CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

8 bijlage Beantwoording vragen n a v reacties werkgroepen

Commissie Sociaal Domein en Wonen 23 september 2021, gemeente DelftBij agendapunt: 2127568 College van B&W - uitkomsten studies Groene campus Tanthof en vervolgproces3.415 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Programma's en Projecten afdeling bezoekadres: Stationsplein 1 2611 BV Delft IBAN NL21 BNGH 0285 0017 87 t.n.v. gemeente Delft Behandeld door Gerard van Zomeren Retouradres : Postbus 78, 2600 ME Delft gvzomeren@delft.nl Internet www.delft.nl Telefoon 14015

Datum

Onderwerp

23-06-2021

Beantwoording vragen reactie op rapport Onix en Antea

Ons kenmerk Uw brief van Uw kenmerk Bijlage

Geachte werkgroep Omwonenden,

Het college van B&W dankt u vriendelijk voor uw reactie op de definitieve rapporten van Onix en Antea. Zoals met u afgesproken zal het college deze meenemen in haar afweging en zal uw reactie als bijlage in het voorgenomen besluit van het college worden opgenomen. In deze brief zijn de door u gestelde vragen in uw reactie beantwoord.

Beantwoording vragen over Verkeersrapport Antea Vraag 1: Kunnen de schoolbesturen bevestigen dat het leerlingaantal in de komende jaren inderdaad zal dalen tot gemiddeld 24 leerlingen per leslokaal? In de Nota parkeernormen 2018 van de gemeente Delft zijn parkeernormen opgenomen per leslokaal waarbij wordt gerekend met 25 leerlingen per lokaal. In de benchmarkstudie is het totaal aantal leerlingen van de scholen doorgerekend naar het aantal leslokalen met 24 leerlingen om daarmee een vergelijking te kunnen maken met de gestelde Delftse parkeernormen. Hierbij is overigens abusievelijk gerekend met 24 leerlingen per lokaal, dit hadden er 25 moeten zijn. De conclusie is echter niet wezenlijk anders. Uiteindelijk is de parkeerbehoefte van de school bepaald op een maximumaantal leerlingen van 1050. Dat is hierin uiteindelijk leidend, niet het aantal leerlingen per lokaal. Vraag 2: Indien er een hoger aantal leerlingen per klaslokaal is, welke invloed heeft dat op het benodigde aantal parkeerplaatsen? De parkeerbehoefte is bepaald om basis van 1050 leerlingen. Omdat de nota parkeernormen uitgaat van een norm per klaslokaal van 25 leerlingen heeft er een doorrekening plaatsgevonden om de behoefte te bepalen. De genoemde 1.050 leerlingen is gebaseerd op de prognose die laat zien dat het aantal kinderen in de wijk stabiel blijft.

In het IHP is opgenomen dat scholen die nieuwbouw hebben gehad niet verder groeien dan de gekozen omvang. Vraag 3: Is er een analyse gemaakt van de "postcode herkomst" van de leerlingen van de scholen, waaruit blijkt dat de situatie vergelijkbaar is met de

Datum

23-06-2021

gegevens uit de literatuurstudie? Of is er alleen naar de geografische ligging van de scholen in de wijk gekeken? Ja, in het voorgaande verkeerskundig onderzoek van Antea d.d. 22-10-2020 is er een analyse uitgevoerd met de postcode herkomst van de huidige leerlingen. Met deze data is bepaald binnen welke afstand de leerlingen woonachtig zullen zijn tot de nieuwe scholencluster. Hiermee is doorgerekend hoeveel leerlingen met welke vervoersmodaliteit naar school gaan. Vraag 4: In de analyse zijn geen gegevens meegenomen voor het integraal kind centrum, het kinderdagverblijf en de buitenschoolse opvang. Klopt het dat er geen parkeer en of kiss-and-ride voorzieningen nodig zijn voor het integraal kind centrum, het kinderdagverblijf en de buitenschoolse opvang? De analyse in het aanvullend onderzoek richt zich enkel op de vraag of een reductie van het aantal parkeerplekken en K&R-voorzieningen ten behoeve van de schoolcluster realistisch is. In het voorgaande verkeerskundig onderzoek van Antea dd 22-10-2020 wordt rekening gehouden met de extra parkeervraag en K&Rbehoefte die aansluit bij het Programma van Eisen. Voor deze buitenschoolse opvang geldt echter dat deze andere eindtijden heeft dan de school waardoor parkeerplaatsen dubbel gebruikt kunnen worden. Voor het een Integraal kind centrum is geen specifieke parkeereis opgenomen.

