5 Besluit hogere grenswaarden
Tekst van het document
WET GELUIDHINDER
besluit hogere grenswaarden
1.
2.
Gegevens naam
:
Burgemeester en wethouders van Delft
adres
:
Postbus 78
postcode
:
2600 ME
plaats
:
Delft
contactpersoon
:
Maarten Koopman
telefoonnummer
:
14015
:
art. 82 en 83, 2e lid, Wgh
geldend bestemmingsplan
:
‘Albert Heijn Locatie Martinus Nijhofflaan’
bouwplan
:
260 appartementen en lichte horeca/detailhandel
Aard en object
:
186 woningen
ligging (bijv. straat of plangebied)
:
Martinus Nijhofflaan, ten zuidwesten van de kruising met de Voorhofdreef/Papsouwselaan
industrieterrein(en)
:
n.v.t.
Rechtsgrond(en) artikel(en)
3.
4.
Bouw- en bestemmingsplannen
Korte omschrijving besluit
voor het besluit relevante weg(en) : binnenstedelijk gebied
Martinus Nijhofflaan en Voorhofdreef/Papsouwselaan
voor het besluit relevante weg(en) : buitenstedelijk gebied
n.v.t.
spoorweg(en)
n.v.t.
:
5.
Overwegingen
Toetsingskader Het toetsingskader voor dit besluit bestaat uit de Wet geluidhinder (Wgh). De Wgh stelt dat een hogere grenswaarde kan worden verleend indien maatregelen om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen onvoldoende doeltreffend zijn of overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Het wettelijk kader schrijft daarbij voor dat ten behoeve van het terugdringen van de geluidsbelasting achtereenvolgens de volgende soorten maatregelen dienen te worden bezien: • maatregelen aan de bron (bijvoorbeeld geluidsreducerende wegdekverharding, verminderen verkeer, verlagen snelheid); • maatregelen in het overdrachtsgebied tussen bron en ontvanger (bijvoorbeeld geluidsschermen, vergroten afstand tussen bron en ontvanger); • maatregelen bij de ontvanger (bijvoorbeeld dove gevels, vliesgevels). Wanneer de geluidsbelasting hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en geluidsreducerende maatregelen redelijkerwijs niet doelmatig of mogelijk zijn, kan een hogere grenswaarde worden vastgesteld. Het afwegingskader dat het College daarbij hanteert is opgenomen in de in april 2013 vastgestelde beleidsnota ‘Beleid Hogere Waarden Wet Geluidhinder’.
Wettelijk kader In het bij dit besluit behorende akoestisch onderzoek (rapport ‘Martinus Nijhofflaan fase 2; Akoestisch onderzoek’, projectnummer 0462176.100, 17 september 2020) zijn mogelijke maatregelen besproken. Uit het onderzoek blijkt het volgende. Maatregelen aan de bron Het toepassen van een geluidsreducerende wegdekverharding heeft in beginsel een gunstig effect op de geluidsemissie van de motorvoertuigen (niet op die van de trams). Een dunne deklaag is echter geen geschikte oplossing, omdat voertuigen door de aanwezigheid van de rotonde en voetgangersoversteekplaatsen veelvuldig zullen optrekken, afremmen en/of afslaan. Met een slijtvastere geluidsreducerende wegdekverharding, zoals SMA-NL5, kan slechts een beperkte afname van de geluidsbelasting worden bereikt (1 dB, waarbij op de Martinus Nijhofflaan ook nog een licht ongunstig effect optreedt vanwege de trambaan). De geluidsbelasting kan derhalve niet significant worden verlaagd door het aanbrengen van een ander type wegverharding. Maatregelen in het overdrachtsgebied Geluidsafschermende maatregelen langs de weg zouden voor de onderste bouwlagen effectief zijn, maar zijn in deze binnenstedelijke omgeving uit verkeerskundig en stedenbouwkundig oogpunt onwenselijk en niet inpasbaar. Maatregelen bij de ontvanger Met name de gevel aan de zijde van de Martinus Nijhofflaan ondervindt een hoge geluidsbelasting.
