CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

4.8 Memo participatie en uitdaagrecht

Commissie Economie, Financiën en Bestuur 2 september 2021, gemeente DelftBij agendapunt: Voorstel van het college aan de raad inzake Vaststelling Nota Participatie in Delft 2022 en Verordening participatie en uitdaagrecht Delft (2134649)2.011 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeenteraad Raadsgriffie Doorkiesnummers: Telefoon 0634475329

Aan Commissie EFBEFB Commissie Van

Bianca van Petegem Afschrift aan

College

Memo Datum

26-8-2021 Opsteller

Onderwerp Nota Participatie in Delft 2022

Bianca van Petegem Bijlage

Geen

1) Inleiding Op de agenda voor de commissie Economie, Financiën en Bestuur van 2 september staat een brief van college met de Nota Participatie en Verordening Participatie en Uitdaagrecht 2022 (2134649) als agendapunt opgenomen. Met het toezenden van de nota geeft het college invulling aan de eerder door de raad geuite wens om een gemeentelijke nota over inspraak en participatie op te stellen (werkgroep vergadermodel 1ab inspraak). Voor de behandeling is ook de recent toegestuurde collegebrief over Right to challenge relevant (2134651) waarbij zij ingaat op de afhandeling van de raad gedane toezegging over Right to Challenge (T2018213.10-1). Bij het opstellen van de nota is gebruik gemaakt van de ervaringen van de diverse experimenten met Delfts Doen, co-creatie en Right to Challenge. Er heeft los daarvan geen apart inspraakproces plaatsgevonden. De nota gaat vooral in op initiatieven in de fysieke leefomgeving. Voor het opstellen van de verordening heeft het college aangesloten bij de modelverordening van de VNG. De voorliggende verordening is niet wezenlijk anders dan hoe de gemeente nu al werkt en heeft geen financiële consequenties. De verordening gaat per 1 januari 2022 in. Vanaf dan moet de website aangepast zijn. Richting de invoering van de omgevingswet komt er een communicatiecampagne waarin participatie wordt meegenomen. Dit zal ongeveer in april 2022 starten.

Deze memo gaat in op de aanleiding voor de nota en de opdracht van de gemeenteraad1. Verder geeft het een korte samenvatting van de verschillende rollen tussen gemeente en initiatiefnemers. Tot slot geeft de memo een overzicht

1 Deze memo is een ambtelijk product van de griffie en dient ter ondersteuning van de raad.

Fracties kunnen de genoemde punten naar eigen inzicht wel of niet betrekken bij hun inbreng; het is overigens niet de bedoeling dan naar de griffie te verwijzen. Cursief aangebrachte passages geven citaten vanuit de opdracht vanuit de raad aan. Onderstreepte passages in deze memo bevatten hyperlinks naar de aangehaalde stukken.

van overige relevante stukken en legt de memo een verbinding naar andere lopende acties om de processen rondom participatie te verbeteren.2

2) Aanleiding voor de nieuwe nota Participatie: wensen vanuit de raad In de raadsperiode 2018-2022 is de raad gestart met de evaluatie en verbetering van de eigen werkwijze. Hiervoor zijn diverse werkgroepen gestart. Eén van de werkgroepen hield zich bezig met de ‘wisselwerking college en ambtelijke organisatie met de samenleving (onderdeel 1)’. In het bijbehorende Plan van aanpak 1ab staat hierover het volgende: “Raad, college en organisatie hebben allemaal hetzelfde doel voor ogen, namelijk dat burgers het idee hebben dat ze de weg naar de gemeente weten te vinden als het aankomt op inspraak en participatie en dat zij daarin het gevoel krijgen dat ze gehoord worden en ook daadwerkelijk kunnen bijdragen. De raad zelf is zoekende naar meer overzicht en een duiding van de verschillen tussen de instrumenten”. In het algemeen krijgt de raad te maken met inspraak doordat inwoners of bedrijven inspreken bij voorstellen die het college aan de raad voorlegt. In de Bouwstenen bij het Plan van aanpak stelt de werkgroep hierover het volgende: “Inspraak bij de gemeenteraad is echter een noodventiel aan het einde van het proces. Dit zal altijd nodig blijven om signalen over een slecht gelopen proces te kunnen ontvangen en om “toppen” van ijsbergen te ontdekken.

