CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

4.6.4 bijlage-b-overzicht-joodse-huis-en-grondeigenaren-delft

Commissie Economie, Financiën en Bestuur 12 januari 2023, gemeente DelftBij agendapunt: Onderzoek Joods Vastgoed2.510 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage B Overzicht Joodse eigenaren van onroerend goed in Delft Totaal 32 eigenaren met 73 huizen in Delft (kadastrale panden, soms meerdere woningen) en 16 percelen grond binnen de gemeente. De eigenaren zijn hieronder alfabetisch gegroepeerd naar overlevenden of niet-overlevenden en al of niet inwoner van Delft tijdens (het begin van) de oorlog. Joodse Delftenaren met huizenbezit die de oorlog niet overleefd hebben (12 eigenaren): 1)

Joseph Levie “Jos” Berlijn, cafetariahouder Voorstraat 8 in Delft, vermoord in Auschwitz 19 oktober 1942, gehuwd met de niet-Joodse Wilhelmina Adriana Schouman (NH), die de oorlog heeft overleefd. Eigenaar van vier winkelpanden Voorstraat 8, Kruisstraat 20/22, Verlengde Pieterstraat 105 en Brasserskade 89. Geen van de panden is in de oorlog verkocht.

2)

Wolf Willem Erschler, grossier in automaterialen, Fransen van de Puttestraat 53, samen met zijn vrouw Henriëtte Spits op 21 januari 1943 vermoord in Auschwitz, na verraad van hun onderduikadres. Eigenaar van een dubbelhuis in de Fransen van de Puttestraat (51 en 53, samen op één kadastraal perceel F 4739), waarvan het ene huis zijn woning was en het andere zijn bedrijfsruimte. Beide zijn in 1943 opgekocht door de NSB’er Adriaan Poolman. (Zie nader uitgezochte casus 1 in bijlage C.)

3)

Lina Feldmann-Stamm, weduwe van prof. Clarence Feldmann, Rotterdamseweg 101. Prof. Feldmann stierf in 1941 een natuurlijke dood. Lina Feldmann-Stamm stierf in april 1943 in de ziekenbarak in Westerbork. Eigenaresse van de eigen woning, niet verkocht in oorlogstijd.

4)

David Garnade, boekhandelaar, in de oorlog formeel niet meer wonend in Delft maar in Rijswijk, samen met zijn vrouw Elisabeth van Praagh op 5 november 1942 in of bij Auschwitz vermoord. Eigenaar van het winkelpand Choorstraat 21, Delft (niet verkocht). Samen met familieleden was hij ook eigenaar van vier panden in het Oosteinde (nrs 58-60-62-64), die niet zijn verkocht. Verder bezat hij samen met Isaak van IJssel (zie hieronder nr 13) zeven andere panden in Delft, te weten een winkelpand (slagerij) op de Verwersdijk (nr 60); twee woningen in de Kerkstraat (nrs 9 en 10), een pakhuis/machinewerkplaats met bovenwoning aan de Gasthuislaan (nr 143) en een benedenwoning met twee bovenwoningen aan de Gasthuislaan 149/151 (a). Alle huurwoningen. Geen van deze woningen is verkocht. De twee panden aan de Gasthuislaan zouden in juli 1944 volgens de Verkaufsbücher zijn verkocht aan de NSB’er W.A. Anderson, maar die koop blijkt niet te zijn doorgegaan.

5)

Jacques van Geldere, boekhandelaar op Binnenwatersloot (nr 28), op 13 maart 1943 in Sobibor vermoord. Eigenaar/bewoner van zijn eigen winkelpand, dat tijdens de oorlog niet is verkocht.

6)

Rachel Hirsch, pianolerares, Binnenwatersloot 17, ongehuwd, vermoord in Sobibor op 13 maart 1943. Eigenaresse van haar eigen woning, die op 31 januari 1943 is opgekocht door de NSB’er Jacob van de Krol. (Zie nader uitgezochte casus 3 in bijlage C.)

