CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

3 Herstelplan 'Delft in balans'

Raadsvergadering 30 maart 2021, gemeente DelftBij agendapunt: Voorstel van het college aan de raad inzake vaststelling van het Herstelplan ‘Delft in balans’ (nr. 2109167)8.314 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Herstelplan Delft in balans

Herstelplan

Delft in balans

Inhoudsopgave Inleiding: Delft in balans

2

1 Taakstelling

6

2 Financiële strategie en uitgangspunten

8

3 Ombuigingsvoorstellen

9

4 Financiële positie

19

1

Herstelplan

Delft in balans

Inleiding: Delft in balans Voor u ligt het herstelplan van de gemeente Delft. Hiermee bereiken we vanaf 2024 een structureel sluitende begroting. Met de maatregelen in dit herstelplan neemt het college de verantwoordelijkheid om keuzes te maken. Keuzes die nodig zijn zolang het Rijk geen reële compensatie biedt voor de kosten van gemeenten. Vanwege het meerjarig tekort op de programmabegroting 2021-2024 staat Delft sinds 1 januari 2021 onder preventief financieel toezicht door de provincie. Voor een realistisch beeld van onze financiële situatie houden we aanvullend rekening met actuele ontwikkelingen in de begroting en het sociaal domein. Na vaststelling door de gemeenteraad dienen we dit herstelplan in bij de provincie. Zodra deze instemt met ons herstelplan, stopt het preventief toezicht. Delft: stad met grote uitdagingen Delft is een stad waar het goed wonen en werken is en moet dit in de toekomst ook blijven. Een stad die door haar historie en de kracht van technologie en innovatie van grote waarde is. Niet alleen voor Delftenaren. Door de ligging, ingeklemd tussen Den Haag en Rotterdam, profiteren ook de mensen die om Delft heen wonen hiervan. Deze belangrijke positie wordt weliswaar onderkend, maar vertaalt zich onvoldoende in financiële bijdragen vanuit het Rijk. De opgaven in onze stad zijn groot.

Er ligt een aantal stevige stedelijke opgaven op het gebied van wonen, werken en mobiliteit. Daarnaast moeten de kosten van het sociaal domein in evenwicht komen met de inkomsten ten behoeve van deze opgave. We willen de basisvoorzieningen voor onze inwoners in stand én op niveau houden. Daar komt de coronacrisis nog bij. We weten nog niet wat de effecten daarvan zijn op korte en langere termijn. Delft moet deze uitdagingen aangaan in het besef dat de centrumfunctie van onze stad – mede door de nabijheid van twee grote steden – weliswaar onderkend wordt door betrokkenen bij het gemeentefonds, maar te weinig gehonoreerd wordt in het verdeelmodel van het gemeentefonds. We zijn daarnaast een compacte, maar daardoor ook beklemde stad die bij de noodzakelijke groei snel staat voor complexe binnenstedelijke transities, met bijbehorende kosten. En die groei is weer nodig om onze sociaaleconomische positie meer in evenwicht te brengen. Zoals alle gemeenten hebben we ook nog eens te maken met onvoldoende generieke bekostiging door het Rijk. Delft financieel gezond Naast wat nu nodig is voor Delft kijken we bij het maken van keuzes ook naar de toekomst. Om financieel gezond te zijn, heeft Delft voldoende inkomsten nodig. Dit noemen we het verdienmodel van de stad.

We zijn al geruime tijd bezig dit verdienmodel te versterken (door onder andere ontwikkelingen in de Spoorzone en Harnaschpolder). In het rapport van Deetman is deze lijn opnieuw bevestigd en daarna uitgewerkt in de Agenda Delft 2040. Hierdoor komt er op termijn meer geld beschikbaar voor noodzakelijke investeringen, voorzieningen en voor het onderhoud van de stad. Een hogere bijdrage uit het gemeentefonds, het toevoegen van woningen om koopkrachtige inwoners vast te houden en aan te trekken en het gericht aantrekken van meer werkgelegenheid zijn manieren om het verdienmodel van de stad te verbeteren. Deze toevoegingen verbeteren ook de sociaaleconomische positie van de stad. Investeringen op het gebied van met name wonen en werken zijn dus hard nodig voor het Delft van de toekomst. Toen vanaf 2016 herstel optrad in de financiën van Delft is 2

Herstelplan

Delft in balans

hiermee een begin gemaakt. Op weg naar dat betere verdienmodel, met de Agenda Delft 2040 als leidraad. Noodzakelijk blijft, naast bovengenoemde, een hogere structurele bijdrage uit het gemeentefonds. Zorgvuldig en realistisch bezuinigen De bezuinigingen die nu nodig zijn, lopen de komende jaren op. In de eerste jaren gebruiken we de algemene reserve met daarin de extra dekkingsmogelijkheden vanuit de Eneco-gelden voor de tekorten in de begroting. Door dat beslag op de algemene reserve blijft vanuit die reserve weinig over om in te zetten op investeringen voor de stedelijke opgaven. Toch maken we deze keuze, om ervoor te zorgen dat onze partners in de stad en wijzelf tijd krijgen om de dienstverlening aan te passen aan de noodzakelijke maatregelen. Daarbij gaan we ook scherper sturen op de effectiviteit en efficiëntie van onze partners. Dat geldt niet alleen voor gesubsidieerde instellingen, maar ook voor onze verbonden partijen. Ook hebben we de voorgenomen intensiveringsimpuls van € 10 miljoen heroverwogen. Alleen de belangrijkste prioriteiten hieruit worden gehandhaafd (VMBO/MBO, het noodzakelijke deel van de Energietransitie). Duidelijke keuzes In dit herstelplan staan de concrete keuzes die noodzakelijk zijn om de begroting in balans te krijgen.

De keuzes maken we aan de hand van een aantal strategische thema’s die van groot belang zijn voor het Delft van nu en de toekomst. Daarbij is de balans gezocht tussen keuzes gericht op wat Delft nu nodig heeft en de noodzakelijke versterking van het verdienmodel van Delft door het realiseren van woningen en werkgelegenheid. • Delft 2040 De rapporten ’Delft, Parel in de Randstad’ (Deetman) en ’Bouwen aan een duurzaam Delft, strategische keuzes op weg naar 2040’ staan voor het Delft van de toekomst. Deze ‘stip op de horizon’ én de financiële mogelijkheden hier en nu geven richting aan de keuzes. We investeren in de gebiedsontwikkelingen Schieoevers en Nieuw Delft en in het warmtenet. Maar als er niet meer geld komt vanuit het Rijk, dan passen we zo nodig ook het tempo aan om daar te komen. We lopen minder voorop, starten ook minder initiatieven en worden meer volgend. Daarbij houden we vast aan de manier van werken met Agenda Delft 2040 en Fonds 2040. We kunnen het immers niet alleen. We blijven klaar staan om goede initiatieven van partners en investeerders in de stad te ondersteunen. Maar we verlagen wel de uiteindelijke omvang van het Fonds door voorlopig minder te storten, gezien de financiële positie. • Wonen en werken: gerichte keuzes in groei Om te zorgen voor meer inkomsten in de toekomst blijven we bouwen aan de stad van morgen. We zetten in op kwaliteit.

