Antennebeleid Delft
Tekst van het document
Antennebeleid Delft Uitgangspunten bij plaatsing van antenneinstallaties voor mobiele communicatie Maart 2023
Antennebeleid Delft
Inhoudsopgave 1 Wat regelt het Antennebeleid? 1.1 1.2
1
Doel Begrippen
1 2
2 Wet- en regelgeving
4
2.1 2.2
2.3
Europees Nationaal 2.2.1 Nationaal Antennebeleid 2.2.2 Telecommunicatiewet 2.2.3 Volksgezondheid 2.2.4 Antenneconvenant en plaatsingsplan 2.2.5 Wabo versus omgevingswet Monumenten en beschermd stadsgezicht
3 Uitgangspunten plaatsing en gebruik van antennes Delft 3.1
3.2 3.3
3.4 3.5 3.6
10
Algemene uitgangspunten 10 3.1.1 Inspanningen gemeente 10 3.1.2 Algemene uitgangspunten 12 3.1.3 Indieningsvereisten aanvraag omgevingsvergunning 12 Gebiedsgerichte uitgangspunten vergunningsplichtige antennes 13 Uitgangspunten gebied met bijzonder welstandsniveau en hoofdstructuur 13 3.3.1 Welstandsnota 13 3.3.2 Monumentenbeleid 14 Uitgangspunten op het gebied van gezondheid 14 Uitgangspunten tijdelijke antenneplaatsing 14 Uitgangspunten small cells op gemeentelijke infrastructuur 15
4 Communicatie en organisatie 4.1 4.2
4 4 4 5 5 6 7 9
Communicatie Organisatie
16 16 17
Bijlage 1. Stroomschema wanneer wel / geen omgevingsvergunning 19 Bijlage 2. Voorbeelden antenne-installaties
20
Bijlage 3. Weergave locaties Delft in antenneregister
23
Bijlage 4. 5G en gezondheid, Ministerie EZK
24
Bijlage 5. Welstandskaart
25
Antennebeleid Delft
1 Wat regelt het Antennebeleid? 1.1 Doel Aanleiding De vraag naar mobiele datacommunicatie neemt sterk toe en het huidige netwerk bereikt zijn capaciteit. Op termijn zullen er meer antennes nodig zijn om aan de maatschappelijke behoefte van data te kunnen voorzien. Behalve voor telefoneren en internetten is het uitbreiden van het mobiel netwerk nodig voor het functioneren van apparatuur als draadloze pinapparaten, kaartjesautomaten, op afstand volgen van alarmsystemen en informatie bij Ov-haltes. Ook bij onder andere politie, in de luchtvaart, zorg, scheepvaart is er behoefte aan betere, uitgebreidere communicatiemogelijkheden. Telecomproviders zijn verplicht in elke gemeente voldoende mobiele dekking te bieden. Beleidsmatig is er bij de plaatsing van antenne-installaties een afweging van twee belangen: connectiviteit en kwaliteit van de leefomgeving. Het huidige antennebeleid van Delft, de Nota Antennebeleid (29 mei 2008) is verouderd en sluit niet meer aan bij de ontwikkelingen die nodig zijn. Daarom is een update van het antennebeleid noodzakelijk. Voor antenneplaatsingen is al veel vastgelegd in landelijke wet- en regelgeving. Deze wet- en regelgeving is in deze nota beschreven, waarmee de context wordt gegeven voor aanvullende Delftse beleidskeuzes. Er is aansluiting gezocht bij het Nationaal Antennebeleid, het Antenneconvenant en richtlijnen van het Rijk en de MRDH.
Doel In het Antennebeleid Delft worden de kaders voor antenne-plaatsing weergegeven. Dit biedt duidelijkheid aan instellingen, bedrijven, bewoners en aanbieders van mobiele netwerken. Delft wil de plaatsing van antenne-installaties faciliteren, maar ook reguleren om te zorgen voor een zorgvuldige plaatsing van antenne-installaties. Reikwijdte van het antennebeleid Het Antennebeleid Delft richt zich met name op antenne-installaties waar een omgevingsvergunning voor nodig is. Het stelt uitgangspunten voor het verlenen of weigeren van een omgevingsvergunning. Daarnaast beschrijft dit Antennebeleid het proces waarmee Delft haar wettelijke plicht invult om mee te werken aan omgevingsvergunningsvrije plaatsing van antenne-installaties (small cells) op gemeentelijke infrastructuur. Hiervoor sluit de nota aan bij het Antenneconvenant en de leidraad voor het plaatsen van small cells. Een omgevingsvergunning is vereist als: • antenne-installaties > 5 meter, incl. drager, zoals vrijstaande zendmast • antennes-installaties op of aan een monument • antennes-installaties in beschermd stadsgezicht • small cells die niet voldoen aan de eisen in de Europese uitvoeringsverordening • in sommige gevallen is plaatsing van een antenne-installaties <5 meter ook vergunningsplichtig Bijlage 1 is een stroomschema voor meer gedetailleerde toetsing. 1
Antennebeleid Delft
Waar richt deze nota zich niet op Deze nota gaat in op plaatsing van antenne-installaties voor mobiele communicatie in de openbare ruimte omdat de gemeente daar invloed op heeft. Het gaat niet in op antenneinstallaties die op kleinere schaal worden geplaatst zoals die van omroepzenders, antennes voor C2000, radiozendamateurs en antennes voor particulieren. Antennes tot 5 meter hoogte en schotelantennes met een doorsnede tot 2 meter zijn meestal vergunningsvrij. Antenne-installaties die binnen (scholen, kantoren, winkels etc.) worden geplaatst zijn vergunningsvrij. Voor antennes die op privéterrein worden geplaatst is toestemming nodig van de eigenaar.
