Advies van ASD Delft Regiovisie aanpak Huiselijk Geweld Haaglanden
Tekst van het document
Betreft: Advies van de ASD-Delft op de Regiovisie Aanpak Huiselijk Geweld Haaglanden Delft, 17 september 2025 Beste Burgemeester en Wethouders, Hierbij ontvangt u ons advies op de ‘Regiovisie Aanpak Huiselijk Geweld Haaglanden’ Concept 2025. In het ASD H9 overleg, het regionale overleg van adviesraden, hebben wij de regiovisie besproken en van advies voorzien. Dit advies kunt u vinden in bijlage 2 ‘Reactienota ASD H9 op Regiovisie Aanpak Huiselijk Geweld Haaglanden’. Wij ondersteunen dit advies en benoemen in deze brief voor de Delftse context een aantal aanvullende punten. Deze brief bevat ook een bijlage (bijlage 1) met praktijkgerichte adviezen. 1.
Algemeen
De ASD Delft waardeert de inzet en ambitie die uit de regiovisie spreekt. Wij pleiten voor behoud en borging van regionale expertise en samenwerking. Helaas constateren we dat sinds 2022 geen nieuw regionaal beleid geïmplementeerd is, terwijl de noodzaak hoog is gezien de aard en omvang van dit probleem. Te overwegen valt om een in H9-verband gemeenschappelijk minimumkader vast te stellen ter reductie van ‘postcode ongelijkheid’. Met de postcode ongelijkheid bedoelen we dat in een andere stad anders naar deze problematiek gekeken en gehandeld kan worden en dat mag bij voorbaat niet zo zijn! In ons advies besteden wij aandacht aan de in de regiovisie beschreven financiële situatie, preventie en vroegsignalering, het belang van deskundigheidsbevordering, de lokale teams, samenwerking en de proeftuinen, monitoring en het noodzakelijk maatschappelijk debat. 2.
Financiën en impact
De regiovisie benoemt een toename van adviesaanvragen sinds 2019 (+18,6%). Wij vragen ons af hoe deze stijging zich verhoudt tot de - zoals wij na lezing moeten concluderen - bezuinigingen binnen de regio. De financiële onderbouwing van de lokale taken is onvoldoende uitgewerkt. Wij pleiten voor meer transparantie over de financiering van lokale teams en de t.a.v. huiselijk geweld geoormerkte inzet van middelen door centrumgemeenten. We zien verder dat de indexatie (met het jaar 2019 als ijk-lijn) een toename van tenminste 47% van de inwonersbijdrage zou veroorzaken, die daar tot nu toe niet in verwerkt is. Het wegvallen van middelen voor deskundigheidsbevordering in de komende jaren is zorgwekkend. Bij een hoge ambitie hoort ook adequate financiële ondersteuning. Ook niet te vergeten om de vrouwenorganisaties in de wijk en de stad voldoende te ondersteunen. Om alle achterstand goed en Pagina 1 van 8
ASD Delft
correct te verwerken en de regionale ambitie te realiseren hebben we aanzienlijk meer investeringen nodig dan nu begroot lijken te gaan worden.
3.
Preventie en vroegsignalering
Wij onderschrijven het belang van preventie en vroegsignalering, maar vragen om meer/extra aandacht voor: • Voorlichting op basis- en middelbare scholen: preventie, grenzen, veilige relaties. (Systemische benadering, loyaliteiten etc. programma moet wel NJI-gekeurd zijn.) • Preventieaanbod voor kinderen die huiselijk geweld hebben meegemaakt. • Training en kennisdeling voor eerstelijnsprofessionals: huisartsen, verpleegkundigen, verloskundigen, sociale teams. • We pleiten voor differentiatie naar doelgroep, het gaat om vrouwen, kinderen, ook ouderen in het algemeen, maar mannen kunnen ook slachtoffer zijn. • Doelgroepen vereisen deels een andere aanpak, het versterken van samenwerking tussen de verloskundige-, huisarts- en tandartspraktijk met het overige sociaal domein, zoals maatschappelijk werk, 1e hulp, huisarts, GGZ en GGD, maar ook jongerenwerk en politie zodat er ook daadwerkelijk vroeg gesignaleerd kan worden. • De regiovisie biedt een breed overzicht van initiatieven, maar mist samenhang met bestaande preventie-activiteiten. Wij adviseren een meer geïntegreerde benadering binnen de huidige activiteiten, waar huiselijk geweld ook een plek krijgt. • Positioneer een expertfunctie gericht op preventie: beleidsadvisering, ontwerp interventies, coördinatie onderwijsprogramma’s.