Juist nu, in financieel en economisch onzekere tijden. We gaan plannen in bestaande wijken en nieuwe gebiedsontwikkelingen scherper beoordelen op onze financiële bijdrage. Bij de beoordeling van de plannen kijken we naar de complexiteit van projecten en het tempo van realisatie en ook naar de bijdrage aan het verdienmodel van de stad (type woningbouw). Ook wegen we de mogelijkheden tot verdichting mee, al dan niet resterende boekwaarden, het niveau van de gemeentelijke bijdrage en/of die van derden. • Sobere maar voldoende voorzieningen Uitgangspunt blijft om Delftenaren noodzakelijke zorg te bieden. Op dit moment wordt uitvoering gegeven aan het Actieplan Sociaal Domein waarmee de groei van kosten wordt afgeremd. Vanuit het uitgangspunt van realistisch ramen houden we tegelijk 3

Herstelplan

Delft in balans

meer vóóraf rekening met autonome ontwikkelingen. In het hoofdstuk over de taakstelling geven we hier een nadere toelichting op. Voor werk en inkomen willen we de voorzieningen zoveel mogelijk behouden. Onze rol en taak op het gebied van mentale en fysieke gezondheid is als gevolg van de coronapandemie belangrijker geworden. Het benodigde voorzieningenniveau op dit gebied moet zelfs in het slechtste geval op niveau blijven. In 2040 heeft Delft 130.000 inwoners. De openbare ruimte, mobiliteit en bereikbaarheid, het onderwijs en de sport moeten hierbij aansluiten. De afgelopen jaren zijn we heel voorzichtig geweest in het investeren in die basisvoorzieningen. Dat betekent dat het niveau al erg minimaal is, en soms tekortschiet. Maar ook hier moeten we de tering naar de nering zetten. Daarbij zorgen we voor voldoende maar sobere voorzieningen. Het beheer in de openbare ruimte houden we op het huidige niveau. Op deze onderdelen hebben wij dus nagenoeg geen bezuinigingsvoorstellen opgenomen. • Noodzakelijke investeringen voor economie en onderwijs Voldoende en passende werkgelegenheid voor een brede doelgroep is belangrijk om Delftenaren zelfredzaam te maken en mee te laten doen in de samenleving.

De opgave die voorligt is om meer grote en volwassen bedrijven aan de stad te verbinden omdat die meer werkgelegenheid aan een brede doelgroep verschaffen, doorgaans meer besteden in de stad (afgeleide werkgelegenheid) en meer investeren in innovatie en zo op hun beurt het Delftse ecosysteem versterken. Dit kan door bedrijven in Delft zelf door te laten groeien en bedrijven van buiten Delft zich te laten vestigen in Delft. Hier is ruimte voor nodig, passende en ook betaalbare ruimte. We blijven ons ook inzetten om de kansen op een baan voor jongeren te vergroten. Onder meer door het (v)mbo te versterken en onderwijs aan te bieden, dat aansluit op de (toekomstige) arbeidsmarkt. We blijven inzetten op een technologiecluster waar onderwijs en maakindustrie elkaar ontmoeten, samen innoveren en leren, leidend tot onderwijs en banen op alle niveaus. • Nadere afweging inkomsten en uitgaven Vanuit een aanleiding die al bestond in de Programmabegroting 2021-2024, meerkosten en de randvoorwaarde van kostendekkendheid van leges stellen we voor 2022 een noodzakelijke verhoging van de afvalstoffenheffing voor. De voorgestelde keuzes zijn nu voldoende om de huidige meerjarenbegroting sluitend te krijgen en een voldoende robuust herstelplan aan te bieden aan de provincie. Een tweede stap zetten we in de Kadernota 2021. We kijken dan opnieuw naar het totaal aan inkomsten en uitgaven.

De vele stedelijke opgaven waar Delft voor staat om het voorzieningenniveau op peil te houden of te brengen (deels wel en deels niet vertaald in de begroting), vragen behoorlijke investeringen met bijbehorende kapitaallasten. Deze kunnen wij naar de toekomst toe onvoldoende dragen. Daartoe zal een nadere afweging worden gemaakt van inkomsten en uitgaven bij de Kadernota. Tussentijds werken we actief om subsidies en bijdragen aan de stedelijke opgaven naar Delft te halen. Bijdragen van derden, van medeoverheden en een adequate bekostiging voor de uitvoering van onze taken door het Rijk zijn noodzakelijk. • Ambtelijke organisatie beweegt mee Vanzelfsprekend beweegt de omvang van de organisatie mee met de keuzes die voor de stad worden gemaakt. De keuzes vragen een wendbare en flexibele organisatie. Onze medewerkers zijn in algemene dienst. De functie die men uitoefent 4

Herstelplan

Delft in balans

wordt minder belangrijk. Inzet vindt meer en meer plaats op basis van ervaring, competenties en vaardigheden. Op basis hiervan vindt ook een reductie van de ambtelijke organisatie plaats, die we voornemens zijn via natuurlijk verloop in te vullen. Met het maken van duidelijke keuzes wordt de werkdruk minder, en is ook minder inhuur nodig. Hierbij houden we ook oog voor de flexibiliteit die externe inhuur van medewerkers mogelijk maakt. • Samen verantwoordelijk, eerst afmaken Van uw raad en van ons als college mag worden verwacht dat we, binnen de smalle marges die er nu zijn, onze verantwoordelijkheid nemen als het gaat om opdrachten te verstrekken. De grenzen qua financiële en personele ruimte zijn bereikt, dus zetten we vooral in op afmaken en uitvoeren wat in gang is gezet. We zijn zeer terughoudend met het opstellen van nieuwe visies, verkenningen of starten van onderzoek. Op weg naar de Kadernota 2021 Dit herstelplan brengt Delft financieel in balans. Bij de Kadernota 2021 worden de stedelijke opgaven nader bezien. Hierbij geldt de randvoorwaarde dat het structureel financieel evenwicht behouden blijft. We nemen dan ook de uitkomsten van de herijking van het gemeentefonds mee.

5

Herstelplan

Delft in balans

1 Taakstelling Voor het herstelplan is het tekort in de Programmabegroting 2021-2024 het uitgangspunt. Hier zijn actuele ontwikkelingen aan toegevoegd, met name de Najaarsrapportage 2020, gemeentefondscirculaires, reeds genomen besluiten en actuele ontwikkelingen in het sociaal domein. Met de effecten van de coronacrisis is geen rekening gehouden omdat is aangenomen dat dit incidentele lasten betreft waarvoor dekking beschikbaar is via de compensatiepakketten van het Rijk en het niet bestemde deel van de Algemene reserve. Overige ontwikkelingen met betrekking tot stedelijke opgaven worden voor de Kadernota 2021 in beeld gebracht. Dit betreft de uitvoering van de stedelijke opgaven, zoals investeringen in het Prinsenhofgebied, IHP, gebiedsontwikkeling Schieoevers en sportaccommodaties. Het volgende kabinet maakt keuzes over de herijking van het gemeentefonds (vanaf 2023), de compensatie van tekorten in de Jeugdhulp, de financiële positie van gemeenten en de aanpak van de corona- c.q. economische crisis. Vanwege de onzekerheid over deze keuzes is in dit herstelplan met de mogelijke uitkomsten geen rekening gehouden. Zodra meer bekend is over extra middelen van het Rijk, wordt dit bij de afweging in een volgend cyclusdocument betrokken. De taakstelling voor het herstelplan bedraagt vanaf 2024 bijna € 7,7 miljoen en is in de tabel hierna opgenomen.

Herstelplan 2021-2024 - Taakstelling (bedragen x € 1.000)

2021

2022

2023 exploitatie

2024

-6.591

-5.920

-3.948

-3.696

-535

-1.019

-1.110

-807

2. Sociaal domein

-5.203

-8.473

-3.173

-3.173

Herstelplan 2021-2024

-12.329

-15.412

-8.231

-7.676

Programmabegroting 2021-2024 1. Actualisering begroting

De mutaties ten opzichte van de Programmabegroting 2021-2024 zijn verwerkt in de begrotingswijziging (zie bijlage 1). Hierna volgt een toelichting op hoofdlijnen. Toelichting 1. Actualisering begroting Naast het tekort in de vastgestelde Programmabegroting 2021-2024 houden we rekening met de budgettaire effecten van: • Najaarsrapportage 2020: nadeel € 0,3 miljoen (vastgesteld in raad 5 november 2020) • Septembercirculaire 2020: voordeel € 0,4 miljoen (vastgesteld in raad 5 november 2020) • Decembercirculaire 2020: nadeel € 0,8 miljoen (zie Bestuurlijke reactie Decembercirculaire 2020). • Mee- en tegenvallers: huuropbrengst Westlandse weg, grondwateronttrekking, asbesttaken.