Deze gevel wordt gedeeltelijk voorzien van maatregelen die zorgen voor een geluidsreductie van ten minste 9 dB. Gedacht wordt aan een geluidsabsorberend lamellensysteem. Hierdoor beschikken alle achterliggende woningen over ten minste één te openen deel met een aanvaardbare geluidsbelasting (zie toelichting hierna). Bij woningen die zowel een woonkamer als een slaapkamer aan deze zijde hebben, wordt de maatregel aangebracht bij de slaapkamer. Conclusie Uit het bovenstaande volgt dat maatregelen aan de bron of in het overdrachtsgebied niet effectief zijn of overwegende bezwaren ontmoeten van verkeerskundige en stedenbouwkundige aard. Doordat aan de hoogst geluidsbelaste woningen maatregelen worden getroffen, kan daar in vrijwel alle gevallen de geluidsbelasting plaatselijk worden verlaagd tot ten hoogste de voorkeursgrenswaarde. Op een deel van de betreffende woningen en een deel van de overige woningen in het gebouw resteert een geluidsbelasting die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde. Daarom dient voor 186 woningen een hogere grenswaarde te worden vastgesteld vanwege de Martinus Nijhofflaan en/of de Voorhofdreef/Papsouwselaan. Gemeentelijk kader Het uitgangspunt van het gemeentelijke hogerewaardenbeleid is dat hogere grenswaarden worden vastgesteld indien een aanvaardbaar akoestisch klimaat wordt gerealiseerd. Om dit doel te bereiken zijn in
het hogerewaardenbeleid eisen geformuleerd. Zo dienen woningen te beschikken over een geluidsluwe zijde. Onder een geluidsluwe zijde wordt het volgende verstaan: • de geluidsbelasting van de geluidsluwe zijde mag cumulatief niet meer bedragen dan 60 dB (exclusief correctie conform artikel 110g Wgh); • indien de gecumuleerde geluidsbelasting van de hoogst geluidsbelaste zijde 65 dB of minder bedraagt, bedraagt de gecumuleerde geluidsbelasting van de geluidsluwe zijde maximaal 55 dB (exclusief correctie conform artikel 110g Wgh); • de gevel achter een vliesgevel kan beschouwd worden als een geluidsluwe gevel. Daarnaast dienen woningen die niet eenzijdig georiënteerd zijn ten minste één slaapkamer te hebben die niet aan de hoogst geluidsbelaste zijde is gelegen. In geval van woningen die wel eenzijdig georiënteerd zijn, dient op gebouwniveau ten minste 50% van de woningen niet te zijn gelegen aan de hoogst geluidsbelaste zijde. Conclusie De zuidgevels van het gebouw zijn geluidsluw, evenals het grootste gedeelte van de westgevels. Doordat de geluidsbelasting van de noordgevel (zijde Martinus Nijhofflaan) plaatselijk met ten minste 9 dB wordt teruggebracht door het treffen van maatregelen, beschikken alle achterliggende woningen over ten minste één geluidsluw te openen deel. De oostgevel is niet geluidsluw.
De gecumuleerde geluidsbelasting van de woningen die alleen een gevel op het oosten hebben, varieert tussen 57 en 60 dB. Omdat de meeste woningen eenzijdig op de maatgevende bron(nen) zijn georiënteerd, beschikken niet alle ontheffingsgevallen over ten minste één slaapkamer die niet is gelegen aan de hoogst geluidsbelaste zijde. Dit is aanvaardbaar, omdat op gebouwniveau ruim 75% van de woningen zich niet bevindt aan de hoogst geluidsbelaste zijde. De meeste woningen in het complex beschikken over een geluidsluw(e) gevel(deel) en/of bevinden zich niet aan de hoogst geluidsbelaste zijde. Dit wordt mede bereikt doordat bij de hoogst geluidsbelaste woningen maatregelen worden getroffen om de geluidsbelasting van ten minste één (slaap)kamer plaatselijk te verlagen. Van de woningen zonder geluidsluw(e) gevel(deel) is de gecumuleerde geluidsbelasting aanzienlijk lager dan de hoogste geluidsbelasting waarvoor in binnenstedelijk gebied ontheffing kan worden verleend (63 + 5 dB zonder aftrek conform artikel 110g Wgh). Tezamen leidt dit tot het oordeel dat er sprake is van een aanvaardbaar akoestisch klimaat. Daarom wordt voor dit plan een algemene uitzondering op het beleid gemaakt. Eindoordeel In verband met de realisatie van 260 appartementen aan de Martinus Nijhofflaan moet voor 186 van de betreffende appartementen een besluit hogere grenswaarden worden genomen.
De Wet geluidhinder en het gemeentelijke hogerewaardenbeleid staan de vaststelling van hogere grenswaarden niet in de weg. Er is sprake van een aanvaardbaar akoestisch klimaat.
6.
Bijlagen De verzochte hogere waarden
:
Zie tabel 1
Het akoestisch onderzoek
:
Rapport ‘Martinus Nijhofflaan fase 2; Akoestisch onderzoek’, projectnummer 0462176.100, 17 september 2020
7.
Ondertekening Het college van burgemeester en wethouders van Delft, Namens het college,
Mevrouw L.E. van Reenen Afdelingshoofd Ruimte en Economie Advies Datum: 08-02-2021
8.
Beroepsprocedure
Gedurende de inzagetermijn bestaat de mogelijkheid om tegen het besluit beroep in te stellen bij de Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Deze mogelijkheid staat open voor belanghebbenden die tijdig hun zienswijzen tegen het ontwerpbesluit hebben ingediend, dan wel kunnen aantonen dat zij daartoe redelijkerwijs niet in staat zijn geweest. Verder is het voor belanghebbenden mogelijk beroep in te stellen tegen onderdelen van het besluit die zijn gewijzigd bij de vaststelling. Wanneer u een beroepschrift heeft ingediend kunt u tevens een verzoek om een voorlopige voorziening indienen bij de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Bijlage hogere grenswaarden bouwplan Martinus Nijhofflaan Tabel 1 verdieping 2–20 2–20 2–17 3–13 3–5, 7–9, 17–20 4–6, 9, 14–17 3, 10–13 8, 10 5–7 3–4 17–20 2–17 2–8
aantal woningen 54 38 21 8 14 13 11 4 9 6 19 68 40
hogere grenswaarde in dB 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 50 51 52
geluidsbron Martinus Nijhofflaan Martinus Nijhofflaan Martinus Nijhofflaan Martinus Nijhofflaan Martinus Nijhofflaan Martinus Nijhofflaan Martinus Nijhofflaan Martinus Nijhofflaan Martinus Nijhofflaan Martinus Nijhofflaan Voorhofdreef/Papsouwselaan Voorhofdreef/Papsouwselaan Voorhofdreef/Papsouwselaan
Het onherroepelijk geworden besluit hogere grenswaarden dient te worden ingeschreven in het kadaster.