Achtergronddocument - Beleid Circulair bouwen in Delft - Alba Concepts
Tekst van het document
BELEID
Circulair bouwen in Delft
Datum Referentie Opdrachtgever Project
17 september 2025 2025-1068.001-6.0-IV/GG Gemeente Delft Circulaire gebiedsontwikkeling en beleid circulair bouwen
Inhoudsopgave SAMENVATTING
4
01 01.01 01.02 01.03 01.04
INLEIDING Aanleiding Aanpak Doel/resultaat Afbakening
5 5 5 5 5
02 02.01 02.02 02.03 02.04 02.05 02.06 02.06.01 02.06.02 02.06.03
CONTEXT BELEID Op weg naar circulair Delft in 2050 Routekaart klimaatneutraal 2050 10 principes voor het bouwen in Delft Duurzaam bouwen Omgevingsvisie en Woonvisie Relevante wetgeving Europees niveau Nationaal niveau Provinciaal niveau
6 6 6 6 7 7 7 7 8 8
03 03.01 03.02 03.03 03.04
CIRCULARITEITSVISIE Doel 1: Minimaliseren van CO2-uitstoot van materialen en gebouwen Doel 2: Minimaliseren van gebruik nieuwe grondstoffen Doel 3: Bewust bouwen voor de toekomst. Methodieken
9 9 9 10 10
04 04.01 04.02 04.03 04.03.01
CIRCULAIR GEBIED CO2-budget op gebiedsniveau Openbare Ruimte Circulaire gebiedsontwikkeling Transparantie van materiaalstromen
11 11 11 11 11
05 05.01 05.01.01 05.02 05.02.01 05.03 05.04
CIRCULAIR GEBOUW Nieuwbouw Raamwerk nieuwbouw Bestaande bouw Raamwerk bestaande bouw Maatwerk regeling Keuzelijst circulair bouwen
12 12 12 12 13 13 13
06 06.01 06.02 06.02.01 06.02.02
REALISATIE EN SLOOP Circulaire bouwfase Circulaire sloopfase Afwegingstool sloop Eisen circulaire sloop
14 14 14 15 16
07
DUURZAME EN SOCIALE GEBRUIKSFASE
17
08
OVERZICHT EISEN
18
09 09.01 09.02
AANDACHTSPUNTEN Vroegtijdige betrokkenheid in ontwerptraject Beschikbaarheid van materialen
19 19 19
2 2025-1068.001-6.0-IV/GG
09.02.01 09.02.02 09.03 09.04 09.05 09.05.01 09.06 09.06.01 09.06.02 09.06.03 09.06.04
Biobased materialen Gebruikte materialen Brandveiligheid van biobased materialen Akoestiek bij circulaire materialen Betaalbaarheid Investeringskosten Kansen Rijksoverheid Zuid-Holland Regio Delft
Bijlagen 1. Circulariteitseisen 2025 2. Toelichting keuzes in beleid 3. Template oogstkaart 4. Kamerbrief Implementatie EPBD 5. WST-06 methode adaptief vermogen gebouwen
3 2025-1068.001-6.0-IV/GG
19 19 19 19 20 20 20 20 21 21 21
SAMENVATTING
4 2025-1068.001-6.0-IV/GG
01 INLEIDING 01.01 Aanleiding De uitdagingen van de huidige tijd zijn groot: we staan voor de opgave om onze impact op het klimaat fors te verlagen, ons aan te passen aan klimaatverandering en onze biodiversiteit te behouden en te herstellen. Een andere uitdaging, die steeds meer aandacht krijgt naarmate de wereldbevolking groeit, is het verminderen van ons grondstofverbruik. Om dat laatste te realiseren moeten we onze huidige economie, gebaseerd op lineaire principes met een lage waardering voor grondstoffen, vervangen door een economie waarin grondstofgebruik tot een minimum wordt beperkt en waar hergebruik van grondstoffen en producten centraal staat: een circulaire economie. De bouw is verantwoordelijk voor 40% van de wereldwijde energieconsumptie en 33% van de broeikasemissies. Daarnaast verbruikt de bouw 50% van alle niet-hernieuwbare grondstoffen die de mens verbruikt en is 30% van de wereldwijde afvalproductie afkomstig uit de bouw. In de bouw liggen grote verduurzamingsopgaven en kansen. Gemeente Delft zet de transitie van een lineaire naar een circulaire economie in en het doel is om dit in 2050 te bereiken. Hierover heeft gemeente Delft in 2020 een visie opgesteld (zie H02.01). Een circulaire economie is een economie waarin grondstoffen efficiënt worden ingezet en hergebruikt, zonder schadelijke uitstoot in het milieu.
Een economie die toekomstbestendig en duurzaam is, waardoor ook toekomstige Delftenaren prettig kunnen wonen, werken en recreëren in de stad. 01.02 Aanpak Dit beleidsdocument is tot stand gekomen middels een uitgebreid proces tussen gemeente Delft en adviesbureau voor een circulaire bouwsector Alba Concepts. Dit document is afgestemd op de duurzaamheidsambities van de gemeente, het bestaande beleid van de gemeente, huidige en toekomstige ontwikkelingen in wet- en regelgeving en duurzaamheidsbeleid van andere gemeentes en provincies. Tijdens werksessies zijn de ambities, visie en focus voor het beleid bepaald met de gemeente. Externe partijen zijn meegenomen in de ontwikkeling van dit beleid middels dialooggesprekken en interviews. 01.03 Doel/resultaat Dit beleidsdocument heeft als doel om de milieu-impact van gebouwen en gebieden in gemeente Delft zoveel mogelijk te beperken en om verantwoord met beschikbare grondstoffen om te gaan. In dit document zijn de ambities van de gemeente uitgewerkt in raamwerken met concrete en meetbare circulaire prestaties die de gemeente volgt voor een transitie naar een circulair gebouwde omgeving. 01.04 Afbakening Dit beleidsdocument beschrijft de circulaire eisen en ambities voor alle gebouwen en gebieden die binnen de grenzen van de gemeente gebouwd, verbouwd, gerenoveerd, getransformeerd of gesloopt worden.
Dit betreft zowel particuliere, publieke en commerciële projecten. In hoofdstuk 8 staat een overzicht waarin de vigerende eisen per type project zichtbaar zijn.
5 2025-1068.001-6.0-IV/GG
02 CONTEXT BELEID Dit beleidsdocument “Circulair Bouwen in Delft” (hierna: dit beleidsdocument) is gericht op het bouwen van een circulair gebouwde omgeving en sluit aan bij diverse andere beleidsdocumenten die de duurzame ontwikkeling van Delft ondersteunen. Onderstaand staat samengevat welke koppeling dit beleidsdocument heeft met andere beleidsdocumenten: ◼ Dit beleidsdocument is een uitwerking van het document “Op weg naar circulair Delft in 2050”. ◼ Dit beleidsdocument is een uitwerking van het behalen van de CO2-doelstellingen uit “Routekaart Klimaatneutraal 2050”. ◼ De context van andere beleidsdocumenten wordt beschreven in de “10 principes voor het bouwen in Delft”. ◼ Dit beleidsdocument is de rechtstreekse vervanger van “Herijking duurzaam bouwen beleid”. ◼ Dit beleidsdocument is een uitwerking van de ambities in de “Omgevingsvisie” en “Woonvisie”, in lijn met de doelen om in 2050 een volledig circulaire en klimaatneutrale gemeente te zijn. In H02.01 t/m H02.05 is deze koppeling per document nader toegelicht. In H02.06 is de relevante wetgeving beschreven die mede richting heeft bepaald voor dit beleidsdocument. 02.01 Op weg naar circulair Delft in 2050 In “Op weg naar circulair Delft in 2050”, stelt de gemeente Delft als doel om in 2050 geheel circulair te zijn. Hiervoor is een uitwerking per sector gemaakt waarvan de bouw er één is.