6

Herstelplan

Delft in balans

Hiernaast speelt, budgettair neutraal, een aanpassing voor het gesloten circuit Reiniging: in de Programmabegroting 2021-2024 is al aangekondigd dat voor 2022 een nader tariefvoorstel zou volgen voor een structureel nadeel van € 172.000. Aanvullend is nu sprake van een meerkosten door verhoging van rijksbelastingen en het te vernieuwen contract voor de verwerking van restafval. Na correctie voor de CPI index is het extra nadeel € 600.000. Vanuit de randvoorwaarde van kostendekkendheid van leges wordt daarom voorgesteld om in het gesloten circuit Reiniging de inkomsten met € 772.000 te verhogen door een tariefstijging. 2. Sociaal domein Op de uitvoering van het actieprogramma wordt taakstellend gestuurd. Overige ontwikkelingen in het sociaal domein maken handhaving van het eerder afgesproken uitgangspunt ‘eigen broek ophouden’ niet uitvoerbaar. Om die reden wordt de taakstelling opgehoogd met € 5,2 miljoen in 2021, aflopend naar € 3,2 miljoen in 2024. In het verleden vonden bijstellingen op de begroting in het sociaal domein soms achteraf plaats, op basis van opgetreden realisatie. Zoals nader toegelicht tijdens de raadsavond op 3 februari jl. houden we nu meer vóóraf rekening met autonome ontwikkelingen die we op ons af zien komen.

Hierbij geldt voor de Jeugdhulp dat we sinds mei 2019 een stabilisatie constateren in het aantal kinderen dat is aangewezen op jeugdhulp en zien we inmiddels ook een afvlakking ontstaan in de groei van de kosten voor deze zorg. Cijfermatig nader gespecificeerd, is rekening gehouden met: • Jeugdhulp Het structurele effect van de realisatie bij Jeugdhulp in 2020 (€ 2,1 miljoen). Daarnaast wordt voor de Jeugdhulp vanwege toenemende zorgintensiteit en onvoorziene kosten (o.a. na-ijlende beschikkingen, coronacrisis) rekening gehouden met een groei van € 2 miljoen in 2021 en € 3,25 miljoen in 2022. Vanaf 2023 is de groei als risico verwerkt (zie Algemene reserve weerstandscapaciteit) omdat we de groei in deze kosten inmiddels zien afvlakken en de verwachting is dat het Rijk met compenserende maatregelen komt. • Wmo Bij de uitvoering van de Wmo is sprake van structurele nadelen. Dit betreft de stijging van ambulante trajecten bij de Vrouwenopvang (€ 0, 25 miljoen) en de Maatschappelijke opvang (€ 0,1 miljoen in 2021 en € 0,2 miljoen vanaf 2022). Het nadeel in 2021 is lager omdat er extra subsidiemiddelen zijn ontvangen vanuit het rijk voor het Vangnet in de wijk. De groei bij de Wmo is geraamd van € 0,875 miljoen (2021) en € 2,05 miljoen (2022). Vanaf 2023 is voor de groei een risico opgenomen in het risicoprofiel.

Deze groei is vergelijkbaar met de groei in de afgelopen jaren en heeft met name betrekking op maatwerkvoorzieningen waar ouderen gebruik van maken (vergrijzing). Het beroep op begeleiding wordt geremd via het actieplan. • Delft Support Voor Delft Support zijn extra kosten opgenomen (€ 878.000 in 2021 en vanaf 2022 € 623.000). Dit betreft met name extra uitvoeringskosten en de workload. Dit hangt samen met toegenomen werkzaamheden op het gebied van jeugdhulp, het Meldpunt Bezorgd en het aantal cliënten in de Wmo. BUIG In de Programmabegroting 2021-2024 is een meevaller bij de BUIG verwerkt van € 1,1 miljoen in 2021, oplopend tot € 2,0 miljoen vanaf 2023. Op basis van de laatste beschikking houden we nu aanvullend rekening met een extra incidenteel voordeel in 2021 (€ 1 miljoen).

7

Herstelplan

Delft in balans

2 Financiële strategie en uitgangspunten Het herstelplan is gericht op het bereiken van een structureel begrotingsevenwicht, uiterlijk in 2024. Dit betekent dat structurele lasten worden gedekt door structurele baten. Om dit doel te bereiken is structurele dekking benodigd van het tekort in de Programmabegroting 2021-2024 (€ 3,7 miljoen), de actualisering van dit tekort (€ 0,8 miljoen) en de ontwikkelingen in het Sociaal Domein (€ 3,2 miljoen). De structurele dekking wordt gerealiseerd door voorstellen waarmee baten structureel hoger en lasten structureel lager worden. Bij het vinden van ombuigingen is gezocht naar evenwicht tussen de stad van nu en Delft in 2040. Deze balans is terug te vinden in de gekozen voorstellen voor ombuigingen. De noodzakelijke ombuigingen zijn in te delen in de volgende categorieën: 1. Apparaatskosten 2. Materiële lasten 3. Subsidies 4. Verbonden partijen 5. Beleidsversoberingen-overig 6. Hogere inkomsten 7. Financiële keuzes (o.a. Algemene reserve en Fonds Delft 2040) Structurele ombuigingen kunnen vanuit hun maatschappelijke impact voor de stad én financieel realisme enkel gefaseerd worden ingevoerd. Voor zover de tekorten tot en met 2023 niet opgelost worden door concrete ombuigingsvoorstellen, is dekking beschikbaar in de vrij besteedbare ruimte van de Algemene reserve. Deze inzet draagt bij aan de realiteit van de beoogde ombuigingen.

Tevens ontstaat hiermee voldoende tijd voor voorbereiding en implementatie van de ombuigingen. Wel past hierbij de kanttekening dat de resterende vrije ruimte beperkt is en er derhalve weinig mogelijkheden zijn voor dekking van nieuwe investeringen. Er zijn hoopvolle signalen vanuit de landelijke verkiezingsprogramma’s dat er mogelijk meer oog komt voor de financiële positie van gemeenten. Ook de VNG voert een lobby richting de kabinetsformatie om afspraken te maken over een reële compensatie van kosten in het klassieke domein (afschaffen opschalingskorting, Klimaatakkoord, omgevingswet) en het sociaal domein (Jeugdhulp, Wmo, abonnementstarief). Zolang dit echter niet tot concrete toezeggingen leidt, houden we hier geen rekening mee bij de taakstelling en de ombuigingen. Wanneer duidelijkheid ontstaat over extra compensatie en/of een hogere uitkering uit het gemeentefonds, volgt een nadere afweging over de financiële ruimte bij het eerstvolgende cyclusdocument. Over herijking van het gemeentefonds wordt, na advisering door de ROB en VNG, een besluit genomen door het nieuwe kabinet. De verwerking van de uitkomsten is gepland voor 2023 en wordt bekend gemaakt in de circulaires over het gemeentefonds. Hierover wordt u geïnformeerd door middel van een raadsbrief met een bestuurlijke reactie.

