijke opdracht van de kinderboerderijen en de gemeente is opgesteld. Het voortbestaan van beide voorzieningen staat hierdoor onder druk. Om de exploitatie van beide kinderboerderijen sluitend te krijgen is per locatie een structurele bijdrage nodig van € 95.000,- per jaar. De afgelopen periode hebben hierover intensieve gesprekken plaatsgevonden tussen de gemeente en beide kinderboerderijen. De dekking van de benodigde middelen is deels in de bestaande begroting gevonden. Voor het resterende deel is in de Kadernota 2024 dekking gevonden.
44
CDA
p. 81: Heeft de incidentele bezuiniging van 6% op het subsidiebudget voor de welzijnsaanpak structurele gevolgen voor financieringsbehoefte van Delft voor Elkaar? Hoe weegt u de minder gepleegde inzet van Delft voor Elkaar door de bezuiniging tegenover inhaalslag die nu moet worden gepleegd?
Delft voor Elkaar richt, afhankelijk van de hoogte van de subsidie haar begroting in en maakt op basis daarvan, in afstemming met de gemeente, keuzes voor de inzet. De bezuiniging is bijtijds aangekondigd en gaf Delft voor Elkaar voldoende tijd om te anticiperen op de bezuiniging. Het betreft een structurele bezuiniging. De bezuiniging heeft tot gevolg dat er minder inzet gepleegd kan worden in de ondersteuning aan inwoners met een kwetsbaarheid in Delft. Echter, per 2023 is door de gemeenteraad aan de partners van Delft voor Elkaar een structurele subsidie van € 300.000,- beschikbaar gesteld ter compensatie van de gestegen kosten als gevolg van de inflatie. Daarnaast is met de Kadernota 2023 een structureel aanvullend budget beschikbaar gesteld voor de doorontwikkeling van preventie (€ 500.000,- in 2023 en € 1 miljoen per 2024). In 2023 is er versterkte inzet in Delft West gepleegd door Delft voor Elkaar. In 2024 ontwikkelen we een visie op de sociale basis om aan te geven wat voor stad we willen zijn. Hiermee sluiten aan bij de transformatie van het sociaal domein.
45
CDA
p. 83: Taakveld 56 Media heeft een voordeel van €153K, waarvan Het bedrag van € 95 k maakt onderdeel uit van het totale jaarrekeningsaldo en valt daarmee vrij. €58K geoormerkt voor gratis jeugdabonnementen. Komt de rest van de €95K uit rijksgelden (wat geoormerkt is voor een specifiek doel) of komt dit bedrag vrij?
46
CDA
p. 88: Over bijzondere bijstand staat dat “Alle aanvragen die voldoen aan de vastgestelde regels zijn gehonoreerd.”. Is bekend hoeveel aanvragen er in totaal waren in 2023?
In 2023 waren er in totaal 3015 aanvragen voor de bijzondere bijstand.
47
CDA
p. 102: Is de verwachting dat de overschotten bij taakvelden 01 Bestuur en 02 Burgerzaken structureel van aard zijn?
Nee dit is niet verwachting
48
CDA
p. 131: Het lijkt erop dat het ravijnjaar 2026 niet is opgenomen in het Het klopt dat het ravijnjaar niet is opgenomen in het risicoprofiel. Reden is dat het risico wordt beheerst door het handelingsperspectief risicoprofiel. Wat is hier de reden voor? En hoe wordt omgegaan met dat is beschreven in de Kadernota 2024. De verwachting is dat de uitvoering van het handelingsperspectief voldoende maatregelen de mogelijke financiële gevolgen m.b.t. het weerstandsvermogen? oplevert om bij te sturen op het (nu negatieve) begrotingssaldo vanaf 2026.
49
CDA
p. 147: Hoe verklaart u het aanzienlijke verschil van netto schuldquote tussen 2023 begroot en 2023 gerealiseerd?
In de begroting 2023 was er rekening mee gehouden dat de liquiditeiten zouden afnemen met ongeveer € 25 miljoen. Door onder andere de versnellingsgelden van het rijk en planningsoptimisme bij de investeringen is de liquiditeit echter toegenomen in 2023 met € 12 miljoen.
50
VVD
Op pagina 23 wordt hierover geschreven, maar ook op pagina 234/235 en 165-167. Gaat het hier over dezelfde (on)rechtmatigheid?
Deel - p.23 jaarstukken) Gemeente Delft moest ook voor invoer van de rechtmatigheidsverantwoording per 2023 rapporteren over rechtmatigheid binnen de programma’s. Dat gebeurde op pagina 23 van de jaarstukken. Zo is in 2023 de betreffende paragraaf aangehouden om een samenvatting te geven van het (on)rechtmatig handelen binnen de diverse programma’s. (Deel – p. 165-167 jaarstukken) Per 2023 is het vanuit wet- en regelgeving verplicht gesteld dat het college een rechtmatigheidsverantwoording dient af te geven. Echter is vanuit wet- en regelgeving ook verplicht gesteld dat de gemeente een toelichting opneemt in het jaarverslag (paragraaf bedrijfsvoering) welke de rechtmatigheidsverantwoording nader toelicht. Dat is de toelichting die opgenomen is op pagina 165-167 in de paragraaf bedrijfsvoering van de jaarstukken. (Deel – p. 234-235 jaarstukken) Betreft de rechtmatigheidsverantwoording zoals afgegeven door het college. Samenvattend: alle drie de delen gaan over de rechtmatigheid binnen de gemeente.
51
VVD
52
VVD
53
VVD
Op p. 23 staat "In 2023 is geen sprake geweest van begrotingsonrechtmatigheden". In het conceptverslag van de accountant (p. 20 van de pdf) staat "Er zijn onrechtmatigheden in het kader van de begrotingsrechtmatigheid". Hoe moet dit geïnterpreteerd worden? De accountant suggereerde dat er op p. 23 had moeten staan "...geen sprake van onacceptabele begrotingsonrechtmatigheden". Is dit juist? De bedragen op p. 23 en 235 komen niet overeen, namelijk afwijking lasten 14,4 M (p. 23, zie ook p. 20 pdf accountant) en 9,4 M op p. 235. Hoe moet ik dit interpreteren?
Klopt. In het erratum van de jaarstukken wordt dit aangepast.
Als de rechtmatigheidsverantwoording opgenomen moet zijn in de jaarrekening, waarom staat dit dan ook als aparte paragraaf in het jaarverslag?
Vanuit BBV en VNG dient de rechtmatigheidsverantwoording ook nader toegelicht worden in de paragraaf bedrijfsvoering. Derhalve een verplichting vanuit wet- en regelgeving.
Op pagina 23 staan de onrechtmatigheden (kwantitatief) niet vermeld. Wat daarin zichtbaar is zijn de afwijkingen per programma totalen (lasten en baten) P.235 zijn de (acceptabele) onrechtmatigheden vermeld. Ook deze worden aan de hand van correcties in het erratum van de jaartukken aangepast, zodat de onrechtmatigheden gelijk vermeld zijn.