• Richtmiddelen naar grootste risico’s: intieme terreur, femicide-preventie en plegersaanpak, en niet ten koste van de rest van de groep. • De postcode ongelijkheid verwijst naar de woonplaats, en die bepaalt hoe goed de zorg en welzijn in je stad is.
4.
Deskundigheidsbevordering
• •
Als deskundigheidsbevordering cruciaal is, dan vraagt dit ook om extra investeringen. Wij pleiten voor een bredere inzet van deskundigheidsbevordering, inclusief richting voorliggende voorzieningen en de eerste en tweede lijn, onderwijs, politie, (netwerk-)pleegzorg etc. Liefst wordt de deskundigheidsbevordering gemixt aangeboden, zodat de verschillende benaderingswijzen, verantwoordelijkheden en visies in het belang van samenwerken direct aan bod kunnen komen.
•
De plannen gaan ook vooral over het ‘wat’ en niet over het ‘hoe’. Hoe gaan we bepaalde regels veranderen? Bv. de drempel tot melden verlagen, of de ‘aandacht functionarissen’ inzetten, het ICM verankering, etc.
5.
Lokale teams
De rol en invulling van lokale teams blijft voor ons onduidelijk. Wij adviseren: • Meer duidelijkheid over hun taken en verantwoordelijkheden; • Inbedding in de bestaande zorginfrastructuur in plaats van in de gemeentelijke organisatie, om
verloop te beperken. Een effectieve(re) regie vanuit de gemeente is nadrukkelijk gewenst; Pagina 2 van 8
ASD Delft
• Aandacht voor borging van continuïteit en kwaliteit bij overdracht van taken.
6.
Samenwerking en proeftuin
Wij steunen het belang van samenwerking en de proeftuin Toekomstscenario. Wel adviseren wij: •
• 7.
Inzicht te geven hoe de overgang van proeftuin naar structurele inbedding zal worden vormgegeven; Andere relevante samenwerkingspartners te stimuleren deel te nemen aan de proeftuinen (we missen bijvoorbeeld een aantal GGZ-instellingen in de opsomming van partners).
Monitoring en duiding
Stel één transparant monitoringsysteem in met een jaarlijks publiek rapport. De regiovisie noemt (keten)monitoring, maar cijfermatige duiding van de huidige situatie is beperkt. Wij adviseren om in de monitoring op te nemen: • •
• 7.
Aantal meldingen huiselijk geweld per doelgroep/type geweld/per wijk (bv. per wijk en/of per 10.000 inwoners). Aantal herhaalde meldingen (bv. binnen 12 maanden). Bijhouden en rapporteren: - over de ontwikkeling van wachtlijsten; - de effectiviteit van ingezette interventies: - realisatie van doelen en streefcijfers.
Intieme terreur en maatschappelijke houding
Wij vragen aandacht voor het maatschappelijk debat over intieme terreur en de houding van burgers. Dit vraagt om educatie en bewustwording, juist ook buiten de professionele kaders in/met de (lokale) samenleving.
Wij zien uw reactie met belangstelling tegemoet.
