Advies Kostenbeheersing WMO gemeente Delft 2021
Tekst van het document
Perspectieven voor kostenbeheersing Wmo gemeente Delft Pieterjan van Delden, 7-7-2021 14 juli 2021
Inhoudsopgave
2
Opdracht en situatieschets
3
Vier perspectieven
9
Hoe staat Delft hierin?
17
Hoe verder?
21
Opdracht en situatieschets Vraagstelling en Delftse context 3
Opdracht Delftse rekenkamer
Stel kort advies op voor gemeenteraad over keuzemogelijkheden bij de kostenbeheersing WMO Uitvoering: ▹Beleidsdocumenten en gegevens m.b.t. sociaal domein, specifiek WMO ▹Gesprekken ambtelijk, portefeuillehouder, Delft Support, Delft voor Elkaar ▹Putten uit ervaring andere gemeenten ▹Opstellen model met perspectieven ▹Raadsinformatieavond ▹Kort advies
4
Cliënten ondersteuning thuis per 1000 inwoners – verloop 2015 - 2020 24
22 20 18 16 14 Delft corr. 12
50.000 - 100.000 inwoners 100.000 - 300.000 inwoners
10
Nederland 8 6 4 2 0
5
eerste tweede eerste tweede eerste tweede eerste tweede eerste tweede eerste tweede halfjaar 2015 halfjaar 2015 halfjaar 2016 halfjaar 2016 halfjaar 2017 halfjaar 2017 halfjaar 2018 halfjaar 2018 halfjaar 2019 halfjaar 2019 halfjaar 2020 halfjaar 2020
Inkoopstrategie Wmo 2019 Delft (in H4-verband)
Beleidsdoelstellingen:
6
•
Inwoners kunnen zo lang als mogelijk en wenselijk zelfstandig thuis wonen (het vergroten, behouden, of begeleiden bij achteruitgang van de zelfredzaamheid)
•
Inwoners kunnen meedoen in de samenleving (bevorderen van maatschappelijke participatie)
•
Inwoners voeren een eigen regie op integrale samenhangende hulp (versterken van eigen kracht en die van de samenleving).
Inkoopstrategie Wmo 2019 Delft (in H4-verband)
Inkoopdoelstellingen:
7
•
Het veilig stellen van de levering (voldoende capaciteit gecontracteerd om te voldoen aan de hulpvraag)
•
Het realiseren van integrale samenhang binnen en tussen de verschillende domeinen (Wmo, Jeugd, Participatie, Wlz, Zvw) en het voorliggende veld (lokale teams, vrij toegankelijke hulp, welzijnswerk, etc.)
•
Het borgen van doelmatigheid, effectiviteit en kwaliteit van ondersteuning
•
Het beperken van regeldruk en het realiseren van lage administratieve lasten
•
Het realiseren van lagere proceskosten voor het inkooptraject door gezamenlijk in H4 aan te besteden
•
Continuïteit door langere lopende contracten (max. 4 jaar: 2 jaar met twee keer een optie voor een jaar verlenging).
Typering situatie WMO Delft
▹Historie van aandacht voor kostenbeheersing WMO ▹Stedelijke problematiek en oplopende vergrijzing geeft extra kosten
▹In Delft veel voorzieningen (b.v. GGZ, ZH), geeft ook extra kosten (BW) ▹Compacte stad >> redelijk samenspel gemeente-aanbieders ▹Rijksmaatregelen (abonnementstarief WMO) geven eigen effecten/beperkingen
▹Overall veel dynamiek, maar nieuw beleid geeft ook werkdruk ▹Sociaal domein loopt tegen zijn grenzen aan
8
Vier perspectieven Voorbeelden, werking en aanpak 9
Vier perspectieven op kostenbeheersing WMO
Sturing op: ▹Financiën ▹Aanbod ▹Vraag
▹Zelfvoorziening
10
Benadering 1: Sturing op financiën ▹IDEALITER: Kosten van hulpaanbod terugdringen (tarief verlagen; goedkopere diensten) ▹ECHTER: verdere kostenvermindering betekent ook minder kwaliteit en effect, en ‘nasleepkosten’
▹HOE DAN? Met ‘stofkam’ door het bestaande aanbod gaan en met precisie kosten minimaliseren
▹Essentiële aanpak door de gemeente is contractering: ▹De lokale markt kennen (vraag inwoners; kwaliteit aanbieders; overlaps en witte plekken) ▹Landelijke voorbeelden, kengetallen, contractvormen ▹Monitoren, toezicht houden, corrigeren, nieuwe aanbieders inschakelen. ▹Tijdshorizon: moment van verwerving/aanbesteding Wmo (ca. 1- 4 jaar) 11
Benadering 2: Sturing op aanbod ▹IDEALITER: Hulpaanbod verminderen/voorkomen, vooral door preventie ▹ECHTER: preventief aanbod geeft aanzuigend effect: meer cliënten in beeld en dus ook meer hulpvragen
