CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

5 Ontwerp vvgb flora en fauna

Raadsvergadering 17 juni 2021, gemeente DelftBij agendapunt: Voorstel van het college aan de raad inzake verklaring van geen bedenkingen Studentenhuisvesting Balthasar van der Polweg/Korvezeestraat (nr. 2112234)5.401 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

omgevingsdienst HA A G LA NDEN

Bezoekadres

Zuid-Hollandplein 1 2596 AW Den Haag Postadres

Postbus 14060 2501 GB Den Haag T (070) 21 899 02 E vergunningen@odh.nl 1 www.odh.nl

Gemeente Delft, afdeling Bouwen

T.a.v. mevrouw M. Schoenmakers Postbus 78 2600 ME DELFT

Datum

Uw Brief

Ons Kenmerk

Afdeling

Contactpersoon

ODH-2019-00072835

Toetsing & Vergunningverlening Milieu

M.M. Konings Bsc

0 3 JUL 2019 Bijlage(n)

Uw Kenmerk

Zaaknummer

Team

Telefoonnummer

1100823

00528315

T&V Groen

06 212 73 719

Betreft

Email

Vvgb Wet natuurbescherming, Balthasar van der Polweg te Delft

Margaret.Konings@odh.nl

Geachte mevrouw Schoenmakers, Op 21 augustus 2018 hebben wij een verzoek om een verklaring van geen bedenkingen (Vvgb) ontvangen als bedoeld in artikel 2.27, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de artikelen 2.2aa en 6.1 0a, eerste lid, van het Besluit omgevingsrecht ten behoeve van een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Het verzoek ziet op de bouw van een nieuw appartementencomplex met 136 studentenwoningen en het opzettelijk verstoren van de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis De locatie is gelegen aan de Balthasar van der Polweg te Delft. Hieronder treft u de ontwerp-Vvgb. Wij vragen u onze verklaring, de overwegingen, en de voorschriften integraal op te nemen in de omgevingsvergunning. Indien gedurende de ter inzage legging van de ontwerp-omgevingsvergunning geen zienswijzen binnen komen met betrekking tot deze ontwerp Vvgb Wet natuurbescherming - Soortenbescherming, dan kunt u onderhavige verklaring als definitieve Vvgb beschouwen. Wij vragen u een afschrift van de definitieve omgevingsvergunning aan ons toe te zenden via de e-mail vergunningen@odh.nl of per post aan Omgevingsdienst Haaglanden, afdeling Toetsing & Vergunningverlening Milieu, Postbus 14060, 2501 GB Den Haag.

Afdeling Toetsing & Vergunningverlening Milieu van de Omgevingsdienst Haaglanden

omgevingsdienst

HAAG LANDEN

2/13

omgevingsdienst HA A G LA NDEN

Bezoekadres

Zuid-Hollandplein 1 2596 AW Den Haag Postadres

Zaaknummer Ons Kenmerk Datum

Postbus 14060 2501 GB Den Haag T (070) 21 899 02 E vergunningen@odh.nl 1 www.odh.nl

00528315 ODH-2019-00072835

Ontwerp-Verklaring Wet natuurbescherming - Soortenbescherming Onderwerp Op 21 augustus 2018 hebben wij een verzoek om een verklaring van geen bedenkingen (Vvgb) ontvangen als bedoeld in artikel 2.27, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de artikelen 2.2aa en 6.1 0a, eerste lid, van het Besluit omgevingsrecht ten behoeve van een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Het verzoek ziet op de bouw van een nieuw appartementencomplex met 136 studentenwoningen en het opzettelijk verstoren van de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis. De locatie is gelegen aan de Balthasar van der Polweg te Delft. Het verzoek heeft betrekking op het overtreden van de verbodsbepalingen zoals genoemd in: artikel 3.5, tweede lid, van de Wet natuurbescherming voor wat betreft het opzettelijk verstoren van de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) en de ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii artikel 3.5, vierde lid, van de Wet natuurbescherming voor wat betreft het beschadigen en vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrel/us) en de ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii).

Besluit Wij: 1.

verklaren geen bedenkingen te hebben tegen het verlenen van de omgevingsvergunning;

ll.

bepalen dat aan de omgevingsvergunning de voorschriften 1 tot en met 12 worden verbonden;

111.

bepalen dat het verzoek van 21 augustus 2018 en de aanvulling van 28 maart 2019 deel uitmaken van de omgevingsvergunning.

Ondertekening

Directeur Omgevingsdienst Haaglanden

3/13

omgevingsdienst HA A G LA NDEN VOORSCHRIFTEN Algemene voorschriften 1

Bij wijzigingen van omstandigheden waaronder deze verklaring van geen bedenkingen is afgegeven, dient gemeente Delft hiervan terstond schriftelijk in kennis te worden gesteld.

2

De vergunninghouder is ervoor verantwoordelijk dat zijn personeel of derden welke betrokken zijn bij de uitvoering van het project, op de hoogte zijn van de voorschriften in deze ontheffing en de maatregelen in het activiteitenplan. Hiervoor dient een ecologisch werkprotocol te worden opgesteld, waarin in ieder geval het volgende dient te worden opgenomen: a de voorwaarden zoals opgenomen in deze ontheffing; b aanduiding van de locatie van het plangebied; c de uit te voeren werkzaamheden; d de periode waarin de werkzaamheden uitgevoerd worden; e de mitigerende en compenserende maatregelen; f de momenten waarop ecologische begeleiding ingeschakeld wordt.