Het betreft hier een concept wat zich vooral richt op een nauw samenwerkingsverband tussen de basisscholen, kinderopvang en andere maatschappelijke partners, dit levert geen extra parkeervraag op. Gevraagde actie 5: In paragraaf 2.5 Conclusie en advies tekst opnemen dat de aantallen in paragraaf 2.1 Achtergrond onjuist zijn en er 41 in plaats van 25 nieuwe parkeerplaatsen nodig zijn. In het voorgaande verkeerskundig onderzoek is rekening gehouden met overcapaciteit op de Kalfjeslaan. In het aanvullend onderzoek is daar geen rekening meer mee gehouden. In enkele ruimtelijke modellen komt deze capaciteit te vervallen. Aanpassing van de tekst in niet nodig. Vraag 6: Wat wordt (conform de normeringen) verstaan onder de directe omgeving? De parkeerplaatsen langs de Sandinoweg hebben grofweg een loopafstand van 150 (dichtstbijzijnde parkeerplek bij Sandinopad) tot 500 meter (parkeerplaats kruising Sandinoweg-De Mirandastraat) tot de mogelijke nieuwe locatie scholencluster. Volgens de Nota parkeernormen 2018 van de gemeente Delft kan voor de functie werken op deze locatie een maximale loopafstand van 400 meter gehanteerd worden. Vraag 7: Op basis van welke gegevens is de overcapaciteit parkeerterrein Sandinoweg bepaald? Antea heeft op 9 juli 2020 in de ochtend (8:30u) en middag (15:00u) een parkeerdrukmeting uitgevoerd.

Op de Sandinoweg (capaciteit van 63 parkeervakken) is er een bezettingsgraad van 54% gemeten. Conform de nota parkeernormen is een bezettingsgraad van 95% acceptabel. Dit betekent een overcapaciteit van 25 parkeerplaatsen. Vraag 8: Waar wordt de vraag ten aanzien van "rekening houdend met de postcodegegevens van de leerlingen" uit de vervolgvraag zoals die in paragraaf 3.2 geformuleerd is beantwoord? 2/8

Datum

23-06-2021

In het voorgaande verkeerskundig onderzoek is er een analyse uitgevoerd met de postcode herkomst van de huidige leerlingen. Met deze data is bepaald binnen welke afstand de leerlingen woonachtig zullen zijn tot de nieuwe scholencluster. Hiermee is doorgerekend hoeveel scholieren met de fiets naar school zullen gaan. In hoofdstuk 2.3 van het aanvullend onderzoek is er literatuuronderzoek uitgevoerd. Hieruit is geconcludeerd dat de situatie in Tanthof met de nieuwe scholencluster vergelijkbaar is het Labyrint Onderzoek waaruit blijkt dat gemiddeld 70% van de kinderen op de fiets naar school gaat. In tabel 3.3 is met dit percentage doorgerekend. Vraag 9: Zijn er geen (aanvullende) fietsparkeerplaatsen benodigd voor de leerlingen van andere scholen die gebruik maken van de Kindertuinen? In de huidige situatie komen er regelmatig schoolklassen met de fiets naar de Kindertuinen. Ja, voor de Kindertuinen is noodzakelijk om te voorzien in voldoende fietsparkeerplaatsen. De huidige behoefte dient te worden opgevangen. In de modellen wordt ervan uitgegaan dat de fietsenstallingen van de scholencluster hiervoor (ten dele) opengesteld worden. In de vervolgfase moet dit verder uitgewerkt worden.

