7. Brief ontwerpzienswijze GGD VT
Tekst van het document
Bestuur Controlling bezoekadres: Stationsplein 1 2611 BV Delft IBAN NL21 BNGH 0285 0017 87 t.n.v. gemeente Delft Behandeld door Pieter M. Veen Retouradres : Postbus 78, 2600 ME Delft
Telefoon 06 52738737 pveen@delft.nl
Het Algemeen Bestuur GR GGDVTH tav secretaris-directeur I. du Pon Postbus 16130 2500 BC Den Haag
Internet www.delft.nl Telefoon 14015
Datum
09-01-2024 Ons kenmerk
5725145 Uw brief van
16 november 2023 Uw kenmerk
GR 2023/084 Bijlage
Geachte leden van het algemeen bestuur, In antwoord op uw brief van 16 november 2023, waarin u de gemeenteraad uitnodigt een zienswijze te geven op de Ontwerp wijziging gemeenschappelijke regeling GGD/VTH, geven we graag onderstaande punten aan u mee. De wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) is de aanleiding voor de wijziging van de gemeenschappelijke regeling GGD/VTH (GR), zoals u die aan ons heeft toegezonden. De intentie van de wijziging van de wet is de raden meer in positie te brengen ten opzichte van de GRen, in lijn met het verlengde lokale bestuur, en het vergroten van de legitimatie van samenwerkingsverbanden. Voorafgaand aan onze punten, merken we op dat de toelichting op de wijziging zich beperkte tot die in de begeleidende brief. We gaan er vanuit dat de definitieve wijziging een algemene en artikelsgewijze toelichting kent. De eerste twee punten gaan over de aanvullende toepassing van de zienswijzeprocedure. In artikel 8 lid 4 (na wijziging) geeft u invulling aan het voorschrift om bepalingen op te nemen omtrent besluiten die voor zienswijze aan de raden van de deelnemers moeten worden voorgelegd. Nu heeft u enkele besluiten opgenomen die voor zienswijze kunnen worden voorgelegd.
U heeft daar aan toegevoegd dat het besluit tot verzoek om zienswijze dezelfde (soms grote) meerderheid of unanimiteit in het AB nodig heeft als dat er nodig is om dat specifieke besluit te nemen. Dat geldt bijvoorbeeld voor wijziging van de financieringssystematiek (art 25 lid 1 sub d). Dit lijkt onnodig, en waarschijnlijk onbedoeld, beperkend voor de positie van de raden. Hoe onwaarschijnlijk in de praktijk ook, een minderheid van het AB (of zelfs één AB-lid) zou een zienswijzeprocedure kunnen dwarsbomen. Ten eerste willen we u vragen te bezien of de bedoeling goed is verwoord in dit lid, en te zorgen voor een toelichting. Ten tweede, vragen we u te overwegen om in de regeling op te nemen om besluiten over de strategie, of over investeringen, met significante impact op het samenwerkingsverband voor zienswijze voor te leggen.
Datum
09-01-2024
Ten derde stelt de GR nu voor dat het AB in haar ‘Reglement van orde’ nadere regels kan stellen rondom participatie. Wij achten participatie een taak van de gemeenten als verantwoordelijk voor het beleid. En in uw begeleidende brief staat ook toegelicht dat participatie bij de raad hoort te liggen. We begrijpen dat deze ‘kan’-bepaling is opgenomen voor het bijzondere geval dat participatie wel wenselijk wordt geacht voor de GR door de deelnemers. We stellen voor aanvullend te regelen dat participatie slechts mogelijk is na informeren van de raden en nader toe te lichten in welke soort situaties de GR participatie toch zou behoren te organiseren. We zijn verheugd over de aandacht in de GR voor een eventuele uittreding van een deelnemer (artikelen 30 t/m 34), zoals de gewijzigde Wgr ook voorschrijft. Het uitgangspunt dat de uittreder integraal verantwoordelijk is voor alle kosten, inclusief de inhuur van begeleiding van de uittreding, lijkt ons gepast. En het is de bedoeling de voorlopige uittreedsom te verhogen met 10 procent vanwege de onzekerheid in de raming. Maar het betreffende artikel 31 lid 11 verwijst naar lid 4 waarin zowel de voorlopige als de definitieve uittreedsom wordt benoemd. Daarmee kan worden gelezen dat de definitieve uittreedsom ook verhoogd moet worden met 10%, wat wij niet wenselijk vinden en bovendien niet is toegestaan.
Daarom, ten vierde, graag uw aandacht voor de verwijzing of bewoording. Ten slotte vragen we uw aandacht voor de zogenaamde ‘kleine kwaliteit’. We noemen twee voorbeelden. In de overwegingen is bij het derde aandachtstreepje ‘Veilig Thuis (VT)’ weggevallen uit de naam van de GR. Verder spreekt artikel 23 van commissies en van ‘andere’ commissies, en hoewel de verwijzing voor de ingewijde lezer misschien wel duidelijk is, zien we het in de GR graag expliciet uitgeschreven. We nemen aan dat deze en andere taal- en vorm-kwesties ambtelijk in samenwerking met de gemeente Delft worden opgelost. De raad ziet de definitieve ontwerpwijzigingen van de GR GGD-VT Haaglanden graag voor toestemming tegemoet. Hoogachtend, De gemeenteraad van Delft,
,voorzitter. J.M. van Bijsterveldt-Vliegenthart
,griffier. J. Mimpen
2/2