3

Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient een afschrift van de omgevingsvergunning met daarin de voorschriften en randvoorwaarden uit voorliggende verklaring van geen bedenkingen, alsmede het ecologisch werkprotocol, op de locatie van de werkzaamheden aanwezig te zijn en op verzoek te worden getoond aan de daartoe bevoegde toezichthouders of opsporingsambtenaren.

4

De werkzaamheden dienen ecologisch begeleid te worden door een deskundige1 op het gebied van de gewone dwergvleermuis.

5

De vergunninghouder dient, met in achtneming van de voorschriften in deze verklaring van geen bedenkingen, de maatregelen uit te voeren zoals beschreven in het hoofdstuk 3 Mitigerende maatregelen van het 'Ecologisch werkprotocol vleermuizen Balthasar van der Polweg', van 25 juni 2014 en hoofdstuk 5 van het 'Activiteitenplan vleermuizen bij realisatie studentenwoningen Balthasar van der Polweg in Delft' van 27 november 2017.

6

Indien een of meerdere van de in voorschrift 5 genoemde maatregelen onverhoopt niet uitvoerbaar zijn, dienen hiervoor minimaal gelijkwaardige maatregelen voor wat betreft de functionaliteit en effectiviteit te worden getroffen.

7

Uiterlijk drie maanden voordat de in voorschrift 6 bedoelde maatregelen worden uitgevoerd, dienen deze ter goedkeuring aan de gemeente Delft te worden overgelegd.

1

Onder een deskundige wordt verstaan: • Hij/zij heeft een afgeronde hbo- of universitaire opleiding, met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie; • Hij/zij heeft een afgeronde mbo-opleiding, met als zwaartepunt de flora en fauna, soortenherkenning en zorgvuldig handelen ten opzichte van die soorten; • Hij/zij is werkzaam voor een ecologisch adviesbureau, zoals een bureau dat is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus; • Hij/zij is als ecoloog of adviseur/specialist ecologie werkzaam voor een (semi)overheidsinstantie zoals het Ministerie van Economische Zaken, het Ministerie van Defensie, Rijkswaterstaat, het Rijksvastgoedbedrijf, provincies, waterschappen, hoogheemraadschappen, gemeenten, omgevingsdiensten en drinkwaterbedrijven • Hij/zij zet zich aantoonbaar actief in op het gebied van de soortenbescherming en is werkzaam of aangesloten bij de volgende Nederlandse organisaties: Zoogdiervereniging, RAVON, Stichting Das en Boom, Vogelbescherming Nederland, Vlinderstichting, Natuurhistorisch Genootschap, KNNV, NJN, IVN, EIS Nederland, FLORON, SOVON, STONE, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, De Landschappen en Stichting Beheer Natuur en Landelijk gebied; • Hij/zij zet zich aantoonbaar actief in op het gebied van de monitoring en/of bescherming van desbetreffende beschermde soorten.

4/13

omgevingsdienst HA A G LA NDEN 8

De werkzaamheden dienen overdag uitgevoerd te worden. Eventuele verlichting die wordt gebruikt om de werkzaamheden uit te voeren, dient uitsluitend gericht te zijn op de bouwplaats en dient tussen zonsondergang en zonsopkomst uitgeschakeld te zijn om te voorkomen dat vleermuizen worden verstoord door kunstlicht.

9

Eventuele bouwverlichting dient uitsluitend te zijn gericht (via daartoe doeltreffende armaturen) op de bouwplaats en dient tussen zonsondergang en zonsopkomst uitgeschakeld te zijn.

10 De permanente voorzieningen dienen functioneel te zijn. Deze dienen in ieder geval tijdens de periodieke onderhoudscontrole van het gebouw gecontroleerd en beoordeeld te worden op hun functionaliteit. Indien blijkt dat een voorziening niet meer functioneel is, dient er voor gezorgd te worden dat de voorziening weer functioneel wordt. 11 De locaties van de permanente vleermuiskasten en het type dienen te worden gemeld via http://www.vleermuiskasten.nl/. 12 De huidige bomen tussen de Korvezeestraat en de woonblokken 6, 7 en 8 blijven gedurende de bouwwerkzaamheden en na de herinrichting behouden.

AANWIJZINGEN VOOR GEBRUIK • Voor alle soorten - beschermd én onbeschermd - geldt de zorgplicht ex artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming. Op grond hiervan dient zoveel als redelijkerwijs mogelijk is schade aan deze soorten te worden voorkomen. •

•

Gedurende de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met het broedseizoen van vogels. Verstoring van broedgevallen van vogels dient te worden voorkomen. Voor het broedseizoen wordt geen standaardperiode gehanteerd in het kader van de Wet natuurbescherming. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Als de ontheffinghouder de onderhoudsverplichting wenst over te dragen aan een derde, dan zal de ontheffing houder ervoor moeten zorgdragen dat de onderhoudsverplichting wordt overgenomen door dit contractueel vast te leggen.