Deze visie is breder dan enkel de bouwsector en er zijn geen concrete meetbare doelen voor circulair bouwen gegeven. Hierdoor is deze visie niet geschikt om te sturen op een circulair gebouwde omgeving. Koppeling met dit beleid: Dit beleidsdocument is een uitwerking van hoe de bouwsector gaat bijdragen aan de ambitie om in 2050 een geheel circulaire gemeente te zijn. Er worden concrete en meetbare ambities gegeven in de vorm van circulariteitsraamwerken. Hierdoor kan de gemeente sturen op een circulaire ontwikkeling van gebouwen en gebieden. 02.02 Routekaart klimaatneutraal 2050 Deze routekaart geeft aan waar Delft nu staat ten aanzien van de opgave voor CO2-reductie en of we voldoende doen om de doelstellingen te halen. In deze routekaart worden geen keuzes gemaakt: het is een vertrekpunt voor nieuw te vormen aanvullend beleid. Het beschrijft de sectoren die gaan verduurzamen (transitiepaden), onze ambities daarvoor en de belangrijkste pijlers van onze strategie om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Koppeling met dit beleid: Dit beleidsdocument geeft een uitwerking voor de bouwsector om de doelstellingen uit “Routekaart klimaatneutraal 2050” te behalen. 02.03 10 principes voor het bouwen in Delft In “10 principes voor het bouwen in Delft” wordt op overzichtelijke wijze weergegeven hoe bestaande beleidsstukken bijdragen aan de 10 principes voor het bouwen in Delft.
Dit bestaat uit de volgende 10 principes: 1. Delft is een Compacte stad waarin we lokale opgaven koppelen 2. Delft is historie 3. Delft is verbonden met natuur 4. Delft is duurzaam en energieneutraal 5. Delft is een gezonde en verbonden stad 6. Delft is een gastvrije stad 7. In Delft wordt het bedacht en gemaakt 8. Delft, wonen voor iedereen 9. Delft is een stad van korte afstanden 10. Delft is creativiteit en innovatie Koppeling met dit beleid: Dit beleidsdocument valt onder principe 4 “Delft is duurzaam en energieneutraal”.
6 2025-1068.001-6.0-IV/GG
02.04 Duurzaam bouwen Het voorgaande beleid dat in ging op circulair bouwen was een algemener duurzaamheidsbeleid met de titel "Herijking duurzaam bouwen beleid" uit 2015. Deze notitie was gefocust op ambities over duurzaam bouwen op gebouwniveau voor de verschillende gebouwcategorieën. Duurzaam bouwen werd als volgt gedefinieerd: “Duurzaam bouwen is een middel om gezond, verantwoord en kwalitatief goed te bouwen en wonen. Duurzaam bouwen is bouwen met het oog op de toekomst.” In het document wordt benoemd dat duurzaam bouwen en renoveren grofweg bestaat uit twee componenten; energiezuinigheid en de milieubelasting van de materialen. Koppeling met dit beleid: Dit beleidsdocument is de vervanger van “Herijking duurzaam bouwen beleid”. De thema’s die in “Herijking duurzaam bouwen beleid” behandeld zijn, zijn voor het vernieuwde beleid opnieuw in ogenschouw genomen. Veel thema’s hebben een plaats gekregen in andere duurzaamheidsbeleidsdocumenten of zijn voldoende geborgd in het Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl). Deze thema’s worden daarom in dit document niet verder behandeld. Specifiek richt dit beleidsdocument zich op het thema circulariteit. In ”Herijking duurzaam bouwen beleid” hanteerde gemeente Delft GPR voor het meten van gezondheid.
Bij het opstellen van dit nieuwe duurzaamheidsbeleid heeft gemeente Delft zorgvuldig gekeken naar de meerwaarde van de GPR-gezondheid eisen in referentieprojecten. Daaruit is de conclusie getrokken dat de subthema’s van GPRgezondheid voldoende zijn ondervangen in het Bbl en Het Nieuwe Normaal (hierna: HNN, zie H03.02). Dat maakt dat er in dit beleidsdocument geen aanvullende eisen aan dit thema gesteld worden. 02.05 Omgevingsvisie en Woonvisie De Omgevingsvisie Delft 2040 is de basis voor een goede groei van de stad. Hierin wordt de ambitie genoemd voor een netto-groei van de stad met zo’n 15.000 woningen in de periode 2018-2040. De Woonvisie geeft invulling aan deze groei in woningvoorraad en beschrijft hoe er toegewerkt wordt naar de ambitie: goed wonen voor de inwoners van Delft in een fijne en groene woonomgeving. Koppeling met dit beleid: Dit beleidsdocument is een uitwerking van de ambities in de Omgevingsvisie en Woonvisie, in lijn met de doelen om in 2050 een volledig circulaire en klimaatneutrale gemeente te zijn. 02.06 Relevante wetgeving 02.06.01 Europees niveau EPDB IV De EPBD IV, Energy Performance of Buildings Directive, heeft als doel de energieprestatie van gebouwen te verbeteren en de CO2-uitstoot van gebouwen te verminderen. Hierbij is het einddoel een emissievrije gebouwvoorraad te bereiken in 2050.
In april 2024 is de vierde herziening van de EPBD met goedkeuring door de Europese Raad van ministers en staatshoofden aangenomen. Landen hebben tot 29 mei 2026 om de EPBD IV te implementeren in nationale wet- en regelgeving. Met de herziening van de EPBD wordt op verschillende aspecten van de huidige regelgeving aangescherpt en nieuwe eisen gesteld. Grote vernieuwing is dat er vanaf 2030 een “Global Warming Potential” eis met een progressieve trend naar beneden wordt ingevoerd. Deze methodiek zorgt dat er wordt gebouwd in lijn met het klimaatakkoord van Parijs. Hiervoor is een eis opgenomen in het circulariteitsraamwerk: Paris Proof indicator/MPG-2. Zie H03.04 voor nadere toelichting. WLC-GWP (WLC) De EPBD introduceert een nieuw instrument voor het berekenen van de uitstoot van broeikasgasemissies gedurende de gehele levenscyclus van een gebouw: het “Global Warming Potential” (GWP) gedurende de levenscyclus (Whole Life Cycle), ookwel genoemd “WLC-GWP” (hierna: WLC). Dit gaat over de CO2-emissies die over de hele levenscyclus van gebouwen wordt uitgestoten. Daaronder valt naast het energiegebruik in de gebruiksfase van gebouwen (operationele emissies), ook de materiaalgebonden emissies. Momenteel wordt er in een Europees samenwerkingsverband toegewerkt naar CO2-doelstellingen voor de bouwsector. Met als doel om opgenomen te worden in nationale en internationale eisen.
Gemeente Delft zet in op het terugdringen van materiaalgebonden en operationele emissies en ziet daarin de WLC-benadering als de meest
7 2025-1068.001-6.0-IV/GG
geschikte methode om de CO2-uitstoot van gebouwen integraal te kunnen meten. Hiervoor is een eis opgenomen in het circulariteitsraamwerk. Zie H03.04 voor nadere toelichting. 02.06.02 Nationaal niveau Het Bbl is het belangrijkste onderdeel van de Nederlandse regelgeving voor eisen aan bouwwerken. Dit besluit stelt minimale eisen aan de duurzaamheid van zowel nieuwbouw als bestaande bouw, met als doel de milieubelasting van gebouwen te verminderen en bij te dragen aan de klimaatdoelstellingen. Circulariteit (vallend onder de noemer ‘duurzaamheid’) is in het Bbl behandeld met een minimale eis op de MilieuPrestatie Gebouwen (hierna: MPG). Doordat de MPG in het Bbl geborgd is, stelt Delft geen aanvullende eisen aan deze indicator. Een betere MPG score betekent niet direct dat een gebouw meer circulair is. Daarom stelt Delft aanvullende eisen aan andere circulariteitsindicatoren omdat Delft ziet dat deze niet voldoende zijn geborgd in eisen op Nationaal niveau. Ook de Rijksoverheid bereidt zich voor op de implementatie van EPBD IV wetgeving. Informatie over deze implementatie is te vinden in bijlage 4 – Kamerbrief Implementatie EPBD. De verwachting is dat er in de periode 20272030 nieuwe nationale wettelijke eisen bekend gemaakt worden én geïmplementeerd gaan worden. Gemeente Delft bereidt zich hierop voor door eisen te stellen aan methodieken uit de EPDB IV.