1.2 Begrippen Antennebureau Het informatie- en voorlichtingsbureau van de rijksoverheid over antennes en de beheerder van het Antenneregister. Het Antennebureau is ondergebracht bij de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI), tot 1 januari 2023 het Agentschap Telecom. Antenne-installatie Een antenne-installatie is het bij elkaar behorend geheel van één of meer antennes, antennedragers, bedrading en apparatuur- of techniekkast(en) met bijbehorende bevestigingsconstructie dat gebruikt wordt door een telecomprovider voor het verzenden en ontvangen van radiofrequente elektromagnetische velden. Zie bijlage 2 met voorbeelden van antenne-installaties in Delft. Voor mobiele communicatie is de meest voorkomende antenne een sectorantenne, een wit antennepaneel aan een mast of op een dak. Vaak hangen er drie sectorantennes bij elkaar. Samen zorgen ze voor voldoende bereik in het gebied rondom de antenneinstallaties. Een small cell is een kleine antenne met een lager vermogen en een kleiner bereik. Small cells worden geplaatst in gebieden waar veel mensen bij elkaar komen, zoals stationsgebouwen, winkelcentra, parkeergarages. Ze functioneren als aanvulling op grotere antenne-installaties en hebben een bereik van enkele meters tot 200 meter. In de Europese verordening EU 2020/10701 zijn de eigenschappen gespecificeerd van een small cell die vergunningsvrij geplaatst kan worden.
De verwachting is dat grootschalige uitrol van small cells pas vanaf 2026 plaatsvindt. Monet Monet is de branchevereniging die namens netwerkproviders KPN, T-Mobile en VodafoneZiggo de plaatsing van antennes afstemt met gemeenten. Jaarlijks maakt Monet een plaatsingsplan met daarop alle geplaatste en geplande antennes en de zoekgebieden voor nieuwe antennes. Opstelpunt Een opstelpunt is een bouwwerk of locatie waar(op) een of meerdere antenne-installaties geplaatst worden. Een opstelpunt kan bijvoorbeeld een dak van een gebouw, een zendmast, schoorsteen, licht- of hoogspanningsmast zijn. Voor small cells kunnen dit
1
https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:32020R1070&from=DA
2
Antennebeleid Delft
bestaande opstelpunten van mobiele providers zijn, maar ook bushokjes, lantaarnpalen en gevels van gebouwen. Omgevingsvergunning / vergunning Een vergunning die toestemming geeft om bepaalde bouwwerkzaamheden uit te voeren. Het is één geïntegreerde vergunning voor bouwen, wonen, monumenten, ruimte, natuur en milieu. De omgevingsvergunning is een instrument binnen de Wabo en straks in de omgevingswet. In deze nota wordt soms gesproken over ‘vergunning’. Hier wordt ook omgevingsvergunning onder verstaan. Rijksinspectie Digitale Infrastructuur / RDI, (tot 1 januari 2023 het Agentschap Telecom) De inspectie voert de wet- en regelgeving uit die gaat over de beschikbaarheid en betrouwbaarheid van de digitale infrastructuur. De organisatie verdeelt onder andere frequentieruimte, verleent frequentievergunningen aan gebruikers en houdt het toezicht op frequentiegebruik. De Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) meet regelmatig de elektromagnetische straling en toetst of de optelsom van alle bronnen van radiofrequente elektromagnetische straling onder de blootstellingslimieten blijft. De inspectie valt onder het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Zendmast Een zendmast is (vaak) een vrijstaande mast die gebruikt kan worden door meerdere antenne-eigenaren met verschillende toepassingen. In een zendmast kunnen meerdere antenne-installaties geplaatst worden.
2G, 3G, 4G, 5G 5G is de vijfde generatie mobiele telecommunicatie, die wordt toegevoegd aan de eerdere generaties. Belangrijke verschillen met eerdere generaties zijn dat er bij 5G een veel snellere data-overdracht mogelijk is, dat de reactietijd veel korter is en verbindingen betrouwbaarder zijn. Bovendien kunnen antennes van basisstations met 5G voor meer apparaten tegelijkertijd een draadloze verbinding verzorgen dan 4G. Ook verbruiken apparaten met 5G minder energie voor het zenden en ontvangen. De eigenschappen van 5G zorgen ervoor dat 5G niet alleen de toenemende vraag naar mobiele data kan opvangen, maar ook een scala aan nieuwe toepassingen mogelijk maakt. 5G maakt gebruik van de 700 Mhz band (sinds 2020) en van hogere frequenties. Deze hogere frequentiebanden bestaan uit kortere golven. De frequentiebanden 700 MHz, 1400 MHz en 2100 MHZ zijn na een veiling in juli 2020 verworven door KPN, T-Mobile en VodafoneZiggo. Er is aan deze providers een vergunning verstrekt tot 2040. Nog geplande 5G golflengtes in Nederland zijn de 3500 MHz en 26 GHz. Aan de gunning is door de rijksoverheid een dekkingsverplichting verbonden van 98% van het gemeenteoppervlak. 5G maakt gebruik van bestaande en nieuwe zendmasten.
3
Antennebeleid Delft
2 Wet- en regelgeving Op Europees, nationaal en provinciaal niveau is er wet- en regelgeving over plaatsing van antenne-installaties. Figuur 1 geeft een overzicht van de belangrijkste regelgeving.
Figuur 1. Kernregelgeving antenne-installaties
2.1 Europees De Europese Unie (EU) bepaalt voor een groot deel de telecommunicatieregelgeving in de Europese lidstaten. De Nederlandse regelgeving is dan ook grotendeels gebaseerd op deze Europese richtlijnen. De Telecomcode (EU 2018/1972) schrijft voor dat infrastructuur onder zeggenschap van overheden tegen redelijke voorwaarden beschikbaar moet worden gesteld voor de plaatsing van antenne-installaties. De telecomcode biedt ruimte aan gemeenten om bij antenneplaatsing in sommige gevallen gedeeld gebruik van infrastructuur op te leggen. Uit de Telecomcode volgt ook dat small cells in principe vergunningsvrij zijn. De afbakening en voorwaarden voor Nederland staan in de Telecommunicatiewet.
2.2 Nationaal 2.2.1 Nationaal Antennebeleid Sinds de uitrol van het 3G-netwerk is er landelijk antennebeleid dat zorgvuldige plaatsing van antennes mogelijk maakt. Het doel van het Nationaal Antennebeleid (december 2000) is het binnen duidelijke kaders van volksgezondheid, leefmilieu en veiligheid, stimuleren en faciliteren van voldoende ruimte voor antenne-opstelpunten. De beleidspunten zijn verankerd in wetgeving en het Antenneconvenant.