Voor voorstellen die na afronding van het herstelplan aan de orde zijn (zoals de stedelijke opgaven in de Kadernota 2021) wordt vastgehouden aan de randvoorwaarde van een behoud van structureel begrotingsevenwicht. 8

Herstelplan

Delft in balans

3 Ombuigingsvoorstellen 3.1 Weloverwogen keuzes In de afgelopen periode zijn ombuigingsvoorstellen opgewerkt op basis van het uitgangspunt: een balans tussen de stad van nu en Delft in 2040. In dit traject is ook de input vanuit de raad betrokken. We danken de raads- en commissieleden voor de betrokkenheid en inhoudelijke inbreng tijdens de raadsavond op 3 februari jl. Veel vanuit de raad aangedragen onderwerpen zijn opgenomen en voor het overgrote deel gebruikt in de voorstellen die wij u hierna in paragraaf 3.2 voorleggen. Enkele voorbeelden hiervan zijn het doorvoeren van ombuigingen op apparaatskosten, subsidies, verbonden partijen waarvan de gemeente 100% aandeelhouder is, efficiencymogelijkheden en andere specifieke onderwerpen. Ook zijn besparingen opgenomen die het gevolg zijn onderschrijdingen op basis van ervaringscijfers. Verder zijn enkele voorstellen voor extra inkomsten opgenomen, waar we deze mogelijk en realistisch achten. De voorstellen die vanuit de ambtelijke organisatie zijn opgewerkt zijn grotendeels gevolgd, maar er zijn ook ombuigingsopties waar we in dit herstelplan niet voor hebben gekozen. Het gaat om deze onderwerpen: -

-

culturele en maatschappelijke voorzieningen zoals het Rietveldtheater en De Papaver; het verder verlagen van huidige (basis)onderhoudsniveaus voor het schoonhouden van de openbare ruimte; sociale voorzieningen die eraan bijdragen dat kinderen niet in armoede hoeven op te groeien, zoals de Delftpas, het Jeugdsportfonds en het Jeugdcultuurfonds; naast de afvalstoffenheffing kiezen we niet voor aanvullende woonlastenstijgingen.

Een ombuigingsoptie waar we op inzetten, maar nu nog niet valt in te boeken, betreft de gemeenschappelijke regelingen. Bezuinigingen hierop vergen een lange bestuurlijke route, omdat niet eenzijdig kan worden besloten naar eigen inzicht minder bij te dragen. We pakken hier een actieve rol in door te initiëren dat in Haaglanden-verband ingezet wordt op efficiencytaakstellingen bij deze organisaties. Verder richten we ons in specifieke gevallen op andere verdeelsleutels, die voor Delft gunstiger uitpakken. Deze lijn, om regionale verbonden partijen ook hun bijdrage aan de financiële problematiek van gemeenten te laten leveren, is ook ingezet door de stadsregio Rotterdam-Rijnmond. Via de komende Kadernota zullen we u verder over de ontwikkelingen op dit vlak informeren. Naar aanleiding van de raadsavond is verder onder meer nader bezien of een saneringskrediet een efficiënter instrument is dan de schuldhulpverleningstrajecten. Uit onderzoek blijkt dat een saneringskrediet op zich een goede manier kan zijn om mensen met schulden te helpen. In bepaalde gevallen zou echter sprake kunnen zijn 9

Herstelplan

Delft in balans

van benadeling van schuldeisers en mogen we het als gemeente niet toepassen. Meer informatie is in de voetnoot1 te vinden. Verder werden vragen gesteld over het kwijtscheldingsbeleid. Kwijtscheldingen worden uitgevoerd door de Regionale Belasting Groep (RBG). Nadere informatie is in de voetnoot2 opgenomen. Er is al eens gekeken naar een verband tussen kwijtscheldingsbeleid en oninbaarheid bij de drie RBG-gemeenten; grofweg valt te zeggen dat een strenger kwijtscheldingsbeleid meer oninbaarheid betekent. Tijdens de raadsavond werd ook een suggestie aan de hand gedaan om op trainingen voor doelgroepen in de jeugdhulp te bezuinigen. De mogelijkheden tot besparingen zullen wij bezien bij de uitvoering van het Actieplan Sociaal Domein. Onder andere om op een andere manier en meer vanuit het voorliggend veld te kunnen voorzien in deze hulp, is het preventiebudget jeugd gehandhaafd. In de Programmabegroting 2021-2024 is een reservering voor een intensiveringsimpuls opgenomen van in totaal € 10 miljoen. Prioriteiten 4 (mobiliteitstransitie) en 5 (intensivering sportambities) hebben enige overlap met de stedelijke investeringsopgaven op deze terreinen, die bij de Kadernota nadere invulling krijgen. De extra impulsen hiervoor vanuit de Algemene reserve kunnen daarom voor dit moment vervallen. Dit heeft verlaagde aanspraken op de Algemene reserve van circa € 5 miljoen tot gevolg.

Prioriteit 1 uit de intensiveringsimpuls, het investeren in de gezamenlijke komst van VMBO en MBO naar de campus, is blijven staan (€ 2,73 miljoen). We willen in Delft, juist ook in deze tijd, blijven investeren in kansen voor jongeren. Samen met het VMBO en MBO werken we aan de ontwikkeling van een duurzaam opleidingscluster waar onderwijs (VO-VMBO-MBO-HBO en WO) en bedrijfsleven elkaar ontmoeten, en leerlingen en studenten samen leren, innoveren en experimenteren; het “Smart Makers Delft”. Deze ontwikkeling is passend bij het profiel van Delft en geeft eveneens een krachtige impuls aan de stimulering van de innovatieve maakindustrie.

1 Uit onderzoek blijkt dat een saneringskrediet een goede manier kan zijn om mensen met schulden te

helpen. De eerste stappen voor schulphulp zijn dezelfde: administratie op orde krijgen, schuldenoverzicht krijgen, bepalen wat de afloscapaciteit is, waarna de vervolgstap komt: bepalen of iemand voor een saneringskrediet in aanmerking komt (waarbij iemand alleen de kredietbank als schuldeiser overhoudt) of dat het een schuldenakkoord met alle schuldeisers wordt. Die keuze hangt af van de inschatting of een inkomensverbetering in de toekomst mogelijk is. Dat bepaalt de keuze tussen een saneringskrediet of een schuldbemiddelingstraject. Bij een saneringskrediet worden alle schuldeisers in één keer uitbetaald, op basis van de totale afloscapaciteit. Stel: iemand heeft een uitkering van € 1.000 p.m. De beslagvrije voet is 95% van de bijstandsnorm. Oftewel: er is dan een afloscapaciteit van € 50 per maand. In totaal kan iemand in drie jaar tijd dan 36 maanden x € 50 = € 1.800 aflossen. Dit bedrag wordt verdeeld onder alle schuldeisers en direct uitbetaald. Maar stel nu dat iemand vandaag in de bijstand zit (en dus een laag inkomen heeft) maar volgende maand een baan krijgt waarmee hij/zij veel meer gaat verdienen. In dat geval worden schuldeisers benadeeld met een saneringskrediet en mogen we dat als gemeente niet toepassen.

Bij een schuldbemiddelingstraject maken we, net als bij een saneringskrediet een berekening van het bedrag dat de schuldeisers krijgen op basis van de beslagvrije voet. Maar zodra iemand meer gaat verdienen, wordt er een herberekening gemaakt en ontvangen schuldeisers een hoger bedrag. De schuldenregeling met alle schuldeisers loopt drie jaar en een schuldeiser krijgt elke maand een deel van het uit te betalen bedrag uitgekeerd. Dat bedrag kan dus in een schuldbemiddelingstraject tussentijds verhoogd worden. 2 O.b.v. de site van de RBG komt iemand in aanmerking voor kwijtschelding wanneer: je een inkomen op

of onder bijstandsniveau hebt; geen spaargeld hebt, dit jaar geen auto/motor gekocht of gekregen hebt, de waarde van de auto/motor minder is dan € 2.269,-, je geen koopwoning hebt, geen eigen bedrijf hebt en de aanslag niet langer dan drie maanden geleden hebt betaald. Voor de gesloten circuits kom je in aanmerking voor kwijtschelding bij een inkomen onder 110% van de bijstand. Er is nog een budget voor kwijtschelding van KCC tarieven (reisdocumenten), dat is nog een gemeentetaak, maar dat is minimaal.