5/13

omgevingsdienst HA AG LA NDEN OVERW EGING EN Aanleiding Op 21 augustus 2018 hebben wij een verzoek om een verklaring van geen bedenkingen (Vvgb) ontvangen als bedoeld in artikel 2.27, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de artikelen 2.2aa en 6.1 0a, eerste lid, van het Besluit omgevingsrecht ten behoeve van een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Het verzoek ziet op de bouw van een nieuw appartementencomplex met 136 studentenwoningen en het opzettelijk verstoren van de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis. De locatie is gelegen aan de Balthasar van der Polweg te Delft. Het verzoek heeft betrekking op het overtreden van de verbodsbepalingen zoals genoemd in: artikel 3.5, tweede lid, van de Wet natuurbescherming voor wat betreft het opzettelijk verstoren van de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) en de ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusil); artikel 3.5, vierde lid, van de Wet natuurbescherming voor wat betreft het beschadigen en vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) en de ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii).

Bij het verzoek zijn de volgende stukken gevoegd: Actualisatie vleermuisonderzoek Balthasar van der Polweg, Delft, Tauw, Kenmerk R0021243990KES-nja-V04-NL, 27 november 2017; Activiteitenplan vleermuizen bij realisatie studentenwoningen Balthasar van der Polweg in Delft, Tauw, Kenmerk R003-1243990ERT-nja-V04-NL, 27 november 2017; Vleermuisinventarisatie TU Delft: Nieuwe studentenhuisvesting Balthasar van der Polweg, Tauw, Kenmerk R006-1209011 MGK-tsz-V02-NL, 5 november 2013; Definitief advies mitigerende maatregelen vleermuizen Balthasar van der Polweg te Delft, Tauw, N004-1209011 HKJ-hgm-V03-NL, 3 december 2013; Bijlage 2 van het activiteitenplan, Onderdelen C en D, Tauw, Kenmerk N005-1209011 HKJ-hgmV02-NL, 3 december 2013; Actualisatie natuurtoets Balthasar van der Polweg naar aanleiding van inwerkingtreding van de Wnb, Tauw, Kenmerk N003-1243990VJW-tsz-V02-NL, 27 november 2017 Balthasar van der Polweg Bezonningsonderzoek, OPA Cauberg-Huygen, Referentie 01883-1594303, 29 maart 2017; Verkennend bodemonderzoek aan de Balthasar van der Polweg in Delft, Tauw, Kenmerk R0011209011 IJO-ijd-V02-NL, 11 juni 2013; Bouwplaatsinrichting 136 studentenwoningen Delft, Jan Snel B.V., projectnummer 11.0850, 16 september 2013; Bouwveiligheidsplan, Balthasar van der Polweg te Delft, Jan Snel B.V., 18 september 2013; Studentenflats Balthasar van der Polweg te Delft, Constructies, Promad, IOB

document nr. 120256C01; Volmacht, Delft, Stichting DUWO, 15 maart 2013; Tekeningen BOGRO: MV-00_pdf, MV-01_pdf, MV-02_pdf, MV-03_pdf, MV-04_pdf, MV-dak_pdf; Ventilatieberekening_pdf, BOGRO B.V., 20 september 2013; Nieuwbouw Studentenhuisvesting Balthasar van der Polweg in Delft, Onderzoek geluidwering gevels en gemeenschappelijke buitenruimte, Cauberg-Huygen BV, Referentie 20131330-01, 15 augustus 2013; Nieuwbouw Studentenhuisvesting 'Balthasar van der Polweg Noord' te Delft, daglichtberekening, Cauberg-Huygen BV, Referentie 20120301-02, 14 augustus 2013; Studentenflat Balthasar van der Polweg te Delft, Constructies, Promad, Promad document nr. 120256C02, 27 september 2013;

6/13

omgevingsdienst HA AG LA NDEN Studentenhuisvesting Balthasar van der Polweg te Delft, Rapportage Brandveiligheid, Promad, Rapportnummer 120256, 27 september 2013; Studentenhuisvesting van der Polweg Delft, Palenplan, Promad, Promad projectnr. 120256 C0209, 27 september 2013; Studentenhuisvesting van der Polweg Delft, Overzicht fundering, Promad, Promad projectnr. 120256 C0210, 27 september 2013; Studentenhuisvesting van der Polweg Delft, Staalconstructie 1 ste verdiepingsvloer, Promad BV, Promad projectnr. 120256 C0212, 27 september 2013; Studentenhuisvesting van der Polweg Delft, Staalconstructie 2de verdiepingsvloer, Promad BV, Promad projectnr. 120256 C0211, 27 september 2013; Studentenhuisvesting van der Polweg Delft, Staalconstructie 3de verdiepingsvloer, Promad BV, Promad projectnr. 120256 C0213, 27 september 2013; Studentenhuisvesting van der Polweg Delft, Staalconstructie 4de verdiepingsvloer, Promad BV, Promad projectnr.