Met vriendelijke groet,
Gera Esser Voorzitter ASD Delft
Pagina 3 van 8
ASD Delft
Bijlage 1: Versterking aanpak huiselijk geweld Haaglanden 1. Kernaanpak - één vast contactpersoon per gezin Doel: voorkomen dat slachtoffers en plegers met te veel verschillende hulpverleners te maken krijgen; continuïteit en snelle coördinatie. Vaste casemanager/contactpersoon nabij gezin: beschikbaar vanaf eerste melding. Kerncompetenties: ervaring met complexe casuïstiek, netwerk binnen regio, risicobeoordeling, kennis van beschermende maatregelen. Concrete implementatiestappen: Uniforme taakomschrijving en scholingsprogramma. 2.
Preventie & vroegsignalering
Veruit de meeste maatregelen en beleidsmaatregelen zijn gericht op het aanpakken van de gevolgen van huiselijk geweld of het voorkomen ervan. Er is bijna niets dat de onderliggende oorzaken aanpakt. De onderliggende oorzaken van huiselijk geweld, in willekeurige volgorde: · Sociale patronen en bevooroordeelde opvoeding en educatie · Overlevingsdruk · Gezondheidsproblemen: voornamelijk geestelijke gezondheid en verslavingen Deze oorzaken zijn terug te vinden in alle lagen van de samenleving, binnen alle geloofsovertuigingen en wereldbeelden en bij beide geslachten. Om deze onderliggende oorzaken weg te nemen, hebben we programma's nodig om gedrag en mentale modellen te veranderen, de overlevingsdruk weg te nemen en langdurige zorg te bieden. Uitbreiden van creatieve vroegsignalerings-kanalen (bv. betrokkenheid van postbezorgers zoals in lopende projecten in samenwerking met Post nl). 3.
Intake, toeleiding en risico’s bij gemeentelijke overheveling
Centralisatie van intake bij gemeenten kan korte lijnen, vertrouwen en expertise doen verdwijnen. Dit zorgt voor meer mismatches, hogere werkdruk en veiligheidsrisico’s in opvang. Huidige praktijk: intake- en opvangmedewerkers kennen elkaar persoonlijk; dat draagt bij aan effectieve plaatsingen. Gevolgen bij verkeerde plaatsing: onveiligheid, escalatie, demotivatie en uitstroom van ervaren medewerkers. Aanbevelingen: Houd intake nabij de opvang (of behoud nauwe, informele intake-afstemming). Borg preplacement informatie (risicoprofiel, gedragsinformatie, benodigde voorzieningen).
Pagina 4 van 8
ASD Delft
4.
Samenwerking en kennisborging
Bestrijden Postcodeongelijkheid, verlies van bewezen methodieken (ICM, MDA++), versnipperde monitoring. Aanbevelingen: Behoud regionale expertteams en gezamenlijke trainingsprogramma’s. Sluit aan bij landelijke programma’s (VWS e.d.) en deel kennis tussen grote gemeenten. 5.
Monitoring, transparantie en budgettoewijzing
Stel één transparant monitoringsysteem in met een jaarlijks publiek rapport en gedetailleerd bestuurlijk dashboard voor raadsleden. Sturingsdata zoals: - Doorlooptijd van melding naar eerste coördinatiecontact (uren/dagen). - Aantal succesvolle passende plaatsingen in opvang (match %). - Trainingstijd eerstelijns medewerkers (uren per medewerker/jaar). - Cliënttevredenheid en ervaringsmetingen (slachtoffers & medewerkers). - Aantal preventie-interventies op scholen en deelnamegraad. Transparante verantwoording: wat werkt, waarom meldingen veranderen, knelpunten en verbeteracties. Het zou toegevoegde waarde hebben als er ook streefcijfers en ziekenhuisbezoek door huiselijke geweld, psychologische- en welzijnsondersteuning bijgehouden worden, zodat je het beleid ook na afloop kunt evalueren Prioriteit voor: intensieve preventie (scholen), veteranenexpertise in pleger aanpak, snelle-response casuïstiek (vast contactpersoon). Richtmiddelen naar grootste risico’s: intieme terreur, femicide-preventie en plegersaanpak. 6. Onderzoek: wie zijn plegers en slachtoffers Doel: gerichte preventie; betere beleidsafstemming (armoede, gezondheid, wonen). En niet meer clusteren onder de term ‘eer-gerelateerd geweld’, maar bredere blik op factoren binnen en buiten de relationele sfeer. Onderzoeksvragen: Sociaalgeografische samenstelling (leeftijd, gezinssamenstelling, werk/inkomen).