10

Herstelplan

Delft in balans

Dit betekent dat we rekening houden met plankosten, kwartiermakerskosten, inpassing openbare ruimte, grondaankoop en bouw van de VMBO-school. Binnen prioriteit 2 (Investeren in de Wijk) houden we het Cultuurhuis overeind (in 2021 t/m 2023 driemaal € 40.000 incidenteel, samen € 120.000). Het Cultuurhuis werkt samen met diverse sociale partners en zal ook deze jaren cultuur programmeren in de wijken. De rijksregeling Combinatiefuncties wordt ingezet om de programmamakers van het Cultuurhuis in de wijk gedeeltelijk te financieren. Voor prioriteit 3 (Energietransitie) houden we het noodzakelijke deel aan, vanuit ‘need to have’ een omvang die nodig is (€ 2,23 miljoen), omdat anders grote warmteprojecten waar door veel partijen aan gewerkt wordt stil komen te vallen. Het terughoudend omgaan met investeren heeft in dit herstelplan verder een tweeledige invulling gekregen: via een eenmalige onttrekking uit de Reserve Stad (Fonds 2040) én door middel van een lagere jaarlijkse storting in deze reserve. Richting de Kadernota maken we nadere afwegingen over de stedelijke opgaven. Ook facetten als temporiseren en uitvoeringsniveaus worden daarbij betrokken. Hierbij geldt als randvoorwaarde het behoud van structureel begrotingsevenwicht.

3.2 Ombuigingsvoorstellen Zoals in hoofdstuk 2 wordt toegelicht, zijn ombuigingsvoorstellen via de onderstaande ‘boxen’ gevonden: o Apparaatslasten o Materiële kosten o Subsidies o Verbonden partijen o Beleidsversoberingen en overige verlagingen van uitgaven o Hogere inkomsten o Financiële keuzes (o.a. algemene reserve en Fonds Delft 2040) Daarnaast is nog sprake van enkele zogenoemde ‘kleine posten’. Hierna worden per ‘box’ de afzonderlijke bezuinigingsvoorstellen toegelicht. Alle bedragen in de tabellen zijn in duizenden euro’s. 1. Apparaatslasten

Onderwerp

Programma

Personele bezuiniging Verminderen inhuur

Overhead Overhead

Budget gemeentebrede ontwikkelingen

Overhead

2021 480

2022 1.000 150

2023

2024

1.750 225

2.500 300

100

100

Personele bezuiniging In totaal is sprake van een gefaseerde bezuiniging oplopend tot € 2,5 miljoen structureel per 2024. Deze bezuiniging wordt gerealiseerd via sturing op de strategische personeelsplanning, inclusief verwachte in- en uitstroom en procesoptimalisaties. Hierbij wordt naar taken en efficiency gekeken. Ook wordt rekening gehouden met effecten van inhoudelijke ombuigingen voor de lijnclusters en de overhead. 11

Herstelplan

Delft in balans

Binnen het gemeentelijk directieteam zijn in dit kader afspraken gemaakt. Deze houden voor clusteroverstijgende afdelingen een vermindering met 5 fte’s in, voor cluster Samenleving & Veiligheid 6 fte’s en voor cluster Ruimte & Economie 5 fte’s. Voor cluster Dienstverlening is enerzijds sprake zijn van minder personele inzet van ca. 1 à 2 fte’s door een licht verminderde openstelling van het KCC en het Stadhuis (enkel nog voor democratische en presentatie-activiteiten; niet meer voor toerisme) en anderzijds wordt in dit cluster de formatie op interne dienstverlening gefaseerd verminderd met 11 fte’s. De eerste structurele besparingen per 2021 hebben betrekking op het niet invullen van vacatures, waaronder het schrappen van de intensivering voor een acquisiteur Delft Technology Partners (incl. werkbudget). Verminderen inhuur Gefaseerd wordt de inhuur teruggebracht, leidend tot een structurele bezuiniging van € 300.000 in 2024. Budget gemeentebrede ontwikkelingen Het budget voor gemeentebrede ontwikkelingen zoals het leiderschapstraject, werkprocesmanagement en continu verbeteren wordt naar beneden bijgesteld. Dit kan met ingang van 2023. 2. Materiële kosten

Onderwerp

Programma

Verlagen materieel budget koude fase crisisbeheersing Vastgoedbedrijf

Schone en veilige stad

2021

2022 50

2023 50

2024 50

Stad in bedrijf

237

237

237

Nominaal materiële kosten

Overhead

100

100

100

Verlagen materieel budget koude fase crisisbeheersing Deze materiële kosten zijn in afgelopen jaren nooit geheel uitgegeven. Daarnaast krijgen we ook een bijdrage van de VRH van ca. € 11.000 voor piketuren. Vastgoedbedrijf Verlaging lasten vastgoedportefeuille als gevolg van lagere onderhouds- en adviesbugetten, samenhangend met geplande verkopen van panden. Nominale ontwikkeling materiële kosten Door de nominale ontwikkeling op materiële kosten vanaf 2022 niet volledig toe te passen realiseren we een bezuiniging van € 100.000 structureel. NB: ombuigingen die slechts gedeeltelijk uit materiële kosten bestaan zijn onder box 5 Beleidsversoberingen-Overig opgenomen.

12

Herstelplan

Delft in balans

3. Subsidies

Onderwerp

Programma

Sluiting/afstoting van jeugdcentrum De Border Delft voor Elkaar

Solide maatschappelijke basis

2021 2022 2023 2024 39

39

39

Solide maatschappelijke basis

266

532

DOK

Solide maatschappelijke basis

200

400

Beeldende kunst Subsidies algemeen

Solide maatschappelijke basis Solide maatschappelijke basis

30 300

30 300

30 300

Sluiting/afstoting van jeugdcentrum De Border Delft voor Elkaar richt zich met ambulant jongerenwerk op o.a. weerbaarheid, sport en gezondheid. De functie van dit jongerencentrum voorziet niet in de behoefte in deze wijk en wordt daardoor nauwelijks gebruikt. Delft voor Elkaar In overleg met de netwerkorganisatie Delft voor Elkaar bepalen we waar de korting het beste kan plaatsvinden in het licht van de opgaven van het Actieplan Sociaal Domein. Doordat inpassing hiervan de nodige voorbereiding zal vergen, kan deze ombuiging enkel gefaseerd en startend per 2023 (5%) worden ingezet, waarna per 2024 tot 10% wordt gekomen. Gezien de hoogte van de taakstelling wordt op de subsidie van deze organisatie wel de nominale ontwikkeling 2022 toegepast. DOK DOK ontvangt een subsidie van circa € 4 miljoen en is daarmee binnen het culturele veld de grootste subsidieontvanger. DOK ontvangt gemiddeld gezien meer subsidie dan andere bibliotheken, mede omdat zij meer taken vervullen. Samen met DOK zullen wij het gesprek voeren of een aantal van deze taken op een andere wijze kunnen worden ingevuld of mogelijk vervallen. Het is onvermijdelijk dat deze bezuiniging impact zal hebben op de activiteiten die geleverd kunnen worden door DOK en daarmee impact zal hebben voor de stad. De afspraken over de te behalen resultaten op de werkvelden van DOK moeten worden bijgesteld.

Doordat inpassing hiervan de nodige voorbereiding zal vergen, kan deze ombuiging enkel gefaseerd en startend per 2023 (5%) worden ingezet, waarna per 2024 tot 10% wordt gekomen. Gezien de hoogte van de taakstelling wordt op de subsidie van DOK wel de nominale ontwikkeling 2022 toegepast. Beeldende kunst Per 2022 wordt een bezuiniging van € 30.000 doorgevoerd waarmee minder activiteiten van 38CC financieel worden ondersteund. Subsidies (algemeen) Met ingang van 2022 besparen we op subsidies € 300.000 door deze eenmalig niet te indexeren. Indien het achterwege laten van een nominale ontwikkeling niet voldoende oplevert (het percentage nominale ontwikkeling wordt in maart 2021 bekend), wordt daar bovenop een generieke bezuiniging doorgevoerd over alle subsidies van circa

13

Herstelplan

Delft in balans

2%, met uitzondering van DOK en Delft voor Elkaar waar al een eigenstandige bezuiniging plaatsvindt. In totaal moet dit € 325.000 opbrengen, aangezien uit de totale verlaging ook een aanvullende subsidie van € 25.000 voor dierenwelzijn/wildopvang bekostigd moet worden vanwege een bestaand tekort. 4. Verbonden partijen

Onderwerp

Programma

Taakstelling overhead Delft Support

Sterk en sociaal

Werkse!