120256 C0214, 27 september 2013; Nieuwbouw van een pand aan de Balthasar van der Polweg te Delft, Funderingsadvies, Geo- en milieutechniek b.v., kenmerk 114091, 26 september 2013 Studentenhuisvesting Balthasar van der Polweg te Delft, Rapportage Brandveiligheid, Promad BV, Rapportnummer 120256 versie 4.0, 5 november 2013; Situatie tekening BA 001, Studininedots, projectnummer 11173, 25 november 2013; Akoestisch onderzoek woonbouw Balthasar van der Polweg te Delft, Tauw, kenmerk R002120911 AMD-aao-V03-NL, 23 juli 2013; Quickscan externe veiligheid woongebouw TU midden West, Tauw, kenmerk R004-1209011 DTWbom-V02-NL, 21 juni 2013 Quickscan TU Delft Midden: Nieuwe studentenhuisvesting bij Balthasar van der Polweg, Tauw, Kenmerk R005-120911 SIM-nja-V02-NL, 19 juni 2013; Woongebouw aan de Balthasar van der Polweg te Delft, Transect, Transect-rapport 274, Projectcode Transect 13040012, 14 juni 2013; Bijlage 1 - Topografische kaart, Tauw; Milieu- en bedrijfszonering woongebouw Balthasar van der Polweg, Tauw, Kenmerk N0031209011 AMD-lhl-V02-NL; 20 juni 2013; Windklimaatonderzoek bouwplan Balthasar van der Polweg, TU campus Delft, Peutz, Rapportnummer OA 15299-1 RA001, 10 juni 2013; Ruimtelijke onderbouwing realisatie woongebouw Balpol-noord, Tauw, Kenmerk R001-1209011 FEEege-V08-NL, 4 december 2013; Bijlage Activiteitenplan, Flora- en faunawet ruimtelijke ingrepen, Dienst Regelingen, 4

december 2013; Meldingsformulier, aanvraag ontheffing Flora- en faunawet- Ruimtelijke ingrepen, Dienst Regelingen, 4 december 2013; Verzoek aanvullingen Vvgb WABO, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, Aanvraagnummer WABO/2013/071.nac.mvz, 21 januari 2014; Zuidgevel, Van der Polweg, Delft, Bouwaanvraag, Studionedots, projectnummer 11173, tekening nummer BA 201 mitigerende maatregel, 13 februari 2014; Overzichtstekening, te plaatsen bomen, TU Delft; Onderbouwing vraag 1, belangen, Tauw; Balthasar van der Polweg, Maaiveldverzakking, Van Dijk Geo- en Milieutechniek bv. opdrachtnummer 114091, 15 augustus 2012 Paalgroepen; Rapport voor D-Foundations 8.2, Nieuwbouw van een pand aan de Balthasar van der Polweg te Delft, D-foundations 114091 Delft prefab palen (2 lage ksi) Geo- en Milieutechtniek b.v., 22 januari 2014;

7/13

omgevingsdienst HA AG LA NDEN Rapport voor D-Foundations 8.2, Nieuwbouw van een pand aan de Balthasar van der Polweg te Delft, D-foundations 114091 Delft prefab palen (1 lage ksi) Geo- en Milieutechtniek b.v., 22 januari 2014; Aanvullende informatie m.b.t. aanvraag omgevingsvergunning Balthasar van der Polweg Noord, Jan Snel BV, projectnummer K11.0850, 28 september 2016; Studentenwoningen Ravel Residence, aanvullende informatie geluidwering tussen ruimten en beperking galm, LBP Sight, kenmerk V026662aa.000005.dvv versie 01 _001, 14 juni 2013; Aanvraagformulier 2018.01, Handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten; Aanvraaggegevens, aanvraag nieuwbouw- van der Polweg Delft 2, Realiseren van studentenwoningen, aanvraagnummer 1100823, Gemeente Delft, 9 december 2013; Kaarten bouwaanvraag, 11173 van der Polweg, Delft, 23 september 2013 Balthasar van der Polweg Noord, Delft, BA 802-toelichting Definitief Ontwerp, Studioninedots, 15 augustus 2013; Studioninedots, 11173 BA 800 t/m 804, 11173 BA 100 t/m 105, 11173 BA 000 t/m 001, 11173 BA 201, 11173 BA 202, 11173 BA 204, 11173 BA 601, 111734_801-802 r_pdf., 11173_ 130815_BA401 details_pdf, 11173_ 130815_BA401 tekening r_pdf, 23 september 2013; Uniec 2.0, DUWO- Balthasar van der Polweg te Delft, Omgevingsvergunning 2013-08-13, 136 studentenunits- 1 e trap, Remi ten have, Earth Energie Advies BV, 16 mei 2012; Nieuwbouw

136 Studentenwoningen te Delft, Milieupresentatieberekening, S&W consultancy, rapportnummer 2130381, 14 augustus 2013; Factuur, Resultaten veldwerk sonderingen, nieuwbouw pand, Balthasar van der Polweg te Delft, kenmerk 114091, 18 augustus 2012; Studentenflat Balthasar van der Polweg te Delft, Constructies, Voorlopig ontwerp en uitgangspunten, IOB, IOB document nummer 120256DC01, 5 september 2013; Studentenflat Balthasar van der Polweg te Delft, Overzicht fundering, Voorlopig ontwerp, IOB, kenmerk 120256 VO-C0210, 5 september 2012; Studentenhuisvesting Balthasar van der Polweg te Delft, Rapportage Brandveiligheid, rapportnummer 120256, IOB, 6 december 2012; Op 12 december 2018 is de volgende aanvullende informatie ontvangen: Intrekking ontwerp besluiten Ruimtelijke ingrepen, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, WABO /2013/071.corres, 12 december 2018 Op 8 april 2019 is onderstaande informatie ontvangen: Beantwoording brief met kenmerk ODH-2018-00153638, Tauw, L001-1243990VJW-V01 Bijlage 1, Ecologisch werkprotocol vleermuizen Balthasar van der Polweg, Tauw, Kenmerk N0011209011 ERT-avg-V01, 25 juni 2014; Bijlage 3a, Nieuwe ontwerptekeningen, Zuidgevel, Van der Polweg Delft, Studioninedots, tekening nummer BA 201 mitigerende maatregel, 4 februari 2019; Bijlage 3b, Nieuwe ontwerptekeningen, West & Oostgevel, Van der Polweg Delft, Studioninedots, tekening nummer BA 202