▹HOE DAN? Lichter aanbod voorop stellen én hogere drempel voor gebruik intensief aanbod
▹Essentiële aanpak door de gemeente én partners is ketensamenwerking: ▹In contractering samenwerking tussen hulpvormen/aanbieders regelen, lokaal en regionaal ▹Aanbieders schalen dan hun klanten makkelijker af naar lichter aanbod ▹Gemeente/aanbieders sturen op deze samenwerking en afschaling ▹Tijdshorizon: moment van verwerving/aanbesteding Wmo én bijsturing daarna (ca. 1 - 4 jaar e.v.) 12
Benadering 3: Sturing op vraag ▹IDEALITER: Hulpvraag verlichten/anders invullen: inwoner redt zich met nabije/lichte ondersteuning ▹ECHTER: Inwoner verwacht professioneel en privé ‘bediend’ te worden, is niet ingesteld op lichte hulp
▹HOE DAN? Inwoners uitdagende omgeving bieden, waarin ze hun hulpvraag lichter gaan stellen
▹Essentiële aanpak door de partners en gemeente is netwerkversterking: ▹Afspreken van wijken/terreinen, waarbinnen de netwerken zich moeten versterken ▹Samenwerking informele/formele ondersteuners, op wijkniveau en op stadsniveau ▹Sterker organiseren en toerusten van het voorveld (welzijn, sport, cultuur, inburgering etc.) ▹Tijdshorizon: opbouw van netwerken, verbinden van partners (ca. 3 – 7 jaar) 13
Benadering 4: Sturing op zelfvoorziening ▹IDEALITER: Hulpvraag voorkomen, inwoner steunt meer op ‘eigen kracht’ in de samenleving ▹ECHTER: Chronisch gebrek aan zelfregie en sociaal netwerk bij de meer kwetsbare inwoners
▹HOE DAN? Inwoner motiveert zichzelf om samen met anderen oplossingen te creëren
▹Essentiële aanpak door de inwoners, partners en gemeente is gemeenschapsvorming: ▹Laten ‘bloeien’ van bewonersinitiatieven en zelforganisaties ▹Verbinden van vele initiatieven met elkaar en met partners/gemeente ▹Balans vinden tussen groepsbelangen en publieke belangen ▹Tijdshorizon: naar elkaar toegroeien van gemeente, partners en zelforganisaties (ca. 5 – 10 jaar) 14
Samenvattend: 4 perspectieven en vereiste kernaanpak
15
Sturing op:
Vereist:
▹Financiën
contractering
▹Aanbod
ketensamenwerking
▹Vraag
netwerkversterking
▹Zelfvoorziening
gemeenschapsvorming
4 perspectieven, kernaanpak en indicatoren t.b.v. kostenbeheersing Sturing op:
Vereist:
Indicatoren kostenbeheersing:
▹Financiën
contractering
lagere kostprijs; versoberde hulp
▹Aanbod
ketensamenwerking
lichtere indicaties; meer afschaling
▹Vraag
netwerkversterking
minder maatwerk; meer collectief
▹Zelfvoorziening
gemeenschapsvorming
minder hulpvraag; meer adviesvraag
MAAR: Géén kostenbeheersing bij allerlei losse acties! Samenhang en sturing vereist! 16
Hoe staat gemeente Delft hierin? Weging van lopend beleid 17
Vier perspectieven uitgewerkt - landelijk
18
Benadering van kostenbeheersing
Voorbeelden landelijk
1. Sturing op financiën >> kosten hulpaanbod terugdringen
• • • •
Tarief/kostprijs hulptraject verlagen Versobering voorzieningen Stoppen dure voorzieningen Combineren aanbod WMO, Jeugdhulp, Participatie
2. Sturing op aanbod >> hulpaanbod verminderen of voorkomen
• • • •
Informatie & advies >> koppeling jeugdhulp Outreachend/preventief werken >> idem Scherper indiceren/monitoren op ‘goed genoeg’ Intensieve hulp afwisselen met lichte leun/steun
3. Sturing op vraag >> hulpvraag verlichten/anders invullen
• Collectiveren / welzijnsaanbod voorliggend • Activering kwetsbare mensen (b.v. zorgboerderij) >> koppeling met participatie • Informele ondersteuning door vrijwilligers
4. Sturing op zelfvoorziening door inwoners >> hulpvraag voorkomen
• Sportclubs, kerken/moskeeën, Buurtgezinnen • Straatnetwerken, voedselbank • Zorgcoöperatie van burgers
Vier perspectieven toegepast in gemeente Delft Benadering van kostenbeheersing Aanpak in Delft (incl. voorbeelden uit Actieplan)
19
1. Sturing op financiën >> kosten hulpaanbod terugdringen
• • • •
I.h.a. aanbestedingen WMO Hulpmiddelen alleen voor feitelijk gebruik Toezicht op rechtmatigheid/fraude Toepassing regresrecht (bij letselschade)