Vraag 10: Zijn er inderdaad geen (tijdelijke) fietsstallingsvoorzieningen nodig voor ouders die kinderen komen halen en brengen bij het Integraal Kind Centrum, Kinderdagverblijf en/of BSO? Hiervoor zijn geen normen opgenomen. Het is echter wel gewenst om hierin te faciliteren. Hiervoor kan mogelijk een aparte ruimte op het plein voor gereserveerd worden, ook is dubbelgebruik van de fietsenstalling van de school denkbaar. Vraag 11: Kan er een analyse van de rij- en sleeplijnen gemaakt worden op de betreffende locaties? Een analyse maken met rijcurves maakt geen onderdeel uit van een haalbaarheidstudie. Dit zou een vervolgstap kunnen zijn bij het maken van een gedetailleerde ontwerpopgave. Vraag 12: Kan er een onderzoek gedaan worden of de betreffende locaties aangepast moeten worden om congesties te voorkomen als gevolg van de verwachte toename van de verkeersintensiteit op de Kalfjeslaan? Uit het voorgaande onderzoek blijkt de verwachte toename op dit wegvak circa 60 motorvoertuigen per haal/brengperiode te zijn (scenario N1), 30 ingaande bewegingen en 30 uitgaande bewegingen. Als wordt uitgegaan van een gereduceerd aantal K&R-plaatsen (scenario N2) kan worden uitgegaan van een halvering van deze aantallen. In beide scenario’s is de toename beperkt.

De totale verkeersintensiteiten op dit wegvak geven, in beide scenario’s, geen aanleiding om te verwachten dat hier congestie gaat optreden. Mogelijk dat er een korte wachtrij kan ontstaan indien tegemoetkomend verkeer bij de as-verspringingen incidenteel op elkaar moet wachten. Vraag 13: Is juli 2020 een representatieve meting, gezien de structurele afname personenvervoer door de coronapandemie en de laatste 2 weken van juli collectieve vakantieweken zijn? En is de normalisatie correct uitgevoerd?

3/8

Datum

23-06-2021

De telling is uitgevoerd in de periode 7-14 juli 2020 en is gecorrigeerd met de telgegevens op de Tanthofdreef en Derde Werelddreef in dezelfde periode in 2019. Nog voor de collectieve vakantieweken. Deze correctie is voor alle meetpunten correct uitgevoerd, behalve de locatie Abtswoude/ Amazoneweg. Hier wordt terecht opgemerkt dat nu geen rekening wordt gehouden met sluipverkeer komende van de rijkswegen A13 en A4. In die periode 7-14 juli 2020 was nauwelijks filevorming aanwezig op de rijkswegen A4 en A13. Sluipverkeer komende van deze wegen was in die periode dan ook niet te verwachten. Een correctiefactor toepassen enkel gebaseerd op tellingen op de Derde Werelddreef en Tanthofdeef is voor het Abtswoude niet juist. De werkelijke intensiteiten op het Abtswoude zullen in werkelijkheid dus hoger uitvallen dan circa 1.000 mvt/etm. De noodzaak om het Abtswoude autoluwer te maken worden hier alleen maar groter. In dat opzichte verandert de conclusie niet. Vraag 14: Welke maatregelen dienen er genomen te worden om de V85 terug te brengen tot de geldende maximale snelheid van 30 km/h, zodat er geen exponentieel verhoogd risico op ongevallen en letsel is? Dit kan met het toepassen van snelheidsremmende maatregelen. Vraag 15: Welke kosten worden hier gepresenteerd? Het betreft hier globale realisatiekosten. Hierbij is rekening gehouden met alle aanvullende en voorbereidende kosten.

Vraag 16: Wat zijn de effecten op groen- en watertoest bij aanleggen parkeervoorzieningen K+R? Dit is een aspect wat nader onderzocht moet worden in een eventuele vervolgfase. Vraag 17: Is het aantal benodigde fietsplaatsen en K+R voorzieningen goed berekend? Ook voor de huidige functies in het gebied moet de huidige behoefte van zowel fietsparkeren als autoparkeren worden gefaciliteerd. De huidige parkeervoorzieningen kunnen de bestaande functies opvangen. In enkele modellen komen de parkeervakken aan de westzijde van de Kalfjeslaan echter te vervallen. Deze zullen elders in de directe omgeving gecompenseerd moeten worden om de bestaande vraag op te kunnen vangen. Dit is nog een ontwerpopgave. De parkeerbehoefte van de nieuwe functie KDV en BSO is meegenomen in de parkeerberekeningen. Voor de peuteropvang is rekening gehouden met extra K&R voorzieningen, voor de BSO niet. Omdat de haal-en brengmomenten op andere tijdsstippen vallen dan die van de schooltijden, kunnen de K&R-voorzieningen ten behoeve van de school hiervoor benut worden.