02.06.03 Provinciaal niveau Provincie Zuid-Holland schrijft in de Omgevingsverordening haar visie op het gebruik van circulaire en/of biobased grondstoffen en producten. Deze visie gaat als volgt: Circulair bouwen richt zich op circulariteit van materialen én het bouwproces. Hierbij zijn de bouwproducten van nu de grondstoffen van later. Het sluiten van de afvalkringloop (dus geen nieuw afval creëren) staat hierbij centraal. Hergebruik van beton is hier een voorbeeld van. Bij biobased bouwen zijn materialen gemaakt van hernieuwbare grondstoffen. Deze grondstoffen kunnen op korte termijn (minder dan tien jaar) terug groeien. Voorbeelden hiervan zijn hout en grassen. Fossiele grondstoffen, steen en zand zijn geen hernieuwbare grondstoffen. In het bouwproces wordt rekening gehouden met modulair en losmaakbaar bouwen om het hergebruik in de toekomst te vergemakkelijken. De provincie noemt in haar Omgevingsverordening veel concrete toepassingen voor circulair bouwen. Naast de hierboven genoemde toepassingen schrijft provincie Zuid-Holland het gebruik van het raamwerk uit HNN voor, hierin sluit de gemeente aan op het provinciaal beleid.
8 2025-1068.001-6.0-IV/GG
03 CIRCULARITEITSVISIE Circulair bouwen vormt een essentieel onderdeel van gemeente Delft in haar bredere visie op circulaire economie, toekomstbestendige gebouwen en gebiedsontwikkeling. In gebouw- en gebiedsontwikkelingen draagt iedereen die in Delft bouwt bij aan de ambitieuze circulariteitsdoelstellingen, zo maken we gezamenlijk de transitie naar een circulaire economie. Gemeente Delft ziet voor circulair bouwen drie thema’s die essentieel zijn om in 2050 volledig circulair te zijn. Dit betreft: het minimaliseren van de CO2-uitstoot van materialen en gebouwen, het minimaliseren van het gebruik van nieuwe grondstoffen en het vergroten van de hergebruikpotentie van materialen. Deze thema’s staan in deze visie uitgewerkt in drie circulaire doelen: ◼ Doel 1: Minimaliseren van CO2-uitstoot van materialen en gebouwen. ◼ Doel 2: Minimaliseren van gebruik nieuwe grondstoffen. ◼ Doel 3: Bewust bouwen voor de toekomst. 03.01 Doel 1: Minimaliseren van CO2-uitstoot van materialen en gebouwen Om CO2-emissies tot een minimum te beperken is het belangrijk om zowel naar de energiezuinigheid van een gebouw als de milieubelasting van de te gebruiken materialen te kijken. Naarmate gebouwen energiezuiniger worden, neemt het belang van het minimaliseren van de milieu-impact van de materialen in gebouwen verhoudingsgewijs toe.
Daarnaast zijn er afgelopen jaren grote stappen gezet op het terugdringen van het energieverbruik tijdens de gebruikersfase. Deze reductie in energieverbruik gaat vaak gepaard met meer materiaalgebruik en dus een toename in materiaalgebonden CO2-emissies. Daarom zet gemeente Delft, naast het reduceren van operationele emissies, in op het terugdringen van materiaalgebonden CO2-uitstoot. Gemeente Delft zet in op het minimaliseren van de impact op het milieu, nu én in de toekomst. Hiervoor stuurt de gemeente op onderstaande indicatoren. Het inzichtelijk maken van deze indicatoren zorgt ervoor dat de impact van circulaire toepassingen écht concreet en meetbaar wordt. ◼ Materiaalgebonden CO2-uitstoot (MPG-2): Deze indicator maakt inzichtelijk hoeveel CO2 er is uitgestoten bij de productie en bouwfase van de materialen, dit wordt ook ‘upfront carbon’ genoemd. Deze indicator wordt uitgedrukt in kg CO2 per m2 BVO. ◼ Whole Life Carbon (WLC): Door de Whole Life Carbon (hierna: WLC) methode te hanteren borg je een juiste balans tussen operationele en materiaalgebonden emissies. Dit biedt de mogelijkheid om één integrale afweging te maken op de CO2-prestatie van een gebouw over de hele levensduur. Hierbij gaat het om een integrale aanpak van energiezuinigheid, energieopwekking én lage uitstoot van bouwmaterialen.
03.02 Doel 2: Minimaliseren van gebruik nieuwe grondstoffen De wereldwijde behoefte aan grondstoffen neemt in rap tempo toe en daarom stuurt gemeente Delft op een verantwoorde herkomst van bouwmaterialen. Gemeente Delft wil materialen zolang mogelijk in het circulaire systeem houden door een zo hoog mogelijke circulaire strategie op de R-ladder na te streven. De R-ladder geeft een volgordelijkheid van circulaire strategieën, waarbij strategieën hoger op de ladder meer grondstoffen besparen. In alle projecten in de gemeente wordt gebouwd volgens onderstaand stappenplan voor materiaalkeuzes: 1. Circulaire strategie: Refuse & Rethink: Onderzoek bij bestaande bebouwing de mogelijkheden tot het transformeren naar een nieuwe functie. Dit heeft altijd de voorkeur boven sloop-nieuwbouw. Alleen als er geen mogelijkheden zijn om de bestaande bebouwing een nieuwe bruikbare functie te geven, mag deze gesloopt worden. Het keuzeplan in H06.02.01 dient doorlopen te worden in de afweging om een gebouw te slopen. 2. Circulaire strategie: Re-use: Pas waar mogelijk hergebruikte (of refurbished) materialen en producten toe. Voorwaarde hiervoor is dat deze materialen lokaal beschikbaar en passend zijn. Voor de beschikbaarheid van materialen binnen de gemeente kunt u kijken op diverse materialenmarktplaatsen. 3.
Circulaire strategie: Renewable & recycling: Indien het niet mogelijk is om een gebruikt alternatief voor een materiaal of product te vinden of te gebruiken, wordt er gekozen voor hernieuwbare (biobased) en/of gerecyclede materialen. De keuze voor hernieuwbare of gerecyclede materialen dient te worden afgewogen aan het toekomstscenario. Er dient een heldere afweging te zijn gemaakt op basis van de mate van losmaakbaarheid van het materiaal (losmaakbaarheidsindex; LI) en de hergebruikpotentie van het materiaal (% massa toekomstig recycling en/of hergebruik). 4. Duurzame strategie: Global Warming Potential (GWP): Indien het niet mogelijk is om een circulaire strategie toe te passen, wordt er gekozen voor een materiaal met het laagste GWP. Dit is betreft nieuwe materialen en is geen circulaire strategie. GWP is het milieueffect of de klimaatimpact van broeikasgassen, uitgedrukt in CO2– equivalent. Hiermee sturen we op het materiaal met de laagste materiaalgebonden CO2 -uitstoot.
9 2025-1068.001-6.0-IV/GG
03.03 Doel 3: Bewust bouwen voor de toekomst. Hoe beter we nu nadenken over onze toekomstige behoeften, hoe minder we in de toekomst van nieuwe materialen gebruik hoeven te maken. Door bewust over de toekomst na te denken en daarop onze ontwerp- en materiaalkeuzes te baseren, hoeven we in de toekomst minder te bouwen en te slopen. Gemeente Delft zet in op waardebehoud van de materialen en gebouwen. Daarom richt gemeente Delft zich op onderstaande indicatoren: ◼ Losmaakbaarheid: Gebouwen zijn opgebouwd uit verschillende materialen, producten en elementen die met elkaar zijn verbonden. De mate waarin deze verbindingen verbroken kunnen worden, zodat een object de functie kan behouden en hoogwaardig hergebruik realiseerbaar is, bepaalt de mate van losmaakbaarheid. Om losmaakbare materialen zo effectief mogelijk toe te passen wordt de mate van losmaakbaarheid gebaseerd op de levensduur en onderhoudscyclus van de materialen. ◼ Adaptief vermogen: Ontwerp een gebouw of gebied met het oog op toekomstige veranderende behoeften in een samenleving. Speel bijvoorbeeld in op een veranderende behoefte aan parkeerplaatsen, kantoren en personen per huishouden. Een mogelijkheid om het adaptief vermogen van een gebouw te verhogen is door aanpasbare plattegronden te maken. Gemeente Delft stelt alleen eisen aan adaptief bouwen voor utiliteit.