7)

Maurits van Hoorn, leraar, Julianalaan 54 (tijdens de bezetting Poortlandlaan 103), samen met zijn vrouw Hilda Katz en kinderen Emma en Berend op 26 maart 1943 in Sobibor vermoord. Eigenaar van zijn eigen woning, die op 1 februari 1943 is verkocht aan de NSB’er, de bakker Jacob Havik.

8)

Simon Kooperberg, winkelier Choorstraat 56, omgekomen in werkkamp Blechhammer (een subkamp van Auschwitz) op 21 januari 1945. Gehuwd met een niet-Joodse vrouw. Eigenaar van

zijn eigen (hoeden)winkel. De winkel heeft hij in de oorlog formeel overgedragen aan zijn (Duitse) werkneemster Else Hornscheidt, die alles na de oorlog netjes heeft teruggegeven aan de weduwe. 9)

Nathaniel Polak, gepensioneerd leraar, overleed 5 maart 1943 op de dag van de deportatie aan een hartverlamming. Zijn vrouw en dochter werden meegenomen en in Sobibor vermoord. Eigenaar van zijn woning Van Speijkstraat 10, die april 1943 is opgekocht door Jacoba van der Spek uit Den Haag.

10)

Markus Solmanovitz, winkelier, wonend in het huurhuis Heemskerkstraat 32, na het bombardement van mei 1940 uit Rotterdam gekomen. Op Markt 8 dreef hij sindsdien het Delftse Lingeriehuis, waarvoor hij het pand huurde van Hartog Cats. Met vrouw en schoonmoeder is hij in maart 1943 in Sobibor vermoord. Solmanovitz was eigenaar van twee huurwoningen in de Anna Beijerstraat (nrs 2 en 4), die juli 1944 werden opgekocht door Maria Krüse-Verbeek.

11)

Jacob Stad, winkelier Markt 58 (hoek Oudemanhuisbrug/Voldersgracht), zijn vrouw Jetje StadLevie en drie kinderen zijn respectievelijk in nov 1942 en maart 1943 in Auschwitz en Sobibor vermoord. Het pand op de Oudemanhuisbrug waarin Stad zijn winkel in radio-onderdelen had, was niet zijn eigendom. Wel was hij – sinds 1935 – eigenaar van een pakhuis op de Voldersgracht (nr 18), dat in de oorlog niet is verkocht. (Zie nader uitgezochte casus 5 in bijlage C.)

12)

Andries van der Stam, slager in ruste, sinds 1938 weduwnaar, is 26 maart 1943 in Sobibor vermoord. Hij was eigenaar van zijn woonhuis Choorstraat 49 met daaronder een winkel, de slagerij Choorstraat 45 en twee (in de jaren ’60 afgebroken) huurhuizen in de Zuiderstraat nrs 116/118 en 120/122 (twee boven- en benedenwoningen), geen van alle tijdens de oorlog verkocht. (Zie nader uitgezochte casus 6 in bijlage C.)

Overlevende Joodse Delftenaren van wie het huizenbezit is ontvreemd (5 eigenaren): 13)

Isaak van IJssel, kledingwinkelier en voorman van de Joodse gemeenschap, overlevende. Eigenaar van kledingzaak De Adelaar in de panden Choorstraat 42 en 44/46 (niet verkocht) en het daarachterliggende pand Cellebroerstraat 1/3 (niet verkocht); van een winkelpand in Jacob Gerritsstraat 24, in de oorlog verkocht aan sigarenfabrikant Gerrit van der Spek; en van het huurhuis Oude Delft 34, tijdens de oorlog verkocht aan Aart Elffrich. Samen met David Garnade bezat hij nog zeven andere huurwoningen in Delft, zie onder Garnade (zie hierboven nr 4). (Zie nader uitgezochte casus 4 in bijlage C.)