4
Antennebeleid Delft
2.2.2 Telecommunicatiewet In de Telecommunicatiewet (wijzigingen besluit 24 februari 2022) is het volgende opgenomen: • regeling afgifte van vergunningen voor het gebruik van frequenties, waarin sinds 2020 dekkings- en snelheidseisen zijn opgenomen waaraan de providers moeten voldoen; • voor antenne-installaties gelden blootstellingslimieten voor elektromagnetische velden, zie paragraaf 2.2.3; • gedeeld gebruik en medegebruik van infrastructuur: o Site-sharing; netwerkproviders moeten bij redelijke verzoeken bouwwerken zoals antenne-opstelpunten (bv. zendmast) onderling delen. De gemeente heeft hier geen formele rol in, maar kan zich laten informeren in het plaatsingsplangesprek met de providers. Als een provider een antenne wil plaatsen op of aan een bouwwerk dat eigendom is van één van de andere providers, dan moeten ze dit onderling op technisch, constructief, financieel en juridisch gebied afstemmen. Een masteigenaar kan het medegebruik alleen weigeren als dit op technische bezwaren stuit zoals storing van gebruikte frequenties, beschikbare ruimte of draagkracht van de installatie. o Netwerkproviders moeten voldoen aan redelijke verzoeken tot medegebruik van fysieke infrastructuur. Het gaat bijvoorbeeld over bekabeld netwerk zoals mantelbuizen en kabelgoten. Die kunnen nodig zijn voor de aansluiting van antennes op een vast glasvezelnetwerk.
De gemeente heeft een taak bij het faciliteren en coördineren van werkzaamheden in de openbare grond en kan in haar instemmingsbesluit voorschriften opnemen. o opleggen gedeeld gebruik; de gemeente kan in een specifiek gebied aan providers gedeeld gebruik van netwerkelementen en bijbehorende faciliteiten en gedeeld gebruik van eigendom opleggen, bv. als er sprake is van publiek belang (openbare veiligheid, stedenbouwkundige doelstellingen, milieu, volksgezondheid). o medegebruik van publieke infrastructuur; gemeente moet na een redelijk verzoek van een telecombedrijf haar publieke infrastructuur (bv. straatmeubilair als lichtmasten, bushokjes) beschikbaar stellen voor het plaatsen van small cells. In een privaatrechtelijke overeenkomst worden afspraken vastgelegd, zoals voorwaarden waaronder het medegebruik plaatsvindt en een vergoeding voor het medegebruik. De infrastructuur moet geschikt zijn en normaal blijven kunnen functioneren. • In de Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1070 is bepaald dat vergunningsvrije small cells zoveel mogelijk onzichtbaar worden verwerkt in bestaande infrastructuur en gecamoufleerd aan gevels. • Locaties van zowel omgevingsvergunningsplichtige als omgevingsvergunningsvrije antenne-installaties zijn openbaar en moeten opgenomen worden in het Antenneregister, zie bijlage 3.
2.2.3 Volksgezondheid Nederland hanteert de blootstellingslimieten (2020)2 voor elektromagnetische velden vanuit het ICNIRP (International Commission on Non-Ionizing Radiation Protection). De Nederlandse Gezondheidsraad, de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en het RIVM
2
https://www.kennisplatform.nl/nieuwe-icnirp-aanbeveling-radiofrequente-velden/
5
Antennebeleid Delft
zijn hierbij betrokken. De gemeente kan zelf geen ruimere of strengere limieten hanteren. Het gaat om internationaal erkende blootstellingslimieten. De limieten bevatten uit voorzorg een veiligheidsmarge. De blootstellingslimieten gelden voor alle bronnen van elektromagnetische velden waaronder Wifi, radio-omroep, C2000 en alle generaties mobiele communicatie (2G/3G/4G/5G). De rijksoverheid volgt de nieuwste wetenschappelijke resultaten op het gebied van antennes en elektromagnetische straling. Als wetenschappelijk onderzoek daarvoor aanleiding geeft, treft de rijksoverheid passende maatregelen3. Het onafhankelijke Kennisplatform Elektromagnetische Velden en Gezondheid biedt informatie over Elektromagnetische straling en gezondheid aan het Rijk. De rijksoverheid heeft een infographic4 gemaakt waarin wordt uitgelegd hoe het beleid rond straling en gezondheid is geregeld in Nederland (zie bijlage 4). De basisrestricties voor radiofrequente elektromagnetische velden (EMV) ter bescherming van de volksgezondheid worden opgenomen in het Frequentiebesluit 2013, met wijzigingen februari 2023. Daarmee geldt er een landelijk EMV-regime waarbij gemeenten geen rol hebben. De frequentiegebruikers moeten zich houden aan de basisrestricties voor radiofrequente EMV. De Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) is toezichthouder.
De inspectie meet regelmatig de elektromagnetische straling en toetst of de optelsom van alle bronnen van radiofrequente elektromagnetische straling onder de blootstellingslimieten blijft. De metingen zijn openbaar en staan in het Antenneregister.
2.2.4 Antenneconvenant en plaatsingsplan De Rijksoverheid, Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de aanbieders van mobiele communicatie hebben in het Antenneconvenant (2021-2025) afspraken gemaakt over de plaatsing van antennes waar geen omgevingsvergunning voor nodig is. De gemeente zelf is formeel geen partij in het convenant, maar kan wel nakoming vorderen. Jaarlijks ontvangt de gemeente een plaatsingsplan van Monet, de vereniging van Nederlandse mobiele operators. Het plaatsingsplan is vertrouwelijk en niet openbaar. In het plaatsingsplan staan de op het grondgebied van de gemeente vergunningsvrij en vergunningsplichtig geplaatste antennes én de gebieden waar de aanbieders antennes willen plaatsen (zoekgebieden). Het plan is de basis voor het plaatsingsplangesprek waarvoor de gemeente wordt uitgenodigd door Monet. Daarin gaat de gemeente het gesprek aan met operators over de voorgenomen antenneplaatsing. Het gesprek gaat naast de plannen van de aanbieders, ook over mogelijke knelpunten en ontwikkelingen ten aanzien van dekking, bestaande en nieuwe locaties, ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente en communicatie.