Beantwoording vragen over Ruimtelijke haalbaarheidsstudie Onix. Vraag 18: Kun je de veiligheid van kleuter borgen op een groot waterrijk terrein? Onix en schoolbesturen: Dat kan. M.b.t. de eventuele verdere uitwerking kan het een belangrijke randvoorwaarde zijn voor het ontwerp. Bij de uitwerking van plannen zal veel aandacht zijn voor de veiligheid van kinderen, dus ook voor de 4/8

Datum

23-06-2021

kleuters in relatie tot de waterlopen. Uitgangspunt hierbij is dat directe toegang tot water voor kleuters buiten het schoolterrein wordt voorkomen. Vraag 19: Is dezelfde ruimte als in het Nohnik rapport ingeruimd in dit rapport voor de schoolpleinen? Onix: De ruimte zoals gevraagd in het PvE voor het scholencluster is in alle modellen verwerkt. Zie bijlagen bij het rapport, deelkaarten terreinrichting. Vraag 20: Indien afwijkende gehanteerd is ten opzichte van de massastudie van NOHNIK, waarom is het anders? Zie antwoord bij vraag 19. Vraag 21: Voor wie zijn er kansen, wat wordt er versterkt en wat is de meerwaarde voor de wijk? Onix geeft een aantal mogelijke kansen aan die kunnen ontstaan bij de totstandkoming van een groene campus. E.e.a. kan pas daadwerkelijk als kans worden aangemerkt als uit een gesprek tussen meerdere belanghebbenden iets wordt aangeduid als een kans. Er kunnen kansen ontstaan voor het onderwijs doordat de naastgelegen kinderboerderij en kindertuin nadrukkelijk kunnen bijdragen aan natuureducatie. Het belang van de kinderboerderij en de kindertuin wordt daarmee tegelijkertijd vergroot. Ze kunnen een nog nadrukkelijker rol krijgen in de ontwikkeling van de kinderen van de wijk. De reikwijdte wordt vergroot omdat nagenoeg alle kinderen uit Tanthof hiermee in aanraking kunnen komen.

Dit zou als kans voor de kinderen, de participanten op de groene campus en de wijk aangemerkt kunnen worden. Het onderbrengen van bijvoorbeeld naschoolse opvang in de kinderboerderij kan een inspirerende en uitdagende omgeving bieden voor de kinderen. Tegelijkertijd kan het interessant zijn voor de Kinderboerderij om een dergelijke activiteit aan te kunnen bieden om inkomsten uit te kunnen genereren. Doordat de drie scholen in een cluster worden ondergebracht ontstaan er kansen voor het onderwijs. Dit kunnen praktische zaken zijn zoals het delen van ruimtes. Doordat alle kinderen naar één locatie zullen de scholen en dus de leerlingen uit de wijk meer naast elkaar kunnen komen te staan. De inbreiding van een scholencluster houdt mogelijk in dat het totale gebied moet worden heringericht. Dit heeft invloed op de bestaande groenstructuur. Dit zal gecompenseerd kunnen /moeten worden. Maar het biedt ook de kans om het karakter van een slagenlandschap te versterken en het gebied deels ook buiten openingstijden van Kinderboerderij, kindertuinen en waterspeeltuin open te stellen. Dit biedt kansen voor de wijk. Bijvoorbeeld een openbare route tussen Abtswoude en Geitenkamp draagt bij aan de verbinding van de bestaande wijkvoorzieningen aan de Sandinoweg.

Vraag 22: Is groencompensatie realistisch en haalbaar op locatie “Noord”? Voor beschermde soorten zullen er maatregelen getroffen moeten worden voor de duurzame instandhouding van de soorten. Er is een quick scan uitgevoerd, maar uit ander onderzoek zal moeten blijken welke maatregelen daadwerkelijk getroffen moeten worden en/of er strijdigheden zijn met de natuurbeschermingswet. Aan de hand van mitigerende en/of compenserende maatregelen is dit met goede inpassing is dit op te lossen. 5/8

Datum

23-06-2021

Groencompensatie areaal kan niet op deze locatie. Daarvoor zijn twee sporen mogelijk: •