2. Sturing op aanbod >> hulpaanbod verminderen of voorkomen
• • • •
I.h.a. resultaatgericht werken Afschalen begeleiding/daginvulling Mix algemene/maatwerkvoorziening Vrijwilligersvervoer i.p.v. Wmo-taxi
3. Sturing op vraag >> hulpvraag verlichten/anders invullen
• • • • •
Welzijn op recept Vangnet in de wijk Schoonmaakhulp voorliggend maken Beweging voor ouderen Activering daklozen
4. Sturing op zelfvoorziening >> hulpvraag voorkomen
• I.h.a. Delft voor Elkaar • Ontmoetingscentra dementerenden • Thuisgekookt.nl
Hoe ver is gemeente Delft in de perspectieven? ▹Voorzieningen/maatregelen bij elk van de vier perspectieven ▹1e perspectief (contractering) goed ontwikkeld, ▹2e (ketensamenwerking) en 3e (netwerkversterking) zijn in ontwikkeling ▹4e perspectief (gemeenschapsvorming) is minder ingevuld ▹Overall is er variatie en (zoeken naar) vernieuwing in het aanbod ▹Idem voor (zoeken naar) maatregelen kostenbeheersing WMO ▹Ontbreken van samenhang tussen maatregelen 20
Hoe verder? Delftse toepassing van perspectieven 21
Synergie van perspectieven Benadering van kostenbeheersing 1. Sturing op financiën >> kosten hulpaanbod terugdringen 2. Sturing op aanbod >> hulpaanbod verminderen of voorkomen 3. Sturing op vraag >> hulpvraag verlichten/anders invullen 4. Sturing op zelfvoorziening >> hulpvraag voorkomen
22
Voorbeelden van synergie: lokale modellen ▹Haarlem: WMO-voorzieningen sluiten direct aan op welzijns-/opbouwwerk. Sociaal wijkteams hebben nauwe contacten met huisartsen, woningcorporaties, wijkagent e.d. ▹Groningen: WMO, jeugdhulp, W&I en participatie worden gecombineerd aangeboden, op wijkniveau. Streven naar individuele maatwerkoplossingen over alles heen. ▹Zeist: voorstel om vrijwilligersorganisaties en professionele WMO-voorzieningen op één locatie te bundelen, voor een drempelloze op-/afschaling van hulp en ondersteuning. Inspiratie vanuit zorgcoöperatie in Austerlitz.
23
Waar moet de gemeenteraad op letten? Kaderstelling voor beleid en bestuur? ▹Heeft de gemeente een beeld van de behoeften en kracht van inwoners?
▹Worden op lange termijn de vier perspectieven ook ingevuld? ▹Wat is daarbij de potentiële synergie tussen die perspectieven?
▹Hoe ziet het ‘Delftse model’ voor de Wmo/het sociaal domein er dan uit? ▹Welke indicatoren worden dan gehanteerd?
24
Bijlagen Achterliggende vragen en keuzes 25
Strategische vragen ▹Welke populaties in Delft hebben veel onderlinge binding? o In hoeverre vormen ze vitale gemeenschappen, in staat tot zelfvoorziening? o In wijken/buurten? Naar levensfase (jongeren, volwassenen, ouderen)? Naar behoeften/activiteiten? ▹Waaruit blijkt die vitaliteit? Huidige en gewenste ontwikkeling? o Demografie, leefbaarheidsmonitors, GGD-gezondheidsmonitor, aantal vrijwilligers(organisaties) o Mogelijkheden voor nieuwe verbindingen? Actieve buurten. Gemengd wonen. Herstelacademies. ▹Hoe steun je die populaties in hun ontwikkeling? o Combineren van de vier perspectieven: welk zwaartepunt? Welke melange? Kernmethodiek?
o Populatie-ondersteuningsbudget (hele sociaal domein – en ZvW, Wlz?) ▹Welke vorm voor een duurzaam lokaal stelsel voor Wmo/sociaal domein? o Actoren bijeen in lokaal knooppunt: activiteitencentrum / vrijwilligersplatform / SWT ‘plus’ / 26
o Gemeente stuurt het lokale stelsel (op geld, resultaten, actoren).
Achterliggende maatschappelijke visies/keuzes Over gemeente en samenleving: ▹Is de gemeente verantwoordelijk voor de kwaliteit van de samenleving? ▹Moet de gemeente haar inwoners bedienen of ook beïnvloeden? Hoe zie je de samenwerking? ▹Ziet de gemeente actieve inwoners als particulieren of als partners? ▹Ziet de gemeente aanbieders als leveranciers of als partners?
Hoe zie je gemeente zelf? ▹Opereert de gemeente activistisch/directief of regisserend op afstand? ▹Hoe balanceer/stuur je op innovatie en stabiliteit? 27