Economische zelfstandigheid Bereikbare en leefbare stad

ParkerenDelft - lagere DVOvergoeding

2021

2022

2023

75

75

2024 75

310

620

105

211

Taakstelling overhead Delft Support De maximale taakstelling op overhead Delft Support bestaat voornamelijk uit een taakstelling op de staf. Dit heeft geen gevolgen voor de operationele capaciteit. Werkse! De re-integratietaak is een wettelijke taak vanuit de Participatiewet. Mede dankzij de inzet van Werkse! houden we de laatste jaren veel geld over op het uitkeringsbudget. Werkse! is gevraagd voorstellen te doen voor de manier waarop de invulling die start per 2023 gerealiseerd kan worden. ParkerenDelft - lagere DVO-vergoeding Door een innovatievere manier van werken en digitalisering kunnen taken efficiënter uitgevoerd worden. Verder zal sprake van beleidsversobering waarbij we voor de exacte invulling die start per 2023 ParkerenDelft vragen om voorstellen te doen in relatie tot de eigen prioriteiten in de uitvoering. 5. Beleidsversoberingen en Overige verlagingen van uitgaven

Onderwerp

Programma

2021

2022

2023

2024

Besparing verkamering Sterke Wijken

Goed wonen Goed wonen

40 10

40 10

40 10

GOR schoontaken verlagen

Schone en veilige stad

100

100

100

Duurzaamheid klimaatadaptatie Toezicht fietsparkeren verminderen Armoedebestrijding/ bijzondere bijstand (obv ervaringscijfers) Circulaire Economie Verbonden Stad

Duurzaam Delft

35

35

35

Bereikbare en leefbare stad Economische zelfstandigheid

34

34

34

200

200

200

75

-5

-5

Duurzaam Delft Stad en bestuur

200

100

Besparing verkamering Op basis van de huidige ervaring en inschatting van komende jaren (incl. de invoering woningvormingsvergunning) is een besparing van € 40.000 mogelijk.

14

Herstelplan

Delft in balans

Sterke Wijken Het algemene leefbaarheidsbudget kan met 10% afnemen. Dit algemene budget is bedoeld voor inzet op vraagstukken in de wijk, monitoring en inzet van bemiddeling en mediation bij burenruzies. GOR schoontaken verlagen Een deel van de verdere uitrol van gedifferentieerd beheer wordt niet uitgevoerd. Voorgesteld wordt verschillende maatregelen die al voorgenomen zijn zoals het zagen van bosplantsoen, drijfvuil verwijderen in de binnenstad en buitenwatersloot, sportring van C naar B en het reinigen van stegen en poorten niet uit te voeren. Dit zijn dus allemaal verhogingen op het basisniveau van onderhoud; aan het basisniveau wordt niet getornd. Duurzaamheid klimaatadaptatie Dit betreft een verminderde inzet op het klimaatadaptief maken van de openbare ruimte. Toezicht fietsparkeren verminderen Toezicht op fietsparkeren wordt verminderd. Via gedragsbeïnvloeding en communicatie (campagnes) stimuleren we beter parkeergedrag. Armoedebestrijding (bijzondere bijstand o.b.v. ervaringscijfers) Armoedebestrijding is een belangrijk thema voor ons. Op basis van ervaringscijfers zien we evenwel meevallers in 2019 en 2020, als gevolg waarvan we een besparing van € 200.000 ramen. Circulaire Economie Dit betreft een incidentele bezuiniging. De implementatie vindt plaats zonder gebruikmaking van een uitvoeringsplan.

Verbonden Stad Dit incidentele budget van € 80.000 in 2022 wordt verlaagd tot viermaal € 5.000 incidenteel (voor 2022 t/m 2024). Hiermee wordt per saldo een bezuiniging van € 60.000 gerealiseerd. 6. Inkomsten

Onderwerp

Programma

Verzakelijking restitutiebeleid bij annulering huwelijken

Stad en bestuur

Inkomsten a.g.v. beleid toeristische verhuur van woningen Inkomsten vanuit bestaand beleid gereguleerd parkeren

Financieel gezonde gemeente

Toeristenbelasting (vanaf 2024)

Financieel gezonde gemeente

Bereikbare en leefbare stad

2021

2022 10

180

2023

2024

10

10

30

30

180

180 250

Verzakelijking restitutiebeleid bij annulering huwelijken Voorgesteld wordt om in de legesverordening 2022 een zakelijker beleid voor restituties bij annulering van huwelijken door te voeren. Met het oog op de reeds gemaakte kosten in het kader van de voorbereidende werkzaamheden is dat ook te rechtvaardigen. 15

Herstelplan

Delft in balans

Inkomsten als gevolg van beleid toeristische verhuur van woningen Zodra het beleid voor toeristische verhuur van woonruimte is vastgesteld, zal ook deze groep bezoekers toeristenbelasting gaan betalen. Baten worden vanaf 2023 realistisch geacht; mede in relatie tot corona. Inkomsten vanuit bestaand beleid gereguleerd parkeren Dit betreft een nog niet in de begroting opgenomen voordeel vanuit het bestaande proactieve parkeerbeleid. Op basis van dat beleid (vanwege gemeten parkeerdruk en geconstateerde parkeeroverlast) wordt op korte termijn overgegaan op regulering in de Indische Buurt. Hogere baten toeristenbelasting m.i.v. 2024 via tariefsverhoging Op basis van de opbrengst van toeristenbelasting in 2018 vindt per 2024 een geschatte verhoging van het tarief met 30% tot 35% plaats om invulling te geven aan deze ombuiging van € 250.000. Dat betekent een tarief voor overnachting in hotels van rond de € 4,10 en voor overnachtingen op campings rond € 1,10 per persoon per nacht. Afhankelijk van het herstel van de toeristische sector kan het percentage (en dus het tarief) voor 2024 hoger of lager moeten worden vastgesteld om deze taakstelling in te vullen. Gelet op de huidige coronacrisis wordt niet voor een tariefsverhoging in de nabije toekomst gekozen. 7. Financiële keuzes en oplossingen

Onderwerp

Programma

2021

2022

Verlaging van Fonds Delft 2040 (dotatie verlagen)

Financieel gezonde gemeente

675

Verlaging van Fonds Delft 2040 (eenmalige onttrekking reserve) Incidentele voorstellen Kaderbrief 2020 dekken uit Algemene reserve. Compensatie dividend (Eneco, Stedin en BNG)

Financieel gezonde gemeente

1.000

Financieel gezonde gemeente

1.156

806

Financieel gezonde gemeente

2.050

Treasury

Financieel gezonde gemeente Solide maatschappelijke basis

Rijksmiddelen voorschools aanbod

675

2023

2024

675

675

1.538

1.025

513

-42

144

459

621

300

300

Verlagingen Fonds Delft 2040 Om een balans te houden tussen de omvang van bezuinigingen in het hier en nu en investeren in de toekomst, is ook de reserve Stad (investeringen Fonds Delft 2040) in de ombuigingen betrokken. Enerzijds vindt een eenmalige verlaging van de reserve van € 1 miljoen plaats, daarnaast wordt de jaarlijkse toevoeging aan de reserve met € 675.000 verlaagd. Daarmee blijft samen investeren mogelijk en behouden we ruimte om de instrumenten gekoppeld aan het Fonds te benutten. Met de investeringscommissie Fonds Delft 2040 is afgesproken de criteria aan te scherpen waaraan voorstellen moeten voldoen om in aanmerking te komen voor een bijdrage uit het fonds. Op deze manier willen we ervoor zorgen dat de meerwaarde van het fonds voor de stad maximaal benut wordt. Mede op basis van toekomstige jaarrekeningresultaten worden de mogelijkheden tot aanvullende voeding bezien.