Relatiedynamieken en eerdere hulpverleningstrajecten. Risicofactoren: verslaving, psychische kwetsbaarheid, armoede, huisvesting. Hulp zoek- en hulpacceptatiepatronen. Effectiviteit van eerdere interventies per doelgroep. Dataverzameling (praktisch): Combineer registraties (hulpverlening, politie, CJG) met kwalitatieve interviews. Anonimiseer en bescherm privacy; zorg voor ethische toetsing. Gebruik resultaten om beleidsprioriteiten (woonbeleid, armoedebestrijding, GGZ-toegang) te sturen.
Pagina 5 van 8
ASD Delft
7.
Opleiding & kennisniveau eerste lijn
Observaties: Alleen training is niet genoeg - ervaring en kennis van de lokale (opvang-)praktijk zijn cruciaal. Onvoldoende expertise leidt tot verkeerde beslissingen: onder- of over admissie en levensbedreigende situaties. Aanbevelingen: Professionalisering: blended-learning + stage/mentorschap bij opvanginstellingen. Interdisciplinaire casuïstiek-sessies: intake, opvang, GGZ, politie en sociaal domein. Regionale expertisepool die ingezet kan worden bij complexe casussen. 8. Communicatie & draagvlak Zorg dat de regiovisie bestuurlijk gedragen wordt; convenanten tussen gemeenten en ketenpartners. Deel kennis met andere grote gemeenten; sluit aan bij landelijke programma’s. Communiceer jaarlijks resultaten en verbeteracties naar burgers en raadsleden. 9. Concreet implementatieplan Voor landelijke/regionale scholingsaanpak in: eerstelijns + intake + opvang. Zet onderzoek op naar doelgroepen en oorzaken. Jaar één: publiek rapport + bijstelling beleid op basis van data 10. Opvanghuizen Er moeten voldoende opvanghuizen voor vrouwen en hun kinderen aanwezig zijn. Helaas blijven zij vaak te lang in dezelfde onveilige situatie. De politie heeft bovendien te weinig mogelijkheden om één van de partners daadwerkelijk uit huis te plaatsen. Dit zorgt ervoor dat de veiligheid van gezinnen en vrouwen ernstig onder druk komt te staan.
Opvangcapaciteit en uit huisplaatsing als instrumenten voor veiligheid inzetten. 11. Een centrale registratie Een centrale registratie is van belang om een rol krijgen in het registreren en regionale aanpak. Behandeling van de geweldpleger is noodzakelijk om herhaling te voorkomen. Te vaak zien we dat dezelfde pleger opnieuw geweld gebruikt, soms bij een nieuwe partner. Dit vergroot het aantal slachtoffers en onderstreept dat de aanpak niet alleen gericht moet zijn op bescherming van slachtoffers, maar ook op structurele gedragsverandering van plegers. 12. Psychosomatisch problematiek De veiligheid van gezinnen en vrouwen die te maken hebben met psychisch geweld moet nadrukkelijker worden aangepakt. Het veiligstellen van kinderen is hierbij een belangrijke factor. Dit benadrukt dat preventie, bescherming en structurele sociaal-economische gelijkheid niet los van elkaar gezien kunnen worden.