◼ Hergebruikpotentie: Kies voor materialen die in de toekomst hergebruikt of gerecycled kunnen worden. Dit zorgt ervoor dat materialen langer gebruikt kunnen worden waardoor er minder behoefte aan nieuwe grondstoffen is. Financiële restwaarde Het sturen op hergebruikpotentie en losmaakbaarheid van materialen, vergroot de mogelijkheid om deze materialen na sloop van een gebouw opnieuw te gebruiken. Dit maakt het mogelijk om in een businesscase te rekenen met financiële restwaarde van deze materialen. Bij projecten waarbij in de businesscase met restwaarde wordt gerekend, stelt Delft eisen aan de Losmaakbaarheidsindex. 03.04 Methodieken Om aantoonbaar impact te maken zet gemeente Delft in op het meetbaar maken van circulariteit door indicatoren te koppelen aan prestatieniveaus. Deze circulariteitseisen staan in de raamwerken in H04 en H05 beschreven. Gemeente Delft sluit aan op verschillende methodieken. Onderstaand staan de methodieken toegelicht: ◼ Het Nieuwe Normaal (HNN): HNN is een eenduidige taal met haalbare én ambitieuze circulaire prestaties voor de bouwsector. Het raamwerk is opgesteld in samenwerking tussen marktpartijen, publieke organisaties, adviesbureaus en kennisinstellingen. Dit is gedaan op basis van ontwikkelingen in de markt, voortschrijdend inzicht en feedback van zowel opdrachtgevers als opdrachtnemers.
Nieuwe inzichten kunnen leiden tot aanscherpingen van het raamwerk en aanscherpingen van prestatieniveaus. HNN betreft individuele indicatoren en vormt dus géén totaalscore. Gemeente Delft zet in op een deel van de indicatoren van HNN die in lijn liggen met de doelstellingen van de gemeente. Aansluiten op HNN zorgt ervoor dat de gemeente gebruik maakt van een breed gedragen en marktconform raamwerk. ◼ Paris Proof indicator/materiaalgebonden CO2-uitstoot (MPG-2): Deze indicator weerspiegelt de materiaalgebonden CO2-uitstoot tijdens de productie- en bouwfase, hier zitten geen operationele emissies bij. De indicator wordt gebruikt om te weerspiegelen hoe de Nederlandse bouwopgave kan worden uitgevoerd binnen het CO2-budget dat hoort bij het klimaatakkoord van Parijs. Daarom wordt deze indicator ook wel de Paris Proof indicator genoemd; er zijn grenswaarden voor deze indicator opgesteld die in lijn liggen met het behalen van de klimaatdoelen van Parijs. Deze grenswaarden worden jaarlijks aangepast. Door aan te sluiten op de Paris Proof grenswaarden zorgt de gemeente dat er gebouwd wordt in lijn met de klimaatdoelen van Parijs. ◼ Whole Life Carbon (WLC): De WLC-methode is een nieuw perspectief over verduurzaming in de bouwsector. WLC gaat over een combinatie van materiaalgebonden emissies én operationele emissies.
Dit maakt het mogelijk om een integrale CO2 afweging te maken over de hele levensduur van een gebouw. De verwachting is dat er in de periode 2027-2030 nieuwe nationale wettelijke eisen bekend gemaakt worden én geïmplementeerd gaan worden. Door voorafgaand al te reken met de WLC-score, bereidt Delft zich voor op toekomstige wetgeving. Circulair bouwen is in opkomst. Hierdoor vindt er veel innovatie plaats. Wat nu ambitieus is, is dat over een paar jaar al niet meer. Daarom scherpt Delft haar circulariteitseisen periodiek aan in Bijlage 1 Circulariteitseisen. Deze aanscherpingen baseert gemeente Delft op; ◼ Haar eigen ervaringen op basis van het voorgaande raamwerk, ◼ Het Nieuwe Normaal, ◼ Paris Proof doelstelling, ◼ Ontwikkelingen in wetgeving, zoals Whole Life Carbon.
10 2025-1068.001-6.0-IV/GG
04 CIRCULAIR GEBIED 04.01 CO2-budget op gebiedsniveau Voor gebiedsontwikkelingen met een gebiedsoppervlakte groter dan 10.000m2 met een combinatie van gebruiksfuncties, is het mogelijk om te bouwen volgens een CO2-budget op gebiedsniveau. Dit CO2-budget weerspiegelt de maximale materiaalgebonden CO2-uitstoot (MPG-2) van alle gebouwen binnen het gebied bij elkaar opgeteld. Het CO2-budget wordt bepaald aan de hand van een maximale wereldwijde opwarming. Hiermee wordt gebouwd in lijn met het klimaatakkoord van Parijs, dit budget wordt bepaald middels de Paris Proof Methodiek (zie H03.04). Binnen deze gebiedsontwikkelingen krijgt de initiatiefnemer de mogelijkheid het budget naar wens over het programma te verdelen. De gemeente geeft hiermee ruimte om de haalbaarheid van de ontwikkeling te vergroten. Dit door het optimaliseren op gebiedsniveau te stimuleren in plaats van op gebouwniveau. In het geval van een gronduitgifte met bouwverplichting wordt dit CO2-gebiedsbudget door de gemeente gecommuniceerd. In andere gevallen dient de initiatiefnemer aan de gemeente kenbaar te maken te willen bouwen met een CO2-gebiedsbudget, waarna de gemeente het budget voor de ontwikkeling bepaald. De initiatiefnemer toont bij de aanvraag Omgevingsvergunning aan te voldoen aan het vooraf vastgestelde CO2-gebiedsbudget. Doel: Minimalisering van de milieu-impact binnen het gebied
Indicator: Paris Proof CO2budget
Type: Gebiedsontwikkeling groter dan 10.000m2 met meer dan 1 gebruiksfunctie
Budget: Wordt o.b.v. programma bepaald.
Eenheid: Ton CO2-eq
Wanneer dit CO2-budget gehanteerd wordt, vervangt deze de indicator ‘Materiaalgebonden CO2-uitstoot (MPG-2)’ in het raamwerk voor gebouwen. Er dient dan ook voldaan te worden aan de overige indicatoren en prestatieniveaus op gebouwniveau, deze staan in H05 beschreven. Wanneer de gebiedsontwikkeling kleiner is dan 10.000m2, of slechts één gebruiksfunctie bevat, worden de reguliere raamwerken op gebouwniveau (H05) gehanteerd. 04.02 Openbare Ruimte Gemeente Delft heeft de ambitie om ook de Openbare Ruimte circulair in te richten. Ook voor de Openbare Ruimte is door HNN een raamwerk opgesteld: HNN Infra. Gemeente Delft ziet dit raamwerk als een groot potentieel om circulaire ambities aan de Openbare Ruimte te stellen. Eerst gaat de gemeente de financiële en technische haalbaarheid onderzoeken. Op basis daarvan besluit de gemeente of er in de toekomst een raamwerk voor de Openbare Ruimte wordt opgesteld. 04.03 Circulaire gebiedsontwikkeling Gebieden zijn continu in verandering en beweging. Er wordt gebouwd, gesloopt, getransformeerd, gebruikt en weggegooid. Een circulaire gebiedsontwikkeling is een integraal functionerend gebied voor alle gebruikers, waarin kringlopen zoveel mogelijk gesloten worden. Materiaal-, energie- en waterkringlopen worden op verschillende tijds- en schaalniveaus gesloten, in de realisatie-, gebruiks- en volgende levensfase.
Het creëren van een circulair gebied waarin alle kringlopen op elkaar zijn afgestemd is een lastige opgave. Om dit te bereiken is het nodig om de materiaal-, energie-, en waterstromen in het gebied inzichtelijk te maken en dit te koppelen aan het ruimtelijk programma en de menselijke behoeften. Op deze manier worden toekomstige plannen optimaal afgestemd op (vrijkomende) voorraden en worden deze voorraden zo lang mogelijk in het gebied gehouden. Gemeente Delft ziet het als een grote kans om in de toekomst gebiedsontwikkelingen circulair vorm te geven door alle kringlopen te sluiten. Op dit moment is daar echter nog niet genoeg ervaring voor om hier ambities over af te geven, hier werkt de gemeente wel naartoe. Om alvast een begin te maken werkt de gemeente toe naar het inzichtelijk maken van materiaalstromen binnen de stad en binnen afzonderlijke gebiedsontwikkelingen. 04.03.01 Transparantie van materiaalstromen In een circulaire gebiedsontwikkeling draait het niet alleen om het toepassen van duurzame materialen en ontwerpen, maar ook om het sluiten van kringlopen. Daarvoor is inzicht nodig in welke materialen aanwezig zijn in gebouwen, wat vrijkomt bij sloop of renovatie, en waar die materialen opnieuw kunnen worden ingezet. Drie instrumenten spelen hierbij een cruciale rol: materiaalpaspoorten, sloopmeldingen en oogstkaarten.