3
Kamerbrief over kabinetsreactie gezondheidsraad advies over 5G en gezondheid: www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/11/20/kamerbrief-over-kabinetsreactie-gezondheidsraad-advies-5gen-gezondheid 4 www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/documenten/publicaties/2020/07/17/5g-straling-en-gezondheid-hoeis-dat-geregeld-in-nederland
6
Antennebeleid Delft
In het Antenneconvenant staan verder afspraken over visuele inpasbaarheid van antennes, dat gemeenten vooraf geïnformeerd worden over grootschalige plaatsing van small cells, inspraak van huurders in woongebouwen en een zo gering mogelijke blootstelling aan elektromagnetische velden. Voor het plaatsen van small cells heeft het RDI op verzoek van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat in samenwerking met VNG en Monet de Leidraad medegebruik gemeentelijke infrastructuur voor plaatsen small cells5 opgesteld. Hierin staan uitgangspunten voor plaatsing, een procesbeschrijving, modelvoorwaarden voor toetsing van een verzoek om medegebruik, voorbeeldleges voor de administratieve afhandeling en een modelovereenkomst. Voor het plaatsen van small cells bij monumenten en in beschermd stadsgezicht gelden aanvullende eisen. 2.2.5 Wabo versus omgevingswet Onder de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (Wabo) is de gemeente autonoom in het bepalen van het beleid voor een goede ruimtelijke ordening. Zodra de Wabo is overgegaan in de Omgevingswet geldt die autonomie voor het bepalen van beleid voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. De Wabo bepaalt via bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor) welke antennes vergunningsvrij zijn.
Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet gelden de technische bouwregels uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en de beoordelingsregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). In het omgevingsplan kan de gemeente eigen ruimtelijke regels en vrijstellingen vastleggen. Er zijn regels op het gebied van bouwen, ruimtelijke ordening, monumenten, beschermd stadsgezicht en milieu van toepassing. Aangezien we nu in een overgangsfase zitten zijn beide situaties (Wabo en omgevingswet) beschreven. Figuur 2 geeft voor zowel de Wabo als de Omgevingswet een overzicht van de regelgeving die bepaalt of een antenne-installatie omgevingsvergunningsplichtig is.
5
https://www.overalsnelinternet.nl/documenten/publicaties/2022/05/20/leidraad-medegebruik-gemeentelijke-infrastructuurvoor-plaatsen-small-cells
7
Antennebeleid Delft
Figuur 2: Regels voor het bepalen van de vergunningsplicht bij antenneplaatsing (svz december 2022)
Wabo, bestemmingsplan en omgevingsvergunning Het Rijk, provincies, gemeenten leggen in ruimtelijke plannen vast hoe Nederland nu en in de toekomst er uit gaat zien. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) regelt hoe deze plannen tot stand komen en gewijzigd worden. In de Wro is onder andere vastgelegd dat de lokale overheden ruimtelijke regels vast kunnen leggen in bestemmingsplannen en beheerverordeningen. Aanvragen voor een omgevingsvergunning worden op grond van de Wro, Wabo en het Bor getoetst aan het bestemmingsplan. Voor de activiteit bouwen van een bouwwerk zoals een antenne-installatie > 5 meter is een omgevingsvergunning nodig. Als dit in strijd is met het bestemmingsplan zijn verschillende mogelijkheden om een omgevingsvergunning te verlenen waarin wordt afgeweken van het bestemmingplan. • Binnenplans afwijken; hierbij wordt in het bestemmingsplan aangegeven in welke gevallen en onder welke voorwaarden afgeweken kan worden. • Buitenplans afwijken via reguliere voorbereidingsprocedure; voor antenneinstallaties < 40 meter die in artikel 4 van bijlage II bij het Bor staan, de ‘kruimellijst’. • Buitenplans afwijken van tijdelijke aard, bv. een tijdelijke zendmast; als antenneplaatsing korter duurt dan 31 dagen is er geen sprake van een bouwwerk en is geen omgevingsvergunning nodig.
• Buitenplans afwijken via uitgebreide voorbereidingsprocedure; in alle overige gevallen kan de gemeente afwijken van het bestemmingsplan als de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat.
8
Antennebeleid Delft
Naast toetsing aan het bestemmingsplan is binnen de Wabo toetsing nodig aan het Bouwbesluit, de gemeentelijke bouwverordening, eisen vanuit Welstand en milieu (zie paragraaf 3.3. Omgevingswet Na inwerkingtreding van de Omgevingswet vervangt het Omgevingsplan de bestaande bestemmingsplannen uit de Wro. Het Omgevingsplan heeft een brede(re) reikwijdte en bevat regels die betrekking hebben op de gehele fysieke leefomgeving. Vandaar dat ook de bestaande verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, worden opgenomen in het omgevingsplan. Evenals een aantal rijksregels, de zgn. ‘bruidsschat’. De bestemmingsplannen en de bruidsschat vormen tezamen bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet het (tijdelijk) omgevingsplan van rechtswege. Gemeenten gaan vervolgens in de transitiefase het tijdelijk omgevingsplan wijzigen naar een nieuw omgevingsplan. In het Omgevingsplan wordt rekening gehouden met het bestaand beleid dat zich richt op de fysieke leefomgeving. Binnen bestemmingen als wonen, werken, verkeer en recreatie zijn antennes nodig voor mobiel bereik. Een zendmast is in planologische zin geen zelfstandige functie. Een vrijstaande mast vraagt relatief weinig bouwoppervlak, zodat het apart intekenen in een bestemmingsplan of omgevingsplan niet nodig is. Een antenne-installatie heeft hoogte én rondom vrij zicht nodig.
In het omgevingsplan kan het bouwen van een antenne-installatie voor mobiele communicatie aangewezen worden als binnenplanse omgevingsplanactiviteit voor zendmasten tot 40 meter hoog. Als de Omgevingswet is ingegaan moet in elke vergunningsaanvraag, dus ook voor antenneplaatsing, aangegeven zijn of er participatie heeft plaatsgevonden. Bij de aanvraag geeft de initiatiefnemer aan of en zoja hoe derden (burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen) bij de aanvraag betrokken of geïnformeerd zijn. De gemeente neemt de informatie mee bij de behandeling van de aanvraag.
2.3 Monumenten en beschermd stadsgezicht Het plaatsen van een antenne-installatie op, in, aan, of bij een monument of in een beschermd stadgezicht is vaak technisch mogelijk maar in de meeste gevallen omgevingsvergunningsplichtig. Dit geldt zowel voor rijksmonumenten als voor gemeentelijke monumenten. Paragraaf 3.3 beschrijft het gemeentelijk beleid van Delft.