16

Herstelplan

Delft in balans

Incidentele tegenvallers Kaderbrief 2020 dekken uit algemene reserve In de Kaderbrief 2020 staat een aantal voorstellen met een puur incidenteel karakter. De incidentele voorstellen tellen in 2021 op tot € 1,2 miljoen en hebben in 2022 een omvang van € 0,8 miljoen. Voorgesteld wordt deze posten uit de algemene reserve te dekken. In totaal betekent dit een onttrekking uit de algemene reserve van circa € 2 miljoen. Het weerstandsvermogen van de gemeente is hiervoor toereikend. Compensatie dividend (Eneco, Stedin en BNG) In de Kaderbrief 2020 is een structureel nadeel van € 1,5 miljoen opgenomen als gevolg van het wegvallende dividend Eneco. Tegenover het wegvallende dividend staat een incidentele baat van € 99 miljoen die is ontstaan door de verkoop van de aandelen Eneco. De liquiditeitspositie die door deze baat is verbeterd, is benut voor aflopende leningen. Hierdoor was geen herfinanciering benodigd. Dit komt tot uitdrukking in het financieringsresultaat. Voor het opvangen van het verlies aan dividend worden de Enecogelden in de algemene reserve ingezet. Behalve de derving van het dividend Eneco zijn in de Kaderbrief 2020 ook structurele nadelen opgenomen als gevolg van lagere dividenden voor Stedin (€ 0,5 miljoen) en BNG (€ 50.000). Hiervoor wordt dezelfde methodiek toegepast.

Gekozen wordt voor afbouw in vier jaar, dit houdt in een (aflopend) incidenteel beroep op de algemene reserve van circa € 5,1 miljoen. Deze lijn, van een gefaseerde landing in de begroting, sluit ook aan bij een inbreng vanuit de commissie bij de keuze over verkoop van de Eneco-aandelen. Treasury Door bij de huidige lage rentestand de financieringsbehoefte voor 2022 en 2023 al vast te leggen via lineaire leningen op de huidige lage rentestanden is een substantieel voordeel t.o.v. de rentelasten in de bestaande meerjarenraming te realiseren. Rijksmiddelen voorschools aanbod Voorschools aanbod voor niet-doelgroep kinderen mag uit Rijksmiddelen betaald worden, dat betekent dat circa € 300.000 per jaar is te besparen op de gemeentelijke middelen. Vooralsnog voor twee jaar. 8. Kleine posten

Programma

2021 2022 2023 2024

Administratieve ondersteuning havendienst beëindigen

Onderwerp

Bereikbare en leefbare stad

5

5

5

Recreatiegebieden regio- flexibel uitvoeringsbudget voor onvoorziene initiatieven

Duurzaam Delft

2

2

2

Economie- diverse lidmaatschappen Verlagen budget voor 'flexibele OOV uitgaven'

Stad in bedrijf Schone en veilige stad

30 9

30 9

30 9

Gezondheidsbeleid

Sterk en sociaal

4

4

4

GOR Uitvoering-veegvoertuig GOR Uitvoering-voertuig

Schone en veilige stad Schone en veilige stad

8 9

8 9

8 9

Administratieve ondersteuning Havendienst Aspecten hiervan kunnen worden belegd bij de havenmeesters dan wel vanwege digitalisering bij het KCC worden ondergebracht.

17

Herstelplan

Delft in balans

Recreatiegebieden regio- onvoorziene initiatieven Dit budget wordt niet uitgegeven en kan bezuinigd worden. Economie- diverse lidmaatschappen Prioritering leidt tot het beëindigen van enkele lidmaatschappen van regionale samenwerkingsverbanden of partners. De lidmaatschappen van Buccaneer en Maritime Delta worden stopgezet per 2022. Het economiebudget voor lidmaatschap bouwcampus wordt geschrapt en dekking wordt gezocht binnen middelen gebiedsontwikkeling. Verlagen budget voor 'flexibele OOV uitgaven' Een materieel budget dat de afgelopen jaren nooit geheel is uitgegeven, kan bezuinigd worden. Gezondheidsbeleid -verlagen budget Op het vrij beschikbare gezondheidsbudget wordt 10% bezuinigd (€ 4.000). GOR Uitvoering Deze twee kleine ombuigingen hebben betrekking op het niet vervangen van een veegvoertuig en één voertuig niet ombouwen naar elektrisch. De besparingen zijn de kapitaallasten-effecten, samen € 17.000. Verder is de ombuiging van € 1 miljoen uit hoofde van realistisch ramen in de Programmabegroting 2021-2024, waarmee uw raad in november 2020 instemde, inmiddels toebedeeld aan de betreffende programma’s (budgettair neutraal; zie de begrotingswijziging).

18

Herstelplan

Delft in balans

4 Financiële positie De financiële positie - na verwerking van het herstelplan - lichten we toe aan de hand van de vijf pijlers voor de financiële gezondheid van de gemeente Delft. In deze pijlers zijn de verplichte financiële kengetallen (BBV) opgenomen.

In bovenstaand overzicht is met kleuren aangegeven hoe de scores zich verhouden tot de afgesproken signaalwaarden. Pijler 1: Begrotingssaldo Na aanpassing van de taakstelling en verwerking van de ombuigingsvoorstellen is het begrotingssaldo als volgt.

Herstelplan 2021-2024 (bedragen x € 1.000)

2021

2022

2023 exploitatie

2024

Actuele begroting

-7.126

-6.939

-5.058

-4.503

Sociaal domein

-5.203

-8.473

-3.173

-3.173

Taakstelling herstelplan 2021-2024

-12.329

-15.412

-8.231

-7.676

Totaal om buigingen

5.919

6.194

6.646

8.253

Saldo (- = tekort, + = overschot)

-6.410

-9.218

-1.585

577

Voor de nadelen in 2021 t/m 2023 is compensatie beschikbaar in het vrij besteedbare deel van de Algemene reserve.

19

Herstelplan

Delft in balans

Om vast te stellen of sprake is van een structureel evenwicht, corrigeren we het begrotingssaldo voor incidentele baten, lasten en reservemutaties. Na correctie is het structurele begrotingssaldo als volgt. Begrotingsevenw icht (bedragen x € 1.000) Begrotingssaldo

2021

2022

2023

2024

Resultaat Herstelplan 2021-2024

-6.410

-9.218

-1.585

577

Incidentele baten en lasten programma's

4.105

2.701

192

131

Incidentele mutaties in reserves

-6.078

-3.565

-1.293

-161

Structureel begrotingssaldo

-8.383

-10.082

-2.686

547

Structurele exploitatieruimte

-1,1%

-2,8%

-1,0%

0,1%

Het financiële kengetal Structurele exploitatieruimte vergelijkt de structurele baten en structurele lasten met de totale baten. De score van dit kengetal is negatief in de jaren 2021 t/m 2023. Dit betekent dat structurele baten dan nog niet voldoende zijn om structurele lasten te dekken. Vanaf 2024 is wel sprake van structureel begrotingsevenwicht. Pijler 2: Algemene reserve - Weerstandsvermogen De Algemene reserve heeft een positief saldo en de vrij besteedbare ruimte is voldoende voor de nadelen in het begrotings- en meerjarenbeeld. Algem ene reserve Bedragen x 1.000 Beginsaldo (Program m abegroting 2021-2024)