Het is van belang dat er een actuele algemene gezamenlijke visie op inspraak komt vanaf de eerste fase van de beleidsvorming (naast al het bestaande sectorale beleid), zodat inspraak eerder zal plaatsvinden en inspraak aan het einde (als er doorgaans weinig financiële/juridische/politieke ruimte is) minder nodig is.” Op dit moment bestaan er al diverse mogelijkheden tot inspraak en participatie. Naast de wettelijke inspraakmogelijkheden en de bestaande Participatieverordening heeft Delft, als voorbereiding op de komst van de Omgevingswet, in 2017 de methode Delfts Doen ontwikkeld. De periode daarna is benut om ervaring met deze methode op te doen. Belangrijke voorwaarde om Delfts Doen toe te passen is dat er nog wel aanpassingen in plannen mogelijk zijn. Delfts Doen wordt momenteel voor allerlei situaties ingezet, niet alleen voor ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Het verzoek van de werkgroep aan het college was tweeledig (zie Plan van aanpak 1ab werkgroep vergadermodel): a) De raad vraagt het college een gemeentelijke nota op te stellen over inspraak en participatie. Deze notitie geeft een visie en beschrijft de samenhang van de verschillende instrumenten (Delfts Doen!, co-creatie, right to challenge, etc.) en de rol van de raad daarbij.

b) Zodra deze nota is vastgesteld door de raad komt er een duidelijke uitleg voor de inwoners van Delft over de diverse vormen van participatie en op welke wijze mensen daar gebruik van kunnen maken. 3) Aanleiding voor de nieuwe nota Participatie: Wettelijke verplichtingen

2 Onder andere de raadswerkgroepen Werkgroep 2ab: Format raadsvoorstellen en

werkgroep 2e: Lange termijn agenda 2/5

Naast de genoemde opdracht vanuit de raad is er nog een aantal landelijke wettelijke verplichtingen waarom het belangrijk is een beleid op participatie te ontwikkelen.

•

De Wet versterking participatie op decentraal niveau. De Wet versterking participatie op decentraal niveau is in voorbereiding. Deze wet bepaalt dat de inspraakverordening een participatieverordening wordt. In deze verordening staat hoe de gemeente of initiatiefnemers, inwoners en maatschappelijke partijen kunnen of moeten betrekken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. Delft heeft al een inspraak- en participatieverordening uit 2005.

•

Omgevingswet: Motie Mooren De 1e Kamer heeft bij de behandeling van de Omgevingswet een motie aangenomen (de motie Nooren) die vooruitloopt op de Wet Versterking Participatie op Decentraal niveau. In de motie staat dat gemeenten de verplichting krijgen om participatiebeleid vast te stellen. De verplichting is inmiddels via het Invoeringsbesluit bij de Omgevingswet, opgenomen in het Omgevingsbesluit. Dit is vormgegeven als verzwaring van de motiveringsplicht: er moet niet alleen gemotiveerd worden hoe geparticipeerd is maar ook hoe het gemeentelijke participatiebeleid is toegepast.

•

Toetsing participatie na ingaan Omgevingswet De raad kan participatie verplicht stellen bij bepaalde omgevingsvergunningen. Dit kan alleen als plannen niet in het omgevingsplan passen. In het participatiebeleid staat hoe de gemeente de participatie vervolgens toetst.

4) Relevante stukken Naast de Evaluatie van Delfts Doen en de huidige Inspraak- en Participatieverordening, zijn voor de raad nog de Verordening Burgerinitiatief en de Referendumverordening van belang. Via de Verordening Burgerinitiatief kunnen burgers van ouder dan 14 jaar een uitgewerkt voorstel aan de raad sturen ter behandeling en besluitvorming. Het initiatief moet door minimaal 300 personen ondersteund worden. Tot nu toe is van deze verordening nog geen gebruik gemaakt. Bij de Referendumverordening gaat het om het aanvragen van een referendum op een bestaand raadsvoorstel wat het college aan de raad heeft gestuurd. Een aanvraag moet dan ondersteund worden door 800 inwoners van Delft. De relevante stukken zijn dus (doorklikbare links): • • • •

Inspraak en participatie verordening uit 2005 Verordening burgerinitiatief uit 2009 Evaluatie Delfts Doen uit december 2020 Referendumverordening 2020

5) De nota Participatie en verordening Participatie en Uitdaagrecht Met de nota Participatie in Delft 2022 en de Verordening participatie en uitdaagrecht Delft 2022 wil de gemeente: a) duidelijke spelregels voor participatie in Delft vastleggen; b) een eenduidige manier van werken mogelijk maken; c) het uitdaagrecht vastleggen.