9
Antennebeleid Delft
3 Uitgangspunten plaatsing en gebruik van antennes Delft In dit hoofdstuk zijn de uitgangspunten voor antenne-plaatsing voor mobiele communicatie beschreven, gebaseerd op de landelijke wet- en regelgeving en lokaal beleid. In 3.1 staan de algemene uitgangspunten, in paragraaf 3.2 de uitgangspunten voor omgevingsvergunningsplichtige antenne-installaties, in 3.3 de uitgangpunten bij monumenten en beschermd stadsgezicht. Paragraaf 3.4 gaat in op de uitgangspunten met betrekking tot gezondheid. In paragraaf 3.5 staan de uitgangspunten voor tijdelijke antenne-plaatsing en in 3.6 de uitgangspunten voor plaatsing van small cells. In de bestemmingsplannen en het omgevingsplan dient verwezen te worden naar dit lokale antennebeleid waaronder deze uitgangspunten.
3.1 Algemene uitgangspunten
3.1.1 Inspanningen gemeente • Plaatsingsplangesprek; De gemeente ontvangt jaarlijks van Monet een plaatsingsplan waarin zowel vergunningsplichtige als vergunningsvrije antenneinstallaties zijn opgenomen. De gemeente maakt afspraken met Monet en de telecomaanbieders over geplande antenneplaatsing, mogelijke antennelocaties, mogelijkheden rond visuele inpasbaarheid, eventuele knelpunten en communicatie-activiteiten. • Voor de plaatsing van small cells is, na redelijk verzoek van een aanbieder, de gemeente verplicht om gemeentelijke eigendommen, zoals gebouwen, straatmeubilair, verkeerslichten, lantaarnpalen, beschikbaar te stellen. 10
Antennebeleid Delft
•
•
•
•
•
6 7
Communicatie; de gemeente maakt afspraken met de aanbieders om belanghebbenden zo goed mogelijk te informeren en tijdig te betrekken bij antenneplaatsing. In hoofdstuk 4 wordt hier verder op ingegaan. Gebieden met minder dekking; voor gebieden met minder mobiele dekking of capaciteit door een gebrek aan antennemasten gaat de gemeente in gesprek met telecomaanbieders en maakt zij gebruik van de Handreiking mobiele bereikbaarheid6. Gedeeld gebruik; de gemeente kan in een specifiek gebied gebruik van netwerkelementen en bijbehorende faciliteiten en gedeeld gebruik van eigendom opleggen. Dit kan bijvoorbeeld als er een sprake is van publiek belang (bescherming milieu, volksgezondheid, openbare veiligheid, stedenbouwkundige of planologische doelstellingen). Dit is opgenomen in de Telecommunicatiewet. Specifieke voorwaarden voor plaatsing antennes worden vastgelegd in contracten. In de ‘leidraad medegebruik gemeentelijke infrastructuur voor plaatsen small cells’ zijn modelcontracten opgenomen. In het contract tussen gemeente en provider worden afspraken gemaakt over het volgende: o verhuurtarief of opstalrecht voor medegebruik van gemeentelijke eigendommen zoals gebouwen, gronden, straatmeubilair, verkeerslichten, lantaarnpalen, etc. De gemeente hanteert hiervoor minimaal een kostendekkend tarief.
Afhankelijk van de partij / functie kan ook sprake zijn van een marktconforme prijs; o in 2023 werkt de afdeling Vastgoed aan de nota Vastgoedanalyse (herijking van de begroting en waar nodig herijking van de uitgangspunten) en wordt het dakenbeleid verder uitgewerkt (kostendekkendheid en inzet van daken). Hierin worden ook uitgangspunten meegenomen voor plaatsing van antenne-installaties. Dit gaat onder andere om: methodiek om kostendekkende huur vast te stellen, juridische vormgeving van contracten, behandeltermijn van aanvragen, technische eisen en verzekeringsvoorwaarden; o wijzingen of aanpassingen aan (technische) infrastructuur, verwijdering, aanpassing of verplaatsing van antennes, duur en omvang medegebruik, verwijderen oude kabels en onderhoud, al dan niet aparte aansluitkasten voor bekabeling, manier van bevestigen, planning en afstemming werkzaamheden, etc. De kosten hiervan zijn voor provider; o de afhandeling van verzoeken en beschikbaarstelling van gemeentelijke infrastructuur. Hiervoor rekent de gemeente een vergoeding via leges. Deze vergoeding is voor de administratiekosten voor de aanvraag, het beheer, de controle van en het toezicht op de naleving van het medegebruik. Voor de aanleg van kabels moet een melding gedaan worden óf een instemmingsbesluit voor kabels en leidingen7 worden aangevraagd.
Hierin staan de richtlijnen, kosten, voorwaarden en eisen waaraan moet worden voldaan door de provider om een instemming te verkrijgen om werkzaamheden in de ondergrond te mogen doen.
www.agentschaptelecom.nl/documenten/publicaties/2019/09/19/handreiking-mobiele-bereikbaarheid-gemeenten https://www.delft.nl/milieu/bodem/vergunning-voor-graven-gemeentegrond
11
Antennebeleid Delft
3.1.2 • •
• •
• •
•
Algemene uitgangspunten Site-sharing: Providers moeten zoveel mogelijk hun opstelpunten onderling delen. Het plaatsen van een mast op de grond moet zoveel mogelijk vermeden worden. De plaatsing van antenne-installaties op bestaande zendmasten of andere bestaande bouwwerken, zoals lichtmasten en verkeersportalen, reclamemasten heeft de voorkeur boven een vergunningsplichtige antenne-installatie. Als een omgevingsvergunning nodig is dient door aanvrager aangetoond te worden dat plaatsing van een vergunningsvrije installatie niet mogelijk is. Bij locatiekeuze van antenne-installaties en opstelpunten (vrijstaande zendmasten) moet zoveel mogelijk worden aangesloten bij bestaande hoogbouw en verticale elementen. De antenne-installatie en bijbehorende apparatuur moeten zoveel worden geïntegreerd in de architectuur en / of de omgeving en zoveel mogelijk uit het zicht geplaatst worden8. Bij (voorgenomen) nieuwbouwprojecten worden in het plaatsingsplangesprek de mogelijkheden en knelpunten besproken. Bij antenneplaatsing moet gestreefd worden naar een zo klein mogelijke impact op de ondergrond. Aansluiting op de ondergrondse infra moet plaatsvinden door zo weinig mogelijk ruimtebeslag in de ondergrond en zo weinig mogelijk graafwerkzaamheden. Bij het buiten gebruik stellen van kabels moeten oude kabels verwijderd worden.
