CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

A 7.2.A Amendement weigering VvGB Kalverbos 20 - D66, CDA, SP, OD, HvD

Raadsvergadering 29 januari 2026, gemeente DelftBij agendapunt: Raadsvoorstel Verklaring van geen bedenkingen Kalverbos 20 (2546709)1.821 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

AMENDEMENT Weigering VvGB Kalverbos 20 De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op donderdag 29 januari 2026 ter bespreking van het agendapunt Verklaring van geen Bedenkingen Kalverbos 20 (nr. 2549768), gelet op artikel 2.27 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en artikel 6.5, eerste en tweede lid, van het Besluit omgevingsrecht (Bor); BESLUIT Het voorgestelde raadsbesluit als volgt te wijzigen: WAS: “1. Een verklaring van geen bedenkingen als bedoeld in artikel 6.5 lid 1 van het Besluit omgevingsrecht af te geven voor het project Kalverbos 20.” WORDT: “1. Een verklaring van geen bedenkingen als bedoeld in artikel 6.5 lid 1 van het Besluit omgevingsrecht te weigeren voor het project Kalverbos 20, omdat functiewijziging naar zelfstandige horeca met groot terras op deze locatie in strijd is met goede ruimtelijke ordening, vanwege de volgende punten: -

-

Zelfstandige horeca met een groot terras leidt tot ruimere en zelfstandige openingstijden, een zelfstandige bezoekersstroom en een grotere ruimtelijke impact door stemgeluid op het terras, extra aan- en afrijbewegingen, bevoorrading/logistiek en afvalstromen; Er onvoldoende is onderbouwd waarom kan worden afgeweken van gemeentelijk beleid om geen toename van horeca op deze locatie toe te staan; Het Kalverbos behouden moet blijven als relatief rustige plek in een verdichtende stad; De behoefte aan het plan onvoldoende is gemotiveerd in het licht van optimaal ruimtegebruik in stedelijke gebieden.”

Brendan Analikwu

Gerrit Jan Valk

D66

CDA

Joost van der Sluis SP

Jolanda Gaal

Onafhankelijk Delft

Coby de Koning Hart voor Delft

1

Toelichting: De gemeenteraad besluit de verklaring van geen bedenkingen (VvGB) als bedoeld in artikel 2.27 Wabo, juncto artikel 6.5 Bor, te weigeren. Een VvGB kan op grond van artikel 6.5, tweede lid, Bor uitsluitend worden geweigerd in het belang van een goede ruimtelijke ordening. Indieners stellen voorop dat de raad bij de beslissing om al dan niet een VvGB te verlenen beleidsruimte heeft en een eigen, ruimtelijk relevante belangenafweging dient te maken. 1 Indien de raad de VvGB weigert, is het college gehouden de omgevingsvergunning voor de betreffende activiteit te weigeren. Hieronder volgt een uitgebreidere onderbouwing van de weigering. 1. Weigering van functiewijziging De raad weigert de VvGB omdat het plan voorziet in een functiewijziging naar zelfstandige grootschalige horeca (met een terras van substantiële omvang, circa 80 personen), terwijl ter plaatse planologisch eerder slechts ondergeschikte horeca was toegestaan als ondersteunende voorziening bij een hoofdfunctie (kunst/cultuur) en de raad dit onwenselijk acht. Deze stap betekent een toename en intensivering van horeca en daarmee een wezenlijke verandering van het ruimtelijk gebruik, met gevolgen voor het woon- en leefklimaat en het karakter van de openbare ruimte.

Deze functiewijziging in combinatie met de grootschaligheid acht de raad, gelet op het hieronder beschreven beleidskader en gebiedskarakter, in strijd met een goede ruimtelijke ordening. De raad vult het criterium goede ruimtelijke ordening concreet in aan de hand van (i) de in Delft gehanteerde beleidswens om horeca te clusteren en geen toename van horeca toe te staan binnen de sfeergebieden Wonen en Creatief Grachtengebied, en (ii) de beleidsmatige waardering van het Kalverbos als groene parel/rustplek. Gelet op deze twee pijlers concludeert de raad dat zelfstandige horeca op deze locatie in beginsel ruimtelijk onwenselijk is. Daarmee is de aanvraag die juist op zelfstandige horeca met groot terras is gericht niet verenigbaar met het door de raad gehanteerde kader voor goede ruimtelijke ordening op deze plek. De raad benadrukt dat dit geen abstract of willekeurig criterium is: het betreft een concrete ruimtelijke keuze over functiemenging, leefkwaliteit, geluidbelasting en het beschermen van groen/overgangszones in de binnenstad. Een afwijking ten opzichte van het hiervoor genoemde beginsel vereist een ruimtelijke motivering die nu ontbreekt. Ook is niet voldoende gemotiveerd dat er een behoefte is aan dit plan. In het licht van optimaal ruimtegebruik in stedelijke gebieden kan goede ruimtelijke ordening ook worden ingevuld met - onder andere - de behoefte aan het plan.