mitigerende maatregel, 4 februari 2019; Bevoegd gezag Het project wordt gerealiseerd binnen de provincie Zuid-Holland. Gelet op de bepalingen in artikel 1.3 van de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) zijn wij het bevoegd gezag voor de beoordeling van het verzoek.

8/13

omgevingsdienst

HAAG LANDEN Toetsingskader en grondslag beschikking Het verzoek is getoetst aan de artikelen 3.5 en 3.8 van de Wnb en aan de Beleidsregel uitvoering Wet natuurbescherming Zuid-Holland. De gewone dwergvleermuis is een van nature in Nederland in het wild levende soort genoemd in bijlage IV, onderdeel a, van de Habitatrichtlijn. De ruige dwergvleermuis is eveneens opgenomen in bijlage IV, onderdeel a, van de Habitatrichtlijn en is tevens opgenomen in Bijlage Il van het verdrag van Bern. Op grond van artikel 3.5, tweede en vierde lid, van de Wnb is het verboden: - de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis opzettelijk te verstoren; Op grond van artikel 6.10a, vierde lid, onder b, van de Wabo kan een verklaring worden gegeven op grond van de volgende gronden zoals aangegeven in artikel 3.8, vijfde lid, van de Wnb indien: - er geen andere bevredigende oplossing bestaat; - dit nodig is omdat één van de belangen genoemd in artikel 3.8, vijfde lid, onder b, van de Wnb aan de orde is; en - de maatregelen niet leiden tot verslechtering van de staat van instandhouding van de soort.

Beoordeling Aanvraag De gemeente heeft een verzoek ingediend voor de bouw van een nieuw appartementencomplex met 136 studentenwoningen. De locatie is gelegen aan de Balthasar van der Polweg en wordt omsloten door de Korvezeestraat, Leeghwaterstraat en de Feldmannweg in Delft. De huidige locatie bestaat hoofdzakelijk uit een parkeerplaats en bomenrijen. Het voornemen voor de bouw van de studentenwoningen is een initiatief van de Technische Universiteit Delft en DUWO (studentenhuisvestingsorganisatie) Als gevolg van de ontwikkeling worden er 11 bomen gekapt. Een groot aantal bomen blijft behouden en 14 bomen worden aangeplant en/ of verplaatst naar de toekomstige zuidkant van het nieuwe gebouw. Voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden vinden er geen sloopwerkzaamheden plaats. Het gebied waar het nieuwe gebouw effecten op kan hebben is groter dan het onderzoeksgebied. De schaduw van het nieuwe studentencomplex valt namelijk in een beperkt deel van het jaar op de kopgevels van vrijwel identieke gebouwen te noorden van de Balthasar van der Polweg. Deze gebouwen zijn, van oost naar west genummerd als volgt: blok 6, blok 7 en blok 8. Blok 6 ligt aan de Korvezeestraat / Feldmanweg, blok 7 ligt aan de Korvezeestraat en blok 8 ligt aan de Korvezeestraat / Leeghwaterstraat. De kopgevels van de drie gebouwen bestaan uit metselwerk en zijn voorzien van een spouwmuur.

De drie bestaande woonblokken 6, 7 en 8 blijven behouden. Via verschillende open stootvoegen zijn de spouwmuren in voorgenoemde gebouwen toegankelijk voor vleermuizen. De werkzaamheden worden gestart met de kapwerkzaamheden en het herplaatsen van enkele bomen in de winter van 2019. Het nieuwe gebouw met 136 studentenwoningen is medio 2020 gereed .. Overtreding verbodsbepaling(en) De gewone dwergvleermuis is in 2013 en 2017 het plangebied aangetroffen. De aanwezigheid van de soort is door middel van het uitvoeren van onderzoek conform het Vleermuisprotocol 2013 en het Vleermuisprotocol 2017 aangetoond. De resultaten hiervan zijn als volgt: Inventarisatie 2013 In blok 6 en in blok 8 zijn twee kraamverblijfplaatsen aangetroffen van de gewone dwergvleermuis. Aangenomen wordt dat beide kraamverblijfplaatsen worden gebruikt door dezelfde kolonie van de gewone dwergvleermuis. Daarnaast zijn er op drie locaties binnen het onderzoeksgebied zomerverblijfplaatsen van 9/13