De antenne-installaties, bijbehorende technische installaties en de bedrading moeten door middel van zorgvuldige materiaal- en kleurkeuze ingepast worden in de omgeving.
3.1.3 Indieningsvereisten aanvraag omgevingsvergunning De onderbouwing van een aanvraag voor een omgevingsvergunning bevat, aanvullend op de formele vereisten van de Omgevingswet in elk geval het volgende: • Een inhoudelijke toelichting op de locatiekeuze vanuit de gewenste mobiele connectiviteit en vanuit netwerktechnisch oogpunt. • Een onderbouwing waarom plaatsing op bestaande antenne-opstelpunten niet mogelijk is (site-sharing). • Een toelichting op het communicatie- en participatietraject; in hoeverre is de omgeving (omwonenden en belanghebbenden) bij de locatiekeuze en antenneplaatsing betrokken. Deze toelichting bevat een conclusie wat met de inbreng is gedaan. • Het materiaal dat bij een aanvraag van een omgevingsvergunning ter beoordeling voorgelegd wordt dient een goed beeld te geven van de inpassing van de beoogde installatie in zijn omgeving, met bijbehorende infrastructuur en dient in openbaar gebied te voldoen aan de gemeentelijke richtlijnen. • Als de aanvrager geen provider is (bv. tower companies) dient er instemming vanuit de provider te zijn voor medegebruik van bestaande masten.
8
Zie handboeking Inrichting Openbare Ruimte
12
Antennebeleid Delft
3.2 Gebiedsgerichte uitgangspunten vergunningsplichtige antennes Een vergunningsaanvraag tot plaatsing van een antenne-installatie wordt getoetst aan stedenbouwkundige, landschappelijke, bouwtechnische, welstand, monumentale en maatschappelijke aspecten, waaronder het belang van mobiele connectiviteit. De gemeente maakt onderscheid tussen faciliterend en restrictief beleid voor antenneplaatsing voor bepaalde gebieden / functies. Dit onderscheid is vooral gericht op het verminderen van de visuele impact. In een als ‘faciliterend’ aangemerkt gebied verleent de gemeente in principe medewerking, mits voldaan wordt aan de algemene uitgangspunten in paragraaf 3.1. Er is onderscheid gemaakt tussen niveau 1 en niveau 2. In de gebieden binnen niveau 2 gelden de algemene uitgangspunten in versterkte mate. In een als ‘restrictief’ aangemerkt gebied gelden aanvullende randvoorwaarden, zie paragraaf 3.3. Hier geldt dat door de aanvrager moet worden aangetoond dat in gebieden waar een faciliterend beleid wordt gevoerd geen adequate locatie of oplossing gevonden kan worden. Faciliterend
Restrictief
Niveau 1 • Bedrijventerreinen • Sport- & recreatieterreinen • Buitengebied
Niveau 3 • Beschermde stadsgezichten: de binnenstad, Nieuwe Plantage, Agnetapark, TU Noord • Monumenten & cultuurhistorisch waardevolle panden • Zones langs bijzondere hoofdstructuur
Niveau 2 • Bebouwde kom, exclusief niveau 1 en 3 Tabel 4. Indeling naar gebiedstypen
3.3 Uitgangspunten gebied met bijzonder welstandsniveau en hoofdstructuur 3.3.1 •
•
9
Welstandsnota In de Welstandsnota geldt voor het beschermde stadsgezicht en gemeentelijke monumenten, rijksmonumenten en cultuurhistorisch waardevolle panden het bijzonder welstandsniveau. Zie de welstandskaart in bijlage 5. In de Welstandsnota Delft9 zijn sneltoetscriteria / algemene welstandseisen opgenomen voor vergunningsplichtige antenne-installaties: o een techniekkast met bijbehorende bevestigingsconstructie mag alleen op een plat dak en niet zichtbaar zijn vanaf de openbare weg o antennedragers en antenne-installaties moeten minimaal op 3 meter afstand van de voor- en zijgevel geplaatst worden Afwijking hiervan is alleen mogelijk na een positief advies van de Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit.
https://www.delft.nl/wonen/bouwen/welstand/welstandsnota
13
Antennebeleid Delft
3.3.2 Monumentenbeleid Het plaatsen van antenne-installaties binnen beschermd stadsgezicht of bij of aan monumenten zijn vergunningsplichting. Delft heeft een aantal beschermde stadsgezichten: de binnenstad, de Nieuwe Plantage, het Agnetapark en TU Noord. In de Uitvoeringsrichtlijnen Monumenten Delft (UMD)10 zijn de richtlijnen voor deze gebieden opgenomen. Deze zijn gebaseerd op de leidraad van de Rijksdienst voor cultureel erfgoed Plaatsing van telecommunicatieapparatuur op, in en aan monumentale gebouwen. Afwijking van de uitgangspunten is alleen mogelijk na een positief advies van de Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit.