14)

Kurt Jeidels, kabelcalculator Kabelfabriek, Julianalaan nr 56 (tijdens de bezetting Poortlandlaan 101), heeft de oorlog overleefd doordat de directie van de Kabelfabriek hem onmisbaar wist te laten verklaren. Wel belandde hij enige tijd in een werkkamp in Drenthe. Hij was gehuwd met een niet-Joodse vrouw. Eigenaar van zijn woonhuis, dat in 1943 opgekocht is door koopman Jacob van der Spek.

15)

Robert J. (‘Buby’) Spanjaard, beambte, Ruys de Beerenbrouckstraat 28, ging in onderduik. Hij is eigenaar van zijn woonhuis, dat tijdens de oorlog werd opgekocht door Adriaan Houdijk, een relatie van Anton Mussert. De niet-Joodse vrouw en dochter van Spanjaard bleven het vervolgens bewonen, samen met de familie Jeidels.

16)

Hein Israel Waterman, hoogleraar TH, Nieuwe Plantage 103 (destijds 63), overleefde met zijn hele gezin concentratiekamp Theresienstadt. Eigenaar van zijn woonhuis, dat in 1944 is opgekocht door Aart Elffrich, die het verhuurde. Verder was hij eigenaar van Nieuwe Plantage 91 (destijds 51), dat niet verkocht is tijdens de oorlog.

17)

Rosetta Waterman, Nieuwe Plantage 91 (destijds 51), ongehuwde zuster van prof. dr. Hein Israel Waterman, wel gedeporteerd naar Barneveld en Westerbork, maar overleden in Delft 27

november 1947. Huurster van haar woonhuis. Eigenaresse van het huurhuis Tweemolentjeskade 2, in juli 1944 verkocht aan melkslijter Peter Tetteroo.

Joodse eigenaren van huizen in Delft, die zelf aan het begin van de oorlog elders woonden en de oorlog niet overleefd hebben (4 eigenaren): 18)

Willem David Cohen te Voorburg, privaatdocent aan de TH en leraar scheikunde aan het Joods Lyceum in Den Haag, 17 september 1942 in Auschwitz vermoord. Eigenaar van drie huurhuizen in de Floresstraat (13, 15 en 23), die maart 1943 zijn verkocht aan Johanna de Wolf.

19)

Jonas Hegt, architect bij Calvé, voormalig Delftenaar, kort voor de oorlog verhuisd naar Scheveningen, samen met zijn vrouw Flora Wolff in 1943 in Sobibor vermoord. Eigenaar van het huis Heemskerkstraat 14, dat hij tot ca. 1938 zelf heeft bewoond. Hij was toen bestuurslid van de Joodse gemeente. Het huis is in juli 1943 opgekocht door scheepsbouwkundige Gerrit Klem.

20)

Naatje Huisman-Bobbe, naaister, weduwe van een manufacturier in Den Haag. Zij is op 21 maart 1943 in Brussel op 63-jarige leeftijd overleden. Zij was eigenaresse van drie huurpanden met elk drie woningen in de Van Bossestraat (nrs 24-40) in Delft, die zijn opgekocht door Willem van Dongen.

21)

Esther Levie-Jacobson te Den Haag, weduwe van slager Jacob Levie die 25 april 1940 is overleden, eigenaar van de firma Jacob Levie. Zij is 5 november 1942 in Auschwitz vermoord. Zij was eigenaresse van de panden Oosteinde nr 193/195, hoek Broerhuisstraat (meubelmakerij/sigarenhandel) en Choorstraat nr 6 (slagerij). De laatste op naam van de firma van haar overleden man. Beide tijdens de oorlog niet verkocht.

Overlevende Joodse eigenaren van huizen in Delft die zelf in het begin van de oorlog elders woonden (9 eigenaren): 22)

Berta Austeiczer, advocate te Gouda/Rotterdam, overlevende. Eigenaresse van huurwoning Insulindeweg 23, in juli 1944 opgekocht door Ernst Schröder.