3/5

Zodat deelnemers aan participatietrajecten weten wat ze van de gemeente kunnen verwachten. En initiatiefnemers weten wat er van hen verwacht wordt wanneer zij participatie inzetten bij initiatieven. Dat doet de nota door een verschil te maken in de wijze van participeren. Bij burgerparticipatie neemt de burger deel aan een proces waarbij de gemeente initiatiefnemer is of een persoon/bedrijf in het kader van de Omgevingswet. Hieronder vallen alle inspraakreacties op bijvoorbeeld gemeentelijke plannen, maar ook participatie bij beeldvormende vergaderingen vanuit de raad, bij initiatieven op basis van de Omgevingswet of bij actuele onderwerpen waar de gemeente mee bezig is. Ook initiatieven vanuit de Referendumverordening vallen hier onder. Burgers denken en/of werken mee maar de gemeente bepaalt uiteindelijk. Bij overheidsparticipatie is de burger aan zet om samen met de gemeente iets op te pakken. Hieronder vallen bijvoorbeeld alle buurtinitiatieven en initiatieven op basis van de (minder gebruikte) Verordening Burgerinitiatief. Burgers kunnen vaak subsidie ontvangen om deze initiatieven uit te voeren. De gemeente blijft eindverantwoordelijk. Bij Right to Challenge is de burger helemaal aan zet. Deze neemt bestaande taken over van de gemeente. Alles wat de gemeente doet is faciliteren door bijvoorbeeld het meegeven van een budget. De burger voert uit en is verantwoordelijk.

Bij de drie vormen horen andere spelregels en een andere rol vanuit de gemeente. In de nota en de bijbehorende verordening staat aangegeven wat de regels hiervoor zijn en wat er (wel en niet) kan. 6)

Vraagstelling voor de raad bij de commissie

De werkgroep gaf in haar Plan van aanpak over de “wisselwerking college en ambtelijke organisatie met de samenleving (onderdeel 1)”, het volgende aan: “Het experiment is een succes wanneer: 1. De nota voor de raad, het college én de organisatie duidelijk maakt welke verschillende instrumenten er zijn op het gebied van inspraak en participatie, hoe deze zich verhouden tot lopende processen en welke rol iedereen hierin speelt; 2. Het voor de burger duidelijk is hoe hij of zij kan inspreken of participeren en welke verwachtingen hij of zij daarbij kan hebben. Leidend principe daarbij is dat we het gevoel van ‘niet gehoord worden’ zoveel mogelijk willen wegnemen.“

7)

Relatie met andere voorstellen tot verbetering werkwijzen

Het opstellen van een nieuwe Participatieverordening en de verordening Uitdaagrecht is niet de enige lopende actie op het gebied van verbetering van participatie. Ook in andere werkgroepen (werkgroep 2ab: format raadsvoorstellen en werkgroep 2e: Langetermijnagenda) zijn verbeterpunten over participatie opgenomen. Werkgroep 2ab De werkgroep gaf als opdracht aan het college (zie Plan van Aanpak 2ab): a) “In haar voorstellen/notities/brieven aan de raad rapporteert het college wie er zijn betrokken en wat daarvan de uitkomst was, niet alleen in een paragraaf “Beginspraak” maar ook in de stukken. 4/5

b) In raadsvoorstellen maakt het college duidelijk waar het voorstel bij hoort, wat er is voorafgegaan en wat de rol van de raad is in het proces.” Als oplossing hiervoor heeft de werkgroep een oplegger bij, of als onderdeel van, raadsvoorstellen en andere collegestukken voorgesteld. Inmiddels is een dergelijke oplegger ingevoerd en net voor de zomer in gebruik genomen. In de nieuwe oplegger is een kopje ‘Participatie’ opgenomen. Hiermee wil het college de raad laten zien hoe zij burgers betrokken heeft bij het betreffende dossier. De oplegger is van toepassing op alle stukken die het college naar de raad stuurt (en dus niet alleen voor de raadsvoorstellen.) Werkgroep 2e De werkgroep gaf als opdracht aan het college (zie Plan van Aanpak 2e): “De raad vraagt het college een agenda op hoofdlijnen op te stellen (bijvoorbeeld jaarlijks), om als raad ook goed en tijdig beeldvorming te kunnen doen. Het college licht toe wat zij zelf doet aan participatie, zodat college en raad goede afstemming hierover kunnen doen. Bij de bespreking van de langetermijnagenda (LTA) in de procedurevergadering (of alternatief) komt ook aan de orde wat de raad zelf wil agenderen.” Inmiddels is een Langetermijn agenda ontwikkeld. Deze verschijnt elk kwartaal.

In deze lange termijn staat bij alle stukken aangegeven of er participatie plaats gaat vinden of plaatsgevonden heeft (doorgaans in een enkel geval). 8)

Vervolg

Met het toezenden van een Participatienota en bijbehorende verordening geeft het college invulling aan de eerste wens van de raad: het opstellen van een visie die de samenhang van de verschillende participatie instrumenten beschrijft. Zodra deze nota is vastgesteld door de raad komt er een duidelijke uitleg voor de inwoners van Delft over de diverse vormen van participatie en op welke wijze mensen daar gebruik van kunnen maken. Verder werken raad en college samen aan het ontwikkelen van de Tools voor de Omgevingswet. Dit gaat de organisatie helpen om de in de nota genoemde spelregels uit te kunnen voeren en de raad helpen om hier beter op te kunnen controleren (tweede wens vanuit de raad). Hiervoor is geen extra budget nodig.

5/5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10470775/1