3.4 Uitgangspunten op het gebied van gezondheid Er is veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de mogelijke effecten van EVM op de gezondheid van de mens. Nederland hanteert de ICNIRP-blootstellingslimieten11. Dit wordt aanbevolen door de Nederlandse Gezondheidsraad de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en het RIVM. Het gaat om internationaal erkende blootstellingslimieten die uit voorzorg een ruime veiligheidsmarge bevatten. Zie ook paragraaf 2.2.3 en bijlage 4. Gemeenten kunnen zelf geen ruimere of strengere limieten hanteren. De Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) meet regelmatig de elektromagnetische straling en toetst of de optelsom van alle bronnen van radiofrequente elektromagnetische straling onder de blootstellingslimieten blijft. De metingen zijn openbaar en staan in het Antenneregister. De gemeente kan de plaatsing van antenne-installaties op basis van eventuele gezondheidsrisico’s niet tegenhouden. Het is begrijpelijk dat er wel zorgen over gezondheid kunnen zijn. GGD Haaglanden volgt de eerder genoemde onderzoeken. Zodra daar noodzaak voor is zal GGD Haaglanden de gemeente hierover informeren. De GGD heeft een pagina met informatie over straling12
3.5 Uitgangspunten tijdelijke antenneplaatsing Er kunnen situaties zijn waarbij tijdelijke of kortdurende antenneplaatsing gewenst is om de mobiele bereikbaarheid te garanderen. Kortdurend betreft een periode van maximaal 31 dagen. •
•
10 11
12
Calamiteiten; als een aanbieder op een locatie tijdelijk geen dekking kan bieden door overmacht, zoals stormschade is kortdurende antenneplaatsing mogelijk na overleg met de gemeente. Evenementen; bij grote evenementen en op feestdagen is kortdurende antenneplaatsing vaak noodzakelijk voor extra netwerkcapaciteit en het waarborgen van 112-bereik.
https://www.delft.nl/sites/default/files/2021-01/Uitvoeringsrichtlijnen-Monumenten-Delft.pdf https://www.kennisplatform.nl/nieuwe-icnirp-aanbeveling-radiofrequente-velden/ https://www.denhaag.nl/nl/bestuur-en-organisatie/projecten-en-themas/informatie-over-5g-in-den-haag.htm
14
Antennebeleid Delft
•
Ruimtelijke herontwikkeling; door ruimtelijke herontwikkeling moet een vergunningsvrije antenne-installatie soms verplaatst worden. In afwachting van een geschikte locatie kan een telecomprovider ter overbrugging een tijdelijke omgevingsvergunning aanvragen.
3.6 Uitgangspunten small cells op gemeentelijke infrastructuur Op omgevingsvergunningsvrije antennes zoals small cells heeft de gemeente beperkt invloed op de plaatsing. Er is in wetgeving het volgende opgenomen; 1. In het Antenneconvenant is onder meer afgesproken dat de mogelijkheden rond visuele inpasbaarheid van antenne-installaties onderdeel zijn van het plaatsingsplangesprek. 2. In de Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1070 is bepaald dat vergunningsvrije small cells zoveel mogelijk onzichtbaar worden verwerkt in de bestaande infrastructuur en gecamoufleerd aan gevels. Bij een verzoek om medegebruik gemeentelijke infrastructuur hanteert de gemeente de landelijke Leidraad medegebruik gemeentelijke infrastructuur voor plaatsen small cells13. Hierin staan een procesbeschrijving, modelvoorwaarden voor het toetsen van een verzoek, voorbeeldleges voor de administratieve afhandeling en een modelcontract voor de gebruiksfase van de infrastructuur.
13
https://www.overalsnelinternet.nl/documenten/publicaties/2022/05/20/leidraad-medegebruik-gemeentelijke-infrastructuurvoor-plaatsen-small-cells
15
Antennebeleid Delft
4 Communicatie en organisatie 4.1 Communicatie Bij de plaatsing van antennes heeft de gemeente aandacht voor eventuele zorgen van inwoners over de impact van antennes. Een groot deel van de antenneplaatsingen is omgevingsvergunningsvrij, waardoor de gemeente niet betrokken is bij eventuele communicatie over de plaatsing. Tegelijk richten inwoners zich vaak in eerste instantie tot de gemeente als ze worden geconfronteerd met veranderingen in de openbare ruimte, zeker als dit vragen oplevert over gezondheid, zoals bij antenneplaatsing. In principe zijn de partijen die de antennes plaatsen in de lead bij de communicatie. Het is wel goed om bij de plaatsingsgesprekken vooraf af te stemmen hoe zij met de omgeving gaan communiceren. Informatievoorziening Onbekendheid, geen invloed op besluitvorming en geen direct individueel voordeel kan invloed hebben op de beleving bij antenneplaatsing. In het plaatsingsplangesprek stemmen de providers en de gemeente af hoe het verstrekken van informatie en hoe communicatie naar bewoners en bedrijven plaatsvindt.
Verder gebruikt en verwijst de gemeente via de gebruikelijke kanalen (delft.nl, digitale nieuwsbrief, social media kanalen) naar de informatiesites over antenne-plaatsing, factsheets en infographics die te vinden zijn op: • www.antennebureau.nl: informatie over wat 5G betekent, wet- en regelgeving, locaties in Nederland waar antennes staan, veel gestelde vragen over het plaatsen van antennes • www.antenneregister.nl: hier staan alle antenne-installaties van Nederland vermeld • www.overalsnelinternet.nl: site van het Ministerie Economische Zaken en Klimaat met informatie over o.a. wat 5G inhoudt, de rol van gemeenten, informatie over straling en gezondheid • https://ggdleefomgeving.nl/straling: informatie over straling en gezondheid • www.kennisplatform.nl: wetenschappelijke kennis en verwijzingen naar onderzoeken over elektromagnetische velden • https://www.rotterdam.nl/wonen-leven/5g/. informatiesite met veel gestelde vragen van bewoners, bedrijven, e.a. over antenne-plaatsing. Vergunningsvrije antennes Over communicatie van vergunningsvrije antennes heeft de gemeente weinig zeggenschap. Wel kan de gemeente invloed uitoefenen in het plaatsingsplangesprek. • De gemeente brengt tijdens het plaatsingsplangesprek kennis in over de lokale situatie en aandachtspunten voor communicatie.
• De gemeente maakt afspraken met de aanbieders om belanghebbenden zo goed mogelijk te informeren en tijdig te betrekken bij antenneplaatsing. • Bij eventuele toekomstige grootschalige uitrol van small cells en bij plaatsing van antennes en small cells op eigen gemeentelijke infrastructuur maakt de gemeente afspraken met de antenne-eigenaar over de communicatie aan omwonenden en andere belanghebbenden. 16
Antennebeleid Delft
•
De gemeente beoordeelt of en zoja welke aanvullende communicatie door de gemeente wenselijk is.