Deze instrumenten vormen de informatie-infrastructuur van de circulaire bouweconomie. Ze maken het mogelijk om gebouwen te zien als tijdelijke grondstoffendepots, sloop om te zetten in oogst, en gebiedsontwikkeling te baseren op hergebruik. Gemeente Delft stelt deze documenten verplicht in de procesregels voor haar ruimtelijke plannen. Dit is in H06 nader toegelicht.
11 2025-1068.001-6.0-IV/GG
05 CIRCULAIR GEBOUW De visie in H03 helpt bij het maken van circulaire keuzes. De volgende stap is het concretiseren, meten en optimaliseren. Dat wordt in dit hoofdstuk op gebouwniveau gedaan. Op basis van de circulariteitsvisie zijn indicatoren vastgesteld om circulariteit meetbaar te maken. De raamwerken in dit hoofdstuk geven de indicatoren weer waar gemeente Delft op stuurt. De bijbehorende prestatieniveaus staan beschreven in: Bijlage 1 Circulariteitseisen. In dit hoofdstuk staan de raamwerken voor nieuwbouw en bestaande bouw. 05.01 05.01.01
Nieuwbouw Raamwerk nieuwbouw
Doel:
Indicator:
Prestatieniveau:
Eenheid:
Doel 1: Minimaliseren
Materiaalgebonden
Het vigerende prestatieniveau dat minimaal
kg CO2-eq/ m2 BVO
van CO2-uitstoot van
CO2-uitstoot (MPG-2)
geëist wordt voor de indicatoren in dit
materialen en
Whole Life Carbon*
raamwerk, wordt periodiek in een rapport
gebouwen Doel 2: Minimaliseren
kg/ m2 BVO*jr
(Bijlage 1: Circulaire eisen) door gemeente Herkomst materialen
van gebruik nieuwe
Delft gepubliceerd. Dit rapport is te vinden
% massa biobased,
op de website van de gemeente.
hergebruikt, gerecycled
grondstoffen Doel 3: Bewust bouwen voor de toekomst
Hergebruikpotentie
% massa recyling, hergebruik
Losmaakbaarheid**
%
Adaptief vermogen***
%
*Aan WLC wordt vanaf 2028 een prestatieniveau gekoppeld. Tot 2028 dient dit enkel inzichtelijk gemaakt te worden. **Delft stuurt alleen op losmaakbaarheid in het geval van een businesscase met restwaarde. *** Delft stelt alleen eisen op adaptief vermogen bij utiliteitsfuncties.
Voor woningen met een BVO kleiner dan 80m2 is het lastiger om sommige prestatieniveaus uit het raamwerk van HNN te behalen. Dit komt omdat er relatief meer materiaal per vierkante meter nodig is. Daarom is er voor deze woningen een versoepeling op de indicator MPG-2, dit staat beschreven in Bijlage 1 Circulariteitseisen. De gemeente verzamelt tot 2028 data over de WLC van kleine woningen (<80m2 BVO). Hierna besluit de gemeente of er voor deze indicator een aangepaste eis wordt opgesteld. Voor de overige indicatoren worden de eisen uit het reguliere raamwerk gehanteerd. 05.02 Bestaande bouw Wat er al is, hoeft niet meer gebouwd te worden. Daardoor is het renoveren en transformeren van bestaande gebouwen circulair. Onder renovatie en transformatie verstaan wij het volgende: ◼ Het betreft een renovatieproject als er sprake is van een opwaardering. Vervanging of aanpassing van de gebouwschil, isolatie en ventilatie, installaties, badkamer/keuken/toilet en inbouw kunnen hier deel van uitmaken. Door renovatie kan de levensduur van een gebouw met een aanzienlijke periode wordt verlengt. ◼ Het betreft een transformatieproject wanneer er sprake is van een functiewijziging en/of uitbreiding/optopping van een bestaand gebouw. Vervanging of aanpassing van de gebouwschil, installaties en volledige inbouw kunnen hier deel van uitmaken. De constructie blijft behouden.
Door transformatie kan het behouden van gebouwonderdelen een grote hoeveelheid aan nieuw in te brengen materialen voorkomen. Waar mogelijk stuurt de gemeente op levensduurverlenging van gebouwen door renovatie. Indien een oorspronkelijk functie van een gebouw niet meer aansluit op de behoefte van de gebruikers en omgeving, stuurt de gemeente op transformatie van het gebouw. Kan het gebouw met realistische en haalbare aanpassingen verbouwd worden naar een nieuwe bruikbare functie, dan prefereert de gemeente transformatie boven sloop-nieuwbouw. Indien iemand voornemens is een gebouw in de gemeente te slopen, dient het keuzeplan sloop (H06.02.01) doorlopen te worden. Door het verschil in doel en omvang van elke renovatie- en transformatieopgave is het niet voor alle indicatoren mogelijk om eenduidige prestatieniveaus vast te stellen. Dit kan wel voor de indicatoren “herkomst materialen” en “hergebruikpotentie”, omdat deze in een massapercentage van het nieuw in te brengen materiaal worden uitgedrukt. Hiermee wordt een verantwoord herkomst- en toekomstscenario van de materialen geborgd. Het Paris Proof rekenprotocol heeft voor renovatieprojecten grenswaarden opgesteld. Deze worden in het raamwerk bestaande bouw gehanteerd. Voor transformatieopgaven hanteert Delft de Paris Proof grenswaarde van het raamwerk nieuwbouw. De
12 2025-1068.001-6.0-IV/GG
gedachte hierachter is dat door het transformeren van een gebouw, sloop-nieuwbouw voorkomen kan worden. Doordat er bij transformatie minder materiaal hoeft te worden toegevoegd zijn deze eisen relatief eenvoudiger te halen dan voor nieuwbouw. Op deze manier stimuleert gemeente Delft te kiezen voor transformatie in plaats van sloop-nieuwbouw. 05.02.01
Raamwerk bestaande bouw
Doel:
Indicator:
Prestatieniveau:
Eenheid:
Doel 1: Minimaliseren
Materiaalgebonden
Het vigerende prestatieniveau dat minimaal
kg CO2-eq/ m2 BVO
van CO2-uitstoot van
CO2-uitstoot (MPG-2)
geëist wordt voor de indicatoren in dit
materialen en
Whole Life Carbon**
raamwerk, wordt periodiek in een rapport
gebouwen Doel 2: Minimaliseren
kg/ m2 BVO*jr
(Bijlage 1: Circulaire eisen) door gemeente Herkomst materialen
van gebruik nieuwe
Delft gepubliceerd. Dit rapport is te vinden
% massa biobased,
op de website van de gemeente.*
hergebruikt, gerecycled
grondstoffen Doel 3: Bewust bouwen voor de toekomst
Hergebruikpotentie
% massa recyling, hergebruik
Losmaakbaarheid***
%
* Dit betreft enkel de inkomende materialen, berekend over het gehele BVO van de nieuwe situatie. **Aan WLC wordt vanaf 2028 een prestatieniveau gekoppeld. Tot 2028 dient dit enkel inzichtelijk gemaakt te worden. ***Delft stuurt alleen op losmaakbaarheid in het geval van een businesscase met restwaarde. Dit is enkel van toepassing voor transformatie en niet voor renovatie.