23)

Hartog Isaac Brandel, handelsreiziger te Rotterdam, overlevende, is in 1949 in Den Haag gestorven. Eigenaar van een groot pand met twee winkels met bovenwoningen aan het Oosteinde 175 I-IV (nieuw gebouwd in 1929), niet verkocht. Hij was ook eigenaar van vijf panden aan het Jaagpad in Rijswijk (vlak buiten Delft), die in 1944 zijn opgekocht door de Delftenaar Hendrik Wiebes Elffrich.

24)

Hartog Cats, wonend te Rotterdam, overlevende. Eigenaar van de winkel het Lingeriehuis Markt 8, Delft, gehuurd door bovengenoemde Markus Solmanovitz (zie nr 10). Samen met Hendrik van Nieuwland (Zie nr 27), ook een winkelier uit Rotterdam, was hij verder eigenaar van 13 huizen in de Laan van Altena (nrs 13 t/m 37). Geen van de huizen is tijdens de oorlog verkocht.

25)

Schaja Hersch Herschberg, koopman te Rotterdam, overlevende. Eigenaar van een woning met garage aan de Insulindeweg 15, die op 15 november 1942 verkocht is aan huurder Cornelis Lekkerkerk, groente- en fruithandelaar.

26)

Walter Meijer, koopman in Den Haag, overlevende, ontkomen naar Palestina. Eigenaar van Voldersgracht 3 en 4, die beide in de oorlog zijn verkocht. Voldersgracht 4 aan caféhouder Adriaan Sparrenburg en Voldersgracht 3 aan Jacob van de Krol, die het in gebruik nam voor zijn meubelhandel.

27)

Hendrik van Nieuwland, winkelier te Rotterdam, overlevende. Samen met Hartog Cats (zie hierboven nr 24) eigenaar van een aantal woningen in de Laan van Altena.

28)

Adolf Schweizer (ook wel Schweitzer), scheikundig ingenieur te Den Haag, overlevende, 12 maart 1946 overleden in Leiden. In 1937 in Delft gepromoveerd. Eigenaar van drie huurwoningen in de Floresstraat (nrs 17,19 en 25), die 1 juni 1944 door het ANBO zijn verkocht. Twee (nrs 17 en 19) aan Ernst Schröder en een (nr 25) aan melkboer Peter Tetteroo.

29)

Jozef de Wilde, vee- en vleeshandelaar, overlevende, sinds 1941 wonend Geestbrugweg 120 te Rijswijk. Overleed in 1968 op 79-jarige leeftijd in Den Haag. Eigenaar van drie huurhuizen op de Rotterdamseweg, nrs 216, 218 en 220. Deze zijn 2 februari 1943 opgekocht door fouragehandelaren Cornelis en Bernardus Gouweleeuw. (Zie nader uitgezochte casus 7 in bijlage C.)

30)

Lammerchien de Wolff-Lesterhuis, weduwe, wonend in Voorburg, overlevende. Eigenaresse van het hoekpand Choorstraat 2a/Voorstraat 2 en van de (landelijke) firma Cycle Import, opgericht door haar man Herman J. de Wolff die 4 januari 1942 overleed.

Joodse grondeigenaren van wie grond binnen de gemeente Delft op last van de bezetter is verkocht (allen overlevenden en niet wonend in Delft). [2 eigenaren, met 16 percelen grond] 31)

Carel Heyman Frank te Voorburg en Abraham George Frank, California, USA. Eigenaren van vijf percelen grond in de Vrijenbansepolder, die zij in 1941, onder dwang van de maatregelen van de bezetter, te koop aanboden aan de gemeente Delft. Het geld daarvan ging naar de Liro-bank. (Zie nader uitgezochte casus 2 in bijlage C.)

32)

Johan Wijler en Louis Wijler, directeuren van graanhandel Granaria te Rotterdam. Eigenaren van elf percelen weiland rondom de stad, aan de Rotterdamseweg (3); in de Wippolder (2) en in de Zuidpolder van Delfgauw (6). De percelen zijn alle verkocht aan de veehouders Cornelis van der Stap (2), Hendrik Stek (6) en Willem Zuydgeest (3), vermoedelijk oorspronkelijk de pachters van de grond.