Vergunningsplichtige antenne-installaties Aanvullend op de uitgangspunten bij vergunningsvrije antennes zijn de uitgangspunten bij de aanvraag van een omgevingsvergunning; • Er vindt altijd een vooroverleg plaats bij een aanvraag van een omgevingsvergunning. • Op basis van het vooroverleg vormt de gemeente zich een beeld van de beoogde locatie op basis van de onderbouwing die aanvrager verstrekt (o.a. toelichting locatie, alternatieve locaties, ruimtelijke inpassing, site-sharing). • In het plaatsingsplangesprek worden afspraken gemaakt over de gewenste communicatieaanpak. Wettelijk uitgangspunt is dat de aanvrager verantwoordelijk is voor de publicatie, communicatie en participatie. • Bij aanvraag van een omgevingsvergunning is door de aanvrager een toelichting nodig op het communicatie- en participatietraject met hierin in hoeverre de omgeving (omwonenden en belanghebbenden) bij de locatiekeuze en antenneplaatsing zijn betrokken. Deze toelichting bevat een conclusie wat met de inbreng is gedaan.
4.2 Organisatie De aanvraagprocedure voor plaatsing van antenne-installaties loopt mee in de reguliere procedures binnen de gemeente. Dit geldt voor zowel de aanvraag voor de omgevingsvergunning als de aanvraag voor instemmingsbesluiten voor de aanleg van kabels en leidingen. Voor afstemming van het plaatsingsplan en de aanvraag van instemmingsbesluiten is de afdeling Stadsbeheer & Realisatie het eerste aanspreekpunt. Taken: • inplannen en deelname aan het plaatsingsplangesprek. Monet stuurt jaarlijks rondom de zomer een plaatsingsplan; • afstemming en maken van contractafspraken met providers over medegebruik van gemeentelijke infrastructuur, deelgebruik technische infrastructuur en werkzaamheden in ondergrond; • afstemming interne ontsluiting van relevante data (plaatsingsplan versus planning werkzaamheden ondergrond, infrastructurele werkzaamheden, nieuwe projecten e.a.); • monitoren ontwikkeling van aantal en type aanvragen en ontwikkelingen in techniek. Voor de aanvraag van een omgevingsvergunning is de afdeling Vergunningen het eerste aanspreekpunt. Taken: • aanspreekpunt voor (potentiële) initiatiefnemers van antenneplaatsing. • voeren van een vooroverleg; • coördinatie van de interne afstemming met vastgoed, ruimtelijke ordening, monumenten/welstand, beheer, communicatie; • het monitoren van aanvragen. 17
Antennebeleid Delft
Afstemming en het maken van contractafspraken over het gebruik van gemeentelijk vastgoed is belegd bij de afdeling Vastgoed. Financieel De kosten van plaatsing en alles wat daarbij komt kijken worden door de providers gefinancierd. Voor verhuur van gemeentelijke eigendommen wordt een tarief gehanteerd dat minimaal kostendekkend is. Afhankelijk van de partij / functie kan ook sprake zijn van een marktconforme prijs. Voor afhandeling van verzoeken rekent de gemeente een vergoeding, zoals is vastgelegd in de legesverordening. Kosten voor wijzingen of aanpassingen in (technische) infrastructuur, verwijdering, aanpassing of verplaatsing van antennes zijn voor de provider. Monitoring beleid Een grootschalige uitrol van small cells wordt niet voor 2026 verwacht. Er zijn veel ontwikkelingen gaande rondom technologie en visuele inpassing van grote antenneinstallaties en small cells. Het is van belang om deze ontwikkelingen te blijven volgen en wanneer nodig, dit antennebeleid bij te stellen.
18
Antennebeleid Delft
Bijlage 1. Stroomschema wanneer wel / geen omgevingsvergunning
19
Antennebeleid Delft
Bijlage 2. Voorbeelden antenne-installaties
Anthony Fokkerweg 5, TU gebied, Zendmast
Brabantse Turfmarkt 9, Cultuurlab
Krakeelpolderweg 1, Stanislascollege
Derde werelddreef 1, RWS gebouw
20
Antennebeleid Delft
Tedin van Berkhoutlaan 33-159, woonunit
Beukenlaan 2 – 4, Bieslandhof
Vulcanusweg 309, KPN gebouw
Molenhuispad 1, CLD locatie
21
Antennebeleid Delft
Voorbeelden van small cells Op dit moment zijn er nog geen small cells in Delft. Hieronder een aantal voorbeelden elders in Nederland en in andere landen.
Small cell aan lantaarnpaal
Small cell op bushalte
Small cells SAIL Amsterdam
Small cell op container
22
Antennebeleid Delft
Bijlage 3. Weergave locaties Delft in antenneregister Voorbeeld bestaande antenne-installaties, stand van zaken januari 2023. Zie voor actueel beeld; https://antenneregister.nl
23
Antennebeleid Delft
Bijlage 4. 5G en gezondheid, Ministerie EZK
24
Antennebeleid Delft
Bijlage 5. Welstandskaart
Uit de welstandsnota september 2022
Welstandscriteria: • Stedenbouwkundige samenhang: het bouwwerk past in de bestaande of toekomstige omgeving, de kwaliteit van het openbaar gebied wordt gerespecteerd of versterkt, de bestaande doorzichten en zichtlijnen worden gerespecteerd, bij markante en belangrijke stedenbouwkundige plekken voldoende uitdrukking wordt gegeven aan het belang van de locatie • Evenwichtig gevelbeeld: het karakter van bestaande gevelwanden wordt gerespecteerd of versterkt, de verhoudingen in de gevels evenwichtig van opbouw zijn, eventuele ingrepen in een bestaande gevel in goede verhouding tot elkaar en tot het geheel van de gevel staan • Passende detaillering, materiaal- en kleurgebruik: de detaillering en het materiaalgebruik het karakter van het bouwwerk ondersteunen, het kleurgebruik is afgestemd op de omgeving, de architectonische eenheid als geheel (gevelwand, blok of straat) in evenwicht is of blijft Welstandsniveau’s: • Bijzonder welstandsniveau (roze gebieden op de kaart). Voor dit gebied gelden alle 3 de welstandscriteria. • Globaal welstandsniveau (blauwe gebieden). Hiervoor gelden de criteria A (stedenbouwkundige samenhang) en B (evenwichtig gevelbeeld). • Welstandsluw niveau (groene gebieden). Hier geldt alleen voor nieuwbouw het criterium A (stedenbouwkundige samenhang).
25