omgevingsdienst

HAAG LANDEN de gewone dwergvleermuis aangetroffen en op drie andere locaties binnen het onderzoeksgebied paarverblijfplaatsen. Dat deze paarverblijfplaatsen tijdens milde winterperiodes ook in gebruik zijn als winterverblijf van enkele individuen is niet uitgesloten. Zekerheidshalve wordt er vanuit gegaan dat de verblijfplaatsen ook gedurende milde winters in gebruik zijn. Inventarisatie 2017 In blok 8 is een zomerverblijfplaats van een solitaire gewone dwergvleermuis en een paarverblijfplaats van een solitaire ruige dwergvleermuis waargenomen. Beide verblijfplaatsen kunnen ook in zachte winters gebruikt worden. In blok 7 is een kleine kraamkolonie van maximaal zes gewone dwergvleermuizen en een paarverblijfplaats van een solitaire gewone dwergvleermuis waargenomen. In blok 6 zijn twee zomerverblijfplaatsen van in totaal vier exemplaren van de gewone dwergvleermuis waargenomen en twee paarverblijfplaatsen, waarvan één paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis en één paarverblijfplaats van de ruige dwergvleermuis. Zekerheidshalve wordt er vanuit gegaan dat de verblijfplaatsen ook gedurende milde winters in gebruik zijn.

De realisatie van het appartementencomplex met 136 studentenwoningen heeft tot gevolg dat de verblijfplaatsen van vleermuizen in de betreffende gebouwen nabij het te realiseren studentenappartementencomplex meer beschaduwd gaan worden dan in de huidige situatie. Door deze nieuwbouw worden door de schaduwwerking één kraamverblijfplaats (blok 7, middelste blok), twee zomerverblijfplaatsen, twee paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis en één paarverblijfplaats van de ruige dwergvleermuis (blokken 6 en 7) aangetast. De overige functies blijven behouden, op voorwaarde dat de bomen tussen de Korvezeestraat en de blokken 6, 7 en 8 behouden blijven. Omdat de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis mogelijk een alternatief voor de bovengenoemde verblijfplaatsen moeten zoeken worden zij opzettelijk verstoord. Hiermee worden de verbodsbepalingen zoals genoemd in artikel 3.5, vierde lid, van de Wnb overtreden. Voorgestelde maatregelen Om negatieve effecten van de werkzaamheden tot een minimum te beperken worden maatregelen voorgesteld zoals beschreven in hoofdstuk 3 Mitigerende maatregelen van het 'Ecologisch werkprotocol vleermuizen Balthasar van der Polweg', van 25 juni 2014 en hoofdstuk 5 van het 'Activiteitenplan vleermuizen bij realisatie studentenwoningen Balthasar van der Polweg in Delft' van 27 november 2017.

Kort samengevat, zijn deze maatregelen als volgt: In 2014 zijn tijdelijke mitigerende maatregelen opgehangen voor de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis: vier vleermuiskasten model C en twaalf vleermuiskasten model A. Begin 2017 zijn deze vleermuiskasten door een ter zake kundige bezocht om vast te stellen dat deze kasten conform de daarvoor geldende richtlijnen zijn opgehangen. Gezien de lange gewenningsperiode heeft dit in 2017 geresulteerd in ingebruikname van een van de vleermuiskasten als zomerverblijfplaats door een gewone dwergvleermuis. In de nabije omgeving van het plangebied zijn daarnaast vijf woonblokken met studentenwoningen aanwezig die identiek zijn aan de drie woonblokken (6, 7 en 8) in het plangebied en die extra alternatieve verblijfsmogelijkheden geven. Als permanente voorzieningen worden er 22 inbouwkasten, bestaande uit 10 kraam kasten en 12 paar-, zomerverblijfplaatsen, aangebracht in de nieuwbouw. Deze maatregelen zijn geschikt als permanente voorziening voor de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis en zijn medio 2020 beschikbaar. De kraamkasten worden onder de ramen geplaatst, omdat op deze locatie een grote spouwmuur aanwezig is. Dit maakt dat er ruimte is voor een vleermuiskast met vier lagen. De zomer- en kraamkasten worden daarnaast verspreid ingebouwd over de gevels met een invlieghoogte op de drie tot 10 meter hoogte.

De vleermuiskasten worden daarbij ingebouwd op locaties waar niet direct een raam is ingebouwd zodat er geen verstoring van licht optreedt. De beoogde kraamkast is een hoekkast die zowel aan de westgevel als aan de zuidgevel bevestigd wordt. Deze kraamkast heeft eveneens vier lagen maar is twee keer zo groot, 10/13

omgevingsdienst HA A G LA NDEN zodat vleermuizen kunnen kiezen of ze gebruik willen maken van de kasten aan de westkant of aan de zuidkant. De huidige verblijfplaatsen in de nabije gebouwen blijven eveneens behouden ondanks dat deze aan kwaliteit wel inboeten door de bouw van het studentencomplex. De kap- en bouwwerkzaamheden worden ten slotte uitgevoerd onder begeleiding van een deskundige met kennis van de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis. Als in de praktijk blijkt dat maatregelen niet op de voorgeschreven wijze uitgevoerd kunnen worden dienen hiervoor passende maatregelen worden gerealiseerd. Wij hebben dit opgenomen in voorschrift 6. Voorgenoemde maatregelen achten wij in grote lijnen afdoende, echter ten aanzien van de essentiële vliegroute achten wij het noodzakelijk om aanvullende voorwaarden op te nemen in dit besluit om het verstoren van deze vliegroute te voorkomen. Eventuele bouwverlichting dient uitsluitend te zijn gericht (via daartoe doeltreffende armaturen) op de bouwplaats en dient tussen zonsondergang en zonsopkomst uitgeschakeld te zijn. Wij hebben dit opgenomen in voorschrift 9. De naastgelegen bomenrij die dient als vliegroute blijft verder behouden en tijdens de herinrichting van het plangebied worden ten zuiden van de nieuwbouw extra bomen aangeplant. Wij hebben dit opgenomen in voorschrift 12.