Synagoge en Joodse begraafplaats Zeer opvallend is dat de eigendommen van de Joodse gemeenschap in Delft, n.l. de synagoge en de Joodse begraafplaats, nooit formeel door de bezetter zijn ontvreemd. De synagoge heeft, voor zover bekend, tijdens de oorlog ook geen andere bestemming gekregen. Zelfs bleek bij de bevrijding de inventaris nog grotendeels intact. Wel was er kasgeld verplicht ingeleverd bij Lippmann, Rosenthal & Co. Ook kreeg de Joodse gemeenschap na de oorlog van de gemeente Delft een rekening voor de kosten voor onderhoud en herstel van schade aan de synagoge en begraafplaats. De Joodse gemeenschap bleek na de oorlog te klein om de synagoge te kunnen onderhouden en besloot daarom haar te verkopen aan het gemeentelijke Oude en Nieuwe Gasthuis, dat het gebouw verhuurde aan het Rode Kruis. De onderhandelingen over die verkoop aan de gemeente verliepen stroef en het duurde tot eind 1950 tot een definitieve koopakte werd getekend. Het gebouw werd vervolgens lange tijd slecht onderhouden. In 1960 moest het door het Rode Kruis met spoed worden verlaten wegens ‘ernstige bouwvalligheid’. De bedoeling was het ooit te slopen voor uitbreidingsplannen van het ziekenhuis.

Toen het Gasthuis uiteindelijk ging fuseren met de andere Delftse ziekenhuizen en eind jaren ’60 verhuisde naar de westrand van de stad, bleek dat het pand niet gesloopt kon worden omdat het op de Monumentenlijst stond. De gemeente stond toen voor de opgave het te restaureren en een nieuwe bestemming te geven. (Zie hierover meer in detail: Stroz-Wijnberg en Van Lunsteren-Spanjaard, Blijvers en voorbijgangers, 232-241.)

Buiten de onderzochte groep van eigenaren van onroerend goed vallen Joodse ondernemers die huurder waren maar van wie doorgaans wel de winkel is ontvreemd. Enkele toevallige voorbeelden daarvan zijn: Martin Cohen, boekhandelaar (Academia Boekhandel), overlevende, gehuwd met Lisbeth Caspari (ook overlevende). Geen huiseigenaar, maar sinds 1934 huurder van zijn winkel Oude Delft 101/103. Het pand was sinds 1941 eigendom van Hendrik Hanse, wonend aan het Westplantsoen. De winkel werd hem ontnomen en verkocht aan de ‘Volkse Uitgeverij Westland’ van de NSB, gedreven door filiaalhouder J.G. Ottevanger. Jacob Sander de Groot en zijn vrouw Sophie van Hasselt, textielwinkeliers op Markt 38/40, beiden vermoord in Auschwitz. Zij huurden het winkelpand van Leo van Mierlo, die zelf woonde op Markt 42. De zaak was een filiaal van de zaak van De Groots vader in Den Haag. De zaak werd door de bezetter verkocht aan J.P. Brouwer. Het pand aan de Markt werd door de eigenaar na het vertrek van De Groot verhuurd aan de Nederlandsche Volksdienst die er zijn Kringkantoor vestigde. Na de bevrijding werd het eerst het kantoor van de Militair Commissaris in Delft en vervolgens het plaatselijk kantoor van het Nederlands Beheersinstituut, dat op 1 december 1946 naar Rotterdam werd verplaatst.

Ook buiten de formele onderzoekscategorie valt een toevallig gevonden huurster van de gemeente Delft: Meta Katzenstein, lerares, bewoonster van Markt 25, vermoord in Auschwitz 30 september 1942. Zij huurde een gemeentewoning via de Stichting Centraal Woningbeheer. Toen de bewoonster daar in augustus 1942 werd weggevoerd voor deportatie schreef de verhuurder op 31 oktober een brief aan de Liro-bank met een claim voor anderhalve maand onbetaalde huur vanaf 1 september (te betalen uit het geconfisqueerde vermogen van de huurster).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12235118/1