2021 106.882

2022 102.286

2023 96.145

2024 95.120

Reeds genom en besluiten Ontvlechting reserve Vastgoed

-398

Verkoop Staalw eg 1

-500

Incidenteel beleid (PB 2020)

-480

Stimulerings- en investeringspakket (PB 2021-2024) Correctie voorbereidingskrediet Prinsenhof (t.l.v. € 15 miljoen)

-4.175 1.438

Voorziening Stovod

-400

PFAS Nieuw Delft

-640

Opbrengst Teding van Berkhoutlaan Voorstellen voor om buigingen

-5.825

870

Incidentele voorstellen t.l.v. AR

-1.156

-806

Compensatie dividend Eneco/Stedin/BNG

-2.050

-1.538

-1.025

-512

Heroverw egen Stim.- en intens. pakket Herstelplan 2021-2024 w.v. Enecogelden

2.387 102.286 48.275

2.536 96.145 43.448

95.120 42.423

94.608 41.911

Het saldo van de Algemene reserve houdt rekening met reeds genomen besluiten na vaststelling van de Programmabegroting 2021-2024. Tevens is het effect van de ombuigingsvoorstellen uit dit herstelplan verwerkt. Hierbij hoort ook de nadere prioritering van het Stimulerings- en intensiveringspakket dat is aangekondigd in de Programmabegroting 2021-2024. Onderdeel van de Algemene reserve zijn de extra dekkingsmogelijkheden als gevolg van de verkoop van de aandelen Eneco. Tot nu toe is hiervan de helft ingezet voor investeringen en de maatregelen ter bestrijding van de coronacrisis. De Algemene reserve is benodigd voor het actuele risicoprofiel (inclusief Sociaal domein) en dekking van de incidentele tekorten in het Herstelplan 2021-2024. 20

Herstelplan

Delft in balans

Algem ene reserve - Vrij besteedbare ruim te Bedragen x 1.000 Prognose o.b.v. Herstelplan 2021-2024 Risicoprofiel PB 2021-2024 Verlagen risico Nieuw Delft (m.n. PFAS) Schrappen risico ODH/asbesttaken

94.608 -40.774 2.100 200

Rijksgelden Jeugdhulp

2.000

BUIG

-600 -37.074

Autonome groei Jeugdzorg (t/m 2024)

-10.250

Autonome groei Wmo (t/m 2024)

-8.125 -18.375

Dekking Herstelplan 2021-2024 Rekeningresultaat 2020 Vrij besteedbare ruim te

-17.212 pm 21.947

In het risicoprofiel van de Programmabegroting 2021-2024 houden we onder meer rekening met een beslag op de Algemene reserve van € 4,8 miljoen aan coronaeffecten in 2021. Dit is exclusief compensatie die vanuit het Rijk wordt ontvangen. De precieze omvang en duur van corona-effecten laat zich moeilijk exact ramen. Daarom behouden we voldoende ruimte in de Algemene reserve om ook aanvullende financiële effecten te kunnen blijven dekken én leggen we periodiek financiële coronarapportages inclusief begrotingsvoorstellen ter vaststelling aan de raad voor. Na actualiseringen en toevoeging van het risico Autonome groei in het Sociaal domein (€ 18,4 miljoen) is de omvang van het risicoprofiel bijna € 55,5 miljoen. De verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en het totaal van de risico’s wordt uitgedrukt in de weerstandsratio. Voor Delft is de score van deze ratio 1,84. Op basis van een landelijk gehanteerde categorisering is dit ruim voldoende. Nadat is rekening gehouden met het risicoprofiel resteert de vrij besteedbare ruimte. Van deze ruimte is € 17,2 miljoen benodigd voor dekking van de tekorten in de jaren 2021 t/m 2023. Hierbij is nog geen rekening gehouden met het rekeningresultaat 2020 dat wordt afgerekend met de Algemene reserve. Pijler 3: Stadsschuld De stadsschuld is ultimo 2021 ruim € 343 miljoen en daalt in 2024 naar € 341 miljoen.

Ten opzichte van de Programmabegroting 2021-2024 is sprake van beperkte stijging die wordt verklaard doordat nu rekening is gehouden met de extra financieringsbehoefte die samenhangt met: • Fonds Delft 2040: Next!Delft, Biotechcampus, Station Delft Campus en het Futureproof Warmtenet • Stimulerings- en intensiveringspakket • Overige voorstellen, waarover de raad recentelijk heeft besloten.

21

Herstelplan

Delft in balans

De schuldpositie wordt nader geduid door middel van de verplichte financiële kengetallen (BBV). Ratio's Door BBV voorgeschreven Netto schuldquote Gecorrigeerde netto schuldquote Solvabiliteitsratio Kengetal grondexploitaties

Prognose 2021

Prognose 2022

Prognose 2023

Prognose 2024

74,5% 53,8% 38,4% -0,8%

82,2% 61,7% 36,5% 1,8%

83,8% 63,5% 36,3% 1,9%

77,5% 61,6% 37,4% 2,0%

De netto schuldquote geeft een indicatie van de hoogte van de schuld. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote loopt door de genoemde investeringen op tot 83,8% in 2023. De quote blijft onder de signaalwaarden zoals aangegeven in de motie Beheersbaarheid stadsschuld (9 november 2017). In de gecorrigeerde netto schuldquote zijn doorgeleende gelden buiten beschouwing gelaten. Dit geeft een genuanceerder beeld van de schuld als het risicoprofiel van doorgeleende gelden laag is. De solvabiliteitsratio geeft aan in hoeverre er geen schulden op het bezit rusten. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. De score blijft boven de signaalwaarde van 20% en is daarmee positief. Het kengetal Grondexploitaties laat de grondpositie zien ten opzichte van de totale baten. Hoe lager het kengetal, hoe beter (signaalwaarde: 10%). Pijler 4: Ruimte voor investeringen De ruimte voor investeringen is door het herstelplan afgenomen. Dit wordt met name veroorzaakt door: • ombuigingsvoorstellen die de investeringsruimte van het Fonds Delft 2040 verlagen. • De inzet van de vrij besteedbare ruimte in de Algemene reserve die benodigd is voor dekking van de tekorten in 2021 t/m 2023. In de ombuigingsvoorstellen is geen sprake van beperking van de investeringsruimte voor de vigerende beheerplannen.

22

Herstelplan

Delft in balans

Pijler 5: Woonlasten In het gesloten circuit Reiniging nemen, zoals toegelicht in hoofdstuk 1, de lasten vanaf 2022 toe door een structureel nadeel dat is verwerkt in de Programmabegroting 2021-2024 (€ 172.000) en door meerkosten als gevolg van verhoging van afvalstoffenbelasting door het Rijk en het te vernieuwen contract voor de verwerking van restafval. Na correctie voor de CPI index is het extra nadeel € 600.000. Het nadeel wordt vanuit de randvoorwaarden van kostendekkenheid van leges opgevangen door een tariefstijging die € 772.000 aan extra inkomsten oplevert. De stijging van de afvalstoffenheffing in 2022 heeft mogelijk een nadelig effect op het kengetal Belastingcapaciteit dat de verhouding aangeeft tussen de belastingdruk in de gemeente en de landelijk gemiddelde woonlasten. Dit staat nog niet vast, omdat de mate van woonlastenstijging in andere gemeenten voor 2022 nog onbekend is. Kadernota 2021 In de Kadernota 2021 kijken we opnieuw naar het totaal aan inkomsten en uitgaven. De vele stedelijke opgaven waar Delft voor staat om het voorzieningenniveau op peil te houden of te brengen, vragen om behoorlijke investeringen met bijbehorende kapitaallasten. Deze kunnen wij naar de toekomst toe onvoldoende dragen. Daartoe zal een nadere afweging komen van inkomsten en uitgaven bij de Kadernota 2021.

23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11490216/1