Natuur inclusieve maatregelen die parallel lopen aan de mitigerende maatregelen onder de Natuurbeschermingswet • Compensatie van groen op locaties die vrijkomen door op die locaties naast bebouwing ook in te zetten op de realisatie van parken. Wat betreft de watercompensatie, dit mag niet ten koste gaan van areaal groen of aanvullend verlies van groen moeten worden gecompenseerd. Vraag 23: Om hoeveel uren gaat dit, en is er elke keer tijd om naar de KT/KB te gaan. En past dit in het huidige volle curriculum? Als voorbeeld: alleen de Eglantier tuiniert bij de KT. En hoe doe je dit met exploitatiekosten. Het moet niet zo zijn dat de KB en KT op den duur alleen de kosten dragen omdat de scholen er niet meer komen. In de modellen van Onix is voor de opstallen van de kinderboerderij en waterspeeltuin Tanthof en kindertuin De Boterbloem uitgegaan van gelijkwaardig aantal vierkante meters t.o.v. de huidige situatie. Als partijen afspraken maken over samenwerking en medegebruik kunnen de exploitatiekosten gedeeld worden. Hoe en of er invulling wordt gegeven aan deze samenwerking is aan de scholen, stichting kinderboerderij en waterspeeltuin Tanthof en stichting De Kindertuinen. Tot nu toe hebben hier nog geen gesprekken tussen genoemde partijen over plaats kunnen vinden. Vraag 24: Hoe is de BSO hierbij betrokken? Merendeel van de kinderen zal uit groep 1 t/m 6 komen.

Deze kunnen zich over een groot terrein verspreiden, waar wel toezicht op moet zijn. Bij openstelling voor de hele wijk (zoals dat nu het geval is), zullen er ook andere kinderen spelen. Hoe kijkt de BSO daar tegen aan? Uiteraard zal aan de beveiligingseisen worden voldaan. In de haalbaarheidsstudie is al gekeken naar bijvoorbeeld de onderlinge afstandsvereisten. In een definitief plan van eisen zal zowel vanuit het PO als vanuit de BSO de regelgeving worden gevolgd. Om verspreiding zonder toezicht te voorkomen zal zoals gebruikelijk de ruimte van de BSO een vorm van afsluiting kennen zodat ongecontroleerde verspreiding over het terrein wordt voorkomen. Vraag 25: Is er daadwerkelijke bereidheid tot samenwerking tussen de scholen buiten tot nu toe genoemde gebieden, bijvoorbeeld voor spreiding van beginen eindtijden? Scholen zijn zich bewust dat er op een campus op meerdere terreinen goed zal moeten worden samengewerkt. Mocht het bijvoorbeeld nodig zijn om spreiding van begin- en eindtijden toe te passen dan zal vanuit die grondhouding van samenwerking hiervoor een oplossing worden gezocht. Overigens hebben de besturen hier al ervaring mee bij andere scholen die in één pand gehuisvest zijn.

Vraag 26: Wat is het effect van 1050 leerlingen op 1 terrein tav geluid voor zowel welzijn omwonenden als dieren? Het effect geluid voor omwonenden is sterk afhankelijk van de wijze waarop het projectgebied wordt ingevuld en in dit stadium niet concreet te maken. Bij de invulling zal in ieder geval rekening worden gehouden met voldoende afstand tussen de schoolterreinen en de woonomgeving. Om de kans op geluidhinder 6/8

Datum

23-06-2021

verder te verkleinen, wordt ernaar gestreefd de woonomgeving af te schermen van de locaties waarbuiten wordt gespeeld. Dit kan bijvoorbeeld worden gerealiseerd door een handige positionering van gebouwen. Voor de dieren geldt eigenlijk hetzelfde als voor de woonomgeving. Het effect hangt sterk samen met de inrichting van het plangebied. Wanneer alles openblijft dan draagt het geluid verder en zouden de dieren in de onmiddellijke omgeving hinder kunnen ondervinden. Sowieso treedt het grootste effect op tijdens de momenten waarop de kinderen buiten zijn (speelkwartier, haal- en brengmomenten). Dat zullen vrij vaste tijdstippen/periodes zijn waardoor er ook gewenning optreedt. Wanneer er groen wordt geplaatst langs de randen van het terrein, wordt een deel van de verstoring mogelijk al teniet gedaan. Gezien de stedelijke ligging is er daarnaast al redelijk wat achtergrondgeluid en zal het effect beperkt zijn doordat de aanwezige dieren al gewend zijn aan enige mate van verstoring. In de praktijk wordt dan ook verwacht dat het effect zal meevallen. Hierbij uiteraard wel de aantekening dat er natuurlijk aandacht voor moet blijven en dat bij de definitieve inrichting van het terrein maatregelen genomen kunnen worden (aanleg van opgaand groen) om evt. effecten zoveel mogelijk te ondervangen.