Deze vier punten worden hieronder verder toegelicht. 2. Geen toename van horeca aan de hand van sfeergebieden Uit de (planologisch2 en beleidsmatig3 vastgelegde) sfeerbenadering van de binnenstad volgt dat functies worden geconcentreerd en dat in met name op wonen gerichte gebieden geen verdere horeca-uitbreiding is beoogd. Juist Kalverbos 20 ligt in een overgangsgebied tussen Wonen en Creatief Grachtengebied; dit gebied is naar karakter 1

ECLI:NL:RVS:2016:921 r.o. 5.2 Toelichting Bestemmingsplan Binnenstad 2012, H 2.2 Visie op de binnenstad 3 Gebiedsbeelden Delft 2025 2

2

nadrukkelijk geen plein- of uitgaanslocatie, maar een relatief rustige groene rand van de binnenstad. Daartoe wordt geschreven in de plantoelichting van Bestemmingsplan Binnenstad 2012: “De concentratie behelst tevens dat in de vooral op wonen gerichte gebieden (sfeergebieden wonen en creatief grachtengebied) geen toename van horeca is toegestaan.” Hoewel deze plantoelichting zelf geen kader vormt voor de beoordeling van de vergunning – de aanvraag is immers voor een buitenplanse afwijking – geeft zij wel blijk van de visie die de raad heeft op de Delftse binnenstad. Dit is terecht naar voren gebracht in zienswijze 1.3.4 In de beantwoording van de zienswijzen wordt onterecht verwezen naar het stedenbouwkundig advies 23 juli 2024. Ten eerste maakt deze onderbouwing geen deel uit van de stukken ter besluitvorming door de gemeenteraad. Ten tweede komt de inpassing van de functie in het licht van het genoemde beleid niet aan de orde in het advies, waardoor de raad de conclusie dat functie aanvaardbaar is niet kan volgen. In de ruimtelijke onderbouwing wordt getoetst aan algemene normen en niet aan het beleid op deze concrete locatie. Ter illustratie: het plan wordt getoetst aan de VNGpublicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ voor het aspect geluid.

Er wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling passend is gezien het maximaal toelaatbare geluidsniveau in een gemengde stedelijke omgeving. Echter betekent dit niet direct dat de ontwikkeling passend is gezien het beleid dat de raad hanteert: uit de genoemde sfeergebieden volgt een strengere norm. De raad had mogen meewerken, maar ziet geen reden om af te wijken van de sfeergebieden en maakt gebruik van de toegekende beleidsruimte de verklaring te weigeren op dit punt. 3. Visie Groen en Biodiversiteit Daarnaast volgt uit de visie Groen en Biodiversiteit5 (en de bredere gemeentelijke benadering van “groene parels”) dat groen in een verdichtende stad mede de functie heeft van rustplek/buffer en dat dergelijke plekken ruimtelijk zorgvuldig moeten worden beschermd. Een intensief gebruikt terras van deze omvang schuurt door de aard van het gebruik (met name stemgeluid, avond- en weekendgebruik, bezoekersstromen, logistiek en afvalstromen) duidelijk met de rustfunctie. De waarde van groen als rustplek zoals beschreven in de visie Groen en Biodiversiteit wordt terecht benoemd in zienswijze 2.1.4 De beantwoording van deze zienswijze gaat echter alleen in op de waarde van dit groen als stadsnatuur. De raad vindt het onvoldoende onderbouwd dat afbreuk aan de rustfunctie niet strijdig is met een goede ruimtelijke ordening. 4.

Verschil ondergeschikte en zelfstandige horeca Ten overvloede merkt de raad op dat “ondergeschikte horeca” in het geldende planologische kader wordt begrepen als: “horeca die aanwezig is binnen een andere hoofdfunctie en daar naar oppervlakte en ruimtelijke uitstraling ondergeschikt aan is.” 6 De raad verstaat hieronder, in lijn met doel en strekking van dit begrip, een kleinschalige voorziening die aantoonbaar ondersteunend is aan de hoofdfunctie (bijvoorbeeld: een klein museum-/cultuurcafé waar bezoekers tijdens openingstijden van de hoofdfunctie een kop koffie of een broodje kunnen krijgen), met een beperkte ruimtelijke uitstraling (beperkt terras, beperkte bezoekersaantrekkende werking, beperkte avondfunctie). Het voorliggende plan wijkt hiervan wezenlijk af: zelfstandige horeca met een groot terras leidt tot ruimere en zelfstandige openingstijden, een zelfstandige bezoekersstroom (dus 4