Staat van instandhouding De kraamgroep van de gewone dwergvleermuis is tijdens de inventarisaties van 2017 tevens waargenomen op de locatie aan de Korvezeestraat 240-310. Dit geeft aan dat de kraam kolonie van de gewone dwergvleermuis in de nabije omgeving reeds andere kraamverblijfplaatsen gebruikt. Op deze locatie zijn naast een middelgroot kraamverblijf ook enkele zomerverblijfplaatsen aanwezig van deze soort. Hiermee is aangetoond, dat de gewone dwergvleermuis binnen de wijk door het jaar heen gebruik maakt van een netwerk aan zomer- en kraamverblijfplaatsen. De grootte van de populatie en voorgenoemd netwerk is sterk afhankelijk van het voedselaanbod en beschikbare verblijfplaatsen. Door de voorgenomen nieuwbouw van het studentencomplex kunnen door de schaduwwerking één kraamverblijfplaats (blok 7, middelste blok), twee zomerverblijfplaatsen, twee paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis en één paarverblijfplaats van de ruige dwergvleermuis (blokken 6 en 7) aangetast worden en verdwijnen. In de nabije omgeving zijn echter te allen tijden voldoende verblijfplaatsen beschikbaar voor de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis.

Vanwege de vergelijkbare bouwstijl (met openingen in de spouw), het gebruik en de positionering ten opzichte van de zon van de woningen in de omgeving van het plangebied is gewaarborgd dat er geschikte alternatieve verblijfplaatsen beschikbaar zijn en dat het plangebied voldoende functioneel zal blijven. Deze gebouwen blijven namelijk behouden en ondervinden geen hinder van de schaduw van het nieuwe studentencomplex. Voor de kraamverblijfplaats in blok 7 kan in verband het fluctueren van de bezonning niet worden uitgesloten dat het door de voorgenomen nieuwbouw verloren gaat. Vleermuizen zijn namelijk erg gevoelig voor het microklimaat van de verblijfplaats, dat sterk wordt beïnvloed door bezonning. Door het ruim op tijd (in 2014) aanbieden van voldoende tijdelijke alternatieve verblijfplaatsen (16 kasten), hebben de vleermuizen daarnaast voldoende tijd gekregen om deze te ontdekken. De effectiviteit blijkt reeds uit onderzoek in 2017 (zie paragraaf 'voorgestelde maatregelen'). De 22 permanente inbouwkasten in het nieuwe appartementencomplex worden verder zodanig gepositioneerd dat deze - net zoals de huidige verblijfplaatsen - kunnen fungeren als kraam-, zomer- of paarverblijfplaats en als incidentele winterverblijfplaats voor één of enkele individuen tijdens milde winterperiodes.

Bovendien wordt met de aanplant van bomen op het naastgelegen terrein verwacht dat de foerageermogelijkheden in de nabije omgeving worden versterkt.

11/13

omgevingsdienst HA A G LA NDEN De tijdelijke en permanente verblijfplaatsvoorzieningen dienen functioneel te zijn. De controle en beoordeling hiervan dient in ieder geval te worden meegenomen met de periodieke onderhoudscontrole van het gebouw. Dit hebben wij in voorschrift 10 opgenomen. Voor het verdwijnen van één kraamverblijfplaats, twee zomerverblijfplaatsen, twee paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis en één paarverblijfplaats van de ruige dwergvleermuis worden 22 inbouwkasten, bestaande uit 1 O kraam kasten en 12 paar-,zomerverblijfplaatsen (waarvan één geschakelde vleermuiskast overhoeks wordt gerealiseerd met ingang vanuit beide gevels) aangebracht in de nieuwbouw. Van belang is dat deze vleermuiskasten worden aangemeld bij www.vleermuiskasten.nl. Op deze wijze komt meer inzicht waar vleermuiskasten zijn geplaatst. Wij hebben dit in voorschrift 11 opgenomen. Op grond van het vorenstaande zijn wij van mening dat de maatregelen, met inachtneming van de voorschriften, voldoende zijn om negatieve effecten te voorkomen dan wel tot een minimum te beperken en dat de realisatie van de nieuwbouw niet gaat leiden tot verslechtering van de instandhouding van de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis. Ecologisch werkprotocol De start van de werkzaamheden dient gemeld te worden bij de gemeente Delft.