05.03 Maatwerk regeling Naast woningen en utiliteitsgebouwen zijn er veel andere typen vastgoed, waarvoor de raamwerken nieuwbouw en bestaande bouw niet passend zijn. Bijvoorbeeld parkeergarages, zorggebouwen, zwembaden en bibliotheken. Door de grote diversiteit in gebouwtypes is het niet mogelijk om hier één eenduidig prestatieniveau aan te koppelen. Voor gebouwen met een sterk afwijkende functie is het daarom mogelijk om een maatwerk-regeling te treffen. Monumentaal vastgoed Monumentaal vastgoed wordt automatisch bestempeld als maatwerk. Een initiatiefnemer die voornemens is tot renovatie of transformatie van monumentaal vastgoed dient zich hiervoor te melden bij de gemeente. De gemeente besluit vervolgens, op basis van het object, welke eisen hiervoor van toepassing zijn. 05.04 Keuzelijst circulair bouwen Voor nieuwbouw- en/of verbouwprojecten met een kleinere omvang worden niet dezelfde eisen gesteld als aan grotere ontwikkelingen. Dit omdat de bewijslast voor deze projecten anders niet proportioneel wordt. Voor kleinere ontwikkelingen krijgt de initiatiefnemer daarom de mogelijkheid om te kiezen uit een keuzelijst van circulaire toepassingen. Dit geldt voor: Woningen Utiliteit
Type ontwikkeling
Omvang project
Nieuwbouw
1 t/m 4 woningen
Verbouwing en renovatie
2 t/m 4 woningen
Renovatie en transformatie
Tot 500m2
De keuzelijst bestaat uit toepassingen die zijn gekoppeld aan punten. De initiatiefnemer dient minimaal 10 punten te behalen. Dit wordt getoetst bij het vergeven van de Omgevingsvergunning. Toepassing Voldoe aan de Paris Proof (MPG2) eis uit het reguliere raamwerk Maak een houten hoofddraagconstructie (alleen van toepassing voor nieuwbouw) Behaal minimaal 60% (massa) hergebruikpotentie van de toegepaste inkomende materialen Behaal minimaal 50% (massa) verantwoorde herkomst van de toegepaste inkomende materialen Gebruik uitsluitend biobased isolatiemateriaal Toepassen van circulaire installaties (bijv. refurbishte installaties) Opstellen materialenpaspoort
13 2025-1068.001-6.0-IV/GG
Punten 10 8 5 5 3 3 2
06 REALISATIE EN SLOOP De gemeente Delft focust zich niet enkel op wat er gebouwd en gesloopt wordt, maar ook hoe. Delft streeft naar een circulaire realisatie en sloop van projecten. Hiermee worden de volgende doelen bereikt: ◼ Minder restafval op de bouwplaats (zowel bij bouw als bij sloop); ◼ Voorkomen van onnodig slopen; ◼ Optimaal hergebruik van lokale vrijkomende materialen. 06.01 Circulaire bouwfase Gemeente Delft streeft naar een duurzame bouwplaats waarin de uitstoot van schadelijke stoffen tot een minimum beperkt wordt. Het bouwproces dient te voldoen aan de landelijk opgestelde stikstofeisen. Daarnaast dient het afval op de bouwplaats tot een minimum beperkt te worden. Hiervoor is onderstaande eis opgesteld. Afval op de bouwplaats: Gemeente Delft sluit aan op de BREEAM-NL Nieuwbouw en renovatie utiliteit v6.1.1. / BREEAM-NL Nieuwbouw en renovatie woningen 2023 doelstellingen voor het afvalmanagement op de bouwplaats (WST-01: https://richtlijn.breeam.nl/credit/afvalmanagement-op-de-bouwplaats-1627 ). Hiermee sturen we op het bevorderen van efficiënt grondstoffengebruik door effectief afvalbeheer en hergebruik op de bouwplaats te stimuleren. Bij de realisatie van alle bouwwerken binnen de gemeente moet minimaal één punt behaald worden op basis van de WST 01 credit.
Het behalen hoeft niet door een onafhankelijke BREEAM Assessor en/of de DGBC te worden vastgesteld, maar mag door een BREEAM expert of ter zake deskundige worden aangetoond. Materiaalpaspoorten: Gemeente Delft stelt het opstellen van materiaalpaspoorten verplicht bij alle projecten (nieuw- én bestaande bouw) groter dan 500m2 BVO. Een materiaalpaspoort legt vast welke (nieuwe) materialen en producten in een gebouw zijn toegepast, inclusief informatie over herkomst, samenstelling, losmaakbaarheid, milieuprestaties en herbruikbaarheid. Dit stimuleert waardebehoud van materialen doordat deze geregistreerd staan als waardevolle grondstoffen. Dit maakt het hergebruik hiervan gemakkelijker. Het materiaalpaspoort dient door een gediplomeerde partij opgesteld te zijn en door de gebouweigenaar gearchiveerd te worden. Ook dient deze bij de gemeente aangeleverd te worden. 06.02 Circulaire sloopfase Duurzame sloop is een essentieel onderdeel van het bredere kader van duurzaam bouwen. Terwijl de focus vaak ligt op de bouw en het gebruik van gebouwen, is het van cruciaal belang om ook aandacht te besteden aan de sloopfase. Traditionele sloopmethoden kunnen aanzienlijke milieuschade veroorzaken, waaronder afvalproductie, vervuiling en verlies van waardevolle materialen.
Door duurzame slooppraktijken toe te passen, kunnen we deze negatieve effecten aanzienlijk verminderen en kunnen waardevolle materialen optimaal benut worden. Sloopmeldingen: Een melding ter aankondiging van sloop is verplicht bij alle sloopprojecten met meer dan 10m3 sloopafval. Deze melding dient bij de gemeente gedaan te worden. Deze sloopmeldingen geven inzicht in vrijkomende materialen vóór de sloop, waardoor hergebruik beter kan worden voorbereid. Daarnaast biedt het de mogelijkheid dit vrijkomende aanbod te koppelen aan (lokale) vraag: Herbruikbare vrijkomende materialen dienen te worden aangeboden aan lokale bouwprojecten, opslaglocaties of circulaire marktplaatsen. Oogstkaarten: Gemeente Delft stelt het opstellen van een oogstkaart verplicht bij alle sloopprojecten groter dan 500m2 BVO. Een oogstkaart is een ruimtelijke kaart of database waarin beschikbare materialen uit te slopen gebouwen of gebieden worden geïnventariseerd. Dit instrument helpt gemeenten en ontwikkelaars om circulaire kansen lokaal of regionaal te benutten. Oogstkaarten maken inzichtelijk welke grondstoffen of producten op welk moment beschikbaar komen. Een template voor een oogstkaart is in bijlage 3 toegevoegd.
14 2025-1068.001-6.0-IV/GG
06.02.01 Afwegingstool sloop Indien een particulier, ontwikkelende partij of andersoortige partij voornemens is een of meerdere gebouwen met een totaal BVO groter dan 250m2 in gemeente Delft te slopen, dient onderstaand keuzeplan doorlopen te worden. Dit stappenplan stuurt op het zoveel mogelijk behouden van bruikbare bebouwing in gemeente Delft. Delft sloopt alleen wanneer dit écht noodzakelijk is. Stap 1. Technische en bouwkundige staat Actie: Technische en bouwkundige staat dient onderzocht te worden. Is de bouwkundige staat van het (fundering en constructie) casco van het gebouw in redelijke tot goede staat, zodanig dat transformatie haalbaar is? Ja → Ga door naar stap 2 Nee → Ga door naar stap 6 Stap 2. Constructieve adaptiviteit Actie: Gebouwflexibiliteit dient volgens ‘Methode adaptief vermogen gebouwen 2.1’ berekend te worden. Is de structuur van het gebouw geschikt voor aanpassing aan andere functies? Gebouwflexibiliteit is ≥ 37% → Ga door naar stap 3 Gebouwflexibiliteit is < 37% → Ga door naar stap 6 Stap 3. Vraag en marktperspectief Actie: Behoefte naar een nieuwe functie in de omgeving dient onderzocht te worden. Is er in de omgeving behoefte aan een nieuwe functie die past binnen de bestaande bebouwing? (bijvoorbeeld; woningbouw in een kantoorpand, of zorgvastgoed in een voormalig schoolgebouw). Ja → Ga door naar stap 4 Nee → Ga door naar stap 6 Stap 4.
Inpasbaarheid van installaties en duurzaamheid Actie: Mogelijkheden naar verduurzaming tot wettelijk gestelde eisen dienen onderzocht te worden. Kunnen nieuwe installaties (klimaat, ventilatie, elektra) goed worden geïntegreerd? Is het mogelijk om het gebouw energiezuinig te maken én hierin te voldoen aan de wettelijk gestelde eisen? Ja → Ga door naar stap 5 Nee → Ga door naar stap 6 Stap 5. Financiële haalbaarheid Actie: Financiële haalbaarheid van de transformatie dient onderzocht te worden. Is transformatie financieel haalbaar of vergelijkbaar met nieuwbouw op dezelfde locatie? Ja → Transformatie of renovatie is verplicht. Nee → Ga door naar stap 6 Stap 6. Cultuurhistorische of architectonische waarde Actie: cultuurhistorische, architectonische of stedenbouwkundige waarde dient onderzocht te worden Heeft het gebouw cultuurhistorische, architectonische of stedenbouwkundige waarde? Ja → Transformatie of renovatie met aangepaste businesscase (subsidies of aangepaste functie) Nee → Circulaire sloop met sloopmelding
15 2025-1068.001-6.0-IV/GG
06.02.02 Eisen circulaire sloop De gemeente sluit aan bij de minimum eisen voor circulair slopen van Sloopcirculair.nl. Deze zijn binnen een netwerk van opdrachtgevers, sloopaannemers, sloopadviesbureaus, recyclebedrijven in de keten afgestemd. Doel is te komen tot optimale hergebruik van producten en grondstoffen die vrijkomen bij het slopen van gebouwen. Bij alle sloopprojecten groter dan 500m2 binnen de gemeente dient het onderstaand aangegeven percentage van de totale massa van het materiaal zo behandeld te worden dat het geschikt is voor hergebruik (R3), reparatie (R4) of recycling (R5). Materiaal
Eis*
Glas
Minimaal 90% van de totale massa van het glas uit het sloopproject.