Nota Zienswijzen Kalverbos Visie Groen en Biodiversiteit, p. 25 6 Art. 1.61 Regels Bestemmingsplan Binnenstad 2012 5

3

niet primair gekoppeld aan de hoofdfunctie), en een grotere ruimtelijke impact door (i) stemgeluid op het terras, (ii) extra aan- en afrijbewegingen, (iii) bevoorrading/logistiek en (iv) afvalstromen. Dat zijn ruimtelijk relevante effecten die in sfeergebieden Wonen en Creatief grachtengebied niet passen. Een voorbeeld hiervan betreft de afwikkeling van logistiek verkeer. In de vergunningvoorschriften is opgenomen dat vrachtwagens die moeten leveren onder begeleiding achteruit dienen te rijden. Dit onderstreept dat de beoogde zelfstandige horeca leidt tot extra en zwaardere logistieke bewegingen die niet passen bij de inrichting en het karakter van het Kalverbos. Het is ruimtelijk onwenselijk en in het licht van verkeersveiligheid kwetsbaar dat bevoorrading feitelijk neerkomt op achteruitrijdend verkeer over een (smal) zandpad. De raad acht dit, in samenhang met de overige ruimtelijke effecten, niet verenigbaar met een goede ruimtelijke ordening. Ook moet de grootte van het terras in ogenschouw worden genomen. Alleen het terras van ‘t Postkantoor is groter, waarmee het voorgestelde terras een van de grootste van Delft wordt. 5. Behoefte aan het plan Terecht wordt gesteld in de ruimtelijke onderbouwing7 dat aandacht moet worden besteed aan de behoefte van het plan in het licht van uitvoerbaarheid – ook als de Ladder voor duurzame verstedelijking niet hoeft te worden toegepast.

In de ruimtelijke onderbouwing wordt de behoefte echter beperkt uitgewerkt. De behoefte wordt benaderd vanuit het belang van instandhouding van het monument. Dat doel onderschrijft de raad in algemene zin: het is wenselijk dat het Pomphuis een duurzame functie krijgt. Dit laat echter onverlet dat een beroep op instandhouding van het monument gepaard moet gaan met een onderbouwing waarom dat niet kan met de huidige bestemming, maar grootschalige zelfstandige horeca vereist. Deze ontbreekt. Hierdoor is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat toevoeging van zelfstandige horeca op deze locatie ruimtelijk noodzakelijk of wenselijk is. Laat staan dat juist dit gebruik onontkoombaar is om het monument duurzaam in stand te kunnen houden. Daarmee is vanuit het oogpunt van optimaal ruimtegebruik in stedelijke gebieden onvoldoende draagkrachtig gemotiveerd dat het plan bijdraagt aan een goede ruimtelijke ordening. 6. Conclusie Indieners constateren dat de ruimtelijke onderbouwing en advisering in hoofdzaak zien op de bouwkundige/monumentale inpassing, terwijl de cruciale planologische verandering juist zit in het gebruik (zelfstandige horeca met groot terras).

Afwijken van de gemeentelijke beleidslijn (“geen toename horeca” in Wonen/Creatief Grachtengebied, beschermen van groene parels als rustplek) vergt een stevige ruimtelijke motivering waarom deze locatie desondanks geschikt is voor intensieve zelfstandige horeca. Die onderbouwing is ontoereikend, temeer omdat het gaat om een structurele functieverandering met directe gevolgen voor de leefkwaliteit van omwonenden en het karakter van het Kalverbos. Omdat de noodzaak voor de aangevraagde schaal en intensiteit van de zelfstandige horeca onvoldoende is gemotiveerd, kan de raad niet vaststellen dat het private economische belang van de initiatiefnemer zwaarder weegt dan het belang van omwonenden bij het behoud van een goed woon- en leefklimaat en het rustige, groene karakter van het Kalverbos. Alles overziend komt de raad tot het oordeel dat de functiewijziging naar zelfstandige horeca met een terras van substantiële omvang op deze locatie, gelet op het gebiedskarakter (overgangszone wonen/creatief) en de beleidswens tot geen horeca7

Ruimtelijke onderbouwing – Uitbreiding pomphuis te Delft, Peutz, p. 14 4

toename aldaar én de bescherming van het Kalverbos als groene rustplek, niet in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Om die reden wordt de VvGB geweigerd.

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16544651/4