Pagina 6 van 8
ASD Delft
Bijlage 2 Reactienotitie ASD H9 op Regiovisie Aanpak Huiselijk Geweld Haaglanden 1. Algemeen De ASD H9 waardeert de inzet en ambitie die uit de regiovisie spreekt. Wij pleiten voor behoud en borging van regionale expertise en samenwerking. Te overwegen valt om een in H9-verband gemeenschappelijk minimumkader vast te stellen ter reductie van postcode ongelijkheid. 2. Financiën en impact De regiovisie benoemt een toename van adviesaanvragen sinds 2019 (+18,6%). Wij vragen ons af hoe deze stijging zich verhoudt tot de ogenschijnlijke bezuinigingen binnen de regio. De financiële onderbouwing van de lokale taken is onvoldoende uitgewerkt. Wij pleiten voor meer transparantie over de financiering van lokale teams en de inzet van middelen door centrumgemeenten. We zien verder dat de indexatie (als we ons niet vergissen en het jaar 2019 als een ijk-lijn nemen) een toename van ca 47% van de inwonersbijdrage zou veroorzaken. Het wegvallen van middelen voor deskundigheidsbevordering in de komende jaren is zorgwekkend. Bij een hoge ambitie hoort ook adequate financiële ondersteuning. Om alle achterstand goed en correct te verwerken en de regionale ambitie te realiseren hebben we aanzienlijk meer investeringen nodig dan nu begroot lijken te gaan worden. 3.
Preventie en vroegsignalering Wij onderschrijven het belang van preventie en vroegsignalering, maar vragen om meer/extra aandacht voor: • Voorlichting op basisscholen; • Preventieaanbod voor kinderen die huiselijk geweld hebben meegemaakt; • Het versterken van samenwerking tussen de verloskundige praktijk met het overige sociaal domein, zoals maatschappelijk werk en GGZ, zodat er ook daadwerkelijk vroeg gesignaleerd kan worden; • De regiovisie biedt een breed overzicht van initiatieven, maar mist samenhang met bestaande preventie-activiteiten. Wij adviseren een meer geïntegreerde benadering binnen de huidige activiteiten, waar huiselijk geweld ook een plek krijgt. 4. Deskundigheidsbevordering • •
Als deskundigheidsbevordering cruciaal is, waarom wordt hier dan niet extra in geïnvesteerd? Wij pleiten voor een bredere inzet van deskundigheidsbevordering, inclusief richting voorliggende voorzieningen en de eerste en tweede lijn.
Pagina 7 van 8
ASD Delft
5. Lokale teams De rol en invulling van lokale teams blijft voor ons onduidelijk. Wij adviseren: • Meer duidelijkheid over hun taken en verantwoordelijkheden; • Inbedding in de bestaande zorginfrastructuur in plaats van gemeentelijke organisatie, om verloop te
beperken. Een effectieve(re) regie vanuit de gemeente is nadrukkelijk gewenst; • Aandacht voor borging van continuïteit en kwaliteit bij overdracht van taken. 6. Samenwerking en proeftuin Wij steunen het belang van samenwerking en de proeftuin Toekomstscenario. Wel adviseren wij: • Inzicht te geven hoe de overgang van proeftuin naar structurele inbedding zal worden vormgegeven; • Andere relevante samenwerkingspartners te stimuleren deel te nemen aan de proeftuinen (we missen bijvoorbeeld een aantal GGZ-instellingen in de opsomming van partners). 7. Monitoring en duiding De regiovisie noemt (keten)monitoring, maar cijfermatige duiding van de huidige situatie is beperkt beschreven. Wij adviseren: • Te rapporteren over de ontwikkeling van wachtlijsten; • Te rapporteren over de effectiviteit van ingezette interventies; • Te rapporteren over realisatie van doelen en streefcijfers. 8. Intieme terreur en maatschappelijke houding Wij vragen aandacht voor het maatschappelijk debat over intieme terreur en de houding van burgers. Dit vraagt om educatie en bewustwording, juist ook buiten de professionele kaders in/met de (lokale) samenleving.
Pagina 8 van 8
ASD Delft