Beton
Minimaal 90% van de totale massa van het beton uit het sloopproject.
Metalen
Minimaal 95% van de totale massa van de metalen uit het sloopproject.
Hout
Minimaal 90% van de totale massa van het hout uit het sloopproject.
*Voor een nadere toelichting op de gestelde eisen wordt u verwezen naar de productbladen zoals deze staan op: https://www.sloopcirculair.nl/productbladen/. In deze productbladen staat de manier van aantonen en de uitzonderingen beschreven.
16 2025-1068.001-6.0-IV/GG
07 DUURZAME EN SOCIALE GEBRUIKSFASE Een duurzaam gebouw of gebied valt of staat niet alleen met ontwerp en materiaalkeuze, maar ook met het gedrag van de bewoners en gebruikers. Bewoners en gebruikers spelen een essentiële rol in het verduurzamen van de gebruiksfase waarin gebouwen en openbare ruimte actief worden benut. Door bewust om te gaan met hulpbronnen, eigenaarschap te voelen voor de plek en gebruik te maken van gedeelde voorzieningen, kunnen zij direct bijdragen aan een lagere milieubelasting en een veerkrachtige leefomgeving. Delft werkt samen met bewoners en organisaties aan de leefbaarheid in de buurten en het verbeteren van het sociale klimaat. Bewoners voelen zich verbonden met hun buurt en zetten zich actief in voor de leefbaarheid van de eigen woon- en leefomgeving. Een leefomgeving die schoon, heel en veilig is en ruimte biedt voor ontmoeting, is de basis. Delft wil hoogwaardige, moderne en toegankelijke voorzieningen voor iedereen. In gebiedsontwikkelingen en andere relevante ruimtelijke ontwikkelingen zijn maatschappelijke voorzieningen onderdeel van de planvorming. Naast het investeren in nieuwe voorzieningen gaat het ook om het herverdelen en optimaliseren van het bestaande aanbod. Gemeente Delft ziet een duurzame gebruiksfase als een essentieel onderdeel van een fijne, gezonde en duurzame leefomgeving.
Daarom stimuleert de gemeente initiatieven die bijdragen aan onderstaande thema’s: ◼ Delen: Het delen van goederen en voorzieningen. ◼ Energie: Slim omgaan met energie opwekking en energie behoefte. ◼ Gezondheid: Het stimuleren van gezonde keuzes door ontwerp of initiatieven. ◼ Ontmoeting: Het faciliteren van ontmoetingsruimten. ◼ Mobiliteit: Het stimuleren van duurzame en gezonde mobiliteitskeuzes door inrichting Openbare Ruimte. Met name op gebiedsniveau is het mogelijk grote impact te maken met een duurzame gebruiksfase. Het is voor ontwikkelaars verplicht om voor gebiedsontwikkelingen groter dan 20.000m2 maatregelen te faciliteren voor alle bovenstaande thema’s. Ontwikkelaar dient een kwalitatief plan te maken over de invulling die gegeven wordt aan bovenstaande thema’s.
17 2025-1068.001-6.0-IV/GG
08 OVERZICHT EISEN Hieronder is een overzicht gegeven van alle eisen die in dit beleidsdocument gesteld zijn en wanneer deze van toepassing zijn: Nieuwbouwprojecten Functie:
Van toepassing bij:
Beleid van toepassing:
Woningen
1 t/m 4 woningen
Keuzelijst circulair bouwen zie H05.04
Vanaf 5 woningen
Volledig raamwerk zie H05.01
Tot 500m BVO
Keuzelijst circulair bouwen zie H05.04
Vanaf 500m BVO
Volledig raamwerk zie H05.01
Utiliteit
2
2
Bestaande bouw (verbouw-, renovatie- en transformatieprojecten) Functie:
Van toepassing bij:
Beleid van toepassing:
Woningen
1 woning
Bouwen volgens de circulariteitsvisie van de gemeente
2 t/m 4 woningen
Keuzelijst circulair bouwen zie H05.04
Vanaf 5 woningen
Volledig raamwerk zie H05.02
Tot 500m2 BVO
Keuzelijst circulair bouwen zie H05.04
Vanaf 500m BVO
Volledig raamwerk zie H05.02
Van toepassing bij:
Beleid van toepassing:
Tot 10.000m of slechts één gebruiksfunctie binnen het gebied.
Volledige raamwerken op gebouwniveau H05
Vanaf 10.000m2 met meerdere gebruiksfuncties binnen het gebied.
CO2-budget op gebiedsniveau zie H04.01 én overige indicatoren van raamwerken gebouwniveau H05
Utiliteit
2
Gebiedsontwikkeling Gebied
2
Realisatie-, gebruiks- en sloopfase Fase:
Van toepassing bij:
Beleid van toepassing:
Realisatiefase
Alle bouwprojecten
BREEAM WST-01 Afval op de bouwplaats zie H06.01
Bouwprojecten groter dan 500m2 BVO
Materiaalpaspoort zie H06.01
Gebruiksfase
Gebiedsontwikkelingen groter dan 20.000m2
Maatregelen op 5 gebiedsthema’s zie H07
Sloopfase
Sloopprojecten groter dan 250m2 BVO
Doorlopen afwegingstool sloop zie H06.02.01
Sloopprojecten groter dan 500m2 BVO
Oogstkaart, eisen circulaire sloop zie H06.02 en H06.02.02
Sloopprojecten meer dan 10m3 sloopafval
Sloopmelding zie H06.02
18 2025-1068.001-6.0-IV/GG
09 AANDACHTSPUNTEN 09.01 Vroegtijdige betrokkenheid in ontwerptraject De essentie van vroegtijdige betrokkenheid van circulariteit in het ontwerpproces ligt in het maken van fundamentele keuzes op een moment dat de impact nog groot is. In de beginfase worden de belangrijkste ontwerpbeslissingen genomen over materialen, constructiemethoden en ruimtelijke opzet. Wanneer circulariteit hier vanaf het startpunt wordt geïntegreerd, kan optimaal rekening worden met de eisen uit de raamwerken en bevordert dit de haalbaarheid hiervan. Een duidelijk voorbeeld is de keuze voor de gebouwvorm. Ontwerpen zonder oog voor circulaire principes leidt vaak tot gevels met veel verspringingen, zoals uitkragingen of inpandige balkons. Esthetisch kan dit aantrekkelijk lijken, maar vanuit circulair oogpunt is een compact gebouw veel verstandiger: er is minder materiaal nodig, de constructie wordt eenvoudiger en je vloeroppervlak efficiënter. Door circulariteit zo vroeg mogelijk in het ontwerpproces te integreren, kunnen ontwerpers keuzes maken die zowel esthetisch aantrekkelijk zijn als bijdragen aan een circulair gebouw. 09.02 Beschikbaarheid van materialen 09.02.01 Biobased materialen De beschikbaarheid van biobased materialen is afhankelijk van het groeiseizoen. Het oogstmoment bepaalt hiervoor de grondstofaanvoer en daarmee de beschikbaarheid van de materialen.
De meeste biobased bouwmaterialen worden geoogst tussen eind zomer en late herfst. Dit betekent dat er een aanvoerpiek is in het najaar. In de winter en het voorjaar is er juist een beperkte aanvoer. Goede opslag, lokale verwerking en ketensamenwerking zijn cruciaal om deze materialen jaarrond beschikbaar te maken voor de bouwsector. Building Balance is een non-profit organisatie die het gebruik van biobased grondstoffen in de gebouwde omgeving versneld opschaalt. Vanuit de Rijksoverheid voert deze organisatie de Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB) uit. Het programma Building Balance initieert, stimuleert en ondersteunt zelfstandige regionale en landelijke ketens. Sommige andere landen binnen de Europese Unie zijn al verder op het gebied van biobased bouwmaterialen produceren, Duitsland is hier een goed voorbeeld van. Het is daarom raadzaam om ook de Duitse biobased bouwmaterialen-markt in de gaten te houden en ketensamenwerking op te zetten. 09.02.02 Gebruikte materialen Gemeente Delft wil naar een volledig circulaire bouweconomie. Dat betekent dat materiaal- en ontwerpkeuzes moeten worden gebaseerd op toekomstig hergebruik van de materialen. Om het hergebruik van materialen optimaal te faciliteren is het noodzakelijk om de beschikbaarheid inzichtelijk te maken.