Vraag 27: Welke aspecten uit het Programma van Eisen van de Scholen stichtingsbesturen zijn realiseerbaar op locatie “Noord” en welke niet? In alle modellen wordt uitgegaan van 1 zaaldeel i.p.v. 2 (conform PvE onderwijs) t.b.v. sport en bewegingsonderwijs. In vijf van de zes modellen wordt deze sportfunctie buiten de locatie voorgesteld. In model 3b is een optie om 1 zaaldeel op te nemen in het scholencluster. Daarnaast gaat het PvE van de scholen ervan uit dat er in 2 bouwlagen gebouwd wordt. In de modellen is er gekozen voor meerdere (halve) bouwlagen omdat het bouwen in twee bouwlagen een te groot ruimtebeslag legt op het maaiveld. Bouwen in 2 lagen lijkt onwaarschijnlijk en moeilijk realiseerbaar. De modellen gaan ervan uit dat de helft van het programma kinderopvang buiten het schoolgebouw wordt opgelost (dus een mogelijke koppeling van BSO en Kibo) m.u.v. model 1a en 1b.

Vraag 28: Hoe en wanneer wordt het draagvlak in de wijk voor het bouwen van de centrale school door de gemeente gemeten? Of wordt gebruik gemaakt van de enquêtes die al uitgevoerd zijn door de BHTD en de Stichting Behoud Kinderboerderij en Kindertuin Tanthof? De raad heeft november 2019 ingestemd met een onderzoek naar een centrale locatie voor de basisscholen. De uiteindelijke afweging vindt plaats op basis van de uitkomsten van de studies, maar ook worden de reacties van partijen, waaronder die van de werkgroep omwonenden , expliciet meegezonden naar de raad. Vraag 29 Waarom dit gebied aanzienlijk wijzigen met een schoolgebouw? Bij continu/ongecontroleerd openstellen van het gebied zal de sociale veiligheid verminderen. Vooral overlast van hangjongeren wordt verwacht door de omwonenden. De ontwikkeling kan ons inziens juist ook de sociale veiligheid versterken doordat er meer openheid in het gebied.

7/8

Datum

23-06-2021

In de modellen is rekening gehouden met de beheersbaarheid en afsluitbaarheid van de 4 functies (kinderboerderij, waterspeeltuin, kindertuin en scholen). Uiteraard wordt het aspect van sociale veiligheid in de verdere uitwerking nadrukkelijk meegenomen. Vraag 30: Over welk principe neemt de raad een besluit? Het college neemt een zogeheten voorgenomen besluit over de haalbaarheidsstudie, de raad geeft in het proces haar reactie op het voorgenomen besluit. Op basis van de raadsbehandeling neemt het college een definitief besluit.

Gevraagde actie 31: Graag scenario 0 meenemen in het afwegingskader. Scenario 0 is nu niet aan de orde. Het haalbaarheidsonderzoek naar de centrale locatie wordt eerst afgerond. Vraag 32: Wat is de prognoses wanneer schoolcomplex gerealiseerd kan zijn op locatie “Noord” en wat is deze wanneer herbouwd wordt op 2 van de 3 huidige locaties? Deze prognoses meenemen in het afwegingskader. De prognoses voor eventuele nieuwbouw en /of renovatie/nieuwbouw is in deze fase nog niet aan de orde. Dit is dan ook nog niet onderzocht. Vraag 33: Kent de gemeente verschillende gewichten toe aan de belangen van de verschillenden stakeholders? Net als bij andere soortgelijke projecten vindt er altijd een belangafweging plaats, vanuit de diverse invalshoeken. We hopen u hiermee goed geïnformeerd te hebben.

Hoogachtend, het college van burgemeester en wethouders van Delft,

, burgemeester

, secretaris

8/8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10383554/1