De werkzaamheden en de wijze waarop maatregelen worden uitgevoerd dienen in een ecologisch werkprotocol te worden opgenomen. Dit protocol dient bij het melden van de start van de werkzaamheden meegestuurd te worden. Voorts dient het ecologisch werkprotocol op de locatie aanwezig te zijn. Hierdoor weten ook de uitvoerders op welke wijze de werkzaamheden zorgvuldig moeten worden uitgevoerd. Wij hebben dit in de voorschriften 2, 3 en 4 vastgelegd. Belangenonderbouwi ng Het project wordt nodig geacht op grond van het belang 'volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten'. Momenteel is er een tekort aan studentenhuisvesting in Delft. Het doel van het project is om in de toekomst studentenhuisvesting mogelijk te houden. De vraag naar studentenhuisvesting is groeiend in Delft. De voorgenomen nieuwbouw is een klein onderdeel van een groter plan. Uit de Woonvisie Delft 2016-2023 volgt dat er in 2023, afhankelijk van het scenario, 2.000 extra studenteneenheden nodig zijn. Echter, meer recente groeicijfers van zowel de TU als de Hbo-instelling laten zien dat de vraag intussen al weer hoger ligt. Tot 2021 is een extra vraag naar zo'n 1.150 studentenwoningen te verwachten.

Deze behoefte wordt opgevangen binnen het stedelijk gebied. Veel studenten wonen dan ook in Delft tijdens hun studie. Dat geldt zowel voor de Nederlandse studenten, als voor de groeiende groep internationale studenten. In de Ruimtelijke Structuurvisie Delft wordt de zone waar het plangebied in ligt beschreven als werkgebied. In werkgebieden dient er ruimte te zijn voor wonen, groen, recreatie, zodat deze gebieden ook 's avonds gebruikt kunnen worden. Op het TU-terrein worden ook bestaande gebouwen getransformeerd naar studentenwoningen om het bestaande tekort op te heffen. De voorgenomen locatie aan de Balthasar van der Polweg past in de visie van de Living Campus, met een binnen het campusgebied geconcentreerde mix van huisvesting, werklocaties en voorzieningen als winkels, horeca, etc. De woonvisie geeft aan dat de nieuwe studentenwoningen vooral gerealiseerd moeten worden op de TU-campus en dat grote clusters van studentenwoningen buiten de campus niet gewenst zijn. In het projectMER dat is opgesteld voor het gebied Delft Zuidoost en de bestemmingsplannen die in de toekomst worden vastgesteld is als uitgangspunt 3.000 studentenwoningen gehanteerd. Inmiddels zijn 1.359 wooneenheden gerealiseerd.

Op grond van een afspraak tussen woningcorporatie DUWO en de gemeente kunnen door omzetting van reguliere DUWO gezinswoningen naar wonen voor studenten de komende jaren ook nog zo'n 200 woonplekken gerealiseerd worden. De gemeente bewaakt dat de nieuwe bouwplannen 12/13

omgevingsdienst

HAAG LANDEN vallen binnen de gestelde planologische ruimte. Voor de nieuwbouw van het appartementencomplex met 136 studentenwoningen binnen het plangebied geldt dat het past binnen de planologische ruimte. In zowel de Gebiedsagenda als het Ruimtelijk Structuurplan van Haaglanden neemt de ontwikkeling van het Technologische Innovatie Campus Delft een zeer belangrijke plaats is. In deze beleidsnota's ligt het accent op verdichten (van de bebouwing) en het bieden van voldoende kwantitatieve en kwalitatieve huisvesting. Gelet op het voorgaande zijn wij van oordeel dat het belang 'andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard' voldoende onderbouwd is om de effecten op de gewone dwergvleermuis, die als gevolg van de uitvoering van de activiteit kunnen optreden, te rechtvaardigen. Geen andere bevredigende oplossing In Delft is er een tekort aan studentenhuisvesting. DUWO en TU zijn een samenwerkingsverband aangegaan om dit tekort te verkleinen door studentenwoningen te realiseren in het TU midden West gebied. De aangewezen bouwlocatie volgt uit een stedenbouwkundige studie van Mecanoo uit 2008 voor ruimtelijke inpassing. Voor de realisatie van het nieuwe appartementencomplex is overeenstemming bereikt tussen DUWO, TU Delft en de gemeente Delft.

De beoogde locatie van het nieuwe gebouw is de enige vrije kavel die dé strategische ontwikkeling van het primaire TU Delft proces niet in de weg staat. Binnen het eigendom van de TU Delft is echter alleen schuifruimte aanwezig door op een andere locatie meerlaags parkeren te realiseren. Op locaties waar studentenwoningen gerealiseerd kunnen worden op de campus gelden specifieke kaders en randvoorwaarden voor de ontwikkeling die wetenschappelijke inpassing mogelijk moeten maken en daarmee conflicteren met het programmeren van een woonfunctie. De huidige verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis in woonklok 6, 7 en 8 kunnen voor de voorgenomen nieuwbouw verdwijnen. Vooralsnog bestaat de mogelijkheid dat de schaduw een minder negatief effect heeft op de verblijfplaatsen dan verwacht wordt. De mitigerende maatregelen zijn er op gericht om de eventuele negatieve effecten te voorkomen. Gelet op het voorgaande zijn wij van oordeel dat er geen andere bevredigende oplossing voorhanden is.

Conclusie Op grond van het vorenstaande kan worden geconcludeerd dat de gevraagde Vvgb op grond van artikel 2.27, eerste lid, van de Wabo en de artikelen 2.2aa en 6.1 0a, eerste lid, van het Besluit omgevingsrecht kan worden afgegeven ten behoeve van de gevraagde omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 2.1 van de Wabo.

13/13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9934295/1