Dit betekent dat de materiaalvoorraad van de gebouwde omgeving én het moment van vrijkomen van de materialen inzichtelijk gemaakt moet worden. Hierdoor is het mogelijk om aanbod en vraag efficiënt en strategisch aan elkaar te kunnen koppelen. Delft wil naar een toekomstige situatie waarbij materiaalstromen dienen als ontwerpfactor bij stedenbouwkundige plannen. Om dit mogelijk te maken stelt gemeente Delft materiaalpaspoorten, sloopmeldingen, oogstkaarten en circulaire sloopprocessen verplicht voor bepaalde projecten. Voor meer informatie zie H06. 09.03 Brandveiligheid van biobased materialen Brandveiligheid van biobased bouwen is een actueel thema dat door de veiligheidsregio’s op landelijk niveau aandacht heeft. Er is echter (nog) geen landelijk of regionaal beleid. Ook zijn er geen specifieke brandveiligheidseisen die vanuit de veiligheidsregio worden voorgeschreven. In beginsel moet het bouwen voldoen aan de brandveiligheidseisen uit het BBL of een gelijkwaardige invulling van de voorschriften. Daarnaast komt voor dat biobased bouwmaterialen niet kunnen voldoen aan geldende normen die vanuit het BBL zijn aangestuurd. De veiligheidsregio Haaglanden geeft in zulke situaties een risicogericht advies. Dit is vaak bouwwerk-specifiek maatwerk en vraagt om het vroeg betrekken van de adviseurs van veiligheidsregio Haaglanden bij het bouw(aanvraag)traject.
09.04 Akoestiek bij circulaire materialen Circulair bouwen roept soms de zorg op dat er concessies moeten worden gedaan aan geluidskwaliteit. Bij circulair bouwen speelt de veronderstelling dat hergebruikte materialen of demontabele constructies minder isolerend zouden zijn. Bij biobased bouwen leeft de gedachte dat lichte materialen, zoals hout, vlas of hennep, slechter scoren dan zwaardere traditionele materialen.
19 2025-1068.001-6.0-IV/GG
In de praktijk blijkt dit een misvatting. Zowel circulaire als biobased bouwmethoden kunnen voldoen aan de geldende akoestische eisen. Slimme ontwerpkeuzes, zoals gelaagde constructies, zwevende vloeren of demontabele wandsystemen, zorgen ervoor dat contact- en luchtgeluid goed worden beheerst. Daarnaast bieden biobased isolatiematerialen, zoals cellulose en hennep, uitstekende geluidsabsorptie. Door bewust te ontwerpen met deze materialen en technieken, kan akoestisch comfort zelfs worden verbeterd. 09.05 Betaalbaarheid Een belangrijke vraag over circulair bouwen die steeds vaker naar voren komt, is “Wat zijn de financiële gevolgen van HNN?” 09.05.01 Investeringskosten De investeringskosten van de negen doorgerekende archetypen zijn in onderstaande tabel uiteengezet voor zowel het traditionele als HNN scenario. De meerinvestering voor HNN scenario ten opzichte van traditioneel bouwen is afhankelijk van het archetype tussen de 3% en 9%. Investeringskosten Archetype
Traditioneel
Het Nieuwe Normaal
Woning S tussen
€ 1.570
€ 1.715 (+9,2%)
Woning M hoek
€ 1.730
€ 1.880 (+8,0%)
Woning 2,5 laags
€ 1.840
€ 2.000 (+8,7%)
Woongebouw M
€ 2.030
€ 2.190 (+7,9%)
Woonschijf
€ 2.195
€ 2.320 (+5,7%)
Toren
€ 2.685
€ 2.825 (+5,2%)
Galerij
€ 2.535
€ 2.670 (+5,3%)
Kantoor M
€ 2.440
€ 2.505 (+2,7%)
Onderwijsgebouw M
€ 2.470
€ 2.570 (+4,0%)
Bovenstaande informatie is afkomstig uit het rapport “Het kostenperspectief van Het Nieuwe Normaal” van Alba Concepts en Cirkelstad. Voor meer informatie wordt u doorverwezen naar dit document. https://albaconcepts.nl/alba-paper/het-nieuwenormaal-vanuit-kostenperspectief/. Financiële restwaarde materialen De financiële restwaarde van materialen kan een belangrijke rol spelen in de businesscase van een circulair gebouw. Wanneer gebouwen zo worden ontworpen dat materialen een hoge hergebruikpotentie hebben én op een losmaakbare manier met elkaar verbonden zijn, behouden ze hun waarde na de gebruiksfase van het gebouw. In plaats van dat materialen als afvalkosten worden afgeschreven, kunnen ze worden verkocht of opnieuw ingezet. Dit verlaagt de totale kosten over de levensduur en kan zelfs extra opbrengsten genereren. Het meenemen van restwaarde versterkt daarmee de businesscase: investeringen in circulaire oplossingen verdienen zich deels terug, terwijl tegelijkertijd de risico’s van grondstofschaarste en prijsstijgingen worden beperkt. Zo ontstaat niet alleen een meer circulair, maar ook financieel haalbaarder gebouw. 09.06 Kansen 09.06.01 Rijksoverheid MIA-subsidie De MIA-subsidie (Milieu-investeringsaftrek) is een fiscale regeling van de Nederlandse overheid die bedrijven stimuleert om te investeren in milieuvriendelijke technieken.
Ondernemers kunnen met de MIA een percentage (tot maximaal 45%) van het investeringsbedrag extra aftrekken van hun fiscale winst. Deze regeling geldt alleen voor investeringen die voorkomen op de Milieulijst van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). De MIA-subsidie kan de haalbaarheid van duurzame bouwprojecten aanzienlijk verbeteren. Doordat een deel van de investering fiscaal aftrekbaar is, dalen de netto kosten van circulaire bouwmaterialen. Hierdoor wordt het financieel
20 2025-1068.001-6.0-IV/GG
aantrekkelijker om duurzame keuzes te maken. Dit vergroot de kans dat een bouwproject economisch rendabel én maatschappelijk verantwoord wordt gerealiseerd. 09.06.02 Zuid-Holland Provincie Zuid-Holland heeft een strategie opgesteld om de transitie naar een circulaire economie te versnellen. Deze strategie heeft de provincie opgesteld in acht bouwstenen. De bouwstenen zijn gericht op het verbreden en versterken van de circulaire beweging én het steviger inzetten van de provinciale rollen en instrumenten om de transitie te stimuleren. U kunt de bouwstenen bekijken op: https://magazine.zuid-holland.nl/samen-bouwen-aan-een-circulairzuid-holland/acht-bouwstenen-waarmee-we-verschil-maken. 09.06.03 Regio Building Balance Building Balance is een non-profit organisatie die het gebruik van biobased grondstoffen in de gebouwde omgeving versneld opschaalt. Samen met het Rijk en provincies voert Building Balance regionale ketenprojecten uit. Voor informatie over de beschikbaarheid van biobased materialen en productieketens is het aan te raden om contact op te nemen met Building Balance. 09.06.04 Delft DelftDoetDuurzaam.nl Delft Doet Duurzaam is het platform waar alle bedrijven, organisaties en de gemeente die zich inzetten voor een duurzame toekomst voor Delft samenkomen.
TU Delft: The Green Village The Green Village is een “openlucht-laboratorium” op TU Delft Campus met een focus op de gebouwde omgeving waar getest kan worden op wijk-, straat- en gebouwniveau. Op The Green Village werken ondernemers, kennisinstellingen, overheden en bewoners dagelijks aan innovatieve oplossingen voor een duurzame toekomst. The Green Village is ook de ontmoetingsplek waar alle stakeholders bij elkaar komen om kennis te brengen, te halen en uit te wisselen.
21 2025-1068.001-6.0-IV/GG
22 2025-1068.001-6.0-IV/GG